4849 woorden | Leestijd 25 minuten

Elke nacht is anders. Sommige nachten zijn donker en koud. Anderen zijn warm en helder, onder het licht van een volle maan. Maar er is één nacht op het jaar dat anders is dan andere nachten. Eén nacht waarop het bovennatuurlijke vrij spel heeft in de wereld van de sterfelijken. In moderne tijden denkt men dat dit Halloween is, van 31 oktober op 1 november. Maar dat is slechts een recent, commercieel feest. Vanouds kent men deze nacht namelijk als de Walpurgisnacht, de nacht van 30 april op 1 mei. De nacht der nachten, waarop toverkollen, brugtrollen en andere schepsels zouden ontwaken.

Walpurgisnacht, 1602, Antwerpen

Op de kasseiweg tussen Keulen en Antwerpen, dicht bij de stadspoort van deze laatste, konden de klakkende hoeven van een oude ezel worden gehoord. Het dier had juffrouw Goessen helemaal vanuit het Duitse Straatsburg naar hier gebracht. Elke nacht kon de ezel, net als zijn eigenares, uitrusten in één van de herbergen onderweg. Zij hadden niet veel geld, maar af en toe kon Juffrouw Goessen onderweg iets bijverdienen, om zo hun tocht verder te zetten. Zo had zij laatst een brief van een stadhouder naar een ambtenaar moeten brengen, waar ze een behoorlijk bedrag voor betaald kreeg. Andere dagen werkte zij in de herberg waar ze verbleef als dienster, of kookte ze één van de Straatsburgse specialiteiten voor de gasten. Maar even vaak warmde zij de slaapkamers van de waarden op. Zij had vaak hun kreunen gehoord en de ruiten zien aandampen in de kleine kamertjes. In ruil voor zulke onzedige diensten had zij meer dan eens een warm bed en stevig ontbijt gekregen.

Clara schaamde zich steeds toen ze eraan terugdacht. Ze had zichzelf laten nemen, meerdere malen en soms zelfs door meerdere mannen tegelijk, maar dat was als vrouw alleen vaak de enige manier gebleken om zo een verre reis te ondernemen. Er was zelfs één tollenaar geweest die haar niet door de stadspoorten van Keulen wou laten. Wat zij toen had toegestaan had ze eerst zelfs niet voor mogelijk gehouden. Hij had geen genoegen genomen met gewone seks, maar hij had haar wel genomen, in een bosje, in haar kontje.

Toen ze opkeek van haar droeve gedachten zag ze in het maanlicht een witte vlag met een grote, rode “X” erop: de banier van de Nederlanden onder Spaans bewind. In dezelfde stad had zich drie jaar voor Clara’s geboorte een drama afgespeeld waarbij muitende Spaanse troepen een bloedbad hadden veroorzaakt. De Noordelijke Nederlanden waren rond diezelfde tijd van Spanje losgescheurd, de Zuidelijke Nederlanden, waaronder Antwerpen, werden nog steeds met ijzeren vuist door de Spaanse vorst geregeerd.

“Parar! Halt!” Riep een onbekende stem vanonder de poort. Clara hield keurig halt met haar ezeltje.

“Qué estás haciendo aquí sola tan tarde en la noche?” riep de man die nu vanonder de poort uit stormde, terwijl hij een lange lans met glimmende ijzeren punt rond zwaaide. Hij had een geel-rode pofbroek aan, en een stalen cuirass ter bescherming van zijn borst.

Clara gebaarde kalm naar haar oor en maakte een verward gezicht. Zij sprak uiteraard Duits, en ook het daarop lijkende Nederlands en Vlaams was zij machtig. Spaans daarentegen had ze nooit geleerd, en ze verstond dus niets van wat de Spaanse poortwachter haar vroeg.

“Meneer vraagt wat een charmante jongedame zoals uzelf zo eenzaam op een nacht als deze buiten de stadspoorten doet” klonk een tweede stem.
Clara keek naar waar het geluid vandaan kwam en ze zag een beeldschone jongeman. Pikzwarte haren, strak geschoren, gespierd en bijna twee meter groot. Hij was volledig in het zwart gekleed met hier en daar wat rood, onder andere zijn kousen, knopen en de veer op zijn hoed. Om de één of andere reden kwam hij haar bekend voor.

