Zijn ultieme creatie?

Informatie
Geschreven door Giel
Geplaatst op 07 augustus 2020
Hoofdcategorie Voyeurisme | Buitenseks
Aantal reacties: 1
1433 woorden | Leestijd 8 minuten

Is dat wat ik zie ook dat wat ik dénk te zien?
Leopold Surlinx hief zijn gat op en trok, met de hand tussen zijn dijen, nerveus de stoel korter bij het scherm waarop de eerste minuut van de dvd-opname net gepasseerd was.
Hij werd doorkliefd door een amalgaam aan gevoelens, die als een spartelende massa kois in een veel te klein vijvertje kris kras door elkaar zwommen.
Het tweede glas whisky op tien minuten tijd bracht de 48-jarige kunstschilder enigszins tot rust. Liet hem toe de situatie in overschouwing te nemen. Gedachten te ordenen. Te ruimen. Gedachten, als puin na een allesverwoestende aardbeving.

Ik leef in een compleet surrealistische wereld, dacht hij. Mijn atelier hangt vol met dergelijke doeken. Ik denk zo. Ben zo.
Ik adem blijkbaar surrealisme uit, in ál mijn genen.
Hij zag twee kunstwerken van vlees en bloed. Niet op doek, maar op laken.
Ze verslonden elkaar, met huid en haar.
Aan lichaamsopeningen werd gulzig gedronken, geslurpt en gesmakt. Uitstulpingen verdwenen dan weer in hapdolle monden, werden opgezogen met een gretigheid als gingen ze elkaar opvreten.
De dierlijke passie spatte zo van de matras. Alsof de twee protagonisten in elkaar wilden opgaan. Dit was niet lust voor de ene en last voor de andere – zoveel was wel duidelijk. De manier waarop ze elkaar de loef probeerden af te steken: die ongeremde, alles verterende passie had hij nog nooit gezien. In geen enkele pornofilm. Dit waren acteurs in hun toprol, in de film van hun eigen leven.

Kan dit wel? Is dit het eindpunt van mijn oeuvre?
Hij huiverde.
Waar blijf ik met mijn faam als progressief kunstenaar, de linkse jongen met het open vizier?
Ach, zocht hij, zichzelf oppeppend door dit zelfonderzoek, een uitweg: het zijn stuk voor stuk volwassen mensen, toch? Individuen die vrij zijn en dat voor zijn part in de breedste en diepste zin mochten beleven. Op voorwaarde dat de vrijheid van de andere daardoor niet in het gedrang kwam.
Maar in hoeverre is mijn vrijheid in het koesteren van kinderlijke dromen beknot, vroeg hij zich dan vertwijfeld af.

Hij hoorde de mooie jonge vrouw, met het lange rosse haar, kirren. Ze kwam overeind en smakte dan met een kopkussen naar de man. Ze maakten plezier. Dolden. Kreetjes van pret. Mannelijk gelach. Bijna hysterisch klinkend, nadat zij hem, in een greep houdend, verder kietelde. Haar stoeipartner die zich dan aan haar greep wist te onttrekken en zonder pardon de rollen omkeerde. Nu lag zij te kronkelen, om aan die in haar taille vlinderende vingers van hem te ontkomen. Haar kleine, stevige borsten huppelden dat het een lieve lust was.
Het kwam hem uiteindelijk allemaal zo bekend voor. De hoofdrolspelers in dit stuk. Ook dat wat ze deden. Maar de combinatie van beide elementen bracht zelfs de doorwinterde levensgenieter in hem van zijn stuk.
Misschien levert het wel inspiratie op voor een nieuw werk, bedacht hij. ‘Vier mensen aan de ontbijttafel’. Dat zou de titel worden. Een wat ouder koppel dat elkaar een voor de rest onschuldige zoen op de mond geeft. Op de voorgrond een jonger stel. Ogenschijnlijk puur en ascetisch. De ene legt wat kaas op zijn boterham terwijl de jonge vrouw koffie inschenkt. Rustgevend ochtendtafereel. Zo bekend, zo cliché.
Maar onder de dis schuilt een confronterend, schril contrast.  De voeten van het stel achteraan netjes onder tafel, zoals het hoort. Zoals men verwacht. De naakte benen van het voorste koppel in een intieme verstrengeling. De nakende copulatie verzegelend…

Ze lagen nu een sigaret te roken. Te praten. De vrouw lachte, luid, heel luid vervolgens, terwijl de stem van de man gejaagder en heller klonk. De jonge vrouw stak ostentatief haar  middenvinger op naar de camera.
Leopold verstond er niks van. Het gelach van dat meisje overstemde alles.
Een lieflijk tafereeltje, van twee mensen die elkaar gevonden hadden. De tedere kusjes die uitgewisseld werden, ontsnapten hun cocon van puur geluk als tere luchtbelletjes.
Dit is geen fictie. Nee, dit is realiteit. Géén fake maar de weergave van een niet in scène gezette ontmoeting. Een rendez-vous zoals er in onze steden en dorpen elke dag duizenden zijn. Achter gevels en dichtgeschoven gordijnen. En deuren die op slot zijn.
Hetzelfde, maar toch anders.
Ik ben een achterbakse, laffe voyeur, zo nam hij plots zichzelf waar. Zie me hier nu zitten. Zie me hier nu gluren. Zie me zien. Zie me.
Waar hij doorgaans een orgie van kleur op doek kladderde, spette nu pure wellust van het beeldscherm.
De hele opname duurde nog net geen vijftien minuten. Een film, zo amateuristisch als wat. Naturel. Het cameraoog geposteerd op een vaste plek, statisch, niet in- of uitzomend. Zelfs niet één keer knipperend, ondanks het stoute spelletje van het stelletje dat zich languit op bed had neergevleid.
Amper een klein kwartier duurde het, maar hoe vaak had hij al teruggespoeld. En gekeken, met de pauzetoets ingeduwd.

Stilleven op laken. Dat dan intens begon te bewegen. Twee slanke lijven, als fiere zwaanhalzen innig een lenig ballet opvoerend.
Hoe zij naar adem hapte, op het moment dat de jongeman hetzelfde deed bij haar. Pal tussen die ranke dijen van haar. Lekkere bovenbenen – vond hij.
Gezichten die zich in vlees verstopten, een blote kont die driftig als een konijntje begon te wippen tussen wat op het eerste gezicht twee stokbroden leken.
De nijverige billen, zich volvretend met het brood dat haar schoot op de met matras belegde tafel aanbood. Mosselbrood.
Leopold, gewoon om te werken met een bonte schakering aan teinten, werd geconfronteerd met een palet van passie, een onuitputtelijke tintenmengeling van lust. Bombardement van hitsigheid.
Ze neuken als de beesten, mompelde hij. Ze naaien als uitzinnig. Vogelen als buffels.
Buffelen als vogels. Ze bonken gadverdamme de hele vering uit het onderbed. Nog even en ze zitten een verdieping lager.

Hij tastte naar het kruis van zijn broek. Kon dat wel, vroeg hij zich af. Mocht zoiets überhaupt? Maar wat kon én mocht dan wel – en wat niet? De sterke drank maakten zijn gedachten zo kneedbaar als semtex. Het is én blijft tenslotte mijn creatie, schoot het als een mantra door zijn ijle hoofd.
En bovendien: geen kat zag het, niemand zou het ooit te weten komen. Misschien zou hij het zelf morgen al vergeten zijn, na het zoveelste glas dat hij nu uitschonk. Met geestverruimend vocht dat er mede voor zorgde dat hij op één plek in lichtelaaie schoot. De pompiers, in casu zijn vingers, snelden toe om de brand in bedwang te houden.
Of om daarentegen zichzelf nu hélemaal in de fik te zetten.
De ritmische beweging zo nu en dan onderbrekend om het glaasje vlug aan zijn lippen te zetten.
Niet té veel drinken, besefte hij dan. Niet echt overdrijven nu, want morgen moet ik fit zijn.
Morgen zou hij een grote massieven eiken kast naar Brussel verhuizen. Het zware geval had hij, met de hulp van zijn broer, vandaag al in de bestelwagen geladen. Morgen kreeg het zijn nieuwe bestemming. In Brussel dus, bij zijn daar studerende kinderen.

Zijn zoon Rob volgde de opleiding tot regisseur, de twee jaar oudere dochter Hannah, twintig was ze intussen, deed geneeskunde. Zaten elk apart op kot tot zij met het voorstel op de proppen kwamen om samen een klein appartement te huren.
Was uiteindelijk zo een slecht idee nog niet, want financieel kwam het voordeliger uit. En daarbij: die twee hebben het altijd goed met elkaar kunnen stellen. De voorbeelden uit zijn vriendenkring van telgen die elkaar voor het minste in de haren vlogen, waren legio. Dan wierp de vrije opvoeding waarvoor hij, samen met zijn ex, gekozen had toch wel duidelijk zijn vruchten af.
Daarenboven had zo een ‘samen-op-één-appartement-formule’ uiteraard ook het voordeel dat die twee elkaar wat in de gaten konden houden. Al zijn het al lang geen kinderen meer, je weet maar nooit in zo’n anonieme grootstad als Brussel…
Maar dat die twee elkaar zó goed vonden, had hij in zijn meest stoutste dromen nooit durven denken.

Hij spoelde nog eens terug, bevroor het beeld met een knip op de afstandsbediening. Bracht het glas aan zijn lippen, plaatste het gauw terug en hervatte zijn handshake. Met bloeddoorlopen, bezopen ogen turend op het beeld van de dvd die hij daarstraks bij het verhuizen achter de kast had ontdekt. Een opname, gemaakt op diezelfde kamer. Die van Rob.
Dat ze elkaar daar in die hoofdstad een beetje in het oog konden houden, was een geruststellende gedachte. Maar dat ze dat op een zo intense manier zouden doen, liet hem exploderen.

© giel 2007


Fan van Giel? Lees dan ook zijn verhalen, haiku's, romans en meer... Luk Gybels

 

Alle verhalen van: Giel

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Om het verhaal te kunnen begrijpen en waarderen zou je het eigenlijk van achter naar voren moeten lezen. Dat je als lezer tot het eind toe in het ongewisse wordt gelaten heeft achteraf gezien z'n charme. Maar dan moet je het wel vol zien te houden tot het eind, want het risico bij dit verhaal is dat je onderweg verstrikt raakt in een oerwoud van ingewikkelde beeldspraak. Wie het echter volhoudt tot het eind (en met 8 minuten leestijd ook weer niet zo'n enorme opgave) staat echter een verrassing van formaat te wachten, een beetje zoals in het verhaal 'Oh!'. Onverwachte plotwendingen lijken  het handelsmerk van de schrijver te zijn en dat is een uitstekende manier om je mee te onderscheiden.