512 woorden | Leestijd 3 minuten

Oorverdovend lawaai van vele speakers dendert over de Amstel. Van het water is niet veel meer te zien want overal waar ik kijk zie ik boten. Grote, kleine, nieuwe, oude, vuile, schone, kale of versierde boten. Ik sta tegenover de Hermitage en we wachten op de eerste boten van de Canal Parade, het klapstuk van de Gay Pride als ik het tenminste goed onthouden heb. Het wordt al snel drukker en drukker maar ik houd me goed, kijk mijn ogen uit en fotografeer. Snel kom ik tot de conclusie dat hier geen telezoom maar een groothoek beter op zijn plaats was. De onderwerpen lopen bijna letterlijk over mijn tenen heen. Het plekje dat ik gevonden heb geeft door het ongelijk aflopende wegdek een onverwacht goed zicht op het water. Achter mij en half op de reling staand hebben een drietal Amerikaanse lesbo’s een plekje gevonden. Gekleed in opzichtige petticoats en de armen en benen vol tatoeages schreeuwen ze eenvormig hun bijzonderheid uit. Druk kletsend en met hun telefoons in de weer lijken zij zich te vermaken maar hebben uiteindelijk toch niet het geduld om op de parade te wachten en besluiten weer toch te verkassen. Hun plek wordt snel ingenomen door twee meisjes.

Te midden van de kakelbont uitgedoste menigte is het duo de saaiheid zelve. Mijn jeans en grijsblauwe polo zijn niet echt feestelijk maar dit duo doet er nog een schepje bovenop. Ze praten en flarden komen tot mij, een noordelijk accent, Gronings of Drents, schat ik. Gewoon twee meisjes die bij toeval hun uitje op de verkeerde datum hebben gepland? Dan kijk ik beter en zie de hand van de een rusten op de billen van de ander. Zo een mooi gebaar waarmee eigenlijk alles gezegd is. Geen behoefte om het uit te schreeuwen, geen zin om onder invloed van grote hoeveelheden drank en andere middelen alle remmen los te laten. Gewoon er zijn is genoeg voor hun en wie ben ik om er wat van te vinden? Ik sta hier tenslotte ook maar in mijn eentje.

Op de weg terug laat ik mijn motor rustig ronken en terwijl ik op de rechterbaan van een relatief lege A1 weer oostwaarts ga overdenk ik mijn eigen wensen. Als ik al ooit zou gaan met mijn meisje dan ook zonder die al te opzichtige kleren. Rustig hand in hand daar rondlopen en samen zo’n dag beleven zou voldoende voor mij zijn. Af en toe een kusje stelen maar verder voldoende hebben aan de flesjes water die we zelf meegenomen hebben. In gedachten zie ik ons al lopen en dat geeft me een goed gevoel. Dan vind ik dat ik genoeg rustig aan gedaan heb en bij Amersfoort kies ik de linkerbaan en draai ik mijn gas open. Bij de honderdtachtig komt mijn vlecht uit mijn fladderende zomerjasje zetten en hangt als de staart van een vlieger onder mijn helm uit. Mijn bloed voel ik weer stromen en ik weet weer dat ik leef. Normaal doen is tenslotte één ding, het moet niet te gek worden.

 

Alle werken van: petra-1

Fijn verhaal 
0

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen