Vrouwtje van Stavoren

Informatie
Geschreven door lajero
Geplaatst op 21 juli 2020
Hoofdcategorie Historisch | Fantasy | Sprookjes
Aantal reacties: geen
4136 woorden | Leestijd 21 minuten

Het Friese stadje Stavoren, dat nu vergeten en stilletjes lijkt te sluimeren aan de rand van het IJsselmeer, was vroeger een wijd en zijd bekende en springlevende handelsstad. De kooplieden die er woonden, deden druk zaken met mensen in binnen- en buitenland en daarmee verdienden ze zoveel geld, dat ze schat- en schatrijk werden. Zó verschrikkelijk rijk waren de voorname heren van Stavoren, dat ze gewoon niet wisten wat ze met al hun geld moesten doen. Van gekkigheid lieten ze hun huisdeuren met gouden platen beslaan en hun tuinen afzetten met blinkend zilveren hekken.

Rijkdom maakt mensen vaak hooghartig. Dat is jammer maar waar. Heel wat van de rijke kooplieden in Stavoren dachten dat ze door hun geld mijlen ver boven hun omgeving verheven waren en ze gedroegen zich vaak onuitstaanbaar.

Het allerbontst op dat gebied maakte het een zeer welgestelde koopmansweduwe, die het door haar grote mond en haar manier van doen zo'n beetje voor het zeggen had in het Stavoren van die dagen. De weduwe was fabelachtig rijk. Ze woonde in een paleis van een huis met gouden vloeren, zilveren wanden en plafonds, die waren bezet met fonkelende edelstenen. Ze bezat meer schepen dan alle kooplieden van Stavoren samen, en daar die schepen af- en aanvoeren op alle wereldzeeën, werd ze met de dag rijker. Hoe rijk ze precies was, wist niemand. Zij zelf waarschijnlijk evenmin. Men zegt dat haar geldbezit gewoon te groot was om het te tellen.

Omdat ze zo onnoemelijk rijk was, bogen de mensen op straat eerbiedig voor haar, waardoor de weduwe zich oppermachtig begon te voelen. Ze verbeeldde zich dat iedereen haar mindere was en voor haar in het stof moest kruipen. Dit liet ze niet alleen merken door zich heel hooghartig tegen al haar dorpsgenoten te gedragen maar vooral ook door aan haar personeel de meest bizarre eisen te stellen. Haar personeel bestond uit mannen en werd geselecteerd op uiterlijk. Ze wenste zich alleen te omringen met de knapste en meest gespierde mannen. In haar enorme woning diende al haar personeel naakt rond te lopen en elke dag koos ze een aantal van hen uit die voor haar persoonlijke gerief dienden te zorgen. Deze mannen mochten zich alleen met een erectie in haar buurt vertonen als bewijs dat de Vrouwe van Stavoren niet alleen de rijkste maar ook de meest opwindende vrouw van de Nederlanden was. Ze deed net of ze niet zag dat de mannen voortdurend aan hun geslachtsdelen trokken om die in de juiste stand te houden. In het land sprak iedereen over de bijzondere gedragingen van de vrouw. Menig bezoeker van de Vrouwe vertelde graag aan zijn vrienden hoe ze zich tijdens gesprekken vergreep aan de geslachtsdelen van haar bedienden en middenin een gesprek plotseling op kon staan om haar rokken op te tillen en haar benen voor hen te spreiden.

Ik zei het al: de Vrouwe van Stavoren was hooghartig en ongenaakbaar. Maar ze was nóg iets: ontevreden! Je zou toch zeggen dat iemand met zo'n onschatbaar groot bezit en zoveel mannen om zich heen niets meer te wensen kon hebben. Je vergist je. De Vrouwe van Stavoren had letterlijk alles wat haar hart begeerde en toch vond ze dat ze nog lang niet genoeg bezat. In haar hoogmoed verlangde ze niet meer en niet minder dan het kostbaarste, het mooiste en het meest waardevolle dat er maar op de hele wijde wereld te vinden was. Wat dat allerkostbaarste op aarde dan wel was, wist ze natuurlijk niet, maar ze maakte zichzelf wijs dat ze pas echt rustig zou kunnen slapen als het haar eigendom was.

Op een dag ontbood ze haar oudste en meest vertrouwde scheepskapitein bij zich en zei tegen hem: "Schipper, u vaart op het grootste schip van mijn vloot. Dat schip zal ik helemaal laten volstouwen met goudstaven."
De kapitein keek haar verrast aan. "En waar stuurt u me met zo'n kostbare lading naar toe, Vrouwe?" vroeg hij.
De Vrouwe van Stavoren glimlachte geheimzinnig. "Waarheen ge maar wilt, schipper," antwoordde ze. "Het kan me niet schelen welke koers u kiest. Als u maar terugkeert met het meest begerenswaardige dat er op de hele aarde te vinden is. Met datgene, wat niemand... helemaal niemand behalve ik, zijn eigendom kan noemen. Ik laat het helemaal aan u over, schipper. Vaar uit met uw schip vol goud en keer terug met iets dat mij rijker maakt dan koningen en keizers."
De oude kapitein aarzelde. "Vrouwe, zou u zo'n moeilijke opdracht niet beter kunnen geven aan iemand die jonger en vindingrijker is dan ik?" zei hij.
Maar de Vrouwe van Stavoren luisterde niet naar hem. Ze tikte driftig op het met goud en zilver ingelegde tafelblad voor haar en beet de kapitein toe: "Waarom ben je nog niet op weg, man? Je hebt geen jaren de tijd. Begeef je onmiddellijk aan boord en doe wat ik je gevraagd heb. Ik verwacht je zo spoedig mogelijk weer in Stavoren met de kostbaarste lading, die je waar ook ter wereld kunt vinden."
De kapitein boog zijn hoofd en verliet het vertrek.
"Ik zal ervoor zorgen, Vrouwe," mompelde hij bij de deur.

Zijn schip bevoer alle wereldzeeën en deed de ene haven na de andere aan. Overal liet hij alle kooplieden uit de wijde omtrek bij zich komen met hun waren en hij bekeek ze aandachtig. De prachtigste dingen werden voor hem uitgestald: vuistdikke diamanten, sieraden van verblindend platina, zeldzaam bont, glanzende zijden stoffen, kroonjuwelen, verrukkelijke tapijten en nog veel, veel meer. Het ene was nog kostbaarder dan het andere en de oude kapitein keek zijn ogen uit. Maar een keus durfde hij niet te maken. Zijn opdracht luidde: het allermooiste en allerkostbaarste ter wereld te vinden en naar Stavoren te brengen. Hij zag kleuren, die hij nog nooit gezien had, fonkelingen die hem bijna verblindden, weefsels van de glanzendste garens. Maar hij zag niets dat zijn opdrachtgeefster naar zijn mening helemaal tevreden zou stellen. Hij reisde naar Zweden, Duitsland, Rusland, naar Egypte, Turkije en China. En van maand tot maand werd hij grijzer door het piekeren. Wat moest hij de Vrouwe van Stavoren brengen in ruil voor haar scheepslading goudbaren?

Hij keerde terug naar Europa en bracht voor de tweede maal op de reis een bezoek aan de beroemde handelsstad Danzig. Op Danzig was zijn laatste hoop gevestigd. Als hij dáár niet vond wat hij zocht, zou hij onverrichterzake terugkeren naar Stavoren en de Vrouwe vragen een ander te sturen. Dagenlang zwierf hij van het ene handelshuis naar het andere en liet de duurste dingen voor zich uitstallen. Er waren kostbaarheden te over, die zijn stoutste verwachtingen overtroffen en die hun gewicht in puur goud royaal waard waren. Maar hij ging steeds weer hoofdschuddend heen, omdat hij net niet vond wat alles overtrof.

Moe van het lange zoeken zocht de man een gelegenheid waar hij wat kon eten en rusten. De vrouw die hem zijn eten en een grote pul bier bracht bleef om de schipper heen hangen in de hoop wat van zijn goudstukken te kunnen krijgen in ruil voor haar andere diensten. De schipper vroeg haar of zij niet wist wat het grootste goed in de wereld was. De vrouw antwoordde dat het grootste goed het lichaam van een vrouw was, de handen, mond en vagina van de vrouw konden hem de rijkste man van de wereld laten voelen. En, zei de vrouw veelbetekenend tegen de schipper, als hij er wat extra goudstukken voor over had kon hij zelfs toekijken hoe zij een andere vrouw zou beminnen. Want kijken naar twee vrouwen die elkaar beminden was voor een man toch wel het allergrootste goed. De kapitein keek de vrouw minutenlang in diep gepeins verzonken aan. De vrouw keek hem twijfelachtig aan, zat hij in gedachten zijn goudstukken te tellen of was hij een spion van de koning en werd ze zo opgepakt? Maar de kapitein dacht aan de uren die hij zelf bij zijn vrouw doorbracht en welk gevoel dat hem gaf. Als zijn spieren zich spanden en zijn zaad zich plantte in de schoot van zijn vrouw, voelde hij zich toch ook de rijkste man van de wereld? En de Vrouwe van Stavoren kon er geen genoeg van krijgen. Deze vrouw had gelijk!

"Ja," riep tegen iedereen die het horen wilde. "Elke vrouw bezit het kostbaarste wat er op de wereld te vinden is. Zoek voor mij de mooiste vrouwen van het land in ruil voor de duizenden goudbaren die er in mijn ruimen liggen."
Zingend en lachend zeilde hij terug naar zijn vaderland. Hij stond trots op de voorplecht van zijn schip toen het de haven van Stavoren binnenliep. Vlak voor het schip werd aangelegd gaf hij de vrouwen opdracht zich allen uit te kleden om het hele dorp te laten zien met welke prachtige rijkdom hij was teruggekomen. De kade was zwart van de mensen, die waren uitgelopen om het langverwachte schip van de Vrouwe welkom te heten. En midden tussen de juichende menigte stond zijzelf - kaarsrecht - in een japon van het prachtigst glanzende brokaat. Zij was de enige, die niet enthousiast zwaaide naar de grijze schipper op de voorplecht, omdat ze zoiets beneden de waardigheid vond van de machtigste en rijkste vrouw van het rijke Stavoren.

De kapitein lachte tevreden en gaf zijn mannen de laatste bevelen om het schip veilig binnen te loodsen. Hij voelde zich zeker van zijn zaak. De Vrouwe zou hem ongetwijfeld prijzen om zijn wijsheid en zijn goede keus. Het geroezemoes op de kade verstomde alsof een hogere macht de menigte het zwijgen had opgelegd.
In de stilte klonk luid en helder de stem van de Vrouwe: "Wat heb je voor me meegebracht, schipper?"
De kapitein boog eerbiedig. Hij besefte dat zijn oude stem niet ver genoeg reikte om zijn juichkreet naar de kade te dragen en hij wachtte geduldig tot het schip langs de wal schoof.
"Nou? Wat heb je voor me meegebracht, schipper?" klonk het weer.
De kapitein schraapte zijn keel en schreeuwde het triomfantelijk uit. "Vrouwen, Vrouwe! De allermooiste vrouwen van de hele wereld."
De stilte op de kade was overweldigend. De mannen keken reikhalzend naar de meest unieke lading die ooit de haven was binnengevaren. Hun vrouwen maakten afkeurende geluiden en trokken aan de armen van de mannen als wilden zij aangeven dat ze er niet aan moesten denken ook maar iets in hun hoofd te halen.
"Wat zeg je, schipper?" schalde de stem van de Vrouwe over de kade. "Heb ik het goed verstaan? Vrouwen?"
Een zwarte kraai vloog over haar hoofd in de richting van het schip en het gekras, dat de vogel uitstootte, klonk als een schampere lach.

"Ja Vrouwe, vrouwen. Beeldschone, prachtige vrouwen zoals er nergens in ons wijde Friesland te vinden zijn. Een scheepslading van de allerbeste en mooiste vrouwen ter wereld."
Even nog bleef het stil onder de menigte op de kade. Toen steeg er gemompel op van de kade. De mannen keken reikhalzend naar de naakte vrouwen die over de loopplank de kade opliepen. Hun vrouwen maakten verontwaardigde geluiden en trokken hun mannen mee aan de arm, weg van die vrouwen, weg van die goddeloze Vrouwe die het waagde een scheepslading vol naakte vrouwen binnen te halen.
"Heeft u nog plek voor een kamerjongen, Vrouwe?" riep een kwajongen. "Ik wil graag voor u komen werken, ik doe het voor niets!"

De Vrouwe keek vol belangstelling naar de reacties uit de menigte. Ze zag de wellust bij de mannen en de jaloezie bij hun echtgenotes. Toen begreep ze dat deze lading haar meer macht zou bezorgen. Elke man zou nu in haar buurt willen zijn om te kunnen kijken naar deze prachtige vrouwen.
Ze klopte de kapitein op de schouder "Dat heeft u goed gedaan heer, ik zal u belonen naar waarde."
"Dank u Vrouwe, een wijze vrouw vertelde mij dat het grootste goed het lichaam van de vrouw is. Deze vrouwen zullen uw rijkdom en roem in de Nederlanden groter maken dan deze ooit geweest is."

Direct vanaf dat moment werd de hofhouding van de Vrouwe uitgebreid met een scheepslading van de mooiste en meest wellustige vrouwen die er waren te vinden. Binnen enkele uren werden er bezoeken aangekondigd van handelaren en vorsten die met de Vrouwe wilden spreken. Iedereen wilde zien of het gerucht waar was dat De Vrouwe van Stavoren niet alleen meer omringd was met naakte mannen, maar dat ze nu ook de mooiste vrouwen der aarde zich in haar huis bevonden. Als een vorstin selecteerde de Vrouwe alleen die bezoekers die haar goed genoeg schenen of haar meer rijkdom konden bezorgen dan ze al had. Trots als een pauw liep ze door haar woning terwijl haar bezoekers staarden naar de deinende borsten en naakte heupen van de vrouwen die werden ingezet als bediening, poetsvrouw of kokkin.

Nog diezelfde dag echter vertoonden zich de eerste scheurtjes in de trots en almachtigheid van de Vrouwe. Bij het diner viel haar op dat de mannen in haar hofhouding opgewondener waren dan ooit tevoren. Waar ze voorheen nog zag dat de mannen hard aan hun geslachtsdelen trokken om die in de staat te krijgen waarin de Vrouwe ze wilde zien, leken ze daar nu zonder moeite mee rond te lopen. Ook gebeurde het diverse keren dat het minutenlang duurde voor er werd gereageerd op haar ongeduldige bellen en er vervolgens een man met glimmend gezwollen geslacht uit een hoek kwam gestruikeld, binnen enkele tellen gevolgd door een van haar naakte vrouwelijke bedienden. Toen ze net als voorheen tijdens het diner haar rokken optilde en benen spreidde om door een grote naakte bediende te worden bereden, zag ze hem kijken en knipogen naar een van de naakte vrouwen die in de hoek van de kamer naar hem stond te lonken.

De druppel die haar tot blinde woede bracht was naar verluid het plotseling verdwijnen van een aantal van haar gasten die ze na wat speurwerk aantrof in de linnenkamer, omringd door haar nieuwe vrouwelijke scheepslading. Woedend stuurde ze haar gasten met de broek op de knieën de deur uit. Dat de gasten haar grote sommen goud boden om een deel van haar lading over te nemen deed haar alleen maar meer koken van woede. Hoe durfde men de aandacht van haar personeel boven haar geweldige aanwezigheid te prefereren?

Trillend van woede liet ze de kapitein halen. Ze droeg hem op de vrouwen terug te brengen naar zijn schip. Door een klein raam boven de poort van haar woning zag ze hoe de vrouwen werden teruggeleid naar de kade terwijl menig van haar mannelijke dorpsgenoten meeliep en pogingen deed een van de naakte vrouwen aan te raken of zelfs mee te nemen. Toen alle vrouwen weer op het scheepsdek stonden werd de Vrouwe zelf naar de kade gebracht. Inmiddels was het hele dorp weer uitgelopen, afgekomen op het tumult op de kade, smoezend over wat de Vrouwe nu weer van plan was.

Ze stond hijgend en stampvoetend tegenover de kapitein. "Hoe haalt u het in uw hoofd" beet ze hem toe. "Natuurlijk wist ik dat het lichaam van de vrouw het grootste goed is, ben ik niet zelf een vrouw? Ben ik niet zelf De Vrouwe? Hoe waagt u het te bedenken dat er andere vrouwen zijn die mooier of beter zijn dan ik ben? Ik zou je moeten laten kielhalen."
De kapitein keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Vrouwe, ik dacht dat ik me naar mijn beste vermogen van mijn taak had gekweten," zei hij. "Ik heb alle grote havens ter wereld bezocht en de kostbaarste dingen gezien, die een mens maar kan bedenken. Maar niets kon het winnen van de lading, die ik uiteindelijk gekozen heb."
De mannen op de kade juichten de kapitein toe.

De Vrouwe stond op de voorplecht en stak een bezwerende hand op. Het gejoel verstomde.
"Schipper," sprak ze hooghartig. "Aan welke kant heb je die ellendige vrouwen geladen?"
"Aan bakboord," antwoordde de kapitein.
Ze snoof verachtelijk. "Aha! En weet je wat je nu gaat doen? Nee? Je gaat je hele lading aan stuurboord in zee werpen."
De kapitein staarde haar met grote, verbijsterde ogen aan.
"Hoor je me niet, man?" beet ze hem toe. "Ik zei dat je je lading aan stuurboord in zee moet lozen."
Hij schraapte zijn keel en protesteerde. "Maar Vrouwe, dat is toch zonde. Deze prachtige, mooie vrouwen..."
Zijn tegenwerpingen werden overstemd door het gejoel van de vrouwen op de kade.
"Lang leve de Vrouwe van Stavoren!" klonk het. "De eer van onze stad is gered! Over stuurboord die vrouwen! Weg ermee!"

Op dat moment maakte zich uit de menigte een schamele figuur los; een armelijk geklede, oude man. Hij drong naar voren en strompelde haastig de loopplank op, tot voor de trotse Vrouwe. Het werd opeens doodstil.
"Hooggeachte Vrouwe," zei de man in de stilte, "dat mag u niet doen. Het is zonde om die kostelijke vrouwen zo maar te verspillen en in zee te werpen. Weet de Vrouwe eigenlijk wel, dat er overal om haar heen duizenden mannen snakken naar deze vrouwen? Dat er in Friesland, in Nederland, op de hele wereld mannen zijn die alles over hebben voor deze vrouwen? Als u ze in zee wilt gooien, kunt u ze beter aan de mannen hier geven. U zou er tot in lengte van dagen om geroemd worden."
De ogen van de Vrouwe van Stavoren keken op de armzalige man neer met de ijskoude, vernederende blik van verachting die het geld haar had gegeven.
"Ga weg!" zei ze. "Ik verlaag me niet tot het spreken met een burger."
Haar hand wenkte de schipper haar bevel uit te voeren. De schamele man leek plotseling jonger en krachtiger te worden. Zijn stem schalde over de kade.

"Vrouwe van Stavoren!" donderde hij. "Van deze wandaad zult u spijt krijgen! Uw gruwelijke hoogmoed verwerpt het kostbaarste dat op deze aarde te vinden is: mooie vrouwen. Doe wat u wilt. Uw hoogmoed zal gestraft worden. Er komt een dag dat u in bittere armoede zult moeten leven en dankbaar zult zijn voor de aalmoes van een weldoener. Er komt een dag dat u, en al degenen die denken zoals u, jammerlijk ten onder zullen gaan."

De Vrouwe van Stavoren was een halve minuut lang sprakeloos. Toen wierp ze haar hoofd naar achteren en riep uit: "Hoe durft u zo tegen mij te spreken? Ik ben de rijkste en machtigste vrouw van Stavoren, van Friesland en van het rijke Nederland! Ik zal u wat vertellen: ik draag een diamanten ring van tienduizend gulden aan een van mijn vingers."
Ze spreidde haar rechterhand en stak hem omhoog. Het zonlicht flitste in de kostbare, rijk geslepen diamant van de ring, terwijl ze hem met een nijdig gebaar van haar vinger trok. Ze wierp de ring achteloos over de verschansing in de golven.
"Daar! Voor de eer van Stavoren doe ik afstand van een kostbaar bezit. En ik zweer u, armzalige bedelaar, dat ik eerder deze zelfde ring weer in handen krijg dan dat jouw ellendige voorspelling uitkomt."

De ring flitste door de lucht en plonsde in het water. Van de kade steeg een luid gejuich op van de vrouwen.
"Leve de Vrouwe van Stavoren!" werd er geroepen.
Op hetzelfde moment verdween de gestalte van de onbekende bedelaar. Het was alsof hij in de lucht oploste.
"Weg met die vrouwen!" krijste de Vrouwe.
Ze haastte zich over de loopplank naar de kade. Het schip voer uit en bleef enkele mijlen uit de kust stil liggen om haar kostbare lading in de golven te storten. De vrouwen verdwenen één voor één gillend en kermend in de golven. Er ging een rilling door de menigte aan de wal. Alleen de Vrouwe keek onbewogen toe.

Een nieuw schip met goud van de Vrouwe voer uit, onder een andere kapitein. De oude, ervaren schipper was ontslagen, want de Vrouwe weigerde een man die zich zo slecht van zijn opdrachten kweet, in dienst te houden. De schepen van de weduwe bleven af- en aanvaren en brachten de Vrouwe steeds grotere rijkdom. Ze dacht nog maar hoogst zelden aan de vreemde voorspelling van de bedelaar en er speelde dan een trotse glimlach om haar lippen.
"Er komt een dag dat u in bittere armoe zult moeten leven en dankbaar zult zijn voor de aalmoes van een weldoener."
Ha! Zij, de rijkste vrouw van Stavoren, zou in armoe leven? Het idee was te dwaas om er zelfs maar over te denken. Ja, ze zou de diamanten ring die ze roekeloos in zee had geworpen, nog eerder weer in handen krijgen dan dat zo'n lachwekkende voorspelling zou uitkomen. In haar overmoed liet ze al haar schippers bij zich komen en ze beval hen allemaal tegelijk met hun schepen uit te varen.
"U vertrekt tegelijk en u zorgt dat u tegelijk weer terugkeert om me de schoonste schatten van de wereld te brengen."

De schippers keken elkaar van opzij aan en één waagde het een woord van protest te laten horen.
"Vrouwe," zei hij. "Is dat wel verstandig? Het weer is wisselvallig in dit jaargetijde en wat gebeurt er als uw hele vloot wordt overvallen door een vliegende storm?"
Ze lachte om zijn bezwaren. "U bent toch niet bang, wel? Doe wat ik gezegd heb en vertrek onmiddellijk. Met beuzelpraatjes kan ik me niet inlaten."
Nog diezelfde middag voer de vloot uit, nagestaard door de trots glimlachende weduwe. Het was een indrukwekkend gezicht, die tientallen hagelwitte zeilen tegen de strakblauwe lucht.

Die avond kreeg het dienstmeisje van de Vrouwe de schrik van haar leven. Ze was in de keuken bezig met het schoonmaken van een reusachtige vis, toen er plotseling een glinsterend voorwerp over het aanrecht rolde - een zware gouden ring met een enorme diamant! Haar mond viel open van verbazing en schrik en ze rende hijgend naar de zitkamer.
"Vrouwe!" riep ze lijkbleek uit. "Vrouwe, uw ring! De ring waarvan u gezegd hebt: eerder zal ik deze ring weer in handen hebben dan dat die voorspelling uitkomt."
Voor het eerst van haar leven kromp de Vrouwe van Stavoren angstig ineen en op het moment dat haar rug zich boog, stak buiten een gierende stormwind op. In minder dan geen tijd was de lucht inktzwart en brak er een afschuwelijk noodweer los. Uren achtereen beukte een razende storm de wereld en de zeeën. In het met goud en zilver beklede huis in Stavoren zat de Vrouwe met gebogen hoofd en bonzend hart aan tafel.
In de vroege morgen klopte er een onheilsbode op haar deur en ze liet hem grauw van angst binnen.
"Vrouwe van Stavoren," zei hij met holle stem. "Vannacht is uw hele vloot vergaan. De brokstukken drijven al voor de kust."
Ze draaide zich zwijgend om en liep met slepende stappen terug naar haar zitkamer, waar ze zich opsloot. Uren- en urenlang.

Het was het begin van een reeks rampspoeden, die de Vrouwe in enkele weken tijds troffen. Voor er drie maanden waren verstreken, bezat de schatrijke weduwe van weleer geen stuiver en geen stuk brood meer. De onwaarschijnlijke voorspelling van de bedelaar was gruwelijk uitgekomen: de dag was gekomen waarop ze in bittere armoe moest leven en dankbaar was voor de aalmoes van een weldoener! Haar haren werden grijs van verdriet en zorgen. Haar eens zo fiere, rechte rug werd gebogen en ze begon eruit te zien als een slonzige heks. Bevend strompelde ze door de straten en belde aan bij de rijken om een aalmoes te krijgen, maar de meeste deuren bleven dicht. Hongerig en uitgeput ging ze dan voort, nagejouwd door de straatjeugd.
"Vrouwtje van Stavoren!" joelden ze. "Armzalig, zielig vrouwtje van Stavoren!"

Maar niet alleen de weduwe werd getroffen door tegenspoed - heel Stavoren ging langzaam maar zeker de ondergang tegemoet. Vlak voor de kust, waar de scheepslading vrouwen in zee was gestort, groeide een wuivend groen eiland op de overblijfselen van de naakte vrouwen. Na verloop van tijd sloot de voortwoekerende massa de eens zo trotse haven meer en meer af. Eerst probeerden schepen nog om het eiland heen te varen om Stavoren te bereiken, maar het werd steeds moeilijker en tenslotte lieten de schippers de vergane handelsstad links liggen. Stavoren was ten dode opgeschreven. De pakhuizen langs de kade raakten leeg en werden niet meer gevuld. De grote, voorname herenhuizen vervielen en werden door hun bewoners verlaten. Het geluid van ratelende karrenwielen verstomde. Steeds minder kooplieden vonden het de moeite waard de uitstervende stad te bezoeken, want niemand had er geld om iets te kopen.

Het eiland voor de kust was uitgegroeid tot een reusachtige zandbank, waarop duizenden dunne halmen in de wind heen en weer wuifden. 'Het Vrouwezand' noemden de verarmde inwoners van Stavoren de zandbank huiverend. Als ze ernaar keken, kwam er een angstige blik in hun ogen. 'Het Vrouwezand' met de erboven krijsende meeuwen herinnerde aan het begin van de rampspoeden, die Stavoren langzaam maar zeker te gronde hadden gericht.

Alle verhalen van: lajero

Fijn verhaal 
+1

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen