4479 woorden | Leestijd 23 minuten

Ik ben geboren en opgegroeid in een redelijk kleine plaats. Eigenlijk was het gewoon een dorp. Er waren weinig straten en vlak buiten de bebouwde kom begon als het platteland. De dichtstbijzijnde stad was vijfentwintig kilometer weg en zodra ik naar de middelbare school moest, betekende dat dus een busreis van een uur heen en terug elke dag.

Maar er is geen leuker gebied om op te groeien dan een dorp. Dat meen ik serieus. Niet alleen is het klein en zijn de mensen vriendelijk, de omgeving betekent dat je als kind altijd een speelterrein hebt om ''u'' tegen te zeggen. Vooral in de zomervakanties waren mijn vriendjes en ik hele dagen buiten en speelden in de weiden en rond de graanvelden. Naarmate we ouder werden verkenden we meer en meer van de omgeving en fietsten heel wat af. We vonden kleine stukken bos tussen de boerderijen, hielpen boeren met allerlei klussen, leerden van die mensen veel over het leven op het land en over de natuur. Het was een prachtige jeugd.

En op één van die zomerse dagen fietsten we een weggetje op, waar we nog niet eerder geweest waren. Ik denk dat we een jaar of tien waren op dat moment. Het was zomer en warm. Het weggetje leidde tussen wuivende graanvelden door naar een stukje bos. In dat bos vonden we een vennetje en ons speelterrein was prompt uitgebreid. Achter het bos ging de weg verder en tot onze verbazing liep het dood op een hek, waarachter een oude boerderij stond.

Het was er doodstil. Niets bewoog op het erf of in de stallen. Het was duidelijk dat dit huis al enkele jaren leegstond en misschien wel enkele decennia. Overal woekerde onkruid en de roest zat dik op de scharnieren en grendels op het hek. Het rieten dak van de boerderij was groen uitgeslagen en enkele ramen waren kapot. Hier en daar zwaaide een deur loom in de zomerbries heen en weer. Gebiologeerd stonden we voor het hek, maar om een of andere reden wilde niemand het hek opendoen of eroverheen klimmen. Instinctief voelden we een vreemde sfeer rond de gebouwen hangen, als een soort statische lading, die je haren overeind deed staan en je een onaangenaam gevoel in je maag gaf.

De stilte was overweldigend. Zelfs geen vogel liet zich horen. Drie jongetjes van tien jaar stonden met grote ogen dit vreemde gebouw te bekijken. Boven de deur prijkte een gevelsteen, zwaar verweerd, maar met moeite leesbaar. A.D. 1798 stond erop. Deze boerderij stond er dus al bijna tweehonderd jaar.

Toen het gevoel te overweldigend werd, draaiden we onze fietsen om en reden langzaam het weggetje weer af, af en toe omkijkend naar die stille gebouwen, bevroren in de tijd. Vreemd genoeg voelde ik ondanks de dreigende atmosfeer die er had lijken te hangen toen we voor het hek stonden, toch een vage drang om terug te keren naar het hek en misschien erdoor te gaan en die vreemde boerderij te verkennen. Maar mijn onbehagen was groter dan die vage drang en al snel verdween die vreemde hofstee achter een bocht in de weg en reden we weer in de richting van ons pas ontdekte bos.

Die avond thuis vroeg ik aan mijn vader of hij iets wist over die vreemde boerderij, maar hij zei, dat hij niet eens wist dat daar een boerderij stond. Dit was niet zo vreemd. Mijn vader kwam oorspronkelijk uit een stad en was geen mens om in het weekend de omgeving te verkennen. Zijn wereld was het huis, de tuin, het dorp en de stad waarin hij was geboren en nu nog steeds werkte. Mijn moeder kwam uit ons dorp en zij vertelde me, dat de boerderij die daar stond, al vele jaren leegstond. Vroeger had er een rijk boerengeslacht gewoond, maar de laatste telg daarvan was al vele jaren geleden gestorven en niemand had de boerderij willen kopen. Hij was een beetje in vergetelheid geraakt, ook door zijn afgelegen ligging. De akkers en weiden die erbij hoorden waren verkocht en nu was het wachten op de tijd, die de gebouwen zou laten instorten.

