Spoed. Spoed!

Informatie
Geschreven door Giel
Geplaatst op 04 juni 2020
Hoofdcategorie Dagboek | Soloseks | Dromen
Aantal reacties: 1
3692 woorden | Leestijd 19 minuten

1 REVALIDEREN

Lelietje-van-dale zoetstof lepelsaus zonnebloembloem salsa hot chili koalabeertje tompouce bosanemoon slagroomtaartje lentebloesem paella konijntje boorplatform loempia marsepein elixir oliebollenkraam tic tac zonnedauw.

Niets van dit alles maar van alles iets. Eigenlijk herinner ik me niet meer precies wat er door mijn hoofd schoot toen ik haar voor het eerst zag. Een kristallen luchterstukje dat om de haverklap in andere hemelse tinten schittert. Een symfonie, dàt is ze. En verrekt verrukt, ik.  

Mijn leven is een grauwe puinhoop, met hier en daar nog wat doorschietend én nieuw kiemend groen. Emotioneel ben ik stilaan recht aan het krabbelen. Aan het revalideren, als gehavend oud-strijder van een vechtscheiding. Nee, dank u, voor mij geen een ereteken voor moed en opoffering.

Gelukkig gaat het me professioneel voor de wind. Zo kwam de pas met veel bombarie gelanceerde mediacampagne rond de herstyling van een blits commercieel Vlaamse tv-station uit mijn copywriterskoker. Maar bovenal kijk ik uit naar het weekend, waarin ik een ongekende boost toegediend krijg: Elvire en Arthur, mijn fantastische kids die dan, zoals om het andere weekend, onder mijn vleugels komen. De erbarmelijke locatie waar dat diende te gebeuren, een troosteloos en benepen studiootje in een ranzige randgemeente van Brussel, heb ik kunnen inruilen voor een pracht van een loft. Kort aan de Dansaertstraat, de bruisende culturele ader van de hoofdstad. Tegen een redelijke prijs op de kop kunnen tikken. Er is nog veel werk aan, een traject voor binnenkort. Nu geniet ik mateloos van de zalige vitaminen waarmee de avondzon net voor de schemeruren rijkelijk mijn stek begiet.

2 VERRASSINGEN

Haar verschijning is vertederend en ontwapenend. Met een air van ‘here i am’, en de manier waarop ze ‘amt’ is af. Imponerend, fascinerend, ze is eenvoudigweg alles wat goed is en eindigt op ‘end’. Ja, zij is het einde en wat gaat dat wel niet geven want dit is nog maar pas het begin…

De loft kwam ik op het spoor in een plaatselijk reclameblaadje.

Toen ik me voor de bezichtiging aanbood en de deur werd geopend, ging het belletje, dat tijdens het kort telefonisch onderhoud eventjes doch vaag gerinkeld had, nu pas helemaal duidelijk kletteren. Het was potdorie Evi, die ik al een hele poos kende evenwel zonder haar te… kennen. We hebben namelijk dezelfde stamkroeg, De Irno Hantjes, al hadden we nog nooit… een woord gewisseld. Voor haar, een knappe brunette van 22, denk ik, was ik gewoon een deel van het meubilair, kan ik me inbeelden. Zij was steeds in gezelschap, jonge mensen die eruit zagen als kunstenaars en het wellicht ook waren. En er is het leeftijdsverschil, veertien jaar, al heeft zoiets tegenwoordig eigenlijk niet veel meer te betekenen. Maar bovenal vormde het feit dat ze zo verblindend mooi was voor mij, de ’topversierder’ die ik ben, een te hoge drempel om contact te zoeken.

Ik trof de loft aan vol wanorde, maar dan van de gezellige soort. De chaos van een artiest, als je wil. De vele kaders met foto’s, aan de muren opgehangen of gewoon op de grond geplaatst, vielen me op. Veelal eigen werk, daarnaast ook portretten van haar zelf. Werk van befaamde modelagentschappen, zo bleek. Werkelijk verbluffend, ik wist niet eens dat ze zulke dingen deed. Er hingen ook enkele naaktposes. Geheel artistiek verantwoord, zwart-wit opnames die niet focusten op het lagere in de mens maar de poëtische sensoren beroerden.

Ik was niet weinig verrast dat zij, op haar toch nog jeugdige leeftijd en pas afgestudeerd aan de kunstschool, zo’n kapitaalkrachtige eigendom bezat. Bleek dat het om een investering ging van haar papa, zo gaf ze ruiterlijk toe, alsook dat ze de opbrengst van de koop kreeg. Enig kind van gegoede ouders, weet-je-wel. Het was een korte, verlegen glimlach die ze liet zien nadat ik dat laatste eruit had geflapt. Haar vader zag ik later bij de notaris. Een ijdel type, gestoken in het duurste maatpak. Voor hem wellicht de doodnormaalste zaak, corresponderend aan zijn status van zowat de meest befaamde gynaecoloog-oncoloog van Limburg. Dat laatste wist een jongen uit de entourage van Evi me achteraf te vertellen.

Haar hele hebben en houden heeft ze intussen verkast naar Parijs. Ze huurt daar een (peperdure) flat, op wandelafstand van de agentschappen. Ze blijkt al covers van verschillende internationale befaamde modetijdschriften gesierd te hebben. Stond ik wel effen van te kijken hoor, als reclamejongen van wie geacht wordt zulke dingen te weten…

Met mijn toestemming had ze een paar meubelstukken laten staan. Onder ander een grote, massieve wandkast die om het zacht uit te drukken niet echt in mijn smaak viel (nepantiek) en bovendien in de weg stond voor het mooie erfstuk van mijn oma. Een telefoontje naar het kringloopcentrum zorgde ervoor dat de volgende dag al twee vriendelijke en flink uit de kluiten gewassen kerels aan mijn deur stonden om het geval gratis en voor niets op te halen. Bij het verschuiven van het zware meubel hoorden we iets op de grond petsen. Het bleek bij nader inzien om een onder de stofpluizen zittend tijdschrift te gaan.

3. CHANTAGE

Het verbaasd o-mondje  van haar goddelijke navel is geflankeerd door roze lingerie. Nog even. En dan, het pronte zusterpaar dat opduikt.  Niet van die goed gezette madammen maar een handjevol met tepels die van spanning haast je irissen prikken. Je zou je handen in fluwelen handschoenen willen schuiven, de aangewezen manier om  puur karaat  te hanteren. Na de BH, het Bovenste Hebbedingetje, schuift ook het stukje ondergoed uit en zie je haar onder, eh…, goed. Ze is nu enkel nog gekleed in huid, maar wel eentje dat haar als gegoten zit.

Er is een tijd geweest dat zoiets van onder de toonbank in een zwart plastic zakje werd verkocht. Ik vraag me of af zulke brol vandaag, in dit internettijdperk überhaupt nog in de krantenwinkel verhandeld wordt.

Ik heb het over het boekje dat vanachter de kast tevoorschijn piepte, als een soort van relikwie uit een vorige eeuw.

Bij het openslaan was het alsof iemand me met een natte vaatdoek vol in het gezicht sloeg. Eén van de meisjes die erin figureren lijkt immers als twee, wat zeg ik, tien druppels water op Evi, meer zelfs: ze is het gewoon! Op één essentieel punt na dan: Evi lijkt wel persoonlijk door God gemonsterd en goedgekeurd te zijn en van de Heer een keurmerk te hebben gekregen dat haar uniek maakt: een tache-de-beauty op haar kin, een centimeter of zo onder haar rechter mondhoek. En een kenner zoals ik ziet meteen dat de foto’s niet bewerkt zijn met het magische Photoshop-programma.

Het moet een lookalike zijn, het kan niet anders. Het fenomeen is me niet onbekend. Zo moet ik terugdenken aan Sandy, een steeds wildenthousiaste vriendin van me die, jaren geleden op toeristische uitstap in Luik me op een lokale markt euforisch rond de hals vloog. Dat wist ze me althans later te vertellen, en ze had het ook over de verwarring en de gêne waar ze plots aan ten prooi viel toen de nietsvermoedende en onthutste man haar met enige vorm van verontwaardiging van zich afduwde. Ja, sindsdien leeft er in mij de wens om mijn Franstalige dubbelganger eens te ontmoeten, al besef ik dat deze kans onbestaand is daar ik nooit een voet zet in het Marseille aan de Maas.

Wat ik me nu de hele tijd al afvraag is wat dat boekje daar op haar flat lag te doen. Ik zie maar een mogelijke verklaring, met name dat een aanbidder én perverse pornoliefhebber met dat ding, het zo belangrijke detail van het schoonheidsvlekje over het hoofd ziende, de ontdekking van zijn leven gedacht gedaan te hebben. Om het dan vervolgens in haar brievenbus of, godbetert handen te stoppen, met allesbehalve eerbare bedoelingen, lees: chantage. Als ik er verder over nadenk beginnen mijn maag en de inhoud ervan in tegengestelde richtingen te draaien, al is het tegelijk een bron van frustratie om niet te weten hoe de vork nu precies aan de steel zat.

4.ONTSPORING

Elisabeth is het levende bewijs dat Belgische meisjes de heetste zijn. Ziet ze een knappe gozer met een bobbel in de broek en ze spreidt haar beentjes al. Zo luidt althants de tekst die haar fotoreportage begeleidt in Slutty Girls. Een soort van Burda, met naaipatronen en alles d'erop en d’eraan.‘Mijn poesje is hongerig en wil steeds gevoed worden, bij voorkeur met een hot dog’, vertrouwt ze ons persoonlijk toe. De magische sfeer, zo knap opgebouwd, nu  zomaar als een goedkope ballon doorprikt.

Ach nee, ik ben helemaal geen moraalridder, ik denk mezelf te mogen typeren als ruimdenkend. Laat het schepsel dat het hoogst genoteerd staat in de orde der zoogdieren maar zijn ding doen, zolang het zijn medecreaties maar met rust laat. Maar de fake liefdesgymnastiek in dat boekje, dat is zo…laag, zo platvloers! Het is zowaar een belediging voor de natuur want ken je een ander diersoort dat het in zijn hoofd krijgt om zoiets te doen?

Zie toch eens hoe vettig ze erbij ligt te kronkelen, als een friet waar direct een klod mayonaise op wordt gekwakt. Hoe zal deze deerne, vraag ik me plots onwillekeurig af, op dit onbezonnen wapenfeit terugblikken, eenmaal ze kleinkinderen heeft? Zal haar geweten ooit rust kennen, wetende dat ze zwart op wit, wat zeg ik, in vierkleurendruk op dik glanzend papier voor eeuwig en altijd vastgenageld staat als goedkoop bedbeleg, als zondige vrouw, als wegwerpsletje? Misschien stelt ze haar hoop wel in het geil dat ze bij al die naamloze mannen opgestuwd heeft en dat de pagina’s tot in het laatste nog overblijvende boekje definitief aan mekaar doet plakken. Sperma als gom voor die ene misstap in haar jeugd. Zaad als geschiedenisvervalser…

Waarom doet zo’n spring-in-t-veld zoiets? Vertel me niet dat het in een onoplettende bui gebeurd is, of tegen haar wil – zie hoe ze lacht, ja, geniet zelfs… Voor het plezier dan? Ik ken andere definities van dat woord… Speelde geld een doorslaggevende rol? Hoogdringende geldnood, ik kan me er wel iets bij voorstellen, maar in de meest precaire toestand is er toch nog iets als prostitutie: veel discreter, je etaleert er jezelf niet mee op duizenden exemplaren en het brengt, vermoed ik zo, veel beter op.

De lookalike is meerderjarig, daar twijfel ik niet aan, maar was het geen verstandige keuze om zulke mensen tegen zichzelf te beschermen? De symptomen lijken me overduidelijk: ze is ziek, krank in het hoofd, ten prooi aan nymfomanie, aan verdorvenheid en platvloerse vulgariteit. Zelfs een greintje van wat je met veel goede wil een beetje zelfrespect kan noemen, ontbreekt compleet.

Nee,  dit is Evi niet, zo is zij niet – no way!

Tuurlijk is ze dat niet. Evi heeft niveau, is gecultiveerd, intelligent. En ik zeg niet dat ze preuts is – ik ken haar in feite langs geen kanten – maar al is het een brok erotiek die ze uitstraalt, ik weet wel dat Evi timide is (ik heb voldoende kans gehad om haar te observeren, wees maar gerust) en zichzelf wellicht in alle intimiteit volledig kan geven, maar dan wel aan de persoon die ze liefheeft. Het laatste wat ze zal doen is zich in alle platvloersheid bloot geven aan Jan, Klaas en Klein Pierke en maar voor een ding te dienen, in het bijzonder mannen a volonté klaar te laten komen.

Evi is fotomodel, haar dubbelganger een fotodel.

Mijn overpeinzingen leren me dat de lookalike, en al die andere snollen in het boekje een grens overschreden hebben en dat ze bijgevolg ook niet beter verdienen dan rukmateriaal te zijn voor duizenden anonieme hengsten. Hun bruingetinte gezichten zullen snel glimmen onder de witte smurrie. Ge zult oogsten wat ge zaaien zult.

5. PAK-ME-MAAR

Ze rijmt nu op aal, brutaal, frontaal – de manier waarop ze alle registers opentrekt, als je de engelenlippen van haar zoetste mondje zo ten minste kan noemen. Zenuwachtig en vol opwinding, zo zegt ze dat ze zich voelde, alvorens hier nu de eerste keer naakt te gaan voor een fotograaf. Maar dat het uiteindelijk simpel is, dat ze zich gewoon laat zien zoals ze is, naturel. ‘Er is geen betere plek dan dit blad om te laten zien wat voor een sletje ik wel niet ben. Ik erger me namelijk al jaren aan al die preutse meiden die alleen maar jaloers op mij kunnen zijn omdat ik zoveel aandacht van de jongens krijg.’ Ja wadde! Roze dildo waarmee ze aan de slag gaat. En dat iets van vlees en bloed wordt als een man de kamer betreedt. Hij heeft een afgetraind, slank lichaam. Baard, snor en opvallend zware wenkbrauwen. Een en al speelsheid in zijn blik, jovialiteit en vertrouwen uitstralend. Ze kijkt eerst verast, dan verrast. Brandend in het knoeihete oventje dat zijzelf is.

Ik weet niet wat me tegenwoordig bezield. Voor ik goed en wel op mijn loft ben heb ik het ding al uit de lade van mijn nachtkastje gegrabbeld en kunnen mijn vingers niet snel genoeg zijn met broeksriem en ritssluiting. Duikend richting slurf, het zonet nog rimpelige prulletje, dat nu, opgepompt als een springkasteel, als een volle dikke worst tevoorschijn wipt, wachtend op de dartele toppen van de uitgelaten bengel waarin mijn rechterhand getransformeerd is. Ja, ik masturbeer hedentendage als bezeten. Ik betwijfel of mijn zielig profiel dat van dé nieuwbakken single is. Hoewel, stel dat het onderwerp op café ter sprake zou komen, niemand van de gescheiden of alleenstaande mannen het openhartig over zichzelf zou toegeven, precies zoals ik dat ook aan geen kat zal doen. Ik ben toch niet gek.

De fotoreeks in dat vieze boekje is zo… intrigerend. Bevreemdend ook. Alsof zij het echt is, de enige, ware Evi. Volle petrol gevend, zich etalerend als de goorste snol die ze diep in haar misschien wel is? Een mens begint ten slotte aan alles te twijfelen. Maar toch, die tache-de-beauté, zou die dan toch geretoucheerd zijn…?

Op het World Wide Web kan je alles vinden. Zegt men. Een uurtje googlen leverde me niets op. Zelfs geen enkele foto uit het boekje. En om nog verder af te dalen in de krochten van het internetmonster, nee merci, daar bedank ik voor.

Ach, wie weet in welk jaartal dit boekje het daglicht zag?

Evi is zo mooi, met een aparte uitstraling en een ingehouden klasse die je ervan weerhouden om, eh, zeg maar bepaalde dingen over haar te denken, laat staan te fantaseren.

En toch, terwijl mijn hand zo zalig tekeer gaat zie ik haar wel degelijk voor me, máár dan wel gemodelleerd naar de ongeremde hitsigheid, de ‘pak-me-maar!’-kreet uitschreeuwende glanzende lookalike. En zo, haar onderdanig makend aan mijn sidderende geilheid, neem ik haar in alle denkbare posities, ongenadig, wild én langdurig. Want geregeld las ik pauzes in om mijn oververhitte schwantz even op adem te laten komen.

