De vloek van Rannoch Moor

Informatie
Geschreven door PaulX
Geplaatst op 15 april 2018
Hoofdcategorie Historisch | Fantasy | Sprookjes
Aantal reacties: 5
4266 woorden | Leestijd 22 minuten

“Ze komt terug. Ze ís terug! Vanavond, altijd.”

Er zat een Ierse wolfshond naast de mompelende reus die glazig naar de vloer staarde, de rechterhand geklemd om een glas whisky. De linker haalde de hond aan, die Flann heette en de beneveld lijkende toestand van Seamus Macdougall met trouwe ogen gadesloeg.

Hoewel vandaag de zomer begonnen was, telde de King’s Lodge maar drie gasten: twee Hollandse meiden en Macdougall, die twee tafeltjes de bar verwijderd in een hoekje zat.

“Jullie moeten hier niet blijven, lassies. Het is de dag van Meadhbh…”

Hij sprak de Keltische naam uit als ‘Miev’ en de meiden hoorden glimlachend hoe hij hen met ‘lassie’ aansprak, liefkozend Schots voor ‘meisje’. Ze hadden geen idee wiens dag het was, maar op de verlaten Highlands zou dat vast iets ouds zijn.

Seamus Macdougall zag er uit zoals het een Schot betaamt. Zijn haar was felrood, licht krullend, hij had een baard en droeg een blauw met grijs geruite kilt. Zijn lengte – hij moest bijna twee meter zijn – en zijn gestalte als een boom maakten hem samen met die baard ouder dan de begin dertig die hij was. Zijn postuur werd nog versterkt door het ontzagwekkende formaat van Flann, de leigrijze wolfshond die rustig naast hem zat.

Morgenvroeg wachtte voor de meiden de terugtocht. Er was geen verharde weg tussen Rannoch Station en Glencoe, alleen het 11 mijl lange voetpad dwars door de Rannoch Moor dat ze vandaag van oost naar west hadden gelopen. Zowel de schoonheid van het landschap als de bijna angstaanjagende stilte hadden diepe indruk gemaakt op Sonja en Marianne. Glooiende velden met vennetjes, hoogvenen en meanderende beekjes, op de achtergrond dreigende rotsen die diepdonker de hemel in torenden.

“Jij daar!”

Seamus hield zijn blik op Sonja gepriemd.

“Je hebt haar postuur,” mompelde hij verder.

De meiden keken vragend naar de barman, een lange, donkere vent die niet uit deze streek kwam, maar er lang genoeg woonde om enig vermoeden te hebben van waar dit over ging. Buiten zwol de wind aan. Op de Highlands kon het elke dag stormen blijkbaar, zelfs op 21 juni.

“De vloek van Rannoch Moor,” fluisterde de barman.

Hij sprak met opzet zachtjes om Macdougalls aandacht niet onnodig te trekken.

“Spannend!” giechelde Marianne. “Vertel eens? Hier zijn we voor naar Schotland gekomen.”

Voor twee meiden van begin twintig was Schotland niet de meest voor de hand liggende bestemming. Maar na drie jaar achtereen lallen aan de Spaanse Costa’s hadden ze besloten om eens iets heel anders te doen.

De man glimlachte aarzelend, toen boog hij zich naar hen toe.

“Seamus noemde haar al: Meadhbh, rode Meadhbh.”

De vriendinnen knikten opgewonden.

“Een Keltische naam,” ging hij rustig verder. “Hij betekent ‘zij die vergiftigt’.”

De meiden luisterden geamuseerd. Het besluit om naar Schotland te gaan was mede gebaseerd op de hoop om eens iets anders spannends mee te maken dan de vraag met wie je nu weer een nacht het bed in zou duiken, en dit klonk bepaald als wat ze zochten. Sonja en Marianne wisten weinig van de oude Keltische cultuur die hier nog elk facet van het leven doorweefde, maar dat wilde niet zeggen ze er niet door geboeid werden.

“Wat was ze voor iemand?”

De barman droogde een glas af en begon onderwijl te vertellen.

“Ze was een … dame van lichte zeden, uit de 12e eeuw. Niet van hier afkomstig, maar ze is hier gestorven, in de moors. Op 21 juni…”

Ze keken elkaar even indringend aan toen de barman inhield.

“Hoe gestorven?” vroeg Sonja.

De barman haalde even diep adem. “Willen jullie het hele verhaal?”

Twee jaknikken van de meiden. “Doe eerst nog maar even twee bitters dan.”

De barman knikte zwijgend, tapte de glazen weer vol en boog zich toen weer naar hen toe.

“Rode Meadhbh was niet zomaar een hoer. Ze was een hele goeie hoer. Binnen een jaar had ze alle mannen hier hun hoofd op hol gebracht, maar dan ook volledig. Velen hier dachten dat ze wel behekst moest zijn, zo goed was Meadhbh.”

Hij staarde in aandachtige blauwe ogen van de Hollandse meiden.

“Jullie weten hoe het leven er hier vroeger uitzag?”

“Een beetje,” antwoordde Marianne, “maar vertel maar.”

Hij gaf haar een kort glimlachje voor hij verder ging.

“Het leven in die tijd werd geregeerd door de clans, families die hier de structuur van het bestaan vormden. Je had er behoorlijk wat hier: de Robertsons, Stewarts, de Menzies, MacGregors, de MacDonalds, de Camerons en de Macdougalls.” Hij werkte het rijtje af op een manier die ervaring deed vermoeden. Vervolgens wees hij met zijn ogen naar de bebaarde reus aan het tafeltje. “Kijk maar niet om, maar Seamus is een Macdougall.”

Ze knikten allebei.

“Rode Meadhbh werd een bedreiging voor hoe het leven hier in elkaar zat, voor de zorgvuldig tussen de clans gearrangeerde huwelijken bijvoorbeeld. Een bedreiging dus voor de rust en de orde van de Highlands van Rannoch Moor. Daarom besluiten de clanleiders om haar uit de weg te ruimen. Met pijn in het hart, want iedereen behoorde feitelijk tot haar klantenkring, ook de leiders.”

De barman pauzeerde even om een slokje te nemen. Dat deden Marianne en Sonja ook.

“In de nacht van de hoogste zon – 21 juni dus – hebben ze Meadhbh hier uit de King’s Lodge geplukt en haar opgedreven, de moors in.”

“Ze woonde hier?”

De barman keek hen aan. “Eh…Om precies te zijn in de kamer waar jullie vannacht slapen.”

Ze slikten allebei even, giechelend maar een vleugje onzeker.

“Meadhbh wist niet echt goed de weg in de Rannoch Moor; ze kwam immers niet van hier. En dus verdwaalde ze in het verraderlijke veen, precies volgens de bedoeling van de clanleiders. Die sloten alle vluchtwegen af en leidden haar zo naar de ondergang: zij wisten precies van welke paden niemand ooit terugkeerde.”

“Wow,” fluisterde Marianne.

“Het verhaal gaat dat Meadhbh uiteindelijk drie meter van hen af stond, voor alle clanleiders zichtbaar maar van hen gescheiden door het zompige veen waar ze langzaam in begon weg te zakken.”

De barman nam nog een slok en stak een sigaret op. De rookwolk blies omhoog tegen het donkerbruine plafond en drukte een aarzeling uit.

“Ga verder asjeblieft?” zei Marianne.

“Toen eh…heeft ze zich uitgekleed, voor de ogen van alle clanleiders. Ze rukte alle kleren van haar betoverend mooie lijf…en begon te masturberen…terwijl ze steeds verder wegzakte in het veen.”

De meisjes hielden nu hun adem in, maar spoorden hem met hun ogen aan om geen blad voor de mond te nemen. Dit was te spannend om details van te missen.

“Rode Meadhbh kwam schreeuwend klaar toen ze voor altijd wegzakte. Haar doodskreet was er een van schaamteloos orgasme, een orgasme van eeuwige wraak.”