Het fascineerde me, maar slechts voor korte tijd. Ik was tien, ik had de aandachtsboog van een demente mug en al een paar dagen later was ik het bestaan van de vreemde boerderij helemaal vergeten, hoewel ik vanaf die tijd wel af en toe vreemde en spannende dromen had over een oud gebouw, waarin ik een meisje ontmoette, een mooi meisje, dat me kuste en me zei dat ze van me hield. De vreemde drang die ik gevoeld had bij het wegrijden van de boerderij hield een paar dagen aan, maar ook die vervaagde. Vreemd genoeg, als bij afspraak, reden we nooit meer dat weggetje helemaal af. Het stukje bos werd ons vaste zwemplekje, maar niemand stelde ooit voor om nog eens bij de boerderij te gaan kijken. Het was alsof we er nooit geweest waren, of hij niet bestond.

Zo vergleden de jaren. We groeiden op, gingen onze eigen weg en mijn weg leidde me naar de middelbare school in de stad. Ik kreeg nieuwe vriendjes en vriendinnen, een leuke groep mensen en ik leerde over het leven. Mijn favoriete vak was geschiedenis en ik had een leraar, die dat aanmoedigde. Hij kon boeiend en fascinerend vertellen over Oude Germanen, Romeinen, Middeleeuwers, alsof hij er zelf bij was geweest. Hij was idolaat van zijn vak en werkte aan een geschiedenis van de streek waarin wij woonden. Hij vlocht lokale en regionale sagen en legenden in zijn lessen en de uren in zijn klas gingen me veel te vlug voorbij. Het werd mijn gewoonte om na school nog even langs te gaan en te luisteren naar zijn verhalen. Hij vertelde graag en ik was de eerste die delen van zijn boek mocht lezen.

Op een middag, ik was inmiddels zestien jaar, vertelde ik hem, plotseling, van de oude boerderij. Ik had in geen jaren aan die boerderij gedacht, maar die middag schoot hij ineens weer in mijn hoofd en een onweerstaanbare drang maakte, dat ik hem vroeg of hij iets meer erover wist. Hij vroeg me nauwkeurig de locatie te beschrijven en vreemd genoeg stond het beeld dat ik op mijn tiende had gezien, net zo helder voort mijn ogen alsof ik naar een dia op de wand zat te kijken. Zijn ogen stonden ver en nadenkend toen ik uitgesproken was en zijn hand bladerde gedachteloos door zijn aantekeningen. Toen verhelderde zijn gezicht.

“De oude hoeve van Oenema,” zei hij, “Dat moet hem zijn. Ik heb erover gelezen.”

Hij keerde zich naar me toe.

“Het geslacht Oenema was de rijkste familie in de omgeving,” zei hij, “Ze bezaten grote stukken land, delen van de bossen en pachtrechten van molens, visvijvers en wat al niet meer. Eeuwenlang woonden ze op hetzelfde deel van het land, waar ze steeds een nieuwe boerderij bouwden. De laatste in 1798.”

Hij fronste.

“Het geslacht is nu uitgestorven,” zei hij peinzend, “Ik meen dat de laatste Oenema in 1943 is overleden en dat was onder verdachte omstandigheden.”

Zijn blauwe ogen keken me aan.

“Ik zal nog eens in mijn archieven kijken,” zei hij, toen hij mijn ademloze aandacht zag, “Maar waarom ben je zo nieuwsgierig naar die ene boerderij?”

Ik had geen flauw idee. Het was alsof een kracht van buiten me aanspoorde om alles over het oude landbouwbedrijf te weten te komen.

In de bus op weg naar huis zat ik naar buiten te staren. Met een schok herkende ik plotseling het begin van de weg die naar de boerderij leidde en in een opwelling drukte ik op de stop-knop, zodat ik bij de volgende halte kon uitstappen. Het was zomer, dus nog volop licht en lekker weer. De bus vertrok met een pluim dieselrook en ik stond alleen langs de kant van de weg, al half en half mijn ingeving betreurend. Maar de volgende bus kwam pas over een half uur, dus ik begon langzaam in de richting van het weggetje te lopen. Tussen de graanvelden door slingerde het zich in de richting van ons zwembos en ik liep in gedachten en herinneringen verzonken langzaam door.

