Qupido's pijlen

Informatie
Geschreven door Qupido
Geplaatst op 17 maart 2021
Hoofdcategorie Homo | Lesbisch | Bi | Anders
Aantal reacties: 4
3088 woorden | Leestijd 16 minuten

 NB: Meer info over de gebruikte persoonlijke voornaamwoorden vind je hier

Ik arriveer tijdig. Ik kom nooit te laat. Dat ik de tijd naar believen kan beïnvloeden helpt daarbij wel, dat zal ik niet ontkennen. Ik zoek een goede positie uit, boven in een hoek van het klaslokaal. Mijn vleugels klapperen heen en weer als die van een kolibrie, wat mij in staat stelt op exact dezelfde plek in de lucht te blijven hangen. Mijn vleugels lijken te klein om mijn lichaam te kunnen dragen. Dat is schijn. Mijn lijf is namelijk nauwelijks zwaarder dan de lucht en zowel vliegen als stil blijven hangen gaat moeiteloos. Moe word ik er evenmin van. Ik beweeg mijn vleugels zoals u ademt, zonder er bij na te denken, en ademen vermoeit u immers ook niet.

Ik neem twee pijlen uit de koker op mijn rug. Voorzichtig streel ik liefdevol over elke pijl en zoek zorgvuldig de plekken uit waar ik mijn lippen neer moet drukken voor een zoen. Zodra de pijl oplicht weet ik dat die op de juiste manier met liefde is opgeladen. Bij de tweede pijl ga ik op exact dezelfde wijze te werk. Ik neem de boog van mijn schouder en leg beide pijlen er tegelijkertijd op, met het achtereinde van de schachten tegen de pees en de punten naar voren. Mijn beoogde doelen moeten bij voorkeur op precies hetzelfde moment geraakt worden. Ik sta echter bekend als een meester in mijn vak, mijn pijlen missen nooit hun doel en hebben altijd het gewenste effect. Het wachten is op de geluksvogels voor wie mijn pijlen bedoeld zijn.

Glimlachend zie ik hoe de deur geopend wordt, de leraar het lokaal instapt en de deur openhoudt voor de leerlingen. Niemand merkt mij op. Dat kan ook bijna niet. Niet alleen ben ik nauwelijks zwaarder dan lucht, ik ben eveneens bijna net zo ijl als lucht. Volwassen mensen zien me sowieso niet, zij willen slechts werkelijkheden zien en staan niet meer open voor verwondering, in tegenstelling tot kinderen. Eén van de kinderen zou me daarom wel kunnen zien. Zolang ik niet beweeg is die kans echter niet heel groot.

Geduldig wacht ik op het juiste moment. Dat hoort bij mijn werk. Geduld hebben ben ik gewend. Ik ben alert en heb mijn boog gereed. Als de voortekenen zich aandienen span ik de boog en laat op het juiste moment de pijlen los. Ze treffen elk feilloos hun doel.

Geen van beide jongens heeft het projectiel zien aankomen en geen van beide heeft iets gevoeld van het in hun lichaam dringen van de pijl. Het gevolg merken ze wel. Ik zie het in hun ogen als ze elkaar aankijken. De pijlen doen hun werk en in een fractie van een seconde is er iets verandert dat de rest van hun leven zal beïnvloeden. In elkaars blik zien de jongens, en in hun hele wezen voelen ze, dat ze niet langer alleen klasgenoten en vriendjes zijn, maar vanaf nu ook verliefd op elkaar. Dat zullen ze nog niet direct tegen elkaar zeggen, zelfs voor zichzelf misschien nog wel een tijd ontkennen. Het kan ook niet direct tot drastische veranderingen in het leven van de jongens leiden. Ze zijn nu nog maar kinderen immers. Maar over een aantal jaren zullen die kleine pijlen in hun lichamen ervoor zorgen dat ze hun liefde voor elkaar aan elkaar zullen opbiechten én, zoals dat met nette woorden wordt omschreven: zullen consumeren. Dat alles zal dan tot mijn grote genoegen zijn.

Hier zit mijn taak erop. Aangezien muren noch ramen mij hinderen heb ik zowel het lokaal als het gehele schoolgebouw spoedig verlaten. Ik stipte eerder al even aan dat tijd voor mij een totaal andere betekenis heeft dan voor u. Tijd is voor mij geen absoluut gegeven tussen geboorte en dood, zoals het dat voor een sterfelijk wezen, zoals ook de mens, wel is. Vandaar dat ik de gelegenheid heb, voor mezelf creëer, als het ware, om even pauze te nemen. Als ik arriveer Ten Hemel, zoals mijn thuis heet, blijkt dat zeven van mijn negen collega’s op hetzelfde idee zijn gekomen, wat het verblijf wel zo gezellig maakt.

Meer dan één glas ambrozijn en wat vluchtig gekeuvel is mij echter niet gegund. Een gezant van de leiding komt aanlopen en roept: ‘Cupido!’
‘Ja?’ klinkt het uit zeven monden. Dat is het nadeel als allen uit hoofde van hun functie als cupido ook als naam Cupido hanteren.
‘Nee’, zegt de gezant lichtelijk in de war, ‘jullie moet ik niet hebben.’ Die bestudeert het papier in hun hand aandachtig. ‘O, nou zie ik het,’ die kijkt weer op en naar mij, ‘Qupido moest ik roepen. Gelukkig er maar één cupido die Qupido heet.’
‘Ja, ik,’ zeg ik.
‘Ik dacht al dat jij het bent. Omdat je zonet niks zei,’ zegt de gezant.
Dat die ons aan het uiterlijk niet herkent valt hen niet kwalijk te nemen. Wij liefdesgodjes lijken namelijk op elkaar als waren we een tienling. Allemaal met hetzelfde blote lichaam van een jongeling, van onduidelijk geslacht, want allen zijn we noch man, noch vrouw. Sterker nog: de hele menselijke begrippen van mannelijk en vrouwelijk worden hier niet gebruikt en zeker niet in relatie tot een lichaamsdeel. Iedereen hier Ten Hemel is androgyn, tot aan Hoogste zelf aan toe. Van de liefdesgodjes ben ik wel de enige die zich heeft gespecialiseerd in alle queer diversiteiten, vandaar dat mijn naam Qupido luidt. Doch dat is aan mijn buitenkant niet te zien. We dragen geen naambordjes.

Aangezien een gezant altijd wordt gezonden zal die niet degene zijn die mij wil spreken en daarom vraag ik: ‘bij wie van de leiding moet ik zijn?’
Hier Ten Hemel heeft ieder zo hun eigen taak en bij wie van de leiding of toezicht ik me moet melden ligt er maar net aan waarom het gaat en wat ik moet uitleggen. Hoewel ik echt niet weet wat ik uit te leggen heb. Ik wijd me met overgave en zeer zorgvuldig aan mijn taken en van enige fout ben ik me niet bewust.
‘Bij de grote baas!’ zegt de gezant.
‘De grote baas?!’ Het is niet dat ik schrik van wat die zegt, maar toch... ‘Je bedoelt toch niet...?’
‘Jawel, die bedoel ik wel: Hoogste in hoogsteigen persoon heeft je aanwezigheid hier Ten Hemel opgemerkt en wil je spreken. Dus niet gedraald, maar hup! Hoogste’s tijd mag dan wel onbeperkt zijn, dat wil nog niet zeggen dat je die mag laten wachten.’

Ik sta op en aangezien die beweging alleen al voldoende is om mij op te laten stijgen, fladder ik weg. Ik moet helemaal omhoog naar Hemel Zeven in Ten Hemel, waar Hoogste meestal verblijft. Alle lagen van Ten Hemel zijn tamelijk open gecreëerd en eenmaal aangekomen bij de verblijven van Hoogste ontbreekt er dan ook een deur om op te kloppen. Om die reden blijf ik op gepaste afstand in de lucht hangen, tot het Hoogste behaagt om mij naderbij te roepen. Hoogste zomaar benaderen zou als impertinent opgevat kunnen worden, hoewel Hoogste in het geheel geen kwaaie baas is. Integendeel zelfs.

Hoogste laat me helemaal niet wachten. Die wenkt me onmiddellijk met hun hand en begroet me vrolijk: ‘Qupido, mijn beste, fijn dat je er bent. Kom en leg je naast me.’
Hoogste klopt op een plek naast zich op het zachte, witte en wolkachtige kussen. Die ligt er zelf ook gerieflijk op. Uitgestrekt op hun linkerzij en steunend op hun linkerelleboog. Fladderend kom ik naderbij en laat me naast Hoogste zakken.

Hoogste streelt mijn blote lijf, woelt door mijn lange, krullende haar en zoent me.
‘Lang geleden dat ik zo naast je lag, Hoogste,’ zeg ik en bedoel het bij wijze van spreken. Tijd is voor ons immers flexibel. De ontvangst door Hoogste verbaast me wel. Ik nam aan dat die een onderhoud met me wilde en niet dat die zich mét mij wilde onderhouden, want het lijkt er op dat Hoogste een potje met me wil vrijen. Niet dat ik daar niet genegen toe ben, integendeel zelfs. De liefde bedrijven is één van de meest gepraktiseerde bezigheden hier Ten Hemel. Wie zijn de grootste liefhebbers en het meest kundig in dat spel van liefde en seks? Juist, niemand anders dan Hoogste zelf en ik: de cupido gespecialiseerd in alle diversiteiten van liefde en seks, die er mogelijk nog wel bedrevener in is dan Hoogste, al is dat wel een beetje brutaal om te zeggen van mezelf.

‘Zelfs voor ons begrip té lang Qupido,’ beaamt Hoogste en die bevoelt en streelt me nu overal met hun beide handen. Hoogste geeft zoentjes op mijn mond, mijn borst, mijn tepeltjes, mijn buik, mijn inmiddels stijve piemeltje, mijn balzakje, mijn gleufje, mijn billen, mijn gaatje tussen de billen, mijn rug en omhoog tot aan de toppen van mijn vleugels. Hoogste likt nogmaals aan mijn piemeltje, gleufje en het gaatje tussen mijn billen. Ik knor van genoegen.

Hoogste is verheven en mijn lichaam van licht en lucht geeft geen weerstand, terwijl de energie van mijn liefde hem maar al te graag ontvangt.
‘O Hoogste,’ zeg ik, met een diepe zucht van intens genoegen. ‘Ik bereik de zaligheid!’
Het liefdesnectar verlaat met kracht mijn piemeltje. De ontelbare spermatozoïdetjes erin vliegen als twinkelende sterretjes op en bezwangeren de lucht tot in een wijde straal rondom ons met pure liefde. Niet alleen Hoogste en ikzelf, maar allen die de liefde in de lucht inademen beginnen elkaar te zoenen en de liefde te bedrijven.

Hoogste laat hun goddelijke sappen vrij in mijn lijf en ik voel hoe het goddelijke zaad in mij vloeit en me nieuwe energie schenkt. Als vanzelf begin ik met mijn vleugels te klapperen en door de kracht mij geschonken door het levenselixer van Hoogste ben ik zo sterk, dat ik Hoogste met me mee omhoog til. Zwevend hoog boven het wolkenkussen zweven de laatste spermatozoïdetjes uit mijn lid.

Kalm zakken Hoogste en ik in onze omhelzing weer omlaag en landen zacht op het wolkenkussen.
‘Mijn advies, dat ik aan iedereen geef, en daarom natuurlijk zelf ook ter harte neem, is een juist advies, dat is hiermee maar weer eens bewezen,’ zegt Hoogste, met een gelukzalige lach op hun gezicht en een vrolijke twinkeling in hun ogen. ‘Als de kans zich voordoet om de liefde te kunnen bedrijven met de liefde in persoon, zou je een volslagen idioot zijn als je die kans laat lopen.’
‘Je hebt dan nog de keuze Hoogste, ik heb immers negen collega’s.’
‘Ah, zeker mijn lieve Qupido, dat is waar! En allen, zonder uitzondering, zeer kundig, doch er is maar één Cupido gespecialiseerd in de diversiteit van de liefde en dat ben jij: mijn eigen homogodje, of...’ Hoogste grinnikt. ‘Moet ik tegenwoordig zeggen: lhbt-, en nog een boel letters, godje? Want je hebt een hoop diverse pijlen in je koker dezer dagen Qupido.’
‘En toch, Hoogste, kan ik slechts dat uit mensen halen wat ze van jou van begin af aan al hebben meegekregen. Zoals alles met de nodige diversiteit is neergezet was de mens immers bedoeld als het meest divers, zowel in persoon als in de liefde. Was het immers niet de bedoeling dat ze, als wezens, het dichtst bij ons in de buurt zouden komen?’

‘Ja inderdaad, maar helaas,’ Hoogste kijkt er zelfs teleurgesteld bij. ‘Het plan was dat ze zouden evolueren tot een sociaal, zich met elkaar verbonden voelend wezen, vol liefde, en gezegend met intelligentie. Helaas laat het instinct van een kuddedier, want voor het zich met elkaar verbonden voelen is dat noodzakelijk, zich moeilijk onderdrukken. Ze blijven stompzinnig de hardste schreeuwer volgen, omdat ze die hardnekkig als de kundigste leider blijven zien.’
‘Terwijl juist de rustige en bedachtzame in veel gevallen veel kundiger is.’
‘Ja, maar dat niet alleen, het allerbelangrijkste was dat ze te allen tijde voor zichzelf zouden blijven nadenken.’
‘En zich niet blindelings laten leiden door harde schreeuwers en heilige geschriften, toch?’
‘Zogenaamd heilige geschriften!’ roept Hoogste bijna boos. ‘Er is in de verste verte niets heiligs aan die boeken! Ze hebben ze nota bene zelf geschreven! In hun beleving heel erg lang geleden en dat maakt het nog absurder dat ze er nu nóg altijd naar leven! Ik heb met die geschriften niets van doen!’
‘Ik weet het.’

Ik  lach. Ik heb wel vaker meegemaakt dat Hoogste zich behoorlijk over dit, en de mens als geheel, kan opwinden en meestal komt dat omdat die het zich aantrekt hoe de mens zich ontwikkelt. Aangezien die er zelf verantwoordelijk voor is, is het heel voorstelbaar dat die teleurgesteld is in de ontwikkeling van hun eigen creatie.
‘En toch zit er wel degelijk liefde in ze.’ Ik neem het een beetje voor de mens op.
‘Dat maakt het allemaal nog absurder! Bijna alle vormen van geweld worden op een bepaalde manier vergoelijkt en mogen in alle openheid plaatsvinden, terwijl nagenoeg op alles wat met liefde en seksualiteit te maken heeft een taboe rust en vooral in het verborgene moet blijven! Het gaat zelfs zover dat het lichaam bedekt dient te worden uit schaamte! Uit schaamte nota bene! Terwijl ze rustig durven te beweren dat ze geschapen zijn naar het evenbeeld van de schepper, menen ze toch dat ze zich voor hun naakte lijf moeten schamen! Het is ronduit beledigend voor me! Hebben die stomkoppen dat dan zelf niet door?! Nee, soms denk ik: streep eronder en opnieuw beginnen!’

‘Nou, nou.’ Ik glimlach om de boosheid van de Hoogste. ‘We hebben die stomme dinosauriërs een paar miljoen jaar gegeven om zich te ontwikkelen.’
‘En het bleven stomme beesten!’
‘Ja, dat wel!’ Ik lach nu hardop. ‘Maar toch? De mens loopt nog maar een paar duizend jaar rond. Ze van kuddedieren verheffen naar wezens van liefde vergt iets meer tijd, vrees ik. En wat je zei: lhbt, en ze plakken er vaak nog een heel rijtje letters achter, bewijst dat er diversiteit inkomt én, wat minstens zo belangrijk is: het lukt ook steeds beter om die diversiteit breder geaccepteerd te krijgen. Ik heb de hoop in de mens nog niet opgegeven. Ze kunnen zich nog tot die liefdevolle wezens ontwikkelen die jij voor ogen had. Mits jij ze nog wat tijd geeft én... ze niet zelf de boel verwoesten, want ik vrees dat dat wel eens eerder kan gebeuren dan dat jij Apocalyps op ze loslaat.’
‘Je hebt gelijk Cupido, met beide. Het is ook die ontwikkeling in ze waarom ik je graag wilde zien, want daarmee wil ik je feliciteren en complimenteren, dat is uitstekend werk van je. Met jouw niet aflatende geduld bereik je meer, dan ik met dat haastige experiment dat ik in hun jaren zestig in gang heb gezet: flower power, make love not war, peace and love, hippies, dat soort werk, weet je nog wel?’
‘Ja, dat weet ik nog,’ ik knik en glimlach bij de herinnering eraan. ‘Het leek veelbelovend bij de start.’
‘Ja, maar het is geen blijvertje geworden helaas. Waarschijnlijk omdat ik me toch nog teveel focuste op het fysieke verschil en dat teveel benadrukte. Het is mijn schuld dat ze zo sterk in mannetje en vrouwtje denken, terwijl dat totaal niet belangrijk is. Liefde en het plezier van het bedrijven van de liefde, daar gaat het om, en dan gaat dat voortplanten ook vanzelf wel. Ik had toen al meer op de mogelijkheden moeten afgaan, die ik ze immers zelf heb gegeven! Ik had naar jou moeten luisteren, je had gelijk! De truc is om juist de diversiteit naar voren te laten komen, waardoor het in strak omlijnde hokjes denken juist verdwijnt, al zou je dat niet verwachten. Jij hebt dat echter wel voorzien. Prima werk!’

Ik bloos onder de complimenten. ‘Zoals je zegt: jij hebt de diversiteit aan ze gegeven en daarom dacht ik dat het dan ook gebruikt moet worden. Ik denk dat het komt door juist jonge kinderen zich nu al bewust te laten worden van hun identiteit. Dat ze zichzelf kunnen zien als de persoon die ze willen én kunnen zijn en zich minder laten leiden door wat anderen vinden dat ze moeten zijn. Daarom heeft het nu wel een goede kans om succesvol te zijn. Kinderen die de vrijheid krijgen om zichzelf te zijn, zullen dat ook weer doorgeven aan de generaties die na hen komen. Des te meer divers, des te meer liefde zal er komen en des te minder zal het geweld uiteindelijk gaan worden, is mijn verwachting.’
‘Plus dat ze daardoor misschien nu eindelijk ook eens de intelligentie gaan gebruiken, om zichzelf, en een groot deel van hun wereld, niet om zeep te helpen. Als ze hun verstand meer gaan richten op de liefde en niet meer op het construeren van middelen tot vernietiging. Ja Qupido, wellicht kan het dan gebeuren dat ze toch nog evolueren tot de wezens van liefde, zoals we indertijd bedoelden. Wezens die het dan mogelijk ook verdienen om Ten Hemel te worden opgenomen, want zolang ze nog te gewelddadig zijn kunnen we ze hier natuurlijk niet gebruiken.’
Ik grinnik. ‘En mocht dat toch niet lukken: dan kunnen we altijd Apocalyps nog op ze loslaten en weer opnieuw beginnen. Het zal niet voor het eerst zijn.’
‘Nee, en het spel blijft leuk.’ Hoogste lacht en pakt me beet in een omhelzing. ‘Net als het spel der liefde en dat kunnen we hier met z’n allen en te allen tijde spelen, want die tijd... die maken we immers zelf!’

In een innige omhelzing stijgen we opnieuw op. Ik fladder wel met mijn vleugels, toch is het deze keer Hoogste die mij tilt. Als Hoogste is die natuurlijk in staat om zelf te bepalen of die wel, niet, of in zekere mate onderhevig is aan de zwaartekracht. Al minnekozend zweven we steeds hoger en Hoogste roept: ‘komt allen!’
Vanuit alle lagen en dimensies van Ten Hemel komen allen die aanwezig zijn toegesneld.
‘Liefde is het mooist als het met velen wordt gedeeld,’ zegt Hoogste en laat zowel mij, als zichzelf klaarkomen met het uitstoten van onze zaligheden, waardoor ontelbare twinkelende spermatozoïdetjes opnieuw de lucht bezwangeren met pure liefde.  

Was het bij de mens ook maar zo gemakkelijk, maar helaas: bij hen zijn we meestal aangewezen op onze pijlinjecties. Als geestelijke wezens, met een lichaam dat bestaat uit licht, lucht en universele energie, kunnen we niet minnekozen met stoffelijke wezens. Helaas zijn mensen ook niet gevoelig voor onze liefde verspreidende spermatozoïdetjes. Nóg niet, dat zal pas zijn als het ze lukt om daadwerkelijk te evolueren tot wezens van pure liefde.


©2021: Qupido

Alle verhalen van: Qupido

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Een verhaal, even eerlijk als heerlijk, lijkt mij. Niet ieders eerste keer is een succes(je) weet ik uit een ver verleden en niet zelden is de betovering en tegelijk ook dat verlangen naar seks voor een hele tijd over. Dat gegeven heb je heel aangenaam en onderhoudend weten te verwoorden.
Stanzie zei:
Een verhaal, even eerlijk als heerlijk, lijkt mij. Niet ieders eerste keer is een succes(je) weet ik uit een ver verleden en niet zelden is de betovering en tegelijk ook dat verlangen naar seks voor een hele tijd over. Dat gegeven heb je heel aangenaam en onderhoudend weten te verwoorden.

Sorry... Dit slaat natuurlijk nergens op. Deze woorden horen thuis onder een ander verhaal
Dag Qupido, dank voor dit verhaal vol celestiale heerlijkheden. Je bent een schrijver met een boodschap, dat is duidelijk. Ik gun ieder zo’n Hoogste in zijn/haar bed. Ik ben niet zo van de verkleinwoordjes in teksten, maar spermatozoïdetjes kan me dan weer wel vertederen. Na het lezen blijf ik wel met een vraag achter: die jongens die getroffen werden door een pijl, wat is daarmee gebeurd?
Hallo Vanille, fijn om te horen dat je het verhaal leuk vond. En die jongens...? Wie weet, misschien schrijft Qupido nog wel eens over ze.