Het scherpe bewustzijn van in de kamer te zijn waar zij zovele nachten geslapen heeft en wie-weet-wat-nog-allemaal-meer maakt mijn beleving nog des te intenser. Het besef de lucht in te ademen die jarenlang de hare was. Soms heb ik het volkomen irreëel gevoel dat zij aanwezig is en dat ze elk moment zo kan binnenschrijden, nietsvermoedend en gekleed gaande in een zwart negligé, een doorschijnende pruts van niks… Op die manier verzeil ik in een zalige roes van heftige geilheid en onderga ik van teen tot kop golvende en weer terugkerende stuiptrekkingen die me verheven orgasmen bezorgen zoals ik ze nog nooit gekend heb.

En dan achteraf, steeds weer die donkere slierten die door mijn hoofd trekken – schuldgevoelens. Omdat ik me verkikkerd heb aan iets dat in wezen bestemd is voor onvolgroeide geesten, voor puisterige pubers zeg maar. Van puisten ben ik gelukkig gespaard maar zoals de volksmond zegt moet je je best doen om jong te blijven. En ik zou verdomme liegen mocht ik beweren dat ik me niet opnieuw zestien voel als ik me op mijn bed suf lig te rukken. En voor zover ik weet is het je af en toe jong voelen nog geen zonde…

6. TE PLETTER

Oorverdovend klaterend, zeker na die dagenlange kruiptocht in de woestijn. Zo borrelt zij, sprankelende bron, zomaar pal voor je van uitdroging dichtplakkende mond op. Nederig geknield, vol overgave en bewondering naar hem opkijkend. Met open mond. Een piepkuiken, het bekje opensperrend voor het wormpje – en bij deze hoop ik dat haar gelegenheidsminnaar deze vergelijking in zijn geval niet al te letterlijk opneemt. Plaatje per plaatje demonstreren zij de Kamasutra. Hij de jaknikker die de olierijkdom in haar ondergrond leeg pompt. Zij het bandje rond de sigaar. Ze lijkt een flapuit, hij een notoir drive in-bezoeker. En hij, hij helpt haar, stuurt haar. Drive in. Flapuit. Drive in flapuit drive in flapuit in uit in uit inuit in uit inuitinuitinuit. Tot ze samen zot gedrived raken en hij haar onderflapt.

In de Irno zag ik Björn, uit de vriendenkliek van Evi. Ik kreeg plots een ingeving, stapte naar hem toe en zei dat ik Evi in de stad had gezien. ‘Wat, waar, hoe kan dat nu?’ struikelde hij over zijn verbazing, alvorens ik eraan kon toevoegen dat zij het bij nader inzien toch niet bleek te zijn: ze had geen tache-de-beauty. Maar hij bleef vloeken en vroeg me op welk terras ik haar gespot had. Hij foeterde verder, tussendoor jammerend dat ze hem toch altijd een seintje gaf als ze naar de hoofdstad afzakte. Andermaal trachtte ik hem diets te maken dat het niet om Evi ging maar om een soort van dubbelgangster.

Ze zal intussen al wel de stad verlaten hebben, vloekte hij vervolgens voor de verandering, eraan toevoegend dat hij zin had om in zijn auto te springen en naar Hasselt te vliegen om zich daar te pletter te rijden tegen een paal, alé ja, een beetje te pletter, corrigeerde hij snel, want dat hij zijn leven verre van moe was doch haar enkel maar wou zien.

Wartaal. Drugs? Het kon niet anders dan dat hij de twijfels over zijn psychisch functioneren in mijn ogen las.

Lisa werkt daar sinds kort als verpleegster op de spoedafdeling, verduidelijkte hij dan. Lisa, herhaalde ik, wie is Lisa in godsnaam? De tweelingzus van Evi, weet je dat dan niet, zij is hier toch ook al enkele keren geweest, klonk het. Nu moet ik zeggen dat ik niet elke dag De Irno bezoek. Tweelingzus, hakkelde ik, heeft ze een tweelingzus dan, ik dacht dat ze enig kind was? Is dat zo, keek Björn me meewarig aan, en hij zei dat ik dat dan wel verkeerd begrepen moest hebben. Ze zijn een identieke eeneiige tweeling. Lisa is een juweel van een vrouw, mooier zelfs dan Evi want zonder vlekje – ach nee, bedacht hij zich dan, zoiets mag ik niet zeggen, is niet behoorlijk, bovendien schiet Evi als een komeet de hoogte in, maar haar zus is een straffe madam zunne, ook één die profiteert van het leven, wees daar maar zeker van en, ging hij verder, een lekker wijf overigens, joh, en gigantisch veel losser dan Evi: met haar kan je wel wat doen, snap je?

De knipoog die daarop volgde kon je classificeren onder de rubriek ‘vettig’.

Ze heet dus Lisa, vroeg ik.

Goh ja, zei hij, iedereen noemt haar nu eenmaal zo terwijl het officieel eigenlijk Elisabeth is en ze is, eh, om een kat maar eens een kat te noemen een verschrikkelijk heet ding en – hé makker, ben je er nog, wat is er,  en ik voelde een sterke hand tegen mijn schouder duwen en hoorde ergens ver weg een vage, diepe stem ‘Houston here, ground control’ declameren en het was inderdaad alsof ik plots in een ruimtepak zat maar dan wel eentje zonder zuurstoftoevoer, ‘voelvoel jejeje nietgoedddd’ gonste het in het heelal terwijl duizenden speldenprikken vanuit mijn rechterarm uitzwermden naar mijn borststreek en ‘belllll de honderddddd’ in het ijle rondom me galmde terwijl ik het gevoel had dat er honderd man op mijn borstkas zat en ondanks die beklemming dacht ik nog van ‘de 100 van Hasselt dan toch, laat ons hopen’ om vervolgens weg te zakken in het zompige moeras van het Grote Niets.

7. EPILOOG

‘Mannengeil over je gezicht voelen spuiten is het beste dat je als meisje kan overkomen’, meent het tochtige loeder Elisabeth. ‘Sperma maakt mijn huid mooier, al die lullen zorgen ervoor dat ik een echte beauty queen wordt. Het is een gezondheidskuur, zo’n gelaatsmasker van ballensap dat een compleet andere vrouw van je maakt. Je voelt je herboren.’ Ze heeft enkele vingers in de mond, de andere trekken slijmdraadjes. Ogen die fonkelen van pure genoegdoening, een lach die straalt zoals enkel de zon dat kan op het eind van een zinderende zomerdag. Allebei tevreden, het hemellichaam over het etmaal, het hemels lichaam over haar eetmaal. Ze straalt trots uit, zich daarbij in de verste verte niet aantrekkend wat een ander daar wel niet over zou denken. En, besef ik, uiteindelijk heeft ze overschot van gelijk. Respect!

Dat ik veel geluk heb gehad besef ik maar al te goed. Anders-gaan-leven, daar kwam het advies dat de specialist me bij het ontslag uit het ziekenhuis gaf zowat op neer. Vermageren, en leren relativeren. Het leven nemen zoals het is. Mensen aanvaarden zoals ze zijn. Sigaretten laat ik nu volledig aan anderen, nicotine heb ik vervangen door fruit. En dra, als ik terug aan de slag ga, zal dat halftijds zijn. Vooralsnog doe ik het fulltime rustig aan. Gezond en met regelmaat eten, voldoende slapen en rusten en veel wandelen. Zo heb ik een toeristisch uitstapje gepland naar Luik. En ook eentje naar het Mekka der gratis bussen, Hasselt. Björn heeft me daar zelfs overnachting kunnen versieren. Voor die aardige en nu jammerlijk met hartklachten sukkelende meneer die de loft van haar zus gekocht had wou ze dat maar al te graag doen, zo zei Björn. Ik repliceerde dat dat van haar een mooi gebaar was. Even mooi als zijzelf is. Maar dat laatste zei ik niet, noch dat mijn dankbetuiging er enkel maar uit kan bestaan haar nog ‘mooier te maken’ dan ze al is. Dat ik me er nu al op verheug, vertrouwde ik hem wél toe. Handenwrijvend, zoals het volgens het cliché hoort.


© Giel 2008


Fan van Giel? Lees dan ook zijn verhalen, haiku's, romans en meer... Luk Gybels

 

Alle verhalen van: Giel

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Giel 2008..? Toen al?
Goede wijn behoeft geen krans, aldus het spreekwoord, maar dit is dan ook geen wijn! Wel een formidabel goed verhaal wat ruist en bruist van de eerste hoofdletter tot het laatste punt. Complimenten en (heel veel) respect.