3546 woorden | Leestijd 18 minuten

Haar slanke vingers hebben zwart gelakte lange nagels. En ze trommelen ongeduldig. Hun geluid verdwijnt in Lost in Music van Sister Sledge, maar mijn beeld is in staat het op te roepen, te maken dat de geest het erbij denkt, ook al maakt de muur van disco-muziek dat onmogelijk.

Caught in a trap

No turning back

We’re lost in music

Whisky helpt niet. Hoe lang is dit feest al niet meer leuk? Ik zie gemaakt deinende veertigers op de dansvloer hun best doen om de sfeer erin te houden. Of beter, zichzelf wijsmaken dat er sfeer ís; dat hits uit vervlogen jaren nog dezelfde emoties oproepen.

Klopt niet, verwrongen, gefingeerd. Haar getrommel versterkt; voor mij?

Caught in a trap

De spiegelbol braakt reflecties van vier kleuren licht de zaal in; blauw – flits – groen, rood en geel slaan schijnbaar chaotisch tegen vloeren, wanden en gezichten.

No turning back

Tevergeefs; de gewenste jeugdigheid verdomt het om terug te keren. Terecht. Godverdomme, wat een pathetische zooi.

We’re lost in music

“Hij komt niet terug,” fluister ik tegen de vingers.

Ze zijn er niet van overtuigd, lijken het niet te willen aanvaarden. ‘Hij ging alleen even pissen,’ denken ze vast. Maar ik ken Gérard – net als vroeger op z’n Frans: Zjeeráár. Was toen al een ongelofelijke klootzak.

Pa-da-pa pam pam; pam; pam

Lekker syncopen, die twee laatste ‘pams’. Dat is wél net als vroeger. Herinnering zit in vreemde dingen. En sommige vrouwen veranderen niet.

Blauw licht slaat in haar vermoeide gezicht, dan groen in haar mooi bedroefde ogen. Ze worden steeds bedroefder, de ogen van de Germaine; mooie Germaine die niet veel veranderd is in twintig jaar.

Wil ik daarom dat ze bedroefder worden, die ogen? De menigte voert de pathetiek verder op. Zelfs als Zjeeraar heeft moeten kotsen, zou ie al lang terug moeten zijn. Geen kauwgum bij zich natuurlijk. Sukkel. Arme Germaine. Mijn bek is droog. Godverdomme, wat was ik ooit gek op Germaine. Zou ze dat nog weten? Ik weet niet of ik nuchter genoeg ben om er nog over te beginnen. Whisky slaat hard toe, en snel. Mooie, koele Germaine.

Ze kláppen nu zelfs voor een plaat, de stakkers. Klappen doen ze ook op van die goedkope vakantievluchten, als de kist geland is. Vakantievluchten; vliegen; vluchten. Groen licht wordt rood. Germaine wordt bedroefder. Ik denk niet dat ze het door heeft, maar Germaine wordt mooier als ze zo geslagen kijkt. Cliché; ik pas me blijkbaar aan.

‘Zjeeraar!’

Kan ik rustig roepen in mezelf. Hoort ie niet, heeft ie nooit gehoord. Een hand op de mijne, ergens ver van mijn besef verwijderd. Jezus, mijn lul wordt stijf. Nu nog? Van Germaine zeker. Haar opwinding voor haar weet ik moeiteloos weer op te roepen. Oh ja, ze kijkt nu naar me; minder bedroefd ook. Loop ik achter de feiten aan? Of houdt mijn kruis het beter bij dan mijn kop? Misschien heb ik wel iets gezegd tegen haar.

“Ja,” zegt ze met hese stem.

Die had ze vroeger al. Wat kijkt ze me indringend aan. Ik geloof dat ik lach, zo lief mogelijk, en dat gaat bijna automatisch. Mooie Germaine lacht terug uit steeds minder bedroefde ogen. Zjeeraar kan het wel schudden, weet ik nu zeker.

Er verschijnt een koel glas water voor me op de bar. Koel, helder water. The Sheperds, maar dat was uit mijn ouders tijd. Toch?

“Tijd wordt overdreven,” vind ik stellig.

Haar knikje ziet er opvallend begrijpend uit. Ze móet toch zien dat ik bezopen ben; waarom dan dat verrekte begrip?

Pa-dáp-pap-pap-pap-pap-pap-páp Get Up!

Get Up – Get on Up-pah

Mijn hoofd valt naar rechts en ik aanschouw de dansvloer. Gejuich, kantelende heupen zonder souplesse. Meer van haar handen op mijn benen.

Stay on the scene

Mooie Germaine wil dat ik opsta. Kan ik dat nog?

I like a sex machine

Haar ogen zeggen hetzelfde. Toch?

Get Up! – Get on Up-pah

“Jaha, ik sta toch al?”

Germaine lacht nog mooier. Sex Machine was al uit de jaren zestig. Ken uw klassiekers. Germaine is klassiek mooi; de sex machine die mij onvermoed tot whiskydronken hardheid weet te brengen.

Ik word langs de dansvloer geleid. Blauw mengt met geel tegen de muur van de uitgang. ‘Exit’ hangt er boven de deur. Godverdomme, wat een waar woord. In de verte hangt Zjeeraar tegen een pilaar.

“Dat rijmt, sukkel!” roep ik hem toe.

Mijn dronkemansbrilliance verzuipt moeiteloos in de pulserende slaggitaar van Sex Machine.

Dzjiddik tsik tsjingdik, dzjiddik-tsik-tsik tsjingdik

Basje eronder, strakke drum. Hij klinkt nog steeds spetterend en stuwend, die slaggitaar. Spetterend, spetter, Germaine.

The way I like it

Is the way it ih-is

“I got mine…”

He got his

Plotseling verlaat ik de muur van geluid. Hij blijft achter me staan. Germaines hand voelt resoluut en trekt mij naar de receptie.

“Honderdnegentien,” hoor ik haar zeggen terwijl ik afwezig staar naar het Bilderberg-bordje op de balie. Het lijkt van kleur te wisselen. Die klote spiegelbol reikt helemaal tot hier! Mijn zekerheid is zo groot dat ik er even zelf verbaasd over ben. Honderdnegentien is een priemgetal. Het is ook mijn kamernummer, dacht ik, zonder dat het in me opkomt hoe ze dat weet.

Zekerheden zijn onafhankelijk van hun belang. Maar niet altijd juist. Zeventien maal zeven is honderdnegentien; toch geen priemgetal dus. Is het niet wat laat voor priemgetallen? Ik blijf mijn antwoord schuldig.

We zijn al weer veel verder. Ik kijk glazig naar Germaine tegenover mij, in de lift. Hé, we zijn in de lift. Dé Líft.

“Dick Maas, ne-gen-tien-drie-en-tach-tig. Ken uw klas-síe-kers,” mompel ik.

Germaine giechelt. Dat kon ze in negentiendrieëntachtig ook al heel goed. Was ze toen mooier? Doet dat er toe? James Brown ebt weg met de lift die omhoog beweegt.

Shall I take ‘em to the bridge?

Alright man, take ‘em to the bridge

Nooit gesnapt, die zin. Maar ze juichen nog steeds, de stakkers.

Germaine zegt iets, over Gérard. Even schiet die mooie droefheid terug in haar ogen. Ik knik traag, wankel en krijg een middelvinger nog net omhoog voordat ik mijn hand nodig heb tegen de liftwand.

“Fuck Gérard. Evenwicht. Balance.”

Ze knikt weer zo begrijpend, mooie Germaine. Ik weet dat ik onzin uitkraam.

“Heb ik je… versierd?” hoor ik mezelf vragen.

Ik schud zelf nee en hoor nog een giechel. Hij baant zich mooi een weg naar buiten als de liftdeur opent en handen mij plotseling vastpakken. Ze duwen me naar voren, langzaam maar doelgericht. Ze voelen goed, Germaines mooie handen. Haar voorheen trommelende vingers geleiden nu mijn onvaste tred. Slanke middelvingers duwen in mijn onderbuik. Zwarte nagels, weet ik nog. Ik denk dat ze nu wel kan voelen dat ik een stijve heb. Maakt niet uit.

Sleutel nummer honderdnegentien bereikt zijn doel en steekt zijn nimmer wijkende lid in het sleutelgat dat voor hem bestemd is. De seksualiteit van hang- en sluitwerk. Tot ziens Zjeeraar; het ga je goed. Mijn stijve wordt nadrukkelijker als haar hand er over glijdt. Stoute, mooie Germaine. Ik heb vast iets tegen haar gezegd want ze komt mee naar binnen. Zou mijn lid het vanavond af laten weten?

Ik voel pas dat ik op een bed zit als de plof in mijn oren resoneert en mijn lichaam naschudt. Traagheid – de ondraaglijke traagheid van het bestaan. Oh nee, dat was líchtheid. Maar die vent neukte ook aardig wat af: Tomás. Ken uw klassiekers.

Ook?

Ik heb helemaal niet zo heel veel geneukt in m’n leven. Germaine bijvoorbeeld nooit, al heb ik dat wel altijd gewild. Hartverscheurend graag. Tijd waaiert door elkaar. Mooie Germaine. Zjeeraar, je liep me altijd voor de voeten, ook vanavond weer. Maar deze keer ben je te lang wezen pissen.

“Zou er gerechtigheid zijn?” Mijn stem klinkt best vastberaden voor zo’n veel te late stelligheid.

Ze antwoordt niet, maar frommelt in haar tasje. Er komt een brief uit, die ze openvouwt en me aanreikt. Mijn ogen hebben moeite om de regels vast te houden. Kordaat proza. Smachtende liefdesverklaring. Keurig gedateerd: Amsterdam, 17 juli 1983. Zeventien zeven. Zeventien maal zeven is honderdnegentien.

Ik grijns verkrampt als ik de ondertekening lees.

“Van mij?”

Alsof ik dat niet wist.

Ze knikt en glijdt haar mooie lijf op mijn schoot. Nu moet ze ‘m toch voelen, mijn stijve. Twintig jaar, twee maanden en een dag nadat ík had gewild dat ze ‘m zou voelen. Of is het al middernacht geweest? Irrelevant. Dit steekt niet op een dag. Mijn handen voelen haar rug. Haar fijnbesnaarde geur weet door mijn adem van whisky te dringen, schijnbaar moeiteloos. Germaines geur; ik herken hem meteen. Mijn hart slaat ervan over, nog steeds. Ergens in mij was ie opgeslagen, pijnlijk precies.

“Waarom?”

Ze glimlacht. “Omdat het me leuk leek.”

“Leuk!? Moet je niet met Zjeeraar neuken dan?”

Haar frons is verbaasd. Mooie wenkbrauwen van mooie Germaine.

“Met Gérard? Hoe kom je dáár ineens bij?”

Verwarring, droge keel. Ze lijkt het aan te voelen en staat op om een glas water voor me te halen. Ik zie haar heupen wiegen, elegant en katachtig zelfverzekerd. Daar viel ik vroeger al op: niet alleen op dat ze mooi was, maar vooral op haar tred. Haar tred en haar geur.

“Wist je dan niet dat ik met Manfred ben getrouwd?”

Ze is alweer terug; er zitten gaten in mijn beleving. En in mijn feitenkennis.

“Man-fred, Man-fred Kor-vi-ni-us,” hoor ik mezelf prevelen. Hij was er niet bij vanavond.

Ik kijk haar aan als ik koel, helder water naar mijn lippen breng. The Sheperds, voor mijn tijd. Wat is voor mijn tijd en wat niet meer?

“Ik dacht dat je met Gérard was getrouwd. Daar neukte je toch altijd mee?”

Ze knikt vaagjes, niet helemaal op haar gemak met mijn whisky-directheid.

“Klopt, maar ik ben met Manfred getrouwd,” hoor ik haar hese stem zeggen. “En Manfred is dood.”

Schok. Haar ogen kijken minder bedroefd dan toen Zjeeraar niet terugkwam van het pissen.

“Oh.”

“Snelle carrière, snelle auto, langzame bocht, snelle dood.”

Haar woorden zijn emotieloos, haar vingers niet. Ze zit nu naast me en schurkt haar mooie lijf tegen het mijne.

“En daar gaan we het nu niet over hebben,” fluistert ze vastberaden.

“Nee.”

Godverdomme, Manfred de pijp uit.

Haar dichterbij komende geur spoelt hem uit mijn beeld. Onder haar kattenlijf knispert mijn brief als ze zich naar me toe draait. Mijn ode aan het onbereikbare verkreukelt nadrukkelijk terwijl ze zich aanbiedt aan mijn handen. Ik voel een rilling als ik de welvingen betast die mij twintig jaar geleden tot van pijn verwrongen smachten dreven. Zou Zjeeraar nog steeds tegen die pilaar hangen? Manfred is dood. Ik hoor haar zacht kreunend uitademen, mij bedwelmend met de geur die in mij geëtst bleek.

“Je hebt die brief meegenomen vanavond. Dus dit is allemaal vooropgezet?”

Germaine plande vroeger ook al alles. Zjeeraar neukte ze vast alleen maar omdat ze daar zin in had. Z’n verdiende loon, de lul. Waarom mij niet? Het daagt me nu plotseling; een vlaag van helderheid door mijn doffe roes. Manfred was een plan: die ging het maken, wist iedereen. Zjeeraar stelde nooit vragen; die neukte gewoon. Ikke wel. Mijn ode was de beste manier geweest om Germaine nooit te krijgen. Ik paste niet in haar plan. Dat had mijn van pijn krampende drang naar haar twintig jaar geleden niet verzonnen.

“Vind je toch niet erg hè?”

Haar stem is zwoel, en ze gebruikt haar lijf om mijn geilheid te ontwaken. Het lukt, maar ik ben wéér onderdeel van een plan. Germaines plan. Ik inhaleer de geur van haar hals, voel het ingehouden kronkelen van haar slanke heupen. Mijn pik klopt tegen haar soepele onderlichaam terwijl de adrenaline mijn geest wat lijkt op te klaren. Niet helemaal; whisky eist meedogenloze tol, al is ze denk ik wel de enige die na zoveel drank nog seksueel relevant leven in mijn kruis kan ontwaken. Maar ze ontwaakt meer.

Haar geur raakt me diep, kotst het onvervuld verlangen van lang geleden over haar onaangetaste schoonheid. Wrang contrast strijdt met onweerstaanbaar naderende geilheid. Manfred is dood. Aders in mijn lichaam kloppen door aanzwellende hoofdpijn mijn pik tot volle hardheid. Ik voel haar schaambeen schuren, haar borsten drukken uitdagend in mijn handen. Opnieuw haar geur, subtiel vermengd nu met wat nog veel heviger in mijn geheugen is gebeiteld: haar opwinding. De opwinding waar ik nooit deel van mocht zijn, maar die ze nooit kon verbergen als ze dicht bij me stond, uitleggend dat ze er “niet aan toe was.”

Manfred was het plan, met Zjeeraar werd plezier gemaakt. Ik inhaleer wat ik nooit mocht bezitten. De geur van de vrouw die mij deed trillen van verlangen. En ik huiver.

Terwijl haar hand vastberaden mijn gulp binnenglijdt, klopt mijn lul een doelloze wraak in mij omhoog. Ik zie haar ogen twinkelen, niets vermoedend van de gal die mijn benevelde geilheid bitter maakt. Ik weet niet waarom precies. Ik ben weer een plan. Teveel whisky stoot met mijn adem in haar gezicht. Ze heeft dit niet nodig, maar waarom doet ze het dan?

Mooie Germaine kirt als ik me op haar draai. Haar korte leren rokje glijdt moeiteloos omhoog als mijn hand tussen onze heupen graait. Haastig gris ik haar slipje naar beneden; het is al vochtig. Haar ogen ook als ze me aankijkt en heupschroevend om me vraagt. Even aarzelt haar blik, alsof ze iets merkt aan mij.

Mijn broek hangt niet meer dan half open als ik mijn planmatig opgewekte geilheid tussen haar benen pers. Er schiet een koude emotie door me heen als ik vrij resoluut bij haar binnendring. Ze slaakt een kort kreetje, koele Germaine, wanneer ze even verkrampt onder mijn plotseling stotende penetratie. Haar kut neemt me op en masseert mijn dwingende binnenkomst. Maar zo voelt het niet.

‘Omdat het me leuk leek.’ Haar stem herhaalt in mijn gedachten. Manfred is dood. Ik adem zwaar, steunend op mijn handen. Er pompt niet genoeg adrenaline om mijn whiskyroes te verdampen. Zeventien juli negentiendrieëtachtig. Ik staar naar de sleutel die op het nachtkastje ligt. Witte cijfers gestanst in een roodkoperen sleutelhanger: ‘119’.

Mijn stoten is zonder gevoel, koud. Mechanisch bijna dringt mijn pik twintig jaar te laat binnen bij de vrouw die mij tot waanzin toe afwees. Het lijkt even of haar kronkelen onzeker wordt, maar voorlopig interpreteert ze het harde pompen van mijn pik als door haar opgewekte lust. Haar dichtgeknepen ogen zien mijn ontluikende kilte niet.

‘Ik ben er echt niet aan toe, Tom.’ Haar stem was toen ook al hees. Die geveinsd bezorgde blik in haar ogen, haar geur van opwinding die ze nooit kon verbergen. Elk detail verschijnt weer op mijn netvlies. Ik kon altijd ruiken dat ze stond te liegen, mooie Germaine. Mijn neus was beter dan haar smoesjes. Godverdomme, Germaine! Vervreemdende lust stuwt samen met mijn kilte omhoog.

Ik grijp plotseling haar handen en klem ze stevig vast onder de mijne. Ik zie haar ogen opensperren. Opnieuw aarzeling, nu heviger. De bankschroef van mijn heupen drukt me diep bij haar naar binnen, maar ik blijf haar aankijken.

“Ik ben overigens ook getrouwd.”

De plotselinge toon van helderheid in mijn stem verrast mij ook. Ik kan alleen maar hijgend praten. Haar wimpers flutteren.

“Had je nog helemaal niet naar gevraagd, maar ik ben getrouwd ja. Je kent haar niet, maar ze is een geweldige meid. Monique.”

Ik zie haar aarzeling verschieten in angstige onzekerheid. Ze kronkelt onder mijn bankschroef, maar nu in een poging zich er onderuit te draaien. Mijn grijns wordt bitter als ik haar handen krachtiger in de matras druk.

“Twee kinderen hebben we, dochters. Bloedjes van grieten. Acht en vijf. De oudste heet Germaine trouwens.”

Mijn plotseling rammende pik stuwt de adem uit haar longen. Ik zie hoe ze mij probeert te peilen. Haar lichaam vecht, tevergeefs. Ben ik me bewust van mijn kracht?

“Ik heb Monique nooit iets over je verteld. Leek me niet zo nodig. Ik heb nooit iets met je gehad, toch? Dus ze weet ook niks van hoe de naam van mijn kleine meid me elke dag aan je herinnert. Grappig hè?”

Haar katachtige lichaam is soepel en sterk, maar onvoldoende om zich uit de ook voor mij onnatuurlijk ijzeren greep te bevrijden. Goeie jongen, die Tom. Drinkt wel eens iets te veel, maar heeft eigenlijk nog nooit naast de pot gepiest sinds Monique.

Tom is sterk, en dronken. Gevaarlijk. De macht van mijn spierkracht doet me harder huiveren, pompt meer adrenaline door me heen nu. Ik voel het kippenvel op mijn rug als ik opnieuw mijn wraakzuchtige pik in haar ram. Ze kreunt, vertrekt van pijn als mijn schaambeen tegen het hare beukt. De grimas van haar gezicht maakt me even weer iets helderder. Dit is doelloos, realiseer ik me, maar iets diep in mij schreeuwt dat dit moet.

“Het spijt me, Tom. Echt waar.”

Haar stem is niet meer hees.

“Laten we hiermee ophouden, Tom. Dit is niet zo’n goed idee bij nader inzien.”

Opnieuw gulpt een ademstoot uit haar longen.

“Argh! Je doet me pijn, Tom.”

Ik antwoord niet, maar blijf haar aankijken terwijl ik mijn pik naar binnen blijf persen. Minder dwingend nu, wat haar een beetje lijkt te ontspannen. Ik ben geen bruut, zelfs nu niet. Mooie Germaine leest mijn ogen. Ik zeg geen woord, maar laat ze het verhaal vertellen dat mij dit laat doen. Nog steeds knispert bij elke beweging mijn brief onder haar kronkelende lijf. Ik hoor het geluid dat mijn machteloos correcte woorden onder haar maken. Woorden waarmee een twintigjarige zijn gelijk meende te bewijzen; mijn nimmer beantwoorde gelijk. Het schreeuwen van mijn bloedend hart. Verkrampte schrijfsels waarmee ik haar koelte resoluut ging winnen. Toen ik ze teruglas, deden ze weer pijn. Nog steeds pijn. Pathetisch eigenlijk, dat me dat nog steeds zo dwars zit.

‘Grow up, man!’

Hoort dit bij mijn opgroeien? Een spervuur van woorden dwaalt vagelijk door mijn geest, ongeordend maar elk voor zich doel treffend. Doelloos, geur, wraak, Manfred, pilaar, kat. Ik sidder, maar pomp door, zij het met meer gevoel nu. Het voelt als een trauma dat met een trauma weggeblazen moet worden. Ik kijk diep in haar ogen. Snapt ze dit? Ze staart me aan, met berusting, alsof ze mijn verder opzwellende pik lijkt te accepteren. Haar ogen lezen verder en haar lichaam staakt haar verzet.

“Het spijt me, Tom, álles.”

Er verschijnt een traan in haar ogen. Ook het verzet van haar handen ebt weg. Ik knik heel even, zwaar ademend onder mijn naderende orgasme. Ik kan zien dat ze het voelt aankomen, en ze ondergaat het met diep in mij starende ogen. Mooie Germaine, zoveel mooier met bedroefde ogen. Cliché. Vroeger cliché, nu cliché. Zij en ik, allebei. Ik voel walging als mijn lichaam autonoom zijn seksuele prikkels volgt.

Ze schokt lichtjes als ik zonder emotie klaarkom; haar ogen knijpen even dicht als mijn zaad bij haar binnenstroomt. Een licht trillen van haar binnenste dijen. Starende ogen houden vol. Het voelt niet vreemd dat we elkaar blijven aankijken, integendeel. Er zit een woordeloze noodzaak in dit moment. Op een bitterwrange manier vervloeit zelfs de koudheid van mijn orgasme in een merkwaardige intimiteit. Haar ogen zijn nog steeds vochtig, en ik buk voorover om ze droog te kussen. Ze glimlacht heel vaag, en knippert snel met haar ogen als ze me onderzoekend aanstaart.

“Oh Tom, dit wist ik allemaal niet. Als ik…”

Ik druk een vinger op haar lippen. ‘Geen woorden nu, spaar me je woorden,’ roepen mijn ogen haar woordeloos toe. Ze weet het; haar knik is berustend. Mijn hart bloedt een pijn van jaren uit mijn lijf als ik haar aankijk.

Het was goed om de schreeuw te volgen. Ik ben nu bijna helder en mijn gebrek aan diepe schaamte verbaast me. Goeie jongen, die Tom; altijd geweest.

Schaamte welt heel even op als ik kijk hoe ik me uit haar terugtrek. Kleverige draden van de vermenging van mijn sperma en haar geil worden zwijgend langer, tot ze geluidloos breken en tegen onze lichamen terugspatten. We krijgen allebei ons deel van het fysieke einde van onze vereniging. Ik aanschouw de stille pathetiek van een brekend draadje geil, dan draai ik van haar af en ga op mijn rug op het bed liggen. Mijn vermoeide en wazige blik volgt een ophijsend slipje, verdwijnende krulletjes die ik nooit eerder zag, heupen die opstaan.

Traag verbaasd zie ik haar naar het raam lopen. Ze zet het wijd open en komt dan teruglopen.

“Frisse lucht zal je goed doen. Je moet ook even een paar glazen water drinken, anders heb je morgen knallende koppijn.”

Ik heb haar nog nooit bezorgd om mij gezien, en haar blik ontroert me heel even. Vanuit het open raam waaien de klanken binnen van de muziek beneden, The Eagles.

Terwijl ze een zachte handpalm over mijn wang strijkt en zonder iets te zeggen bukt om mijn voorhoofd te kussen, klinkt een klaaglijke Don Henley door de opkomende kilte van de nacht.

That it wasn’t really waste-hed time…

Ze neemt geen afscheid, niet met woorden. De deur klikt zachtjes in het slot als ik mijn ogen sluit. Manfred is dood. Een draaiende maag wringt door een merkwaardige loutering. Germaines betraande ogen branden in mijn netvlies. Zachtjes vervaagt Don Henley als ik wegdrijf in de diepe zwartheid.

PaulX 2004

Alle werken van: PaulX

Fijn verhaal 
+2

Reacties  

Herinneringen aan de middelbare school, inclusief de muziek van toen, een onbeantwoorde jeugdliefde, de etter van de klas en iets teveel whisky. Samen vormen dit de ingrediënten voor een weergaloos verhaal. Een klassieker wat mij betreft :lol: