Treinreis

Informatie
Geschreven door Lucifer deVille
Geplaatst op 25 december 2020
Hoofdcategorie Verleiding | Heteroseks | Overspel
Aantal reacties: 1
1510 woorden | Leestijd 8 minuten

Een klein station, halverwege de avond. Langs het perron wachtte een internationale trein ergens op. De coupés waren bijna leeg, slechts een enkele reiziger die verveeld uit het raam staarde of diep weggedoken zat in een boek. Een paar laatste zonnestralen weerkaatsten op de glimmende huid van het stalen monster. Af en toe weerklonk een zucht uit het mechaniek en blies een rookwolkje langs de rails.

Binnen in de laatste coupe zat een jonge vrouw, heel alleen, en verdiept in een boek op haar schoot. Ze keek niet op toen de schuifdeur open gleed en een man binnenstapte. Ze keek wel even op toen hij met een zucht tegenover haar op de bank plofte. 'Verdomme, heel de coupe vrij en hij moet uitgerekend hier zitten'. Verstoord keek ze hem aan en schrok. Vriendelijke blauwe ogen keken haar aan. Ze voelde ineens dat ze hem kende, al had ze hem nooit ontmoet. Ze wist niet waarom, maar ze
voelde zich vertrouwd, veilig bij hem. Maar tegelijk maakte hij haar nerveus, voelde ze zich onrustig en verlangend naar iets. Ze las verder, maar met haar gedachten bij de vreemde man tegenover haar.

De man keek naar de jonge vrouw. Goedkeurend knikte hij toen zijn blik over haar gestalte ging. Nette pumps, rokje, blouse met jasje. Een zakelijk pakje dat haar ronde vormen eerder goed deed uitkomen dan verhullen. Haar blonde haren netjes achterover gekamd en mooie ogen. Vooral die ogen vielen hem op. Ze keken nieuwsgierig, vol interesse naar de wereld om haar heen en toch ook met een air van afstand. Hij keek hoe ze deed alsof ze las, glimlachte toen ze even snel haar blik omhoog liet glijden langs zijn benen, naar zijn gezicht. Hij glimlachte en knikte vriendelijk.

Plots zette de trein zich in beweging. Met dreunende wielen en dikke wolken rook snelde hij steeds sneller het stationnetje uit. Uit de luidspreker klonk onverstaanbaar gekraak. De man pakte een tas op en haalde daar een laptop uit. Naast de hypnotiserende cadans van de wielen klonk alleen het geklik van het toetsenbord, het omslaan van een bladzijde.

De trein reed door de invallende duisternis. Een uur lang gebeurde er niets, slechts de conducteur die even de kaartjes controleerde. De rust en stilte werkten slaapverwekkend. De man zag hoe de jonge vrouw langzaam knikkebollend in slaap viel. Zelf bleef hij klaarwakker. In gedachten en druk tikkend op zijn laptop.

Piepende remmen, knarsende wielen. De trein remde hard af. Een toeter weerklonk en de vrouw viel van haar bank op de man tegenover haar. Een hand landde per ongeluk tussen zijn benen, ze keek hem aan en voelde hoe hij een stijve kreeg. Ze werd rood. Hij hield een hand tegen haar borst en merkte dat haar tepel hard werd. Ze trokken zich terug op hun plaatsen, zij rood en met neergeslagen ogen, hij met een schalkse knipoog. De jonge vrouw stond op en wilde weglopen. Hij hield haar tegen met een hand, nonchalant op haar onderarm.
"Mijn naam is Luc... Luc deVille."
Ze knikte. Voelde hoe de haartjes op haar arm overeind sprongen.
"Ik ben Petra. En mag ik even?"
Luc knikte en ze liep weg.

Even later keerde ze terug, nog steeds een beetje ongemakkelijk zette ze zich op de bank en keek naar hem. Luc pakte haar hand, in een vriendschappelijk gebaar.
"We zullen hier ruim een uur stilstaan."
Petra keek naar haar hand in zijn vuist. Ergens besefte ze dat het vreemd was. Dat het niet hoorde. Maar het was tegelijk zo vertrouwd, zo prettig. Ze trok haar hand niet terug. Ze keek in zijn gezicht, zag hoe hij glimlachte, hoe de fijne rimpeltjes om zijn ogen samentrokken en zo een beeld schiepen van vriendelijkheid.
"Waar moet je naartoe?"
Zijn vraag was als een cliché, maar ze begreep wat hij bedoelde.
"Naar huis, naar mijn vriend."
Een slagboom, om haar tollende gedachten even rust te gunnen. Ze wilde met deze vreemdeling vrijen, ze wilde zich laten nemen op de bank; vol vuur, vol passie en ongeremd. Waarom had ze die gedachten? Ze kende hem niet, ze wist niets van hem, behalve zijn naam. Waarom voelde ze zich zo... ja, zo sexy, vrouwelijk en opgewonden? Ze was moe, wilde niets liever dan in een comfortabel bed liggen en een gat in de dag slapen.

Luc voelde haar spanning, begreep haar gedachten beter dan ze besefte. Hij trok zijn hand terug en klapte de computer dicht.
"Genoeg gedaan, voor nu. En aangezien we toch moeten wachten, kunnen we het onszelf maar beter gemakkelijk maken."
Hij stond op en deed zijn jasje uit. De stropdas volgde. Ze keek naar hem, hij voelde haar ogen in zijn rug prikken terwijl hij spullen opborg en ruimte maakte.
"Sta op."
Petra schrok op en keek naar hem. Ze voelde haar benen bewegen en ondanks dat ze eigenlijk niet wilde, kwam ze overeind. Ze besefte wat er ging gebeuren. Ze wist wat de volgende stap was. Ze wilde het, alles vervaagde tot ze slechts een gedachte had. En tegelijk wilde ze niet, een stem in haar hoofd die haar riep, haar toeschreeuwde dat ze niet mocht, niet wilde, niet kon. Ze stond en wachtte op hem.

"Kleed je uit."
Ze knikte, wilde niet gehoorzamen, deed wat hij wilde, verlangde naar hem, vol afschuw omdat ze zichzelf niet onder controle had, vol opwindende verwachting. Haar jasje viel op de bank, haar rok en pumps op de vloer. Langzaam viel haar blouse van haar schouders. Slechts een beha en slip nog als obstakels tussen hen in. Luc deVille keek slechts. Hij maakte geen beweging, zei niets, wachtte af. Ze maakte de sluiting van haar beha los en duwde het slipje over haar heupen naar haar enkels.

Als in een vertraagde film vielen de laatste stukjes stof van haar lichaam. Naakt stond ze voor hem en voelde hoe zijn ogen over haar lichaam zwierven. Ze verafschuwde het, het wond haar op. Hij gebaarde met zijn hand, maakte een cirkel in de lucht. Gehoorzaam draaide ze een rondje, toonde haar lijf aan de man tegenover haar. Zodra ze weer met haar gezicht in zijn richting stond, kwam Luc overeind en pakte haar hand. Als vanzelf stapte ze naar hem toe, ze omhelsden elkaar en ze voelde zijn lippen op de hare, zijn tong die langzaam in haar mond drong. Ze beantwoordde zijn kus. Ogen dicht, tollende achtbaan, tintelingen over haar lijf.

Een hand streelde haar schouder, haar bovenarm en daarna haar borst. Ze voelde haar tepels overeind komen. Twee harde puntjes die haar verlangen verrieden. Vingers over de tepels, zacht strelen, teder wrijven en knijpen. De achtbaan rolde verder, duizelingwekkend snel nu. Ze voelde zich opgetild worden, zachtjes neergevlijd op de bank. Twee handen die haar borsten streelden, een tong die de twee ijzerharde tepels likte. Ze hoorde zichzelf kreunen, zachtjes hijgen toen tanden zich eventjes vastbeten. Ze voelde hoe haar benen uit elkaar weken, hoe een hand haar streelde, lager, steeds lager.

Ze was warm, nat en gewillig. Zijn handen op haar dijen, vingers die langzaam het middelpunt zochten. Ze wilde het, wenste het, vroeg het. Een vinger, toen twee. Langzaam, traag en martelend zalig. Een haardos, tegen haar buik aan, een tong die flitsend bewoog. Harder kreunen en sneller hijgen. Haar benen wijder, wensend, smekend om meer. Alle rede, elk verstand werd weggevaagd door gevoel, lust en passie. Vingers en tong, sneller, harder en dieper. Haar mond open, hijgende kreunen. Heupen die op het ritme mee bewogen, kronkelend.

En eindelijk, na een eeuwigheid het enige wat ze nog miste. Harder dan staal, een stormram die de laatste gedachten weg beukte in een moordend ritme van in en uit, heen en weer. Volledige overgave aan het ritme, alles in dienst van die ene hemelse beweging, in en uit, heen en weer. Een roes van een leven lang, niets bestond meer dan die ene beweging. De achtbaan rolde donderend, huiveringwekkend omlaag, dieper, sneller, harder. Een beweging, overdonderend. Heen en weer, in en uit. Het enige wat nog telde in het hele universum. Wild en woest. Wilder en woester. Natuurgeweld, aardbeving, vulkaanuitbarsting.

Ze besefte dat ze gilde, krijste en kermde. Kronkelend sloeg ze met haar benen tegen hem aan. Wild hijgde ze, armen om zijn torso. Ze voelde zijn hart kloppen, haar hart bonken. De wereld werd groter, de achtbaan kwam langzaam tot stilstand. Ogen open, een wazige blik. Met een zucht gleed hij van haar af. Met een gevoel van verlies liet ze hem gaan. Ogen dicht, haar hart bonkte minder wild, haar adem minder woest. Een gevoel van rust, voldaan en tevreden. Ze opende haar ogen weer.

Ze hing scheef op de bank van een stilstaande trein. Boek op schoot, een vinger bij een pagina ergens in het midden. Ze keek op en zag een man tegenover haar. Benen over elkaar, een sigaar in zijn hand. Met vriendelijke ogen glimlachte hij naar haar. Petra keek hem aan en voelde hoe ze rood werd.
"Fijn gedroomd, jongedame? Mijn naam is trouwens Luc... Luc DeVille. Ik geloof dat de trein hier nog een dik uur blijft stilstaan."

© Lucifer deVille, 2002

Alle verhalen van: Lucifer de Ville

Fijn verhaal 
+4

Reacties  

Ik heb weleens eerder gemerkt dat ik te weinig met de trein ga :D . Fijne opbouw en een leuk einde.