Groene lagune

Informatie
Geschreven door Voorspeller
Geplaatst op 12 oktober 2017
Hoofdcategorie Soft erotisch
Aantal reacties: 5
3223 woorden | Leestijd 17 minuten

Noot van de redactie: De kern van dit verhaal is ontluikende seksualiteit bij pubers. Omdat er geen sprake is van seks of seksuele handelingen plaatsen we dit verhaal graag, ondanks dat we een ondergrens hanteren van 16 jaar (zie de voorwaarden).


“Ha! Wedden dat ik er als eerste ben?”

“Echt niet! Ik fiets veel sneller dan jij!”

Als er iets is wat stoere en speelse jongens zich niet laten vertellen, dan is het dat een meisje ergens als eerste is. Zelfs als dat meisje objectief gezien eigenlijk ook gewoon sneller fietst. Betere conditie, dat komt omdat ze al jaren op gymnastiek zit, terwijl hij vooral de dromer is die liever rustig wandelt. Dan maar wat harder trappen, denkt hij. Het meisje van de weddenschap heet Sarah, elf lentes jong, met lang rood krullend haar. Op school is ze de vuurtoren, en alhoewel ze daar niet noemenswaardig mee gepest wordt, is Sarah iemand die liever één goede vriend heeft dan tien oppervlakkige en inwisselbare vriendinnen. Die vriend heeft ze. Het is Niels, die toch echt niet dichterbij komt met z’n fiets. Ze zitten bij elkaar in de klas en zijn al sinds de kleuterschool de beste maatjes. Hij is ook elf en roodharig. Het schept een band die ze allebei aanvoelen, samen tegen de rest. Gewoon goede vriendjes, die twee. Geen jongen, geen meisje, geen man, geen vrouw, gewoon twee kinderen die elkaar zien als kinderen met wie ze kunnen spelen. Een beetje spelen met LEGO, beetje op de Nintendo, beetje knikkeren, beetje buitenspelen, ravotten, en naar elkaars verjaardagspartijtjes gaan. Ze zijn kind aan huis, de ouders van beide kids weten inmiddels niet beter. In de klas zitten ze overigens niet naast elkaar. Er zijn eilandjes waar de jongens zitten, en hetzelfde fenomeen zie je bij de meiden in de klas. Ze zijn de enige redheads in de groep, en ze worden bij toneelstukjes steevast als vader en moeder ingezet. Het is de belevingswereld en logica van kinderen, indelen op primaire zichtbare kenmerken. En ach, waar maken ze zich ook eigenlijk druk om. Het zijn kinderen, zonder noemenswaardige zorgen in hun leven. Dat ze ook wat geleidelijk aan ouder worden is iets waar ze niet eens echt bij stilstaan. Het gebeurt gewoon.

Ze fietsen naar de rand van het dorp, richting een stukje natuurgebied met fietspaden en wandelpaden die langs milde groene heuvels kronkelen. Het is het walhalla voor kinderen die in deze moderne tijd nog lekker willen ravotten in een omgeving waar eigenlijk geen gevaren zijn. Omdat ze allebei roodharig zijn vinden ze het leuk om steeds bijna dezelfde kleding te dragen. Ze doen elkaar graag na, met name bij het ravotten. Vandaag hebben ze allebei een zwarte spijkerbroek en een wit shirt aan. Sarah weet dat ze de rit naar de top van een van de heuvels gaat winnen en begint hem flink uit te lachen, met nog vijftig meter te gaan.

 

“Ha! Gewonnen!”, zegt Sarah triomfantelijk.

“Morgen! Morgen win ik van je! Morgen win ik keihard van je!”

“Dat zeg je elke dag. Ik ben gewoon sneller dan jou!”

“Dan jij, Saar, dan jij.”

“Jajaaaaa! Ik fiets sneller, jij praat beter. Goed?”

“Ja, en jij rijmt op raar.”

“En jij op iets debiels.”

“Muts!”

“Lul!”

 

De twee parkeren hun fietsen tegen een houten hekje en gaan op de heuvel zitten. Een heuvel met uitzicht op een redelijk wijds en schilderachtig landschap van groene heuvels, bomen en paden. Net zoals twee jongens een eindje gaan fietsen, om dan vervolgens ergens te ‘chillen’, zo is ook de vriendschap tussen Sarah en Niels. Al jaren, en het chillen gaat over dingen die kinderen bezighouden. Hun huisdieren, hun ouders, hun broers en zussen, en natuurlijk het dagelijkse leven in de schoolklas en op het schoolplein.

 

“Oh kijk,”, zegt Sarah, “een lieveheersbeestje. Kijk dan, op m’n hand!”

“Hé, rood met zwarte stippen. Laten we ‘m Spillebeen noemen. Hm, hij blijft daar wel echt zitten. Voorzichtig hè, niet bang maken. Zou Spillebeen soms denken dat wij z’n ouders zijn?”

“Hij heeft wel onze kleur. Meer mijn kleur dan jouw kleur, jij bent meer oranje.”

“Oh, hij vliegt weg. Wacht, nou landt hij weer op je vingers. Niet met je vingers bewegen. Misschien wil hij ook op mijn hand zitten, leg je hand eens op de mijne? Dan kan hij naar mij toe lopen.”

“Ja, maar voorzichtig hoor, anders vliegt hij weer weg. Ja, nee, oh, daar vliegt hij weer. Wat zeg ik nou, Niels? Voorzichtig.”

“Misschien komt Spillebeen weer terug, als we onze handen naast elkaar houden. Groot platform om op te landen.”

“Denk je nou echt dat Spillebeen een helikopter is? Die beestjes kunnen op sprietjes en dunne takjes landen. Nee, Spillebeen is echt weg nu.”

“Hij komt wel weer terug. Wat ga jij nou weer doen?”

“Ik ga effe luieren op m’n rug in het gras. Naar de wolken kijken. Misschien zie ik jouw onhandige hoofd nog wel voorbij drijven. Oh kijk daar! Daar lijk jij wel op, die ene boven ons.”

“Dan kom ik ook even liggen. Welke wolk? Wat? Dat lijkt toch niet op een hoofd, die wolk is net een grote rommel.”

“Uhuh!”

“Muts!”

“Lul!”

“Muts-muts-muts!”

“Lul-lul-lul!”

“En jij krijgt tietjes!”

“Niet!”

“Wel!”

“Nietes!”

“Welles! Kijk dan naar je shirt!”

“Mm, ja. Nou, heeeeeeel klein beetje dan. Niemand ziet dat, maar jij weer wel natuurlijk.”

“Haha! Betrapt! Straks lijk je op je ma, en op Wendy.”

“Nee, wil ik niet! Ik wil niet ouder worden, en ik wil al helemaal niet op m’n zus lijken.”

“Oh, waarom niet? Iedereen wordt toch ouder?”

“Kweenie. Dan moet je ook weer van die andere dingetjes doen, vind ik een beetje eng. Ik wil niet ouder worden. Net als Peter Pan!”

“Andere dingetjes?”

“Ja, dat zag je toch vorige maand bij Wendy? Toen wij stiekem haar kamer binnen kwamen?”

“Oh ja, die was aan het zoenen met Tim. Toen moesten wij heel gauw wegwezen, haha!”

“Ja, maar dat dus. Vind je dat niet eng dan? Dan zit je dus... zo... ja... in elkaars mond, en zo. Net als op tv en in films.”

“Ja, weet ik ook niet, Saar. Wel eng ja, denk ik. Maar volgens mij doet iedereen dat. Misschien is het toch wel leuk? Hé, kijk, niet bewegen, nee-nee niet bewegen. Meester Spillebeen is net geland op je shirt, haha, hij denkt zeker echt dat wij z’n ouders zijn.”

“Oh? Even zien.”

“Nee, wacht, ah nee, daar gaat hij weer. Nee, hij landt toch weer op je shirt. Je moet denk ik alleen je hoofd bewegen, maar niet de rest.”

“Oké, maar zo zie ik ‘m niet goed.”

“Haha, Spillebeen loopt nu over je tietje!”

“Neeee niet!”

“Jawel, kijk maar. Wel grappig zo’n beestje. Die blijft daar echt zitten nu. Voorzichtig zijn hè, niet ineens bewegen.”

“Zo, vind je ‘t interessant dan, zo’n lieveheersbeestje? Je zit er nu zo dicht op met je hoofd.”

“Ja, cool toch? Als wij zijn ouders zijn, dan is Spillebeen dus ons kindje.”

“Dat zal best ja, maar ik krijg kramp in m’n nek zo, als ik wat wil zien.”

“Niet wegjagen hoor. Misschien kan ik Spillebeen op m’n hand krijgen. Ik maak even een wandelbruggetje met m’n vinger, dan kan hij er zo opstappen. Zo, naast Spillebeen, kom maar, klim er maar op!”

“Niels!!”

“Oh, hij wil niet geloof ik, Spillebeen loopt bij m’n vinger weg. Ik achtervolg hem wel, zachtjes. Hier Spillebeen, kijk dan, loop maar naar m’n vinger toe.”

“Niels, dat kriebelt heel erg! Niet doen!”

“Ja, nou is hij weer weggevlogen.”

“Die komt wel weer terug. Ik kan niet tegen dat gekriebel daar! Het is daar een beetje gevoelig ook. Was eerst veel minder. Maar ja, sinds m’n tietjes een beetje aan het groeien zijn is ‘t soms vervelend.”

“Nou, in de film doen ze dat ook weleens hoor, dat kriebelen.”

“Wat voor film? Mag jij al zo laat opblijven dan?”

“Dat zijn films waar mijn pap en mam naar kijken, op zaterdag. Ik vind er niks aan, allemaal saaie films voor grote mensen. Maar soms vergeten ze dat ik nog beneden ben. Dan zit ik aan de eettafel stilletjes te tekenen, en dan kijk ik heel soms ook naar de tv. Tot de reclame, dan merken ze ineens dat ik nog zat te tekenen, en dan moet ik ineens naar bed. Vet dom.”

“En wat gebeurt er dan in die films?”

“Alles wat jij eng vindt, haha. Van die monden tegen elkaar, in elkaar, ook. En soms dan aaien ze elkaar, zoals jij je konijn aait. Dat is in bijna alle films wel zo!”

“Nou, ik vind ‘t maar niks.”

“Nee? Maar je zus doet dat nu toch ook?”

“Ja. Ik vind het maar eng allemaal. En Wendy heeft nu elke maand een keer pijn. Daarom wil ik ook niet ouder worden.”

“Gebeurt toch, Saar. Vind je dat nou echt zo vervelend?”

“Ik denk het wel ja...”

“Volgens mij weet je het gewoon niet.”

“Nou en?”

“Dan weet je het dus niet.”

“Hou er nou maar over op, lul.”

“Muts-muts-muts!”

“Lul-lul-lul! En jij dan?”

“Kweenie. Als ik dat zie in de film, en op tv, dan lijkt het alsof ze het wel leuk vinden allemaal. En mijn broer, Ronny, weet je wel, die zat laatste op z’n kamer naar allemaal blote mensen te kijken. Op z’n computer. Haha, waah, echt! En dat had hij niet door, dus hij weet niet dat ik dat zag, haha! Maar ja, dan staat z’n deur dus open.”

“Oh? En wat deden die mensen dan?”

“Ja, het was niet op YouTube, gewoon foto’s zeg maar. Van die mensen die dus een beetje op elkaars monden zoenen en zo. En ze lagen dicht tegen elkaar aan. En ze waren ook elkaar een beetje aan het aaien. Maar niet gewoon op de bank, maar tijdens het Twisteren, zo maf.”

“Uhuh... Twister in je blootje?”

“Mja, dat deden ze dus. Je zus is dus op iemands mond aan het zoenen, en op die foto’s van m’n broer doen mensen eigenlijk hetzelfde, maar dan in hun blootje. Vinden ze dus toch leuk, denk ik.”

“Rare mensen. Raar.”

“Je bent zelf raar, Saar.”

“Nou moe. Da’s toch eng, dan zien ze elkaars... dingetjes.”

“Ja, da’s wel maf ja. Maar misschien vinden ze dat wel leuk juist.”

“Ik vind dat altijd vervelend, als de schooldokter komt, dan zit ‘ie ook te kijken naar je dingetje.”

“Ja Saar, je dingetje. Jij ook altijd met je dingetjes. Ik moet van m’n ma gewoon piemeltje zeggen.”

“...spleetje.”

“Hm?”

“Ik moet spleetje zeggen van mijn ma. Ik wil ook een piemeltje, kan ik tegen die ene boom daar plassen, net zoals jij dat doet.”

“Nou ja! Saar is raar, Saar is raar!”

“Nietes!”

“Saar is raar, en dat is waar!”

“Lul-lul-lul!”

“Muts-muts-muts!”

 

En zo hebben twee zeer jonge tieners, zonder dat die twee het zich beseffen, gepraat over de start van hun verdere leven. Natuurlijk weten ze wel wat ze allebei tussen hun benen hebben, maar als kind ben je daar niet mee bezig. Het is net zoiets als dat jongens kort haar hebben, en meisjes lang haar. Je weet wat het verschil is, net zoals je weet dat er een verschil is tussen een banaan en een appel. En daar sta je ook niet bij stil. Dus waarom zouden ze hier te lang over nadenken? Buitenspelen is immers veel leuker.

De middag is nog jong als Sarah en Niels op die ene heuvel liggen, starend naar de wolken. Spillebeen kwam niet meer terug naar z’n roodharige ouders. Wat ze vaak doen is dan weer een stukje fietsen, naar de volgende heuvel. Op een beetje zonnige middag doen ze minstens vier heuvels aan. Aangekomen bij de tweede heuvel gaan ze weer in het gras liggen, Niels is naarstig op zoek naar een rare wolk om Sarah mee te vergelijken.

 

“Hé Saar, wist je dat een paar jongens uit de klas hier ook vaak zijn?”

“Oh ja? Wie dan?”

“Nou, het is dat groepje met Eelco, Thijs en Jim. Ik hoorde dat vorige week in de pauze, bij het klimrek. Omdat al deze heuvels bijna rond zijn, en niet allemaal even groot zijn, hebben ze deze heuvels de namen gegeven van de planeten.”

“Alle planeten? Ik ken alleen onze wereld, en Mars. Maar dat komt door de snoepmars.”

“Ik heb dat opgezocht, en het ze gevraagd. Waar we tien minuten geleden waren, dat is de Mercus... Mercusus... of zoiets... heuvel.”

“En daar leeft Meester Spillebeen!”

“Ja, en waar we nu op liggen is de volgende planeet, uh... Ve... Venus. Ja, we liggen nu op de Venusheuvel. Leuk hè?”

“En wanneer komt onze planeet?”

“Ja, uhm, ben ik alweer vergeten.”

“Je kunt ook echt niks onthouden hè! Zie je die wolk daar, boven ons? Da’s jouw hoofd!”

“Nee, jouw hoofd! En straks komen er twee honingbijen en die gaan op je kleine tietjes lopen!”

“Nou hoor! Niet leuk, Niels! Hou op daarmee.”

“Muts-rare-muts!”

 

Op dat moment schiet Sarah omhoog, duidelijk een beetje opgejaagd door het constante jengelen van Niels. Overduidelijk de laatste druppel in een grote emmer. Nog vóór Niels bevat wat er gebeurt plaatst ze haar knieën naast Niels z’n heupen en duwt zijn handen tegen het gras van de Venusheuvel aan, wetende dat Niels enorm kietelig is, zelfs bij de gedachte eraan al.

 

“Zo mannetje. Wat had jij nou hè, wat had jij nou!”

“Nee-nee, hihi, niet kietelen. Saar, weg, hihihi!”

“Ik win van je met fietsen. En jij jaagt steeds Spillebeen weg. En jij hebt een dom hoofd. Dus wie is er hier beter dan jij?”

“Haha, niet kietelen.”

“Nou? Wie?”

“Ja haha, ik, ik... ik zie je kleine tietjes, hihihi, door de mouw, hihi, van je shirt. Hihi, hou op nou! Hihi!”

“Niks daarvan. Wie is er beter in alles, nou? Of zal ik jou eens kietelen? Met je eigen hand mm?”

“Nee, haha, nee, niet daar. Niet m’n buik, ik kan daar, haha, niet tegen, hou op. Hihi, ik kan niet meer!”

“Pech gehad! Nou? Wie is er beter in alles? En, uh-uh, nee-nee, niet wegkruipen, ik heb je nog niet horen zeggen dat ik overal beter in ben. Niet-weg-kruipen, maatje!”

“Haha, maar, stop, ik kan niet meer, haha, je kietelt overal. Jij, haha, domme rooie kietelaar!”

“Ik plet je als je gaat vluchten, ik plet je!”

“Hihi, hou op, haha, jij plet me niet. Met je kleine tietjes, die helemaal niks kunnen pletten! Tietjes! Tietjes, hihi, kleine Sarahtietjes!”

“Oh nee? Wie is hier de beste, in alles, dus ook in pletten?”

“Nee dat doe je niet! Stop met kietelen, haha! Anders ben je net...”

 

Niels kan z’n zin niet afmaken of Sarah laat zich helemaal vallen op Niels. Het is voor Sarah geen ernst, ze zijn gewoon een beetje aan het dollen, stoeien, keten. Ze is een Pippi Langkous die zich niet in de hoek laat drijven, en gewoon vol op het orgel met Niels stoeit. Vandaar ook geen genade, geen voorzichtigheid, Sarah ploft gewoon frontaal op Niels.

 

“Pffff,”

“Nou? Wie is de beste? Ik toch zeker wel? En anders ben ik net wat?”

“Ahhhrg, Saar. Anders... ben je net... een van die vrouwen op de foto’s... op de computer van Ronny... maar dan met... kleren aan. Die vrouwen liggen ook op elkaar.”

 

Ieder mens maakt mijlpalen mee, momenten die nooit vergeten worden. Een moment waarop iets bijzonders gebeurt, waarvan je de diepere betekenis vaak pas veel later ziet. Sarah stopt met praten, dreigen en grijnzen, en denkt aan wat Niels zojuist zei. Ineens, op de Venusheuvel in een groen idyllisch landschap, doet Sarah precies dat wat ze tien minuten geleden nog doodeng vond. Ze ligt bovenop Niels en houdt zijn handen tegen het gras, naast zijn hoofd. Een flinke stoeipartij, maar door die opmerking van Niels ziet ze voor het eerst een beeld voor zicht van wat het óók kan zijn, hoe onschuldig dan ook. Tot nu toe zag Sarah zichzelf als een kind, zonder zorgen, zonder pretenties. Maar door Niels z’n vergelijking van haar ‘kleine tietjes’ met de blote dames op de computer lijkt dat ineens anders te zijn voor haar. Misschien is dit moment voor Sarah het einde van het begin, en de inleiding van een nieuw hoofdstuk in haar leven. Nog niet het hoofdstuk zelf, maar een plaatje, wat korte regeltjes, nog niet heel veel dus. Een beginnetje, dat wel.

Voor Niels, die momenteel in z’n neus wordt gekieteld door Sarahs lange rode haren, is het nog steeds een pretentieloze stoeipartij.

 

“Nou, Saar, haal die haren eens weg. Wat ben je stil ineens?”

“Ja.”

“Dan heb ik deze stoeiwedstrijd toch gewonnen!”

“Ja. Nee.”

Ze klimt weer van Niels af en kijkt hem stilletjes aan. De mijlpaal, een voor haar onbekende gewaarwording, heeft even de overhand op haar denken.

“Saar, je doet weer raar. Waarom zeg je nou ineens niks?”

“Ik... weet niet. Er is iets, en ik weet niet wat.”

“Nou dat weer. Eerst kietel je me, daarna plet je me, dan doe je niks, en dan weet je niks. Je bent raar, Saar.”

“Ik ga weer even liggen. Ik wil naar de wolken kijken.”

“Kijk daar, Saar, die ene maffe kronkel, dat ben jij!”

“Ja, ‘t is goed met je.”

“Hey kijk! Kijk! Kijk! Daar is Spillebeen weer!”

“Oh cool! Dan is hij ons toch niet vergeten.”

“Ah, hij landt nu op je shirt, Saar.”

“Ja, alweer, ik trek lieveheersbeestjes aan zeker.”

“En nu voorzichtig blijven liggen Saar, anders vliegt ‘ie weer weg.”

“Ja, da’s goed, ik blijf even naar de wolken kijken dan. Ga jij maar met Spillebeen spelen intussen.”

“Maar die blijft maar op je shirt zitten.”

 

Het gaat Sarahs ene oor in en het andere oor uit, terwijl ze naar de wolken kijkt die langzaam naar de horizon drijven. Spillebeen doet er voor haar even niet toe. De mijlpaal in Sarahs leven wel, het houdt haar bezig, ook al weet ze nog niet wat die mijlpaal betekent. Zonder haar hoofd van de wolkenlucht af te wenden spreekt ze Niels toe.

 

“Dan leg jij voorzichtig je hand op mij neer, vlakbij Spillebeen. Misschien kun je een bruggetje maken met je vinger, dan kan Spillebeen naar je toe lopen.”

“Ja? Goh... Nou Spillebeen, hoor je dat? Kom jij maar eens op mijn bruggetje lopen dan. Kijk hier, zie je m’n vinger? Klim daar maar op. En kijk uit dat je niet struikelt over die twee kleine bultjes daar.”

“Lul.”

“Muts.”

 

Die middag bleef het heerlijk weer om buiten te blijven. Niels bleef, zolang Spillebeen op het shirt van Sarah bleef zitten, zachtjes donderjagen met z’n vingers. Eerder mocht hij dat niet doen. Dus voor hem heeft deze middag wat opgeleverd, alhoewel hij niet echt begreep wat de oorzaak was. Voor Sarah heeft deze middag ook wat opgeleverd, iets veel groters dan Niels nu zou kunnen bevatten. Iets wat ook voor haar niet te beschrijven was. Sarah zou dat pas jaren later kunnen verwoorden. Maar nu nog niet. Nu zijn Niels en Sarah nog de onbeschreven vellen papier, en dat zou nog jaren zo blijven. Het papier blijft voorlopig leeg. Maar bij Sarah is in ieder geval de dop van de pen af, nu het eerste woordje nog. Maar dat is een heel ander verhaal!

 

Alle verhalen van: Voorspeller

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Mooi verhaal om de zomer mee af te sluiten. Aandoenlijk en herkenbaar. Ik heb een zwak voor coming-of-age verhalen en dit verhaal is daar een goed voorbeeld van. Treffend beschreven.
Erg fijn om te lezen. Mooi verhaal.
Apart verhaal. Wel herkenbaar en leuk om te lezen.
Een heimweeverhaal. Heimwee naar ontluikende seksualiteit, verliefdheden, verkenningen. Ook al is het lang geleden dat je het zelf hebt meegemaakt, je herkent het nog steeds. Ook omdat nieuwe verliefdheden altijd refereren aan die eerste prille liefdesmomenten. Mooi.
Groen, pril, ontluikend. Een verhaal over een bloemknop die zich spoedig zal ontsluiten, zich open zal vouwen om haar nectar eindelijk vrij te laten stromen. Nog even wachten zegt het verhaal, nog even en dan hoop je intussen voor haar op een lieve, geduldige dar, die Niels zou kunnen heten. Zou het? Wie weet heeft Voorspeller een vervolg al in de pen?