Hun blikken werden opgewonden vragend.

“Wraak?”

De barman observeerde hen.

“Terwijl ze zich klaar vingerde heeft ze alle clanleiders toegeschreeuwd dat haar geest zou voortbestaan. Om wraak te nemen. Om de hele Rannoch Moors voor altijd te achtervolgen met wat zij haar aandeden.”

“En dat is gelukt?” vroeg Sonja.

De barman staarde nu naar beneden, alsof hij hen niet aan durfde kijken.

“Ik weet het niet. Ik kom niet van hier en geloof niet zo in dit soort verhalen.”

Ze knikten opgelucht.

“Maar…er zijn hier wel vreemde dingen gebeurd sindsdien.”

“Oh!?” riepen ze allebei uit, nog maar nauwelijks fluisterend. Ze hingen inmiddels aan zijn lippen.

“In elk dorp sterven er mensen jong. Dit leven is ruig en zwaar.”

Wederom knikten de meiden.

“Ook vrouwen sterven soms jong…”

Meer begrijpende knikjes.

“Maar… in elk dorp rondom de Rannoch Moors is bijna de helft van alle vrouwen die jong gestorven zijn…”

Hij aarzelde nu duidelijk en keek hen aan.

“…is bijna de helft gestorven op 21 juni…”

“Hè!?” Dat was zo’n beetje het enige dat ze uit konden brengen.

“Ik geloofde er ook niks van toen ik het hoorde,” ging hij verder, “maar een paar jaar geleden heeft een man uit Cambridge dat ontdekt. Een expert in Keltische cultuur, van de universiteit.”

“Jézus,” stamelde Marianne.

“Ik ben zelf daarna ook alle kerkhoven hier in de omtrek afgeweest. Wat die man vertelde, klopt, en je hoeft geen statisticus te zijn om te vermoeden dat dit nauwelijks toeval kan zijn.”

“Gadverdamme,” zei Marianne.

Er ging een kouwe rilling langs haar rug toen een huilende stormwind langs het hotel gierde. De barman bleef hen indringend aankijken.

“Enne…hoe zijn die vrouwen gestorven?” vroeg Sonja aarzelend.

Hij drukte zijn sigarettenpeuk uit terwijl hij de laatste rookwolk uitblies.

“Tot waanzin gedreven door seksuele opwinding, en vervolgens gestikt.”

“Gestikt!?”

Hij knikte.

“Veel families hielden natuurlijk geheim hoe soms zeer respectabele vrouwen aan hun einde waren gekomen. Of probeerden dat althans. Dus niet alles is bekend.”

Ze knikten begrijpend.

“Maar mensen hebben ogen, en ze praten, ook hier waar de mensen van nature zwijgzaam zijn.”

Zijn verhaal werd onderbroken door wat gemompel van Seamus. De barman begreep de hint, schonk hem nog een whisky in een liep toen terug naar de meiden.

“Waar waren we?”

“Zwijgzame Schotten die toch praten,” vulde Sonja in.

Hij grijnsde zijn witte tanden bloot. Marianne bestudeerde even zijn krachtige kaaklijn, en de donkere stoppels op zijn wang. Zijn mystieke blik droeg wel bij tot zijn aantrekkelijkheid, vond ze.

“De vrouwen leken te worden behekst, gaat het verhaal. Precies om middernacht, op 21 juni. Ik weet niet precies welke waarde je eraan moet hechten, maar veel mondelinge bronnen vertellen dat ze plotseling overvallen werden door een totale golf van seksuele opwinding. Mateloos, onbeheersbaar. Zelfs de meest zedige vrouwen renden soms naakt hun huis uit en besprongen de eerste beste man die ze op hun weg tegenkwamen.”

Ze voelden allebei hun hart in hun keel kloppen.

“Ze beweren dat die verstikking iets te maken heeft met hoe Meadhbh aan haar einde gekomen is. Men gelooft dat haar geest zich in vrouwen nestelt, en ze laat sterven zoals ook zij aan haar einde is gekomen. Gruwelijk maar onder een kreet van orgasme.”

De huivering trok nu door allebei heen, nog aangewakkerd door de opstekende storm die nu de luiken van de ramen deed klapperen.

“En dat gebeurt elk jaar?”

De barman knikte en staarde wat voor zich uit.

“Niet elk jaar. We hebben niet elk jaar op 21 juni jonge vrouwelijke gasten in de King’s Lodge.”

Marianne kon Sonja’s adem horen stokken.

“En in de andere dorpen dan?”

Hij trok zijn schouders een beetje op.

“Ook hier gelooft niet iedereen meer in de Keltische verhalen. Maar toch neemt men hier vaak het zekere voor het onzekere. De jonge vrouwen uit de streek weten hoe ze zich tegen de geest van Meadhbh moeten wapenen.”

De meiden keken elkaar wat angstig aan.

“Hoe dan?” vroeg Sonja ongerust.

De barman keek haar even diep in de ogen.

“Maken jullie je daar nu maar geen zorgen over. Er is nog niets gebeurd.”

“Hoe bedoel je?” viel Marianne haar vriendin bij. “Wij slapen in de nacht van 21 juni op de kamer van die Miev en dan moeten we ons geen zorgen maken!?”

“De kamer maakt niet uit,” antwoordde hij. “Niet echt, tenminste. Als Meadhbh toeslaat, kan ze dat overal.”

“Eh…dit lijkt me toch meer een geval van ‘wanneer’ dan van ‘als’,” antwoordde Sonja.

De barman knikte wat vaagjes. ‘Misschien, wie weet.”

Dat stelde niet echt gerust.

“Enne…hoe wapenen de vrouwen zich hier tegen die geest, dan?” ging Marianne verder.

Hij aarzelde weer even. “Het is een… niet zo alledaagse manier. Laat ik jullie niet ongerust maken.”

Achter hen mompelde Seamus tegen Flann en klopte hoorbaar hard op zijn enorme schoften. De barman keek op zijn horloge.

“Het stormt vannacht. Dat zal haar geest wel doen verwaaien.”

Dat klonk geruststellend, maar niet echt voldoende.

“Een verwaaide geest is minder krachtig, zeggen de mensen van de Highlands,” voegde hij eraan toe, hen allebei aankijkend. “Maar het is elf uur, sluitingstijd voor kroegen in het Verenigd Koninkrijk; zelfs hier.”

De meiden knikten aarzelend.

“Ga maar rustig slapen,” zei de barkeeper. “Ik wou dat ik dit allemaal niet verteld had. Het maakt toeristen alleen maar ongerust. Ga nou maar naar boven; ik houd wel een oogje in het zeil, oké?”

Het was hen niet helemaal duidelijk waar dat oogje uit zou bestaan, maar het stelde hen een beetje gerust. Ze dronken hun glazen leeg, wensten hem goedenacht en vertelden dat ze graag om zeven uur wilden ontbijten. Dat had ie al opgeschreven voor ze de trap naar boven opliepen. Toen ze uit het zicht verdwenen keek Seamus de barman even aan. Hij gaf Flann een ferme klop op zijn rug terwijl hij naar de kolossale wolfshond grijnsde.

* * *

“Son?”

Marianne keek haar vriendin even aan, en wees naar een schilderij aan de wand van hun slaapkamer. Het was bepaald geen kunstwerk, maar wat er geschilderd was, liet weinig twijfel.

“Zou die Seamus dít soms bedoeld hebben toen hij tegen je zei dat jij háár postuur hebt?”

De meiden keken naar een oliedoek van ongeveer tachtig bij een meter. Met een beeltenis die alleen van rode Meadhbh kon zijn. De vrouw met vuurrood haar had vlammende ogen, en een half opengevallen jurk toonde de contouren van zware borsten van een volslank en wulps geproportioneerd lichaam. Ze stond op blote voeten in het gras, uitdagend de kijker aanstarend, de wind door haar haren en kleren.

Sonja was oerhollands witblond, ze had zichzelf nog nooit wulps genoemd en ze kon nog niet half zo uitdagend kijken als deze zinnenprikkelende lichtekooi, maar verder zag ze er niet zo heel anders uit als Meadhbh.

“Gedver,” fluisterde ze. “Kom je dicht tegen me aanliggen vannacht?”

Marianne knipoogde geruststellend terwijl ze zich uitkleedde en zich in haar ponnetje hees. Ze schrokken even toen een windvlaag de luiken voor hun raam deed klapperen.

“Toch geloof ik dat de storm minder aan het worden is,” zei Marianne.

“Denk je?” Sonja’s blik werd alleen maar ongeruster. “Je wordt bedankt!”

“Sorry! Niet de bedoeling,” zei Marianne met een verontschuldigend lachje.

“Trut!”

Ze giechelden allebei toen ze naast elkaar in het grote bed doken en de dekens over zich trokken. Het liep tegen middernacht en het begon nu pas echt te schemeren.

“Geloof jij wat ie allemaal zei?” begon Sonja aarzelend.

“Het klonk wel eng allemaal, en toch best wel logisch.”

“Als je in geesten gelooft,” voegde Sonja eraan toe.

“Dat doet iedereen hier, volgens mij.”

“Wat hebben ze hier anders te doen dan? Dit gat is totaal verlaten, afgezien van een paar gekke toeristen. Dan ga je toch vanzelf dingen verzinnen?”

Marianne glimlachte aarzelend. “Misschien heb je wel gelijk.”

Hun woorden kregen niet veel tijd om weg te ebben. Blijkbaar waren ze ook allebei gespannen, want ze bleven plotseling stokstijf liggen.

“Hoorde jij dat ook?” fluisterde Marianne.

Sonja knikte langzaam, en bepaald niet op haar gemak. Het waaien van de wind was anders nu. Boven het fluitende geluid leek een vrouwenstem hoorbaar, neuriënd. Ze lagen doodstil in bed nu. De stem leek aan te zwellen. Langzaam maar steeds duidelijker klonk hij door de luwende wind. Als een dreigende sirenenzang.

“Son…?” Marianne greep haar vriendin angstig vast.

Klapperende luiken waren ze wel gewend. Maar toch deden deze hun gemoedsrust geen goed. Zeker niet toen nu plotseling het licht in hun kamer begon te flikkeren. Niemand had een schakelaar aangeraakt… en toch. Aan, uit, de grote lamp, de schemerlampjes… aan, uit, en toen flikkerend als bliksem. Ze wisselden een blik van een moment.

“Aaaaaaaaaaaaaaaah!”

Hun ijselijke gil kwam gelijktijdig, gevolgd door nog eentje toen de sirenenzang verder aanzwol.

“Aaaaaaaaaaaaaaaah!”

Gestommel op de trap. Zware voetstappen haastten zich naar boven. Een harde bons op de deur. Hij wachtte niet op een antwoord. Marianne zag de deur met verstarde ogen openzwaaien en de twee mannen binnenstormen. Weer flikkerde het elektrische licht.

“Ze is hier! Ze is er! Het is Meadhbh!” schreeuwde Seamus, met ogen die ineens niet meer beneveld waren.

De barman stormde naar het raam om te controleren of het goed dicht zat. De ijle zang werd nog luider, en dreigender; er leek een kreunen in de stem te komen. Snel draaide hij zijn hoofd.

“Voelen jullie al iets?” schreeuwde hij met ongeruste blik.

Sonja staarde hem aan terwijl ze zich aan Marianne vasthield.

“Ik sta stijf van de angst! Help ons asjeblieft!”

Seamus stond hen aan het voeteneinde aan te kijken.

“Dat bedoelt ie niet…”

Nu schoot het bargesprek door Marianne heen. Over de vrouwen die plotseling behekst leken door onhoudbare opwinding.

“Nee, nee, nog niks,” hijgde ze.

“Dan is het nog niet te laat,” riep de barman terwijl ook hij naar hun bed kwam.

“Je had ons nog niet verteld over dat wapen,” stamelde Sonja. Ze zag de beide mannen knikken.

“Er is maar één wapen tegen Meadhbh,” gromde Seamus nu. Zijn blik was onheilspellend.

Weer flikkerde het licht, weer werd de stem van buiten luider. De meiden keken hen smekend aan.

“Ik zei al dat het ongebruikelijk was…,” voegde de barman toe.

“Ja, ja. Maar…”

Marianne werd onderbroken door een ijselijk dreigende kreun van de stem van buiten.

“Vlug, vlug! Maakt me niet uit wat het is. Help ons!”

Seamus staarde de barman aan, die knikte.

“Je kunt de geest van rode Meadhbh alleen buiten houden met je eigen seksuele opwinding. De vrouwen hier weten dat het alleen kan door je over te geven aan seks. Mateloos, net als Meadhbh, maar vanuit je eigen drang.”

Ze staarden elkaar aan, hun blik een mengeling van angst, vertwijfeling en vragen. Er leek geen uitweg, en ze namen hun beslissing.

“Met jullie?” Ze wisten dat de vraag overbodig was.

“Het moet met een man,” vulde Seamus aan. “Meadhbhs geest is sterk, bijzonder sterk.”

Zijn woorden werden gevolgd door hernieuwd gekreun van de sirenenstem en meer geflikker van het licht.

“Snel, kleed je uit,” riep de barman. “Het moet naakt. Ze komt dichterbij!”

De mannen keken hen onheilspellend aan terwijl ze uit hun kleren schoten.

“Seamus, jij beschermt Sonja. Zij is het meest bedreigd.”

Sonja huiverde, en herinnerde zich de woorden van de rode reus: ‘je hebt haar postuur’. Haar ogen schoten naar het schilderij. Opnieuw flikkerenden lampen. Snel schoot ze uit haar nachtpon en slipje. Naast haar deed Marianne hetzelfde. Haar adem stokte toen Seamus zich naakt op Sonja vlijde. In haar ooghoek schoof de barman ook hun bed op.

“Ik weet dat het moeilijk is,” siste Seamus, “maar je kunt haar alleen buiten houden door je helemaal over te geven, ook al ben ik een vreemde.”

Sonja knikte gehaast, zijn grote, sterke lichaam in zich opnemend. Ze had zijn kop niet erg aantrekkelijk gevonden, maar zijn lijf kon er zeker wel mee door.

Weer geflikker, gevolgd door een scherpe tik op het raam.

“Aaaaaaaaaaah!”

“Snel, snel!” riep de barman. “Kus me, geef je over!”

Sonja zag Marianne gehoorzamen. Ze spreidde haar benen onder het pezige lijf van de barman en trok hem in haar armen om hem te zoenen. Ze kreunde zachtjes toen de barman haar poesje begon te stimuleren.

Boven haar staarden de vlammende ogen van de vuurrode Schotse reus haar aan.

“Jij moet nog meer je best doen,” fluisterde hij. “Je lijkt op Meadhbh; je hebt haar postuur. Ze zal jouw lichaam begeren.”

Alsof Sonja zich dat niet herinnerde. Met huivering schuurde ze zich tegen zijn sterke lijf aan. Zijn enorme handen grepen haar zware borsten nu hongerig. Nog een scherpe tik op het raam, opnieuw een schok door haar lichaam.

“Snel, lassie,” hijgde Seamus. Zijn hard gezwollen mannelijkheid drukte zich al tegen haar dijen.

Sonja knikte, kreunend en schurend en vechtend om haar angst te verdrijven met opwinding.

“Geef je over, lassie, nu!”

Een diepe kreun toen hij bij haar naar binnen stootte. Naast haar kronkelde Marianne gespannen onder het aandringen van de barman. Weer een tik op de ruit, versterkt door onheilspellend lampengeflikker.

“Arrgh,” kreunde Marianne toen de barman bij haar binnendrong.

“Goed, goed, nu geef je over, doe je best,” hijgde hij. “Je kunt het. Hou haar buiten!”

“Sluit je af!” gromde Seamus. “Denk niet aan ons. Concentreer je op je opwinding!”

De dwingende woorden van de mannen hielpen, even onverwacht als gaandeweg opwindend.

Sonja kermde. Haar beschermheer was nogal fors geschapen, maar zijn erotische handen kneedden haar tieten op de goede manier. Het voelde volslagen vreemd in deze angstaanjagende ambiance, maar de drang om de vloek van Meadhbh buiten zich te houden was intens, primair. En dus gaf ze zich over, op een manier waarvan ze nooit gedacht had dat ze dat kon. Ze sloot haar ogen, liet haar heupen draaien en kantelen, voelde zijn binnendringen soepeler worden terwijl ze natter werd. Zijn handen hielpen; haar tieten waren heel gevoelig.

“Heel goed, lassie,” hijgde Seamus boven haar. Hij voerde het tempo langzaam op.

Nog steeds klonk de sirenenzang, maar minder sterk nu, leek het bijna.

“We houden haar buiten!” hijgde de barman. “Kom op, je kunt het,” spoorde hij Marianne aan.

Die knikte, ook met gesloten ogen en beukte zich over zijn stotende pik heen. Naast elkaar liggend hoorden de meiden het hijgen en kreunen van de ander sterker worden. Ze gebruikten het om zichzelf verder over te geven, tussendoor voortdurend aangespoord door de hijgende en steeds harder kreunende mannen. Werd de stem van de geest van Rannoch Moor minder? Ze durfden het zich niet af te vragen. Ook met gesloten ogen konden ze het licht nog af en toe zien flikkeren. Hard geknijp, schroevende heupen, luider wordend gekerm. Het leek te werken!

“Kom klaar,” hijgde Seamus boven Sonja. “Elk orgasme is een dolkstoot in haar geest!”

Sonja schudde wild met haar hoofd en liet zijn diep neukende pik op haar inwerken. Venijnig knijpend met haar ogen probeerde ze zich af te sluiten van de buitenwereld, zich alleen maar te concentreren op zichzelf, op de stotende kracht van de kloppende pik die de vloek van Meadhbh op afstand hield. Het lukte steeds beter; haar laatste reserves verdwenen.

Weer geflikker, even weer het aanzwellende kreunen van de sirene in de storm.

“Laat je gaan!” gromde Seamus.

Sonja klemde haar handen om hem heen, trok hem dieper in zich, een onhoorbaar antwoord stamelend terwijl ze haar klitje tegen zijn schaambeen probeerde te schuren.

“Goed, lassie, goed,” gromde de reus.

Ook naast haar werd het kreunen luider. Een diepe kerm van Marianne deed haar eigen heupen kantelen, liet zijn pik dieper naar binnen, stuwde haar opwinding richting hoogtepunt.

“Sneller,” kreunde ze.

Seamus voldeed.

“Sneller, ah…”

De geluiden van buiten werden nu minder, of was dat omdat ze bijna klaar kwam? Nog steeds flikkerde het licht af en toe. Naast haar kreunde Marianne zich ook naar de eindstreep. Het tempo van Seamus nam nu hemelse vormen aan. Ze voelde haar nagels in zijn rug klauwen. Overgave nu, concentratie en overgave. Er klonken geen woorden meer. De stem van Meadhbh leek te vervagen. Het was geen afgesproken werk, maar ze bereikten ongeveer tegelijk de vurig gewenste eindstreep. Marianne en de barman als eersten, halverwege hun kreun gevolgd door Sonja en Seamus. Het was niet alleen een seksuele ontlading, maar voor de meiden ook de verwachting dat ze de vloek van Meadhbh van zich af hadden weten houden. In elk geval leek de sirenenstem verdwenen toen ze uit hun opwinding ontwaakten.