“Zou u meneer dan kunnen vertellen dat ik lang heb gereisd om hier te geraken, en dat ik geen kennis heb van de Spaanse taal?” antwoordde Clara.
De mysterieuze vreemdeling keek naar de Spaanse soldaat, en zei op verrassend strenge toon: “Escuchad mi voz y se olvide que usted ha visto a esta mujer y me”.
Clara begreep er niets van, maar hoopte dat de man had gedaan wat zij vroeg. Net zo snel als de poortwachter zojuist vanuit de schaduwen was gestormd, haastte hij zich nu terug de schaduwen in. Toen hij helemaal verdwenen was keerde de jonge vrouw zich weer naar de vreemde man, die plots heel wat dichter stond dan daarnet. Clara schrok en gilde even, ze viel bijna van haar ezeltje.

“Excuseer mevrouw, ik wou u niet doen schrikken, mijn naam is Roelandt” sprak de man met een nu zeer kalme en geruststellende stem.
Clara moest even slikken, hoe was deze Roelandt opeens zo dicht gekomen zonder dat zij het had gehoord? Hadden het geluid van de soldaat en misschien van de wind haar misschien afgeleid?
“Ik ben Clara Goessen” antwoordde de vrouw “Juffrouw Clara Goessen, niet mevrouw” glimlachte ze.
Roelandt wisselde de glimlach voor een grijns van hem. Clara merkte dat geen enkel rimpeltje, geen enkel pigment op zijn huid zijn ouderdom kon verraden. In de 25, moest Clara gokken, maar het had evengoed een net volgroeide puber zonder pukkels of een goed verzorgde vijftiger kunnen zijn, ze had geen idee. Het geheel onder het maanlicht aan de stadspoort maakte de man alleen nog maar mysterieuzer. Waar was hij zelfs vandaan gekomen? Ze had hem niet gehoord of gezien toen ze naar de stad reed, en toch stond hij daar. Vreemd.

“Dan ga ik maar, ik zou graag nog een herberg vinden voor de ochtend,” maakte Clara duidelijk.
Roelandt zette een stap dichter naar haar. “U overweegt toch niet heus een vuile herberg als slaapplaats? Een goede kennis van mij woont hier, en ik ben zeker dat zij je een warm bed wilt bieden voor de nacht.”

En zo ging het tweetal, voordat Clara het goed en wel door had, op pad door de straten van Antwerpen naar het huisje van een goede kennis van Roelandt. Zij was onder de indruk van zijn welgemanierdheid: de meeste mannen konden hun ogen niet van Clara’s rosse haren, ronde boezem of wulpse dijen houden. Roelandt leek hier niet in geïnteresseerd. Misschien was dat hetgeen dat ervoor zorgde dat zij hem vertrouwde? Tot slot had hij haar al geholpen met de poortwachter, en als hij kwade bedoelingen had, had hij al lang zijn kans kunnen grijpen.

Roelandt en Clara stopten voor een smal, oud huisje. Zoals zoveel huizen in de stad leek het wel alsof het tussen twee andere huizen gepropt was in een verwoede poging om toch nog maar een huis binnen de stadsmuren te bouwen, hoewel daar eigenlijk al lang geen plaats meer voor was. Maar deze woning leek op één of andere manier toch het oudste, smalste en vuilste van allemaal te zijn. Zolang deze vriendin maar gastvrij was en inderdaad een bed op overschot had, was het voor Clara allemaal goed. Nadat de zwartharige vreemdeling drie maal op de deur had geklopt, hoorde de rosse dame voetstappen op de houten vloer in het huis. De deur kraakte open.

In de deuropening verscheen een mollige, oude vrouw. Haar haren waren even grijs als haar ogen, haar rug was gekromd en haar lichaam stond, in tegenstelling tot dat van Roelandt, vol met tekenen dat deze vrouw al heel wat lentes had gezien. Clara merkte op dat zij net zoals Roelandt volledig in het zwart gekleed ging. Het enige verschil was dat Roelandt hier en daar rode elementen in zijn kleding had en de oude vrouw niet. Uit het huis kwamen geuren die Clara niet kende, het leken kruiden te zijn alsof de vrouw juist aan het koken was. De ruimte achter de vrouw werd verlicht door een haardvuur. Dat was eigenaardig, dacht Clara, wie heeft nu potten op het vuur staan in het midden van de nacht?

Terwijl Roelandt met zijn imposante, licht dwingende maar uiterst mannelijke stem vroeg of Juffrouw Goessen de nacht mocht doorbrengen, nam de oudere vrouw de jongedame in zich op: donkergrijze jurk, brede heupen, dikke borsten en rosse haren. Ze knikte goedkeurend, waarop ze een stap opzij zette en aan Clara gebaarde dat zij mocht binnenkomen. De vreemde man nam haar hand en kuste deze bij wijze van afscheid. Zij voelde dat ze bloosde. Niet vaak had een man zich zo fatsoenlijk gedragen tegenover haar.

Een aantal minuten later stapte de twee vrouwen door een donker gangetje op de eerste verdieping van het huisje.

“U mag mij volgen naar uw kamer, mevrouw Goessen” sprak de oudere vrouw.

“Dank je vriendelijk, maar het is gewoon juffrouw, ik ben niet getrouwd,” antwoordde Clara.

“Werkelijk? Hoe kan zo een oogverblindende jongedame als uzelf nog geen man gevonden hebben?”

“Ik ben niet echt op zoek.”

“Dan moet je wel een heel tolerante vader hebben als hij dat toelaat,” ging de vrouw verder.

“Ik heb mijn vader nooit gekend. En mijn moeder heeft mij vanaf mijn vijftiende in de steek gelaten.” antwoordde Clara vlug.

Ze vond het onbeleefd van de vrouw om zo over persoonlijke zaken door te vragen. Maar aan de andere kant kon ze moeilijk het antwoord weigeren; zij was namelijk haar gastvrouw vannacht.

De vrouw opende een krakende deur, binnen stond een bed met een linnen matras gevuld met stro. Er stond ook een bezem in de hoek. Verder was de kamer leeg, alsof iemand alle meubels had weggehaald. De jonge vrouw stapte binnen. Een klein raampje liet een kleine hoeveelheid maanlicht binnen, dat juist op het bed viel, het geheel gaf de kamer een nogal spookachtige indruk. Clara had wel vreemdere kamertjes gezien, en had al vreemdere gastvrouwen en gastheren gehad. Zij was enorm dankbaar voor de gastvrijheid en bedankte haar gastvrouw.

Toen de oudere vrouw terug weg ging, en Clara alleen was, bestudeerde ze het bed. Ze kon zichzelf bedekken met een deken, zo zag ze. Toen ze zeker was dat niemand haar door het kleine raampje kon zien, nam ze de onderkant van haar lang kleed vast en trok het over haar hoofd heen, ook haar onderrok nam ze beet en trok ze uit. Met alleen haar lange, wollen onderbroek tot op haar knieën kroop ze in bed. Haar bijna naakte lichaam had ze zorgvuldig bedekt met de deken die ze eerder had gevonden. Het stro lag niet goed, maar het was beter dan de koude stenen vloer waar ze de nacht ervoor op had moeten slapen.

Clara werd wakker toen ze iets kouds en hard aan haar enkel voelde. Ze hoorde een klik, en daarna rammelend metaal… Er stond iemand aan het bed! Verschrikt wou ze als in een reflex rechtkomen maar een stekende pijn in haar polsen verhinderde dat, alsof een sterke man haar armen vasthield. Toen zag ze wat er was gebeurd; haar polsen en enkels waren geketend aan het bed, de deken was van haar lichaam getrokken en lag samen met haar kleren in een hoekje. Haar melkwitte borsten waren helemaal bloot en haar tepels hard van de kou. De oude vrouw stond bij haar voeteinde en gooide nonchalant de sleutelbos, waarmee ze juist de laatste keten had vastgemaakt, in een juten zak die op de grond stond.

Clara begon te gillen en te schreeuwen, wild trok ze met armen en benen in een vergeefse poging zichzelf los te maken. Wie was deze vrouw? Wat was ze van plan? Welke rol had Roelandt gespeeld? Plots was de charme van deze laatste verdwenen. De mooie, betoverende woordjes van de vreemdeling waren uitgewerkt. Clara was stom geweest en had de eerste knappe man die ze tegenkwam de stad in gevolgd en had precies gedaan wat hij wilde. Dat had ze al vaker gedaan, en meestal was het resultaat een beroving, verkrachting of een combinatie van beiden. Nu lag ze echter op een bed, vastgeketend, en dan nog wel door een oud vrouwtje. Wat was er gaande? Clara gilde, stampte en schreeuwde, maar het mocht allemaal niet baten. Zij was overgeleverd aan de genade van een oude vrouw dat zij nooit eerder had ontmoet. Ze kende zelfs haar naam niet eens.

Paniek gierde door Clara’s lichaam. Haar boezem bloot, haar onderbenen bloot. Ze voelde zich zo angstig en vernederd tegelijkertijd. Als in reflexen probeerde haar handen haar lichaam te bedekken, maar dat ging niet, haar handen zaten vastgeketend. De oude vrouw nam iets uit de juten zak die op de grond stond. Clara zag het glimmende staal, de twee vlijmscherpe mesjes die tegen elkaar gehouden werden door een schroef. De oude vrouw had een schaar vast, een grote, die schapenhoeders gebruikten om de wol van hun kuddes te knippen. Ze opende één van de bruine knopen van Clara’s onderbroek. Clara schrok en keek angstig. Wat was ze van plan met die schaar?! Zij opende de tweede knoop, en dan de laatste. Met een hand schoof het oude grijze vrouwtje de voorkant van de onderbroek naar beneden.
Clara gilde nogmaals: “Wat is dit, wie ben jij, waarom doe je dit?”
Maar ze luisterde niet.

De eerste rosse sprietjes schaamhaar werden nu volledig zichtbaar in het zilveren maanlicht. Clara kon er niets aan doen. De twee vrouwen keken ernaar, de jongste vol angst en ongeloof, de oudste met een begerige blik. De onderbroek schoof verder over Clara’s kittelaar. De grijze vrouw bracht haar vrije hand naar het schaamhaar, en trok er hard en pijnlijk aan. Clara hoorde, tussen haar gillen en tegenspartelen door, een knippend geluid. Zij was eerder beroofd geweest, Clara was eerder al brutaal verkracht geweest, in Keulen was zij zelfs al verkracht geweest in het verkeerde gaatje. Maar nog nooit had iemand haar zo vernederd door haar te ketenen en vervolgens een hele bos schaamhaar af te knippen. Nogmaals een knippend geluid. De rimpelige, bleke hand van de oude vrouw griste al de losse haren van Clara’s onderlichaam en liet deze in de juten zak vallen. Nogmaals knipte ze, ze snoeide de rosse bos schaamhaar helemaal af tot enkel de prikkelende stoppels overbleven. De jongedame met het bijna blote lichaam en de net kaalgeknipte poes voelde een traan over haar wang rollen. Dat had ze niet meer gedaan sinds haar vijftiende, toen haar moeder haar plots had verlaten, en haar aan haar lot had overgelaten.

De vrouw griste nu weer iets uit haar juten zak. Tot Clara’s verontwaardiging was de vernedering nog niet gedaan. Dit maal had de oude feeks een stuk houtskool vast, het soort waarmee kinderen tekeningen op de stoep maakten. Clara vroeg zich af wat voor iets de feeks hiermee zou gaan doen. Voordat ze weer kon schreeuwen sprong de oude vrouw op Clara’s buik. De lucht werd zo uit haar longen geperst. De jonge dame was het niet gewoon om mollige oude dames op zich te laten zitten, pijnscheuten, vernedering en angst hadden vrij spel. De vrouw legde het houtskool tussen de borsten van haar slachtoffer. In een snelle ruk trok zij haar eigen, pikzwarte kleed naar beneden. Haar enorme borsten werden nu zichtbaar en vielen al hangend naar beneden. Dat was niet verwonderlijk: ze waren namelijk wel twee keer zo groot als die van Clara, en zij had zeker geen kleintjes. De borsten van de vrouw waren ook niet meer strak en haar tepels waren zo groot dat het lelijk was. Ze nam het houtskool terug op en raakte Clara’s linkerborst aan. Ze begon te schrijven op de twee jonge borsten in het maanlicht. Neen, ze was aan het tekenen. Symbolen, heidens, dacht Clara. Dat moest wel. Ze was in het huis beland van een heks, dat kon niet anders. De heks sprak vreemde woorden uit. Geen Duits, Nederlands of Spaans. Clara was bang, deze heks was een of ander heidens ritueel aan het uitvoeren, en dat dan nog wel op haar mooie jonge borsten!

Alsof de vernedering en het lompe gewicht van de heks niet genoeg waren, voelde Clara plots een stekende pijn in haar tepels, en toen een brandende pijn in de rest van haar borsten. De symbolen op haar borsten gaven plots licht, steeds meer en meer, tot er meer licht van haar borsten kwam dan uit het kleine raampje waardoor maanlicht naar binnen viel. Haar borsten verlichtten de hele kamer! Hoe was zoiets mogelijk? Toverij! Dat moest wel! Dat kon niet anders.

Plots voelde het rosse slachtoffer iets nats op haar tepel. Ze dacht dat de heks een druppel warm water op haar borst had laten vallen. Maar er was geen water, de heks had niets anders gedaan dan geschreven en getoverd. Toen Clara terug naar haar borsten keek zag zij een witte druppel op haar tepel liggen. Wat was dat? De heks griste een glazen flesje uit de juten zak en ving de druppel op. Dan nam ze de tepel vast en kneep er ongelooflijk hard in. Clara gilde terwijl het brandende gevoel tien keer erger werd, ze gilde nog harder van zowel pijn als ongeloof toen ze zag hoe haar tepel het glazen flesje van de heks begon vol te spuiten met de witte vloeistof… haar moedermelk? De heks sloot het flesje met een kurken stop en nam een tweede, lege fles. Ze nam de tweede tepel vast.
“Nee! Alstublieft niet doen!”
Maar de heks kneep weer zo hard ze kon. Weer gilde Clara het uit van de pijn. Weer een straal moedermelk spoot uit haar tepel een glazen flesje vol. Voldaan en nog steeds zonder een enkel woord te zeggen verliet de heks de kamer.

Clara lag een hele tijd te huilen op het bed. Vastgeketend. Haar borsten waren pijnlijk en voelden leeg, zij waren besmeurd met houtskool. Haar kruis was ontdaan van de bos rosse schaamhaar, en de pijnlijk prikkende stoppeltjes staken nog net onder de half afgetrokken onderbroek uit.

In de kamer ernaast was de heks druk bezig. Ze sprak enkele toverformules uit terwijl ze de rosse schaamhaartjes in een koperen ketel strooide. Het goedje dat zich er al in bevond en goed aan de kook was begon te sissen. Na een tijdje kleurde de vloeistof helderwit, waarop zij er de twee flesjes moedermelk bij goot. Enkele minuten later kleurde de stof felrood, waarop de heks de ketel van het vuur haalde. De drank was eindelijk klaar, nu moest het enkel nog afkoelen en het was klaar voor gebruik. De ingrediënten waren niet gemakkelijk te vinden geweest: vijfentwintig staartvinnen van een schol, zeven verpulverde bladeren van de Rode Zonnehoed (een plant die uitsluitend groeide in De Franse kolonies aan de andere kant van de oceaan), de assen van een verbrande olifantenpenis, de klitoris van een das, één teelbal van een blonde man, één teelbal van een bruinharige man, één teelbal van een zwartharige man en nu de moedermelk van een ongehuwde vrouw en roskleurige schaamharen. Het geheel moest worden gemixt en gekookt in een brei van geitensperma. Maar nu was het brouwsel eindelijk klaar, alleen nog wachten tot het koud genoeg was om te gebruiken. Haar zwartharige meester zou tevreden zijn.

Clara lag snikkend haar situatie te beoordelen. Het leek wel radeloos. De zwartgeklede man had haar naar deze heks gebracht, en de enige mannen die heksen bezochten waren duivels. Was de zwarte vreemdeling dan een duivel geweest? Was Clara de prooi geworden van een demoon? Ze wist niets meer zeker, ze wist niet meer wat zij moest doen. Dan zonk haar bewustzijn langzaam weg. Haar gedachten vertroebelden en haar ogen rolden weg en zij zag niets meer, want alles werd zwart.

Clara bevond zich nu op een dorre grasvlakte, met in de verte maar één herkenningspunt: een dorre Lindenboom. Ze was niet meer geketend en droeg een hels rood kleed. Het was niet het kleed dat zij eerder aan had, dit was een kleed dat alleen hoeren zouden durven dragen. Het korset benadrukte haar smalle taille en duwde haar omvangrijke borsten vooruit, mooi in het zicht zoals koeien op de veemarkt. Haar kleed bedekte de bovenkant ervan niet eens. Het kwam zelfs tot boven haar knieën, zodat ook haar onderbenen bloot waren. Zij voelde dat ze onder het kleed en korset volledig naakt was. Geen onderrok, geen lange onderbroek, niets. Ze voelde zich naakt maar ook gelukzalig tegelijk, alsof ze in de hemel was. Was ze gestorven op dat bed bij die heks? Wat was er gebeurd?

“Goedemorgen Prinses” klonk een bekende, autoritaire stem.
De gelukzaligheid sloeg weer om naar paniek. Clara draaide zich om en zag de zwart met rood geklede vreemdeling, een knappe man. Ze probeerde weg te rennen, maar struikelde over haar eigen voeten en belandde met haar kont in het gras. Toen ze achterwaarts probeerde weg te kruipen, weg van die duivel, merkte ze te laat dat ze haar benen gespreid had, en dat de vreemde Roelandt alles onder haar kleed had kunnen zien. Snel sloot ze haar benen weer, ze kon geen kant op.

“Kom kom, je hebt geen reden om zo bang te zijn. Ik begrijp dat wat er gebeurd is je heeft laten schrikken, maar ik heb je hierheen gebracht om je een voorstel te doen,” vervolgde hij rustig, alsof hij vaker jonge vrouwen ontvoerde.
“Laat me gaan, demon!” riep Clara dapper.
De man hief een wenkbrauw op maar leek verder niet onder de indruk.“Laat ik beginnen met u te corrigeren. Ik ben helemaal geen demon.”
Even voelde Clara zich gerustgesteld. Had ze heel de affaire met die vrouw misschien gedroomd?
“Ik ben Prins Sitri. Prins van Hanurit, de 60ste diepte van Hel, aanvoerder van zestig demonische legioenen. Ik ben Prins van de naaktheid, lust, erotiek en liefde.”

Clara’s geruststelling smolt weg als sneeuw voor de zon.
“Veel van mijn demonen neuken sterfelijke vrouwen of mannen,” ging hij verder. “Zij krijgen dan vaak bovennatuurlijke krachten en zij worden vervolgens heksen genoemd. Reynhilde, die zo vriendelijk was u een bed te lenen, was zo een heks.”
Clara werd bleek van angst maar ook rood van schaamte tegelijk. Wat gebeurde er toch deze nacht?
“Ikzelf daarentegen voelde me niet aangesproken om een sterfelijke vrouw tot mij te nemen. Tot ik u ontmoette.”

“Aan de stadspoort.” fluisterde Clara angstig.
“In Keulen.” verbeterde de man haar.
Clara was ondersteboven van dat antwoord. Keulen? Hoezo Keulen? Ze was nog maar één keer in Keulen geweest, en daar had ze de tollenaar… Toen begreep Clara het. De tollenaar die haar in Keulen bruut in haar kont had geneukt was even knap en gespierd geweest. Had een even autoritaire stem, had haar alles kunnen laten doen. De Prins van de Hel had haar al eens genomen. En hard, pijnlijk.

