1845 woorden | Leestijd 10 minuten

 

1 augustus 1602, Antwerpen

Een harde regen deed enkele druppels door het slecht afgewerkte dak druppen. Hieronder, in een lang zwart kleed zat een magere vrouw een boek te lezen. Niet veel mensen konden lezen, en al zeker geen vrouwen. Maar Clara was niet zomaar een vrouw. Ze zuchtte en pufte en kon zich niet concentreren, toen Sitri haar beloofd had dat Reynhilde haar de kneepjes van de seksmagie ging leren, had ze zich wel iets spannenders voorgesteld. De derde maand na die hemelse (of helse) sekspartij was ze zich nog steeds aan het verdiepen in de theorie. Reynhilde had haar eerst honderden symbolen vanbuiten laten leren, vervolgens de geschiedenis van de erotiek, en nu was het een boek over alchemische transformaties als gevolg van de ontluikende erotiek van de jonge cherubijnen. Kortom, Clara verveelde zich dood. De enige magie die ze had was volledig passief: haar wonden heelden sneller en ze leek bovennatuurlijke kracht te bezitten. Maar dat was toch niet zo opwindend als de andere trucjes die haar waren beloofd door de Prins van de Hel.

 

14 september 1602, Antwerpen

“Hoe kan je een man herkennen die bezeten is door een cherubijn?” vroeg een krakende stem.
Clara zuchtte en stak haar rosse haar achter haar oren. “Een man die bezeten is door een cherubijn zal nooit een erectie krijgen, zelfs niet na een bloedconcentreerspreuk” antwoordde ze.
Reynhilde knikte. “En een vrouw?”
“Dat is nog makkelijker, een vrouw die bezeten is van een cherubijn is kurkdroog in haar vagina, vaak geeft dit een pijnlijk gevoel waardoor je het zelfs aan de manier van lopen al kan herkennen.”
Reynhilde knikte goedkeurend. “Het is duidelijk waarom de heer Sitri jou heeft gekozen, je bent klaar met je theoretische opleiding.”
Clara sperde haar ogen open. “Dus ik kan… Ik mag eindelijk iets doen?” vroeg ze vol enthousiasme.
Reynhilde knikte opnieuw. “Morgen beginnen je praktijklessen.”

15 september 1602, ergens buiten de stad Antwerpen

De waard trekt de deur van zijn herberg open. Hij ziet alleen het donker van de nacht. Had hij dan toch gedroomd? Had hij zich het licht en het gefluister maar ingebeeld? Nee. Daar was het weer. Een lichtje in de verte, en het riep hem. De houten deur sloot achter hem, en de warmte die nog uit zijn kroeg kwam verdween. Blootsvoets met zijn lange slaapkleed en een brandende kaars in zijn hand schuifelde hij onzeker naar het licht. En plots zag hij haar: een prachtige vrouw. Ze was naakt en wit als melk, met sproeten over haar hele lichaam. Haar lange haren waren ros en krulden over haar rug en borsten. Haar engelachtige glimlach wenkte de waard nog dichter. Ook de vrouw schuifelde dichter over het gras dat al nat was van de dauw. Haar bleke lijf stak spookachtig af op het vlammetje van de brandende kaars, het schaduwenspel over haar rondingen ontnam de waard van elk woord dat hij trachtte te zeggen. De takken van een nabije boom kraakten in de wind.

16 september 1602, de volgende ochtend, ergens in de buurt van de herberg

“Willem? Willeeeeemm!”
Een rondgevormde dame van middelbare leeftijd had haar jurk en bijbehoren net aangetrokken om haar man te gaan zoeken. Ze was wakker geworden in een leeg bed en dat was niet van zijn gewoonte. De priester van de lokale parochie en Jos van de bakker liepen naast haar en zochten mee. Plots doemde er een vorm op uit de onheilspellende mist. Een grote boom, niet anders dan de vele eiken en beuken in de omgeving, stond pal voor hen. De dode stam zag er grijs uit, en de vele bladerloze takken tastten doorheen de mist als klauwen van een eeuwenoud monster. Op de grond lag het witte nachtkleed van Willem.

