Dit is een ideaal café. De rosé is gratis, er mag natuurlijk niet gerookt worden, op de barman raak je niet uitgekeken. We hebben het rijk voor ons alleen, ik ben de enige gast, hij is de enige barman. Er mag dus best een knoopje los. Dat voelt veel fijner, zeker na een glas of vier.
Of ik alleen rosé drink, wil hij weten. Wat denkt hij nou, dat ik alcoholist ben of zo? Alleen roseetjes, ja hoor. Eigenlijk ben ik van de thee. O, zegt hij, ook van de ontbijtthee? Hoezo, vraag ik. Dan wil hij die wel voor me zetten. Huh, wacht even, hij zet ontbijtthee. Bij mij thuis. Ik kijk hem streng aan. Hij blijft gewoon glimlachen. Zo'n zouteloze glimlach die kriebeltjes geeft in je onderbuik. Hoezo komt hij thee zetten voor mijn ontbijt. Wat suggereert die gast? Ik doe nog een knoopje los en neem een slok. Bedoel je..., begin ik. Hij zegt niks, hij glimlacht alleen sullig. Als jij bij mij thee komt zetten voor het ontbijt, wat is er dan aan voorafgegaan? Het blijft lange tijd stil. Hij schenkt mijn glas vol. Ik doe een knoopje los. Er komen geen andere klanten.