De bezichtiging

Informatie
Geschreven door Solace
Geplaatst op 23 september 2017
Hoofdcategorie Leeftijdsverschil | Tieners
Aantal reacties: 5
4373 woorden | Leestijd 22 minuten

Mijn ouderlijk huis staat er nog even statig bij als in de tijd dat ik er opgroeide. Het is ooit gebouwd door mijn overgrootvader, een succesvolle aannemer en meubelmaker die zijn dochter alleen het allerbeste gunde. Die dochter, mijn oma, liet het huis op haar beurt na aan haar enig kind, mijn vader. Hij heeft er zijn hele leven gewoond, waarvan ruim vijftig jaar samen met mijn lieve moeder. Zij heeft er haar laatste jaren zonder de liefde van haar leven moeten slijten; in 2010 overleed mijn pa in het heetst van de strijd aan een hartaanval, waarbij hij met zijn grote bouwvakkerslijf boven op ma ineenzakte.

Mijn moeder hoefde niets uit te leggen toen ze me een klein uur na zijn plotselinge dood naar de slaapkamer leidde en pa aanwees die op het reusachtige hemelbed lag. Omdat zijn lichaam te zwaar voor haar was geweest om in haar eentje op te tillen of te verplaatsen, lag hij er nu eenzaam bij in een overduidelijke missionarishouding. Plat op zijn buik en poedelnaakt, op zijn kniekousen na, met een arm die over de rand van het bed hing en zo een stille aanwijzing gaf van hoe mijn kleine, tenger gebouwde moeder aan die benarde situatie was ontsnapt.

Drie maanden geleden is ma in datzelfde bed overleden. Het is het enige meubel dat nog in dat grote, lege huis staat. Tot afgrijzen van wijlen mijn pa ben ik geboren met twee linkerhanden, waardoor ik tot nu toe nog niet heb kunnen bedenken hoe ik dat enorme erfstuk in een stuk naar buiten kan krijgen. Maar goed, dat is ook van later zorg. Ik moet al zoveel regelen en doen, dat het nu niet mijn prioriteit heeft. Bovendien weet ik nog niet eens zeker wat ik ermee aan moet. Ook dit bed is gebouwd door mijn overgrootvader en hoort bij dit huis zoals het ook al decennia bij onze familie hoort. Zelf ben ik er negenveertig jaar geleden in geboren en het zou me niets verbazen als ik er ook in verwekt was. Geen ding dus dat je zomaar uit elkaar haalt en bij het grofvuil zet, om maar een optie te noemen.

Het belangrijkste is dat het huis snel verkocht wordt. Sinds het overlijden van pa is de staat ervan hard achteruitgegaan. Mijn moeders bescheiden weduwenpensioen was niet genoeg om het onderhoud goed op peil te houden en zelf heb ik sinds mijn echtscheiding ook niet genoeg geld meer om erin te investeren. Ik ben niet gewend zuinig te leven, maar ik moet zeggen dat het me steeds beter afgaat. De bezichtigingen doe ik bijvoorbeeld zelf, terwijl ik dat geleur een paar jaar geleden net zo makkelijk allemaal aan een makelaar zou hebben uitbesteed. Het gaat me prima af, alleen heeft het me tot nu toe nog geen bod opgeleverd.

Daarom heb ik al mijn hoop gevestigd op de bezichtiging van vandaag. Een paar dagen geleden werd ik gebeld door een vrouw die een afspraak wilde maken voor iemand die mogelijk geïnteresseerd was. Ik dacht eerst dat ik een makelaar aan de lijn had, maar al snel bleek het te gaan om de agent van de geïnteresseerde. Ze noemde een naam die me niets zei, wat dat mens gezien haar verbaasde reactie blijkbaar voor onmogelijk hield. Toch wel nieuwsgierig geworden, zocht ik de dame in kwestie op internet op en al snel begon het me te dagen dat ik met een zogenaamde bekende Nederlander van doen had. Al dat glamourgedoe interesseert me geen zier, maar wat me wel aansprak was het feit dat die bekende lui doorgaans bakken geld te besteden hebben. En omdat ik wel kon bedenken dat het stuk voor stuk ijdeltuiten zijn voor wie de buitenkant heel belangrijk is, heb ik overal in het huis vazen met verse rode rozen neergezet en heb ik het hemelbed opgemaakt met een nieuwe set satijnen beddengoed. Ik mag dan wel twee linkerhanden hebben, maar leer mij de vrouwtjes kennen. Hierin lijk ik dan weer wel precies op mijn pa, God hebbe zijn ziel, die ouwe snoeper.

Ruim voor het afgesproken tijdstip kom ik aan bij het huis. Het ruikt er fris en tegelijk bedompt, wat verraadt dat er onlangs wel is schoongemaakt maar dat het al langere tijd niet bewoond wordt. Nog elke week laat ik de werkster van mijn ouders komen, die dan alles afneemt en de parketvloeren in de woonkamer en boven in de slaapkamers dweilt met een aangenaam geurend reinigingsmiddel. Maar zodra zij weg is, staat het huis er weer kaal bij. Ik hoop maar dat die BN'er daar doorheen kan kijken als ze straks door het huis loopt.

Ze is nu al een halfuur te laat en dat irriteert me mateloos. Ik kan er niet tegen als mensen zich niet aan hun afspraken houden. Dan gaat de deurbel. Ik haal diep adem en loop de hal in. Als ik de hoge, brede voordeur heb geopend, zie ik daar een bijzonder klein, slank vrouwtje staan dat me direct doet denken aan mijn moeder in haar jonge jaren. Even weet ik niet wat ik moet zeggen, maar het lukt me gelukkig snel om me te herpakken. Ik laat haar binnen met een welkom gebaar, waarop ze me zelfverzekerd voorgaat. Haar lange, donkerbruine haar valt tot net boven haar billen, die soepel bewegen onder de dunne stof van haar zomerjurk. Terwijl ze onderzoekend blijft rondkijken, draait ze zich elegant naar me om. Een wolk van haar steedse parfum verdrijft de gezonde boerenlucht die om mij als Twentse jongen heen hangt.

'Sorry dat ik zo laat ben, meneer Bouwmeester,' zegt ze terwijl ze me glimlachend haar rechterhand toesteekt. Ik hoor mezelf haast stotterend antwoorden dat het niet geeft. Mezelf kennende weet ik dat ik nu op mijn hoede moet zijn en mijn kop moet blijven gebruiken. Ik schud haar tere handje daarom zo stevig mogelijk. Ze laat niet merken wat ze daarvan voelt of vindt en blijft me met haar groene hertenogen strak aankijken. Ze maakt het me verdomd lastig, deze bevallige jongedame uit dat verrekte Amsterdam. Het was al warm vandaag, maar ik heb het nu zo heet dat het zweet me inmiddels op de rug staat. Ik haat het als mijn lichaam met me op de loop gaat, vooral in situaties als deze waarin ik moet presteren. Het gaat om het huis, Teun, om het huis, hou ik mezelf in gedachten voor.

'Gaat u me nog een glaasje water aanbieden? Ik heb zo lang in de auto gezeten, ik moet echt even bijkomen.' Ze zegt het zonder blikken of blozen en loopt daarna de woonkamer in alsof die al van haar is. Dit heb ik nog nooit meegemaakt, dit is echt een dametje in de buitencategorie. Gruwelijk verwend, maar ook gruwelijk lekker. Ik recht mijn bezwete rug en volg haar de kamer in om linea recta door te lopen naar de keuken. Voor de zekerheid trek ik daar alle kastjes open, maar ze zijn allemaal leeg. Dat wist ik natuurlijk wel, maar dit is een meid die erin slaagt me onnodig aan mezelf te laten twijfelen.

'Het spijt me, mevrouw, maar ik kan u helaas geen glas water aanbieden', roep ik vanuit de keuken,
'Het hele huis is leeg, er staan zelfs geen glazen meer in de kast'. Een reactie krijg ik niet; daar voelt ze zich vast te goed voor. Wel hoor ik de hakjes van haar pumps over het parket trippelen. Dan verschijnt ze in de deuropening van de keuken en kijkt me aan met zo'n blik. Spottend, zo noemen ze dat in haar kringen ongetwijfeld.

'Voor een beetje water heb ik niet per se een glas nodig, hoor, meneer Bouwmeester.' En voor ik het weet staat ze naast me bij de gootsteen en draait ze de kraan open. Langzaam bukt ze zich voorover om met haar mond het koude water op te vangen en het gulzig door te slikken. Haar loshangende haar heeft ze naar een kant van haar hoofd geslagen en houdt ze met een hand bijeen om te voorkomen dat het nat wordt. Hoewel ik eigenlijk niet weet waar ik moet kijken, houd ik mijn ogen tegen beter weten in op haar billen gericht. Als ik zou willen zou ik ze kunnen aanraken. Ze steken zo uitnodigend achteruit dat ik me moet inhouden. Dan komt ze weer omhoog en draait ze de kraan dicht.

'Zo, en nou gaat u me een rondleiding geven. Toch?' Ze glijdt met haar ogen over mijn gezicht, dat meteen nog roder wordt. 'Laten we beginnen met de keuken, nu we er toch zijn. Wat kunt u daarover vertellen? Is dit nog het originele aanrecht?' Haar vingers nemen het over van haar ogen en glijden over het granieten aanrecht. Ik probeer weer in mijn rol van makelaar te kruipen en vertel haar uitgebreid over de geschiedenis van het huis, het verhaal dat mijn vader altijd zo trots vertelde aan mensen die voor het eerst bij ons op bezoek kwamen. Dat alles nog precies zo is als in de jaren dertig, toen het als huwelijkscadeau voor mijn oma gebouwd werd op een stuk land van mijn overgrootouders, die even verderop woonden. Terwijl ik maar blijf vertellen, leid ik deze mij onbekende actrice rond door mijn ouderlijk huis. Ik sta stil bij elk stijlvolle detail dat mijn overgrootvader heeft aangebracht voor zijn dochter. Ook vertel ik dat hij zich niet alleen liet leiden door haar smaak, maar ook door wat hij gezien had bij zijn opdrachtgevers, vaak rijke Twentse textielfabrikanten die een buitenhuis lieten bouwen. In feite is het een klein buitengoed, dat altijd met liefde en vakmanschap is onderhouden door onze aannemersfamilie. Als ik zie hoe ze naar me kijkt – het lijkt wel of ze tranen in haar ogen heeft – stop ik met praten. De geschiedenis is verteld en vanaf hier wordt het verhaal er toch niet beter op.

We staan boven op de overloop, waar het zonlicht speels door het grote glas-in-loodraam valt. Op deze verdieping hebben we alle kamers gezien behalve de slaapkamer van mijn ouders. Ik heb geen idee wat ik daarover kan vertellen zonder weer in een kramp te schieten. Om de ongemakkelijke sfeer van net in de keuken te vermijden, besluit ik het praten verder maar aan haar over te laten.

'Dan hebben we hier alleen de ouderslaapkamer nog,' zeg ik bij wijze van voorzetje, waarop ik de paneeldeur openzwaai en de dame voorlaat. Haar hakjes verdwijnen helemaal in het hoogpolige tapijt en ze slaat haar handen voor haar mond. Ik blijf op de overloop staan en heb vol zicht op haar achterkant, die opvallend weelderig is voor zo'n ranke vrouw. Net als het zweet me weer uitbreekt, draait ze zich naar me om.

'Wat een beeldschone slaapkamer, meneer Bouwmeester', roept ze uit, 'En dat hemelbed, ook beeldschoon! Hoort dat bij het huis?' Daar moet ik even over nadenken. Te lang naar haar smaak, blijkbaar, want ze rebbelt vrolijk verder. 'Ik vind het zo schattig dat u overal roosjes heeft neergezet, meneer Bouwmeester! En u heeft zelfs het bed opgemaakt. Heeft u dat speciaal voor mij gedaan?'

Deze griet heeft minstens twee gezichten; eerst is ze arrogant als een typische westerling en nu doet ze ineens poeslief. Wees op je hoede, Teun, het gaat om het huis, herhaal ik nog maar eens in gedachten.

'Mag ik u vragen waarom u geïnteresseerd bent in dit huis, mevrouw?' vraag ik en sla mijn armen over elkaar.

'Dat mag u zeker ', zegt ze, waarna ze zich weer omdraait en naar binnen huppelt. Automatisch loop ik haar achterna. Het voelt toch een beetje vreemd om haar antwoord vanaf de overloop af te wachten zonder haar te kunnen zien. Eenmaal in de kamer zie ik al snel dat ze op het bed is gaan liggen met een afgebroken roos achter haar oor. Wat een brutaaltje!

'Mevrouw, mag ik u vragen…'

'Oh, zullen we ophouden met dat stomme gevousvoyeer. Wat is je voornaam?' Het ongemak is er weer, net als het zweet op mijn rug, maar mijn antwoord klinkt vooral kribbig. 'Teun? Wat een leuke naam. Zeg Teun, vind je het vervelend dat ik op je bed lig?'

'Het is mijn bed niet. Het is het bed van mijn ouders. Ik zou u willen vragen ervan af te gaan, want ik hou het graag netjes.' Volgens mij bloos ik inmiddels tot in mijn nek, ook omdat die vrijpostige griet iets irritants over zich heeft. Alsof ze het erom doet. Ik zie dat ze haar schoenen heeft uitgeschopt en met haar kleine blote voeten op mijn satijn ligt.

'Heeft je overgrootvader dit bed soms ook gemaakt? Het is precies in dezelfde stijl als de rest van het huis.' Door haar interesse en opmerkzaamheid neemt het boze gevoel in mijn borst weer wat af. Ik vertel dat hij het inderdaad gebouwd heeft en dat hij in zijn tijd een gerenommeerd meubelmaker was.

'Ik vind het mooi dat je zo trots bent op je familie en jullie geschiedenis, Teun.' Het klinkt oprecht wat ze zegt. 'Het bed ligt heerlijk, heb je het weleens uitgeprobeerd?' Daar gaat ze weer! Ik loop naar het bed tot ik naast haar veel te vrolijke hoofd sta.

'Mevrouw, ik vraag het nu voor de laatste keer, wil u alstublieft van het bed af gaan? Er komen nog meer mensen naar het huis kijken.' Hopelijk werkt deze leugen om bestwil. Ze draait zich op haar zij en zet haar hand onder haar hoofd, waardoor ze opeens met haar mond ter hoogte van mijn kruis is.

'Zeg die afspraken dan maar af, Teun, want ik ga het huis kopen.' Ze zegt het zonder met haar ogen te knipperen en komt overeind door zich met haar benen naar mij toe te draaien. De enige reden dat ik haar blijf aankijken, is dat ik niet verder meer naar beneden durf te kijken. 'Ik wil je huis kopen. Het is precies wat ik zoek.'

'Maar u heeft de zolder en de tuinen nog niet gezien!' Ik kan nog niet geloven wat ze net heeft gezegd en probeer uit alle macht de makelaar in mezelf vast te houden.

'Och, lieverd, die mag je me best nog wel even laten zien. Maar mijn besluit staat toch al vast. Het stond al vast voor ik hier kwam. Mijn agent had al wat voorwerk gedaan, dus ik ben hier vandaag eigenlijk alleen maar uit nieuwsgierigheid. Ik kan niet wachten tot het huis van mij is! Ik ben al zo lang helemaal klaar met alle drukte in Amsterdam en toen zei mijn agent laatst dat haar moeder een prachtige buitenplaats in Twente te koop wist staan. Het huis van een kennis die onlangs was overleden. Dat moet dan jouw moeder zijn geweest, Teun.' Ze kijkt me verwachtingsvol aan, alsof ze ervan uitgaat dat ik meteen weet over welke kennis van mijn moeder ze het heeft. Voor zover ik weet had mijn moeder sinds mijn vaders dood geen contact meer met haar kennissen. De laatste jaren van haar leven leidde ze een teruggetrokken bestaan waarin alleen ruimte voor mij als zoon leek te zijn. Uit beleefdheid heb ik na de crematie nog wel rouwkaarten verstuurd naar de mensen in mijn moeders adressenboekje, behalve naar degenen van wie de naam was doorgekrast.

'De moeder van mijn agent heet Therese Minnaar, misschien zegt je dat wat.' Het is alsof ze een glas ijswater in mijn gezicht gooit. Therese Minnaar! Niet te geloven dat ik die naam nog eens zou moeten horen. En dan ook nog hier in deze kamer!

'Mevrouw, ik hoop dat u een grapje maakt, ook al zou het een hele slechte grap zijn.'

'Hoe bedoel je? Ik maak geen grap en ik ben serieus geïnteresseerd in het huis.'

Het is toch niet te geloven dit. Die ouwe tang van een Minnaar weet wel hoe ze zich een familiegeschiedenis terug moet inwurmen, zeg. En die dochter van haar, die agent, die zal wel geen haar beter zijn. Dat is vast ook een wijf dat haar achternaam zo letterlijk neemt dat ze bereid is huwelijken kapot te maken. Zo moeder, zo dochter. Gelukkig was de liefde tussen mijn ouders sterk genoeg om haar aanval te overwinnen.

'Mevrouw, het lijkt me beter dat u nu gaat.' Ze zat nog steeds op de rand van het bed met haar blote voeten. Ik deed een stap naar achter om haar de ruimte te geven, maar ze bleef gewoon zitten.

'Ik snap het niet, Teun. Waarom wil je dat ik wegga? Ik heb net gezegd dat ik het huis wil kopen. Als het moet, wil ik er nog wel meer voor betalen ook. Je vraagt veel te weinig.'

En dan, ik weet niet hoe ik het verzin, misschien word ik aangestuurd vanuit de hemel, wie zal het zeggen, maar dan doe ik een voorstel dat zo onverschrokken en vormelijk mijn strot uitkomt, dat het wel zoiets moet zijn: een ingreep van boven waarmee ik het huis en daarmee mijn familiegeschiedenis alsnog zou kunnen redden. Tenminste, als ze straks nog steeds wil.

'Goed dan. Mevrouw, de enige mogelijkheid die u nog rest om eigenaar te worden van dit buiten, is hier samen met mij te gaan wonen als mevrouw Bouwmeester. Als u op mijn voorstel ingaat, zult u bovendien per ommegaande op zoek moeten gaan naar een nieuwe agent, want met de familie Minnaar willen wij Bouwmeesters niets te maken hebben. Direct noch indirect.' Voor het eerst sinds onze kennismaking weet ze niets te zeggen en slaat ze haar ogen neer. Ik heb geen idee wat dat betekent. Het is nogal wat om te laten bezinken, dit voorstel, dat besef ik maar al te goed. Als ze het al in overweging neemt. Zo'n knap, jong ding als zij, dat zo succesvol is dat iedereen haar vriend wel wil zijn, kan het zich natuurlijk best veroorloven een gewaagd aanbod als het mijne naast zich neer te leggen.

'Maar Teun,' zegt ze na minstens een minuut te hebben gezwegen, 'Hoe kan ik daar nou serieus op ingaan? Ik ken je niet eens en ik weet ook niet of ik je wel beter wil leren kennen. Ik bedoel, jij bent zo anders dan ik, volgens mij. Ik trouw alleen met een man die net zo warmbloedig is als ik, die met me wil spelen en lachen, die van het leven houdt en van avontuur. Jij bent bloedserieus en formeel. En zeker twee keer zo oud als ik.' Dit is niet het antwoord dat ik had verwacht, als ik al iets verwacht had. Het is zoveel mooier dan ik had kunnen bedenken, bijna hemels. Ik zie haar op slag anders dan net, zo anders dat ik nu honderd procent achter mijn eigen voorstel sta.

'Maar als ik je goed begrijp, zeg je nog geen nee. Klopt dat?' Er klinkt hoop door in mijn stem, dat hoor ik zelf ook.

'Dat weet ik zelf ook niet. Ik weet niet zo goed waar ik ja of nee tegen zeg, snap je? Het huis wil ik graag, dat weet je, maar jou als man erbij… Ik weet het niet. Je reageert niet eens op me, je doet afstandelijk, dat is me nog nooit overkomen. Maar misschien dat ik juist daarom wel twijfel. Ik vind het ergens ook wel lief namelijk.'

Ze zit nog steeds op het bed, als een meisje dat lekker aan het spelen was maar streng tot de orde is geroepen en het nu probeert goed te maken. Als ik een kans bij haar wil maken, moet ik laten zien hoe ik ben als ik speel en het avontuur aanga. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat het buiten al aan het schemeren is, waardoor er herinneringen aan vroeger naar boven komen. Vrolijke herinneringen die het waard zijn met haar samen te herbeleven.

'Ga je met me mee naar buiten?' vraag ik haar. Ze pakt mijn uitgestoken hand en samen rennen we de kamer uit, de brede trap af. Ik neem haar mee naar de tuindeuren en laat haar hand los om ze open te doen. Het is nog steeds warm buiten, maar dat deert me niet meer.

'Tel jij tot vijftig, dan ga ik me verstoppen', zeg ik en ik stuif weg. Ik hoor haar nog beginnen met tellen, maar al snel is de afstand te groot en hoor ik alleen nog de vogels fluiten. Ik ren naar mijn oude favoriete verstopplek, het theekoepeltje waar mijn buurmeisje en ik vroeger altijd doktertje speelden tot mijn moeder limonade met koekjes kwam brengen. In de koepel staat een grote massieve tafel waar wat oude tuinkussens op liggen en waar zes tuinstoelen omheen staan. Spullen die ik vergeten was. Ik pak twee kussens van de stapel en leg ze onder de tafel. Zo is het de perfecte verstopplek.

Het duurt best lang voor ik haar voetstappen hoor. Ik weet dat ze nog steeds op blote voeten loopt en die gedachte windt me, nu ik me hier onder de tafel verschuil, enorm op. Van onder een stoel door zie ik haar voeten langzaam naar binnen lopen.

'Teun, ben je hier?' roept ze. Ik hoor onzekerheid in haar stem. Ze schuifelt door tot vlakbij de stoel die ik als doorkijk gebruik. Met mijn armen reik ik naar haar enkels. Ik kan er net niet bij en moet zelf dus ook iets verschuiven. Dan lukt het me: ik grijp haar stevig bij haar enkels, waarop zij een keiharde gil slaakt en ik in lachen uitbarst. Ik laat haar enkels weer los, schuif de stoel opzij en reik haar mijn hand. Zichtbaar opgelucht pakt ze hem aan en bukt ze zich om bij mij onder de tafel te kruipen. Ik sla mijn armen om haar smalle schouders heen. Haar plotselinge kwetsbaarheid maakt gevoelens bij me los die ik zelfs bij mijn ex-vrouw nooit gehad heb. We zitten een beetje onhandig zo onder die tafel, dus laat ik me rustig achterover vallen. Zij beweegt met me mee, waardoor we nu met ons gezicht naar elkaar toe liggen op de tuinkussens.

'Je zei eerder dat ik helemaal niet op je reageerde, maar dat heb je niet goed gezien. Ik reageerde wel degelijk, maar ik vond het ongepast om dat aan je te laten merken. Dat is wat anders. Jij noemt het afstandelijk, ik noem het een kwestie van fatsoen.' Het is misschien niet helemaal hoe het zit – het was namelijk ook gewoon een kwestie van eigenbelang; er moest een huis verkocht tenslotte – maar iets onfatsoenlijks heb ik nog nooit gedaan. Niet naar een vrouw toe in elk geval.

'Ik…', begint ze, maar ze maakt haar zin niet af.

'Wat wilde je zeggen?'

'Ik weet niet of ik het wel moet zeggen.'

'Zeg het maar gewoon.'

'Oké, maar dan moet je beloven dat je niet boos wordt.'

'Nu wil ik helemaal weten!'

'Wat ik wilde zeggen, is dat je heel anders bent dan Therese zei.' Bijna was ik vergeten dat die heks al ter sprake was gekomen, maar daar is ze weer. Wederom terug van weggeweest. Het is beter om er verder niet op in te gaan, neem ik me voor. Ik wil niets verpesten van wat er nu gebeurt tussen ons.

'Het feit dat ik fatsoen in mijn donder heb, wil niet zeggen dat ik geen echte vent ben, hè, mocht je dat soms denken. Als je het aandurft, laat ik je alsnog merken hoe ik op je reageerde.' Nu bloost zij, al is dat in het schemerdonker bijna niet te zien.

'Ik denk dat ik het wel aandurf, Teun.' Weer neem ik haar mee, dit keer terug het huis in. Ik loop met haar de keuken in en laat haar hand los.

'Je zult wel dorst hebben', zeg ik terwijl ik de kraan openzet. Het duurt maar heel even voor ze zich omdraait en naar de kraan bukt om water te drinken. Dit keer ga ik achter haar staan en leg ik mijn handen op haar billen. Dit is waar ik aldoor naar verlangd heb. Ik doe haar jurkje omhoog en laat mijn vingers vederlicht over de huid van haar billen glijden. Ik streel ze van boven naar onder en ga steeds een stukje verder naar beneden. Ik heb niet door dat ze de kraan dichtdraait. Daar word ik me pas bewust van als ik haar zachte kreunen van genot hoor in plaats van het water. Dat is het moment waarop ik besluit mijn teveel aan fatsoen voor nu te laten varen. Ik open mijn gulp, haal mijn snoeiharde pik eruit en begin ermee over haar bilnaadje te wrijven, ook nu langzaam en vederlicht, van boven naar onder. Steeds iets verder naar beneden.

'Neem me, Teun.' Ze zegt het bijna op smekende toon, maar ik doe alsof ik niets gehoord heb. Ik wil voorlopig alleen maar geven aan dit mooie jonge vrouwtje dat vandaag mijn leven is binnengewandeld. Ik wil haar laten voelen hoe je als echte man de liefde bedrijft met een vrouw, ook al begint dat met lust. Ik kan haar leren dat seks slechts een middel is om een hoger doel te bereiken: twee mensen, in dit geval zij en ik, die een natuurlijke verbondenheid ervaren. Dat is wat mij aantrekkelijker maakt dan die steedse mannen van haar eigen leeftijd, voor wie de seks het doel op zich is. Zelfs als ze dat nu nog niet inziet, zal ze dat wel gaan begrijpen zodra ik klaar ben met haar. Nu smeekt ze nog een keer, maar in plaats van haar d'r zin te geven, buig ik me over haar heen, zodat we lepeltje-lepeltje staan, en sla ik mijn armen om haar bovenlichaam. Na een poosje zo gestaan te hebben, klem ik haar met een arm vast, laat ik haar met de andere arm los, ga een stukje door de knieën, waardoor mijn pik weer iets verder naar beneden glijdt, en til haar benen met mijn vrije arm op. Ze drukt de zijkant van haar gezicht tegen mijn borstkas aan en zo draag ik haar de trap op naar boven, naar de slaapkamer die ooit van mijn ouders was.

Alle verhalen van: Solace

Fijn verhaal 
0

Reacties  

Eigenlijk vind ik de verhalen het mooist als de seks geen hoofdrol, maar een bijrol speelt. Er is dan namelijk meer ruimte voor o.a. karakters, sfeer, gevoel, verdieping en achtergronden. Mezelf kunnen inleven en herkennen in een personage en/of situatie vormt dan de kers op de taart. Dit is zo'n verhaal. Mijn complimenten Solace!
Al moet ik als minpuntje opmerken dat ik aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat de ik-figuur een vrouw was. Wanneer je onder een vrouwelijk klinkende nickname schrijft met een man in de hoofdrol, is het wellicht handig om dit in het begin duidelijk te maken.
Een van de beste verhalen die ik gelezen heb. Heerlijke rustige schrijfstijl, fijne sfeer in het verhaal, alles zorgvuldig geformuleerd. Echt goed dit.
In aanvang neemt dit verhaal alle tijd. Maar mooi dat 't gaat worden! Binnen een brede, gedetailleerde sfeerschets komt het op gang tot opeens, we zitten op driekwart, er haast lijkt geboden. Het verhaal gedraagt zich vanaf dat moment als de hoofdpersoon Teun, er valt iets te veroveren en wel nu. Niet dat het erg is het viel me op meer niet, want alle lof aan de auteur ik heb enorm genoten van deze bezichtiging.
Weer een verhaal dat heerlijk leest. Zorgvuldig geschreven, diepgang, fijne dialogen, invoelbaar. Niets dan lof!!!
Dankjewel, tlc.