De vrouw krijste en enkele zwarte raven vlogen verschrikt weg. De priester maakte snel een kruisteken en Jos van de bakker bleef als aan de grond genageld staan. Twee hogere takken waren rond Willems polsen gewikkeld, alsof ze er vannacht waren rond gegroeid. En zo hing Willem aan de boom. Dat was de reden van de gil van zijn vrouw. Maar niet lang daarna zou zij buiten westen met een klap op de grond vallen. Sommige dingen zie je namelijk pas als je ergens langer naar kijkt. Willem was volledig naakt, zijn penis was twee keer zo lang als zijn vrouw zich herinnerde, al wisten de priester en Jos dat natuurlijk niet. Er dropen ook lange druppels voorvocht uit zijn gaatje, die in slierten naar beneden bungelden. Een andere tak, dikker en lager in de stam, bevond zich ook dicht bij Willem. De schors op deze tak was gladder en blonk in het vroege zonlicht. Toen de blikken van de drie getuigen de tak volgden, leidde deze hen naar de anus van Willem. De tak kroop in zijn lichaam en had zich, onzichtbaar voor de drie omstaanders, rond zijn prostaat gewikkeld. Zo had de tak een hele nacht de prostaat gemasseerd, wat orgasme na orgasme had opgeleverd. Onder Willem, zo zou Jos later getuigen, bevond zich een grote witte plas met kleverig sperma.

25 December 1602, Grote Markt Antwerpen

Een grote groep mensen stond op de grote markt. Er waren minstrelen die zongen en handelaars die hun koopwaar tentoon stelden. Net als elk jaar waren er veel gezinnen en families die gezellig samen kwamen op de grote markt om kerstavond te vieren. Jonas was één van de mannen die in de buurt van de kerststal stond. Hij stond er samen met zijn jonge vrouw, familie en schoonfamilie.

Een vrouwenstem fluisterde en heel de kerstmarkt vervaagde. Jonas kreeg een vreemd gevoel in zijn maag en had het idee dat hij dringend iets moest doen, alleen wist hij niet wat. Toen hij naar onder keek zag hij een bult in zijn broek. Toen scheen er een sterk licht vanuit de kerststal. Tussen de kribbe, Jozef, Maria en de os stond een beeldschone en naakte vrouw. Ze had rosse haren en een onweerstaanbare glimlach. Ze draaide zich om, zodat Jonas haar ronde en blote achterwerk kon zien, en ging op haar blote knieën in het stro zitten. Ze boog voorover, en haar rosse poesje stak fier zichtbaar onder haar billen uit. De vrouw keek achterom en knipoogde. Jonas klom over de omheining. Waar zijn broek gebleven was wist hij niet. Hij hoorde mensen roepen, maar dat negeerde hij. De vrouw voor hem was de zijne. Hij stak zijn stijve penis in de harige spleet en begon haar te nemen alsof het hem door God was opgedragen. De vrouw kreunde, en kreunde,…

Jonas’ familie en vrienden keken vol ongeloof naar wat voor hen een walgelijk spektakel was. Daar zagen ze Jonas, met zijn broek op zijn knieën. Maar ze zagen geen rosse deerne aan zijn paal. Jonas penetreerde in werkelijkheid de harige vagina van de ezel uit de stal. Luid gebalk was snel over heel de marktplaats te horen en heel de stad sprak bijna over niets anders meer de komende maanden. Jonas zat hierna ook geruime tijd in de gevangenis het Steen, waar hij beweerde zich niets van het voorval te herinneren, behalve een roodharige vrouw.

1 mei 1603, Walpurgisnacht, Antwerpen

“Je training is volbracht, Clara. Er is niets dat ik je nog kan bijleren, mijn taak hier is afgelopen.” De oude vrouw slurpte van haar kom water terwijl de jonge vrouw enkele boeken op een boekenrek sorteerde. Hierbij balanceerde ze behendig op een iets te kort trapladdertje. Het trapladdertje (of het feit dat ze volledig poedelnaakt was) heeft verder geen invloed op het verhaal.

“Hoewel” Ging Reynhilde verder “Er is nog één zaak die we samen moeten afhandelen, voor Sitri”. Clara’s ogen schitterden bij de horen van die naam. Het was nu al een jaar geleden dat ze de beste beurt van haar leven had gehad door de prins van de Hel. “Je opleiding heeft heel wat aandacht naar zich toegetrokken, en binnenkort zullen mensen antwoorden willen”. Reynhilde keek naar de wiebelende borsten van Clara toen ze het laatste boek op de bovenste plank plaatste. Ze stond op en trok haar jurk uit. En dan haar onderrok en onderbroek. De oude vrouw was nog lelijker naakt dan gekleed. Rimpels en andere tekenen van ouderdom overheersten het zicht. Plots trokken haar hangborsten zich terug en werden ze terug stevig en jong. Haar grijze haren kleurden vuurrood en krulden zich over haar rug en borsten. De rimpels verdwenen net als het overtollige vet. Clara keek met haar mond open van verbazing naar de transformatie.

22 Augustus 1603, Galgenveld, in de buurt van Antwerpen

Een grote menigte had zich verzameld rond de Galgenheuvel. Onder hen waren de priester die Willem had gevonden, Jos van de bakker, de vrouw van Willem, Willem zelf en Jonas met zijn familie. Vele andere burgers, maar ook veel andere slachtoffers waren aanwezig. De afgelopen maanden was Antwerpen in de ban geweest van het proces van Clara Goessen. De vermeende heks die al die mannen en vrouwen had verleid en hun eer had aangetast. Mensen gooiden rot fruit naar de rosse dame. “Brandt de heks!!” riepen velen uit de menigte. Enkele Spaanse soldaten hielden die Antwerpenaren weg van de Galgenheuvel. Een man met zwarte kap kwam met een brandende fakkel naar de met sproeten bedekte vrouw, en stak het hout en stro onder haar aan. Het vuur brandde eerst haar voeten, en snel genoeg verspreidde het zich over haar hele lichaam. Eerst verbrandden haar kleren, waardoor de naakte schoonheid nog eenmaal te zien was. Drie mannen, die aan de voorste rij stonden, waren op slag betoverd en liepen in de richting van het vuur. Een priester kon de eerste tegenhouden, en de beul stopte de tweede man. De derde liep kaarsrecht het vuur in, en kon nog net zijn stijve penis in Clara’s kut steken voordat beide lichamen verzwolgen werden door het vuur.

In de woedende menigte stond een vrouw met een groene kap over haar hoofd. “Brandt de heks!” riep ze luid mee. Een grauwe hand op haar schouder verraste haar. Ze keek om en zag de diepe rode ogen van Sitri, in zijn menselijke gedaante: de mooiste man die een vrouw zich maar kon bedenken. Gespierd, dominant, en met een blik die zei dat hij alles altijd onder controle had. “Ik zou willen dat je vanaf vandaag een boek schrijft,” zei hij “een boek met zo veel mogelijk seksmagie van overal in de wereld. Bovendien zullen die reizen je ook veel kunnen bijleren. Denk je dat je dat aankunt, helleprinses?”

De hand trok de groene kap naar beneden en onthulde de rode bos haar en het sproetige gezicht van de echte Clara Goessen. Haar donkerrode lippen krulden zich tot een tevreden glimlach.

En het is zo dat Reynhilde in Clara’s vorm stierf op de brandstapel die nacht, en het is daar dat Sitri de opdracht gaf tot het maken van het spreukenboek, een titanenwerk dat aan de grondslag van nog vele avonturen zal liggen. Vanaf die nacht kende Sitri Clara de titels toe die hij haar verschuldigd was: Seksprinses, Vorstin van lust, Geest van geilheid, Toner der naaktheid, grote likster van genitalia, anale verleidster en ga zo maar verder.

 

Alle werken van: James

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Donker, mysterieus en met een wolkje magie omgeven. Ik mag die historische verhalen van James wel. :-)