Informatie
Categorie Spoorloos (non-seks)
Reacties: 5
6498 woorden | Leestijd 22 minuten


Hun vriendschap was onverwoestbaar, hun liefde rotsvast

Toch was de breuk onvermijdelijk

 


East End, Londen, januari 1991

K

ian O'Donoghue bekeek zijn spiegelbeeld en zuchtte diep. Het gezicht dat hem aankeek ging elke dag verder verscholen achter een ontembare krullenbos. Er moest nu echt iets aan gebeuren maar de gang naar de kapper was nog steeds ondenkbaar. Twintig jaar lang had slechts één paar handen zijn wilde krullen in model gehouden. Iemand anders toestaan zijn vlammend rode manen te knippen voelde als verraad. Er waren al teveel dagelijkse bezigheden die hij noodgedwongen zonder zijn vrouw moest doen. Ex-vrouw, corrigeerde hij zichzelf, al verafschuwde hij dat ex-woord.

Maar de grens was bereikt. Verder uitstel was niet langer gewenst. Alleen de schaar kon voorkomen dat de dierentuin belangstelling voor hem kreeg. Hij grinnikte naar de man in de spiegel. Wat was het verschil? Als een soort circusact had hij het publiek al zo vaak geamuseerd. Alleen de kooi sprak hem niet aan.

Tsk, klonk het in zijn oor. En nog eens: tsk tsk. De eerste lokken vielen naast zijn voeten op de tegelvloer. Hij had het kappersvak zwaar onderschat want hij bakte er niets van. Na een kwartiertje zuchten en knippen bekeek hij de wanorde die hij zelf had aangericht. Toen hij enkele minuten later zijn scheerapparaat uitschakelde was de vloer van de badkamer veranderd in een roodkleurig angoratapijt en was zijn schedel zo kaal als een biljartbal. In elk geval kon hij zichzelf nu weer ongehinderd in de ogen kijken stelde hij tevreden vast. Hopelijk werd hij zonder zijn handelsmerk nu ook minder vaak herkend.

"Jezus!" schrok Susan, zijn moeder, even later. "Wat heb jij gedaan?"

Kian haalde onverschillig zijn schouders op. "Het went wel, moeder. Heb jij mijn bergschoenen ergens gezien?"

Hij opende een aftandse rugzak en stopte er stapeltje kleding in.

"Ga je weg?"

Midden in zijn oude slaapkamer rechtte Kian zijn rug en draaide zich naar haar om. "Het spijt me maar ik kan hier niet blijven. Vanavond vertrek ik naar Ierland."

"Nee!"

Er verschenen tranen in Susans ogen. Precies om die reden had Kian het moment dat hij haar het slechte nieuws vertelde zo lang mogelijk uitgesteld. Hoe moest hij haar duidelijk maken dat haar goed bedoelde zorgen hem juist wegjoegen? Ze werkten elkaar op de zenuwen. Hij had te lang een zwervend bestaan geleid om zich nu weer te laten betuttelen door zijn moeder, hoewel hij haar bezorgdheid wel begreep. Hoe oud hij ook zou worden, hij bleef haar kind. Ze had hem weer in huis genomen en onderdak geboden nadat hij alles was kwijtgeraakt en nergens anders meer welkom was. Maar nu... Nu wilde hij op eigen kracht verder.

"Niet doen, moeder. Niet huilen alsjeblief. Je wist dat dit erin zat. Ik ben eenenveertig. Ik heb mijn straf uitgezeten en mijn leven gebeterd, maar Londen is en blijft stad vol valkuilen. Op elke hoek van de straat loert de verleiding. Ik weet niet hoe lang ik het hier red. In de Connemara ben ik tegen mezelf beschermd."

"Hoe lang ben je van plan daar te blijven?" Susans stem trilde.

"Ik weet het niet. Lang genoeg om uit te vinden hoe ik verder moet."

"Maar je bent daar niet te bereiken."

"Als er iets is kun je Paraic bellen. En ik zal regelmatig iets van me laten horen, oké?"

Paraic Kelly was zijn naaste buurman, hoewel hij twee kilometer moesten overbruggen om bij hem op bezoek te gaan, maar dat was in de uithoeken van de West Ierse Connemara geen uitzondering.

Maar als…" hakkelde Susan. "Als we nou toch iets horen...? Over haar of de kinderen?"

Alsof Kian daar zelf niet eindeloos over had gepiekerd. Hij liep op zijn moeder af en omhelsde haar in een poging het komende afscheid iets te verzachten. De half vervlogen geur van haar parfum drong door in zijn neus.

"Ze zijn al ruim twee jaar spoorloos, moeder. De kans dat ze contact zoeken wordt elke dag kleiner. Misschien heeft ze een nieuwe partner, wie weet?"

Susan schudde haar hoofd. "Ik kan me dat niet voorstellen. Ze heeft altijd alleen maar oog voor jou gehad."

"Niets is onmogelijk," zei Kian kortaf om de emotie in zijn stem te verbergen. Hij liet zijn moeder los en ging verder met het verzamelen van zijn spullen. "Maar als ze me zoekt weet ze me te vinden."

Het was zijn verstand dat sprak maar gevoelsmatig was hij het met zijn moeder eens. Zijn meisje en hij waren vanaf hun kinderjaren onafscheidelijk geweest. Er ging nog steeds geen uur voorbij zonder dat hij aan zijn ‘drie meiden’, zoals hij zijn vrouw en dochters liefkozend noemde, dacht. Een oneindige lijst vragen pijnigde hem voortdurend. Bovendien maakte het zinloze wachten hem waanzinnig. Men zei dat het sleet, maar het tegendeel was waar. De tergende onzekerheid groeide naarmate weken maanden werden, en maanden jaren. Dat ze het nodig had gevonden van hem te scheiden nam hij zijn vrouw niet kwalijk. De laatste jaren van hun huwelijk moesten een ware hel voor haar zijn geweest. Allemaal zijn schuld. Het mocht een wonder heten dat ze niet veel eerder de benen had genomen, maar zij was hoe dan ook blijven vechten voor hun relatie en gezin. Als een struisvogel had Kian zijn kop in het zand gestoken voor de mogelijkheid dat ze hem zou kunnen verlaten. En toch, als donderslag bij heldere hemel, was zijn gezin er op een kwade dag opeens niet meer geweest. Zomaar met de noorderzon vertrokken. Zonder waarschuwing, zonder afscheid, zonder uitleg. Alleen een briefje dat meer vragen opriep dan antwoorden gaf.

Lieve Kian,

Door omstandigheden, die ik helaas niet kan toelichten, ben ik genoodzaakt elders op deze aardkloot een thuis te zoeken voor onze dochters en mezelf. Geloof me, dit is de meest hemeltergende beslissing die ik ooit nam maar ik zie echt geen andere uitweg. Zoek ons niet en wacht niet op ons. Ik kan je helaas niet beloven dat onze wegen elkaar weer zullen kruisen.
Alsjeblieft, vergeef me. Ik hoop vurig dat je spoedig een nieuw leven en liefde bij een andere vrouw zult vinden. Als jij gelukkig bent ben ik dat ook. Mijn hart zal echter nooit iemand anders toebehoren, wat er ook gebeurt. Weet dat je in mijn gedachten bent, nu en in de toekomst.

- KODRA -
Je meisje

Kian had elke zin, elk woord en elke letter gespeld. Ontelbare keren had hij het herlezen waardoor het papier inmiddels was veranderd in een beduimeld vodje dat hij, om erger te voorkomen, in plastic had gewikkeld. Het was onmiskenbaar haar sierlijke handschrift. Het was haar schrijfstijl, geen twijfel mogelijk. Maar welk mysterie ging achter dit briefje schuil? Het frustreerde hem dat ze er opnieuw voor koos haar geheim niet met hem te delen. Welke omstandigheden bedoelde ze? Waarom kon ze niet uitleggen wat haar tot deze beslissing had gedreven? Waarom kwam ze niet terug? Nee, dat stond er niet. Ze schreef dat ze niet kon beloven dat ze elkaar weer zouden zien.

Kian snapte er niks van. KODRA was het bewijs dat ze dit niet onder dwang had geschreven. Het was een code tussen hen tweeën waar niemand anders van op de hoogte was. Het stond symbool voor hun verbondenheid. Dat ze dit in haar afscheidsbrief vermeldde leek tegenstrijdig, maar dat was het niet. Hij begreep eruit dat ze hun relatie bleef koesteren. Ze verbrak alleen het papieren contract van hun huwelijk, niet de diepgaande vriendschap die ze al bijna dertig jaar deelden.

Maar toch... Het lag niet in haar karakter als een dief in de nacht er vandoor te gaan. Het ging zijn verstand te boven waarom ze op dezelfde abrupte manier het contact met haar enige broer en haar beste vrienden had verbroken. Waarom had ze haar geliefde woonplaats Londen vaarwel gezegd? Als geen ander kende hij haar heimwee wanneer ze langer dan twee weken van huis was. Het was niet logisch dat ze alle schepen achter zich had verbrand. Daarom had hij aanvankelijk aangenomen dat ze niet lang weg zou blijven maar inmiddels rekende hij nergens meer op. Hij kon alleen maar hopen en bidden dat zijn gezinnetje nog in leven was en dat het goed met ze ging.

Hij wist weliswaar dat zijn vrouw problemen had met enkele overheidsinstanties in de periode dat ze verdween, maar voor dergelijke kwesties hield ze gewoonlijk een legertje sluwe advocaten achter de hand. Ze was nooit confrontaties uit de weg gegaan, met wie of wat dan ook. Er moest daarom iets zijn gebeurd wat niet alleen hem was ontgaan, maar ook iedereen in haar directe omgeving. Iets wat ze niemand had durven toevertrouwen.

Een man? Was ze verliefd geworden op een ander? Net zoals zijn moeder kon Kian het zich niet voorstellen maar hij durfde het evenmin uit te sluiten. Maar over een eventuele nieuwe liefde zou ze niet geheimzinnig doen. Ze had geen reden hem in dit opzicht te ontzien. Integendeel, hij zou er zelfs begrip voor hebben.

De media en andere boze tongen bleven suggereren dat ze niet vrijwillig waren vertrokken, dat zijn vrouw en dochters waren ontvoerd, vermoord of zelfs het slachtoffer waren geworden van vrouwenhandel. Gruwelijke scenario's die hem soms tot waanzin dreven. Dat had hun plotselinge verdwijnen inderdaad kunnen verklaren, ware het niet dat er geen losgeld was geëist. Gijzelaars, slachtoffers of stoffelijke overschotten schreven geen afscheidsbrief met een persoonlijke code, namen geen persoonlijke bezittingen mee en vroegen evenmin echtscheiding aan. Wat er ook werd beweerd, niets wees in de richting van een misdrijf. Er waren geen bewijzen, niet eens geringe aanwijzingen voor boze opzet. Dat had de politie grondig onderzocht en bevestigd.

Op de valreep had zijn vrouw zelfs een geniale constructie bedacht om hem een dak boven zijn hoofd te bieden dat noch de belastingdienst, noch zijn schuldeisers hem konden ontnemen. Het huisje aan de Ierse westkust, waar ze vroeger menige vakantie doorbrachten, was haar eigendom. Ze had het echter op naam van beide kinderen laten zetten zodat hij, als hun vader, het vruchtgebruik ervan had zolang ze minderjarig waren. Zo’n plan kon uitsluitend uit haar intelligente brein zijn ontsproten. Het betekende ook dat zijn welzijn nog steeds haar zorg was, want niets was eenvoudiger geweest dan hem gewoon te laten verrekken na alles wat hij zijn gezin had aangedaan. Vroeg of laat kwam ze terug naar de plek waar ze thuishoorde, terug naar Londen, was zijn conclusie. Helaas wist hij alleen niet wanneer.

Buiten het blikveld van zijn moeder sloot hij even zijn ogen en klemde zijn kaken op elkaar om zijn wanhoop te verbergen. Een denkbeeldig mes doorboorde zijn hart bij de gedachte dat hij zich kon vergissen, dat hij zijn gezin wellicht nooit meer zou zien. De inwendige pijn die hij leed was ondraaglijk maar hij had zich voorgenomen zich daartegen te blijven verzetten. Hij mocht niet opgeven. Nooit. Hoop was het enige wat hem op de been hield. Als hij dat verloor, verloor hij het laatste beetje dat hem nog restte.

"Sorry, wat zei je?" Kian schrok op uit zijn overpeinzingen.

"Ik vroeg of je geld nodig hebt," zei Susan. "Voor de trein en de boot."

"Nee, geen geld. Ik ga liften. Met een beetje geluk kan ik als bijrijder mee op een vrachtwagen die de oversteek maakt."

"En zonder geluk?"

"Dan duurt het ietsje langer. Maak je geen zorgen."

Susan mopperde dat hij zonder geld niets kon beginnen. Hij moest toch eten of ergens overnachten, maar ze wist dat haar pleidooi zinloos was. Als Kian eenmaal een besluit had genomen bracht niemand hem op andere gedachten. Behalve zijn vrouw dan. Maar ja… Geld vormde in zijn geval een bijna niet te weerstane verleiding. Daarmee kon hij de trein en de boot betalen, maar hij kon er ook drank voor kopen. Of drugs. Eén moment van zwakte was genoeg. Dan was alles voor niets geweest.

Vroeg in de middag stapte Kian de ‘Singh a song’ winkel binnen, gelegen in hartje Londen, slechts een steenworp afstand van Regent Street. Telkens als hij hier kwam verbaasde hij zich over de grootte van de zaak van zijn beste vriend en voormalige collega Ravish Singh. Niet alleen een uitgebreid aanbod aan muziekinstrumenten en toebehoren was er te koop, de winkel bood letterlijk elk klein onderdeeltje dat direct of indirect met muziek of audio te maken had. Hier en daar herinnerden nog wat memorabilia aan het tijdperk dat hun band Everest de hitlijsten bestormde. Aan het hoge plafond hingen de trommels en bekkens van een drumstel van Ravish. In een van de vitrines hing een van Kians oude bassgitaren en een opvallende goudkleurige outfit die hij destijds een paar keer had gedragen. Stille getuigen uit een glorieuze tijd.

Hoewel Everest al jaren uit de hitlijsten was verdwenen was de belangstelling voor de rockband nauwelijks afgenomen. Hun hits waren nog veelvuldig via de meeste radiozenders te horen en hun persoonlijke wel en wee verscheen nog steeds in de media. Vooral Kians dieptepunten waren breed uitgemeten in de roddelbladen. Maar nu hij zich al een tijdje in rustiger vaarwater bevond nam de belangstelling voor zijn persoon gelukkig af. Een braaf en burgerlijk bestaan verkocht geen roddelbladen. 

Een jonge verkoper hield hem tegen toen hij wilde doorlopen naar het kantoor achter de zaak. "O sorry, meneer O’Donoghue. Ik zie nu pas dat u het bent."

"Kian," verbeterde hij de jongen. Hij had een hekel aan dat formele ‘meneer’ gedoe. Maar hij was blij dat hij met zijn nieuwe haardracht minder herkenbaar was.

Uiterlijk konden Ravish en zijn vrouw Elaine niet meer van elkaar verschillen. Ravish’ koffiebruine huid stond in schril contrast met het bleke uiterlijk van zijn echtgenote. Zijn Indische afkomst maakte dat hij klein en tenger was terwijl Elaine duidelijk uit de Engelse boerenklei was getrokken. Beiden keken even verbaasd op toen Kian binnenkwam maar ze begroetten hem vervolgens even hartelijk als altijd.

"Die kale glibber staat je eigenlijk helemaal niet gek," zei Elaine. "Hoewel ik het jammer vind van je prachtige haar. Wil je thee of koffie?"

"Koffie alsjeblieft," antwoordde Kian terwijl hij een pakje sigaretten uit zijn zak haalde. Thee is voor mietjes, hoorde hij zijn vrouw in zijn gedachten zeggen. Ze was verslaafd aan cafeïne en had alleen thee gedronken als ze zich niet lekker voelde.

Ravish legde zijn pen neer en schoof de boekhouding terzijde. Zijn zwarte ogen keken Kian opmerkzaam aan. Ze waren vrienden sinds de middelbare school en vaak begrepen ze elkaar zonder veel woorden.

"Je komt niet voor de gezelligheid, nietwaar? Heb je nieuws?"

"Nieuws? Nee, was het maar waar."

De telefoon rinkelde. Elaine nam op en verbond het gesprek door naar de winkel.

"Ik ga voorlopig naar Ierland," vervolgde Kian.

"Eerlijk gezegd hadden we zoiets wel verwacht," zei Ravish. "Maar we zien je niet graag vertrekken."

Kian bood zijn beide vrienden een sigaret aan en stak er zelf ook een op. Hij voelde de spanning langzaam uit zijn lijf wegebben. In het gezelschap van deze twee mensen kon hij zichzelf zijn. Tegen hen kon hij open kaart spelen. Van de vele mensen die zich zijn vriend hadden genoemd waren alleen Ravish en Elaine overgebleven. Alcoholisten hadden weinig vrienden en junks hadden er helemaal geen. De één na de ander had zich tegen hem gekeerd toen hij letterlijk in de goot was beland. Hij was dankbaar dat dit stel hem nog een warm hart toedroeg.

"Ik hou het hier niet meer uit," bekende hij. "Ondanks alle steun van jullie, mijn moeder en Meg. De tijd dat ik hulp nodig had ligt achter me. Ik moet mijn leven weer op de rit krijgen, mijn zelfvertrouwen terugvinden. Aan de hand van mijn moeder of Meg blijf ik een kind dat niet voor zichzelf kan zorgen."

Ravish knikte begrijpend. "Je hebt gelijk. Er zijn teveel ogen die op je letten. Wat jij nodig hebt is tijd en rust om tot jezelf te komen."

"De Connemara is alleen zo’n kolere eind weg," verzuchtte Elaine die zich haar enige bezoek aan het onherbergzame, maar tevens adembenemend mooie landschap herinnerde. "Heen en weer naar New York gaat sneller."

Spontaan drukte Kian een klapzoen op haar wang. "Je bent een schat maar ik verlang niet dat je me komt opzoeken. Schrijf me maar een brief. Ik beloof zelfs dat je antwoord krijgt."

Elaine lachte. "Dan zal ik toch eerst moeten leren je hanenpoot te ontcijferen."

Hoewel Kian nog uren had kunnen doorbrengen met dit koppel stond hij na zijn tweede kop koffie op. "Ik moet nog naar Meg."

Ravish fronste zijn wenkbrauwen. "Zou je dat wel doen?"

"Ze vergeeft me nooit als ik niet hoogstpersoonlijk afscheid van haar neem. Maar als je Chris mijn adreswijziging wil doorgeven ben ik je eeuwig dankbaar."

"Je wordt zowaar nog eens verstandig op je oude dag," plaagde Ravish die de slechte verstandhouding tussen Kian en diens zwager betreurde. "Waar Chris momenteel uithangt weet ik niet maar ik zorg ervoor dat hij je boodschap krijgt."

Met gemengde gevoelens drukte Kian een uur later op de bel van een verwaarloosd pand waar een handjevol hulpverleners zich tegen beter weten in bekommerden om een groot aantal verschoppelingen uit deze metropool. Nadat hij zich via de krakende intercom bekend had gemaakt werd de deur geopend. In de gang lag een oude zwerver op de grond te slapen. Er druppelde kwijl via zijn mondhoek op de vuile tegelvloer. Een jongere man, die er al net zo onverzorgd uitzag, stapte achteloos over hem heen. Niemand bekommerde zich om elkaar, maar er waren ergere plekken dan deze, wist Kian. Hier was het tenminste droog en veilig.

Achter een deur die scheef in de scharnieren hing, werd geschreeuwd. Twee, misschien meer mensen voerden een felle woordenwisseling. Het hoorde erbij. Niemand kwam hier voor zijn plezier. Iedereen streed zijn eigen strijd. Sommigen overwonnen, anderen gingen alsnog ten onder.

Kian rook de geur van verschaald bier, urine, zweet en braaksel. Het was de geur van radeloosheid en reddeloosheid. Wie hier terecht kwam had al een martelgang achter de rug en het einde was nog niet in zicht. Wie dit stadium bereikte was zijn leven niet meer zeker. Na de tijdelijke hemel die door harddrugs werd gecreëerd wachtte onverbiddelijk de poort naar de hel. Wie het verslavende genot had leren kennen moest vroeg of laat kiezen: de definitieve ondergang of de rest van je leven vechten tegen de kwelgeest van je verslaving. Sterven was zoveel makkelijker dan overleven. Kian kon het weten. Hij was hier ook geweest en had het aan den lijve ondervonden. Net zoals de oude man had hij hier ook meermaals laveloos op de grond gelegen. Men zei dat hij het had gered maar zelf was hij daar niet zo zeker van. Een ex-junk vreesde het leven meer dan de dood. Overleven betekende afkicken en verder gaan zonder drugs, maar hoe hield je dat de rest van je leven vol?

Hij zou muzikaal onsterfelijk worden als hij, net als een aantal van zijn collega’s, jong zou sterven. Jimi Hendrix, Elvis Presley, Janis Joplin, Brian Jones en Jim Morrisson waren slechts enkelen die legendarisch waren geworden vanwege hun veel te vroege dood. Drank en drugs waren niet zelden de oorzaak van het voortijdige heengaan van popsterren. Maar Kian bedankte vooralsnog voor de eer om aan dit beroemde rijtje te worden toegevoegd. Met Everest had hij jarenlang successen geboekt en onvoorstelbaar veel geld verdiend maar hij had nooit een levende legende willen zijn en al helemaal geen dooie. Met plezier en dankbaarheid keek hij op zijn succesperiode terug, zonder enige twijfel de gelukkigste jaren van zijn leven. Dat geluk dankte hij echter vooral aan de vrouw die niet van zijn zijde was geweken.

In andere omstandigheden zou hij misschien zelf hebben gekozen voor de dood maar zolang hij geen antwoorden op zijn vragen had zou hij geen rust vinden. Voor hij dit aardse bestaan verliet wilde hij weten waarom zijn gezinnetje uit zijn leven was verdwenen. Hij wilde nog eenmaal met ze praten, nog eenmaal in hun ogen kijken en concluderen dat het goed met hen ging en dat ze gelukkig waren. Dan pas kon hij hen loslaten. Dan pas kon hij een beslissing nemen over zijn eigen toekomst. Tot die tijd was hij gedoemd te overleven.

"Hallo vreemdeling. Kom je ons een handje helpen?" vroeg een bekende stem vanaf de bovenverdieping.

Kian keek langs de versleten houten trap omhoog. "Hallo Meghan."

Ze kwam naar beneden en kuste hem vriendschappelijk op de wang. Samen gingen ze naar de tochtige ruimte die als keuken werd gebruikt.

"Waaraan danken we je bezoek?" vroeg Meg. "Is alles goed met je?"

"Ik ben nog steeds nuchter en clean, als je dat bedoelt," antwoordde hij.

Meghans gezicht betrok toen hij haar de reden van zijn komst uit de doeken deed. Haar mondhoeken wezen misprijzend omlaag. Haar ogen fonkelden boos. Ze zei niets maar haar lichaamstaal behoefde geen uitleg.

Ruim twee jaar geleden was Kian wakker geworden op de intensive care afdeling van een ziekenhuis, waar men hem vertelde dat hij ternauwernood een overdosis heroïne had overleefd. Er was ook een paar gram van het bruine spul in zijn zakken gevonden. Hoe hij daaraan kwam was hem niet duidelijk. Zelf herinnerde hij zich er niets meer van maar daarover verbaasde hij zich niet. Zijn geheugen bevatte zwarte gaten sinds drank en drugs zijn beste vrienden waren geworden.

Toen hij niet meer in levensgevaar was werd hij in een afkickcentrum opgenomen. Geen luxe kliniek voor mensen met een bekende naam en een dikke bankrekening waar hij eerdere vergeefse pogingen had ondernomen. Ditmaal had de rechter besloten waar en onder welke omstandigheden hij gedwongen werd af te kicken. De kwelling was ditmaal vele malen groter dan hij gewend was. De eerste paar dagen zag hij nauwelijks iemand. Hij kreeg geen bezoek en geen pijnstillers om de helse pijnen in zijn lijf te bestrijden, zelfs geen simpel aspirientje. Pas toen het ergste leed was geleden, stond opeens een jonge vrouw in de deuropening met ravenzwarte haren, blanke huid en donkere ogen. Ze gaf hem een handdoek en wees hem de badkamer. Daarna verzorgde ze de wonden die hij zichzelf had toegebracht, gaf hem sigaretten en iets te eten.

"Ik ben Meghan," zei ze. "En ik heb mezelf tot doel gesteld voorgoed een ex-junk en ex-zuiplap van je te maken. Maar maak je geen illusies, Kian O’Donoghue. Dit is geen hotel. Hier zijn geen fans die dwepend aan je voeten liggen of personeel dat al je wensen vervult. Hier ben je niets beter dan ieder ander. Dat wil zeggen dat je vanaf nu net zo hard moet afzien als de rest. Onder dit dak ben je geen beroemdheid. Enne… om eerlijk te zijn, jouw muziek is mijn smaak niet."

"Goddank," glimlachte Kian. "Er bestaan dus nog normale mensen op deze wereld."

Het ijs was gebroken.

In een van de eerste sessies vertelde Meghan haar eigen verhaal. Hoe ze als tiener van huis was weggelopen en met foute types in aanraking was gekomen. Hoe ze niet veel later het slachtoffer was geworden van een pooier die haar drugs voerde zodat ze precies deed wat hij verlangde. Hoe ze na jaren als heroïnehoer uiteindelijk toch had weten te ontsnappen aan het seks- en drugsmilieu. Met een ijzeren doorzettingsvermogen kickte ze af en slaagde erin de opleiding maatschappelijk werk met succes af te ronden. Sindsdien wendde ze haar kennis en ervaring aan om lotgenoten bij te staan in hun strijd tegen hun verslaving. Als ervaringsdeskundige boekte ze hierbij meer resultaat dan haar collega’s.

Kian kreeg gaandeweg grote bewondering voor de nu negenentwintigjarige Meghan. Ze werd betaald om vijfenveertig uur per week te werken maar in de praktijk verliet ze zelden het pand. Zolang iemand haar nodig had bleef ze, soms zelfs de klok rond. In de kelder lag een matras en een slaapzak waar ze zich af en toe terugtrok om haar lichaam en geest wat rust te gunnen.

Ze was er toen Kian zich begon af te vragen waarom hij taal noch teken van zijn vrouw kreeg. Ze was er ook toen hij te horen kreeg dat zijn gezin onvindbaar was. Ze ging met hem mee naar zijn huis om vast te stellen dat er inderdaad al een tijdje niemand meer woonde. Op het eerste oog leek alle huisraad nog aanwezig. Kleding, speelgoed, muziekinstrumenten, sierraden. Maar bij nadere inspectie bleken cruciale dingen te ontbreken. Foto’s, filmpjes, geluidsopnamen, agenda’s, correspondentie, de volledige administratie van Everest en enkele voorwerpen met emotionele waarde, waaronder het zilveren medaillon dat zijn vrouw van haar moeder had geërfd. Haar Ierse Claddagh trouwring daarentegen lag als een stille getuige op de schoorsteen boven de open haard, een duidelijke boodschap dat hun huwelijk wat haar betreft voorbij was.

Kian huilde uit op Meghans schouder toen hij via een notariskantoor de echtscheidingspapieren ontving. Hij zocht opnieuw steun bij haar toen er in verband met zijn torenhoge schulden beslag werd gelegd op zijn landhuis, exclusieve auto’s en alle andere bezittingen. Meghan was erbij toen hij zich voor de rechtbank moest verantwoorden voor bezit, handel en gebruik van harddrugs. Zonder hulp van de dure advocaten van zijn vrouw werd hij veroordeeld tot twee jaar cel waarvan hij bijna anderhalf jaar daadwerkelijk achter tralies doorbracht.

Meghan kwam hem daar regelmatig opzoeken. Op een dag bekende ze verliefd op hem te zijn. De vrouw die met verbittering elke man verwenste had haar hart verloren aan de voormalige rockzanger. Dat betekende een keerpunt in hun vriendschap want Kian beantwoordde haar gevoelens niet. Hij was nog steeds met hart en ziel verbonden aan zijn vrouw. Hoewel hij zich schuldig voelde - tenslotte had hij ontzettend veel aan Meghan te danken - meed hij haar gezelschap steeds vaker.

"Ga maar," riep Meg. "Vlucht maar naar je onbewoonde eiland waar je kluizenaartje kunt spelen. Doe maar net alsof de rest van de wereld niet bestaat. Vergeet me maar. Lul!"

Kian schudde meewarig zijn hoofd. Waar was hij aan begonnen? "Doe nou niet zo onredelijk."

Demonstratief wendde Meghan zich van hem af. "Je aanbidt je ex-vrouw als de heilige Madonna. Hoe is het mogelijk? Ze is je liefde niet waard. Je zou haar moeten haten, Kian! Wanneer dringt het eindelijk eens tot je door dat zij de oorzaak was van alle kwaad? Ze heeft je tot waanzin gedreven. Zij was de reden van je verslaving. Je hebt bijna het loodje gelegd vanwege haar."

Dat ging te ver. Met een harde klap landde Kians vuist op het formica tafelblad. Hij begon zijn geduld te verliezen. Nog even en de grens van zijn zelfbeheersing was ook bereikt.

"Hou op! Ik heb elke slok, elke joint, elke shot zelf genomen. Niemand anders is verantwoordelijk voor mijn daden dan alleen ikzelf. Ze heeft gedaan wat ze kon om me ervan te weerhouden."

"En waar is ze nou?" vroeg Meghan liefjes. "Waar is dat lieve vrouwtje van je? Als ze inderdaad zoveel van je hield, waarom heeft ze je dan laten barsten toen je haar het hardste nodig had?"

"Ik neem aan dat daar een goede reden voor is. Er moet iets zijn gebeurd dat haar verdwijning rechtvaardigt."

"Maar ze vond het kennelijk niet nodig je dat persoonlijk te laten weten."

"Nee."

Kian liet een lange zucht aan zijn lippen ontsnappen. Dit gesprek leidde tot niets. Meghan had zijn vrouw nooit ontmoet. Ze beschouwde haar als een rivale en daarom wees ze hem voortdurend op haar fouten. Ja, zijn meisje had fouten gemaakt. Wie niet? Zijn grootste fout was dat hij te lang had gewacht haar fouten te vergeven. Hij had het pas gedaan toen het te laat was, toen zijn verslaving al een bom onder hun relatie had gelegd.

Meghan gooide haar tactiek plots over een andere boeg.

"Ze zijn al twee jaar weg, Kian" zei ze op zachte toon. "Vroeg of laat moet je dit uitzichtloze wachten opgeven."

"De dag dat ik opgeef is de laatste dag van mijn leven. Het enige dat me op de been houdt is de hoop dat ik hen terug zal zien."

Meghans lip trilde. "Durf je daarom geen nieuwe relatie aan?"

"Wie heeft het over een nieuwe relatie? Ik wil mijn eigen vrouw en kinderen terug, Meg. Waarom is dat zo moeilijk te begrijpen?" 

<> <> <>

 Met zijn rugzak aan zijn ene schouder en zijn gitaar aan de andere passeerde Kian de laatste heuvel die hem het zicht op de cottage nog ontnam. Toen bleef hij staan. Zijn hart bonkte tegen zijn ribben. De stille hoop dat er een rookpluim uit de schoorsteen zou opstijgen bleek een illusie. De laatste tijd had zich de gedachte in zijn hoofd genesteld dat zijn gezin zich misschien hier schuilhield. Een beter onderduikadres was er nauwelijks want het huisje was niet zichtbaar vanaf de weg, noch vanaf de oceaan. Het lag verscholen tussen de heuvels en de natuurlijke begroeiing in het landschap. Toevallige wandelaars of ruiters kwamen er niet. Wie het enige, deels overwoekerde pad niet kende moest omkeren vanwege de moerassige veengronden of de grillige rotsen. Behalve de lokale bevolking vermoedde niemand het bestaan van dit typisch Ierse cottage, lang geleden gebouwd van gestapelde keien. Juist vanwege die verborgen ligging had Kians vrouw het destijds gekocht, inclusief het omliggende ruige landschap zodat hun privacy gewaarborgd bleef.

Voor hun ommuurde landhuis in Noord Londen hielden zich in die periode voortdurend opdringerige fans, paparazzi en andere nieuwsgierigen op. Op het hoogtepunt van zijn succes en populariteit voelde Kian zich soms opgesloten in zijn eigen huis. De keren dat hij zich buiten de omheining waagde werd hij belaagd door mensen die in het gunstigste geval een handtekening of een foto van hem wilden. Ronduit weerzinwekkend waren de idolate meisjes en vrouwen die met hem naar bed wilden, met hem wilden trouwen of zelfs een baby van hem wensten. Hij werd bestookt met steeds dezelfde vragen en uitingen van bewondering. Een uurtje winkelen, een wandeling, een bezoek aan een pub of restaurant verliep nooit ongestoord. Zelfs in de auto had hij er een hekel aan om stil te moeten staan voor een stoplicht. Met zijn opvallende uiterlijk was Kian een van de meest herkenbare personen uit de showbizz van de zeventiger jaren. Geen misstap bleef onopgemerkt. Zijn publieke leven was de prijs die hij betaalde voor de roem en het succes die hij samen met zijn drie vrienden had bereikt. Maar in de dunbevolkte Connemara was hij een Ier tussen de Ieren en werd hij niet anders behandeld dan de bewoners van het nabijgelegen dorp.

Kian's blik gleed over het witte huisje met de rode dakpannen en rode kozijnen tegen een achtergrond van groene heuvels en kabbelende beekjes. Straks, na de winter, zouden de de meidoorns, gaspeldoorns, rododendrons, fuchsia’s, klaprozen, korenbloemen, heide, brem en andere wilde bloemen het tot een kleurenexplosie maken dat rechtstreeks uit een schilderij van Monet ontsnapt kon zijn. Geen land was zo ruig en tegelijkertijd zo mooi als zijn eigen vaderland. Hij had de juiste keuze gemaakt om hierheen te komen. In deze omgeving was hij geen beroemdheid, genoot hij geen aanzien, maar werd hij ook niet verguisd en veroordeeld voor de fouten die hij had gemaakt. Als hij ergens ter wereld kon overleven was het hier. Nergens voelde hij zich zo thuis als op dit kleine stukje aarde, al was het in zijn uppie wel een beetje eenzaam.

De westenwind sneed in zijn gezicht toen Kian zijn weg vervolgde. Donkere wolken beloofden nog meer regen. Naarmate hij dichterbij kwam viel het verval van de cottage op. Hoe lang had het leeggestaan? Drie jaar? Vier? Het leek nog niet zolang geleden.

Er waren een paar dakpannen van het dak gewaaid, wat waarschijnlijk lekkage betekende. Een dakgoot was afgebroken, een raam vertoonde een flinke barst, de buitendeur klemde en al het houtwerk was dringend toe aan vervanging of een nieuwe verflaag. Binnen was de situatie al niet veel beter. Er hing een muffe lucht in alle ruimtes. Een dikke laag stof op de meubels en de aanwezigheid van talrijke spinnenwebben bewees dat hier al lang niemand meer was geweest. Alles voelde klam aan. Op enkele muren groeiden schimmels. Het dak lekte inderdaad in de slaapkamer. Een deel van de inrichting kon hij misschien nog redden, maar de matras en de vloerbedekking waren niet meer bruikbaar.

Kian zuchtte diep. Voorlopig hoefde hij zich in ieder geval niet te vervelen. Om te beginnen moest er flink worden gestookt om de kou en het vocht te verdrijven. Hij had turf nodig, bedacht hij. Veel turf. In deze omgeving kwam het kwik zelden boven de twintig graden en in dit natte klimaat kon je de brandstof voor de open haard geen dag missen. Een snelle inspectie van de voorraadkast leverde enkele potten soep en bonen op die nog bruikbaar waren. Rijst, koffie, suiker en meel waren rijp voor de vuilnisbak.

Een pluspunt was dat er nog een beetje brandstof was voor de generator die hem van elektriciteit moest voorzien. Zowel de generator als de waterleiding werkten nog. Dat was een zorg minder, al gaf de kraan alleen koud water. De boiler weigerde. Hij had het aanbod van zijn moeder moeten accepteren want hij had geld nodig voor eten en materiaal om de schade aan het huis te repareren. Maar wacht eens... Hij leegde de verbanddoos uit het badkamerkastje, peuterde een doosje pleisters open en haalde de bankbiljetten eruit. Met ruim zestienhonderd Ierse ponden in zijn hand voelde Kian zich plotseling rijker dan hij ooit was geweest. Zijn vrouw had altijd een voorraadje contanten in huis gehad voor noodgevallen.

"Dank je wel meisje," fluisterde hij.

In dit verlaten gebied, waar de tijd leek te hebben stilgestaan, waren geen drugsdealers te bekennen en de bewoners uit de omgeving zouden hem geen druppel alcohol schenken of verkopen. Die afspraak was al gemaakt toen hij hier bijna anderhalf jaar met zijn gezin had doorgebracht na zijn zoveelste afkickpoging. Zijn problemen waren een publiek geheim. Dit geld betekende daarom geen verleiding, maar een voorlopig begin. Daarna zou hij werk moeten zoeken. Tot zijn eigen verbazing verheugde Kian zich erop weer een simpel beroep uit te oefenen met gestructureerde werktijden. Marmer kappen, muurtjes metselen, schapen scheren of landarbeider bij een boer. Het maakte niet uit wat hij deed zolang hij maar bezig bleef en in zijn eigen onderhoud kon voorzien.

Terwijl hij elke ruimte nauwkeurig inspecteerde en vaststelde dat vrijwel alles klam aanvoelde, ontdekte hij in een muurkast iets pluizigs dat hem vaag bekend voorkwam. Kian trok eraan en hield een groezelig speelgoedkonijn in zijn hand dat de sporen droeg van een innige kinderliefde. Het knuffeldiertje was ooit wit geweest.

"Bugs, wat doe jij hier? Heb je enig idee hoe we naar jou hebben gezocht?"

Het drama dat zich had afgespeeld toen zijn oudste dochtertje haar lievelingsknuffel miste stond nog haarscherp in zijn geheugen. Ze had uiteindelijk een ander wit knuffelkonijn gekregen maar die werd niet meer zo liefdevol behandeld als zijn voorganger.

De volgende ochtend schrok Kian wakker toen een streepje daglicht op zijn gezicht scheen. Hij lag op de bank onder de enige droge deken die hij in de cottage had aangetroffen. Maar wie onder bruggen en in tunnels had geslapen was blij met een tochtvrije slaapplaats. Onrust maakte zich van hem meester. Hij ademde snel en ongecontroleerd. Zijn hart klopte als een bezetene. Verward keek hij om zich heen maar slaakte een diepe zucht toen hij besefte waar hij zich bevond. Hij had weer gedroomd. Steeds weer dezelfde nachtmerrie. Om gek van te worden. In zijn dromen stond hij op de bovenverdieping van zijn huis in Londen. Zijn vrouw was er ook. Er klonk een ijselijke gil. Van haar of van hem? Geen idee. Opeens zag hij haar liggen. Beneden, onderaan de trap. Haar lange blonde haren uitgewaaierd over de natuurstenen vloer, doordrenkt met bloed. Haar ogen gesloten. Krijtwit was haar gezicht. Levenloos.

Het terugkerende visioen was zo glashelder dat het echt gebeurd zou kunnen zijn. Elk detail kon hij uittekenen. Telkens snoerde de angst zijn keel dicht. Het besef dat zij even sterfelijk was als elk ander mens, dat haar zomaar iets kon overkomen, was voor hem even gruwelijk als onverteerbaar. Als hij zeker wist dat zij er niet meer was hoefde het voor hem ook niet meer. Zijn laatste shot. Hij wist precies hoeveel bruin spul hij nodig had om dit aardse bestaan voorgoed vaarwel te zeggen.

Zoals ook nu weer had hij zich talloze malen afgevraagd waarom deze nachtmerrie hem bleef achtervolgen. Hallucineerde hij nog steeds? Hij had er geen verklaring voor. Hij kon zich niet herinneren dat ze ooit van de trap was gevallen. Bovendien weigerde hij te geloven dat ze dood was. Het was meer dan een simpele ontkenning. Iets in hem zei dat ze net zo levend was als hij. Hij kende haar te goed. Ze zou hem niet onnodig in het ongewisse laten. Als ze dood was zou ze het hem op de één of andere manier laten weten, door iemand in haar omgeving of in ieder geval via haar testament.

Geeuwend rekte Kian zijn stramme ledematen en tastte routineus naar zijn sigaretten. In een versleten jeansbroek en een rafelige trui liep hij naar buiten in de hoop dat de westenwind de beelden in zijn hoofd zou verwaaien. Stap voor stap baande hij zich een weg door het hoge gras in de richting van de rotswand waar het Ierse landschap overging in de Atlantische Oceaan, die hij in Londen steevast miste. Aan de kust was hij in zijn element. Deze immense watermassa had een kalmerende uitwerking op hem, hoe woest de golven ook waren. Tegenover zoveel natuurgeweld voelde hij zich nietig. Een onbeduidend radertje in een oneindig universum. Zichzelf tot rust manend ademde hij de zilte lucht in en tuurde naar de horizon, waar wolken en water elkaar schenen te raken.

Na een laatste trek van zijn sigaret mikte hij de peuk over de rotswand naar beneden. Hij leunde tegen een verweerd rotsblok dat met een beetje fantasie de vorm en de afmetingen had van een tweepersoons bed. Hoe vaak had hij hier met zijn meisje naar het water, de wolken of de ondergaande zon gekeken? Bijna even vaak hadden ze hier de liefde bedreven, zich onbespied wetend. Er verscheen een weemoedige glimlach op zijn gezicht. Als weer en wind ze niet hadden weggeblazen of weggespoeld bevonden zich langs deze kustrand nog vele tientallen vrouwenslipjes. Witte, rode, groene, gele, roze, blauwe, zwarte, paarse, gebloemde, gestippelde en gestreepte getuigen van hun liefdesleven, die hij achteloos over de rand gooide nadat hij ze van haar billen had getrokken. Luidkeels lachend had ze hem daartoe steeds opnieuw uitgedaagd, een uitnodiging die hij nooit had afgeslagen.

Hij fluisterde haar naam. Hij sprak hem nog een keer uit, harder nu. Hij herhaalde zijn kreet nog een paar keer, harder en harder. Tot hij zo onbeheerst schreeuwde dat zijn stembanden het dreigden te begeven. Het geluid stierf weg boven de golven. Een paar meeuwen krijsten terug.

Kian zweeg. Soms stelde hij zich voor dat de lucht die hij uitblies over land en zee werd meegedragen en uiteindelijk haar gezicht zou beroeren. Zou ze zijn adem herkennen?

Vast wel. Zij kende hem als geen ander.

 

Naar alle verhalen van:  Fanny

Fijn verhaal 
+6

Reacties  

Verrrassend om dit hier te lezen. Desalniettemin: prachtig.
Heel mooi, deel 1 en 2. Benieuwd naar het vervolg.
Inderdaad het begin van een roman?
Dit hoort zeker in een boek thuis.
Hoezo "geen uitgever had interesse"?
WTF,...zitten ze te slapen of wat?
Zal ik eens een poging wagen om ze wakker te schreeuwen?
Met plezier en bewondering gelezen Fanny. Het leest als een novelle. Ik voel weemoed, beschouwing, wijsheid. Erg knap. Dank je wel voor iets moois. Miel(je kent hem wel)
Dank je Miel. Dit ligt al jaren te verstoffen op mijn harde schijf. Ik wilde een roman schrijven maar geen uitgever had interesse. Dus nu hier.
Waar ken ik je van? Schreef je verhalen voor die andere site? Miel de S? In dat geval mag je me een berichtje sturen. Mijn email adres vind je in mijn profiel.