Terugblik

Informatie
Geschreven door Kimbald
Geplaatst op 27 februari 2021
Hoofdcategorie Soft erotisch
Aantal reacties: 2
2753 woorden | Leestijd 14 minuten

Vanuit de zetel kon je nog de bomen zien in de tuinen van de buren. In de zomer zag je enkel dat gebladerte van die bomen, maar nu kon je kijken tot aan de achtergevels van de huizen aan de andere kant van de blok.
Hij keek langs de lange tafel in de woonkamer, door het raam, voorbij zijn terrasje, en dan tot de kale bomen van de buren. Het was een lichtgrijze dag, bijna blauw.
Een ruime woonkamer, een terrasje, buren met bomen midden in de stad. Hij was er nog steeds niet aan gewend dat hij hier echt woonde. Het huis was te groot en te duur. Hij kon het nog net betalen, maar het was meer dan hij nodig had en meer dan hij had moeten spenderen. Waar waren de rommelige studentenkamers en studio’s, de gedeelde appartementen, of het kleinere huis vlakbij waar ze samen negen jaar hadden gewoond? Hij had voordien nooit samen gewoond, en zou het nadien ook nooit meer doen. Alleen bleek beter, of was het de enige optie?

Heel vreemd op dit moment, maar hij dacht opeens aan wie hij vroeger was, het kind dat hij was, zijn vroegere zelf. Was hij als kind dan zo graag alleen? Het was een onduidelijke vraag. Hij was vaak alleen, uren aan een stuk soms, maar uiteindelijk wou hij toch het liefst met iemand anders samen spelen, ook al deed hij dat maar af en toe.
Hij was alleen, wou dit meestal niet zijn, maar toch was hij niet per se eenzaam. Het was inderdaad een onduidelijke vraag, of hij als kind graag alleen was. Kon hij het aan zijn vroegere zelf vragen? Waarschijnlijk niet. Zijn vroegere zelf stond hier wellicht niet op dezelfde manier bij stil, voor zover hij het nog kon achterhalen. Dit was een vraag voor iemand die terug keek, en niet voor een kind dat in essentie gewoon aan het spelen was.
Het ene moment was hij alleen, en dan was er opeens iemand die hem vroeg of hij graag alleen was, dus was hij niet meer alleen. Zo simpel.
Een kind zou gewoon vragen: ‘Wil je meespelen?’

Was hij als volwassene wel liever alleen?
Dit was minder onduidelijk. Ja, hij vond het niet erg om vaak alleen te zijn ondertussen. Vaak, maar dus niet altijd. Misschien niet deze dag.
Als zijn eigen kinderen niet bij hem waren was hij meestal alleen. Hij zocht niemand op, en niemand kwam hem zoeken. Toch niet op de meeste andere dagen. Had hij dit geleerd? Had het kind dat meestal alleen speelde zich er gewoon bij neer gelegd?
Hij probeerde nog duidelijker zijn vroegere zelf voor de geest te halen, met wat hij voelde, wat hij dacht, hoe hij reageerde vooral.
Het was inderdaad waar, toch voor een groot stuk: beetje bij beetje, teleurstelling na teleurstelling, had hij geleerd om alleen te zijn.

Aan het raam stond een vrouw ook naar de bomen van de buren te kijken. Omdat zij buiten keek, kon hij zijn blik laten rusten en zijn gedachten laten drijven. Even was er geen gesprek meer.
Uiteraard zag hij wel haar rug, haar haren in het tegenlicht, het blauwe manteltje net boven haar volle billen in de deftige rok, dan verder omlaag haar korte benen in die roze kousen. De hakken zag hij eigenlijk niet meer, maar hij had ze al heel de tijd gehoord op zijn parket en vulde ze zelf aan. Deze voorname verschijning was een deel van het geheel voor even, zonder extra aandacht. Hij zag haar, en liet het beeld gewoon begaan.
Er was slechts die vraag: was hij graag alleen, en indien wel: waarom was zij hier?

Ze draaide zich terug om naar hem, nog zonder een woord was de stilte toch voorbij. Wat ze ook ging zeggen nu, hun gesprek ging in essentie gaan over de vraag of hij liever alleen was.
‘Je woont hier mooi.’
Hij knikte en stond op uit de zetel. Daarnet zat ze nog naast hem, nu stond ze aan het raam, dus hij volgde vanop afstand. Een paar meter later, een paar momenten later.
Aan de tafel nam hij de fles en goot haar glas weer bij. Zelf had hij nog niet gedronken, niet meer dan de slok toen ze getoost hadden. Er hing lippenstift aan haar glas. Het waren allemaal nieuwe glazen sinds hij hier verhuisd was, er had nog nooit lippenstift aan een glas gehangen. Aan geen enkel. Het was een opvallende kleur voor een dame in een lichtblauw zakelijk pakje. Een knipoog naar de roze kousen die ze droeg. Onschuldig en ook net niet. Paarsrode lippen en roze benen, heel mooi maar teveel kleur voor een eerste bezoek.

Ooit was hij thuis gekomen in het vorig huis, in de vorige relatie, ergens na hun eerste kind. Zijn vrouw toen stond ook voor het raam in het tegenlicht, in een moment dat sterk leek op het moment nu.
Net omdat hij slechts haar silhouet kon zien, was het maar traag doorgedrongen. Pas wanneer ze zich naar hem omdraaide begreep hij dat ze een aansluitende rok droeg. Zij droeg nooit een rok zoals deze. De aanblik van de rok alleen, vertelde alles wat er over dit moment te zeggen viel. Dit was geen rok voor haar, het was een rok die ze aanhad voor hem.
Ze had ook een bloesje aan, iets wit, en dus niet zomaar een trui of losse shirt. Meer knoopjes open dan dicht, een onwennig diepe inkijk.

Hij was naar haar toe gegaan en zag dan pas de oogschaduw en de lippenstift die hij in het tegenlicht niet kon zien. Veel en opvallend. Het eerste wat ze deed was zich verontschuldigen omdat ze niet gewend was make up aan te brengen. Hij kuste haar en zei dat ze er ongelofelijk uitzag.
Het was een paar weken daarvoor dat hij voor het eerst een fantasie had uitgesproken, een voorliefde voor uitdagende lingerie onder deftige pakjes. Opgemaakt, met een ondertoon van uitdagend. Het resultaat was onbeholpen maar dat maakte niet uit. Ze had sensuele kousen aangedaan, een open body, een bloesje gekocht. Niet alles paste en ze droeg er platte schoenen op, maar ze was bij uitstek de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Pure intentie, pure passie, pure overgave.
Jaren later zou hij de ruzies aaneen knopen en beseffen dat ze toen verliefd was op een ander. Als het iets was geweest, dan was het eerder pure wanhoop. Een stuntelige poging een relatie te redden die al een stille dood gestorven was.

De vrouw in dit nieuwe huis nu, aan dit andere raam, op dezelfde manier anders gekleed, was hier voor het eerst. Zij had niets onbeholpen, alles wat ze aanhad leek de normaalste zaak van de wereld. Zo vanzelfsprekend dat hij zich afvroeg of ze dit voor hem had gedaan, of gewoon altijd zo rondliep.
Tenminste: hij dwong zichzelf om deze vraag te stellen. Als een soort valse bescheidenheid, of als een uitvlucht, alsof ze zich niet voor hem had opgekleed.
Natuurlijk had ze vandaag iets anders gedaan dan wat ze gewoon was, een andere soort extra moeite. Die eerste keer op het terras, aftastend op neutraal terrein, had ze iets fleurig aan. Iets makkelijk maar mooi, iets zonder bedoeling maar dat toch toonde dat ze dit belangrijk genoeg vond. Iets elegant en vrouwelijk, niet overduidelijk verleidelijk en doelbewust. Gewoon waar ze zich zelf bekoorlijk in voelde, niet wat ze bij hem gelezen had dat hij opwindend vond. Iets voor haar, niet voor hem.
Vandaag was het voor hem, toch?

In haar blauwe blazer en nog lichtere pastelblauwe rok, leek ze opgekleed voor een werk dat ze niet deed. Ze werkte niet op kantoor, niet in vergaderingen. Ze was verpleegster, met een schort, en opvallende make up tussen de bejaarden vond ze wellicht maar niets. Of wel? Het was vreemd om het te vragen. Het was al vreemd genoeg dat hij het zich hoedanook afvroeg.

‘Waar denk je aan?’
Het drong door hoe zijn stilte haar ongetwijfeld onzeker maakte. Ze stelde zich ondertussen waarschijnlijk ook die ene vraag, of hij niet liever alleen was. Hij glimlachte even betrapt.
Ze gaf niet de indruk onzeker te zijn over waarom zij hier was. Ze was echter heel duidelijk niet zo zeker meer over hem, of hij wel wou dat ze gekomen was.
‘Dat je er ongelofelijk uitziet, maar dan beter.’
Ze lachte een beetje twijfelachtig. Hij was vreemd, meer dan mysterieus, maar hij was wel de reden waarom ze hier was. Onverwacht draaide ze zich een keer rond, haar glas in de hand. Het was geen uitdaging en ook geen uitnodiging, het was gewoon even gek.
Eigenlijk was hij nooit speels, nooit lichtvoetig. Misschien lag daar wel zijn grootste belemmering. Of te veel, of te weinig.

Hij mocht gerust als volwassene nog steeds een kind zijn, boordevol fantasie, als kind was hij toch altijd al een volwassene geweest. Steeds te serieus. Zijn vroegere zelf stelde zich minder vragen, maar hij voelde als kind ook aan dat hij een beetje vreemder was, een beetje minder speels. Dat kind van toen groeide onzeker op.
Ondertussen was hij voor een groot stuk uit die onzekerheid gegroeid. Niet zozeer vanuit meer zelfvertrouwen. Eigenlijk was het vooral dat hij boven zijn eigen uitvluchten was gegroeid.
Voor hem, bij hem thuis, stond een vrouw die zich onmiskenbaar verleidelijk had gekleed. Niet vulgair, niet bloot. Niet dat soort fantasie. Alles wat ze aan had was suggestie, maar het was wel aan hem, en hem alleen, dat ze het suggereerde. Hoe hard hij ook wou proberen, daar kon hij met geen excuus ter wereld onzeker over doen.

Van te weinig naar te veel, elke keer opnieuw sloeg hij het stuk daartussen over. Ditmaal ging hij proberen dat niet te doen. Hij keek haar aan en besefte waar hij al faalde: wat ging hij proberen? Om spontaan te doen? Om speels te zijn? Licht?
Het stuk tussen te weinig en te veel, was het stuk waar je er voor een keer niet bij nadacht, niet bij stil stond, niet bij verkrampte.
‘Doe dat nog eens.’ Om zich een houding te geven, en ook een beetje om losser te komen, dronk hij een slok van de wijn.
‘Wat doen?’
‘Je zo omdraaien.’
Ze ging zitten, op een stoel aan de tafel, zonder zich nog een keer om te draaien.

Als ze nu zou opstaan, dit eigenste moment, dan was het om naar huis te gaan. Zoveel was duidelijk.
Toch was ze gaan zitten. In zijn huis, aan zijn tafel, op zijn stoel. Ze had zichzelf uitgenodigd om te blijven, toch nog even, tot hij voor zichzelf kon uitmaken wat hij nu eigenlijk wou.

Als kind had hij een ongebreidelde fantasie. Dit was de echte reden waarom hij nooit alleen was. Spelen met iemand anders was voor hem samen die fantasie verkennen. Alleen spelen was op zijn eentje die fantasie verkennen.
Hij was graag alleen, maar daarom niet liever alleen. Het liefst nam hij je mee, met jouw eigen inbreng in het spel. Samen spelen, in zijn wereld.
Ditzelfde kind zat hem nu met een volwassen grijns aan te kijken terwijl hij als man kinderlijk naar de vrouw aan de tafel keek. Natuurlijk was dit een ander spel, een ander soort fantasie. Niets voor een kind maar daarom niet minder speels. Nog steeds was het overduidelijk zijn wereld, zijn verbeelding. Zij had uiteindelijk door hem gekozen kleren aan. Niet uitgesproken, maar toch teveel voor toeval.
De volwassene was nog evenveel een kind als toen, gewoon met andere fantasieën. Het was niet een kind dat naar hem grijnsde, het was zijn eigen volwassen zelf die hem uitlachte om zoveel onbeholpenheid.

Het duurde een ademhaling lang, en dan liet hij het los. Hij was blij dat ze er was en vroeg met een glimlach: ‘Wil je meespelen?’

Eerst keek hij naar de paarse afdruk op haar glas. Hij had het glas van voor haar op de tafel weg genomen. Hij rook er even aan. Aan de wijn, of aan de lippenstift, was niet duidelijk. Het glas werd opzij gezet maar zijn blik bleef op haar gericht.
Leunend tegen de tafel boog hij voorover en ademde haar parfum in, vlak aan haar hals. Hij keek in haar bloes, nam er de tijd voor, genoot er duidelijk van.
Toen hun blikken weer kruisten, zag hij een terechte verontwaardiging in haar ogen. Zo lang mocht hij niet naar haar borsten kijken. Hij negeerde haar oordeel en liet zijn blik nu langs haar benen van onder tot boven glijden. Van de witte hakken af, de roze kousen omhoog. Zijn hoofd bewoog bijna mee met de contouren van haar dijen zoals ze op de stoel zat en hij daar voor haar stond.

‘Schaamteloos.’
Ze zei het zakelijk terwijl ze opzij reikte om haar wijn opnieuw te nemen. Ze keek echter naar haar glas, niet naar hem.
Hij kwam achter haar staan, en zij walste de wijn aan haar lippen, onder haar neus. Ze dronk, zette haar glas neer, en deed een knoopje van haar bloes dicht, en dan nog één. Hij had verwacht dat ze ook op zou staan, om weg te gaan, maar tegelijk voelde hij wel aan dat ze iets aan het doen was, iets anders.
‘Gewoon een goedkoop bloesje, niemendalletje.’ Haar toon was achteloos, het was niet eens een antwoord, er was niet eens een vraag. Ze legde haar beide handen op de tafel, meer niet.

Hij legde zijn beide handen als antwoord op haar schouders, niet drukkend, zijn vingers volgden de revers van haar jasje en gleden rustig verder naar binnen. Tot aan de openingen tussen de knoopjes van haar bloes. Zijn onbeschaamde klauwen haakten, aan de stof, niet aan haar. Het was een korte ruk, heel gericht en beheerst. Er vlogen twee knoopjes in het rond, een derde sprong gewoon open maar was niet eens los getrokken.
Haar zucht was intens, geschrokken, geveinsd.

Ze nam haar glas weer maar wachtte even om te drinken.
‘Bruut.’
Een kleine slok, het glas was zo goed als leeg. Van achter haar strekte hij zich naar de fles, zijn adem in haar nek, zijn ogen op het diepe dal onder de open getrokken bloes. Ze droeg een witte beha, veel kant, heel open.
Hij schonk haar bij, maar ze dronk niet. Met haar wijsvinger dopte ze in de wijn en streek de druppel langs haar decolleté omlaag. De smaak te pakken nam ze een slordige slok en morste nog wat meer druppels wijn in haar bloes tot op het witte kant.
‘Die vlekken krijg ik er nooit meer uit. Net nieuw.’

Zijn handen kropen weer langs haar schouders omlaag, tot over haar borsten langs de open knoopjes ondertussen. Zijn vingers haakten opnieuw aan de resterende knoopjes. Hij streelde even, voelde, of zocht.
Eén voor één, traag en bedachtzaam, zonder de minste kracht, ontknoopte hij de rest van haar kapotte bloes en ontblootte hij een prachtige beha die haar borsten uitdagend tentoon spreidde. Ze was ook niet jong meer, wat de aanblik nog zoveel mooier maakte. Schoonheid die echt was, niet gaaf, niet glad, niet perfect.
Er zaten inderdaad rode vlekken op het witte kant.

Hij nam de tijd om te verdwalen in de aanblik van haar volle zachte boezem. Zijn handen hielden zich vast aan de open randen van haar bloes, om te vermijden dat ze zich aan haar borsten zouden vergrijpen.
Haar vingers gleden wel naar die glooiing, erover, erlangs, ertussen. Ze keek duidelijk naar de vlekken op haar beha die meer roze dan rood waren, rode wijn op witte kant.
‘Wit en roze. Ik wist niet zeker of je die combinatie wel mooi zou vinden.’
Ze boog haar hoofd, keek dieper, lager, tot aan haar roze kousen. Het was een aanzet om verder te gaan. Opzij van haar borsten, over de brede band van haar beha, langs haar bolle lenden, tegen haar volle dijen. Zijn handen vonden een weg tot de zoom van haar rok zoals ze voor hem op de stoel zat.
Hij trok de stof hoger omhoog, centimeter per centimeter. Eerst de roze doorschijnende kousen, dan de donkerder banden die de kousen ophielden om haar te zachte dijen, tot ook daar voorbij en de witte elastiekjes van de jarretels speels meebewogen. Onderweg naar waar haar slipje zichtbaar zou worden. Daar hield ze hem tegen.

Haar handen hadden zijn handen niet vast, ze lagen er gewoon bovenop. Het was een streling waarmee ze hem in zijn beweging gestopt had.
‘Verzin me een verhaal.’
‘Welk verhaal?’

‘Waarom ik vandaag zo gekleed ben.’


Alle verhalen van: Kimbald

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Mooi, Kimbald. Jij bent van de sfeer en de suggestie. Daar kunnen veel schrijvers hier, waaronder ikzelf, nog een puntje aan zuigen. En ik houd van je Vlaamse tongval. Vlamingen hebben echt een voorsprong in het erotisch taalgebruik. GZD. Wat zoveel wil zeggen als: ga zo door.
Fijn, een verhaal dat je als lezer voldoende ruimte geeft om je er zelf een voorstelling bij te maken, je niets opdringt maar suggestief is. Spannend, van verraderlijke eenvoud.