Informatie
Geschreven door Fanny
Categorie Homo | Lesbisch | Bi
Reacties: 1
4284 woorden | Leestijd 22 minuten

Met een griezelig holle klank valt de stalen deur achter me in het slot. Het kamertje waar ik alleen word achtergelaten doet denken aan een tweederangs film. Een bedompte lucht dringt door in mijn neus. Een rechte metalen tafel in het midden, vastgeklonken aan de betonnen vloer. Vier dito stoelen er omheen, eveneens verankerd. De muren zijn grijsgroen met hier en daar een paar krassen en een zwarte veeg afkomstig van een schoenzool. Een klein matglazen raam aan de zijkant, voorzien van tralies. Het ongenaakbare licht van de TL buizen maakt het geheel nog killer. Een koude rilling loopt langs mijn rug. Ik wil niet weten wat zich in dergelijke kamertjes zoal afspeelt. Ik wil hier weg.

Ik ben beland in een verhoorkamer van de politie in een randstedelijke stad. Gearresteerd. Mijn vingerafdrukken zijn genomen. En foto’s. Van voren en opzij. Net als op TV. Ik voel me misdadig en crimineel. Waarom? Ik snap het zelf nauwelijks. De sporadische boetes voor te hard rijden en het negeren van een rood stoplicht vormen mijn enige aanvaringen met justitie tot nu toe. Verder ben ik een redelijk brave burger. Dit moet een vergissing zijn. Toch? Een samenloop van omstandigheden en de onnoemelijke pech om op het verkeerde moment op de verkeerde plek te zijn.

Zojuist zijn mijn kleren doorzocht en mijn persoonlijke bezittingen van me afgenomen. Mijn sleutels, mijn horloge, mijn mobiel, een pakje kauwgom, mijn portemonnee met mijn ID kaart, enkele tientjes en een bankpasje. Een half pakje papieren zakdoekjes mag ik houden, maar mijn schoenen moet ik afgeven. In één woord vernederend.

Wachten duurt eindeloos als je geen besef van tijd hebt. Elders in dit oude gebouw hoor ik de drukte van stemmen en telefoongerinkel. Iemand roept iets onverstaanbaars. Buiten klinkt een sirene, maar tussen deze vier muren word ik gek van mijn eigen stilte. Ik neem een slok van de koffie in het plastic bekertje voor me. Slootwater is een betere benaming. Koud bovendien. Ik wrijf over mijn pijnlijke polsen. Knellende handboeien hebben hun afdrukken achtergelaten in mijn huid. Tientallen vragen. Hoe lang nog? Waarom komt er niemand? Wat gaat er gebeuren? Ze zullen me toch hopelijk niet hier houden? Drie tot zes uur, zei iemand in het arrestantenbusje. Hij had er kennelijk ervaring in. Je wordt verhoord, moet een verklaring tekenen en na maximaal zes uur laten ze je weer gaan. Zes uur? Hoe lang duurt dat nog? Ik wil naar huis.

Een paar weken geleden liep ik per toeval een vroegere studiegenootje tegen het lijf. Veerle en ik waren destijds lid van dezelfde studentenvereniging en samen vochten we idealistisch tegen de rest van de wereld. Waar een protestdemonstratie werd georganiseerd waren we van de partij. Het doelwit maakte eigenlijk niet eens zoveel uit. Tegen het kabinetsbeleid, tegen rassendiscriminatie, tegen schending van mensenrechten, tegen neo-nazisme en tegen dierenmishandeling. Maar ook vóór wereldvrede, vóór een beter milieu, vóór meer werkgelegenheid, vóór ontwapening en vóór afschaffing van kernenergie.

We bleven even staan om bij te kletsen. Mijn toenmalige idealen vervaagden bij het verstrijken van de tijd, maar Veerle was nog steeds dezelfde. Gedreven, bevlogen, enthousiast, maar vooral zichzelf. Ze had zich niet, zoals ik, weten te onttrekken aan het afgerond hippieachtige leven van toen. Haar blonde strohaar in een nonchalante staart, geen make-up, tweedehands kleding en haar blote voeten in platte schoenen. Haar studie had ze met succes afgerond maar desondanks leefde ze al jaren van een uitkering. Ze was erg actief in de kraakbeweging vertelde ze. Kraakbeweging? Bestond die dan nog?

Na een kwartiertje babbelen gingen we uit elkaar na uitwisseling van telefoonnummers zonder de bedoeling te hebben die ooit te gebruiken. Ik in elk geval niet. Veerle hoorde thuis in een tijdperk dat ik had afgesloten. Voltooid verleden tijd. Dat dacht ik tenminste. Tot ze twee weken geleden belde en vroeg of ik zin had in een portie vreedzaam protest. Eén van de weinige overgebleven kraakpanden zou worden ontruimd. Ze rekende op me. For old time’s sake.

Ik zocht naar een goede smoes om te kunnen weigeren. Ik voelde absoluut niets voor haar wilde plannen maar juist dat durfde ik haar niet rechtuit te zeggen. Waarom niet? Gezichtsverlies? En dus won Veerle de discussie met betere argumenten dan ik. Ik zwichtte en zegde toe dat ik erbij zou zijn op voorwaarde dat ik het hazenpad zou kiezen zodra de situatie uit de hand dreigde te lopen. Dat zou niet gebeuren beloofde ze me plechtig. Dat was haar nog nooit overkomen.

Ik schrik op uit mijn overpeinzingen. De deur gaat van het slot en een agente in uniform komt binnen. Haar lange donkere haar is in een knotje bijeengebonden op haar achterhoofd. Ze heeft een sympathiek gezicht en vriendelijke bruine ogen. In de verste verte lijkt ze niet op het geijkte beeld van de gemiddelde politievrouw. Niet uit de hoogte. Niet stoer. Eerder breekbaar. Hoe oud zou ze zijn? Ik schat haar niet veel ouder dan ik. Zes- zevenentwintig?

Eindelijk, denk ik. Even een paar vragen beantwoorden en dan hopelijk snel weer naar huis. De agente geeft me een ferme hand en stelt zichzelf voor als Carlie. Stevens lees ik op het naamplaatje. Ze schenkt me een onverwachte glimlach. De eerste vriendelijke menselijke reactie in uren. Maar het beetje hoop dat ze brengt spat als een zeepbel uit elkaar.

“Sorry meid. Er zijn teveel arrestanten en te weinig personeel om de hele papierwinkel vandaag nog rond te breien. Je verblijf hier is helaas verlengd tot morgen”.

Het grauwgroene kamertje begint voor mijn ogen te draaien. Het bloed ebt spontaan weg uit mijn gezicht. “Wat!?”

“Het spijt me echt”.

Volkomen uit het lood geslagen kijk ik haar aan. Haar medeleven lijkt oprecht maar wat schiet ik daarmee op? Ik wil hier niet blijven. Een angstig gevoel bekruipt me en mijn ogen beginnen te branden, maar ik slik mijn teleurstelling dapper weg.

“Kom”, vervolgt ze op dwingende toon. “Ik breng je naar je cel”.

Omdat ik niet reageer pakt ze me bij mijn bovenarm. Zij is de baas en dus volg ik gedwee.

“Mag ik even bellen?” vraag ik hoopvol. “Alsjeblieft?”

Carlie schudt haar hoofd. “Pas als je bent verhoord. Maar als je me een nummer geeft laat ik het thuisfront wel weten waar je bent”.

Ik sla haar aanbod af. Niets weten is voor mijn vriend en mijn ouders waarschijnlijk beter dan horen waar ik me nu bevind. In gedachten zie ik het onthutste gezicht van mijn moeder voor me. Haar enige dochter opgepakt? Onmogelijk!

Vier gangen, één trap en twee elektrisch vergrendelde deuren verder duwt Carlie me met zachte dwang een troosteloze ruimte binnen. De politiecel ziet er niet veel vrolijker uit dan de verhoorkamer maar er staat tenminste een bed. Uiteraard is ook hier alles van beton of metaal en niets is verplaatsbaar. Ik krijg een deken, schone lakens en een vormeloos grijs hemd dat als nachtkleding moet dienen.

“Ik moet je fouilleren”, hoor ik Carlie zeggen.

“Is al gebeurd”.

“Nee, alleen je kleren zijn doorzocht. De rest moet ook nog. Standaardprocedure”.

Ik wil door de grond zakken als tot me doordringt wat ze bedoelt. Visitatie? Dat doen ze toch alleen maar bij bolletjesslikkers? Carlie trekt een paar latex handschoenen aan.

“Kleed je maar uit. Als je meewerkt is het zo achter de rug”.

Ik durf haar niet te vragen wat er gebeurt als ik niet meewerk maar ik vrees het ergste. Dit is ronduit beschamend. Ik heb echter geen keus. Ik laat mijn spijkerjasje van mijn schouders glijden en wil me
omdraaien voordat ik de rest uittrek, maar ik bedenk me. Waarom zou ik me schamen? Het laatste restje zelfrespect laat ik me niet ontnemen. Ik recht mijn schouders en kijk Carlie strak aan als ik mijn T-shirt over mijn hoofd trek. Ze vertrekt geen spier. Haar alerte ogen volgen belangstellend mijn bewegingen als ik me vervolgens ontdoe van mijn spijkerbroek, beha, slip en zelfs mijn sokken. Het voelt bijna als een uitdaging om mijn lichaam zo aan haar te tonen. Ik krijg het er warm van. Ergens diep vanbinnen voel ik een overbekende sensatie opkomen. Nee hè? Niet hier. Niet nu.

Ik probeer er krampachtig tegen te vechten maar het gekriebel breidt zich uit als haar blikken ongegeneerd langs mijn lichaam glijden en blijven steken bij het smalle streepje haar op mijn venusheuvel. Mijn tepels worden harde puntjes. Ik kan slechts hopen dat ze het niet zal
opmerken of enkel zal wijten aan de plotselinge afkoeling van mijn lijf.

“Handen tegen de muur, armen gestrekt en benen spreiden”.

Willoos gehoorzaam ik. Het is ongelooflijk hoeveel invloed een uniform en een beetje autoriteit op een mens kan hebben. Maar veel tijd om me daarin te verdiepen krijg ik niet omdat Carlie een strategische positie achter me inneemt. Vingertoppen betasten behoedzaam de blauwe plekken,
schrammen en schaafwonden die ik op mijn armen en rug blijk te hebben.

“Ze hebben je flink te pakken gehad. Wil je een klacht indienen?”

Ik schud heftig mijn hoofd. “Nee, laat maar zitten”.

Doe nu maar wat je moet doen, denk ik. En laat me dan alsjeblieft alleen.

Ik klem mijn kaken stijf op elkaar als Carlie’s gehandschoende vingers eerst zoekend door mijn lange bruine haren en langs mijn nek strijken. Ze voelt in en achter mijn oren en vervolgens onder mijn oksels. Een aangename siddering stroomt van mijn kruin naar mijn tenen als ze in de plooien onder mijn borsten belandt. Een verwoede poging om het groeiend verlangen te onderdrukken mislukt jammerlijk. Tussen mijn benen begint zich nu ook iets te roeren. Ik besterf het bijna. Kom op, mens. Schiet op.

Mijn billen worden zachtjes van elkaar geduwd. Ik voel haar ogen op mijn sterretje. Gaat ze me daar ook betasten? Nee, toch niet. Haar handen zetten hun zoektocht voort in mijn liezen en daarna tussen mijn benen waar mijn dijen overgaan in schaamlippen. Ik zet me schrap want ik weet wat het volgende doel zal zijn. Ik wacht erop. Een zachte kreun is het gevolg als toch nog vrij onverwacht twee vingers in de donkere diepten van mijn lijf doordringen. Kan ze met die handschoenen eigenlijk voelen hoe nat ik ben? Het is een overbodige vraag want het soppende geluid als ze haar hand terugtrekt laat niets te raden over.

“Vind je het lekker, schatje?”

Ik zwijg. Ik kan het noch ontkennen noch bevestigen. Ik schaam me diep omdat ik me niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk bloot moet geven. Pareltjes zweet vormen zich op mijn voorhoofd. Hoe zal ze reageren op mijn ongewild geile gedrag?

Een vinger schuift snel heen en weer tussen mijn schaamlippen en raakt heel even mijn klitje. Een klein schokje is het gevolg. Heeft ze het gezien? Verdorie, waarom stelt ze zich zo op dat ik haar niet kan aankijken? Ik hoor het typische geluid van latex handschoenen die worden uitgetrokken. Iets te voorbarig laat ik de muur los en ga weer rechtop staan.

“Nee nee, staan blijven. Je bent nog niet klaar”. Ze zegt het op een dubbelzinnig toontje.

Afwachtend neem ik mijn vorige houding weer aan. Wat nu? Het duurt even. Waarschijnlijk doet ze het opzettelijk. Op die manier maakt ze me nog geiler. Ik sta letterlijk op springen.

Dan opeens voel ik blote handen op mijn blote billen. Ze aait ze, kneedt ze, knijpt er even plagend in. Ik huiver. Oh, wat voelt dit goed. Ga door, denk ik. Niet stoppen nu. Maar er komt geen woord over mijn lippen. Ik durf niet. Haar handen strelen over mijn rug en glijden vervolgens weer onder mijn oksels door naar mijn borsten. Als ze aan beide kanten zachtjes aan mijn tepels draait slaak ik openlijk een diepe zucht van opwinding. Er valt niets meer te verbergen.

Veel tijd om mijn tieten te verwennen neemt ze niet. Het volgende moment gaan haar handen voor de tweede keer op zoek naar mijn kutje. Net als voorheen penetreert ze me met twee vingers. Haar andere hand kriebelt even in mijn streepje schaamhaar en dan valt één van haar vingers doelbewust aan op mijn klitje.

“Jaah”, verzucht ik zachtjes. Het is gebeurd voordat ik er goed en wel van kan genieten. De immense opgebouwde spanning ontlaadt zich als ik trillend op Carlie’s vingers klaar kom. Zalig!

Slapjes hang ik nog tegen de koude muur als ze me onverbiddelijk tot de orde roept.

“Aankleden”, klinkt het streng. Traag raap ik mijn kleren bij elkaar. Als ik nog bezig ben mijn slipje langs mijn benen omhoog te hijsen maakt ze alweer aanstalten om te vertrekken.

“Carlie?” mompel ik verlegen.

“Ja?”

“Ik val niet op vrouwen”.

“Natuurlijk niet”, lacht ze spottend. “Dat doen ze nooit”.

Met een griezelig holle klank valt de stalen deur achter haar in het slot. Opnieuw ben ik alleen met mijn gedachten. Het lijkt allemaal zo onwezenlijk. Alsof ik slechts toeschouwer ben van een bizar scenario. Weer volledig gekleed ga ik op het oncomfortabele bed liggen en trek de deken over me heen. Ik ben ijskoud geworden.

Wie had dit twee dagen geleden kunnen vermoeden toen ik ‘s avonds op de trein stapte om naar Veerle te gaan? Zij en haar talrijke vrienden ontvingen me hartelijk. Hartverwarmend zelfs. Alsof ik er al jaren bij hoorde. Tot mijn verbazing kwam ik in het kraakpand nog een oude bekende tegen. Ooit had ik een blauwe maandag iets met Stef gehad. Veel inhoud had onze korte relatie blijkbaar niet want ik wist me er nauwelijks iets van te herinneren. Het enige dat me was bijgebleven was zijn overheerlijke, altijd bereidwillige pik. Hadden we eigenlijk ooit wel iets anders gedaan dan geneukt?

De nacht friste mijn geheugen weer enigszins op. Na een paar blikjes bier en de hernieuwde kennismaking met enkele jointjes belandde ik helemaal in hogere sferen én in Stef’s bed. Van slapen kwam niet veel terecht. Toen ‘s ochtends om zes uur de megafoons van de ME onze slaap ruw verstoorde, vertoonde mijn lijf duidelijke sporen van een wilde nacht en proefde ik de smaak van zijn zaad nog in mijn mond. Ramen en deuren van het kraakpand waren zowel van buiten als van binnen goed gebarricadeerd. Het kostte de politie daarom enkele uren om binnen te komen. Intussen wachtten wij tijdens een kaartspelletje af wat er ging gebeuren. De sfeer bleef best relaxed. Er waren duidelijke afspraken gemaakt. Niemand zou zich verzetten. We wilden geen geweld, geen ellende. En zo gebeurde het uiteindelijk ook. Mak als lammetjes lieten we ons één voor één tussen twee ME-ers naar buiten begeleiden.

Daar was het ongetwijfeld bij gebleven als er geen oproerkraaiers van buitenaf waren opgedoken. Het waren kwaadwillende toeschouwers die op een onverwacht moment de vlam in de pan deden slaan. Ik wachtte buiten nog op Veerle en enkele anderen toen er plotseling stenen naar de ME werden gegooid. Niet zomaar een paar kiezelsteentjes. Halve stoeptegels vlogen door de lucht. Binnen enkele minuten zag de hele straat blauw van de politie. Er was geen ontkomen meer aan. De situatie escaleerde.

Tevergeefs probeerde ik een uitweg tussen de menigte te vinden toen ik tot mijn ontzetting zag hoe een tenger meisje van hooguit een jaar of achttien door vier ME-ers hardhandig tegen de grond werd gewerkt en in de boeien werd geslagen. Maar zelfs toen ze zich niet meer kon verdedigen kreeg ze nog een paar rake klappen met een wapenstok. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid kwam in opstand. Ik voelde hoe mijn bloed begon te koken van woede. In een opwelling riep ik iets dat ik achteraf beter achterwege had kunnen laten.

“Hé, stelletje nazi’s! Kunnen jullie wel? Met zijn vieren tegen een weerloos kind!”

Eén van de vier agenten draaide zich meteen om in mijn richting. Ondanks zijn beschermende helm en vizier kon ik de agressie in zijn ogen lezen. Onbedoeld was ik nu het doelwit geworden. Ik zette het op een lopen, maar… Te laat. Ik werd van achteren vastgegrepen door twee smerissen. Hoewel ik terdege wist dat ik tegen zoveel overmacht het onderspit zou delven bleef ik me hevig verzetten. Iets té hevig. Terwijl ik in paniek om me heen maaide raakte ik één van mijn belagers gevoelig in het kruis. Ai! Het volgende moment lag ik met mijn gezicht tegen het asfalt en onderging ik dezelfde onzachte behandeling als het meisje dat ik even geleden nog wilde beschermen.

Laat op de avond floept ineens het licht uit. Overgeleverd aan een pikzwarte duisternis voel ik me ellendiger en eenzamer dan ooit. Alleen het rode noodknopje werpt een zwak schijnsel in de betonnen ruimte. Ik heb geen idee hoe ik de komende uren door moet komen. Ondanks de bijna doorwaakte voorgaande nacht voel ik me niet in staat om te ontspannen. Slapen lijkt onmogelijk. De gebeurtenissen van het afgelopen etmaal pijnigen mijn hersens. Talloze onbeantwoorde vragen vormen een geestelijke kwelling. Ik snak naar een beetje menselijke aandacht. Kwam er maar iemand een praatje maken. Maakt niet uit wie. Zelfs de duivel in eigen persoon zou op dit moment meer dan welkom zijn.

Na een tijdje wordt de celdeur ontgrendeld en gaat de deur geruisloos open. Nieuwsgierig kom ik overeind. In het binnenvallende licht herken ik het silhouet van Carlie. Goddank! Ik weet niet wat ze komt doen maar ik ben haar nu al oneindig dankbaar. Ze schuift iets tussen het kozijn en de deur zodat deze niet in het slot valt. Kennelijk is de moderne beveiliging nog niet tot dit cellenblok doorgedrongen. Het wordt opnieuw aardedonker. Ik hoor haar voetstappen dichterbij komen. Als ze naast me op de rand van het bed gaat zitten kan ik wel janken van opluchting.

“Carlie, ik…”

“Ssssst!”

Ik zwijg abrupt. Alweer volg ik haar bevelen gehoorzaam op.

“Hoe is het met je?” fluistert ze bijna onhoorbaar.

“Goed”, lieg ik.

“Ben je geil?”

“Ja”. Dit is geen leugen. Haar aanwezigheid heeft onmiddellijk invloed op mijn seksdrift.

“Goed zo. Ik ook. Mag ik bij je komen?”

Het is de eerste keer dat ze mijn toestemming vraagt. Alsof ze die nodig heeft. Alles is beter dan alleen te moeten zijn in dit benauwde hok.

Ik schuif een stukje op en sla het beddengoed open. Er valt iets op de grond. Een kledingstuk. Dan pas dringt het tot me door dat van mij hetzelfde wordt verwacht. Gehaast trek ik het grijze hemd over mijn hoofd en ontdoe me van mijn ondergoed. Ik voel een hand in mijn hals, onder mijn kin. Opeens haar lippen op mijn mond. Ik laat haar tong toe tot de mijne. Ze zoent heerlijk. Heel anders dan mannen. Even later verschaft haar naakte lichaam zich toegang tot het bed. Onze lijven raken elkaar. Haar huid is zacht en warm. Ze ruikt naar een half vervlogen parfum waarvan ik de naam ben vergeten. Zoet en fruitig. Het is duidelijk dat Carlie ook nu alle touwtjes stevig in handen heeft. Zij bepaalt wat er gebeurt en hoe. Ik fungeer slechts als haar speeltje maar dat vind ik in deze omstandigheden niet rampzalig. De rollen lagen immers vanaf het begin al vast. Dat maakt het echter niet minder spannend. Deze cel, de volkomen duisternis en het feit dat elk geluid ons zou kunnen verraden, veroorzaken een flinke knoop in mijn maag. Bovendien heb ik erg weinig ervaring met vrouwen. De laatste keer ligt al meerdere jaren achter me.

“Niet zo verlegen meid”, zegt ze als ze mijn hand dwingend tegen haar borst duwt. “Deze keer wil ik ook genieten”.

Ik volg haar instructies en speel met haar stevige kleine tietjes terwijl zij hetzelfde bij mij doet. Al gauw liggen we in elkaar verstrengeld. Haar knie dringt zich op tussen mijn benen. Ik maak het haar gemakkelijk door mijn dijen iets meer te spreiden. Ze neemt de uitnodiging meteen aan. Haar hand strijkt lichtjes langs mijn druipende lipjes. Dan veert ze op en het volgende ogenblik ligt mijn hoofd tussen haar knieën en drukt ze haar geil geurende kruis in mijn gezicht. Zelf buigt ze voorover en verbergt op haar beurt haar hoofd tussen mijn benen. Het puntje van haar tong likt plagend aan mijn overtollige vocht.

Ik plaats mijn handen op haar ronde billen en kras zachtjes met mijn nagels over haar perzikzachte huid en af en toe plagend langs haar bilspleet. Mijn mond kust de kale lipjes van haar kutje. Ze is niet minder nat dan ik. Mijn vingers glijden moeiteloos in haar diepe grotje terwijl mijn tong nieuwsgierig op zoek gaat naar haar klitje. Een gesmoord kreetje bevestigt dat ik het dingetje heb gevonden. Ik lik en zuig erop zoals ik zelf zo graag word gebeft. Niet zonder succes want haar ingehouden hijgen en kreunen wordt gaandeweg heftiger. Intussen neemt het natuurgeweld in en rond mijn eigen kutje ook meer intense vormen aan. Carlie’s vingers en tong drijven me vakkundig in de richting van een veelbelovend hoogtepunt. Maar telkens als het bijna zover is stopt ze even. Knettergek word ik ervan. Ik moet moeite doen om het niet uit te gillen van ongeduld. Net als ik me realiseer dat ik een stevige lul eigenlijk toch wel mis, voel ik dat iets kouds tussen mijn lipjes wordt geschoven. Hè? Wat is dat? Geen dildo, want daar is het net iets te stroef voor.

“Wat doe je?” sis ik.

“Voel maar”.

Met één hand grijp ik tussen mijn benen. Uit mijn kutje steekt een rubberachtige staaf. Toch een dildo? Maar dan voel ik het leren lusje dat aan het uiteinde is bevestigd. Het is geen lus, maar een
polsbandje. Nee, dit kan niet waar zijn. Zeg me dat ik droom. Allejezus, ze neukt me met haar wapenstok!

Het idee dat dit klereding, dat me vanmiddag nog zo bruut pijnigde, me nu het opperste genot bezorgt doet mijn geile verlangen spontaan toenemen. Ik spreid mijn benen tot ze niet meer verder kunnen. Dit wil ik meemaken.

“Neuk me”, fluister ik smachtend.

Carlie heeft geen aanmoediging nodig. Zachtjes beweegt ze het wapen heen en weer, zowel tempo als stootkracht geleidelijk opvoerend terwijl ze tegelijkertijd behoedzaam aan mijn klitje blijft likken. Door het kussen op mijn gezicht te drukken weet ze net op tijd te voorkomen dat ik mijn orgasme uitschreeuw.

“Nu jij”, hijg ik als mijn hartslag weer is teruggezakt naar een normaal tempo.

“Liever niet”.

“Natuurlijk wel”.

Ik begrijp dat Carlie me niet vertrouwt met haar wapenstok. Ik zit hier tenslotte niet voor mijn lol. Maar toch… Zo’n kans krijg ik nooit meer. Ik neem een enorm risico maar toch duw ik haar achterover op de matras. Ze stribbelt behoorlijk tegen. Niet gewend om de controle uit handen te geven. Door haar mond te zoenen en haar lieve borstjes te strelen laat ik merken dat ik geen agressieve bedoelingen heb. Toch lastig, die duisternis.

Op de tast vind ik de wapenstok. Het ding glibbert nog van mijn lichaamssappen. Mooi zo! Mijn vrije hand verkent de soepele contouren van haar lijf.

“Doe het”, gebiedt Carlie.

Natuurlijk doe ik het. Voorzichtig open ik haar lipjes. Het koude natte ding laat ik even speels langs haar klitje glijden. Een langgerekte zucht is het resultaat. Ze is er klaar voor. “Doe het”, herhaalt ze, maar dit keer op een meer smekende toon. De rubberen staaf verdwijnt grotendeels in haar natte poes. Met dat ding in mijn hand voel ik me toch een beetje oppermachtig. Heel even zijn de rollen omgedraaid. Voor luttele ogenblikken bepaal ik wat hier gebeurt. Klaarkomen mag ze pas als ik het zeg. Maar eerst laat ik haar nog even kronkelen onder mijn handen.

De stok schuift moeiteloos heen een weer. Soms zachtjes, soms stevig. Haar hijgen gaat langzaam over in gekreun. Ik werk haar nu dichter naar een hoogtepunt toe door mijn duim tussen haar lipjes te laten glijden. Ik masseer het zachte vlees in de richting van haar klitje. Eenmaal dat supergevoelige knopje bereikt ondergaat ze de grande finale. Een paar stotende zuchtjes kondigen het al aan. Dan trekken haar spieren ongecontroleerd samen en laat ze een ingehouden grommetje horen.

‘s Ochtends word ik al vroeg gewekt. Opeens gaat alles heel snel. Na een lauwe douche en een karig ontbijt word ik in het bijzijn van een toegewezen advocaat officieel in staat van beschuldiging gesteld wegens belediging en mishandeling van een ambtenaar in functie. Belediging, oké. Maar mishandeling? Absurd! Desondanks slik ik mijn verontwaardiging in en zet mijn handtekening onder de schuldbekentenis. Weg hier!

In minder dan een uur is het gepiept en krijg ik mijn vrijheid terug. De rechtszaak volgt op een nog nader te bepalen datum. Ik krijg een formuliertje in mijn handen gedrukt waarmee ik mijn spullen kan afhalen. Bij de bewuste balie, afgeschermd door een dikke laag gepantserd glas, schiet me ineens iets te binnen.

“Kan ik hier een boodschap afgeven voor agent Stevens?” vraag ik aan het broekie dat mij te woord staat.

“Stevens zegt u…? Ken ik niet”.

“Carlie Stevens. Ze was hier gisteravond”.

Hij haalt zijn schouders op en draait zich om naar een oudere collega die een paar meter verderop achter een computer zit. Het horen van Carlie’s naam tovert meteen een brede grijns op zijn gezicht. Het antwoord is niet voor mijn oren bestemd maar ik vang de boodschap desondanks op.

“Dat is die pot die hier vorig jaar werd ontslagen wegens seksueel misbruik van vrouwelijke arrestanten. Je weet wel. Ze had van de body search haar specialiteit gemaakt”.

De aspirant agent geeft blijk van herkenning. Hij heeft het verhaal al eens gehoord. Beide mannen lachen geamuseerd. Ik niet.

“Sorry, u moet zich vergissen”, zegt de jonge knul beleefd. “Agent Stevens werkt hier niet meer”.

Ik knik. Gehaast grijp ik de envelop met mijn eigendommen uit de schuiflade en vlucht zo snel als mijn benen me kunnen dragen het politiebureau uit. Ik ben een ervaring rijker.

En een illusie armer.

 

© Fanny, 20 mei 2005

Naar alle verhalen van:  Fanny

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Een pracht verhaal. Ik maakte dit ook eens mee maar minder heftig op een luchthaven in Zuid-Amerika