Chips

Informatie
Geschreven door Giel
Geplaatst op 27 juli 2020
Hoofdcategorie Trio | Groepseks | Orgie
Aantal reacties: geen
3468 woorden | Leestijd 18 minuten

I

Lippen en tongen bestormen mijn mond. Stoppelige wangen die even later zo zacht als zijde blijken te zijn. Als vlinders navigeren vingers over mijn huid en strijken hier en daar neer om hitsige warmte in me te fladderen
Een jungle van armen en benen overwoekert me, een oerwoud van pik en tiet, billen en kut. Ik lig te chambreren in een bad van warme lijven.
De opperste extase waar Amerikaanse alcoholisten begin vorige eeuw aan ten prooi vielen na het beëindigen van de grote drooglegging: ik kon me er nu wel iets bij voorstellen. Nooit voordien was neuken zo weinig werkwoord.
De opeenvolging van standjes eindigde op een, met Erna gedeelde, gezichtsdouche van warm sperma. Zo lekker als chips, maar dan compléét anders.
 
Nadat ik overeind gekropen ben om een slok whisky te nemen (eigenlijk had ik op dat moment meer behoefte aan water) zie ik, als ik het glas terug wil zetten, dat aan de rand ervan een ranzig, wit vlokje is achtergebleven.
‘Vieze meid,’ beteugelt Antal me, gniffelend, ‘zoiets doe je niet!’
‘A jawel,’ snoer ik hem, tot mijn eigen verbazing, meteen de mond, ‘ik hou het lekkerste altijd voor het laatste. Als toetje.’
‘Goed zo, prachtslet ben je,’ klinkt hij nu een en al waardering.
 
Antal is zo iemand waarbij, als hij je een slet noemt,  je weet dat je goed zit. Ik bedoel maar, van iemand anders zou ik het in geen geval kunnen verdragen. Bij Antal… hoort het er nu eenmaal bij. Bij hem is het te nemen of te laten. Ik laat het maar zoals het is en neem het dus erbij.
 
Ik zie hoe Erna met een vinger voorzichtig haar lippen betast, haar kin en wangen ook. Ze voelt dan aan haar neus en kijkt ongelofelijk beteuterd als het besef doorsijpelt dat ze met die handdoek zojuist haar gezicht wel echt grondig afgekuist heeft.
Antal zit haar met geamuseerde oogjes te bekijken. ‘Je lust weer wat, hé,’ knikt hij naar zijn niet onappetijtelijke én nog bij de pinken zijnde lul, die hij viriel in zijn vuist omklemd houdt. ‘Lust je dat?’
‘Mij moet je dat geen twee keer vragen,’ kom ik ongevraagd doch speels tussen. Prompt keert hij zich naar me toe, komt voor me staan en zegt dan dat ik mijn lippen maar eens moet openen. Uit Erna's mond klinkt een ondefinieerbaar geluid van protest en snel als een haas laat ze zich gelijk naast me op de knieën vallen.
Ik wist niet dat een mens in één keer zo vaak dronken kan zijn. In de olie door de alcohol, nog meer beneveld door stoffen die de cocktail ‘dierlijke lust’ in je hersenen vrijmaken. Als uitgeteerde schepsels hengelen we met onze gulzige lippen naar zijn glimmende en dieppaars aangelopen eikel. Er is nog veel honger in de wereld.


  
II

Aarzelend en erg op mijn hoede, zo kan je mijn eerste stappen in het studentenleven omschrijven. De stad waar ik studeer, imponeert overdag al enorm om van het bruisende nachtleven nog te zwijgen. Ik voel me er klein en onzeker door, een angstig meisje dat zich op haar studentenkamer barricadeert.
Ik ken wel een paar vriendinnen uit mijn dorp die hier ook op kot zitten: Isabelle en Hilde bijvoorbeeld. Maar die zijn intussen zo fel aan elkaar geklonterd en doen zelfs naar mij toe geen moeite meer om te verbergen dat ik in feite een indringster ben. Kutwijven!
Dan is er nog Joris, die vorige schooljaar nog in mijn klas zat en met wie ik altijd vrij goed overweg kon. Hoe dikwijls hebben we liggen te pintelieren, enkel dat ene tikkeltje meer was er op de een of andere reden net niet van gekomen… In onze nieuwe studentenstad had hij in een recordtijd honderden vrienden en vriendinnen gemaakt, pochte hij. Allemaal op café? vroeg ik vol achterdocht.  Hij ging niet meer op café, zei hij. Eenmaal terug uit de cursus kwam hij enkel nog vanachter zijn laptop om eens vlug naar het toilet te gaan. Tja, het boeiend en druk sociaal leven van een virtueel kadaver. De schuimende pinten die op zovele togen staan te wachten: het zegt hem blijkbaar niks meer. Zonde…

En om het lijstje compleet te maken van bekenden waar ik echter compleet niets aan heb, is er ook nog een meisje dat in het tweede jaar rechten zit. Een trut met onnoembaar veel onhebbelijke gewoonten: zoals het ‘lenen’ van kleren uit mijn kast, zonder me daarin te kennen. Of het constant gaan klikken aan mijn ouders, een gedrag waar ze ontzettend veel genoegdoening uit haalt en dat ze zelfs ziet als een plicht, want ze kon toch zo maar niet passief toekijken hoe ik dreig te ontsporen. Het eigenwijs geval! Het loeder. Het gaat om mijn – biologische – zus, maar waar ik vooral zeker van ben is dat ik haar haat.
Doorheen de jaren was het geëscaleerd tussen ons: misschien had die ene avond, toen ik de inhoud van een zakje chips fijn gepulverd in haar bed had gestrooid, daar ook wel wat mee te maken. Enfin, we praten dus al een héle poos niet meer met elkaar. Zoiets doe je nu eenmaal niet met een decorstuk, ook al heeft dat geen poten maar beentjes. Dat doe je vooral niet met een decorstuk dat je opgedrongen is. Tegen de plantjes hier op kot praat ik bijvoorbeeld wel. Honderduit zelfs.
 
In Erna had ik eindelijk een vriendin gevonden. Ze dubbelt het eerste jaar psychologie. In onze groep is ze één van de meest opvallende figuren: het korte haar rood geverfd, overdreven zwarte mascara, gothic gekleed, soms met boots en al. Beetje knetter is ze, losgeslagen zeg maar. Zo’n type waarvan men zegt dat het psychologie studeert in de hoop zo de sleutel tot zichzelf te vinden.

Antal, die vriend van haar, is van Hongaarse afkomst. Niet dat het er meteen iets mee te maken heeft, maar ik wist eerst niet goed wat ik aan hem had. Weet je, hij kan je zo beloeren vanachter de glazen van zijn fijn brilletje en dan vraag je je af wat er allemaal door dat hoofd van hem gaat. In eerste instantie denk je met een kunstzinnige, timide gast te maken te hebben. Dat artistieke klopt enigszins wel (hij is beeldhouwer, dacht ik), maar hij floept er uit wat op zijn tong ligt en is even verlegen als een hitsige reu. In die mate zelfs dat ik hem snel enerverend ging vinden. En een etter van de ergste soort. Al heeft hij, toegegeven, ook wel een gevoelige antenne: een purper aanlopend ding met indrukwekkende afmetingen.

  
III 

Ik ontmoette hem voor het eerst op een fuif, aan haar zijde. In een snikheet zaaltje waar het nauwelijks uit te houden was en de muziek zo luid stond dat je je in een workshop voor gehoorgestoorden waande.
Toen ze besloten om naar een rustigere kroeg te trekken, drongen ze tot viermaal aan dat ik nog even meeging. Ik capituleerde dan maar.
Het werd leuk in dat establishment, want ja, ook die Antal viel nu wel best aardig mee. Meer zelfs: we lagen zowat op de grond van het gieren en van het tequila drinken. Het glas bedekkend met je hand en het met een flinke klap op tafel zettend waardoor de tonic gaat bruisen, vervolgens snel zout likkend van de muis van Antals hand, zuigend aan het partje limoen dat Erna me voorhield om dan het glas in één keer leeg te kappen. Straffe boel voorwaar.
Daarna belandden we op het kot van Erna, voor een afsluitend rondje tequila. Oeps, ze had nog wel een fles staan maar die bleek zo leeg als mijn portemonnee doorgaans en Erna greep de fles er langs dan maar, een nog onaangebroken exemplaar whisky. Van die goedkope brol uit de Aldi.
Antal had een leuk idee: de handmuizen ruimden plaats voor onze navels, en het zout voor pure whisky. We ontkleedden ons tot op ons ondergoed. Luid protest echter bij Antal. Gestuurd door enige vorm van preutsheid? Forget it, hij reclameerde omdat we hem discrimineerden, enfin, zo zag hij dat toch, omdat hij zich tegenover ons in zijn slip moest vertonen daar de dames, wij dus, elk nog twee stuks onderkleding droegen. – Onrecht! Uitbuiting! Het onder de knoet houden van de kleine man! Machtsmisbruik! Vernedering! Schandaal! – Zijn mond stond pas stil toen we ons van onze beha hadden ontdaan…
 
