3126 woorden | Leestijd 16 minuten

Hoewel politie-inspecteur Clarisse Zonderman niet snel voor één gat te vangen was, zat zij nu met de handen in het haar. Het geintje met haar assistent was behoorlijk uit de hand gelopen. Toegegeven, het was haar eigen voorstel geweest: laten we iets doen met handboeien. En Harry, gehoorzaam als hij was, had het opgevat als een strikte opdracht van hogerhand. Maar nu zat ze. Of stond eigenlijk, en de positie waarin wenste ze niemand toe. Het was te hopen dat er niemand langs zou komen. Het was hier vrij stil, maar toch.

Hoe kon die eikel nou het sleuteltje kwijt zijn! Oh, zo slordig als Harry soms kon zijn. Ze wond zich weer op. Dat had weinig zin, natuurlijk, maar wat kon ze anders doen. Haar kalmte bewaren paste niet zo bij haar persoonlijkheid. Ze stond bekend als een opgewonden standje. En dat was ze ook.

Met de handboeien had hij haar vastgezet aan het hek dat de weg van het weiland scheidde. Daar stond ze nu, voorovergebogen, kont in de lucht. Het was dat ze hem nog net op tijd terug had kunnen roepen, anders had hij haar gewoon laten staan met haar broek op haar enkels. Hij had niet eens de tijd willen nemen haar broek vast te maken. Hij zat lossig om haar derrière, ze had het gevoel dat hij bij het minste geringste weer af kon zakken. Met alle gevolgen van dien.

Op het moment dat ze aan de slag zouden gaan had de portofoon in de dienstwagen geklonken. Een oproep aan alle wagens in de buurt van de Molenwijk. Daar was een schietpartij gemeld. Die zenuwpees van een Harry was meteen in de auto gedoken. Hij had niet eens de tijd genomen zijn broek dicht te ritsen. Erger nog, zijn opgerichte geslacht stak er nog uit.

‘Wat doe je,’ had Clarisse geroepen, ‘maak me los, idioot!’ Toen pas was die slome duikelaar op zoek gegaan naar het sleuteltje van de handboeien. Dat hij dus niet kon vinden. Hij stond erbij als een beteuterde kleuter. ‘Ik zou echt niet weten waar dat ding is,’ liet de slimmerd weten. ‘Kijk in de auto, lulhannes,’ had Clarisse hem toegeschreeuwd. De houding waarin ze stond werd met de seconde minder fijn. Er hadden zich enkele koeien bij het hek verzameld die aan de handboeien likten. ‘Jaag die beesten weg!’ had Clarisse Harry bevolen. Maar zelfs daartoe was hij niet in staat gebleken, die competentieloze imbeciel.

Toen de centrale de oproep over de Molenwijk herhaalde, had hij zich paniekerig omgedraaid. ‘Ik kan dat niet zomaar negeren, chef,’ had hij jankerig gezegd. Clarisse was furieus geworden. ‘We zijn helemaal niet in de buurt van die hele Molenwijk, Harry, het is aan de andere kant van de stad!’ Maar hij was ingestapt en weggereden.

Dus daar stond ze nu, succesvol politie-inspecteur, maar met een libido dat haar soms danig in de weg zat. Assistent Harry mocht dan een sukkel zijn, hij voldeed prima om haar bij tijd en wijle seksueel uit de brand te helpen. Letterlijk vaak, want heet was bij Clarisse dan ook echt heet. Er kwam geen rook af, maar dat scheelde niet veel. De oplossing was blussen. Harry voldeed goed als vrijwillige brandweer als je hem maar goed instrueerde. Hij wist nauwelijks wat hij deed. Dan wilde hij bijvoorbeeld weer het verkeerde gat binnengaan. Een paar keer kan dat nog grappig zijn, maar bij een vierde of vijfde keer wordt het irritant.

Clarisse wist wel waarom Harry was aangenomen en ondanks zijn ongeschiktheid mocht blijven. Harry was het neefje van hoofdcommissaris Achterom. En aangezien zij en de hoofdcommissaris niet bepaald vrienden waren, had hij haar met Harry opgezadeld. Harry’s fouten kon hij dan op zijn leidinggevende afwentelen.

Een kudde van zeker 20 koeien had zich ondertussen bij het het hek verzameld. Clarisse stond oog in oog met koe 422, als ze het gele oormerk moest geloven. Het linker koeienoog keek haar indringend aan. Opeens snapte Clarisse waarom die hele stoet beesten zich daar verzamelde. Het was melkenstijd, de uiers stonden op springen. Het zou niet lang meer duren, voordat hier zich een boer zou melden. De gedachte had zich nog maar net aangediend of ze hoorde het geluid van een naderende trekker. Tegen beter weten in begon ze aan de handboeien te trekken. De koeien loeiden onrustig. Koe 422 gaf gaf een rasperige lik over haar hand.

Als Clarisse haar hoofd opzij draaide, kon ze de trekker al zien. Hij was blauw en vies en behalve de bestuurder waren er nog twee personen aan boord. Het voertuig werd dwars over het landweggetje neergezet. Terwijl de motor bleef draaien sprongen er inderdaad drie personen uit. Twee jongens van een jaar of vijftien, zestien en een oudere man. Misschien een vader en twee zonen. De man naderde het hek en de jongens posteerden zich een eindje verderop op het pad.

‘Mevrouw, ik weet niet wat u staat te doen, maar ik wil het hek opendoen. De koeien moeten mee.’

Hij haalde een rammelende sleutelbos tevoorschijn uit zijn blauwe overall en opende het slot. Clarisse kon niet anders dan achterwaarts schuifelend met het draaiende hek meelopen. Na een paar stapjes voelde ze het kwaad al geschieden: haar broek begon te zakken. De boer had evenwel weinig in de gaten, omdat hij druk met de koeien was. De kudde hobbelde loeiend voorbij tot waar de jongens wachtten. Na het laatste rund duwde de boer het hek weer dicht, Clarisse meenemend in tegengestelde richting. De broek op de enkels ondertussen.

‘Staat u lekker,’ informeerde hij. Hij keek met belangstelling naar de afgezakte broek.

‘Heeft u misschien een betonschaar om me los te knippen?’ Het klonk als de gewoonste zaak van de wereld. De vraag scheen de boer ook niet te verbazen.

‘Jazeker heb ik die. Ik help de jongens even op weg met de koeien en dan ben ik bij u terug.’

Na enkele minuten hoorde Clarisse de boer weer naderen. Het geloei van de koeien verwijderde zich snel. Hij had de trekker uitgezet.

‘Weet u,’ zei de boer, ‘die jongens zijn nog wat jong voor een vrouw uit de broek, die moest ik even wegwerken. Maar nu ben ik helemaal tot uw beschikking. U bliefde een betonknipper?’

‘Graag,’ antwoordde Clarisse, ‘weet u, het is een uit de hand gelopen grap.’

‘Grap?’ De boer klonk ongelovig. ‘U bent niet gewoon een crimineel die te pakken is genomen door de politie? Dat ze u later op komen halen? Omdat ze eerst een klusje in de stad hadden.’

‘Nee, absoluut niet, sterker nog, ik ben zelf van de politie.’

De boer lachte kakelend. ‘Ja, ja, maak dat de kat wijs. Als u van de politie bent, dan ben ik de broer van de paus.’

Clarisse verloor haar geduld. ‘Hier, in mijn binnenzak, mijn politiekaart, kijk dan.’

De boer kwam achter haar staan, de pijpen van zijn overall tegen haar blote benen. Ze voelde zijn handen over haar leren jasje gaan.

‘Binnenzak, zei ik.’

De boer reikte over Clarisses rug onder haar jaspanden. Zijn handen tastten in het rond.

‘Niet daar, slimbo, dat zijn mijn borsten.’

‘Ook de moeite waard, mevrouw.’ Hij bleef tenminste beleefd, maar zijn handen lieten haar tieten niet met rust. Sterker nog, hij had ze beide, zowel links als rechts, stevig vastgepakt.

‘Ik voel niet uw kaart, maar wel andere interessante objecten. U moet weten ik ben boer, ik doe dagelijks iets met uiers.’

‘Hé, hallo, boer, ik ben geen koe hoor. Bij mij zul je weinig melk vinden. Schiet nou maar op, ja!’

Na allerlei omwegen vond de boer tenslotte Clarisses politie-ID. Hij las haar naam voor alsof hij laaggeletterd was.

‘Cla-ris-se Zon-der-man, po-li-tie-in-spec-teur. Mmm. Lijkt een echte kaart.’ Hij zette zijn tanden erin. ‘Niet van echt te onderscheiden.’

‘Hij is ook echt. Wat denk je nou, dat ik sta te liegen?’

‘Ik kom niet elke dag een juut tegen met ‘r broek van d’r reet. Vastgeketend aan een hek. Hoe geloofwaardig ben je dan?’

‘ ’t is een geintje, van een collega.’

‘U moet populair zijn bij uw collega.’

‘Heb je die betonschaar bij de hand?’

‘Momentje.’

Tussen haar benen door zag Clarisse de boer door de hurken gaan. Hij leek iets te bestuderen.

‘Wat doe je?’

‘Tja, wat ik me afvroeg, mevrouw de politieagent, is dit nu wat ze een string noemen?’

‘Eh, ja, maar wat…?’

‘Ik hoor daar altijd over, maar ik heb er nooit een mogen aanschouwen. Een hoop gedoe over niks eigenlijk.’

‘Wat bedoelt u?’

‘Nou ja, de hoeveelheid stof waarover we praten. Dat stelt dus verdomd weinig voor. Bedekt het hoogstnoodzakelijke in principe. De lipjes net binnenboord.’

‘Vindt u dit het juiste moment voor een stringonderzoek? We zochten de betonschaar toch?’

‘Nou, ho ho dame, ú zocht de knipper, ík neem even de tijd voor wat studie. Voor wat hoort wat, toch? Een beetje geven, een beetje nemen. Eens zien, zo’n string, wat weegt dat nou?’ De boer zat op zijn knieën nu en bekeek Clarisses kruis van nabij. Misschien verbeeldde ze het zich, maar het leek alsof ze zijn adem door haar liezen voelde gaan. Een warme ademtocht die niet onaangenaam voelde. Nu Harry haar had laten zitten… Nee, dat was een onzinnige gedachte. Ze vermande zich, vervrouwde eigenlijk.

‘U moet nu wel voortmaken. Er wachten spoedzaken op mij.’

Op dat moment voelde ze iets. Het was subtiel en nauwelijks op te merken, maar er was iets.

‘Hé,’ bracht ze uit, ‘wat doet u!’

‘Ik?’ De boer klonk als de onschuld zelve. ‘Ik kijk even hoe het zit daar bij u. Is dit nou een dienststring? Hoort ie bij uw uitrusting? Niet kogelvrij zo te voelen.’

Hij moest nu zijn volle hand gebruiken. Clarisse wilde iets zeggen, maar de boer verstevigde zijn greep waardoor Clarisse niet verder kwam dan een onduidelijk kreetje. Een protestgeluid kon het nauwelijks genoemd worden. Zo interpreteerde de boer het ook niet.

‘En wat een extreem dun stofje. Is dat wel voldoende om een en ander te absorberen. Jee, ik voel de hele fruitschaal erdoorheen. Dan zijn mijn vingers ook niet onopgemerkt gebleven, zeker?’

Het was het understatement van het jaar. De boer had zijn vingers in een positie gebracht die Clarisses mond deed openvallen. Het lukt haar nog steeds niet klare taal uit te brengen. In plaats daarvan prevelde ze wat voor zich uit de lege wei in.

‘Maar, wacht, ondanks dat het zo’n lichtgewicht hebbedingetje is, oefent de zwaartekracht er gewoon zijn invloed op uit. Dat zou Newton verbaasd hebben. Is het u misschien comfortabeler als ik al dat textiel rond uw enkels verwijder? Even uw benen verzetten, iets verder uit elkaar. Zo ja. Kijk, ik hang uw broek en string hier netjes over het hek.’

Het begon Clarisse te duizelen. Wat ging er gebeuren? Ze voelde de wind over haar billen en snede blazen. Moest ze geen boeven gaan vangen in plaats van hier beroerd te worden door een landbouwer? Wat deed hij nu? Hij kroop onder haar linkerarm door en werkte zich tussen haar armen omhoog, zodat het leek alsof ze zijn middel omarmde. Ze rook zijn overall die geurde naar vers gemaaid gras. Van zijn borst trok hij een rits omlaag tot op zijn kruis.

‘Voordat we gaan knippen wilt u vast met hem kennismaken.’ Clarisse tilde haar hoofd op en stond oog in oog met ‘hem’, een dooraderde tak met een dikke knop die vanuit de overall omhoogstak. Vroeg of laat moest ze daar iets mee, begreep Clarisse. Dan maar vroeg, besloot ze, en viel op het gevaarte aan, alsof ze een Cornetto consumeerde. Voor het eerst bleef de boer lange tijd stil. Totdat zijn geluid terugkeerde in de vorm van een amechtig steunen. Zijn handen deinden mee met Clarisses hoofd dat als een jaknikker olie omhoog pompte.

‘Genoeg hier,’ hijgde de agrariër. Hij worstelde zich omlaag en begaf zich naar Clarisses achterkant dat ongeduldig vochtig en met nieuw elan in de hoogte stak. ‘Wat een fantastisch draaiaarsje,’ hoorde ze de boer mompelen. ‘Het is tijd voor ringrijden. Meisje, meisje, wat een liefdessappen staan er in de poel.’ Clarisse voelde de boeren wichelroede tegen haar spleet rijden. Harry was goed geweest, maar wat de boer hier deed was van de buitencategorie. Hij kwam even los van haar en verkende een en ander met zijn mond. Kwalitatief heel sterk! Clarisse kon niet anders dan meedansen met de ritmische befferij. Nu was het Clarisses beurt om te steunen, kreunen en kreetjes te slaken.

‘Goed, Clarisse Zonderman, dan nu de beloofde betonschaar. Tijd om u te knippen.’ Op dat moment voelde Clarisse hoe de boer zijn wig tussen haar lippen dreef, hoe zijn opgepompte eikel het voortouw nam, direct gevolgd door de rest van zijn geslacht. Ze zoog hem naar binnen leek wel, wat onzin was, want om het hele ding in haar gangetje te krijgen waren vooral doorduwende krachten nodig. Ze was nat maar nauw. Dat was goed. Voor het beste resultaat was enige weerstand voorwaardelijk. Er was geluid dat nog het meest weg had van een rubber laars die uit het slik getrokken werd. Clarisse associeerde het meteen met de wadlooptocht die ze onlangs ondernomen had. Aan het eind van de dag was ze nog met de gids in bed beland, maar dat terzijde. De laars van de boer werd uit haar slik getrokken en er direct weer in teruggezet. Met oplopende vaart en steeds meer overtuiging. De ruwe boerenvingers rustten op Clarisses billen, de duimen verankerd in haar bilspleet. Ondertussen stuiterden de kloten in zijn kolossale zak dartel in het rond.

Een ander ritme vormden hun weinig inhoudelijke uitlatingen. Waar Clarisse de ah-klank prefereerde, had de landman de voorkeur voor de oh. Als een stemmige canon doorbraken hun in volume toenemende oergeluiden de stilte van het platteland. De boer duwde Clarisse met zijn lendenen vooruit, waarna zij weer terugveerde. Aanvankelijk maakte hij lange halen waarbij hij zijn gehele schacht met beleid in en uit bewoog. Maar met de oplopende geilheid werden de bewegingen sneller, korter, driftiger en heftiger. Zijn handen had hij op Clarisses voorgevel geplant, alsof hij nooit meer los zou laten. Op zijn knalrode kop waren aderen verschenen bij zijn slapen.De ah’s en oh’s leken een wedstrijdje te doen in snelheid en volume. Dat was wat lust blijkbaar kon doen met mensen: ze terugbrengen tot wezens die betekenisloze klanken voortbrachten en climaxen najoegen.

Zijn grootste oh kwam net iets eerder dan haar grootste ah. Hij wierp zijn hoofd in zijn nek, sperde zijn mond wijd open en duwde met een laatste ultieme duw zijn uit de kluiten gewassen fallus diep in de druipende vagina van de politie-inspecteur. Het leek alsof er een sluis was opengezet, zo krachtig en royaal was de spermastraal die de boer produceerde. Clarisse was zoals gezegd net iets later met haar reeks van orgasmes. Hoewel ze in beslag genomen werd door het gelukzalige gevoel dat daarmee gepaard ging, was zich ze zich bewust van de meer dan gemiddelde hoeveelheid zaad die tegen haar baarmoedermond klotste. Het riep associaties op met Cap Fréhel in Bretagne, waar de Atlantische Oceaan op de rotsen beukt. Daar had Clarisse ooit op een strandje een lekkere Fransoos ontmoet, maar dat terzijde.

Ze voelde haar schede samentrekken om het pulserende lid van de boer dat zich leek te koesteren in de paringssappen. Stroomstootjes schoten door haar lichaam, alsof ze door de vleesstekker van de boer was aangesloten op het lichtnet. Ze rilde en trilde, schudde en schokte, tot ze met een diepe zucht tot zichzelf kwam. Voor zover mogelijk tijdens de afwerking van de cowboy die zijn laars definitief uit haar zuigende klei trok.

‘Zonderman, hè?’ Hij had zijn spraak weer teruggevonden. ‘Hoe had je dit klaar willen spelen zonder man, politieagentje?’ Hij legde zijn roede in Clarisses bilnaad en bewoog daar nog even zachtjes op en neer. ‘Dan zijn vingers niet toereikend, of apparaatjes met batterijen.’

Nu Clarisse langzaam tot zichzelf kwam, de kalm babbelende stem van de boer aanhoorde en zijn steeds slapper wordende steeksleutel over haar achteringang voelde glijden, realiseerde ze zich opeens de handboeien weer.

‘Kunt u me nu alstublieft losmaken?’ Het was een vraag en ook weer niet. Dat viel de boer ook op. In zijn ras afnemende geilheid realiseerde hij zich met een politie-inspecteur van doen te hebben. Hij vond in zijn zak een roestige spijker waarmee hij naar het hek liep. Na twee keer driftig porren schoten de handboeien los. Met enige moeite kwam Clarisse overeind.

‘Dat had je ook meteen kunnen doen, smiecht.’

‘Dan hadden we al dat moois moeten missen. Gaat u me nu in de boeien slaan?’

‘Moois? Heb je de smurrie gezien die naar buiten loopt? Heb je iets om het af te doen?’

De boer stak Clarisse een grote rode boerenzakdoek toe, waarmee ze zich omstandig afveegde. De boer fatsoeneerde zijn overall.

‘Het begint al te schemeren. Als u wilt neem ik u mee op de trekker.’

‘En dan?’

‘Dan heb ik nog een verrassing voor u in petto.’

Clarisse trok haar kleren aan. ‘Ik ben al genoeg verrast, dank u. Een douche zou prettig zijn. Of heeft u een bad?’

Ze namen plaats in de cabine van de trekker. Terwijl de boer het ding bestuurde had Clarisse de tijd haar nieuwbakken billenmaat rustig op te nemen. Hij zag er uit als een lefgozer op leeftijd, donker haar met grijze plukken, de kraag van zijn overall omhoog als bij een jaren 50 rocker. Geen onaantrekkelijke vent. Zij was een kop groter, maar dat had de pret niet mogen drukken.

‘We rijden zo langs de schuur van de buurman. U zult de zee van licht zien die door de kieren naar buiten schijnt.’

‘Wat bedoel je?’

‘Illegale praktijken, mevrouw de inspecteur.’

‘Wat bedoel je?’

‘Afgelegen schuur, lampen, illegale elekriciteitsaftap, verdachte luchten…’

‘Wat? Begrijp ik je goed, betreft het een wietplantage?’ Clarisse had de boer bij zijn schouder gepakt. ‘Meen je dat?’ Haar politiehart maakte een sprongetje. Als dat zo was, dan was dit toch geen verloren werkdag geweest. Kon ze vanuit het niets toch een zaak op haar conto schrijven. Had commissaris Achterom geen enkele reden haar te bekritiseren. Kwam promotie in zicht.

‘Eh dinges…’

Noem mij maar Kloris, mevrouw.’

‘Kloris, dat is fantastisch.’ Ze boog zich naar voren om een kus op zijn wang te geven. Beneden aan de dijk stond de bedoelde schuur die aan alle kanten licht lekte.

‘Dat is ‘m?’

‘Dat is ‘m.’

‘Ik ben blij met jou, Kloris.’

‘Graag gedaan, Clarisse, het is de plicht van iedere burger.’

Nog diezelfde avond vond een inval plaats in de wietplantage. Politie-inspecteur Clarisse Zonderman had weer een ernstig delict aan het licht gebracht. Weliswaar dankzij boer Kloris, die zij die nacht dan ook hartelijk op een passende manier bedankte. Dat zijn vrouw nachtdienst had, kwam daarbij heel goed uit.

Meer verhalen van: Vanille

Fijn verhaal 
0

Reacties  

ik ben het helemaal eens met Fanny. Maar ja, ik ben hobbyboer en heb ook weidehekken................... :lol: :lol:
Seks en humor vind ik eigenlijk zelden een geslaagde combinatie, maar ik maak graag een uitzondering voor dit verhaal. Zo hilarisch beschreven dat het een slapstick waardig is. :lol: