4917 woorden | Leestijd 25 minuten

Om een lichaam te straffen, moet men het eerst zien. U ziet mij, meester.
U kust mijn mond en liefkoost mijn lichaam. Bij u voel ik geen schaamte, geen terughoudendheid.


Rihez Al Ibadan, Syrische dichteres (82 – 21 voor Christus) 



Het is de vierde dag van mijn verblijf in het huis van Marcus Crassus. Een grote woning in Damascus, de provinciehoofdstad. Ik word er behandeld als een diplomaat, maar dat ben ik niet. Ik heb geen belangrijke functie en geen fortuin, mijn enige bezittingen zijn een oude adellijke naam en een wijdverspreide reputatie door mijn beroep. 
“Vergeef mij, meester? Bent u Octavius Bricius? De man die reisverslagen schrijft?” 
Ik herken de vrouw die me beleefd aanspreekt. Ze is een van de huisslavinnen van mijn gastheer. Hij is de provinciegouverneur en de generaal van het zesde legioen, gelegerd in Syria. 
“Ja, dat ben ik. Waarom?” 
De slavin aarzelt. Ik kijk naar haar gezicht en zie er de kraaienpootjes en lachrimpeltjes. Ze is rond de dertig. Haar huid, ogen en haren zijn bruin, zoals bij de meeste vrouwen in dit deel van de wereld. 
“Heeft u toevallig Tyras bezocht, meester? Als ik zo vrij mag zijn om u dat te vragen?” 
“Nee,” antwoord ik. 
Ze schrikt en ik zie dat haar handen trillen. Dan realiseer ik me dat ze me mis moet hebben begrepen. 
“Ik reis pas over drie dagen naar dat deel van de provincie, dat bedoelde ik,” zeg ik op een geruststellende toon. “Je mag me gerust iets vragen. Ben je afkomstig uit Tyras?” 
Ze knikt. “Ja, meester. Mijn familie is van daar. Ik weet niet of er nog gevochten wordt.” 
Ik frons mijn voorhoofd. 
“Voor zo ver ik weet, is Tyras in Romeinse handen,” zeg ik. “De oorlog heeft zich verplaatst naar het land van de Parthen.” 

Opeens klinkt de stem van generaal Crassus. 
“Valt die slavin je lastig, Octavius?” 
Ik draai me om naar mijn gastheer, glimlach en schud mijn hoofd. 
“Helemaal niet, generaal. Integendeel. Ze was erg behulpzaam, dank u.” 
Crassus glimlacht terug en grinnikt. 
“Dat verbaast me, mijn beste. Mijn Syrische slaven horen hij het huis en de functie van provinciegouverneur, ik heb er niet om gevraagd. Lompe en onbeschaafde schepsels. Ik mis mijn huis en personeel in Rome, je kunt het niet geloven hoezeer! Neem nu deze slavin…” 
Hij gebaart naar de vrouw uit Tyras die probeert te verbergen hoe ze zich voelt, onder de beledigend uitgesproken woorden van haar meester. 
“Rihez spreekt onze taal, maar zeg nu zelf, Octavius, een slavin als deze zou in Rome op het land worden tewerkgesteld. Toch niet binnen in een voornaam huis?” 
Ik werp een blik op Rihez. Ze draagt een blauwe tuniek en sandalen. Al haar vrouwelijke rondingen zitten op precies de juiste plaatsen. Haar ogen zijn op de grond gericht. 
“Misschien ben ik niet voornaam genoeg, generaal,” zeg ik kalm. “Maar mij lijkt ze beleefd, verzorgd en ze ziet er best mooi uit ook, vind ik.” 
Crassus schiet in de lach. “Octavius toch… Het is waar wat men over jou zegt, je bent grappig.” 

Die avond is het Rihez die me bedient tijdens de cena. Ze brengt een dienblad naar mijn tafel in het triclinium. Haar blauwe tuniek is vervangen. De slavinnen die ’s avonds opdienen zijn ook beschikbaar voor seks, Crassus laat daar geen twijfel over bestaan. Ze dragen weinig verhullende kledij. Ook de slavin Rihez draagt niet meer dan een lendendoekje en een dunne sjerp, waar men haar borsten mee heeft opgebonden. Haar tepels priemen dwars door de stof heen, waar ze twee harde knoopjes vormen. Tussen haar naakte dijen heeft haar lendendoekje zich helemaal naar de gladde lippen van haar kut gevormd. Een aanblik die mijn bloed sneller doet stromen. 
“Dit is mijn schuld, Rihez,” zeg ik terwijl ik mijn geile ogen afwend. “Ik had daarnet niet mogen zeggen wat ik zei. Door mijn woorden laat Crassus je vanavond halfnaakt in het triclinium aantreden. Om mij te bedienen.” 
Rihez knippert met haar oogleden. 
“U mag zeggen wat u wilt, meester.” Ze klinkt geschrokken. “Ik ben maar een slavin en niet eens een waardevolle. Ik bedien u graag. Dankzij uw woorden voel ik me begeerlijk. Niemand anders noemde mij ooit mooi.” 
Ik kan mijn oren niet geloven. 
“Niemand? Nooit?” 
“Nee, meester.” 
De rest van de avond bedient Rihez me. Ze vertelt me over het leven in Tyras, bij haar volk. Jongens mogen alles, meisjes niets. Zij moeten gehoorzamen en worden meestal slecht behandeld. Niemand noemt hen mooi, men verkoopt jonge vrouwen voor een bruidsschat, als geiten op de markt. Wat is het verschil met slavernij? Ik kan niet anders dan Rihez gelijk geven. En nu, als slavin van de Romeinen, is haar leven beter dan ervoor, zo zegt ze glimlachend, ze krijgt voldoende eten en een gelijkwaardige behandeling als de jongens die hier in huis slaaf zijn. 

“Mijn meester zal zich beledigd voelen als u mij na de maaltijd wegstuurt. Als u… euh… niet met mij slaapt.” 
En ja, het is Rihez die deze woorden uitspreekt. Er klinkt verlegenheid en zenuwachtigheid door in haar stem. Ze heeft de tafel afgeruimd en schenkt me nog een glas wijn in. Na de fijne zoetigheden die de avondmaaltijd volgden, is het nu haar lichaam dat ze me aanbiedt. 
Mijn ogen kijken naar het spel van haar borsten, heen en weer bewegend onder de sjerp die er rond zit gespannen. Of naar de huid van haar bruine buik en waar die zich omlaag welft in twee zachte ronde dijen. Ze lijkt bang te zijn dat ik haar afwijs, maar dat zal niet gebeuren. 
“O, maar ik wil graag met je slapen, Rihez,” zeg ik glimlachend. “Eerlijk gezegd verheug ik me erop.” 
“Echt, meester?” 
“Jazeker. Gebeurt het vaak dat Crassus je een gast laat bedienen? Tijdens de cena bedoel ik?” 
Rihez schudt haar hoofd. 
“Nee, meester,” antwoordt ze. “Dit is de eerste keer. De cena is normaal voor geprivilegieerde slaven. Er zijn immers de tafelresten, veel beter dan het eten dat wij slaven normaal krijgen. En er is het voorrecht om gemeenschap te hebben. Iets waar huisslaven anders toestemming voor moeten vragen, die ze meestal niet krijgen.” 
“Heb jij zo iemand, Rihez? Iemand waar je gemeenschap mee hebt?” 
“Nee, meester.” 
Ik zie hoe Rihez haar blik neerslaat en naar de grond kijkt. Ze weet zich geen houding te geven en haar ademhaling versnelt, dat zie ik aan het rijzen en dalen van haar buik en borst. Langzaam steek ik mijn hand uit, ik reik naar de plek waar haar lendendoekje over haar geslacht zit gespannen. 
“Hhhggg…” Ze schrikt heel eventjes en kreunt van genot. Haar buikspieren spannen zich terwijl ik over de dikke zachte lippen van haar kut wrijf. 
“Voelt dat lekker, Rihez?” 
Ze knikt en ademt stilletjes uit. Ze trekt haar buik in. Haar borst zwelt. De stof tussen haar benen voelt opeens vochtig aan, vochtig en warm. 
“Ja, meester,” zegt ze terwijl ze door haar mond ademt. “Héél lekker…” 
Ik voel me zelf ook flink opgewonden. Mijn vingers beroeren haar clit. Haar heupen bewegen naar voren en er gaat een schok door haar heen, een rilling van genot. 
Ondertussen voel ik het bloed kloppen in mijn pik, hij is zo hard als ijzer. Overal om me heen liggen de gasten van Marcus Crassus aan hun tafels. Ze praten, lachen, drinken en bepotelen de slaven en slavinnen van de generaal. 
“Laten we ons dan maar terugtrekken,” zeg ik tegen Rihez. “Kom, volg me naar de beslotenheid van mijn slaapvertrek. Ik wil je voor mezelf alleen.” 