Gekriebel van een tong die in mijn navel zat te slurpen, gekrabbel ook van vijf, tien, twintig vingers die mijn lijf al snel als veroverd gebied beschouwden, zelfs die zone die verscholen lag onder dat nietig stukje textiel dat ik nog droeg op dat moment. Maar even later al niet meer. O, dacht ik. En het volgende moment: o, oh! Ik kon het alleen maar denken, het zeggen ging niet, daar Erna mijn spraakmechanisme geblokkeerd had met haar tong.
Het was alsof ik na een lange tocht in de woestijn in een oase was beland. Geluidloos miauwend en dol spinnend krulde mijn poesje haar staart op het moment dat hij zijn schoteltje melk opdiende.

  
IV 

‘Je neemt de pil toch, hè sletje?’ vraagt hij, zijn bekken even stilhoudend, ‘want ik wil niet jongen.’
‘Wil je een meisje dan?’ wil ik hem plagen, inspelend op zijn wel raar woordgebruik.
‘Ja, en jullie allebei!’ antwoordt hij dan, in volle ernst.
‘Ik wil ook neuken, schat,’ sakkert Erna.
‘Niet zagen teef,’ gromt hij, ‘ik heb je al genoeg gefokt. Laat me nu dit mokkeltje even palen, wil je?’
Ik krijg er zowaar een vakantiegevoel bij. Strandgeneugten. Zolang hij me maar paalt, met die paling van hem in die mossel van mij, denk ik. Ik voel me een goor viswijf. ‘t Is te zeggen: mijn vis is vers. Hij heeft hem net gevangen.
En goor ook.
Ik wil elke dag wel zijn viswijfje zijn, via al mijn lippen, in het bijzonder die aan de achterkant van mijn kont. O Antal, Hongaars goulashpotje, zeeduiveltje van me.

Dat denk ik op dat moment te denken. Nog niet eens zoveel minuten geleden vond ik hem nog een etter.
Het is een vreemde gewaarwording, alsof dat lijf van me in dat gekronkel op dat moment niet het mijne is. Ik voel me een soort van toeschouwer terwijl het tegelijk een vorm van heerlijk excuus is om me er helemaal in te gooien.
Intussen streelt Erna me en laat ze haar tong weer met de mijne dartelen, de lesbienne in me is in geen uur tijd open gebloeid als een vurige orchidee terwijl ik onder de heftige neukstoten die Antal mijn onderlijf doet daveren tegelijk realiseer dat ik voor tweehonderd procent hetero ben. Ik weet niet meer wie ik ben. Wat ik ben. Maar zolang die Antal zijn mond voor andere dingen gebruikte dan praten, ben ik een toorts.
 
‘Ik heb een fles tequila van je tegoed, hé maatje,’ zegt Erna na het seksen plots, met stem van een manwijf.
Bleek dat ze die, eerder die avond op café al, toegezegd had gekregen als ze ervoor zorgde dat hij me in bed kreeg. Stel je voor…
‘Ik had nog geluk dat ze akkoord ging met één fles,’ knipoogt hij naar me, ‘ze had evengoed een hogere prijs kunnen stellen.’
‘Hoho,’ schiet ik in mijn wiek, ‘jullie doen alsof ik een hoer ben.’
‘Maar nee,’ schudt Antal het hoofd, met een onnozele lach om de lippen, ‘dat ben je helemaal niet. Wàs je toch nog niet,’ begint hij te schuddebollen, ‘en precies dat maakte het spannend. Denk nu niet dat je maar een fles tequila waard bent, ik had gerust meer willen afdokken.’
‘Rotzakken!’ zeg ik, terwijl ik naar mijn kleren zoek.
’Wat dan?’ vraagt hij, op dat uitdagende toontje van hem.
‘Hoe jullie me gebruikt hebben, en zij aan mij verdient,’ en ik kijk met giftige ogen naar Erna die me van op de matras met een nietszeggende blik zit aan te staren. Het was niet de blijk van verstandhouding die ik verwachtte van een persoon met wie ik voordien nog zo intens had liggen rollebollen. Mijn eerste lesbische ervaring potdorie, strak door Antal geregisseerd, als een pikant voorgerechtje voor zijn eigen appetijt. Erna gaapt me aan alsof ik het verschaalde overschot ben van de zak chips waar ze zojuist met gretige vingers nog zo hebberig had van zitten eten.  En ik dacht dat ze een vriendin was. Tequilahoer!
‘Ga nou niet zeuren dat je niks in je handjes hebt gekregen,’ pocht hij, tegelijkertijd knikkend naar zijn kruis, naar het verschrompelende dingetje dat ik daarstraks, toen nog in vol ornaat, met gulzige vingers gehanteerd had.

  
V 

De vogels floten al toen ik me een weg naar mijn kot zocht. Gelukkig waren de gevlederde vrienden met genoeg om dat gekwetter onderling te beantwoorden, want zelf was ik echt niet meer in de stemming om terug te fluiten.
Een fles tequila gadverdamme: meer was ik dus niet waard. Ik voelde me op dat moment eerlijk gezegd zelfs níks meer waard, dronken en teneergeslagen dat ik was.
Ik voelde me een schandaal voor mijn ouders, een miskleun voor de toch wel degelijke opvoeding die ik denk gekregen te hebben.
 
Het was met gemengde gevoelens dat ik terug blikte naar de ervaring die oktoberavond. Het was alsof ik onverwacht dolle pret beleefd had op de kermis, met mensen die je niet echt goed kent plezier gemaakt had. Om dan achteraf tot het besef te komen dat je gerold bent.
 
Erna ondernam de dagen nadien nog verschillende pogingen om de band tussen ons aan te halen maar stopte daarmee al vlug toen het voor haar duidelijk werd dat ik mijn uiterste best deed om haar straal te negeren. Tegelijk kreeg ik ook snel lucht van haar nogal veelbesproken reputatie. Hier en daar werd monkelend over haar gedaan: ‘de ene nog niet eens goed en wel uit haar bed en de volgende die aan de andere kant al inschuift…’ Zulke dingen werden over haar verteld. Dat ze niet ver langs de waarheid zaten, daar moest ik niet meer van overtuigd worden. En ook niet van het feit dat ik allesbehalve met zulke zaken wilde geassocieerd worden.

Toppunt was dat ik vernam dat ze allerlei leugens over mij aan het rondstrooien was, en wel precies die roddels die over haar de ronde deden. Dat ik een soort van carwash was, eentje van dat type waar bestuurders in konden rijden om zelf te sproeien. Stel je voor! In plaats van haar eens duchtig de levieten te lezen, bleef ik dus verder doen alsof ze lucht was. En meer bepaald dat type uitlaatgas, waarbij je een vies gezicht trekt. 
Antal zag ik niet meer.

  
VI 

Vanavond, op een schrale donderdagavond in november, troonde kotgenote Renilde me mee naar zaal Onder De Duiventil, waar haar faculteit geneeskunde aan het fuiven sloeg.
‘He sletje, jij hier!’ staat Antal plots voor me te glunderen en na me driemaal gezoend te hebben verbreekt hij opnieuw de stilte waarin hij zich kortstondig gehuld had, ‘je kent me toch nog, van de seks toen bij Erna, was fijn toen hé, ik hou wel van ongeremde teefjes, jezelf zijn, daar komt het op neer, je plaats kennen, je positie in bed, hoe heet je alweer schatje, ik ben je naam vergeten maar niet dat lekker lijf van je en die dingen die je ermee deed, tequiliagirl, whiskykutje, spermasmoeltje, ik weet goed wie je bent – Hannah zeg je, wat bazel je nou, ow Janna dus, is bijna hetzelfde, mooie naam, ik heb sinds kort een nieuw liefje, een toffe madame, mooie vrouw en sletje pur sang dat openstaat voor triootjes en ze zal jou beslist lekker vinden, reken maar, doen we het seffens bij mij, ik heb er wel zin in, jij ook wel, oké, maar waar is die neukteef van mij nu weer, wacht hier even ik zoek ze wel even.’

En weg was hij. Een orkaan was er niets bij geweest. Ik stond perplex.
Ach, Antal met dat seksistisch turbotaaltje van hem: chapeau (of ocharme) voor het vrouwmens dat hem langer dan een etmaal kan uitstaan, maar langs de andere kant lieg ik als ik moest zeggen dat hij me, en wel puur fysiek bekeken dan, ongevoelig laat. De hardware mag er best zijn, jammer van de software.
En ach, als een kerel zo over je praat wil dat twee dingen zeggen: a. dat hij zich wil aanstellen en dus op zijn manier moeite doet om zich bij jou in de kijker te werken, en b. dat je de aandacht van zijn kant al ten volle hebt. En er is nu ik eraan denk ook nog een c: dat hij je geen trut vindt, want aan trutten zou hij die energie niet eens verspillen. Wat hij er dan ook allemaal voor brutaals mocht uitslaan, ik begon het als dusdanig dan ook te beschouwen als recht uit het hart komende complimenten.

Ik vond het op die plek en op dat moment zelfs fijn dat hij er ineens was, springend als een duiveltje uit een wijwatervat. Renilde was sinds een gast haar een dik kwartier geleden was komen halen verdwenen in de massa én het luchtte me op dat Erna niet in het zog van Antal zat. Voor mij was Erna voltooid verleden tijd, voor mij geen erna meer, punt. En Antal kon bovendien wel eens de geschikte vliegenmepper van dienst zijn: twee slungels zaten als strontvliegen rond me te molenwieken. Als die twee later dokters werden, dan beslist wel huidspecialisten, want de onbenullen zaten nu al elkaar te beconcurreren voor de meeste puisten op wat je nog moeilijk een gezicht kon noemen. Eén van hen maakte het zelfs zo bont dat hij die hele smeerlapperij nog uitvergrootte. Was ik zijn opticien geweest, ik had hem contactlenzen geadviseerd in plaats van de miezerige bokaaltjes die hij op zijn neus had staan.
 
Intussen had ik mijn voorraad drankbonnetjes al aardig aangesproken (op momenten dat ik alleen ben in een massa, heb ik de neiging om die geremdheid die me dan in zijn greep houdt, los te drinken) en behoorlijk in de wind en had me aldus voorgenomen om van de avond wat te maken. Met of zonder Renilde, maakte intussen niet meer uit, in elk geval zonder die steenpuisten. Wachtend op die ene prins op zijn witte paard. Het was, voelde ik, zo een avond dat ik uit mezelf zou breken. Gewoon afwachten, dacht ik, zien wat de nacht brengen zou. Ik voelde me lekker losjes worden, in de sfeer komen en wie weet, dacht ik, klikt het wel met die vriendin van hem.
 
Iemand tikt me op de schouder aan.
‘Hannah,’ hoor ik in het omdraaien, ‘mag ik je mijn geliefde Bo voorstellen. En Bo, dit is het geile meisje waar ik je al eens over vertelde, we deden samen een trio…’
‘Janna’, krast ze, met bliksemde ogen.
‘Isabeau!’ haper ik, al evenzeer aan de grond genageld.
‘Kennen jullie elkaar dan?’ vraagt hij, een verbaasde glimlach om de lippen.
‘Ooit was dat het geval,’ zeg ik kortaf. Ik zet mijn nog meer dan halfvolle pint op de toog en verlaat ijlings de zaal. Het zakje chips waar ik nog niet aan begonnen was, neem ik mee.

  
VII 

Op straat bots ik toch zeker wel niet tegen Joris. Schijnbaar goed dronken – hij heeft zelfs een halflege fles Martini in de hand, symbolischer kan het niet – maar tegelijk nog erg helder. Hij omhelst me alsof hij me al jaren gemist heeft. Ik vind het ook wel fijn om hem nu tegen het lijf te lopen.
‘Je hebt chips bij zie ik. Komt goed uit want ik heb reuzehonger. Laten we naar mijn kot gaan, ik heb daar nog wat drank staan.’
‘Moet je niet chatten dan?’ doe ik cynisch.
‘Ik wil enkel en alleen nog met jou chatten, Janna. Ga je mee?’
Ik twijfel.
‘Ik moet je nog wel iets serieus bekennen, en als het je niet bevalt, dan bezie je het maar, oké?’ En dan fluistert hij wat in mijn rechteroor.
‘Oké,’ glimlach ik, en dat moet op een verlegen manier geweest zijn.
We vertrekken naar zijn kot en nog geen tiental meter verder lopen we al in hand en hand.
‘Ik ben geil op je, écht!’ herhaalt hij nu hardop wat hij me zojuist nog toegefluisterd had. ‘En niet nu, niet seffens, nee: voor altijd!’
Dan merkt hij dat mijn ogen betraand zijn.
‘Wat nu?’ schrikt hij.
‘Is niks, Joris,’ zeg ik terwijl ik het oogvocht tracht weg te wissen, ‘beneden heb ik er nog meer.’
‘Toch geen rode?’ is hij nu nog meer verschrikt.
‘Nee nee,’ en het is een snotterende lach die ik mijn lippen hoor ontglippen, ‘van contentement: ik heb zo lang op jou gewacht!’
Precies op het moment dat ik zijn hand nog steviger vastgrijp doet hij het zelfde.
    
© giel 2007

 
Fan van Giel? Lees dan ook zijn verhalen, haiku's, romans en meer... Luk Gybels

 

Alle verhalen van: Giel

Fijn verhaal 
+1

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen