757 woorden | Leestijd 4 minuten

“En la casa para tocarla, en la calle para mirarlas.”

“Thuis om haar aan te raken, op straat om naar ze te kijken.”

I

Als ik opkijk van mijn laptop zie ik haar. Ze is blond en bevindt zich midden in mijn gezichtsveld. Ze heeft een figuur als een model, draagt een zwarte maillot. Geen rokje. Aan haar voeten halfhoge grijze schoenen met een bontvoering die over de rand bolt. Met haar mobiele telefoon maakt ze een foto van de eerlijk gezegd weinig opmerkelijk constructie die de interieurontwerper in het midden van de lounge heeft geplaatst: een groep rechtopstaande staken afgewisseld met stralen water. Onder het fotograferen beweegt ze lichtvoetig van het ene been op het andere. Haar billen voeren in de strakke kleding een fraai schouwspel op, een betoverend ballet. De lichte gevuldheid met vetweefsel, kenmerkend voor de vrouwenbil, vormt een mooi contrapunt voor de beweging van de soepele spieren. Haar billen bollen en dijen uit, dansen omhoog en weer terug. Ze staat met haar rug naar mij toe en ik kan haar ongestoord bewonderen.

Een storm steekt op in mijn lichaam. Mijn hart gaat razend te keer, mijn keel wordt droog en ik voel mijn handen vochtig worden. Ik reageer op haar als de eerste de beste puber. Zou het komen omdat ik al een week op reis ben, en dus van huis? Ik voel een pijnlijke knoop in mijn buik en ook mijn bekkenbodem, zoals dat heet, trekt zich samen. Denk niet dat deze opwinding zich vertaalt in een verstijving van mijn lid. Dit is eerder de spanning van een voetballer voor de wedstrijd. De gedachte aan een kans, die niet gemist mag worden. Soms kom je haar tegen denk ik, de perfecte vrouw. Hoe zou ze heten?

Mijzelf tot kalmte manend, observeer ik verder. Aan het haakje naast haar stoel hangt een kort jasje, ook al gevoerd met bont. De laptop voor haar geeft aan dat ze een professional is. Ze kan bij een bank werken of misschien is ze net als ik consultant. Ik bedenk dat ik op kan staan om een foto van háár te maken. Dat zou zeker een veel spannender beeld opleveren. Is dat een goeie openingszin?

Voordat ik haar kan benaderen loopt ze echter weg naar de bar. Intuïtief volg ik haar. Ik wil dat ze me opmerkt. Eén keer kun je zo achter haar aan lopen, denk ik bij mezelf, de tweede keer zou het eruit zien of je een hond bent die zijn baasje ziet. Ze schenkt een drankje in en ik doe hetzelfde. Ik kijk opzij naar haar gezicht: niet heel bijzonder. Gelukkig maar. Wel draagt ze een brilletje. Een geliefd onderdeel van pornofilms… Een cliché natuurlijk. Snel schenk ik mijn drankje in en keer terug naar mijn zitplaats. Zij ook.

Links en rechts van de vrouw ontstaat een spoor van opwinding. Spaanse mannen fluisteren tegen elkaar en knipogen. Tegenover het object van mijn begeerte heeft zich godbetert een jonge vent geplaatst, die ongegeneerd over zijn laptop naar haar zit te staren. Ineens ben ik onderdeel geworden van een massaspektakel. De ogen van de andere mannen spiegelen mijn eigen. Ik realiseer me dat dit mijn kansen op een toenadering tot nul verkleint. De jonge vrouw zakt weg in haar stoel. Ik kan beter ergens anders gaan zitten en de eer aan mezelf houden. Bovendien, over twee uur vertrekt het vliegtuig. Wat kan een mens in die tijd bereiken? Ofwel ze stapt straks in hetzelfde toestel als ik, of ik zie haar nooit meer terug. Zo rationaliseer ik mijn teleurstelling weg. Laf natuurlijk. In een lang vervlogen oertijd was ik haar direct tegemoet getreden en had ik mijn tegenstanders in een eerlijk gevecht van man tegen man uitgeschakeld. De vrouw had ik daarna over mijn schouder meegesleurd naar mijn hol. Maar dat was voordat er vliegtuigen waren en businesslounges en consultants met laptop.

II

Enkele uren later kom ik hijgend, bijna te laat, het toestel binnenlopen. De stewardess wijst mij mijn stoel toe, 2F, aan het raam. Als ik naar binnen kijk zie ik haar zitten: benen over elkaar, brilletje, verdiept in een boek alweer. Ik moet over haar heen stappen om mijn stoel te bereiken. Eén stoel tussen ons in is vrij. Zodra ik zit steek ik mijn hand uit en noem mijn naam. Zij kijkt mij aan en noemt ook haar naam: Alise. Ze neemt mijn hand aan. Zo lang mogelijk houd ik haar blik vast. A perfect storm, denk ik, dit is a perfect storm.

 

Alle werken van: Wolf

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

En toen sleurde hij haar alsnog mee naar zijn hol :D
Wat een heerlijk verhaaltje, Wolf
Het is een kort verhaal, maar een kort vervolg mag ook :P Heerlijk!!!