Hertje, een jachtverhaal

Informatie
Geschreven door Daphne
Geplaatst op 09 november 2022
Hoofdcategorie Fetisj | BDSM | Extreem
Aantal reacties: geen
4105 woorden | Leestijd 21 minuten

"Neem haar mee, zet haar klaar." Jouw stem klinkt gemeen, koud, onverbiddelijk. Wankelend loop ik mee, door het bos, naar het grote houten huis. Voor het bordes staat een stevige houten paal met stalen ringen aan de zijkanten. Mijn handen worden losgemaakt en ik wordt met mijn gezicht naar de paal vastgebonden, met mijn handen aan de hoogste ringen. Naast me zie ik in ontspannen kleermakerszit de vrouw met de donkere krullen. Zwijgend, maar ogenschijnlijk geamuseerd kijkt ze toe. Een omslag van mooie kleurrijke stof om haar lijf, naast haar staat een rek met zwepen.
“Misschien toch niet ongevaarlijk” klinkt het door mijn hoofd.

Je hebt wat in me wakker gemaakt, er schieten allerlei beelden door me heen, nog niet te vatten in een verhaal. Beelden hoe ik daar naakt en kwetsbaar sta aan de whipping pole, wetende wat er komen gaat, de angst die ik dan in me zal voelen. Het beeld over de vrouw van middelbare leeftijd met de zwarte krullen, dat me ook met een dilemma opzadelt, maar daarover misschien meer. Haar donkere ogen, de pretrimpeltjes aan de zijkant van haar ogen als ze ze iets dicht knijpt. Haar naturelle dominante uitstraling, groot en krachtige lichaam. Ik stel me voor dat als ze staat, dat ze net zo groot is als jij. Haar handen, de ongelakte mooie nagels, niet lang, maar wel lang van vorm, zo anders dan een nagelbijtend meisje met opplaknagels. De lange slank vingers, maar wel duidelijk krachtig. Het beeld van die vingers die mijn mond in gaan, mij er aan doen zuigen. Die vingers, twee, die mijn kutje in gaan en zich krommen, ver in me komen, drukken op mijn spot, de handpalm die over mij klitje schuurt. De voeten, en dat was mijn dilemma, hoe zou ze geschoeid zijn, wat past er bij de kleurrijke omslag. De berg of wandelschoenen waar ik haar in zal zijn te lomp voor deze outfit, net als laarzen. Hoe mooi ze haar zouden staan, maar niet passend bij de luchtigheid van de omslagdoek. Hakjes dan, opengewerkt, maar dat past niet in een bos, al snel te chique. Sandalen? Passen niet bij haar statuur, haar dominantie, haar uitstraling. Slippers of blootvoets, dat past er bij. Ik heb gekozen voor mijn beeld dat ze blootvoets is, ze is sterk en krachtig genoeg, dat dat haar niets kwetsbaars,  slavinachtigs, geeft, zij kan het hebben, zonder dat het afbreuk doet aan haar status. De stevige voeten die haar dragen, haar aarden. Voeten die het verlangen bij mij oproepen om ze nederig te kussen.

Beelden gaan door me heen hoe jij bij haar staat, even groot, hoe jullie elkaar op de monde kussen, hoe jullie tongen liefdevol versmelten. De steek in mij van een lichte jaloersheid. Hoe jullie seks zouden hebben. Jij met haar. Gelijkwaardig. Niet verkrachtend, dominant, zoals jij mij verkracht. Maar liefdevol, passievol, gelijkwaardig. Weer een steek. Hoe zij op haar rug ligt, naakt, gebruinde huid, donkere harde tepels. Toen ze naakt stond, hoe haar 40 jaar oude borsten, c cup, nog stevig staan, de tepels die hard omhoog wijzen. De donkere behaarde driehoek tussen haar benen. Hoe jij tussen haar benen bent, missionarishouding, haar kust, hoe je je pik bij haar binnen brengt. Steek. Jouw krachtige billen die ik in haar zie stoten, zij kreunend en kirrend van genot. De benen die ze op trekt, de voeten die ze op je billen legt om het tempo van jouw stoten aan te geven. Of als ze op jouw zit, schrijlings, jij op je rug, hoe ze je mooie pik bij zichzelf naar binnen geleid. Steek. Hoe ze je bereid, haar haar achterover gooit, hoofd in de nek. Jouw handen die liefde vol haar borsten masseren, met haar harde tepels spelen. Of jouw mooie handen op haar billen, de bollen masserend, ze iets uit elkaar trekken, zodat ik haar - gebonden aan de whipping pole toekijkend - over haar gebruinde rug, tussen de gebruinde billen haar donkere verbodenste gaatje kan zien.

En als ze anaal toe laat, dan zal het op haar initiatief zijn. Zo anders dan hoe jij mij verkracht. Niet zij op haar hondjes en jij die je pik in haar ramt, nee, daar ben ik voor, om verkracht te worden door jou. Natuurlijk zal zij haar verboden gaatje voor jou open stellen, welke vrouw wil dat niet. Maar niet op jouw voorwaarden, maar op de hare, gelijkwaardig. Zij schrijlings over je heen, jouw pik uit haar natte kut laten glijden, even er aan trekken en dan zal ik zien hoe ze zelf de pik, jouw pik, de pik die voor mij bedoeld zou moeten zijn, steek, tegen haar verboden gaatje zet, hoe ze zichzelf ontspant, en dan die ik hoe jouw dikke paarse eikel langzaam in haar darm glijdt. Als jij probeert te stoten, zal ze je tot geduld manen, tot ze gewend is, tot je helemaal in haar zit, in kleine duwtjes zakt ze, en jij zal dat accepteren. Pas als zij helemaal in je is en je begint te bereiden zal je mee stoten, in een orgastische cadans.

Maar zo ver is het niet, ik ben opgebonden aan de whipping pole, zij zit er naast, naast het rek met zwepen.

Maar nog meer beelden. Hoe ze op staat, hoe ze mijn lichaam, klein en kwetsbaar, bewonderd, hoe ze in mijn oor fluistert.
“Zo hertje, de jacht niet ontkomen? Klaar voor de slacht?”
Haar vingers die over mijn ruggengraat naar beneden gaan.
“Zo mooi gaaf”, zucht ze, “nu nog ...” Haar vingers, die mooie krachtige vingers, in mijn mond, ik die er even genotvol aan mag zuigen. De vingers onderzoekend, keurend over mijn vlees.

Maar zover is het nog niet, ik sta daar, beschikbaar, kwetsbaar, weerloos, aan de whipping pole, en zij nog steeds op de grond er naast.

=======

Mijn gedachten gaan terug, terug naar dat beeld. In eerste instantie dacht ik aan de halfgod Pan, in slaap gevallen, hoorntjes op het hoofd, half hert of ree, half mens. Verdorven als ik ben misschien, keek ik of de kunstenaar er ook nog een piemel bij geboetseerd had, maar toen vielen de welvingen op, mooie borstjes van een jonge vrouw. Hele andere gedachten schoten door me heen, een vrouw die door haar Meester was losgelaten voor de jacht, als hertje, naakt. Ze is de jagers toch nog voorgebleven en uitgeput onder een boom in slaap gevallen.

 

Maar er was nog meer. Het beeldje kwam ik tegen in het bos waar ik wandelde. Terwijl ik verder liep mijmerde ik wat in mezelf over het beeldje, het hertje, hoe het zou zijn om als onderdeel van de jacht te zijn, de jachttrofee. Tot ik in mijn ooghoek, twee, drie meter voor me iet zag bewegen achter een boom. Ik schrok me rot. Het was een vrouw die er op een bankje zat, mooie vrouw, jaar of veertig, vijftig hooguit, lange, zwarte, waarschijnlijk geverfde, ze waren te perfect, krullen. Mooie ogen.
“Ik schrok van je”, zei ik haar, ze lachte, dat dat niet de bedoeling was.
“Nee”, zei ik, “en gelukkig ben je een vrouw”.
“Een ongevaarlijke vrouw”, voegde zij er aan toe.
“Dat weet ik (nog) niet, dat moet ik maar afwachten”, repliceerde ik haar, iets te ad rem, terwijl ik door liep. Zij lachte vriendelijk. Om de bocht kwam ik nog een vader met twee kinderen tegen, waarschijnlijk hoorde ze bij hun.

Maar toen ik verder liep bedacht ik me hoe het zou zijn om bij dat beeldje, dat slapende hertje, de jachttrofee, te staan kijken en dan een hand op mijn schouder te voelen, dat ik geschrokken in de mooie ogen kijk van de vrouw met het zwarte krullende haar, en dat ze vraagt hoe ik het zou vinden om zo'n bejaagd hertje te zijn.

Hoe zou het voelen? Rennend om te ontkomen, uit alle macht! Als een nachtmerrie waar je niet uit kan ontwaken, de zware benen die wel malen, maar die je niet voorruit brengen. Wetend dat de kans om te ontkomen miniem is, wetend dat de jacht ook niet bedoeld is om me te laten ontkomen, maar om me uitgeput te kunnen verorberen, leeggestreden, emotioneel en accepterend, omdat mijn inspanningen vergeefs waren. Al die inspanningen om me tegen beter weten in voor jou te bewaren, om de jagers te ontwijken, ook al weet ik dat ze met jou instemming komen, onvermijdelijk.

Het idee om prooi te zijn, opwindend. Ik naakt. Zij, de jagers, de jageressen, gekleed. Zou ik blootvoets moeten? Of wel mijn sneakers nog aan. Nee, ook mijn schoenen zal ik af moeten geven. Een bos, afgelegen, weinig bezoekers, toeristen, maar alleen de jagers, misschien geholpen door honden, jachthonden, die mijn kleren hebben mogen ruiken. Mijn kleren die ik bij de vrouw heb achter moeten laten. Aan haar heb overhandigd. Mijn licht bezwete T-shirt, ideaal geurspoor voor de honden. Mijn buitensportbroek, mijn slipje, mijn hoge wandelschoenen en mijn sokken, alles moest ik van haar uit doen. Naakt sta ik daar voor haar, ze bekijkt me, tevreden. Ik voel de warme bosgrond onder mijn voetjes. Ik voel hoorntjes op mijn hoofd. Verbaasd raak ik ze aan. Ze kijkt op haar horloge. Je hebt nog een half uur. Ik sla mijn ogen neer, denk na, als ik mijn ogen open is ze verdwenen, met mijn kleren. Nee, het zal een ongelijke strijd worden, waarbij ik geen kans maak. Ik zal gevangen worden, verkracht, misbruikt. Eerst door de jager, later door de hele groep, nadat ik met polsen en enkels hangend aan een staak ben meegevoerd door twee drijvers, meegenomen naar de verlaten jachthut, in de wildernis, geen kans dat iemand zou ontdekken wat er met mij gebeurd, hoe ik ook zal protesteren, gillen, huilen. Ik begin te rennen. Na een half uur hoor ik de jachthoorns door het bos schallen, de jacht is geopend.

Ik bent alert, beschouw het terrein waar ik me bevind, iets ineengedoken; ik spitst mijn oren om te bepalen waar de jacht zich naar toe beweegt. Dan kies ik een richting en zet me in beweging. Hard lopend, maar wel iets adem bewarend, ze krijgen me niet zo maar, als ik het tot aan het donker volhoud, dan maak ik misschien een kans.
Langs beken, door het bos, heuvel kammen over ren ik om maar niet gepakt te worden. Soms hoor ik de jachthoorns, soms wat geblaf, maar ik heb nog een voorsprong. Voorwaarts!
Mijn benen doen pijn, maar op enig moment voel ik ze niet meer, wel nog de krassen van de braamstruiken die overal zijn, een enkele keer struikel ik, maar voorwaarts! Het is begonnen met regenen. Dan hoor ik weer de hoorn, dichterbij, negeren,….op de vlucht.
Stap voor stap, gedachten uitgebannen, doorgaan, de kou trekt in mijn voeten. Ik struikel, wegglijdend  als ik over een tak probeer te springen, pin. Even blijf ik liggen, schade lijkt mee te vallen, beurs,  wat schaafplekken, als ik in beweging blijft dan gaat het wel, de komende dagen wel zeker stijf.  Ik krabbel overeind, veeg wat wat slijk, modder, bladeren, van me af, zet me in beweging, minder overtuiging dan eerder, de wanhoop begint zich langzaam meester van me te maken. De hoorn klinkt weer, nog dichterbij nu, ook de honden blaffen en – voor het eerst – ook stemmen van de jagers.

Richting bepalen, stop, even nadenken, de richting is bepalend, het riviertje doorwaden of het bergkammetje op. Vragen, moeite met denken. Vermoeidheid.

Het wordt de rivier, mijn spoor verhullen door het water, ik hoop op de beschutting van het achterliggende bos in de duisternis. Het water is ijskoud en ik voel de kiezels, de keien, op de bodem, onregelmatig, maar ik waad door, kou, kou. Mijn kern versteent van de kou, achter me richting de bergkam hoor ik geblaf. Even blij met mijn keuze voor het ijskoude water.  Dan hoor ik de mannenstemmen weer, roepen, aanwijzingen, de troep mijn kant opsturen, hun tempo versnelt, van gecontroleerde jacht, naar draf, aanzwellend tot razende galop.

Snel! De rivier over, naar de bosrand, angst groeit, met moeit op de kant klauteren. Ik sprint naar de bosrand, dicht bos, bij het omkijken zie ik de blaffende honden al aan de waterkant, gevolgd door de donkere silhouetten van mannen. De mannen houden in. Ik verdwijn in het dichte bos. De afstand wordt groter. Open plek, zonnestralen, hijgend ga ik zitten op het zachte mos, ik strek me even uit, uitgeput. Slapen.

“Mooi exemplaar”, hoor ik naast me. Ik kreun. Ik voel hoe sterke handen mijn polsen op mijn rug vouwen en vastbinden. Hoe mijn enkels aan elkaar worden gebonden.

Ik voel de kou in mijn lichaam, de pijn aan mijn voeten, mijn benen, mijn hele lichaam. Mijn ogen te moe om te openen. Alle kans op ontsnappen vervlogen, hopeloos, kansloos. Gebonden. Kansloos was ik. Niet de vraag of ik gevangen zou worden, maar door wie. Handen die mijn lichaam verkennen. Handen van jagers grof, ruw.  Een van de mannen controleert mijn hartslag, de ander inspecteert mijn verwondingen, schrammen, blauwe plekken. Tussen mijn benen, schaamlippen verfrommeld en verkild mijn ingang beschermend. De man spuugt even op zijn vingers en dwingt ze toch in me. Ik begin ongecontroleerd te klappertanden.
“Ze is koud, kom dan pakken we haar in”.
Uit een rugzak komt eerst een wollen zak waar ze me in schuiven. Ik wordt opgetild. Een pakketje gedragen door de sterke mannen. Ik val in slaap.

Eindelijk houden de slagen met de cane op, geef je me even rust.
"Neem haar mee, zet haar klaar." Dat waren jouw harde woorden. Ik ben klaargezet, mijn gezicht naar de paal, je hebt een cane van het rek gepakt, een lange, 90 cm. De slagen waren rustig, maar hard. De eerste deed me nog gillen, meer van schrik. Ik voel de striemen op mijn billen en dijen. Ik kan ze niet zien, maar is vermoed dat er nette evenwijdige lijntjes zichtbaar zijn, rood, gezwollen huid. Daar schep jij genoegen in, die rust en secuurheid kan je in dit stadium nog opbrengen. Ik weet hoe je bent als je opwinding is gestegen, als mijn eerste echte kreten van pijn komen, jouw verlangen stijgt om mij te breken. Maar het is nog niet zover.

Zij pakt een cane van het rek. Ik voel haar dicht achter me. Ze besnuffelt me, ze ruikt mijn zweet van de spanning en de angst voor wat komen gaat, ze ruikt onder mijn oksels van mijn omhoog gebonden armen. Haar hand, haar vingers glijden over mijn ruggenwervel, omlaag, naar mijn bilnaad. Zorgvuldig gaan haar vingers over ieder gezwollen streepje, zacht hoor ik haar tellen. Mij rest niets anders dan wachten, passief, rust zoeken voor het vervolg, al is mijn hartslag verhoogd. Ik probeer met rustig ademen het terug te brengen. Maar steeds weer realiseer ik me dat het niet bij deze slagen zal blijven, ik vrees wat er komen gaat. De gedachte er aan laat mij een kreun ontsnappen. Ik voel een schuit geil in mijn kutje vrij komen.

"Twintig", hoor ik haar iets harder zeggen, haar stem hees, schor, ze is opgewonden hoor ik. Ze kust mijn nek. Dus twintig slagen waren het, twintig nette strepen van de cane.
"Geef poot", even laat ze een stilte vallen, "hertje", vervolgt ze met een hese zwoele stem, even ben ik in verwarring over wat ze wil, maar de speelse tikjes met de cane tegen mijn kuit geven aan wat ze bedoeld. Ik buig mijn knie, mijn voet van de grond, als deze hoog genoeg is voel ik haar hand mijn enkel omsluiten. Ze trekt mijn onderbeen nog wat verder omhoog.
"Sterke handen", denk ik, de druk voelend, als een strakke enkelboei. Ik probeer oogcontact met jou te maken, maar jij kijkt alleen hoe zij bezig is met mijn voet. Ze slaat vegend met de cane het zand, bosgrond, van mijn voetzool. Ze tikt zacht, als inleiding op wat komen gaat. Ik sluit mijn ogen. Ik weet wat er gaat komen. Toch doet de eerste slag mij gillen, ik hoor jullie beiden kreunen van genot, het genot om mijn lijden, het genot om de striemende brandende pijn in mijn voelzool. Ik bijt op mijn lip, ik zal jullie dit genot om mijn lijden onthouden. Bij de volgende slag, harder, feller, geef ik geen krimp. Nog bij de volgende acht, in rustig tempo.

Ze laat mijn enkel los, voorzichtig laat ik mijn zakken, met de tenen laat ik mijn voet op de grond rusten.
"Niet slecht", hoor ik haar hees zeggen, tegen jou. Ik neem aan dat jij alleen knikt, ik hoor je niet, je staat uit mij gezichtsveld. Haar handen gaan langs mijn dijen naar mijn billen. Over mijn rug, ik ril. Opwinding. Opluchting dat ik sterk genoeg was. Ik voel haar warme adem in mijn nek, ze ruikt weer aan mijn oksels.
"Andere poot, hertje", hijgt ze zacht in mijn oor. Ze moet ontzettend geil zijn. Het doet me goed. Voorzichtig breng ik het gewicht over om mijn gepijnigde voet. Gewillig lift ik mijn andere onderbeen, het wordt opgevangen in haar mooie sterke hand, mijn enkel weer omsluitend als een boei. Weer wordt mijn voetzool schoongeveegd met de cane.
"Tel mee, hertje", krijgt ik als opdracht van haar. Gevolgd door een vinnige slag op mijn voetzool. Rustig tel ik.
"Eén". De slagen volgen elkaar rustig, gemeen hard. En ik tel, bijna onbewogen, al komt de tien er iets harder uit dan bedoeld. Opgelucht het gehaald te hebben. Ik wil mijn voet laten zakken, maar haar hand houdt mijn enkel in een ijzeren greep.
"Ik was nog niet klaar, hertje", meteen gevolgd door een slag met de cane. Gemeen hard, ik moet me verbijten om het niet uit te roepen. Ik verzuim het getal "elf" te noemen.
"Blijven tellen", hoor ik jouw warme stem, ook wat hees.
"Elf", zeg ik. Meteen gevolgd door een nieuwe slag. Ik wil mee tellen, maar dertien volgt al zonder dat ik wat heb kunnen zeggen.

Snel en hard volgen de slagen op mijn voetzool, soms op mijn hiel, soms op mijn tenen, elkaar op. Ik begin te kreunen en hijgen. De tel kwijt. Mijn handen klauwen om de touwen die mijn polsen aan de whipping post hebben vastgezet. Ik probeer mijn voet weg te trekken, maar ze is gewoon te sterk. Ze blijft meppen, slaan, hard, gemeen, snel. Tot ik het elke slag voluit uit gil. Dan stopt ze. Laat mijn voet los. Ik hijgend, laat me hangen aan mijn armen. Probeer op adem te komen.
"Ik wist het wel", zegt ze hees, geil, "ga recht staan". Ik verman me, sta voorzichtig op mijn benen, blij dat de bodem was los is, de druk van mijn voet iets gelijkmatiger verdelend, beter dan een betonvloer. Ik reguleer mijn adem. Ik moet sterk zijn.

Ik voel haar achter me, weer ruikt ze mijn oksel, haar hete adem in mijn nek. Haar hand over mijn billen, met haar voet tikt ze tussen mijn enkels, het teken dat ik mijn benen moet spreiden. De hand die tussen mijn benen gaat, de lange sterke vingers over mijn kutlipjes, vochtig, nat. Zonder pardon gaan ze in me, in mijn kut.
"Got, wat is ze geil", zegt ze, "wat is ze lekker". Ik voel de vingers uit me verdwijnen, het geluid dat ik hoor, moet het aflikken van haar eigen vingers zijn.
"Wil je ook proeven", hoor ik haar aan jou vragen.

"Volgende ronde", zegt ze, opgewekt, minder hees dan eerder. Ik slik. Ik zie hoe ze twee single tales van het rek pakt en jou er een aan reikt. Ik krimp ineen. Ik realiseer me dat ze linkshandig is. Ik probeer jullie te volgen, hoe jij linksachter me positioneert, zij rechtsachter. De zwepen knallen in de lucht. Afstand meten. Ik voel de angst door mijn lichaam gieren nu. Ik weet dat jullie ver willen gaan, maar hoe ver.
"Jij begint", zegt ze. Je eerste slag raakt me half. Haar slag ook. Weer passen. Om en om. In rustig tempo voel ik de slagen over mijn rug verdeeld worden. Ik probeer te ondergaan, in ritme te komen, in trance. Zacht laat ik me mee voeren. De pijn te ondergaan, weg te denken. Ik voel hoe de slagen harder worden, hoe jullie het tempo opvoeren, krachtiger. De striemen die elkaar beginnen te kruisen. De tale die soms om mijn body slaan, de zijkant van mijn tietjes raakt, fellere pijn. Gemener. Ik begin te kreunen. Ik voel hoe mij huid hier en daar open wordt geslagen, de striemen op de kruising gaan bloeden. Weer nieuwe slagen, ik begin te gillen, de beginnen te stromen. Ik smeek. Ik krijs het uit. Mijn lichaam schud onder de slagen. Tot het stopt. Met mijn ogen dicht laat ik me aan mijn polsen hangen, uitgeput.

Ik voel dat jullie achter me staan, vingers die de bloedende striemen aanwijzen, aanraken, jullie woorden, ze dringen maar half door, ik hijg nog na van de pijn. Jouw warme stem, haar geile en hese. Ze vraagt of je me nu wilt neuken, jij antwoord dat het nog niet de tijd is. Jullie spreken over mijn volgende foltering, maar het dringt nog niet tot mij door. Mijn polsen worden losgemaakt, je neemt me in je sterke armen, streelt mijn betraande gezicht, kust het teder. Ik ben opgelucht. Toch het einde?
"Kom, staan", zeg je zacht. Ik probeer te staan, jij zet me met mijn gehavende rug tegen de executiepaal, je zet mijn polsen weer boven mijn hoofd. Zij is geknield, gespt me enkelboeien om, bind er een touw tussen, achter de paal langs, om de paal heen, mijn voeten aan de zijkant van de paal, zodat ik moeite hebt mijn evenwicht te houden, ik hang voorover aan mijn armen.

Daar sta ik dan, in mijn ongemakkelijke positie, hangende positie. Iets herstelt van de geseling, op adem gekomen, de tranen door jou weggekust. Ik voel dat de tranen vuile strepen op mijn gezicht hebben achtergelaten. Ik moet er verwilderd uitzien voor jullie.
"Laatste ronde?", zegt ze vragend, in jouw richting.
"We zullen zien", antwoord jij, je knikt me bemoedigend toe.
Ze loopt op me af, kust me op de mond, haar tong die mijn mond binnen komt, de zoete smaak van haar mond, haar speeksel, haar geur. Haar linker hand op mijn rechter tietje, zacht masserend. Ze tongt heerlijk, eindeloos lijkt het, ik laat me er in weg zakken, genot. Haar andere hand gaat tussen mijn benen, de palm drukken op mijn vulva, mijn klitje, de vingers die een opening zoeken tussen mijn lipjes, doelgericht. Naar binnen gaan, die mooie handen, vingers, ze krommen zich, masseren op mijn spot, ik kreun in haar mond, haar eindeloze tongende zoen, kus, lust. Mijn ogen gesloten, genietend, geil, kreunend door die masserende vingers, mijn tietje, tepel, mijn kutje, nat, stromend. Ze laat mijn mond, ik half open, hijgend, kreunend, ik wil en moet komen, ik duw me op haar hand, probeer het, maar mijn positie, mijn bewegingsruimte is te beperkt.
"De laatste ronde, hertje", zegt ze hees, met ondertoon. Sadistisch genot spreekt uit haar woorden. Ze laat me los voor ik me kan overgeven aan mijn orgasme.
"De laatste ronde", herhaalt ze. Ik voel de angst, ik voel wat er zal gaan komen.

Daar staan jullie, voor me, ik kijk jullie aan, mijn geilheid nog in mijn lijf, mijn ogen, ik probeer jullie trots aan te kijken, jullie met de zwepen. Zij heeft haar omslag afgegooid. Ze staat naakt, haar volle borsten met de donkere omhoog wijzende tepels, de donkere driehoek tussen haar benen. De afstand wordt ingeschat. En dan begint het, om en om, de slagen op de voorkant mijn mijn lichaam. Mijn buik, bovenbenen. Rustig beginnend. Ik sluit mijn ogen, laat me mee voeren, mee voeren op de golven van pijn. Dan de eerste slag op mijn gevoelige tietjes, de eerste gil. De tip van de zweep die mij tussen mijn benen raakt, mijn vulva, ik moet weer gillen. Ik probeer rustig te blijven ademen, in het ritme van de slagen. Als ik mijn ogen even open zie ik jou, geconcentreerd, genietend, statisch, zij dansend op haar blote voeten, gracieus. De slagen worden harder, gemener, meer op mijn gevoeligste plekken gericht, mijn borsten, mijn kutje. Ik begin zacht te kreunen bij elke slag die ik op vang. Nog feller worden de slagen, mijn gekreun wordt luider. Zij kreunt ook, bij elke uithaal, als een tennisspeelster in de finale van Wimbledon. Langzaam voeren jullie het tempo op, ik moet nu gillen bij iedere slag. Ik voel hoe de zwepen mijn lichaam striemen, ik voel hoe mijn huid hier en daar open wordt geslagen, de druppels bloed die opwellen. Dan voel ik hoe ik de controle ga verliezen, verlies, ongecontroleerd schokt mijn lichaam in de boeien, de tranen stromen, ik huil, ik gil ...

 

Alle verhalen van: Daphne

Fijn verhaal 
+5

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen