Informatie
Geschreven door Miel
Categorie Korte verhalen
Reacties: 1
834 woorden | Leestijd 3 minuten

Ik ben in een schrijfstemming. Zit thuis en kijk uit het raam. Ik denk aan een vriendin. Op tijd naar buiten betekende nog een uur of twee kunnen werken tot donkere wolken hun koppen boven de dijk uit staken. Maar 't begon te hagelen en te regenen. Morgen dan maar weer verder, ik heb geen zin om in de regen te staan. In deze tijd van het jaar maak ik me altijd zorgen over mijn libido. Om de een of andere, voor mij onbegrijpelijke reden neemt dat af op weg naar de winter. Tot nu toe altijd een korte periode. Gelukkig zo halverwege november, neemt het dagelijks verlangen naar de warme intimiteit van een vrouwenlijf weer toe. Dit is een overgangsperiode, ik ben gevoelig voor complimenten en gemakkelijk in te palmen door vrouwen die op zoek zijn naar warmte en genegenheid. Wanneer leerde ik haar ook weer kennen, in december? Of was het later toen mijn goede vriend Libido zijn nood reeds luidkeels van de daken schreeuwde. Nu sluimert hij nog en doet krachten op. De winterkost doet wonderen, veel calorieën, vet en mineralen, anders dan de zomermaaltijden met laffe slablaadjes en waterige vruchtjes. Winter, tijd voor hutspot met klapstuk, uitgebakken spek en zuurkool, aardappelpuree met boter en gehakte walnoten.

Ik, een herfstmens, ben ook gek op herfstbloemen. Chrysanten, hoe groter hoe mooier, vooral die reuzen bollen, goudkleurig in het hart en gloeiende kastanjebruin aan de buitenzijde. Wát een pracht. Of de dromerige verten met geel wordend riet onder de waterig blauwe luchten. De prachtige kleuren van op het water drijvende woerden met hun verleidelijke krulstaartjes. Maar ook de tijd van geuren uit het verleden, kringelende rooksliertjes van smeulende turf op het platte land. Kuilgras met z'n vaag zure geur zo verleidelijk en zo walgelijk. De indrukwekkende kleuren van de rijpe voederbieten waar de koeien met graagte op aanvielen.

Ja, 't is waar. Dat was ooit zo, ook in de winter die we hongerwinter noemen. Lang geleden maar ik kan me de geur zomaar voor de geest halen. Wat een heerlijke geuren verbonden met de sobere overdaad van het boerenleven. De na-ijlende geur van de zomer op de hooizolder, het geritsel van naakte lijven in het hooi. Onzichtbaar maar oh zo aanwezig. Het gedempte gegiechel en een zware basstem.
“Wil je al?”
“Ja, laat hem maar komen.”
Zuchten als bewijs van genot. Verhitte lijven die onhoorbaar neuken, twee voeten in zelfgebreide sokken steken hoog in de lucht als masten van een schommelend bootje.
“Ben je klaar?”
“Nee, kan je nog een keertje?”
“Als jij het wil,..”
“Oh, ja, zo, wil ik het , harder, harder, ga door ik kom bijna...”
“Oh, here god ik kom klaar. Trouw je met me?”
“Ja natuurlijk.”
“Oh, spuit alsjeblieft, kom in me, diep in me, ik wil je voelen.”
“Ooooohhhh, het wordt vast een jongetje.”

En later: “Waar is mijn broek, ik ben mijn broek kwijt.”
Gelach en geritsel, blanke billen die boven het hooi uitstaken.
Opnieuw gegiechel, “Vooruit dan maar, kom vlug, nog maar een keertje, ik moet te melken.”

En dan de schrik toen ze mij ontwaarde.
“Wat doe jij hier, rotjong. Je hebt niets gezien, je zegt niets hoor!”
Maar ik had alles al gezien. De vaalblauwe kiel niet lang genoeg om een kolossale erectie te verbergen. De roomblanke zwaaiende tieten, de zachtroze tepels. Een warrige bos haar met natte pieken. Een flits van roze tot diep rood tussen haar zware dijen. Even maar en toch nog lang genoeg, ik was wel jong maar niet onwetend. Met mijn jeugdige gestalte vormde ik geen bedreiging voor hun heimelijke ontmoeting. Mijn donkere krullen kwamen nauwelijks boven het hooi uit. Maar ik had genoeg gezien, om nooit meer te vergeten, het plezier, het kirrende lachen, hun zoenen en hun mateloos genot. Hun glinsterende ogen en stiekeme handen in elkaar.

“Wanneer gaan jullie trouwen?” vroeg ik haar in mijn onschuld bij het avondeten.
Verschrikt gebaarde ze met haar hand. 
“Stoute jongen, laat ik het nooit meer horen.”
Maar 's nachts aan de andere kant van het dunne houten schot hoorde ik haar hijgen tijdens het zachte gebonk. En ik kon rustig slapen omdat ik wist dat ze gelukkig waren. 's Ochtends mocht ik bij haar in bed en verbaasde me dat ze alleen was. Haar warme armen om mij heen, haar zachte borst raakte mijn handen.
“Je vertelt het aan niemand hè,” zei ze nadrukkelijk en streelde mijn haren.
“Ik wil er net zo ientje als jij,” verzuchtte ze en ik legde de eerste belofte af in mijn leven in ruil voor een half uurtje in bed met haar voordat ze op stond om te melken.
Zij verwarmde mij elke ochtend in die strenge winter. Dikke armen liefdevol om mij heen. De hitte van haar zachte lijf, ik ben 't nooit vergeten, de geur van haar ongewassen boerenoksels, zo eerlijk en oprecht. Bedwelmend, menselijk, vrouwelijk. Altijd is die geur mij bij gebleven, altijd is die geur de vervolmaking van warmte en liefde gebleven.

 

Naar alle verhalen van:  Miellenium

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Kort verhaal, maar met een prachtige sfeertekening. Op mijn netvlies verschijnt spontaan een Drentse boerderij onder een waterig zonnetje en een knul in boerenkiel en klompen. Mooi hoor!