805 woorden | Leestijd 5 minuten

Onze drie hallo-hoe-is-het-kussen lijken als alle andere. Maar we weten beter. Ik merk het direct als je onze begroeting gebruikt om subtiel maar onopvallend je borsten langs mijn shirt te laten glijden. En aan mijn eigen hand, die langs je taille over je heup glijdt in plaats van op een bovenarm, zoals bij de andere vrouwen die ik hiervoor begroet heb.

Je bent inmiddels getrouwd en ik ook. Niet dat we dat wisten van elkaar, maar op een feest als dit ga je daarvan uit en we stellen onze partners aan elkaar voor. Hun nietsvermoedend vriendelijke handje schudden en een praatje tussen onbekenden geeft ons gelegenheid even tegenover elkaar te staan. Ik kijk in je ogen en jij in de mijne, zo onopvallend mogelijk en slechts voor een moment, dat we allebei gebruiken om als vanzelf terug te glijden in de tijd.

Het was de meest onmogelijke relatie ooit, toen. Als een blok voor elkaar vallen op de eerste avond, op een feestje van iemand die we allebei een beetje kenden en niet eens echt leuk vonden. Diezelfde vrijdagavond lagen we bij elkaar in bed, zo onvermijdelijk dat we het laatste stuk naar je kamer gerend hebben. We vreeën de rest van de nacht, eigenlijk wel het hele weekend. Verslavend intens. Ascetisch lang of ongekend heftig, dat maakte allemaal niet uit. We waren een perfecte match, seksueel. Zo perfect dat we er geen oog voor hadden hoe ontzettend verschillend we eigenlijk waren.

In het begin schoven we dat weg door die verschillen en elkaar interessant te vinden. Dat vonden we ook wel, zeer zelfs, maar achteraf bleek het ook gebruikt om onze angst achter te verbergen. Angst om de magie van oninpasbare verliefdheid en zelfs na maanden nog altijd onstuitbare honger naar elkaar te verbreken.

Twee mensen die weten wat ze willen houden dat nooit vol natuurlijk, al hadden we daar veel langer voor nodig dan goed voor ons was. Langzaam maar onafwendbaar liep het spaak. Uiteindelijk gingen we uit elkaar, moeizaam, met pijn en heel lang nog twijfelend ook, want we waren zo onverstandig om af en toe weer bij elkaar in bed te duiken, hopeloos heftig weer terugroepend wat ons wél volmaakt verbond, wat zo totaal intens was en tegelijk nooit voldoende om het ooit echt iets tussen ons te laten worden.

Het zou ons heel goed allebei te gronde hebben kunnen richten, maar op een dag belde je me op.
“Ik zit in Utrecht. Daar ga ik m’n studie afmaken. Ik woon er al, tijdelijk bij m’n zus.”
Een lange stilte, alleen het zachte geruis op de lijn. Uiteindelijk een diepe zucht.
“Ik ga er kapot aan, en jij ook.”
Toen had je de hoorn opgelegd, en daarna had ik nooit meer iets van je gehoord.

“Je hebt een leuke vrouw,” fluister je.
Ik heb geen idee wat ik van je man vind maar zeg hetzelfde terug. Het doorbreekt de mijmering, maar ondertussen blijft er een bijna stekende seksuele spanning voelbaar tussen ons in hangen. Een vluchtig kruisende blik bevestigt wat we nu allebei ongepast vinden maar er nog steeds is, na al die jaren. En met een intensiteit die overrompelt. We onderkennen het gevaar en keren terug naar de realiteit van vandaag.
“Ik moet even met Ruud mee nu. Misschien dat we later nog even…?”
Later, misschien.
Ik knik en kijk je na terwijl je met hem naar een groepje verderop loopt.

“Ken je haar?”
Ze kijkt me aan, mijn lief. Gewoon benieuwd en niks denkend, al is me direct duidelijk dat ze ondanks de open vraag het antwoord al kent.
Er komt ongewild een vloed aan emotie naar boven.
“Van lang geleden,” antwoord ik.
Ze ziet iets in mijn blik en kijkt me open onderzoekend aan. Dat doet ze altijd als ze voelt dat er iets met me aan de hand is. Ik vecht ertegen, maar de merkwaardige golf van melancholie die plotseling opwelt treft me harder, veel harder dan ik wil.

Ze is mooi, mijn lief, zoals ze is, zoals ze nu naar me kijkt. Wij zijn naast minnaars ook maatjes, hebben een relatie die naast serieus en gepassioneerd ook speels en uitdagend is. Ik heb voor haar gekozen zoals ik nooit eerder voor iemand gekozen heb, en daar nooit een moment spijt van gehad. Ik wil helemaal niet dat dit weerzien haar op enige manier iets doet denken, of ergens aan doet twijfelen. Mijn emotie voelt daarom verkeerd, zo niet op zijn plaats.
Maar hij is er wel.

“Een ouwe vlam,” concludeert ze haarfijn. “Was dit soms die hele heftige?”
Als ik knik stelt ze geen verdere vragen. Ze laat me gewoon even en knipoogt met een lieve glimlach.
“Doe mij maar even een rosé dan.”

Als ik het drankje voor d’r ga halen hou ik van haar, zielsveel.

 

Alle werken van: PaulX

Fijn verhaal 
+12

Reacties  

Alles wat nodig is om een verhaal te vertellen. Ontroerend is ook voor mij een goede omschrijving.
Het komt niet vaak voor dat een erotisch verhaal ontroert, maar dit verhaal doet het. Erg mooi.
Twee perfecte relaties in één verhaal, heel goed beschreven.