Lift

Informatie
Geschreven door rudi
Geplaatst op 11 augustus 2019
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 2
2237 woorden | Leestijd 12 minuten

De deur schoof open. 
De deur schoof dicht.
Ik was niet alleen. In de hoek stond een kortgeknipte vrouw in maatpak en met een zwartleren aktetas. Ze slaagde er moeiteloos in om doeltreffendheid, zakelijkheid en nuchterheid uit te stralen. Om dat imago te doorkruisen stelde ik me voor dat ze erg heet was. Ik bracht haar onder bij het advocatenkantoor dat zich op de allerhoogste verdieping bevond. Ze was nog geen dertig en toch was ze al grijs, niet omdat de verantwoordelijkheid zoveel zorgen meebracht maar doordat ze haar haren grijs had geverfd om die te doen passen bij het lichtgrijze streepje van haar kostuum. Meer dan de snit en de stof van haar pak toonde dat me dat ze stijl had. En evenmin liet ze me vergeten ze dat ze vrouw was. Die vrouwelijkheid zinderde in de hoge hakken, de eveneens grijs geverfde teennagels en de insnijding van haar borsten in de openstaande hemdkraag. Met nog meer ijver wilde ik dat ze heet was.  

‘Heb je ook overuren geklopt?’ trachtte ik aan te meren. 
Ze nam niet eens de moeite om te antwoorden, maar keek verveeld op haar polshorloge alsof de lift daarmee sneller naar beneden zou gaan en haar van mijn gezelschap verlossen. 
En toen viel de lift stil.
En toen viel het licht uit.
‘Verdomme’, vloekte ze haar kille imago aan diggelen. 

Het deed me kortstondig grinniken van leedvermaak. Waar maakte ze zich druk om? Het noodsysteem zou binnen enkele tellen toch in werking treden. Maar dat gebeurde niet. Met moeite onderdrukte ik zelf een vloek en de plots opkomende bezorgdheid. Mijn mobieltje opdiepend zocht ik het nummer van de liftmaatschappij door het karige licht van het schermpje op de wand te richten.  Gelukkig deed de telefoon het nog. 

‘Het spijt ons’, zei een mannenstem aan de andere kant. ‘Er is een stroomonderbreking in de hele stad. Ook bij ons. En u bent helaas niet de eerste die belt omdat hij vastzit in een lift. Ik kan u alleen maar vragen om geduld te oefenen. Ik vrees dat de wachttijd zal oplopen tot drie uur.’ 
Onmiddellijk was het alsof ik minder lucht voelde in de kooi. Nog voor ik mijn ongenoegen had kunnen ventileren, werd de verbinding verbroken.
‘En?’, vroeg ze na enkele tellen, hoorbaar geërgerd dat ik haar de informatie niet ongevraagd verschafte. Ik vertelde haar het slechte nieuws.
‘Drie uur. Dit kan toch niet waar zijn?’ 

Daarna zweeg ze, alsof ze er spijt van had dat ze zich verplicht had gezien met me te praten. Mijn ogen waren ondertussen al genoeg gewend aan het duister om te zien dat ze papieren en laptop uit haar aktetas haalde, die laatste op de vloer legde om er op te gaan zitten en de schootcomputer vervolgens in te schakelen. Meteen was het een stuk minder donker in de kooi. Ik bleef rechtstaan en keek onvermijdelijk op haar neer, terwijl ik de indruk probeerde te vermijden dat ik naar haar staarde. Ze begon te werken, maar kon niet verbergen dat haar gezicht steeds bezorgder ging staan naarmate de tijd verstreek. 

‘Denk je dat er genoeg lucht is?’ verbrak ze de stilte uiteindelijk.
‘Maak je geen zorgen. Die liftkooi is niet luchtdicht hoor.’
Ik zei het evenzeer om mezelf als om haar gerust te stellen. Tegelijk trachtte ik mijn angst voor gesloten ruimtes te onderdrukken. Ook ik had mijn fierheid en wou deze vrouw, die mij duidelijk verachtte, mijn angsten niet tonen. 

Op mijn beurt was ik gaan zitten, op mijn krant. Een kwart uur ging voorbij. 
‘Dit is zo vernederend’, zei ze uiteindelijk. ‘Ik houd het niet meer uit. Ik moet dringend plassen.’ Onmiddellijk verging mijn dorst. Aan haar gelaatsuitdrukking zag ik dat haar schaamte nog groter was omdat ze me misprees. 
‘Ik draai me wel om. En je kunt mijn krant gebruiken.’ 
Reeds was ik overeind gekomen en in de hoek gaan staan. Ik hoorde hoe ze haar schoenen en haar broek uitdeed, hoe ze haar slip langs haar benen omlaag stroopte en tenslotte hoorde ik haar in een forse straal piesen en haar plas tegen de metalen vloer ruisen.

Ik wachtte tot ze de krant er over heen had gelegd en draaide me dan om. Een dank je kreeg ik niet van haar. Integendeel. 
‘Kijk me niet aan. Ik hoop dat ik jou nooit van mijn leven nog zie.’
Door het spel van licht en schaduw leek haar gezicht nog hatelijker dan het al stond. Ik zei niets, ook niet toen ze de penetrante geur van urine probeerde te verstuiven met haar dure parfum. De stank werd er alleen maar erger door.

Er ging nog een kwartier voorbij. Hoewel de elektriciteit afgesprongen was, had ik het toch verschrikkelijk warm gekregen, en ondanks mijn sussende woorden van daarstraks was de lucht ontegensprekelijk schraler geworden. Ik zweette angst en ik zweette hitte. Toch durfde ik zelfs mijn werkjas niet uit te trekken. 
Tot zij zei: ‘Het is hier om te stikken. Draai je weg.’
Ik ging met mijn rug naar haar toe zitten en hoorde hoe ze haar jas uitdeed, haar bloes losknoopte en daarna ook de broek uittrok. Zelf voelde ik me nu ook vrij om me ook tot op mijn slip uit te kleden. 
Nauwelijks had ik echter mijn jas uit of ze zei: ‘Wat denk jij dat jij doet?’
Ik schoot uit. 
‘Ik heb er schoon genoeg van. Ik voel wel dat ik niet tot jouw klasse behoor en jij enkel met me praat omdat we samen in deze lift gevangen zitten, maar ik zal verdomd zijn als ik omwille van jou zal creperen van de hitte.’ 

Ik had me naar haar toegedraaid terwijl ik het zei en kleedde me verder uit tot op mijn slip alsof ik haar uitdaagde om zelf weg te kijken. Dat deed ze niet. Zelf keek ik natuurlijk ook naar haar. De donkere stof van haar pak had het enigszins gecamoufleerd, maar nu zag ik dat ze zware borsten had. Ondanks de situatie voelde ik dat ik een erectie kreeg, die haar onmogelijk kon ontgaan in mijn losse boxer. 

Wat ik in haar ogen zag was echter geen geschoktheid, laat staan begeerte, maar angst en tegelijk ook het overweldigende verlangen om die angst te vergeten. 
‘Vergeef me. Het is gewoonweg dat ik schrik heb. Ik weet dat het belachelijk is, maar ik heb zo een schrik.’ 
Haar angst te kunnen toegeven en onder woorden te brengen luchtte haar op, maar zwengelde die tezelfdertijd ook aan. Haar stem werd paniekeriger en brak zelfs.
‘Ik heb schrik’, zei ze paniekerig. “Het is alsof ik bijna geen adem meer krijg. Ik wil niet doodgaan in die stomme lift. Ik wil niet. Ik wil niet.’ 
Ik voelde hoe haar angst mij meesleepte. Ook ik wou vergeten. In haar ogen las ik hoe.

Ik trok mijn slip uit. Mijn geslacht was immens. De angst had me groter gemaakt dan de begeerte ooit zou vermogen. Neuken was inderdaad de enige manier om die irrationele angst te vergeten. Enkel in haar kon ik vergeten. 
‘Oh god ja. Neuk me. Neuk me alsjeblieft. Als ik dan toch moet sterven dan zo. Neuk me! Ik ben zo bang, zo vreselijk bang. Neuk me.'
Het klonk tegelijk angstig, bevelend, smekend en bezwerend. Ik zakte naast haar door mijn knieën. Ogenblikkelijk drong ze tegen me aan en plette ze haar mond tegen de mijne, me wanhopig zoenend, terwijl een dij de druk van mijn geslacht opzocht. Met een hand ging ik naar beneden en sjorde haar slip over haar bekken; mijn andere hand maakte het haakje van haar bh los. Het gevoel van die blote borsten tegen mijn naakte vel was overweldigend.
'Neuk me’, hijgde ze in mijn gezicht. 

Reeds liet ze zich achterwaarts op haar rug zakken en trok me boven op zich. Ze kon niet wachten om me in zich te hebben. Ik kon niet wachten om in haar te zijn. Haar hand greep naar mijn gezwollen geslacht en zonder verdere inleiding leidde ze me in zich. Maar zelfs nu vergat de ervaring zichzelf niet want nog terwijl ik in haar drong kneedde de geoefende spier van haar kut mijn pik.  

En in die kleine ruimte, in de bedorven geworden lucht, in de stank van haar urine en haar zweet, in de ruikbare uitscheiding van angst, neukte ik haar. De zucht om haar angst te verdringen maakte haar verschrikkelijk hitsig. Hoe hard ik het haar ook gaf, toch roffelden haar vuisten onvermoeibaar op mijn rug en schouders of duwde ze me op de billen omdat ik nooit hard en diep genoeg kon. Met een behendige heupzwaai draaide ze de rollen om, kwam boven op me zitten zonder mijn pik uit zich te laten ontsnappen, om me dan zonder onderbreking te gaan berijden als een helleveeg. Haar tieten waren angstaanjagend zoals ze tegen haar bovenlichaam aan kletsten terwijl de rasp van haar kut in niets ontziende haat van vlees tegen vlees onophoudelijk langs mijn pik schaafde tot die nog slechts een rauwe zenuw was.

Maar ook haar eigen razernij schoot tekort. Ze kwam van mijn zere pik en mijn zere kloten af en ging op handen en voeten zitten, haar gezicht over haar schouder naar me toe gedraaid. Ze keek me radeloos aan. 
‘Maar neuk me dan toch eindelijk.’
Ze huilde haast. Ik ging achter haar knielen en schoof mijn pik in haar kut. Dierlijk gromde ze. Ik nam haar bij haar middel, mijn duimen tegen elkaar in de groef van haar ruggengraat en nam haar met een intensiteit die ik in de liefde nooit zou aangedurfd hebben, maar in de angst voor de dood wel. Het vlees van haar billen huiverde onder de huid telkens als ik in haar ging, en bij elke stoot trilde haar gegrom en gekreun alsof het vanuit de echokamer van haar kut voortplantte naar haar stembanden. 

Zowel haar anus als haar ogen staarden me obsederend aan terwijl ik haar neukte. De pupillen verduisterden zich tot het aller diepste zwart alsof zij het waren die al het licht in de lift hadden weggezogen. 
‘Ooooooo’.
De kreet van haar orgasme klonk als een doodsreutel, en de geboorteweeën van haar climax waren als stuiptrekkingen toen ze kwam en ik mijn angstzaad in haar spoot. 

Duizelig trok ik me terug en liet me op mijn rug vallen. Zij kwam tegen me aanliggen, haar bovenlichaam over het mijne, allebei drijfnat van de inspanning, allebei uitgeput. En in die houding vonden we eindelijk vergetelheid. In de slaap.  
Tot we gewekt werden door het licht dat aanging en de lift die zich opnieuw in gang zette. Blijkbaar was de stroompanne hersteld. Verward en gedesoriënteerd kwamen we overeind, elkaar aankijkend alsof we in elkanders ogen uitleg zochten voor wat er was gebeurd. Ik kon haar gezicht niet lezen. Had ze er spijt van dat ze me haar achteraf ongerechtvaardigde angst had getoond, dat ze zich door mij had laten neuken? Neen, dat ze me zelfs had gesmeekt om haar te neuken?

Ze keek naar haar polshorloge, alsof ze daar rechtvaardiging zocht. Toen ik haar zag schrikken, keek ik naar mijn eigen uurwerk. Meteen begreep ik haar reactie. Nauwelijks een uur, nauwelijks zestig minuten waren er verstreken sinds we in de lift waren gestapt. Zestig minuten voor begeerte, voor minachting, voor schaamte, voor doodsangst en voor seks. Zozeer had de angst haar en mij elk tijdbesef doen vergeten.  

De lift stopte op het niveau van de parkeergarage. De deur schoof open. We graaiden allebei onze kleren en alle spullen en stapten uit. De deur schoof dicht. We kleedden ons stilzwijgend aan, zonder elkaar verder aan te kijken en gingen elk ons weegs, zonder verder een woord te wisselen.  

In de weken die volgden liep ik haar nooit meer tegen het lijf. Verwonderlijk was dat niet. Ik was haar ook tevoren nooit tegen gekomen, vermoedelijk omdat we er andere begin- en einduren op nahielde; ik vroeg, zij laat. Natuurlijk wist ik waar ze werkte. Maar wat had het voor zin dat ik haar op zou zoeken op kantoor? Door het incident waren mijn kansen om iemand als haar te verleiden enkel maar geslonken. Ik wist toch wel zeker dat zij wilde verdringen wat er gebeurd was die dag. Het kon niet anders of zij schaamde zich dood dat de angst haar op nauwelijks een uur tijd had getoond dat haar zelfverzekerdheid slechts illusie was. Haar zelfbeeld eiste dat ze dit vergat, terwijl ik de levende herinnering was. 

Het gebeurde weer op een zaterdag. De deur van de lift open schoof open. Daar stond ze, gekleed en gekapt alsof ze wou vergeten of al vergeten was. Haar haren waren nog steeds kortgeknipt, maar in plaats van grijs waren ze nu in een fel oranje geverfd, dat de sinaasappelkleur van het diep op de borsten ingesneden zomerjurkje deed verbleken. Zij schrok merkbaar toen ze me zag, in mijn werkplunje, ditmaal een donkerblauwe overal, moersleutels en schroevendraaiers in de opgestikte beenzakken. Ik behoorde zichtbaar niet tot haar klasse. 

Schaamte of een minderwaardigheidsgevoel waren echter niet de reden dat ik niet instapte. Niet alleen wou ik haar de verlegenheid van de herinnering besparen, maar bovenal wilde ik dat ze zich duidelijk realiseerde dat dit mijn beweegreden was. Ik vraag me nog steeds af of dat de reden was dat ze zei: ‘Doe niet belachelijk. Stap in.’  

Dat deed ik, zweetgeur en al. 
De lift zette zich in gang.
En toen drukte ze op de “STOP” knop.

© Rudi

Alle verhalen van: rudi

Fijn verhaal 
+6

Reacties  

Dat die "Stap in" er zat aan te komen was mij snel duidelijk, maar niet getreurt, dit is gewoonweg een leuk verhaaltje
Leuk uitgewerkt verhaal al kon ik mij niet bepaald met de twee hoofdpersonen vereenzelvigen.