4570 woorden | Leestijd 23 minuten

Ik had al vroeg een computer. Op veel gebieden was ik de eerste en op het moment dat Internet kwam, was ik een van de eersten in mijn kennissenkring en familie, die een abonnement afsloot bij CompuServe (wie kent ze niet? De gratis CDs die je zo'n beetje bij elk tijdschrift kreeg) en vol verwachting het Wereld Wijde Web ging verkennen. Ik heb het Internet dus zien groeien en uitgroeien tot het monster, wat het vandaag de dag is. Voordeel was wel, dat ik ook alle oplichterijen, scams en nepperijen heb zien opkomen en ze dus allemaal kan herkennen.

Vooral de laatste jaren heeft mijn Internetgebruik een grote vlucht genomen en dat komt vooral door de zogenaamde 'Social Media'. Van het aloude ICQ, via MSN, kwam ik uiteindelijk terecht op Hyves en Facebook en die openden echt mijn wereld. Ik ging al snel op zoek naar oude vrienden en bekenden, familieleden en ex-buren en als vanzelf kom je dan ook bij je oude schoolgenoten terecht. Vooral de mensen uit mijn examenklas bleken redelijk in groten getale op Facebook aanwezig en al snel hadden we een gezellige groep gevormd.

En je weet hoe dat gaat: Er is er dan altijd wel één die roept: Zullen we eens een reünie organiseren? En in dit geval was ik dat. En prompt werd de hele organisatie in mijn schoot gegooid onder het mom: Het was jouw idee, dus jij mag het regelen. Me and my big mouth. Maar goed, ik ben ook de flauwste niet en dus stroopte ik mijn mouwen op, maakte mijn vingers soepel en dook het Internet op. Er zijn heel veel manieren om mensen te vinden. Als ze eenmaal op Internet staan, is het heel moeilijk voor hen om weer te verdwijnen en ik kende een heleboel trucjes.

De eerste groep was niet zo moeilijk. Dat was gewoon de groep, waar ik toch al het contact mee had. Ik stuurde elk een mailtje, waarin ik vroeg of ze wilden komen en voegde er ook een paar vragen aan toe over andere ex-klasgenoten. Je staat er versteld van, hoeveel mensen via-via best nog wel te vinden zijn: Oude vrienden, die vaak toch nog wel wat contact hebben. Mensen die contact houden met de ouders van anderen. Mensen, die via-via weten dat die en die al is overleden of geëmigreerd.

Zelf ging ik ook aan de slag. Ik begon met allerlei sociale media af te speuren en dat leverde me al drie hits op. Via-via kenden die dan ook weer twee anderen en wisten waar die te bereiken waren en zo begon het een aardig clubje te worden. Zoiets kost natuurlijk een enorme hoop tijd, maar na ruim een half jaar had ik ongeveer driekwart van onze examenklas te pakken en wist ik van een paar anderen, waar ze gebleven waren. Natuurlijk waren er klasgenoten, die geen zin hadden om te komen en een paar konden niet komen, simpelweg omdat ze in Zuid-Amerika of Thailand woonden en helaas waren er voor zover ik kon nagaan al twee niet meer onder ons.

Er was nog een reden waarom ik het niet erg vond, deze reunie te organiseren. Ik kwam hierdoor weer op het spoor van de stille liefde uit mijn klas. Iedereen heeft dat meegemaakt op school: Je bent stapelverliefd op een meisje of jongen in je klas, die jou totaal niet ziet staan. Meestal is hij of zij de favoriete leerling van de klas, met veel vrienden en vriendinnen en heeft dus keuze te over. In mijn geval heette ze Christine. Ze was niet eens uitgesproken mooi, ze was aantrekkelijk. Vrolijk, aardig, maar ze had wel de mooiste blauwe ogen die ik ooit gezien had en die prachtig stonden bij haar donkerblonde haar. Ze was altijd vriendelijk, maar ik had net zoveel kans bij haar als een pinguin bij een ijsbeer: Onze werelden waren te verschillend, onze achtergronden lagen te ver uit elkaar.

Na school was ik haar direct kwijtgeraakt. We waren allebei in verschillende steden gaan studeren en op school waren we geen onderdeel van een vriendenclub, dus de avond van de diploma-uitreiking was letterlijk de laatste keer dat ik haar gezien had. Ik had in de loop der jaren nog wel eens een halfslachtige poging gedaan om haar te vinden op Internet, maar op de een of andere manier had ik dat nooit fanatiek doorgezet. Maar deze keer dus wel, want ik had nu een drijfveer. En tot mijn verbazing vond ik haar nog, ook. Het kostte wel wat moeite, maar op een avond zag ik haar naam op mijn scherm verschijnen. Alle gegevens klopten (leeftijd, geboorteplaats, familie) en dus waagde ik de gok en stuurde een mailtje.

Ze reageerde binnen het uur en ik had de goeie te pakken. Ze was erg aardig, erg enthousiast en ze gaf aan, dat ze graag naar de reunie wilde komen. We mailden een paar keer heen en weer en ik kreeg de indruk dat haar leven niet echt verlopen was zoals ze gehoopt had. Ze gaf aan een leuke baan te hebben en twee lieve kinderen, maar over haar man hoorde ik haar niet. En de functie die ze zei te hebben paste ook niet bij de Christine die ik me herinnerde. Hij was niet slecht, maar ik wist dat ze intelligenter was dan dat. Toch wilde ik haar graag weer zien en ik begon meer en meer uit te kijken naar de reunie.

Het organiseren daarvan had overigens ook nog wel wat voeten in de aarde. De locatie was snel gevonden. Ik had nog steeds goede contacten op mijn oude school en het was dus snel voor elkaar dat we de aula konden huren op een zaterdagavond. Maar iedereen in die aula krijgen was even een ander verhaal. Niet iedereen kon altijd, dus het was een heleboel gezoek en gepuzzel voordat we een zaterdag gevonden hadden, dat het grootste deel van de deelnemers zich vrij kon maken. Uiteraard waren er twee of drie die niet konden, maar daar was niets aan te doen. Ik zette een website op voor de gelegenheid en vroeg, heel listig, of iemand nog oude foto's had en of iedereen een recente foto van zichzelf wilde opsturen, zodat ik op de site kon laten zien, hoe iedereen veranderd was.

Al snel had ik een oude klassenfoto in mijn mailbox en langzaam druppelden ook de moderne foto's binnen. Natuurlijk was ik het meest benieuwd naar de foto van Christine, maar zij was een van de laatsten die met die foto over de brug kwam. Op een avond vond ik echter een mailtje van haar in mijn mailbox, waarbij ze een foto had gedaan en verwachtingsvol klikte ik op de bestandsnaam.

Het was een mooie foto en Christine bleek nog steeds een zeer aantrekkelijke dame te zijn. Als eerste vielen me opnieuw haar blauwe ogen op. Die waren in de loop der jaren nauwelijks veranderd. Alleen zaten er rondom die ogen nu hele kleine rimpeltjes. Ze had ook haar haren anders en haar gezicht was, uiteraard, ouder en voller. Maar het gaf haar meer karakter en uitstraling. Ik vergrootte de foto tot hij mijn hele scherm vulde en leunde peinzend achterover. Ik had de laatste weken veel teruggedacht aan school en dus ook aan Christine en elke keer voelde ik dan weer die kriebels, die ik als tiener gevoeld had als ik haar zag. Nu keek ik naar de volwassen Christine en merkte, dat ik ook van haar de kriebels kon krijgen. De reunie kon me niet snel genoeg komen.

Een week of vier later was het zover. Ik had de aula geregeld, een cateraar (iedere deelnemer had een bedrag naar me overgemaakt voor de kosten) en op de betreffende zaterdagavond stond ik zenuwachtig voor de spiegel en trok de ene na de andere outfit aan en weer uit. Ik voelde me als een tiener met een eerste afspraakje. Ik schoor me, deed een lekkerder luchtje op dan normaal, checkte mezelf op papieren, geld, telefoon en fototoestel, haalde nog eens diep adem en liep naar mijn auto. Het was een raar idee om plots weer oog in oog te zullen staan met de mensen met wie ik jaren geleden een gezamenlijke ervaring had gedeeld.

Het was ook een vreemd gevoel om na al die jaren weer het schoolgebouw binnen te lopen. Uiteraard was er het nodige veranderd in de tussenliggende periode, maar het gevoel van een schoolgebouw blijft altijd hetzelfde, ongeacht hoeveel nieuwe gadgets er intussen verzonnen zijn. Ik liep snel naar de aula. Als organisator was ik de eerste en snel zette ik de ontvangsttafel klaar met de naamkaartjes en de obligate consumptiebonnen. Ik had de ontvangen foto's uitvergroot en die hing ik nu verspreid in de zaal op, zodat al die beelden uit de jaren 80 op ons neerkeken en het makkelijker zouden maken, de gevoelens van toen weer op te roepen. Ik hoopte maar dat het niemand opviel dat ik de foto van Christine zo had opgehangen dat een van de lampen haar helderder verlichtte dan de andere foto's.

Om acht uur zou het spul beginnen en om vijf voor acht begonnen de mensen binnen te druppelen. Het was echt heel leuk om iedereen weer te zien. Veel van ons hadden elkaar natuurlijk de laatste weken regelmatig gesproken via de PC en met sommigen had ik ook al telefonisch contact gehad, maar het was voor het eerst in ruim 25 jaar dat we elkaar weer in levende lijve zagen. Iedereen was veranderd, maar tegelijkertijd was iedereen nog te herkennen. Natuurlijk was er de veranderde houding. We waren allemaal volwassen en verschillen, die 25 jaar geleden cruciaal waren geweest, deden er op dit moment helemaal niets meer toe. Vetes waren vergeten, antipathieën verdwenen. Hier stond een groep volwassen mensen, die een gezamenlijke ervaring had gedeeld en daar met plezier op terug bleek te kunnen kijken.

Ik verwelkomde iedereen, maar de naamkaartjes bleven ongebruikt op de tafel liggen. Iedereen wist op slag wie iedereen was. Na elke nieuwe bezoeker keek ik hoopvol naar de deur, maar Christine was nog niet verschenen. Het werd kwart over acht, half negen. De meesten die aangegeven hadden te komen, waren inmiddels binnen, maar nog steeds geen Christine en met een zinkend gevoel in mijn maag wist ik plots zeker, dat ze niet zou komen.

Vijf minuten later keek ik weer naar de deuropening en mijn hart maakte een salto. Christine stond, ietwat verlegen en aarzelend in de deuropening en keek wat ongemakkelijk de ruimte in. Haar ogen, die waanzinnige blauwe ogen waar ik in mijn jeugd zo stapelverliefd op was geweest, vonden mij en het leek me even alsof haar gezicht opklaarde. Ik zei niets, deed niets, maar Christine scheen een beslissing te nemen en ze stapte naar binnen. Alles en iedereen om me heen verdween en alleen zij en ik waren er nog maar.

Haar foto had haar geen recht gedaan, zag ik toen ze dichterbij kwam. Ze had haar haren, die donkerblonde golvende haren, in losse slagen om haar hoofd dansen en ze zag er geen dag ouder uit dan 30. Vroeger was haar figuur niet spectaculair geweest, met kleine borsten en gewone benen. Ze droeg een leuke zwarte jurk, die strak om haar lichaam sloot (ik had haar vroeger nooit in een jurk gezien; ze droeg altijd jeans), de rok net over de knie en een redelijk lage hals. Haar borsten waren nog steeds niet groot, maar ze had wel kans gezien ze in perfecte conditie te houden, net als haar benen.

“Hoi,” zei ze, toen ze vlak voor me stond en haar stem herkende ik uit duizenden. Ik had jarenlang naar die stem geluisterd als ik de kans kreeg en hij was niets veranderd, behalve dat hij iets dieper was geworden. Ik voelde de vlinders in mijn maag een oerdans uitvoeren toen ik haar zag en hoorde en besefte, dat zij degene was, naar wie ik al die jaren onbewust op zoek was geweest.

“Hoi Christine,” zei ik eindelijk, na wat een eeuwigheid leek waarin ik echt het idee had, dat er roze wolkjes om mijn hoofd dwarrelden, irritante lieve roodborstjes liedjes floten en een strijkorkest ergens een langzaam lied had ingezet. Ik schudde mezelf door elkaar, heette haar welkom en gaf haar haar consumptiebonnen. Ja, ik weet het. Banaal, banaal. Maar ik kon me moeilijk huilend aan haar voeten werpen en haar smeken met me te vertrekken naar een onbewoond eiland om daar de rest van ons leven door te brengen met vissen, zwemmen en vrijen. Bovendien, voor zover ik wist, had ze een man / partner.

En dus gedroeg ik me zo normaal mogelijk, wenste haar een prettige avond en keek haar na toen ze in de menigte verdween en al snel werd opgenomen in een groepje met haar oude vriendinnen. Zelf had ik gelukkig ook genoeg contacten en het was een uitstekend geslaagde avond. Ik kletste over van alles met een heleboel mensen, we hebben veel gelachen, veel herinneringen opgehaald en er zijn heel veel mailadressen uitgewisseld die avond. Maar steeds dwaalde mijn blik weg bij mijn gesprekspartner, op zoek naar dat zwarte jurkje en die donkerblonde haren en steeds als mijn blik haar vond, dwarrelden de vlinders weer door mijn maag.

Het werd een lange avond. We bleken elkaar veel meer te vertellen te hebben dan we ooit gedacht hadden. Nu waren we als klas vroeger ook een redelijk close groep geweest en hadden we veel dingen ook buiten school samen gedaan. Zo had een groot deel van de klas gezamenlijk dansles gevolgd. Het werd dan ook beduidend later dan de bedoeling was geweest en pas tegen een uur of een begonnen de eerste mensen te vertrekken. Bij elk vertrek voelde ik de angst, maar steeds als ik daarna rondkeek vonden mijn ogen al heel snel het zwarte jurkje en dan voelde ik me blij.

Eindelijk kwam het moment, dat Christine en ik tegenover elkaar stonden. Voor het eerst die avond, want net als vroeger waren onze werelden apart gebleken. Maar zonder dat ik er erg in had zocht ze me op en plotseling stond ze voor me. God, die ogen. Toen ik haar ontmoette, al die jaren geleden, waren dat mijn eerste woorden tegen haar geweest: “Wat heb jij een mooie ogen.” Achteraf heb ik mezelf erom vervloekt, want het verziekte elke kans die ik misschien gehad had om meer met haar op te trekken. Nu voelde ze zich ongemakkelijk bij me, dat merkte ik gewoon. Daar was nu niets meer van te ontdekken. Ook wij waren opgegroeid.

“Hoi,” zei ze, nu vrolijk en helemaal los. Ze had kleine blosjes op haar wangen en blijkbaar had ze zich prima geamuseerd.

“Hoi,” zei ik en verbaasde me erover, dat mijn stem niet als schor gekwaak klonk.

“Wat een leuke avond,” zei ze wat ademloos, “Ik heb me zo goed geamuseerd.”

Ik zei, dat ik dat leuk vond om te horen en langzaamaan ontspon zich tussen ons een gesprek. Ik moet bekennen dat ik dat gesprek voor een deel op de automatische piloot voerde, omdat ik mijn concentratie niet vast kon houden. Haar blauwe ogen sprankelden en haar stem gleed als warme honing mijn oren in en maakte me warm van binnen. Waar we het over hadden? Ik zou het eigenlijk niet meer weten. Het merendeel van het gesprek was het ophalen van herinneringen. Ze liet maar weinig los over haar huidige leven, merkte ik.

Voor mij was het het hoogtepunt van de avond. Om ons heen liep de aula langzaam leeg, maar Christine maakte geen enkele aanstalten om ook te vertrekken. Ze scheen er veel plezier in te hebben, allerlei gebeurtenissen, die ik allang vergeten was, op te halen en dan smakelijk te lachen om mijn reactie erop. Ik merkte wel, dat ze veel meer onthouden was over mij dan ik voor mogelijk had gehouden of dan me logisch leek. Ik figureerde immers nauwelijks in haar toenmalige wereld, maar ze scheen elke actie die ik had uitgehaald nog te weten. Het verbaasde me. Ze wist zelfs dingen op te halen die ik zelf al vergeten was.

Tenslotte waren allen wij nog over in de aula. Het was inmiddels ruim na één uur in de nacht en ik had wel de indruk, dat deze reunie een groot succes was geweest. Maar aan alles komt een einde en de beheerder van de school had al een paar keer veelbetekenend in mijn richting gekeken, dus met pijn in mijn hart maakte ik een einde aan het gesprek met Christine.

“Ik moet maar gaan inpakken,” zei ik en ze knikte.

“Ik zal je helpen,” zei ze en daar had ik geen bezwaar tegen. Hoe langer ze bij me was, hoe liever het me zou zijn. Samen haalden we de foto's van de muur en ik genoot ervan hoe haar jurkje om haar lichaam spande als ze zich uitrekte om de bovenste punaises los te maken. Ze haalde ook haar eigen foto eraf en keek er even peinzend op neer.

“Wat waren we jong,” mompelde ze, als tegen zichzelf, “Jong en naïef.”

“Wie is dat niet als hij 18 is?” vroeg ik retorisch en ze knikte.

“Ik hing wel op een mooi plekje,” zei ze toen, “Precies in het licht.”

Ik voelde mezelf licht rood worden, maar deed alsof ik dat niet gemerkt had.

“Ik vond dat jij hier moest hangen,” zei ik luchtig en ze glimlachte en bestudeerde de foto.

“Ik weet nog waar die genomen is,” zei ze plotseling, “Volgens mij heb jij hem zelfs genomen. Op die avond bowlen met de examenklas.”

Dat klopte, maar dat ze wist dat ik hem genomen had, klopte niet. Althans, dat hoorde ze niet te weten. Ik had hem namelijk van een afstandje genomen, eigenlijk een beetje voor mijn eigen verzameling. Ik wist toen dat we elkaar misschien nooit meer zouden zien na de examens en ik wilde een foto van haar hebben om aan haar te kunnen blijven denken. Haar ogen bekeken me.

“Je bloost,” zei ze, “Je dacht dat ik niet in de gaten had, dat je die foto nam, he?”

“Het was niet de bedoeling dat je het doorhad,” zei ik eerlijk, “Ik wilde je vatten hoe je was als je je niet bewust was van een camera op je.”

“Het is je gelukt,” zei ze, “Ik vind het één van de beste foto's die ooit van me gemaakt is. Ik had ook pas door dat je de foto nam, toen het al gebeurd was, hoor.”

Ik keek opzij. Ze had de foto op een tafel gelegd en keek er peinzend naar.

“Je mag hem wel houden,” zei ik.

“Dat zou ik heel fijn vinden,” zei Christine nadenkend. Ik deed de foto voorzichtig tussen de stukken karton waar hij al die jaren had gerust en gaf hem aan haar. Samen raapten we alles bij elkaar, ik bedankte de beheerder voor zijn geduld en we liepen, alsof het vanzelf sprak, samen de school uit, naar de parkeerplaats. Ik legde alles in de auto, slikte en draaide me om naar Christine.

“Het was leuk je weer te zien,” zei ik en ze knikte.

“Ik vond het ook leuk,” zei ze zacht en ze leek vreemd kwetsbaar. Ik greep haar hand, maar ze trok me naar zich toen en kuste me op mijn wang.

“Bedankt dat je dit wilde organiseren,” zei ze, “Ik besefte niet...”

Ze liet de zin onafgemaakt en draaide zich om.

“Christine,” zei ik en ze keek om.

“Tot ziens,” zei ik, met een vreemde brok in mijn keel en haar glimlach was als de opkomende zon. Ze liep langzaam bij me weg, haar fraaie benen flauwe vlekken in het donker, op weg naar haar auto. Toen stond ze ineens stil en draaide zich om. Ze deed een paar stappen terug en stond nu op een meter of twee bij me vandaan.

“Wil je me iets vertellen?” vroeg ze, “Eerlijk vertellen?”

“Natuurlijk,” zei ik en ze deed nog een stap dichterbij.

“Als ik zo naar die foto kijk, die jij gemaakt hebt en wat je erover vertelde,” zei ze wat aarzelend, “Waarom heb je die foto gemaakt? Waarom wilde je me 'vatten' zoals je zei, zoals ik was?”

Ik haalde diep adem. De nachtlucht was lentefris en boven ons twinkelden de sterren.

“Christine,” zei ik, “Ik...”

Ik kon het niet. Ik kreeg de woorden niet uit mijn keel. Christine deed nog een stap verder naar voren en plots kon ik haar parfum ruiken. Ze was eerder zo dichtbij geweest, maar toen was ik me niet van haar bewust geweest. Maar nu rook ik haar. Haar stem was nu nog zachter.

“Was het... Was het omdat je verliefd op me was?”

Ik voelde mijn gezicht gloeien. Ik wilde door de grond zakken. Zelfs nu, na ruim 25 jaar, voelde ik me inadequaat tegenover haar. Ik verdiende haar niet, dat wist ik. Ik was niet goed genoeg voor haar. Maar ik was toen en nu stapelverliefd op haar. Ik keek haar aan. Christine's blik was kalm, ik zag er geen spot of afkeer in en daaruit putte ik het beetje kracht dat ik nodig had. Langzaam knikte ik. Christine's adem ontsnapte met een zucht aan haar keel en ze knikte.

“Dank je voor je eerlijkheid,” zei ze kalm en ik wist niet wat me overkwam of hoe ik nu verder moest. Maar Christine nam het initiatief. Haar hand kwam uit het donker en greep de mijne.

“Kom.”

Meer zei ze niet. Ze trok me mee, terug het schoolplein op. Bij de muur van het gebouw stonden twee bankjes en op één ervan ging ze zitten en trok me naast haar. Ze bleef mijn hand vasthouden en onwillekeurig bedacht ik me, dat ik al die jaren geleden al mijn zakgeld had gegeven om een paar minuten door Christine's hand te worden aangeraakt. Zo zaten we een paar minuten en uiteindelijk slaakte Christine een diepe zucht.

“Ik wist dat, weet je?” zei ze, “Zoiets voel je tenslotte. En toen ik erop ging letten, wist ik het zeker. Eerst wist ik niet wat ik ermee moest. Ik wilde niet dat je verliefd op me was, want ik was niet verliefd op jou. Ik kon ook niet verliefd op jou worden.”

Ze lachte wat wrang.

“Het was de tijd van imago's. Jij paste niet in mijn imago. Dus ik wilde je wegduwen.”

“Dat is je wel gelukt,” zei ik zacht en ze schudde haar hoofd.

“Nee,” zei ze, “Het enige wat er gebeurde was, dat je van afstand verliefd op me bleef. Ik ben er boos om geweest. Ik ben er verward om geweest. Ik heb me gevleid gevoeld, al moet ik eerlijk zeggen, dat dat gevoel maar heel kort duurde.”

Ze zuchtte.

“Het rare is, dat ik je op school eigenlijk lastig begon te vinden. Ik wist, dat waar ik ook was, ik jouw ogen op me zou hebben. Ik keek uit naar klassen die we apart hadden, maar vanwege onze vakkenpakketten waren dat er niet zoveel.”

“Dat vind ik niet raar,” zuchtte ik, “Als ik jou geweest was...”

“Stil nou,” zei Christine, “Ik was nog niet klaar. Het rare was, dat toen we van school waren en jij ergens anders ging studeren, ik je begon te missen. Oh, niet meteen. De eerste weken en maanden voelde ik me bevrijd. Maar daarna... Ik miste mijn schaduw. Ik voelde me minder veilig.”

Haar vingers pulkten gedachteloos aan mijn hand.

“Maar ook dat ging over. Ik ontmoette mijn man en werd verliefd op hem. We trouwden en kregen kindjes, ik kreeg mijn baan, hij kreeg een vriendin en we scheidden weer.”

Ze zei het koel, afstandelijk. Haar gezicht was duidelijk zichtbaar in het heldere licht van de sterren en het was volkomen kalm. Ze haalde haar schouders op.

“Dat soort dingen gebeurt. Het vreemde was, dat toen dat alles achter de rug was, jij ineens weer in mijn gedachten kwam. Ik had jaren en jaren niet aan je gedacht, maar ineens was je er weer. Ineens vroeg ik me af, hoe jij het zou hebben aangepakt, welke raad jij me zou hebben gegeven.”

Ze keek me aan.

“Ik miste je. En toen, een paar maanden geleden, dat mailtje.”

Ze schudde haar hoofd.

“Het kwam hard aan. Ik dacht je kwijt te zijn, in positieve en negatieve zin, en ineens was je er weer.”

Ik kon haar alleen maar aanstaren. Dit was heel anders dan ik me deze avond had voorgesteld.

“Maar...”

Verder kwam ik niet. Christine legde haar vinger op mijn lippen en legde me zo het zwijgen op.

“Laat mij praten,” zei ze, “Anders durf ik niet meer en dan is dit moment voor altijd verloren. En misschien verlies ik dan wel meer.”

Ze haalde diep adem.

“Ik heb de laatste maanden veel nagedacht. Jouw mail en het contact wat we kregen bracht me terug naar school.”

Ze keek rond.

“Naar hier. Ik zag ons weer zoals we toen waren, maar met het voordeel van de levenservaring die ik heb opgebouwd. Ik begon te vermoeden hoe je werkelijk over me dacht. En ik heb getwijfeld of ik naar deze reünie moest komen. Ik was bang, dat ik oude wonden zou openhalen, bij jou, maar ook bij mij. Zelfs vanavond heb ik nog geaarzeld, daarom was ik zo laat.”

“Wat gaf de doorslag om toch te komen?”

“Ik moest het zeker weten,” zei ze prompt, “Ik moest weten, wat jouw gevoelens waren geweest, al die jaren geleden.”

Ik keek haar aan. In het donker waren haar ogen bijna zwart.

“Die gevoelens zijn er nog steeds,” zei ik zacht en Christine glimlachte.

“Dat weet ik. Het was vanavond alsof ik weer op school zat. Ik voelde je ogen regelmatig op mijn rug. Ik zag hoe je me steeds weer zocht met je ogen. Het voelde heel vertrouwd.”

Ik staarde naar haar gezicht.

“Oke,” zei ik, “En nu? Je weet wat ik voor je gevoeld heb en wat ik nu voor je voel.”

Ze knikte kalm. Het volgende moment liet haar hand de mijne los, vond mijn kin en trok mijn gezicht naar het hare toe. Toen kwamen al mijn jeugddromen uit. Christine kuste me. Niet op mijn wang, maar op mijn lippen, liefdevol, teder. Toen ze terugtrok deed het bijna pijn om haar lippen te voelen verdwijnen. Maar dat duurde niet lang. Ze kroop tegen me aan en haar mond vond mijn gezicht en zacht kuste ze me langs mijn kaaklijn, langs mijn oorlel, in mijn hals. Ik voelde mijn lichaam reageren, maar anders dan ik tot nu toe gewend was. Mijn opwinding was dieper, minder plat. Ik voelde een enorm verlangen om lang en teder met deze vrouw te vrijen. Mijn armen gleden om haar heen en eindelijk voelde ik het warme zachte lichaam van Christine tegen het mijne aan en ik voelde me als in de hemel. Automatisch begon ik haar kussen te beantwoorden en het gevoel van haar huid onder mijn lippen, haar geur in mijn neusgaten was alles wat ik er ooit over gedroomd had en meer.

Mijn handen werden wat brutaler en streelden haar armen, haar zijden, streken langs haar borsten. Ik streelde haar benen en genoot van de soepelheid van haar huid. Langzaam duwde Christine me van zich af en stond op. Ze stak opnieuw haar hand uit en trok me overeind.

“Kom met me mee naar huis,” fluisterde ze, “Ik denk, dat we elkaar een heleboel te zeggen en te vertellen hebben. Het zou wel eens het langste gesprek van ons leven kunnen worden, Saskia.”

Alle werken van: anton_bi

Fijn verhaal 
0

Reacties  

Een mooi verhaal, waarvan ik veel herken. De ontknoping is goed gevonden, maar het is dan wel jammer dat er in een de elfde alinea staat: ik schoor me .... het verkeerde been mag altijd, maar dit is een opvallend been.
Werkelijk? Wat is daar fout / verkeerde been aan?

Als je aan het werkwoord refereert: Van Dale geeft:

sche·ren (schoor, heeft geschoren) 1afsnijden met een mes of schaar: schapen scheren ontdoen van hun wol; zich scheren zich van baardstoppels ontdoen

Dus dat is geen probleem. En vrouwen scheren zich ook.
anton_bi zei:
Werkelijk? Wat is daar fout / verkeerde been aan?

Als je aan het werkwoord refereert: Van Dale geeft:

sche·ren (schoor, heeft geschoren) 1afsnijden met een mes of schaar: schapen scheren ontdoen van hun wol; zich scheren zich van baardstoppels ontdoen

Dus dat is geen probleem. En vrouwen scheren zich ook.


LOL anton
Ik zag het voor me, zo kan het gaan. De situaties de gevoelens die je beschrijft, allemaal zo dicht bij de werkelijkheid. Mooi hoor, dank je!
Heel mooi verhaal met een sublieme ontknoping. Dank je.
Dit is zó subliem geschreven. De clou bewaren tot... Ik ga het niet verklappen. Lees zelf maar.