Sonja keek Seamus vragend aan, nog steeds wat weifelend. Ze leek iets meer gerustgesteld toen hij kalm knikte.

“Haar stem is weg,” fluisterde hij. “Ik denk niet dat ze nog terugkomt.”

“Jullie schild was te sterk,” voegde de barman toe.

“Aye,” stemde Seamus in.

“Dus, we zijn nu veilig?” vroeg Marianne met wat aarzeling.

“Ik denk het wel,” sprak de barman. “Ik hoor haar stem niet meer, en het geflikker is ook opgehouden, lijkt het.”

Seamus knikte opnieuw, en verhief zich langzaam van het bed. De mannen kleedden zich weer aan, wat zedig hun best doend om de naaktheid van de meiden niet te aanschouwen.

“Als jullie nog iets horen dan roep je maar weer,” sprak de barman geruststellend.

De meiden knikten en trokken de dekens over zich heen, nog steeds wat nahijgend van de opwinding.

* * *

“Dan wens ik jullie nog een goede reis vandaag.”

De barman staarde naar buiten, naar een heldere hemel die een zonnige dag voorspelde.

“Geen storm meer. Dat wordt een rustige wandeling naar Rannoch Station.”

De meiden knikten en glimlachten. Ze hadden hun rugzakken zojuist opgehesen en waren klaar voor vertrek: 11 mijl terug door de Rannoch Moor naar het treinstation dat hen terug naar Aberdeen zou brengen.

“En ook geen geesten meer,” voegde de barman eraan toe.

“Dat weet je zeker?” informeerden de meiden wat aarzelend.

De barman knikte vastberaden. “De geest van Meadhbh waart alleen tijdens de nacht van de hoogste zon.”

Ze knikten allebei, nog steeds niet helemaal gerust. Maar er zat weinig anders op dan de tocht maar te aanvaarden.

“Dan gaan we maar eens op weg,” zei Sonja. “Nogmaals… bedankt dan.”

De barman knikte bedeesd; het daglicht maakte het ongemakkelijker om over de gebeurtenissen van gisteravond te praten.

“Goede reis.”

De meiden zwaaiden en liepen het pad op in oostelijke richting. Voordat ze uit het zicht verdwenen zwaaiden ze nog een paar maal, totdat een heuveltje dat niet meer mogelijk maakte.

De barman draaide zich om en liep terug naar binnen. Aan de bar zat Seamus Macdougall, de reusachtige wolfshond trouw naast hem.

“Ik zal de luidspreker even uit de dakgoot halen,” zei hij tegen de barman.

“Ja, ik was even bang dat het zou gaan regenen vannacht. Dan hadden we heel andere kortsluiting gehad.”

Seamus grijnsde. “Ik was even bang dat de storm ons geestenstemmetje onhoorbaar zou maken.”

“Die storm was een uitkomst!”

“Aye,” grijnsde Seamus. “En die lichtschakeling deed het trouwens geweldig.”

“Even goed als jouw schilderkunst!”

In de King’s Lodge klonk een schaterend gebulder.

 

© PaulX 2004

Alle verhalen van: PaulX

Fijn verhaal 
+11

Reacties  

Dit is dus een superverhaal. Niet alleen fantastisch geschreven maar ook een geweldig origneel idee. Met de juiste vaart, de juiste couleur locale en de juiste humor. Helemaal mijn smaak. Thanks lad.
Dank voor de complimenteuze feedback op mijn verhaal! :)
Schrijvers worden al sinds jaar en dag geïnspireerd door de mystiek van het Schotse, dan wel Ierse landschap. Ditmaal neemt PaulX ons mee in een verhaal dat kabbelend begint, maar de spanning stijgt gaandeweg en eindigt in (meer dan) een climax. Briljant geschreven!
Klasse, dit ontstijgt het woord 'seksverhaal'.
Dank voor de complimenteuze feedback op mijn verhaal! :)