De koelte van het bos verkwikte me en met een vreemd gevoel volgde ik het pad en stapte weer het zonlicht in. Het graan langs de weg stond hoog en tot aan de laatste bocht zag ik niets van de boerderij. Ik liep de bocht door en stond even later weer voor het hek, waar ik jarenlang niet geweest was.

De boerderij was veranderd. Het hek stond nu open en het leek alsof er reparaties aan de gebouwen waren uitgevoerd. Het onkruid was weg en het rieten dak was schoongemaakt. De ramen waren hersteld en de deuren geverfd. Ik had niet gehoord in het dorp, dat de boerderij weer bewoond was en geloof me, in ons dorp wist men alles over alles in de omgeving. Toch was ik niet verbaasd. Het leek alsof iets in me half sliep, waardoor mijn argwaan, mijn nieuwsgierigheid en mijn vermogen tot nadenken waren uitgeschakeld. Ik vond het heel normaal dat de boerderij weer bewoond leek en bewonderde de fraaie bouwstijl.

Uit de stal klonk gerammel van metalen emmers en af en toe het zachte loeien van een koe. Ik zag geen auto of tractor op het erf. Ik had dorst en besloot te gaan vragen of ik een glaasje water kon drinken voordat ik weer terug zou lopen naar de bushalte. Voorzichtig stapte ik het erf op en liep in de richting van het woonhuis, toen de zijdeur van de stal openging en er een meisje naar buiten stapte met twee volle emmers in haar handen. Vreemd genoeg leek ze helemaal niet te schrikken toen ze plotseling een vreemde op het erf vond.

Ze was een echte boerenmeid: Rond gezichtje, blond, blauwe ogen. Ze droeg een soort klederdracht: een blauwe jurk met daarover een schort, geborduurd met bloemen. Het lijfje van de jurk was aan de bovenkant open en eronder droeg ze een wit frontje, ook geborduurd. Haar blonde haren hingen in twee dikke vlechten langs haar gezicht. De jurk sloot redelijk strak om haar lichaam en liet zien dat ze een leuk figuur had. Haar benen waren gestoken in zwarte kousen en ze droeg, heel toepasselijk, een paar gele klompen. Ik vond haar mooi en ze was ook lief.

“Hallo,” zei ze, “Kan ik je helpen?”

Ze sprak het dialect van de streek, maar het klonk anders dan ik gewend was. De intonatie was iets anders. Alsof ze lang in een andere streek had gewoond en nu een soort van accent had.

“Ik wilde vragen of ik een glaasje water kon krijgen,” zei ik en ze lachte.

“Natuurlijk, geen probleem. Of heb je liever een beker verse melk?”

Ze zette haar emmers neer, die tot de rand gevuld waren met verse melk en plotseling wilde ik niets liever dan een glas van dat witte koeiensap. Ze zag me blijkbaar kijken, want uit de zak van haar schort haalde ze een beker en vulde hem uit de ene emmer.

“Alsjeblieft,” zei ze en de geur uit de beker overweldigde me bijna. De melk smaakte heerlijk en ik voelde mijn krachten weer terugkeren.

“We krijgen niet veel bezoek hier,” zei het meisje. Ik zag nu dat ze ongeveer mijn leeftijd was.

“Ben je verdwaald?”

“Nee,” zei ik, “Ik wilde de boerderij nog eens bekijken. Ik ben hier jaren geleden eens geweest en toen stond hij leeg.”

“Ja, wij wonen hier pas drie jaar,” zei ze, “Het is de boerderij van onze familie. Eeuwenlang hebben wij hier gewoond.”

Ze keek rond en toen weer naar mij.

“Ik ben Maaike,” zei ze, “Maaike Oenema.”

“Ik ben Peter,” zei ik en ze knikte, alsof ik haar iets vertelde wat ze al wist.

“Ik ga even de melk wegzetten,” zei ze, “Loop je even mee? Je lust vast nog wel een beker en een stuk zelfgebakken kruidkoek erbij.”

Galant pakte ik een emmer op en ze lachte. Haar tanden waren sterk en wit en haar ogen sprankelden. Ze liep met de andere emmer voor me uit en opende een zijdeur in het woonhuis. Daarachter was een koele ruimte en daar zette ze haar emmer neer. Ik zette de mijne ernaast. Ik was zo dichtbij haar dat ik haar kon ruiken. Ze rook fris, met een vleugje landgeur. Maaike opende een andere deur en we stonden in een boerenkeuken. Veel koperen bakvormen, een groot houtfornuis.. Het was alsof je jaren terug in de tijd stapte. Op tafel lag zelfs een boerenbont kleed en het servies was eveneens boerenbont.

“Ga zitten,” zei ze en uit een grote kast haalde ze een grote kan met verse melk en een groot bord met daarop een kruidkoek. Ze schonk twee bekers vol en sneed een punt uit de koek. Hij rook heerlijk en smaakte net zo lekker. Nog steeds had ik dat vreemde gevoel in mijn hoofd, dat me belette om allerlei vragen aan haar te stellen. Het was alsof dat deel van mijn hersens sliep. Ik accepteerde alles wat ik om me heen zag, alles wat ze zei, zonder kritiek, zonder na te denken.

Samen zaten we aan tafel en dronken melk. Maaike zat naar me te kijken. Ik moest ook wel uit de toon vallen met mijn moderne kleren in deze ouderwetse keuken.

“Zou je de boerderij willen bekijken?” vroeg ze, toen de melk op was. Ik knikte en ze stond op.

“Kom,” zei ze, “Mijn ouders zijn weg en de knechten zijn op het land bezig.”

Ze leidde me rond over het erf. Overal was er het gevoel van anachronisme. Nergens zag ik ook maar iets wat op modern comfort leek. Er stonden geen tractoren, ik zag geen kranen, geen stopcontacten. Maar het was er schoon en opgeruimd, dat wel. De schuren zagen er goed onderhouden uit en al het hout zat goed in de verf. Als laatste nam ze me mee naar de stal. Hier stonden een stuk of tien koeien op een rij, tevreden te kauwen op gras dat in een lange voertrog voor hen hing.

“Dit is mijn taak,” zei Maaike, “Ik zorg voor de koeien.”

Ik merkte, dat ik haar wel hoorde, maar dat mijn ogen alleen maar naar haar konden staren. Ik vond haar mooi, ik voelde me vreemd blij bij haar. Haar blonde haren staken af tegen haar gebruinde huid van haar nek, haar blauwe ogen glommen de hele tijd en in het halfduister van de stal was ze betoverend.

“Ik wou dat ik een koe was,” zei ik en ze lachte en draaide zich naar me toe.

“Ik zou heel goed voor je zorgen, Peter,” zei ze en plots stond ze vlak voor me, “Heel goed.”

Haar lippen vonden de mijne en ik werd voor het eerst gekust door een meisje. Ze kuste lang, diep en heerlijk. Ik voelde mijn knieën een beetje slap worden, maar een ander deel van mijn lichaam deed precies het tegenovergestelde en werd op slag keihard.

“Kom mee,” zei Maaike zacht, toen ze me losliet. Ze greep mijn hand en trok me mee naar een ladder, achterin de stal. Geroutineerd klom ze naar boven en ik volgde haar. Boven vond ik haar, liggend op een deken in een enorme berg hooi. Ze had haar vlechten losgemaakt en haar haren lagen nu rond haar hoofd. Ze hadden dezelfde kleur als het hooi, zag ik. Langzaam liep ik naar haar toe en ze opende haar armen.

“Kom,” fluisterde ze en ik liet me naast haar zakken en liet me door haar armen omhelzen. Weer gleden onze monden over elkaar en ik hoorde haar ademhaling versnellen toen onze tongen elkaar onhandig begonnen te strelen. Ik vergat alle besef van tijd. Er bestond alleen nog maar die drang om deze mooie meid te kussen.

Ik voelde haar handen over me heen glijden. Ze streelde mijn rug, terwijl haar mond mijn mond gek maakte van lust. Mijn pik was harder dan hij ooit geweest was en dat voelde ze, want haar heupen bewogen en ze duwde zich tegen me aan. Zonder iets te zeggen liet ze me los en duwde me een eindje van haar af. Ik voelde even teleurstelling totdat ik haar handen naar haar jurk zag gaan. Handig maakte ze de knopen van haar lijfje los en liet het omlaag glijden over haar borsten. Ze droeg er niets onder en haar blanke tienerborsten staken stevig vooruit, haar tepels donkerrood en stijf. Er was geen enkele aarzeling bij haar te bespeuren toen ze haar schort losmaakte en haar jurk zonder meer over haar benen omlaag duwde. Ze droeg ook geen slip en haar blanke huid contrasteerde met de donkere kousen om haar benen.

“Doe je kleren uit,” zei ze zacht en ik heb me nog nooit zo snel uitgekleed. Haar ogen bleven op me gefixeerd en toen mijn onderbroek omlaaggleed, likte ze haar lippen af.

“Hmmm,” zei ze, “Wat een mooie. Kom gauw bij me.”

Onhandig ging ik naast haar liggen, maar ze trok me onmiddellijk op haar lichaam. Ik voelde haar zachte borsten tegen me aan en haar blauwe ogen boorden zich in mijn ogen, terwijl haar benen zich om mijn heupen vouwden. Mijn gezwollen eikel gleed langs en door haar schaamhaar en voor het eerst voelde ik een kut tegen mijn pik aan.

“Ik wil je,” fluisterde Maaike in mijn oor, “Ik wil je al zo lang en nu heb ik je. Kom in me.”

Ze bewoog haar heupen en ik voelde een warme vochtigheid tegen de top van mijn eikel. Haar heupen duwden omhoog en ik glipte die warmte in. Het was hemels. Mijn instinct nam over en ik duwde mijn heupen omlaag, waardoor ik dieper en dieper in haar verdween. Maaike kreunde zacht in haar keel en haar mond beet zich vast in mijn schouder.

“Ooooh,” koerde ze en haar onderlichaam schokte, waardoor haar natte poes langs mijn pik gleed en ik een jeukend gevoel kreeg. Automatisch begon ik mijn bekken op en neer te stoten en voelde mijn pik in en uit haar glijden en het jeukende gevoel heftiger worden. Maaike jammerde en kreunde onder me, haar benen knelden om mijn benen, ze sloeg haar hoofd heen en weer. Het was mijn eerste keer dus het kon niet lang duren. Na een paar stoten voelde ik de spanning te groot worden en ik wist dat ik ging klaarkomen. Ik wilde haar waarschuwen, toen ze een gesmoorde gil gaf, haar nagels in mijn rug zette en jammerend en schokkend een orgasme kreeg. Dit gaf mij het laatste zetje en ik kwam kreunend diep in haar klaar.

Erna lagen we samen loom op de deken, kussend, vrijend. Mijn handen verkenden haar mollige lichaam en ze sloot genietend haar ogen. Ik voelde ook haar handen en mijn pik werd al snel weer hard. Ik was pas zestien, tenslotte. Ze vond mijn erectie en kreunde van plezier.

“Ga liggen,” fluisterde ze en zodra ik lag, begon haar mond over mijn lichaam te glijden. Likkend en kussend over mijn borst en buik. Ze wist wat ze wilde en zodra ze mijn stijve bereikte, opende ze haar mond en liet hem naar binnen glijden. Zacht kreunend sabbelde ze op de eikel, likte langs de stam en bezorgde me een heerlijk gevoel. Langzaam en genietend liet ze haar mond op en neer glijden en ik kon alleen maar machteloos achterover liggen en zweven op het gevoel. Even liet ze me uit haar mond glippen.

“Lekker?” vroeg ze zacht giechelend en ik hijgde ''ja'', waarop ze me weer opslokte en met haar ogen dicht verder pijpte, tot mijn pik harder en harder werd en ik met een zachte kreet mijn sperma in haar mond voelde lopen. Ze slikte alles zonder aarzelen in en kreunde van genoegen. Voordat ik de kans had bij te komen draaide ze zich om en zwaaide haar been over me heen. Haar poesje kwam naar mijn gezicht en vulde mijn blikveld.

“Nu jij,” fluisterde ze en haar mooie rode sneetje kwam nog dichterbij en instinctief wist ik wat ik moest doen. Ik stak mijn tong uit en likte langs de gezwollen rode lipjes. Ik zag kippenvel over haar dijen vliegen en een diepe kreun kwam uit haar keel. Ze smaakte heerlijk en ik likte langzaam en lang en genoot van elke lik. Net als Maaike, als ik de geluiden in haar keel en trillingen in haar benen mocht geloven. Trillingen die steeds sterker werden totdat ze verkrampte en met een gil klaarkwam.

Het was heerlijk en toen we ons eindelijk weer aankleedden was ik tot over mijn oren verliefd. Ik wist dat ik de liefde van mijn leven gevonden had.

Bij het hek kuste ik haar en vertelde haar, dat ik van haar hield. Opnieuw glommen haar ogen.

“Ik hou ook van jou, lieve Peter,” zei ze en kuste me, “Kom gauw terug.”

Ik liep terug over de weg naar de bushalte. Mijn horloge stond vreemd genoeg stil, maar toen ik bij de halte kwam, hoefde ik maar 5 minuten te wachten op de bus. Mijn eerste blik was op de klok in de bus. Het was precies een half uur later dan toen ik was uitgestapt. Dat kon niet. Ik moest minstens twee uur bij Maaike geweest zijn. Of misschien leek het wel twee uur.

Dromerig reed ik naar huis en de volgende middag fietste ik na school weer naar de boerderij. Maaike stond bij het hek, alsof ze wist dat ik zou komen. Deze keer bedreven we de liefde in haar kamer op haar bed. En dat werd het patroon van onze relatie. We kwamen samen, praatten nauwelijks en bedreven vervolgens een paar maal de liefde. Een tijdlang was ik in de zevende hemel, tot die dag...

Die dag op school toen mijn geschiedenisleraar me bij zich riep.

“Ik heb onderzoek gedaan naar de Oenema's,” zei hij, “Het geslacht is echt uitgestorven. De laatste Oenema... Lees maar.”

Hij gaf me een dun schriftje en ik opende het. Het vertelde over het geslacht, met stamboom en al, maar het laatste verhaal ging over de laatste Oenema. Het was kort.

In de jaren 30 van de 20e eeuw ging het slecht met de familie. De Depressie raakte hen hard en ze verloren meer en meer van hun welvaart. Uiteindelijk moesten ze hun land verkopen, maar zelfs dat hield hen niet boven water. Jacob Oenema, de laatste mannelijke loot van het geslacht, had de schande niet aangekund en had zich in 1939 opgehangen aan een balk in de schuur. Zijn vrouw, Sjaantje Oenema, was korte tijd later van verdriet gestorven. Ze lieten 1 kind na, een dochtertje met de naam Maaike.

In 1940 was de Bezetting gekomen en dat had alles versneld. Maaike, die bij de dood van haar ouders een jaar of 15 was geweest, had met hulp uit het dorp en door haar eigen wilskracht, kans gezien zichzelf in leven te houden, maar door de oorlog veranderde dat. Mensen kregen het zelf krapper, de bezetters roofden haar graan en zelfs haar vee. Mensen uit het dorp konden haar niet meer helpen door hun eigen tekorten en op een dag was Maaike verdwenen. Mensen dachten dat ze was vertrokken naar familie in een ander deel van het land, maar toen in de Hongerwinter de boerderij werd doorzocht naar voedsel, deed men een gruwelijke ontdekking. Aan een balk op de hooizolder hing het lichaam van Maaike, verdroogd, verteerd. De boerderij was daarna verlaten en verlaten gebleven.

Ik las dit alles en mijn hart ging als een razende tekeer. Hoe ik de rest van de dag ben doorgekomen weet ik niet, maar die middag liep ik weer over het weggetje naar de boerderij. Zodra ik de laatste bocht omkwam, wist ik genoeg. Voor me lag de boerderij zoals ik die jaren eerder gezien had: Vervallen, oud, op het randje van ruïne. Het hek verroest, de daken van de bijgebouwen kapot, het rieten dak van het grote huis overwoekerd.

Hoe lang ik daar heb staan staren, weet ik niet, maar het is een lange tijd geweest. Mijn hoofd tolde door de vragen en gedachten. Maar er was niemand die me kon antwoorden en toen er een zachte miezerregen begon te vallen draaide ik me om en liep zonder om te kijken weg. Het graan langs de weg ruiste en even dacht ik een zachte meisjesstem in dat ruisen te horen: “Vaarwel Peter” . Maar ik moet me dat verbeeld hebben.

Dit alles is jaren geleden. Ik ben zodra ik kon vertrokken uit het dorp en ben ver weg gaan wonen, weg van die boerderij en de herinneringen aan mijn liefde voor Maaike. Maar de boerderij is nooit uit mijn gedachten geweest. Eén keer ben ik op het dorpskerkhof geweest en heb daar het graf van Maaike Oenema bezocht. Een eenvoudige witte steen met een klein zwart-wit fotootje achter glas, verschoten, amper nog te zien, maar voor mij herkenbaar genoeg. Getrouwd ben ik nooit, ik ben van Maaike blijven houden. Ik droom vaak van haar en soms word ik wakker met tranen op mijn wangen en een enorm gevoel van leegte van binnen, omdat ze niet naast me ligt. Maar in mijn dromen ben ik gelukkig. In mijn dromen zijn we samen op de boerderij. Ze heeft me verteld over haar leven en over haar tijd op de boerderij. Ze heeft me verteld dat ze me gezien heeft, die eerste keer dat ik de boerderij zag, en vanaf die dag van me gehouden heeft.

En nu, na al die jaren, is er een kracht die me steeds meer en meer lijkt aan te trekken. Meer en meer betrap ik mezelf erop, dat ik terug wil naar de boerderij. Ik weet niet, hoe lang ik weerstand zal kunnen bieden aan die lokroep, maar ik weet, dat als ik eraan toegeef, ik gelukkig zal worden. Maar ik weet ook, dat het een dramatisch verworven geluk zal zijn.

Lezer, als u mijn verhaal leest, betekent dat dat ik heb toegegeven aan de drang. Ik weet niet wat mij wacht, maar als u dit leest, zal ik het wel weten. Ik laat mijn verhaal achter, zodat mensen zullen begrijpen wat mij heeft bezield. Wellicht zal het verhaal nooit gelezen worden, maar ooit zal men mijn geschiedenis kennen.

Peter


Het bovenstaande verhaal vond ik tussen de papieren van mijn neef Peter. Mijn neef Peter, die enkele jaren geleden verdween. Onlangs is in zijn oude dorp begonnen met de sloop van de oude boerderij van Oenema. In de schuur, op de hooizolder, vonden de slopers tot hun afgrijzen het hangende lichaam van een man. Hij moet daar jaren gehangen hebben, maar vreemd genoeg was er nauwelijks verval opgetreden aan zijn lichaam. Het was Peter. Het aller vreemdste van het geval was, dat hij op zijn gezicht een trek van volmaakte vrede en geluk had. Alsof hij in de dood het volmaakte geluk gevonden had. En na het lezen van zijn relaas denk ik te begrijpen, waarom.

Alle werken van: anton_bi

Fijn verhaal 
+15

Reacties  

Eens met alle voorgaande reacties.
Als eerste verhaal op deze site besloot ik bij de sprookjes te gaan kijken.
Ik was heel aangenaam verrast.
De sfeer, de opbouw, het verhaal als een verhaal en niet enkel de seks. Jouw verhaal heeft me overtuigd: dit is een site waar ik zelf voor wil schrijven.

Een heel mooie eerste keer, in meer dan één opzicht...
Net zo prachtig en ontroerend als 'De Clown'. Wat schrijf jij toch machtig mooie verhalen!
Wat een fantastisch verhaal!!!
In een woord schitterend
Ik kan me alleen maar aansluiten bij de anderen; fantastisch verhaal.
Een van de pareltjes van anton_bi. Wat lees ik jouw verhalen toch graag.
Fantasierijk, erotisch, romantisch, nergens plat, en o zo spannend. Topverhaal!!
Zo kunnen erotische verhalen dus ook geschreven worden. Wat een prachtig verhaal!
Eén woord: mooi!