Informatie
Geschreven door Vanille
Categorie Voyeurisme | Buitenseks
Reacties: 5
3081 woorden | Leestijd 11 minuten

Niet alles, maar behoorlijk wat, zat mij mee. Niet iedereen van 36 kon zich wethouder van financiële zaken noemen. Niet elke man was getrouwd met een prachtige vrouw en niet alle mensen woonden in een villa aan de bosrand. Het leek mij aan niets te ontbreken, ik had het vooralsnog getroffen. Natuurlijk waren er ook in mijn leven dingen die niet helemaal klopten – de villa lekte, mijn vrouw was frigide en ik had geen kinderen – maar ik mopperde niet. Mijn werk zat vol uitdagingen en ambities en de zeven kilometer die ik dagelijks naar het gemeentehuis fietste, legde ik fluitend af. De route liep grotendeels door de Bakkelose Bossen, een uitgestrekt natuurgebied dat ik mijn leven lang al kende.

De gemeenteraadsverkiezingen van maart hadden ons, de Christelijke Partij Bakkelo, geen windeieren gelegd. We waren de grootste geworden en mochten twee wethouders leveren. Gezien mijn staat van dienst in de plaatselijke politiek en de enorme hoeveelheid voorkeursstemmen die ik had gekregen, lag het wethouderschap voor de hand. Ik had 24 uur bedenktijd toen ik gevraagd werd. Ik had er twee nodig.
‘Vers bloed,’ noemde de burgemeester Beentjes mij bij mijn beëdiging. Ik zou het dorp vooruit stuwen in de vaart der volkeren vanuit degelijk christelijk perspectief

Het was bij die bijeenkomst dat ik haar voor het eerst zag. Je kon moeilijk om die prachtige bos zwarte krullen en dat studentikoze brilletje heen. Ze was nog maar net toegevoegd aan het ambtenarenteam van financiën. Salomons heette ze, Eva Salomons, en ze glimlachte charmant toen ik haar een hand gaf. Wat ik toen niet wist, was dat die handdruk meer om het lijf had dan een eerste begroeting. Sterker nog, mijn kersverse benoeming tot wethouder viel er eigenlijk bij in het niet.

Toch zou Eva de eerste maanden van mijn ambtstermijn nog grotendeels buiten beeld blijven. Ik ontmoette haar op het ambtenarenberaad, ze maakte deel uit van de gemeentelijke begrotingscommissie en ik las soepel geschreven verslagen van haar hand. Ze was bescheiden bij vergaderingen, liet haar zachte stem maar af en toe horen en zat het liefst gebogen over haar papieren, zodat bijna het enige wat ik van haar zag haar donkere haarbos was.

Die eerste tijd van mijn wethouderschap was prettig hectisch. Ik functioneer nu eenmaal goed als er veel te doen valt. Het waren lange dagen, zeker omdat ik ook thuis nog doorwerkte aan dikke dossiers. Ik stapte laat in bed en stond vroeg weer op. Vermoeidheid voelde ik nauwelijks. Esther, mijn eega, zag ik eigenlijk alleen tijdens het eten. We waren gewend gescheiden te slapen en intiem waren we bijna nooit meer. Jammer, want ze was een prachtige en aantrekkelijke vrouw. Het voelde een beetje alsof ik een BMW voor de deur had, maar er nooit in mocht rijden. Daarbij, ik kon een behoorlijk goede chauffeur zijn. Dacht ik.

Het was 15 juni toen de warmte begon. Zoals dat zo vaak gaat in Nederland, van nul naar alles. De ene week zit je in de kou en regen, de volgende stijgen de temperaturen tot tropische waarden. ’s Ochtendsvroeg was het nog lekker koel, zeker op mijn fietsroute door de bossen. Voor mij uit reed een andere fietser, een vrouw, en al snel zag ik dat het Eva Salomons moest zijn. Haar snelheid deed haar lokken wapperen. Het bospad was te smal om haar te passeren. Het gaf mij de gelegenheid haar van achteren nader te bestuderen. Ze droeg een luchtig bloesje en de dunne stof van haar zomerbroek gaf de bewegingen van haar bilspieren prijs. Haar blote voeten staken in sandalen.

