Den Haag voor Calcutta

Informatie
Geschreven door Vanille
Geplaatst op 19 juli 2020
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 2
1257 woorden | Leestijd 7 minuten

Onlangs trad ik als penningmeester toe tot het bestuur van Den Haag voor Calcutta, een ideële stichting voor de allerarmsten in deze miljoenenstad in India. Het was wel eens tijd dat ik iets goeds ging doen voor de behoeftige medemens op deze aardkloot. Het bestuur bestond naast mezelf uit voorzitter en pensionado Carla Beekmans en Grietje Perlmann, de secretaris. Carla had connecties in Calcutta en kon zodoende gerichte geldinzamelingsacties op touw zetten. We vergaderden één keer per maand bij Carla thuis die een kapitaal huis bewoonde aan de Laan van Meerdervoort.

De vergaderingen waren informeel, gezellig vaak, en het gaf een goed gevoel om acties op poten te zetten om mensen te helpen in erbarmelijke omstandigheden. De toestand in de sloppenwijken van Calcutta was echt onvoorstelbaar: geen drinkwater, geen riolering, ziektes alom, uitbuiting, kinderarbeid, you name it aan ellende en je vond het er. Met ons stichtinkje konden we natuurlijk nog geen deuk in een pakje boter slaan, het was een en al druppels op gloeiende platen, maar niets doen was ook geen optie.

Eigenlijk was het zo dat Grietje en ik wat hand- en spandiensten verrichtten in de marge. Carla was echt de drijvende kracht achter de stichting, zij maakte het verschil. Door haar toedoen wisten we duizenden euro’s uit voornamelijk Haagse portefeuilles te ontfutselen, zodat er in Calcutta waterpompen konden worden aangelegd of schoolgebouwtjes neergezet. Grietje maakte lange notulen en ik telde op en trok af om tot een mooie balans te komen.

Grietje was iets ouder dan ik. Een knappe vrouw, verzorgd gekleed, schitterend grijs haar, minuscule rimpeltjes rond ogen en lippen en vaak een glunderende lach op haar gezicht. Tijdens de vergaderingen hadden we blikken van verstandhouding als Carla iets te fanatiek te keer ging. Ja ja, dachten we dan, jij bent pensionado, Carla, ga gerust je gang, wij zijn morgen druk bezig ons brood te verdienen als jij aansluit bij de lunch van de Rotary.

Tijdens iedere vergadering moesten Grietje en ik een lach onderdrukken als Carla de plaatsnaam Calcutta in de mond nam. Ze had een rustige manier van spreken en articuleerde nadrukkelijk per lettergreep. Bij Calcutta resulteerde dat in een nadrukkelijke ‘cut’ die in de sjieke inrichting van haar woning rond zoemde als een vloek.
‘Welkom op de vergadering van Den Haag voor Cal-cut-ta,’ zei Carla dan bijvoorbeeld. En dan keken Grietje en ik elkaar even met pretoogjes aan. We mochten dan een eind in de veertig zijn, we hadden nog steeds puberale neigingen.

Op de fiets terug naar huis - Grietje woonde op mijn route - hadden we lol om dat gecut van Carla.
‘Altijd nog beter dan gelul,’ zei ik. Grietje gierde het uit.
‘Gelukkig heten we niet Den Haag voor Cal-lul-la,’ deed ik er nog een schepje bovenop.
‘Hou op, hou op, Tjeerd, anders zeik ik in mijn onderbroek,’ hapte Grietje naar adem.
Het klonk ordinair wat ze zei, maar wel lekker ordinair. Mevrouw de secretaris bleek haar ordi-kantje te hebben. Dat verbaasde me, ze leek zo’n keurige Haagse dame, maar ondertussen.

Op een van die keren op de fiets vroeg ze of ik even binnenkwam. Gewoon gezellig een glaasje drinken. Ze had een twaalf jaar oude port staan. Die moest een keer open. Ik hield van port, dus wat betreft was er geen aarzeling. Onwillekeurig moest ik even aan mijn echtgenote en mijn twee dochtertjes denken toen ik Grietje naar binnen volgde. Er was niks aan de hand natuurlijk, ik ging wat port drinken, maar toch. Ik dronk niet vaak port met een dame die ik niet zo goed kende, en het voelde alsof ik me op onbekend maar uitdagend terrein begaf. Ik wist dat ze gescheiden was.

De port was ongelooflijk lekker en dat was ook de strekking van de gedachte die ik had over Grietje: ongelooflijk lekker. Maar dat was, omdat die port er nogal inhakte. Mijn god, wat een heavy stuff. Je zou kunnen stellen dat de alcohol in eerste instantie mijn blik verhelderde. Ik had zelden zo scherp gezien als in de woonkamer van Grietje. Haar moderne inrichting met enorme loungebank, designlampen, schilderijen en beelden - over alles scheen nagedacht te zijn - was indrukwekkend. Was dat een echte Gauguin? Onzin natuurlijk, maar dat daar, achter Grietjes knappe grijze koppie, was toch echt een Picasso.

Het mooiste kunstwerk was Grietje zelf. Nu de schil van secretaris van haar af viel, bleef er een schitterende vrouw over waarnaar je steeds bleef kijken. Ikke wel tenminste, hoewel mijn vrouw in mijn achterhoofd siste dat ik daar subiet mee op moest houden. Maar met Grietje tegenover me en die port in mijn glas en bloed ontaardde ik in een ongehoorzame jongen. Het was ook gewoon niet te doen, de andere kant op kijken, Grietje was een genot om te zien.

We dronken, lachten, praatten, lachten, lachten nog eens, dronken en schoven iets naar elkaar toe. (Weg! Weg daar, riep mijn vrouw.) Grietje had haar lange slanke lijf verpakt ik een strakke donkerrode jurk. Een portjurk, dacht ik. Haar schoonheid verwarde me. Hoewel ik een kletser en grappenmaker ben, viel ik steeds vaker stil. Ik slurpte mijn port naar binnen. Grietje pakte meteen de fles weer op.
‘Nog eentje, Tjeerd?’ Het antwoord had natuurlijk nee moeten luiden, want mijn zicht raakte al aardig vertroebeld. Zo scherp als ik eerst zag, zo wazig was het na glas vier. Of vijf. Was de bodem van de fles al in zicht? Ze voerde me dronken die sloerie.

‘Sloerie,’ zei ik.
Grietje sloeg dubbel van het lachen. ‘Sloerie, wie ik? Dat heeft nog nooit iemand tegen me gezegd. Geile pik.’
Nu was het mijn beurt om te lachen. Jeeeezus, wat een wijf.
‘Kutwijf!’
‘Rukker!’
‘Stoephoer!’
‘Droogkloot!’
‘Mevrouw de secretaris!’
'Penningmeester!’

Opeens was ze verdwenen. Haar glas was leeg, de mijne bijna. Ik sloeg de inhoud achterover alsof het limonade was. Ik boerde achter mijn hand. Waar was ze, die wandelende tietententoonstelling.
‘Hé, kutje, ik kom je pakken!’ schreeuwde ik door de kamer.
‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet pakken!’ hoorde ik in de verte. En je kunt veel tegen me zeggen, alles bijna, maar je moet me niet uitdagen. Niet als ik je geil vind en zes glazen port op heb. Dan ben ik tot alles in staat.

Ik vond haar op de overloop. Ze droeg zo’n gladde onderjurk. Haar ondergoed scheen er doorheen. De kamer waar ze in ging moest haar slaapkamer zijn. Er stond een enorm tweepersoonsbed met een teruggeslagen dekbed. Bloemetjesmotief op de dekbedhoes. Monet denk, of Manet, kan ook. Ik zag haar naakt onder het dekbed schuiven, het roze van haar huid, het zwarte haar tussen haar benen, de borsten zwaar, gevuld met port of een ander versuffend drankje.

Toen ik net zo bloot als zij was, maar dan de mannelijke variant, achter haar rug en kont kroop, mijn hand over haar bevallige heup liet glijden, haar borst voelde, haar rasperige schaamhaar, haar warme schaamlippen, toen kwam nog één keer mijn vrouw voorbij. (Ben jij nou helemaal gek geworden! schreeuwde ze. Ga je alles weggooien vanwege deze sloerie?) Maar alcohol of niet, mijn erectie stond, en the point of no return was ik allang gepasseerd.

Op het nachtkastje stond een wekker die vijf voor twaalf aangaf. De laatste non-verbale waarschuwing van mijn vrouw die ik moest negeren. Ik trok Grietje tegen me aan, mijn handen op haar kolossale borsten.
‘Den Haag voor Cal-cut-ta’, mompelde ik. Bij de tweede lettergreep van die stad was het al raak. Alsof ik mijn pik in een stroperig glas warme port duwde.

Alle verhalen van: Vanille

Fijn verhaal 
+4

Reacties  

Is warme port stroperig? Ach, doet er niet toe. Je verhaal staat als een huis!
Prachtig, je laat je schrijftalent weer schitteren.