Weerzien

Informatie
Geschreven door Miel
Geplaatst op 02 augustus 2020
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 1
2177 woorden | Leestijd 11 minuten

Het was halfnegen in de ochtend en toen ik aanbelde hoorde ik het zachte rinkelen van de bel ergens achter in het huisje. Het duurde even voor de deur voorzichtig open ging. Ze stak alleen haar hoofd om de hoek van de deur. Haar lange blonde haren waren nog niet vastgemaakt en ze moest een sliert met haar hand opzij houden omdat ze haar hoofd scheef hield. Het duurde een paar seconden en toen trok een blik van verbazing over haar gezicht.
“Jij?” vroeg ze meer dan ze constateerde. “Dat is lang geleden.”
Ze keek me in opperste verbazing aan terwijl ik schaapachtig voor de deur stond.
“Ik ben nog niet gekleed, wat kom je doen? Je had even moeten bellen.”
Verlegen stond ik te glimlachen terwijl een brok in mijn keel schoot en ik door de spanning geen woord kon uitbrengen. Mijn hart bonkte en mijn hoofd leek te barsten.

Ze stond bewegingloos met nog steeds de deur in haar hand. De andere hand, die het haar uit haar ogen moest houden, zweefde onbeweeglijk naast haar hoofd.
“Ik was toevallig in de buurt,” piepte ik schor van de spanning. De wekenlange spanning en slapeloze nachten verloochenend die ik had doorgemaakt voor ik uiteindelijk de stap had genomen om haar op te zoeken.
“Ik moet me nog aankleden,” sprak ze aarzelend terwijl we waarschijnlijk beiden dachten aan de tijd dat een onvoltooid ochtend toilet voor haar eerder een aansporing was om me binnen te laten dan een argument om dat niet te doen.

 “Ik zal even rond wandelen, dan heb je de tijd,” bood ik aan.
Tot mijn teleurstelling accepteerde ze dat en voegde er aan toe dat ze in tien minuten klaar zou zijn.
“Tot straks dan” en met die woorden draaide ik me om.
De deur werd aarzelend dicht gedaan. Een zachte klik verried de twijfel waar ze aan ten prooi was gevallen door mijn onverwachte bezoek. Ik beende het korte tuinpaadje af en trok een roestig tuinhekje achter me dicht. Het bleef half open hangen omdat de klink was vastgeroest. Tussen de tuinen van de andere huisjes door wandelde ik in de zachte zomerlucht. De bladeren aan de heesters en ook het gras was nat. De hoog opgeschoten bloemen in de tuinen en langs het pad stonden met gebogen hoofden. Zwaar van de regen, hun stengels en bladeren lagen schots en scheef door elkaar. Straks als de zon hen zou drogen zouden ze weer krachtig en fier rechtop staan.

Mijn gedachten dreven terug naar vroeger tijden. Was het werkelijk al vijftien, nee, veertien jaren geleden dat we elkaar voor het laatst hadden gesproken? Dat waren hectische tijden geweest. Niet voor haar, maar wel voor mij. Zij had mij binnen gehaald als een eerlijk verworven trofee. Voor enige tijd had ik me kunnen verheugen in de onverdeelde aandacht van een alleenstaande zorgzame vrouw, in de bloei van haar leven. Natuurlijk was het allemaal op een crisis uitgelopen. Is er ooit een overspelige relatie niet op een crisis uitgeloopt? Toch had ik geen spijt van alles wat toen plaats vond. En hoe langer het geleden was, hoe meer die gebeurtenissen hun plaats innamen bij alle andere goede herinneringen uit mijn leven. Daarom was ik ook langzaam aan naar deze ontmoeting toe gegroeid. De gedachten aan vroeger hielden me steeds meer bezig en steeds vaker vroeg ik me af hoe het zou zijn als we elkaar weer zouden zien. Mijn aarzeling om te bellen en het contact te vernieuwen was het gevolg van mijn vrees om een blauwtje te lopen.

Stel nou eens, dat ze niet geïnteresseerd was in verdere contacten. Misschien was ze wel ziek of erger. Misschien woonde ze samen met een vriend en had ze alles vergeten of weggeborgen. Toch geloofde ik rotsvast dat ze net zo vaak aan mij dacht als ik dat aan haar deed. Waarom zouden anders plotseling zonder enige aanleiding mijn gedachten in haar richting gaan? Ik schopte een steentje voor me uit en wandelde peinzend over het vochtige, zanderige pad.

Het was stil in het wijkje, de meeste huisjes werden, óf alleen in het weekeinde bewoond, óf alleen door mensen die ook gedurende de weekdagen tijd hadden om er te verblijven. Toen ik langs het rondlopende pad weer terug was bij haar huis dacht ik dat er wel voldoende tijd verstreken was om opnieuw aan te bellen. Ik duwde de takken van de jasmijn opzij en liep het paadje op. Naast de voordeur was de badkamer wist ik me te herinneren. Toen ik belde hoorde ik dat er iets werd neergelegd op het porselein van de wastafel. Een kam, haar parfumflesje, een potje gezichtscrème? Wat hadden we vroeger gelachen om de toepassingen die we wisten te vinden voor gezichtscrème.

Ze deed de deur open en was gekleed in een rok en witte blouse.
“Hallo, zijn de tien minuten voorbij?” vroeg ik opgewekt.
“Wat kom je eigenlijk doen?” vroeg ze opnieuw.
Ik was stil, in mijn gedachten speelden de voorstellingen die mij slapeloze nachten hadden bezorgd. Ik dacht aan mijn dromen over een gepassioneerde omhelzing die ons weer bij elkaar zou brengen. Niets van dat alles vond plaats. Ze ging me voor naar de woonkamer en trok in het voorbijgaan de deur naar de slaapkamer goed in het slot. De klik die ik hoorde was veelbetekenend. Geen slaapkamer voor mij dus, dacht ik.

“Koffie?”
Zonder mijn antwoord af te wachten vulde ze de ketel en zette hem op het gas. Ze ging verder met koffie zetten zonder iets te zeggen. Ik had me voorgesteld dat ik bij die bezigheden mijn armen rond haar lichaam zou slaan en haar tegen me aan zou trekken. In plaats daarvan stond ik midden in de kamer en keek rond. Niet veel veranderd, dacht ik, een beetje meer meubels. Veel kon ik me van het interieur trouwens toch niet herinneren. Behalve dat ik een boek in de slaapkamer op een plank had laten liggen. Zou het er nog liggen? Ik schatte van niet.

Het bleef stil terwijl ze bezig was met de koffie en kopjes.
“Ik heb geen suiker in huis want zelf gebruik ik nooit suiker."
“Dat hindert niet, ik drink net zo vaak koffie met suiker als zonder suiker. Het hangt van mijn stemming af.”
Ik was blij dat ik een onderwerp had om de stilte te breken.
“Trouwens suiker is niet zo gezond als je ouder wordt,” bazelde ik verder.
Ik schrok, misschien vond ze het niet leuk om herinnerd te worden aan de vele jaren die verstreken waren sinds we in elkanders armen lagen.

Plotseling draaide ze zich om en keek me strak aan.
“Wat.. kom je doen?” vroeg ze nadrukkelijk.
Ik verschoot van kleur en sloeg verlegen mijn ogen neer. “Ik wilde je weer eens zien en d...”
Bruusk kapte ze mijn zin af. “Wat wil je?”
“Ik wilde…”
Weer viel ze me in de reden. “Lieg nou eens een keer niet, zeg me wat je wil.”
Ik raakte in paniek, dit was niet wat ik me had voor gesteld. Mijn gedachten snelden, geen mogelijkheid om haar of mezelf om de tuin te leiden. Wat ik wilde was egoïstisch, ondoordacht en infantiel, realiseerde ik me plotseling. Wat ik wilde was een trip terug in de tijd. Wilde ik werkelijk mijn jeugd terug?

Opeens begreep ik de zin van het leven. In dit korte moment werd ik door haar met mijn neus op de feiten gedrukt. Zo zit een mens dus in elkaar. Ze stond nog steeds op mijn antwoord te wachten. En ik voelde me weg zinken in een moeras van leugens en toneelspel. Ik realiseerde me dat ik haar niets te bieden had. Ons beider leven was aan de laatste fase begonnen. Wat kon ik haar bieden? Niets. Wat kon ze mij geven? Vooropgesteld dat ze bereid was iets te geven. Ze was, net als ik, vijftien jaar ouder, menopauze achter de rug. Passie leidde niet langer onze beslissingen.

Kille berekening probeerde vast te stellen hoe we zo lang mogelijk in leven konden blijven zonder ten onder te gaan in de vergetelheid die ons allen te wachten staat. Dat alles werd in dat ene moment zonneklaar door haar nadrukkelijk gestelde vraag.
“Ik dacht aan vroeger,” zei ik beduusd.
Ze keek me aan. “Je droomt nog steeds, is het niet? Leren jullie mannen het dan nooit?”
Ze schudde vertwijfeld haar hoofd alsof ze het allemaal niet begreep. Plotseling draaide ze het gas uit onder de ketel en liep de kamer uit.
“Kom,” zei ze.
Ze trapte haar schoenen uit en knoopte haar rok los. Ze opende de deur naar haar slaapkamer en stapte uit haar rok. Met een boog gooide ze die op een stoel. Dé stoel, dacht ik. Hij had ons beiden gedragen, ondersteund, hij kende de vorm van mijn billen, had de heftige schokken van haar rij-oefeningen moeten opvangen.

Achter haar aan stapte ik, mijn ogen kleefden aan de ronde vorm van haar achterste. Beschaamd om mijn doorzichtigheid voelde ik me verslagen. Ze had niets heel gelaten van mijn macho gevoelens. Met een ratelend geluid liet ze de jaloezieën naar beneden. Toen sloeg ze het dek van het bed terug. Rustig knoopte ze haar blouse los en trok hem uit. Alles werd netjes over de stoel gehangen die voor haar kaptafel stond. Ze was een beetje dikker dan ik me herinnerde, toch zag ze er nog steeds sappig uit.

Ze was opgehouden met zich uit te kleden. In een wit onderbroekje en een glimmende bh stond ze me aan te kijken. Terwijl ik naar haar stond te kijken maakte ze met vaardige vingers achter haar rug de bh los en liet haar prachtige borsten uit de bh buitelen. Ik hield de adem in, ze duwde haar broekje over haar dijen en stapte er uit. Naakt stond ze voor me en wachtte.
“Blijf je of ga je nu weg?”
Haar stem klonk afstandelijk en voorzichtig. Ze had zich letterlijk bloot gegeven en van mijn kant kwam geen enkele reactie. Ik schaamde me maar voelde niet de hartstocht waarvan ik gedroomd had. Zelfs schaamte voelde ik, schaamte omdat ik op mijn leeftijd me zo door een droom had laten leiden. Nu weggaan zou een onbeschrijfelijke belediging zijn, kwetsend in de afwijzing van haar onverwoorde aanbod. Plotseling zag ik het, dat wat mijn hartstocht deed ontwaken. Een vrouw, rijp, niet lelijk, ontkleed, bereid om mij te geven waarnaar ik verlangde. Het enige wat ontbrak was de vriendelijkheid die in mijn dromen gezorgd had voor een ontembaar verlangen naar het lichamelijke bezit van dit mooie lijf.

Ik nam de twee passen die nodig waren om bij haar te komen en sloot haar in mijn armen. Haar warme mollige lichaam was mijn ultieme troost. Ze rook nog steeds naar linzen. Het zachte zijdeachtige haar onder haar armen was vochtig en geurig, haar huid was stroef van het baden. Haar hoofd rustte op mijn schouder, ik bewoog niet.
“Kom maar jongen,” fluisterde ze, “ik heb ook naar je verlangd.”
Mijn lippen gleden langs haar wang en zochten haar mond. Mijn handen gleden van haar heupen omhoog en duwden zacht haar fluwelen borsten op. Ik liet haar voorzichtig achterover zakken tot we op het bed lagen. We kusten elkaar en ik streelde haar lichaam terwijl zij mijn kleding los maakte. Rustige weloverwogen bewegingen begeleidden ons verlangen naar vroeger. De passie was verdwenen maar warme vriendschap was er voor in de plaats gekomen. Alles ademde warmte, veiligheid, geborgenheid. Elke seconde doorleefden we. Hoe anders was het vele jaren geleden geweest, toen eindigde elk samenzijn met een verbijsterd gevoel van: wat is er allemaal gebeurd?

Nu waren we erbij, wisten wat we deden en hoe we het deden. Nu genoten we van elke millimeter gestreelde huid, van elk kneepje en duwtje. Elke beweging had z'n functie en het vroegere zoeken had plaats gemaakt voor weten. Romantiek werd vervangen door nostalgie. Het was als het gezamenlijk bekijken van oude foto's en het was goed. Het was zo goed als het kon zijn, het was beter dan een herbeleving van de oude gepassioneerde ervaringen.

Wat een geluk om ouder te mogen worden en niet langer te moeten leren. We kennen het geheim maar kunnen erover niet praten want jongeren geloven ons niet. Dat is waarom elke generatie alles opnieuw moet meemaken en alles wat wij geleerd hebben ook moet leren. Wij mensen leren sneller dan we evolueren daarom gaat zo veel van onze kennis verloren. Maar misschien blijft van al onze ervaringen een heel klein beetje in de genen van onze kinderen en kleinkinderen achter.

Toen we afscheid namen zag ik een traan. De jeugd lag voorgoed achter ons toch waren we tevreden.
“Zie ik je nog eens?”
Ik aarzelde. “Ik weet het niet," zei ik, “het was zo goed, ik ben bang voor een herhaling.”
We keken elkaar een moment aan voor ze me kuste en de deur zacht achter me sloot. Het regende weer en ik was blij dat ik geen mensen tegenkwam. Ik zocht de stilte in het aangrenzende bos en wandelde uren achtereen tot ik de wereld weer aan kon.

 

 

Alle verhalen van: Miellenium

Fijn verhaal 
+5

Reacties  

Aangrijpend in zijn herkenbaarheid en mooi geschreven.