Informatie
Geschreven door Tinus Boot
Categorie Korte verhalen
Reacties: 2
827 woorden | Leestijd 5 minuten

Ergens onderweg kan ik het niet meer houden. Mijn voorraad uitstel trucs zijn uitgeput en niets helpt meer. De druk op mijn blaas is zodanig dat het mijn hele denken beheerst. Naar de omgeving kijk ik al lang niet meer en in plaats van op de scheuren in het ijs te letten, ben ik alleen nog maar met mijn volle blaas bezig. Stoppen betekent onherroepelijk de aansluiting missen. De anderen in het kopgroepje zullen niet stoppen of inhouden, te meer omdat ik het laatste half uur geen kopwerk meer gedaan heb.

Stoppen: skibril omhoog, handschoenen uitpellen, schaatspak open ritsen, hand naar binnen in de thermobroek, in de windstopper grabbelen en dan hopen dat wat ik aantref groot genoeg is om vast te pakken en te richten. Even nog is het alternatief verleidelijk: doorrijden en laten lopen. Dertig kilometer nog maar en met deze kou zal de lauwe pis al snel in ijs veranderen.

Te veel afgeleid let ik niet op en rij ik in een scheur. Verdomme! Met mijn kop in de sneeuwrand, gelukkig draag ik tegenwoordig een helm.

Ik krabbel op en zie de ruggen van het groepje verdwijnen. Dan maar pissen. Het is nog erger dan ik verwachtte, het duurt wel een minuut voor ik een verschrompeld, in zich zelf gekeerd, voormalig lid tussen een koude duim en wijsvinger op de sneeuwrand kan richten. Het duurt nog even voor de straal op gang komt en dan verlossing. God wat heerlijk, bijna als klaarkomen. Er komt geen eind aan en twee langlaufers langs de baan komen snel dichterbij. Ha, ha, twee vrouwen. Ja, kijk maar, er valt behalve een lange gele straal, toch niets te zien. Ooit hoorde ik een treffende omschrijving van sporten bij dit soort lage temperaturen "gaatjesweer". Weer, waarin het zo koud is dat je pik verschrompelt en er alleen een gaatje overblijft. Als er een eind aan de straal en het nadruppelen is gekomen berg ik hem in zijn beschermende laagjes op. Ik zie een achtervolgend groepje aankomen.

Rustig begin ik weer te schaatsen tot ze me inhalen en ik kan aansluiten. In de luwte rij ik achter in het groepje mee. Het schaatsritme komt terug en ik mijmer over straks na de finish: een glas bier, douchen en vanmiddag rust. Middagslaapje doen, zal ik mijn lief kunnen overhalen om naast me te komen liggen? Lekker in lepeltjeshouding en dan met mijn pik tegen haar bilspleet. Mijn fantasie slaat op hol en er voltrekt zich een wonder; ik voel leven in mijn broek. Gelukkig hij functioneert nog. Met die geruststellende gedachte accelereer ik naar voren om de kop over te nemen. Nog twintig kilometer naar de finish en dan snel naar het hotel en...

Die gedachte doet me denken aan jaren terug. Een vroege ochtend met een strak blauwe hemel en op het balkon van het hotel leek het fantastisch weer. Naar het ijs voor een trainingsritje, in veel te weinig kleding. De zon en de strak blauwe hemel hadden me op een dwaalspoor gezet. Het vroor, naar later bleek, acht graden en dat in combinatie met de rijwind maakte dat het vies koud was en zeker in een dun schaatspak, dunne handschoenen, dunne ijsmuts, blote voeten in de schaatsschoenen en geen hoesjes. Na een halfuur rijden en de kou negeren, merkte ik dat mijn vingers en tenen gevoelloos werden, dat herkende ik en dat was me wel vaker overkomen. Wat ik niet herkende en niet wilde negeren was een gevoel van gevoelloosheid in mijn kruis. Tering!, dacht ik, dat gaat niet goed.

Onder het motto "beter een koude kop dan een koude zak" ben ik toen gestopt om mijn ijskoude verschrompelde edele delen in mijn ijsmuts te wikkelen. Terug in het hotel op weg naar onze kamer, begon het bloed in mijn vingers en tenen weer te stromen, met de bekende pijnlijke tinteling. Helaas bleef mijn kruis gevoelloos. In de kamer hielp mijn lief me uit de kleren en onder de douche. En ja gelukkig, het deed gruwelijk zeer, maar ik verwelkomde de pijnlijke tinteling in mijn edele delen. Mijn lief die mijn lijden zag had zich uitgekleed en was bij me onder de douche gekomen.

“Laat mij maar, ik warm hem wel op.”

“Nee au, au, afblijven, het doet zeer.”

“Ja, maar ik wil helpen.”

“Nee toe, niet aankomen!”

Het ging over, de tinteling nam langzaam af en de huid kleurde langzaam weer roze. Na het afdrogen gingen we samen onder de dekens, ik dicht tegen de warme billen van mijn lief aan. Na een tijdje doezelen en dagdromen voelde ik het leven weer terug komen. Ik begreep toen waarom gelovigen hun Heer aanroepen "God is groot."

Hij roerde zich, hij werkte nog, hij richtte zich langzaam maar zeker op. Nieuwsgierig keek ik onder de dekens. Een zucht van verlichting; ouderwetse proporties. Mijn lief deelde mijn nieuwsgierigheid ze sloeg de dekens terug en nam het geval in haar lieve zachte vrouwenhand.

“Testen?” vroeg ze.

Naar alle verhalen van:  TinusBoot69

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Dank je Tinus, leuke anecdote, je bezorgdheid over mogelijke schade aan de standaard uitrusting van mannen is zo begrijpelijk. Ben blij voor je dat alles functioneert. Koude maakt meer kapot dan je lief is!!!
Miel
Tinus, wat een ontzettend lief, hoogst intiem verhaal is dit.