Zinderend moment

Informatie
Geschreven door Zilvervos
Geplaatst op 22 februari 2021
Hoofdcategorie Soft erotisch
Aantal reacties: 2
1344 woorden | Leestijd 7 minuten

Sacha en ik raken snel en gemakkelijk in gesprek, misschien ook omdat we allebei zonder partner naar dit feest gekomen zijn en de kamer verder vol lijkt te zitten met koppels. Ze is spraakzaam, opgewekt, enthousiast, beweeglijk. Terwijl ze praat beweegt ze een wijsvinger over de dunne, doorschijnende stof van haar broek. Ik kan niet anders dan er naar kijken.

Ze is veel jonger dan ik, eind twintig, begin dertig. Ze heeft kort haar en sommige mensen zouden haar misschien wat jongensachtig vinden. Mij charmeert ze. Niet meer en niet minder. Als ze opstaat en wegloopt om wat te drinken te halen kijk ik haar na. Heel even kijkt ze om en gunt me een kleine glimlach zodat ik me niet te veel betrapt voel.

Weken later kom ik haar in de stad tegen. We gaan ergens wat drinken. Dit keer is vooral zij aan het woord, ik luister. Het is erg stil in het café waar we zitten. Het lijkt of de paar andere gasten met ons meeluisteren, alsof alle aandacht op ons gevestigd is. Ook Sacha voelt dat. Ze stelt voor om bij haar thuis, een kwartier lopen, verder te praten.

Ik zit in een versleten leren stoel. Sacha loopt onrustig door de kamer. Ze vraagt of het niet vervelend is dat ze zoveel aan het woord is en dat het allemaal over haar gaat.
‘Nee,’ zeg ik, ‘dat is juist heel prettig.’
Ik moedig haar aan om verder te vertellen, maar ook om te gaan zitten.

Ze kijkt me even aan. ‘Het is makkelijker als ik niet ga zitten,’ zegt ze.
Ik voel een enorme spanning in de lucht hangen, in de stilte die valt, in wat er niet gezegd is.
‘Blijf maar staan dan,’ zeg ik met zo vast mogelijke stem. Ik vraag me af hoe het geklonken heeft.
Ze staat midden in de kamer stil, gestopt met heen en weer lopen. Ze vertelt verder over zichzelf, haar werk, haar vriend. Gert, haar vriend, die niet weet dat ik hier ben, dat ik misschien wel in de stoel zit die meestal de zijne is, in de kamer waar hij soms naar haar kijkt zoals ik dat nu doe.

Ze kijkt naar me, lijkt te zien dat ik even ben afgeleid. Ze vraagt of ik nog iets te drinken wil.
‘Nee,’ zeg ik, ‘dank je.’
Ze vraagt of ik iets anders wil. Stilte.
‘Iets heel anders,’ zegt ze.
We kijken elkaar aan, ze wacht op mij, verwacht dat ik het overneem. Even twijfel ik nog. Misschien denkt ze aan chips, of aan cashewnoten. Maar dan zeg ik: ‘Ik wil iets heel anders, ik wil dat je wat kleren uittrekt.’
Het is doodstil. Ik kijk haar zo strak mogelijk aan. Haar ogen verraden niets. Ik hoor en voel mijn hart. Het is te laat voor spijt, ik kan niet meer terug.
‘Wat bedoel je?’ vraagt ze.
Ik haal adem en zeg: ‘Trek je shirt en je rok uit, verder niets, daarna praten we weer verder.’
Ze kijkt me aan, ik ontwijk haar blik heel even, kijk dan terug. Het is een zinderend moment.

Ze vraagt: ‘En als ik dat niet wil, wat gebeurt er dan?’
‘Niets,’ zeg ik, ‘maar dan ga ik weg.’
Haar blik is niet boos, niet vol afschuw. Wel uitdagend, maar ook weerstand biedend. Traag knoopt ze haar shirt los. Terwijl ze bezig is blijft ze me aankijken. Ze doet het omdat ze het zelf wil, niet omdat ik het gevraagd heb. Of beter gezegd, omdat ze het me heeft laten vragen.

Ik volg elke beweging die ze maakt nauwlettend. Ze doet het kalm, maar soepel en zonder onderbrekingen. Haar shirt en daarna haar rok legt ze zorgvuldig op de lege stoel naast me. Ze draagt haar halfhoge laarzen en haar ondergoed, meer niet.
‘Vertel verder,’ zeg ik als ze zo voor me staat. Ik voel net zo veel opluchting als opwinding.

Ze praat weer. Haar stem klinkt wat zachter en onvaster, maar ze pakt de draad van haar verhaal op. Ze ziet dat ik haar bekijk, ze weet wat ik zie. Haar lichaam is schitterend. Kleine borsten, een steile buik, stevige ronde billen, sterke maar niet al te lange benen. Dit lichaam past bij haar, ze voelt zich er goed bij.

Het lijkt alsof ze dat van me wil weten. Terwijl ze praat zie ik haar ogen onderzoeken wat ik vind. Ik antwoord met een glimlach, voor nu moet dat voldoende zijn. Ik laat het zo, kijkend en luisterend.
Ze onderbreekt zichzelf, kijkt me aan. ‘Wat zou je verder nog willen?’ vraagt ze.
Ze blijft me uitdagen. Ik zoek naar een goed antwoord, vind het niet meteen. Kennen we elkaar hiervoor niet goed genoeg, of juist al weer te goed?
‘Ik vind het prettig om te kijken,’ zeg ik.
Ze glimlacht.

‘Dat mag,’ zegt ze, ‘maar ik dacht dat je meer zou willen.’
‘Ja,’ zeg ik, ‘dat is ook zo.’
Ze kijkt me triomfantelijk aan. Ze maakt het haar eigen spel. ‘Je zou het kunnen vragen,’ zegt ze, ‘misschien doe ik het dan.’ Ze wacht even. ‘Vraag het,’ zegt ze. Ik hoor ongeduld.
‘Doe je slipje uit,’ zeg ik.
Ze aarzelt, lijkt te wachten tot ik nog wat zal zeggen. Maar ik zeg niets meer. Ik zie hoe ze haar beslissing neemt. Ze schuift haar slipje omlaag, stapt er uit. Ditmaal kijkt ze me niet aan.

Ik kijk naar haar onderlijf - sterk en soepel - met weinig maar haast vrolijk krullend schaamhaar.
‘Vouw je handen achter je hoofd,’ zeg ik.
Ze doet het. De aanblik is geweldig. Ik wil het zo lang mogelijk laten duren. Sacha staat zo een tijdlang stil: kaarsrecht, de handen achter haar hoofd, naakt op haar beha en korte laarzen na.

‘Je bent mooi,’ zeg ik onbeholpen.
Ze zegt niets, kijkt langs me heen, blijft bewegingloos staan. Ik denk dat ze wacht op iets dat ik zal doen of zeggen.
‘Draai je om,’ zeg ik uiteindelijk.
Mijn stem klinkt als de stem van een ander, niet van mezelf. Sacha draait zich om, toont me de holte van haar rug en haar billen, rond en sterk, meer vrouw en minder meisje dan de rest van haar lichaam. Ze houdt haar handen achter haar hoofd gevouwen.

Ik sta op en ga achter haar staan, bijna tegen haar aan. Ik heb er niet over nagedacht, het is een impuls waaraan ik toegeef. Ze kijkt niet om, maar ik merk dat ze weet dat ik er sta. Als ik iets voorover leun, mijn handen op haar schouders, mijn bovenlichaam tegen haar rug, reageert ze aanvankelijk niet en ik vraag me af of ik nu te ver ben gegaan, letterlijk te dichtbij ben gekomen.

Dan is er opeens een huivering. Ik hoor en voel haar ademhaling onregelmatig worden. En langzaam en zacht begint ze te huilen. Van schrik wil ik haar loslaten, achteruit stappen. Maar als het huilen doorzet druk ik haar juist steviger tegen me aan, houd mijn handen op haar schouders.

‘Wat is er?’ vraag ik.
Ik vraag het omdat ik denk dat het moet, zonder een antwoord te verwachten, dit is niet het moment voor uitleg of verklaring. Het doet er nu ook niet toe. Ik laat mijn handen van haar schouders naar haar bovenarmen glijden, druk een kus op haar hoofd, laat haar zacht huilen.

Als het over is vraagt ze of ik haar morgen wil bellen. Het verbaast me niet, ik kan niet blijven, het kan niet verder nu.
Bij de deur zeg ik nog: ‘Ik bel je, morgen.’
Ik had meer willen zeggen, willen laten zien dat ik bezorgd ben, willen laten weten dat ik verder had willen troosten, maar het enige dat lukt is zeggen dat ik haar morgen zal bellen.

Later. Veel later. Ik heb me nog vaak afgevraagd of ik had moeten bellen. Wat we dan tegen elkaar gezegd zouden hebben, wat er dan nog gebeurd was. Maar dat is later, veel later. Als ik hoor dat ze er niet meer is. Een slopende ziekte, heet het, die al maanden in haar lijf zat. In dat lieve mooie lijf.

 

Alle verhalen van: Zilvervos

Fijn verhaal 
+4

Reacties  

Wat een mooie opname van zo één betekenisvol moment, waar je elkaar raakt, echt raakt. Tot in de ziel.

Heel aangenaam om te lezen, niet in het minst door de triestheid die erin zit.
Dank je wel, Kimbald, fijn dat je het met plezier gelezen hebt, en fijn dat ook de lading in het verhaal overgekomen is.