Orgieën zijn populair tegenwoordig, zowel bij de adel en als bij de gegoede burgerij, maar er zijn dingen die ik liever met niemand deel. Gevoelens van affectie, intieme fluisteringen en het genot van het voorspel en de seksuele climax zijn er slechts enkele. Het hele spel dat zich ontspint wanneer ik met een vrouw slaap die ik oprecht aantrekkelijk vind, is iets wat ik liefst één op één beleef. Zelfs al is die vrouw de slavin van mijn machtige gastheer. En dus iemand die nooit helemaal van mij kan zijn, hoe gul zij zich ook aan me overgeeft. 
Zodra ik de sjerp los knoop, vallen haar borsten vrijelijk naar voren. Ik vind ze ontzettend mooi, ondanks het feit dat ze hun stevigheid hebben verloren en slap naar omlaag bungelen. De tepels vormen twee harde punten. Minutenlang doe ik niets anders dan de borsten van Rihez strelen, beetpakken, kneden en kussen. Ik vind maar heel weinig dingen zo opwindend om aan te raken, als de naakte borsten van een mooie vrouw. 
“Mmmh… Hhhhhh…” 
Rihez slaakt stille kreetjes wanneer ik op haar tepels sabbel, ze tussen mijn lippen klem of er zachtjes in bijt. Later kus ik haar vol op de mond en mijn tong gaat op zoek naar die van haar. Rihez kust me schaamteloos terug. Ondertussen verkennen mijn handen elk plekje van haar lichaam. Haar lendendoek trek ik los. De stof glijdt van haar af en ik pak haar mooie dikke billen stevig beet. Ik knijp en ik kneed het malse vlees. We kussen elkaar nog altijd en ik proef haar smaak, haar adem. Mijn pik voelt nu bijna pijnlijk aan, zo opgewonden ben ik. 
Ze maakt zich even van me los. 
“Meester?” 
Hijgend kijk ik haar aan. 
“Ja? Wat?” 
“Wilt u dat ik u uit uw kleren help, meester?” 
Mijn ogen zeggen ja. Dan knik ik haar toe. 

Mijn ouders oordeelden altijd eerder principieel over Romeinen die seks hebben met hun slaven. Ze vinden zulke contacten verwerpelijk, want in hun ogen is een slaaf als een dier. Er is geen zelfbeschikkingsrecht en bijgevolg, ook geen zelf. Maar met Rihez die naakt en zweterig voor me zit neergeknield en vol overgave mijn pik en ballen liefkoost, ben ik allesbehalve geneigd het met mijn strenge ouders eens te zijn. 
Deze slavin is ook helemaal geen dier, maar een echte mens die voelt en denkt, een prachtige vrouw met alles erop en eraan. Eén die haar handen, mond en tong gebruikt om mij vreugde te schenken. Die mij laat kreunen van genot, die mij laat vergeten wie ik ben, waar ik ben en wat mij naar deze godvergeten uithoek van het rijk heeft gebracht. 
“Hhhhhh… Wacht n… nog even,” stamel ik hijgend. “Ik h… houd het bijna niet meer, Rihez. Laten we het hoogste genot nog wat uitstellen. Kom liever hier en laat mij jou eens bekijken.” 
Rihez beweegt haar hoofd naar achteren. Mijn stijve pik glijdt uit haar mond en staat recht overeind met de ontblote eikel natglimmend en strakgespannen. De ogen van de slavin kijken me onderdanig aan terwijl ze zich opricht vanuit haar geknielde positie. Ze staat voor me, presenteert zich aan me in haar volledige overweldigende naakte glorie. 
“Je bent mooi,” zeg ik. Niet bijster origineel misschien, maar welgemeend. Ik vind haar aantrekkelijk, écht aantrekkelijk. 
Ze glimlacht een tikkeltje verlegen omdat ze ziet waar ik naar kijk. Tussen haar dijen en naar het harige plekje dat zich daar bevindt. Stugge zwarte haartjes vormen een dik vachtje boven haar geslacht. Ik zie er ook de aanzet van haar schaamlippen, dik opgezwollen en glinsterend van haar geil, van het warme kleverige vocht dat ze overvloedig uitscheidt en dat de binnenkanten van haar vlezige dijen bevlekt. 
“Dank u, meester,” fluistert ze. 
Zonder een woord te spreken reik ik naar de glanzende lippen van haar kut. Het schenkt mezelf ook vreugde om haar op die plek te strelen. Om haar te horen hijgen en kreunen van genot. Al gauw zijn mijn vingers kletsnat en glibberig. Haar clit zwelt nog meer op terwijl ik er cirkeltjes rond draai en Rihez beweegt haar heupen om haar genotgevoel nog te versterken. 
“Oh! Mmmh… Hhhggg…” Haar buik welft omhoog, deint op en neer. “O, meester… O! Ah! Ooowww…” 
Ik wil haar. Nu dat ze nog nageniet van haar climax, niet straks. Ik wil haar meteen. Ik wil mijn pik diep in haar soppende stuiptrekkende kut begraven. 

Ik leg mijn handen op de schouders van Rihez. De hand waarmee ik haar naar een hoogtepunt vingerde, is nog glibberig van haar geil. Mijn stem klinkt hees en gedempt als ik haar toefluister dat ze zich moet omdraaien. Met mijn armen druk ik haar schouders naar omlaag. Rihez leunt op de rand van mijn bed, met gestrekte armen, haar omlaag hangende borsten wiebelen van links naar rechts. 
Met mijn linkerhand breng ik mijn stijve pik in positie. Ondertussen bewonder ik de gekromde rug en de blote, naar omhoog gedraaide kont van Rihez. Wondermooi zijn ze, haar forse grote ronde billen. Nooit eerder voelde ik me zo opgewonden bij de aanblik van een vrouwenkont. 
“Ik wil je,” zeg ik met hese stem. “Zoals ik zelden iets heb gewild.” 
Rihez spant de spieren van haar benen, rug en schouders. Ze spreidt haar benen nog een tikje meer en toont me de natglimmende spleet ertussen. Haar schaamlippen zijn dik opgezwollen en haar geslacht heeft zich helemaal voor me geopend, de rozerode clit lijkt wel een vurig tongetje en er druppelt kleverig troebel vocht uit haar opening. Vocht dat in een dun sliertig straaltje tussen haar billen door loopt. 
“Neem me dan, meester,” zegt ze. Rihez kan me niet zien, haar hoofd hangt omlaag, boven mijn bed. Haar lange golvende haren waaieren uit en strijken langs mijn lakens. Het bruin van haar huid en haren contrasteert fel met het witte beddengoed. De slavin is donker, ze is naakt en begerig. 
Ik dring in haar naar binnen. Langs achteren terwijl ze voorover gebogen staat. Met haar mooie dikke billen als stootkussens begin ik ritmisch te bewegen. In en uit. Omhoog en omlaag. Ik grijp haar heupen beet en neuk haar ferm en hard. Ik stoot diep en klamp me aan haar bekken vast. 
“Hhhggg… Ah! Ah! O! Hhhhhh…” 
Ze kreunt en ik hijg. We kreunen samen, smelten samen. Soms is twee genoeg voor een orgie die haar weerga niet kent. Ik stoot en zij geeft mee. Ze volgt het ritme en haar kut sluit zich vast rond mijn stotende pik. Wanden van vlees, van prikkelend vlees dat me langzaam naar een hoogtepunt voert. Ik stoot nog harder en Rihez klauwt in mijn lakens. Haar borsten zwaaien wild naar voren en naar achteren. Ik zie de tekenen van een aangekondigd hoogtepunt. 
“O! O, hemel… God… O, god! Oh!” 
Ik trek me uit haar terug en sproei mijn zaad over haar naakte bezwete rug. Mijn handen houden haar stevig beet, in dezelfde voorover gebogen positie. Ik wrijf het glibberige goedje uit over haar onderrug, masseer mijn zaad uit over de zachte huid van haar billen. Pas wanneer ik daarmee klaar ben, laat ik haar los. 
“Je mag je omdraaien, Rihez,” zeg ik vriendelijk. “Kom bij me en schenk me je mond.” 
Haar ogen zijn groot, haar mond half geopend. Ze draait zich om en kijkt me strak aan. Iets in haar blik treft me als een mokerslag. Deze vrouw, deze Syrische slavin… ze heeft iets over zich wat me aangrijpt, me ontroert en me tegelijkertijd vreselijk opwindt. We omhelzen elkaar en ik voel de druk van haar naakte lijf. Onze kus is heet als vuur. Ik voel me twintig jaar jonger dan ik ben. En de nacht is nog maar net begonnen. 

Het ochtendgloren brengt warmte en licht, maar ook de zorgen van de wereld. Buiten kraait een haan en ik hoor de geluiden van een huis dat ontwaakt. Rihez wordt wakker in mijn armen, rekt zich uit en wrijft de slaap uit haar ogen. Ik wil haar niet laten gaan, maar weet dat het van me verwacht wordt. 
“Ik hoop dat ik u vanavond opnieuw mag bedienen, meester,” zegt ze terwijl ze zich aankleedt. “Misschien als u een goed woordje voor mij doet?” 
Ik glimlach en mijn ogen kijken naar de rondingen van haar lichaam, nu opnieuw gehuld in de lendendoek en de sjerp rond haar borsten. Vol overtuiging knik ik Rihez toe. 
“Dat zal ik zeker doen. Je kunt op me rekenen.” 
We nemen afscheid met een zoen. Haar volle zinnelijke lippen smaken naar slaap en naar de belofte van meer nachten samen, nachten zoals gisteren. 
Rond de middag spreek ik Crassus. De generaal fronst zijn wenkbrauwen wanneer ik vol lof over Rihez praat. Ik vraag hem of ze mij ook vanavond mag bedienen. 
“Ach nee,” antwoordt Crassus. “Dat is geen goed idee, Octavius. Ik zond je Rihez omdat ze je beviel, maar er is een beurtrol onder de mooiste exemplaren van de huisslavinnen. Rihez hoort daar niet bij. Bovendien is het dom om twee keer met dezelfde slavin te slapen. Nooit doen dus, dat is mijn advies. Neem het ter harte.” 
“Dat zal ik doen, generaal,” zeg ik. “Maar kan er misschien één keer een uitzondering worden gemaakt?” 
Marcus Crassus kijkt me onderzoekend aan. 
“Heeft de slavin er op aangedrongen? Om een tweede nacht jouw bed te delen?” 
“Ja.” 
“Ik begrijp het,” zegt Crassus. “Dan weet ik genoeg. Ik zal er rekening mee houden, mijn beste.” 

De cena is het moment waar ik al de hele dag naar uitkijk. Ik heb het verhaal wat Rihez me vertelde over haar volk en over haar leven in Tyras neergeschreven. Voor mijn reisverslagen. Nu wacht ik op de slavin zelf, maar het is niet zij die mij het dienblad met mijn avondmaaltijd brengt. 
Het meisje dat me vanavond bedient is jong, beeldschoon en bijna naakt. In plaats van kleding draagt ze drie lederen riemen die men over haar borstjes en tussen haar benen heeft gespannen. Ze vertelt me dat ze een ervaren bedslavin is die al één keer met de meester zelf heeft geslapen. En dat ze mij meer genot zal schenken dan ik aankan. Aan zelfvertrouwen ontbreekt het dit mooie meisje dus geenszins, maar ik wil toch weten waarom Rihez mij niet bedient vanavond. 
“Rihez, meester?” 
“Ja, ik had specifiek om haar gevraagd,” zeg ik. “De generaal bevestigde mij dat hij er rekening mee zou houden.” 
Het gezichtje van de slavin betrekt. 
“O,” zegt ze. 
“Wat is er aan de hand? Waarom kijk je zo?” 
“Dat is wat hij zegt als hij ontevreden is,” legt ze uit. “Dan zegt de meester altijd, dat hij er rekening mee zal houden. Meestal betekent het dat er iemand stokslagen krijgt.” 
Er verschijnt een diepe frons op mijn voorhoofd. Dus Crassus is ontevreden over Rihez, denk ik, maar waarom? En hoe streng zal hij haar straffen? Ik wil haar zien. Ik wil weten wat voor lot haar boven het hoofd hangt. Ik stel de vraag opnieuw aan het slavinnetje dat me bedient. 
“Als jouw meester iemand stokslagen laat toedienen, hoe gaat dat dan in zijn werk?” 
“Achter de keuken is een stortplaats,” antwoordt ze. “Daar gebeurt het. Ik ben er nog nooit geweest, maar men zegt dat het een lugubere plek is. Er is daar een zweethok en een dikke geselpaal. Er hangen kettingen aan, en boeien.” 

Zodra de slavinnen klaar zijn met het afruimen van de tafels in het triclinium benader ik Marcus Crassus. Discreet en beleefd informeer ik naar Rihez. Mijn gastheer slaakt een zucht en legt me uit dat ze de regels van zijn huis heeft overtreden. Een slavin mag nooit bij een gast aandringen op een ontmoeting. Voor hem kan dat niet. De slavin in kwestie zit sinds vanochtend opgesloten in het zweethok, zo zegt hij. Na een dag en een nacht zweten zal hij haar vijftig stokslagen laten toedienen. 
Ik slik en kijk hem ongelovig aan. 
“Maar zo ging het helemaal niet,” zeg ik kalm. “Ik was het die bij haar aandrong op een volgende ontmoeting. Niet omgekeerd. Kunt u Rihez die straf niet kwijtschelden?” 
“Nee.” 
Ik haal diep adem en tel tot tien voor ik mijn volgende zin uitspreek. 
“En als een gunst voor mij? Uw gast? Die slavin heeft me veel vreugde geschonken, generaal. Ik vind het afschuwelijk dat ze door mijn schuld pijn moet lijden. Alstublieft?” 
Crassus wrijft over zijn kin en kijkt me vorsend aan. Ik kan alleen maar raden wat hij over me denkt. Een gunst vragen aan je gastheer, dat is ongebruikelijk. Uiterst ongebruikelijk. 
“Het is een Syrische slavin, Octavius,” zegt hij. “Wat kan zo een onbetekenend schepsel jou schelen? Jij schrijft verslagen over de veroveringen van onze keizer. Over de legioenen van Rome en de legers en volkeren die ze verslaan. Wil je echt een gunst vragen voor die ene slavin?” 
Ik knik hem toe. 
“Als het enigszins mogelijk is, jazeker.” 
“Je bent niet te geloven,” zegt Crassus hoofdschuddend. “Maar als het zo zit, schenk ik je die slavin. Dat is, als je haar wilt hebben. En er zijn echter twee voorwaarden aan verbonden. Als een gunst voor mij, ja, zo kan je het wel stellen.” 
Mijn verbazing kan niet groter zijn. 
“Generaal?” 
Crassus schiet in de lach bij het zien van de uitdrukking op mijn gezicht. Hij vertelt me dat de keizer zelf mijn reisverslagen leest. En hij wil dat ik in positieve bewoordingen schrijf over zijn bestuur, hier in de Syrische provincie. Met graagte, zo verzeker ik hem, ik heb geen reden om anders te doen. Dan vraag ik Crassus naar de tweede voorwaarde. 
“Jij moet haar die vijftig stokslagen toedienen,” zegt hij. “Ik kan een gegeven straf niet kwijtschelden. Als jij haar straft, Octavius, dan is de slavin morgen van jou.” 

Een huisbediende, een oude man, brengt me naar de plek waar het zweethok zich bevindt. Het is volledig uit cederhouten planken opgetrokken, te laag voor een mens om rechtop te staan en erg smal. Rihez wankelt naar buiten, ze is naakt. Haar bruine lichaam glanst van het zweet en haar kletsnatte haar kleeft in strengen op haar hoofd. Wanneer ze mij ziet, klaart haar gezicht op. Ze glimlacht naar me. 
“Kom mee met mij,” zeg ik terwijl ik haar ondersteun. Samen lopen we naar mijn kamers in het gastenverblijf. De oude huisbediende loopt met ons mee. Binnen gekomen zetten we Rihez in een lauw bad. 
“Bedankt voor je hulp,” zeg ik tegen de oude man. “Je mag gaan.” 
Zodra we alleen zijn, vertel ik Rihez over mijn gesprek met de generaal. Ze kijkt me vol ongeloof aan van uit het bad. In haar ogen lees ik blijdschap. 
“Dus nu ben ik uw slavin, meester?” 
“Nog niet,” zeg ik. “Morgen, en pas nadat de rentmeester van Crassus vijftig striemen op je bovenlichaam geteld heeft. Dan wordt het officieel. Het spijt me dat ik je moet slaan. Echt waar.” 
Rihez schudt haar hoofd. Ze grijpt de rand van het bad beet en komt overeind. Water stroomt van haar naakte lichaam, van haar wiebelende borsten, van haar buik en van het zwarte vachtje boven haar geslacht. Ze toont me alles. Ze weet dat ik kijk en laat me kijken. 
“Voel geen spijt, meester,” fluistert ze. “Vijftig is de regel bij een eerste overtreding. Honderd bij de tweede. Zo gaat het in dit huis, u kunt daar niets aan doen. Het zijn maar stokslagen. Maar dat u de provinciegouverneur om een gunst hebt gevraagd, voor mij! Dat u mij wilt meenemen op uw reizen, o meester, dat alles klinkt zo ongelofelijk.” 
“Toch is het zo,” zeg ik. “Jij gaat met mij mee.” 
Rihez knippert met haar oogleden. Ze denkt na. 
“Doe het nu, meester,” zegt ze opeens. “Stel het niet uit tot morgen. Sla me nu.” 
“Zeker?” 
Ze knikt. 
“Ja, meester. Ik ben er klaar voor.” 
Ik strek mijn arm en raak een omlaag bungelende borst aan. Ik zie hoe haar lichaam reageert op die aanraking, met een lichte huivering en haar mond die zich half opent. Met haar ademhaling die onrustig wordt. 
“Overmorgen reizen we af. Naar Tyras,” zeg ik. “Jouw familie leefde daar, toch?” 
De ogen van Rihez worden vochtig. Ze knikt. 
“Ja, meester,” antwoordt ze. “Dat u dat nog weet. We werden van elkaar gescheiden, mijn ouders, mijn zussen en ik. Niemand kon me zeggen wat er met hen gebeurd is.” 

Ik toon Rihez de stok die Crassus me heeft laten brengen. Ze heeft zich afgedroogd en staat naakt voor me. De stok, die is zo lang als mijn arm en gesneden uit een sterke, buigzame houtsoort. Om de kracht en het gewicht ervan te voelen, sla ik ermee in mijn handpalm en dat doet pijn. Dus zeg ik tegen Rihez dat ze maar beter iets in haar mond stopt om op te bijten. Dat het pijn gaat doen. En dat ik het vreselijk vind. 
“Ik werd nooit eerder gegeseld,” zegt ze. “Om een lichaam te straffen, moet men het eerst zien. Tot gisteren leek ik wel onzichtbaar hier in dit huis. U ziet mij wel, meester. U kust mijn mond en liefkoost mijn lichaam. Bij u voel ik geen schaamte, geen terughoudendheid. Dat is veel voor een slavin zoals ik. De straf die meester Crassus me gaf, is een geringe prijs voor dat alles. Een prijs die ik graag betaal.” 
Ze is moedig, denk ik bij mezelf. Ik zie hoe ze zich omdraait en me haar rug toekeert. Ze grijpt haar lange haren beet en houdt die voor haar borst, zodat haar rug helemaal vrij is. In haar mond stopt ze de vod die ik haar geef. Het is al laat op de avond en we willen niet dat ze het hele huis bij elkaar schreeuwt. 
“Klaar?” 
Ze knikt. Op haar blote rug en billen zie ik kippenvel. Haar benen trillen zachtjes en ze haalt nog één keer diep adem voor ik uithaal met de stok. Er klinkt een venijnige pets wanneer het hout haar huid striemt. De spieren in haar rug verstrakken en haar hele lichaam schokt naar voren. 
“Hhmmff,” kreunt ze stilletjes. 
Zwijgend controleer ik de afdruk van de stokslag op haar rug. Elke striem moet goed zichtbaar zijn. Ik kan niet anders dan de kracht van mijn slagen daarop afstemmen. Goed genoeg, denk ik bij het zien van de striem. Dan sla ik haar nog negen keer met de stok op haar rug. 
“Hhmmff!” Rihez kermt van onder de prop in haar mond en kronkelt met haar naakte lijf. “Hhmmff!” 
Na tien stokslagen las ik een pauze in. 
“Gaat het?” 
Rihez haalt de prop uit haar mond en draait zich om. Haar borst deint op en neer. Ze kijkt me dapper aan en knikt. 
“Ja, meester,” hijgt ze. “M… mag ik drinken?” 

Ze drinkt. Er loopt een straaltje water tussen haar borsten door en over haar buik. Ik volg het met mijn ogen, helemaal tot waar het strandt, in het zwarte vachtje tussen haar ronde dijen. Als in een reflex glijdt mijn hand tussen die dijen en ik voel er aan de zachte lippen van haar kut. 
“Mmmh…” 
Die stille kreun gaat gepaard met een warme vochtigheid ter hoogte van mijn strelende hand. Ze beweegt haar heup, schuurt haar zwellende clit tegen mijn hand aan en binnen drie tellen is ze helemaal nat. 
“O, meester…” 
Gedurende enkele minuten streel ik haar meest gevoelige plekjes. Op het moment dat ik mijn liefkozingen staak, hoor ik Rihez’ teleurstelling. Ik hoef haar niets te vragen. Ze stopt de vod opnieuw tussen haar tanden, draait zich om en presenteert me haar gestriemde rug. 
De stok zwiept door de lucht en striemt haar huid. Twee keer tien slagen. Ik begon bij de schouders, nu werk ik mijn weg omlaag terwijl ik in stilte mee tel. Het doet me verdriet om de mooie bruine rug van deze slavin zo te striemen. Toch begeer ik haar niet minder, integendeel. Het heeft ook iets opwindends, het gekonkel van haar naakte lichaam, het op en neer deinen van haar forse billen en het ingehouden kermen na elke stokslag. 
Ineens haalt ze de prop uit haar mond. 
“Niet meer op mijn rug, meester,” vraagt ze smekend. Ze hijgt erbij. “Alstublieft? Het doet zo een pijn…” 
Ik laat de stok zakken en kijk naar haar rug. Er is nog maar weinig plek en de striemen beginnen elkaar te overlappen, iets wat de pijn blijkbaar fel doet toenemen. 
“De stokslagen moeten op het bovenlichaam worden toegediend,” zeg ik en er klinkt iets van vertwijfeling door in mijn stem. “Crassus heeft me uitgelegd dat slagen op het onderlichaam, op de armen, op de borsten en in het aangezicht niet worden toegestaan. Waar moet ik je dan slaan, Rihez? Op je buik?” 
“Ja,” zegt ze knikkend. Ze draait zich om en kijkt me vragend aan. “Mag dat, meester? Op mijn buik?” 
Ik slaak een zucht. Waarom niet, denk ik bij mezelf, maar ik vind het maar niets om haar mooie buik te striemen. Ik hef mijn arm en zie hoe Rihez haar ogen sluit. De stok zwiept naar omlaag en snijdt de lucht in tweeën. Dan klinkt het geluid van hout op vlees. 
“Hhmmff!” 
Op haar buik tekent zich een eerste striem af. Ongetwijfeld is die vlammend rood, maar bij het schamele licht van de olielampen die mijn kamers verlichten is de striem gewoon donker. Er volgen er nog negentien, kriskras op de mooie ronde buik van de slavin die morgen van mij zal zijn. Stokslagen. Ze verdient een beter lot dan het leven dat ze hier leidt, in het huis van de onverschillige provinciegouverneur. 
Het is voorbij. Ik heb er vijftig geteld. Rihez noemde zichzelf onzichtbaar, maar ik zie haar. Mijn ogen zien haar beurse lichaam en haar dankbare gezichtje. Later wanneer we praten, vertelt ze mij meer over haar leven in Tyras. Over haar liefde voor haar zussen en voor de Syrische poëzie, want Rihez leerde stiekem lezen en schrijven, ze is een dichteres. Vrouwen mogen niet schrijven, dus bleven ook haar woorden al die jaren onzichtbaar. Ze bewaarde de woorden in haar hart. Ze bewaarde ze voor mij, zo zegt ze. 

© F.A.W. Malach 2014

Alle werken van: Malach

Fijn verhaal 
+7

Reacties  

Malach is één van de weinigen die op een geloofwaardige manier BDSM met liefde en tederheid combineert. Het schrijven van een historisch verhaal is trouwens niet zo makkelijk als het lijkt, want wat waren de gebruiken in die tijd? Chapeau Malach!
Mooi, geil en indrukwekkend... een vervolg?
Ik ben niet zo van verhalen "uit de ouwe doos", maar dit is erg goed geschreven, bedankt Malach.