819 woorden | Leestijd 5 minuten

Onmiskenbaar voelde ik zijn aanwezigheid zonder hem te hebben gezien, zelfs zonder te weten dat hij hier zou zijn. Een rilling kroop langs mijn ruggengraat.

De zaal was afgeladen vol. Beleefd groette ik alle bekende gezichten. Ons wereldje was klein. Iedereen kende elkaar. We waren gekomen voor de Zweedse wetenschapper die onlangs de wereldpers had gehaald met zijn ontdekking, een revolutionaire doorbraak op medisch gebied. Alle aanwezigen hingen aan zijn lippen maar ik schuifelde onrustig op mijn stoel heen en weer om af en toe een snelle blik achterom te werpen. Het gezicht dat ik zocht vond ik niet. Misschien verbeeldde ik het me.

Professor Adam... Zijn naam liet de sappen onmiddellijk samenstromen in mijn kruis. Ook nu bleef mijn slipje niet droog terwijl ik hem al ruim twintig jaar niet meer had gezien. Net zo lang geleden had ik de herinnering aan hem gewist. Hij ging terug naar Sydney en ik ging door met mijn leven. Dat ik zijn impact nu weer in alle hevigheid ervoer was bijna angstaanjagend. En onvoorstelbaar geil.

Destijds was hij hoogleraar en ik een jonge arts-assistente die het specialisme van hem moest leren. Adam was de enige man, zelfs de enige mens, in wie ik in alle opzichten mijn meerdere erkende. Van niemand had ik meer geleerd. Niemand had me ooit zo bevredigd als hij. Hij bezat de macht om me aan zijn wil te onderwerpen door slechts met zijn vingers te knippen. Nu ik eraan terugdacht voelde ik de wellust weer spontaan opborrelen.

Krampachtig probeerde ik me op de presentatie te concentreren want ik was er tenslotte speciaal voor naar de Jaarbeurs gekomen. De informatie ging echter grotendeels aan me voorbij. Ik wist vrijwel zeker dat ik zijn ogen in mijn rug voelde prikken. Na afloop van de bijeenkomst besloot ik het dan ook voor gezien te houden. Het obligate handjes schudden en napraten met collega's had vandaag geen meerwaarde. Ik dacht aan mijn man, mijn gezin. Ik wilde weg voordat hij...

Bij de parkeerautomaat werd plotseling een krachtige hand op mijn schouder gelegd.
"Eva," fluisterde hij in mijn oor met zijn herkenbare Australische tongval.
Ik heet Therèse, maar hij vond dat Eva beter bij me paste. En bij hem, want Eva hoorde immers al sinds mensenheugenis bij Adam.
"Wacht buiten op me. Bij de trappen van het station."
Als versteend bleef ik staan. Toen ik me herpakte en omdraaide was hij weg.

Vijf minuten later stond ik in de stromende regen mezelf af te vragen waarom ik niet gewoon naar huis ging. Ik leek wel gek. Honderden mensen passeerden me. Sommigen wiepen me een meewarige blik toe en vroegen zich vermoedelijk af waarom ik daar zonder jas of paraplu onbeweeglijk bleef staan. Om mezelf een houding te geven diepte ik een appel op uit mijn tas.

Na twintig minuten was ik van buiten en van binnen nat. Mijn tepels priemden door mijn kleren. Pas na een half uur dook hij op uit het niets en pakte mijn hand. Zwijgend volgde ik hem naar zijn hotel.
"Uit!" beval hij toen de kamerdeur achter ons dichtviel.
Gehoorzaam stroopte ik mijn doorweekte jurk en lingerie van mijn verkleumde lijf, mijn blik op mijn voeten gericht, mij haren in natte slierten voor mijn gezicht.

Opeens was ik weer de amper volwassen vrouw die voor het eerst in Eva's kostuum voor hem had gestaan. Op dat moment was ik geen maagd meer, maar toch was het Adam die me mijn onschuld ontnam. Zonder omwegen en zonder veel woorden. Hij nam gewoon wat hij wilde hebben. En ik liet me graag en veelvuldig door hem nemen.

Mijn hersens registreerden dat hij ouder en grijzer was geworden maar gevoelsmatig leek de tijd te hebben stilgestaan. Tussen ons was helemaal niets veranderd. Nog steeds beschouwde hij mij als de zijne. Voor mij was Adam een verboden vrucht, mijn enige zonde. De enige man aan wie ik geen weerstand kon bieden.
Zijn blik dwaalde traag over mijn naakte lichaam. Geen detail ontsnapte aan zijn opmerkzame ogen.
"De meeste vrouwen worden ouder... Jij niet, Eva. Jij wordt alleen maar rijper, zoals een goede wijn in kwaliteit toeneemt naarmate de jaren verstrijken."

Een langdurige tongzoen deed verleden tijden herleven. Hij rook en smaakte zoals in mijn herinnering. Zijn handen op mijn blote huid. Strelend, voelend, knijpend, opwindend, gekmakend. Bij hem waande ik me in het paradijs. Het geil droop langs mijn dijen.
Zachtjes dwong hij me achteruit in de richting van het bed. Toen ik de rand in mijn knieholtes voelde nam ik plaats op het zachte satijn. Mijn bedreven vingers ontdeden hem van zijn kleding. Zijn gespierde lichaam, noch zijn staalharde erectie hadden iets aan hun oude magie verloren.

"Toe maar Eva. Je weet het vast nog wel."
Hij knipte met zijn vingers.
Ik opende mijn mond en nam zijn pik in mijn mond terwijl ik langs zijn lichaam opkeek naar zijn grijnzende gezicht.

© Fanny, 9 februari 2016

Alle werken van: Fanny

Fijn verhaal 
+6

Reacties  

Tsja, met een pseudoniem als die van mij kom ik er niet onderuit om dit verhaal te lezen. Fijn verhaal, Fanny. Ik zou graag meer 'connectie' lezen/zien tussen wat zij in het verleden heeft meegemaakt met A. en wat er in het heden gebeurd. De fysieke verslaving/verbinding met deze man. Waarmee heeft hij haar onschuld weg gegrist? Het gaat ook iets te makkelijk, haar innerlijk conflict wordt alleen aangestipt. Wat is ze in haar huidige manier van leven kwijtgeraakt en hoe dringt dat pijnlijke beseftot haar door?
Nogmaals, je schrijfstijl is erg fijn, maar je kan er een stormachtig verhaal van maken ipv een kabbelende vertelling denk ik.
Dank je wel voor je feedback, Joradam ?
Je hebt helemaal gelijk, het verhaal had meer diepgang kunnen hebben. Meestal schrijf ik inderdaad langere verhalen die dat wel hebben, maar dit is bewust klein gehouden. Bedoeld als ´momentopname´.
Volgende keer beter ?