Ik heb altijd veel gelezen en geschreven. Als redactielid van Lecterotica redigeer (corrigeer) ik ook bijna alle nieuwe verhalen. Het valt me op dat verschillende schrijvers toch vaak soortgelijke foutjes in spelling en/of grammatica maken. Dat is geen verwijt; Nederlands is nu eenmaal een moeilijke taal met veel uitzonderingen op de regeltjes. Om het jullie makkelijker te maken heb ik een aantal veel voorkomende 'missertjes' op papier gezet.
(Dit is geen compleet overzicht en zal daarom af en toe een update krijgen).

Veelgemaakte fouten en handige weetjes

♦ De juiste Nederlandse spelling van:
- Seks (i.p.v. sex)
- Seksueel (i.p.v. sexueel)
- Sexy (wel met X, hoewel tegenstrijdig)
- Oké (i.p.v. OK of okay)

♦ De verleden tijd van:
Ik verraad --> Ik verried
Ik scheer --> Ik schoor
Ik ervaar --> Ik ervoer

♦ D of T
Hij vertelt           Hij heeft verteld
Het gebeurt        Het is gebeurd

♦ D of DT (uitsluitend in de tegenwoordige tijd)
Ik loop                  Jij/hij/zij loopt
Ik lees                   Jij/hij/zij leest
Dus ook...
Ik word                 Jij/hij/zij wordt
Ik houd                 Jij/hij/zij houdt
Ik antwoord           Jij/hij/zij antwoordt
Ik rijd                    Jij/hij/zij rijdt

♦ Een persoon is geen voorwerp, dus...
FOUT: De man, waarmee ik een afspraak had...
GOED: De man, met wie ik een afspraak had... (persoon --> voorzetsel + wie)
GOED: De dildo, waarmee ik mijn poesje vulde... (voorwerp --> waar + voorzetsel)
GOED: Zij was de enige aan wie ik aandacht besteedde... (persoon --> voorzetsel + wie)
GOED: De spijlen, waaraan mijn polsen waren gebonden... (voorwerp --> waar + voorzetsel)
NB: Waar wacht je op? (trein, bus, taxi etc --> voorwerp)
        Op wie wacht je? (vriend, dochter, vader, collega etc --> persoon)

♦ Dat, die of wat
1. Een specifiek voorwerp of persoon wordt in een bijzin altijd gevolgd door die of dat
- Het meisje, dat mijn aandacht trok... (voorzetsel 'het' --> dat)
- De man, die me probeerde te versieren... (voorzetsel 'de' --> die)
- De auto, die voor de deur parkeerde... 

2. Een vage omschrijving (o.a. iets, niets, alles) wordt in een bijzin gevolgd door wat
- Ze vertelde me niets wat mijn interesse kon wekken
- Duisternis was alles wat ik waarnam
- Is er iets wat ik voor je kan doen?

♦ Ontbloten versus Ontbloot
Werkwoord: ontbloten
Verleden tijd: ontblootte(n) --> Ik ontblootte zijn bovenlijf
Bijvoeglijk naamwoord: ontbloot/ontblote  --> De aanblik van een ontbloot lichaam deed haar smachten. Hij kreeg het eveneens warm van haar ontblote borsten.

♦ Grote versus Grootte
Bijvoeglijk naamwoord: groot/grote --> Een groot lichaam betekent niet automatisch een grote pik.
Zelfstandig naamwoord: de grootte --> De grootte van zijn penis is niet in verhouding tot zijn lichaamslengte.

♦ Enkelvoud versus Meervoud
- Een groepje demonstranten werd gearresteerd (onderwerp 'groepje' = enkelvoud)
- De demonstranten werden gearresteerd (onderwerp 'demonstranten' = meervoud)
- Vijf vakantiegangers wachtten bij de halte (onderwerp 'vakantiegangers' = meervoud)
- Een vijftal vakantiegangers wachtte bij de halte (onderwerp 'vijftal' = enkelvoud)

Is iets niet duidelijk? Aarzel niet om ons een e-mail of pb te sturen.