Toen Roelandt… Sitri, zag dat ze het begreep, grijnsde hij breed. Clara bracht snel haar hand als in een reflex tegen haar billen en kneep haar aarsopening stevig dicht. Die nacht had haar veel pijn gedaan.
“Het spijt me van je kontje, maar ik mocht je niet in je kut nemen voordat ik zeker was dat ik jou zou kiezen als prinses. Je lichaam kon mij toen nog niet aan. Ik wil van jou mijn prinses maken, samen zullen wij alle lusten van de wereld kunnen bevredigen. Ik kan je vannacht het eeuwige leven geven. Een eeuwig leven als godin van de seks. Maar daarvoor is één laatste ritueel nodig.”

Na die laatste woorden verbrandden Sitri’s kleren spontaan en stond hij als bij toverslag volledig naakt voor Clara. Gespierd, en stijf. Zijn penis was nog groter dan Clara zich herinnerde uit Keulen, en het hellebeest leek aanstalten te maken voor een neukpartij met haar. Hij nam een koperen ketel en zette deze naast het rosse meisje dat nog steeds op haar rug op de grond lag. Het goedje stonk verschrikkelijk naar sperma, maar had een felrode kleur, enkele lichtroze dampen stegen er uit op en roken zo verleidelijk dat ze Clara even lieten vergeten wat ze hier ook weer deed.

“Het enige wat jij moet doen, is dit helemaal opdrinken. Alleen dan kan je lichaam mij ten volle aan. Dan moet je je poesje laten nemen door mij, en dan ben jij een onsterfelijke seksgodin. Net zoals ik een seksgod ben. Wat denk je?” vroeg Sitri opnieuw met een dominantie in zijn stem.

De roze dampen maakten Clara geil. Niet pubermeisje geil. Niet alleenstaande vrouw geil. Maar goddelijk geil, haar poesje lekte sappen als een kabbelend bergriviertje en haar tepels werden zo stijf dat het bijna leek alsof er dobbelstenen in haar kleed zaten. Ze kon niet meer weerstaan aan de verleiding. Ze overwoog het.

Ze dronk het. Ze dronk het helemaal leeg. Heel de ketel tot op de bodem goot zij gretig in haar keel. Een vuur van passie ontvlamde in haar onderlichaam. Als reactie hierop brandde op haar beurt ook haar kleren helemaal weg. Het vuur deed geen pijn, maar maakte haar comfortabel warm. Haar ogen glommen in het licht van dit helse vuur.

Nu zag ze hoe stijf haar tepels wel niet waren, hoe haar sappen rijkelijk vloeiden, hoe Sitri langzaam naar haar toe kwam en hoe zijn penis stijf naar voor stond en er even rijkelijk voorvocht uit gutste. Ze opende haar benen verwelkomend, ze voelde zichzelf kwijlen van geilheid en dacht aan niets anders meer dan het gespierde beest voor haar dat zich tussen haar benen liet zakken. Eerst likte hij haar kittelaar, die stond even hard als haar tepels. Zij kreunde. Toen likte hij heel haar spleet en dronk hij de kutsappen van juffrouw Goessen helemaal op. Zij was al eens gebeft geweest, maar niemand kwam zelfs maar in de buurt van deze seksgod. Ze giechelde en ze kreunde tegelijk, het resultaat klonk alsof zij een krankzinnige was.

Even later kwam de Prins recht, hij kwam verder naar boven en zette zijn eikel tegen de mond van Clara. Clara likte en voor ze het wist werd ze door Sitri in haar mond genomen. En dan dieper. De demonische penis gleed in haar keel, dankzij het magische drankje kon zij deze geweldige seks aan, dus kreeg zij geen kokhalsreflex. De penis gleed steeds dieper, helemaal tot in haar slokdarm voelde ze de eikel heen en weer schuiven. De pik werd groter en stijver tot geen enkele sterfelijke lul er meer aan kon tippen. Na een tijdje nam de prins zijn lul terug uit haar mond, en zij zag dat Sitri getransformeerd was. Zijn mannelijke, gespierde looks en stevige neukpaal waren er nog, maar hij was hariger geworden, en zijn huid was nu roodgloeiend. Maar ook zijn ogen, die nu op Clara’s doordrenkte neukgrot gericht waren.

De eerste stoot kwam ondanks al het vocht nog steeds hard binnen. Clara schreeuwde van genot en klauwde met haar handen in de beestige borstkas van haar Prins. Haar vagina werd zo ver uitgetrokken dat ze zeker was dat zij zonder het toverdrankje van Reynhilde in twee was gespleten. Maar het ging steeds harder: de prins ging sneller en dieper. Zijn lul groeide verder en zijn wilde stoten zouden zonder twijfel het bekken van Clara gebroken hebben als zij de drank niet had gedronken. Clara Goessen was dan wel in Hanurit, de 60ste verdieping van de Hel, maar ze voelde zich als in de hemel. Ze werd dan ook tot de hemel geneukt door letterlijk een seksgod. Al was het nu eerder een seksbeest.

Clara voelde haar baarmoederhals openen toen de dikke, duivelse pik in haar baarmoeder gestoten werd. Het beest boven haar begon onophoudelijk te grommen en te brullen van genot. Elke goddelijke stoot voelde als een sterfelijk orgasme. Maar toen was het tijd voor de echte, goddelijke climax.

Clara en Sitri zweetten beiden zo hard dat hun huid en hun haren doorweekt waren, alsof zij juist waren gaan zwemmen. Clara gilde, gilde zo luid dat ze buiten adem kwam en dan maar ging piepen van genot. Haar klauwen boorden zich steeds harder in het borsthaar en de huid van haar neukende prins. Sitri bulderde een grote grom, als van een bronstige leeuw. Kokend heet zaad spoot uit de pik in Clara’s baarmoeder. De spieren van beiden trokken samen, zo hard dat bij sterfelijken de pezen van de botten getrokken zouden worden. Maar Sitri was niet sterfelijk. En Clara was ook niet meer sterfelijk. Beiden waren nu prins en prinses, seksgod en seksgodin. Een luid zuigend geluid klonk in haar oren toen Sitri zijn paal uit haar kut nam. Vervolgens hoorde ze haar vagina nog soppen van het vocht.

“Vanaf deze nacht zal je niet meer verouderen. Ook heb je magische krachten, zoals alle heksen. Maar jij bent niet zomaar een heks. Bestudeer mijn magie een jaar lang, Reynhilde zal je hierbij helpen. Op de volgende nacht van Walpurgis zullen we het laatste ritueel voltrekken zodat je krachten volledig volgroeid zullen zijn. Dan is de troon naast mij in de hel van jou.”
Na deze woorden van de duivel Sitri keerde Clara terug naar de aardse wereld.

Zij voelde zich terug sterk, had haar grijze jurk, onderbroek en onderrok terug aan. Ze was wakker geworden van het zonlicht dat door het kleine raampje in haar ogen scheen. Wat een vreemde, geile droom, dacht Clara. Maar toen ze in haar wollen onderbroek keek, zag ze tot haar grote verbazing dat er in plaats van haar volle bos ros schaamhaar slechts enkele rosse stoppelhaartjes stonden…

 

Alle werken van: James

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Apart verhaal. Goed wel. Wat ik minder vind, is dat het hele verhaal eigenlijk vanuit Clara wordt verteld, maar dan ineens zit er een stukje in (nl. de alinea die begint met 'In de kamer ernaast was de heks druk bezig.') dat blijkbaar vanuit de heks wordt geschreven. Immers, Clara kan niet weten welke ingrediënten er in dat brouwsel zitten. Tot dat punt vind ik het boeiend. Het laatste deel is naar mijn smaak een tikje te overdreven, het lijkt bijna met teveel haast geschreven. Had van mij wat meer ingehouden gemogen.