‘Hé, Simon!’
Ze moest gemerkt hebben dat ze gevolgd werd, ze keek achterom. Ik lachte dommig, alsof ik betrapt was. Dat ze inhield had geen zin, om naast elkaar te kunnen rijden moesten we wachten tot het pad verderop breder werd. Dus was ik gedwongen haar achterwerk op het zadel nog wat langer te aanschouwen. Het had slechter gekund, het had veel slechter gekund.

‘Ben je ook een fietser?’ wilde ze weten toen we eenmaal naast elkaar fietsten. ‘Dat we elkaar dan niet eerder zijn tegengekomen. Of wacht, ik ben meestal later op pad, maar nu met dat warme weer…’
‘Dan moet je voor zijn,’ beaamde ik, ‘je voelt het nu al warmer worden.’
We fietsten gezellig keuvelend door. Haar brillenglazen schitterden in de zonnestralen die tussen de bomen schenen. We reden gelijk op. Haar krullen dansten.

Het gemeentehuis was koel. Het werk vergde aandacht en concentratie. Dat voorkwam niet dat Eva af en toe opdook voor mijn geestesoog. Zomaar zonder aanleiding. Haar donkere haar, het knappe gezicht, haar billen verpakt in dun katoen die bewogen bij iedere aanzet op de pedalen. Blote voeten in sandalen. Tussen de middag hield ik het niet meer, ik wilde haar zien. Ik zag haar zitten in de tuin, op de rand van de fontein. Ze at een appel.

‘Is het niet veel te warm hier?’ Ik had gepaste openingszinnen genoeg.
‘Ik warm juist op. Die airco is echt koud.’
Ze beet een stuk van de appel en kauwde. Ze droeg een bloesje met vlindermotief. Dat was ze, een vlindertje en ik zou haar vangen in mijn netje.
‘Hoe laat fiets je terug?’
Alsof ik daar iets mee te maken had. Ze zat echt niet te wachten om opnieuw met de wethouder op te fietsen.
‘Half vijf. Komt dat uit?’
Ze hield haar hoofd schuin om me aan te kijken. Beet weer luidruchtig in de appel. Schoof haar brilletje omhoog.
‘Nemen we de route langs de plassen.’
Ze wachtte mijn antwoord niet af, maar stond op en gooide het klokhuis in de bosjes. Ik had me vergist, ze had mij in háár netje gevangen.

De verkoelende werking van de airco bezorgde me een moment van reflectie. Waar was ik mee bezig? Ik was getrouwd met Esther, aan Eva dénken was in feite al overspel. Ik besloot aan het eind van de middag alleen terug te fietsen. Toch stond ik stipt om half vijf in de fietsenstalling. Mijn fiets stond naast die van Eva in het rek. Ze kwam net aanlopen, zonnebril in het haar. Had ze haar lippen gestift? Ze waren kersenrood.

Er was weinig voor nodig om ons te laten zweten. Het voelde alsof het meer dan dertig graden was. Gelukkig boog het fietspad, dat eerst pal in de zon lag, snel af het bos in. Daar hing de geur van droog hout en dorre bladeren. Terwijl we over ons werk babbelden bepaalde Eva de route. Ik kende de plassen van vroeger, ik was er lang niet meer geweest. Het waren er drie en ze droegen de onlogische verzamelnaam ‘De Drie Ogen’.

‘Hier links,’ dirigeerde Eva, ‘hier rechts.’
Opeens reden we aan op de eerste plas, de grootste, het Grote Oog. Vogels zochten verkoeling op en rond het water, het was een paradijselijk en vredig schouwspel. We hielden even in om beter te kunnen kijken. Op de geluiden van de natuur na was het stil in het bos. Eva keek omhoog naar de ruisende bladeren. Langs haar hals kroop een druppel zweet omlaag.
‘Daar slaan we af.’
Ze knikte naar links waar wel een paadje liep, maar geen fietspad. Ik keek haar vragend aan.
‘We gaan naar het Kleine Oog,’ zei ze, ‘zwemmen.’

Hoewel ik niet protesteerde, vroeg ik me af of dit wel zo’n goed idee was. Natuurlijk, de verkoeling van het water was aanlokkelijk, maar ineens werd ik me bewust van mijn positie. Als wethouder, zeker als wethouder van een christelijke partij, kon ik me niet zomaar van alles veroorloven. Zwemmen met een jonge aantrekkelijke ambtenares in de vrije natuur was op zijn minst discutabel. Het ging hier niet om een openbaar zwembad, maar om een meertje diep verscholen in het bos. Dat had de schijn van iets stiekems. Stel er zou iemand langskomen… Als publiek figuur kon ik herkend worden. En was zwemmen hier überhaupt wel toegestaan?

Het paadje was ondertussen zo overgroeid dat fietsen niet meer ging. Het was er ook niet koeler op geworden. Eva stopte om uit haar flesje te drinken, ik volgde haar voorbeeld.
‘Eva, zouden…’ begon ik.
‘Nog even volhouden, het is de moeite waard. Zo meteen in het water ben je deze hitte zo vergeten.’
‘Kom je hier vaker?’
Ze antwoordde niet, maar de doortastende manier waarop ze haar fiets door het struikgewas manoeuvreerde, zei genoeg.

Het Kleine Oog diende zich idyllisch aan. Het water schitterde in de zon en was grotendeels omzoomd door een bos van dicht opeengepakte berkenboompjes. We stonden op een zandstrandje in de halfschaduw waarover zich een ontwortelde boom had uitgestrekt, de kruin gedeeltelijk in het meertje. Eva zette haar fiets ertegenaan, ik de mijne. Tot mijn verbazing haalde Eva een handdoek uit haar fietstas. Het kon niet anders of dit was een tripje met voorbedachten rade. De vraag was: had ze erop gerekend dat ik in het scenario voorkwam? Nee, natuurlijk, hoe zou ze? Mijn aanwezigheid leek haar echter niet uit te maken. Voor ik er erg in had, had ze zich ontdaan van haar luchtige bovenkleding. In haar witte ondergoed drapeerde ze haar handdoek over de boomstam.

Ik durfde niet te kijken, wilde het ook niet, maar ontkwam er niet aan. Vanuit mijn ooghoeken zag ik de handelingen waarmee ze ook de rest uittrok. Schaamteloos.
‘Waar wacht je op, Simon? Kom mee.’
Ik focuste op haar gezicht wat bijna lukte. Haar lach was ontwapenend, haar gezicht nog knapper dan eerst. Ze hield haar lippen getuit, haar kin iets omhoog. Haar donkere krullen dansten uitdagend om haar hoofd. Maar het waren haar borsten die zonder twijfel in al hun verleidelijkheid en perfectie alle aandacht opeisten. Mijn erectie was onvermijdelijk. En mijn uitkleden daardoor onmogelijk.
‘Ik kijk wel.’
‘Ben je raar!’
In twee stappen stond ze voor me en plukte aan de knoopjes van mijn overhemd. Ik rook haar naaktheid. Achter haar brillenglazen glansde meisjesvrolijkheid in haar ogen. Ik smolt.
‘Ga jij maar vast,’ zei ik schor.

Ze liep zonder aarzelen het water in dat maar niet diep wilde worden. Haar prachtige ferme billen als blikvangers. Daar dook ze onder en verdween even onder het wateroppervlak dat onrustig golfde, om verderop met druipende haren, druipende borsten en buik weer boven te komen. God, Eva, waarom deed ze me dit aan? Ik had geen keus, kon niet meer goed denken, mijn lichaam schreeuwde om met haar samen te zijn in het water. Of ik wilde of niet, mijn vingers begonnen mijn kleren los te maken. Ik negeerde mijn geslachtsdeel dat zich in vol ornaat had opgericht en liep het water in. Er kwam een ongekende rust over me toen ik onderging en het water mijn oververhitte lijf koelde.

‘Is het niet heerlijk?’
Eva’s stem galmde over het wateroppervlak. We stonden tegenover elkaar, het water kwam niet hoger dan mijn navel. Ze was niet veel kleiner dan ik. Haar donkere kapsel was zwaar van het aanhangend water. Er dropen straaltjes over haar schouders, armen en borsten. Een verzopen katje. Het water was inderdaad heerlijk, hier zwemmen ongelofelijk fijn, maar het meest heerlijke was dat ik hier in het water stond tegenover Eva en dat we naakt waren. Ondanks het verfrissende water voelde ik mijn nog steeds aanwezige erectie. Die zou niet verdwijnen, wat we hier deden was te opwindend.

We zwommen, doken, spetterden, we waren als onschuldige kinderen die speelden. We vergaten de tijd, de omgeving, onze rol als volwassenen, dat we man en vrouw waren en dat we geen kleren droegen. Zouden Adam en Eva zo geleefd hebben, ooit in het paradijs? Daar ging ze, paradijselijke Eva, a.k.a. Eva Salomons, volhardend in een verleidingsact waarin appel noch slang een rol speelden. Ze liep de kant op, pakte haar handdoek. Kans op ontsnappen zonder mijn stijve te openbaren was onmogelijk. Ik moest er doorheen.

Ze zag het heus wel. Ze mocht dan stoïcijns verdergaan met zichzelf afdrogen, aan haar blik kon ik zien dat ze mijn staat van opwinding in de gaten had. Vond ze het gênant of had ze er vrede mee? Deed ze het er juist om of overviel het haar ook? Ze spreidde haar handdoek in het zand en nam plaats op haar rug, hoofd omhoog en steunend op haar ellebogen, de benen opgetrokken. Geen pose om een erectie te laten verslappen. Ik liet me zakken en ging op mijn buik languit in het ondiepe water liggen, hoofd op mijn armen. Het was lekker koel. Misschien dat de boel zo zou slinken tot alledaagse proporties. Hoewel, dat was twijfelachtig, want in deze positie werd ik nadrukkelijk geconfronteerd met Eva’s vagina. Tussen haar benen door keek Eva me zwoel aan. Voor mij was het duidelijk: ze deed het erom. Ze buitte de aanzuigende kracht van haar schaamspleet schaamteloos uit. Ze wist dat ik verloren was.

Het bos was stil, althans wij spraken niet. Er waren insecten die zoemden, bladeren die ritselden, kraaien die krasten. Ik hield mijn oog op Eva’s intiemste lichaamsdeel gericht. Haar schaamlippen waren licht geprononceerd, roze rood, als een tuitend mondje dat om een kus vroeg. De binnenkanten van haar dijen waren roomwit en contrasteerden met het gitzwarte schaamhaar dat vlak boven haar schede uitwaaierde tot een een haast iconische driehoek. Biologisch gezien had het gewoon een stukje vrouwelijke anatomie kunnen zijn. Nu, omdat het Eva’s vagina was en ze me nog steeds broeierig aankeek, ging het om seks, wellust, erotiek. Ik besefte dat het lang geleden was dat ik in het echt een kut had gezien.

Het ging mis, het was mijn schuld, hoewel ik onschuldig was. Eva maakte een subtiel, maar onmiskenbaar gebaar: ze bewoog haar hoofd achterover, als een wenk, als een lokroep zonder woorden. Ze sloeg zachtjes met haar hand naast zich op de handdoek. Hoe kon ik haar vraag onbeantwoord laten? Ik wist dat ik zonder schroom overeind kon komen, dat ze aasde op hetgeen ik verborgen had willen houden. Nat kroop ik op mijn knieën naderbij. Eva liet haar benen naar links vallen. Ik passeerde haar prachtige lange slanke benen, haar platte buik, haar goddelijke borsten die bewogen op haar versnelde ademhaling. Ik had ze willen voelen, kussen, likken, aan de tepels willen zuigen. Ik zou dat ook vol overgave hebben gedaan, als Eva mij niet voor was geweest. Ze had het voorzien op mijn stram omhoogstaande penis, nat nog van het water. Ze kwam wat omhoog, legde haar rechterhand om mijn testikels en stuurde met links mijn geslacht naar haar kersenrode lippen. Mijn eikel verdween in haar mond waar haar tong, warm en nat, hem aangenaam verwelkomde. Ze zoog erop alsof ze nooit anders had gedaan en de opwinding en prikkeling waren zo sterk dat het onvermijdelijke niet viel te voorkomen. Het ging zo snel dat ik Eva zelfs niet meer kon waarschuwen. Ik kwam klaar, ik kwam geweldig klaar, ik kwam zoals ik in maanden niet meer was gekomen.

Mijn staat van euforische bevrediging stond in schril contrast met Eva’s toestand. Met ogen als schoteltjes ontving ze mijn zaad in haar mondholte. Ze leek als bevroren, niet in staat om adequaat te reageren. Ze zoog niet meer maar hield mijn ejaculerende geslacht diep in haar mond. Het witte goud moest het achterste van haar tong en haar huig besproeid hebben. Nog terwijl ik de laatste scheuten mijn penis voelde verlaten zag ik het haar al doen. Het was een reflex, ze deed het niet bewust: ze slikte, slikte nog eens en nog eens. Pas toen opende ze haar lippen en maakte ze zich van me los. Het schuldige apparaat dat nog steeds strak omhoog wees, leek zich van geen kwaad bewust.

Ik voelde me vreselijk opgelaten en putte me uit in verontschuldigingen. Ik ratelde maar door, terwijl Eva me zwijgend en uitdrukkingsloos aankeek, of eerder langs me heen leek te kijken.
‘Dit was echt niet de bedoeling, je moet me geloven, ik, ik, ik, het spijt me verschrikkelijk, Eva…’
Ze bleef zwijgen, keek me opeens recht in mijn ogen aan, slikte nogmaals nadrukkelijk en toverde toen een big smile op haar gezicht die me enigszins geruststelde.
‘Ejaculatio praecox.’ Ze keek triomfantelijk. ‘Vroegtijdige zaadlozing. Was je zo opgewonden?’
Ik knikte als een jongetje dat betrapt was bij het koekjes pikken.

Ik rolde op mijn rug. Eva pakte mijn hand. Zwijgend lagen we naast elkaar in de zwoele warmte. We ademden geruisloos, de geluiden van het bos stelden gerust.
‘Kijk,’ fluisterde Eva, ‘zag je dat, jonge uilen.’
‘Ja,’ antwoordde ik, ‘bijzonder. We mogen ze niet storen.’
‘Daar boven in die eik kun je het nest zien.’
Eva wees recht omhoog waar inderdaad hoog op een tak een nest was gebouwd. De uilen doken er vanaf en keerden er terug. Keer op keer, af en aan.
We keerden onze hoofden naar elkaar en kusten. Haar tong dartelde in mijn mondholte. Op dat moment ging mijn telefoon die ondanks mijn negeren nadrukkelijk aan bleef houden. Ik maakte me van Eva lus en vond mijn mobiel ik de kontzak van mijn broek. Het was burgemeester Beentjes. Nog voor ik mijn naam had kunnen zeggen kwam zijn stem mij driftig tegemoet.
‘Waar ben jij in hemelsnaam mee bezig!’
Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.

***

Zeven kilometer verderop was een feestje gaande dat vrij abrupt tot een einde was gekomen. Het zat zo: Henk van Welie, boswachter bij Staatsbosbeheer, had het eindelijk voor elkaar gekregen. Het was ook zo’n uniek natuurverschijnsel. Een uilennest in de hoge eik bij het Kleine Oog, het kleinste meertje van ‘De Drie Ogen’, de meertjes in de Bakkelose Bossen. Wat zou het toch mooi zijn als dat nest via een webcam gevolgd kon worden. Zo educatief, zo leerzaam voor iedereen, natuurliefhebbers en natuurleken. Henk had zich driftig ingezet om dat voor elkaar te krijgen. Hij vond een sponsor, hij vond de gemeente bereid om de beelden permanent te tonen op Gemeentebakkelo.nl verdiepte zich in de techniek en zorgde er uiteindelijk voor dat alles liep zoals het moest lopen. De webcam kon de uilen uit maar liefst drie posities volgen: van bovenuit de boom tot helemaal aan de oever van het meertje.

In zijn uitnodiging had Henk alles bijtijds aangekondigd: 15 juni, 18:00 uur ging de webcam online. In het Natuurhuis van Bakkelo was een bijeenkomst voor genodigden. Zelfs burgemeester Beentjes zou komen.
Zo vlekkeloos als Henks voorbereidingen waren verlopen, zo helder waren de eerste beelden die het licht zagen op een groot scherm. De vliegende uilen, het water van het Kleine Oog en een onverwachte bijvangst die alle aanwezigen de mond snoerde.

 

Naar alle verhalen van:  Vanille

Fijn verhaal 
+6

Reacties  

Geweldig.
Dankjewel voor de complimenten🙏
Vanille, wat kun jij schrijven! Serieus of humoristisch, vrijwel elk verhaal is raak. Het zijn allemaal pareltjes en dit verhaal is geen uitzondering. Een goed uitgewerkte plot in prettig lezend tempo en met een hilarische ontknoping. Subliem!
Wat een ontknoping ! Prachtig !
Leuk en mooi. Compliment.