959 woorden | Leestijd 5 minuten

Er wordt alweer over de nieuwe geroddeld. Ik hoor toevallig dat Elise haar een ‘wandelend gordijn’ noemt, en Timothy, die spreekt honend over ‘dat bruintje in haar burka’, maar over de kwaliteit van haar werk wordt niet gesproken. Daar is nochtans niets op aan te merken, integendeel.
“Rahma draagt een sari,” zeg ik tegen hen. “Zo noemen ze dat in Pakistan. Niet alleen staat die haar geweldig, maar ze levert ook nog eens prima werk, dan maakt het toch niet uit welke kleren ze draagt, toch?”

Timothy en Elise druipen af. Ze worden op hun plaats gezet door hun baas en dat vinden ze allesbehalve leuk. Als ik me nog nagenietend van hun consternatie omdraai, staar ik recht in de donkere ogen van Rahma Gurpreeth.
“Dank u,” zegt ze. “Dat was aardig van u.”
“Graag gedaan, Rahma. Je werk is voortreffelijk en ik duld geen racistische praatjes bij OmniCom Solutions.”
Ze knikt me glimlachend toe en passeert me, op weg naar haar werkplek. Haar geur bedwelmt me en veroorzaakt tintelingen in mijn onderbuik. Rahma knap noemen, zou overdreven zijn, maar ik vind haar een aantrekkelijke vrouw. En man, wat ruikt ze lekker! Mijn pik roert zich elke keer als ik naar haar kijk.
Ik ben dol op de manier waarop haar dikke zwarte haren, bij elkaar gevlochten in een lange vlecht, op en neer dansen tussen haar schouders. En dan die sari, die haar zandloper figuur zo mooi laat uitkomen. Vrouwen met brede heupen hebben altijd mijn voorkeur genoten, boven types met van die strakke jongensachtige kontjes.

Plotseling draait Rahma zich om en ze staart me aan. Ze heeft aangevoeld dat ik naar het wiegen van haar heupen heb staan gluren en ik voel me betrapt. Ze zegt niets, maar knipoogt naar me. En ik weet nu al, dat ik de hele nacht ga liggen piekeren over de betekenis van die knipoog.

Ik heb mezelf nog niet voorgesteld. Ik ben Francis Armand Waegemans, zaakvoerder van OmniCom Solutions, een IT bedrijf. Nadat ik mijn vrouw verloor, werd ik wat men tegenwoordig een ‘single’ noemt. Dat klinkt misschien cool, maar geloof me, dat is het absoluut niet. Er is onlangs iets veranderd in mijn leven, want sinds een week of drie heb ik een nieuwe hulpboekhoudster. Ze heet Rahma Gurpreeth en is een Pakistaanse asielzoekster van vijfendertig met een onwaarschijnlijk lekkere lichaamsgeur en een al even aantrekkelijk figuur.

Ik zie hoe ze haar jas neemt en mijn richting uitkomt.
“Ik wilde net naar huis gaan,” zegt ze aarzelend. “Maar ik heb zitten denken over gisteren, mijnheer Waegemans.”
“Over die racistische uitlatingen van je collega’s?”
Ze schudt haar hoofd.
“Nee, mijnheer Waegemans. Dat is uit onwetendheid dat ze zulke dingen zeggen. Ik dacht aan wat u zei. Over mijn sari. U zei dat die mij geweldig stond.”
Slik.
“Ah, ja? Vond je dat ongepast, Rahma?”, vraag ik. “Dan hoop ik dat je mij die uitspraak kunt vergeven…”
“Nee, ik vond het juist heel erg lief van u. Het maakte iets in me wakker, iets waarvan ik dacht dat het dood was.” Ze aarzelt opnieuw. “Ik weet dat u ook iemand verloren hebt en ik wilde u dat alleen maar laten weten, dat is alles.”
“Euh… Rahma?”
“Ja?”
“Heb jij al plannen voor vanavond?”
“Plannen?” Haar ogen fonkelen. “Nee, mijnheer Waegemans.”
“Ach, zeg toch Francis, alsjeblieft? Wij gaan uit eten. Restaurant Himalaya, ken je dat?”
“Ja,” zegt Rahma.

We eten, drinken, glimlachen naar elkaar en praten de hele avond vol. Ze draagt een groot leed met zich mee, maar Rahma verwijt niemand iets. Ook niet de moslims die haar tot een vluchtelinge maakten.
“Ik ben Hindoe, Francis,” zegt ze geheimzinnig. “Wij hebben de langste huwelijksnacht ter wereld, wist je dat?”
“Nee, dat wist ik niet.”
“We kussen en knuffelen elf dagen voor we het met elkaar doen.”
Ik knik haar toe. Onze ogen vinden elkaar. Waarom verbaast mij dit niet?

Na het eten neemt Rahma me mee naar haar flat. Een klein, maar knus ingericht appartementje in een sociale woonblok aan de stadsrand. Ze neemt mijn jas aan, leidt me naar de woonkamer en gaat zelf naar de keuken om thee te zetten.
“Chai,” zeg ik als ze met twee dampende koppen uit de keuken terugkeert en me er eentje aanbiedt. “Zo zeggen ze dat toch, is het niet?”
“Ja, zo zeggen ze dat.”

Als ze lacht vind ik haar nog mooier dan mooi. Een lok van haar zwarte, sluike haar hangt voor haar gezicht en strijkt langs haar kin. Ze ziet er gezond en gelukkig uit met haar zongebruinde huid en haar sari benadrukt de rondingen van haar borsten en heupen. Fuck, wat is ze sexy! Ze heeft wel iets weg van een vosje, met haar spitse neus en fijne gelaatstrekken. Maar niet haar lippen… die mooie zinnelijke lippen.
“Je staart, Francis.”
“Ik kan niet anders,” zeg ik. “Je bent betoverend.”
Haar ogen gloeien terwijl ze me kalm gadeslaat.
“Ga je me kussen en knuffelen, Francis?”
Ik knik haar toe.
“Dat je dat maar weet.”

De aanblik van Rahma Gurpreeth die haar sari voor me losmaakt, staat voor altijd op mijn netvlies gebrand. Ik vraag me af wat ze onder haar exotische kledingstuk voor me verborgen houdt.
Enkele seconden later weet ik het. Zwarte lingerie omsluit haar bruine lichaam. Afgebietst met kanten franjes en beeldschoon. Met al mijn ingebakken vooroordelen had ik dat niet verwacht.

Ze helpt me uit mijn kleren en streelt mijn harde pik. Haar vingers krommen zich rond de schacht en schuiven de voorhuid naar beneden. Mijn hart klopt in mijn eikel. Ik krijg amper adem.
“Ik vind het leuk als een man de leiding neemt,” fluistert Rahma, dicht bij mijn oor. “Wil jij dat voor mij doen, Francis?”
En of ik dat wil.

 

Meer verhalen van: Malach

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Klein maar fijn. Een juweeltje :-)