Informatie
Geschreven door Fanny
Categorie De dokter
Reacties: 1
7350 woorden | Leestijd 37 minuten

Basel (Zwitserland), augustus 1945

"Wat doen we hier eigenlijk?" vroeg Rosa zuchtend. "Heeft dit nog zin?"

"Natuurlijk heeft het zin," reageerde ik terwijl ik mijn blik nogmaals over alle vertrekkende kerkgangers liet gaan. "Hij heeft beloofd dat hij komt. We weten alleen niet wanneer."

We wandelden in Basel over de Münsterplatz, zoals elke zondagochtend sinds we hier waren. We kwamen op tijd om iedereen de kerk te zien betreden en bleven buiten rondhangen tot de dienst was afgelopen. Dan speurden we bij het verlaten van de Munsterkerk opnieuw of we dat ene bekende gezicht tussen de menigte konden ontdekken. Tot nu toe tevergeefs. Niet dat we serieus dachten dat hij een kerkdienst zou bijwonen, maar je kon nooit weten.

Rosa strekte haar armen horizontaal en geeuwde. "Hij komt niet meer. Er is iets gebeurd."

"Welnee, waarschijnlijk heeft hij problemen met zijn auto of reispapieren. Misschien kon hij niet weg en is hij tijdelijk ondergedoken. Er kan van alles tegen zitten."

"Vier maanden is een lange tijd, Jo. Zelfs kruipend op zijn blote knieën had hij intussen hier kunnen zijn. Hij zit in de penarie. Verdomd als het niet waar is."

"Hou je mond!" Mijn onderlip trilde. Ik kon de gedachte niet verdragen dat hem wellicht iets was overkomen.

"Joke, je leest dezelfde kranten als ik. Er heeft een heksenjacht plaatsgevonden naar iedereen die iets met de moffen van doen had. Sinds Bijltjesdag[1] worden duizenden mensen in kampen vastgehouden. Het is niet ondenkbaar dat ze hem te grazen hebben genomen."

Ze had gelijk, al probeerde ik die gedachte te verdringen. Ik wilde het niet onder ogen zien. In mijn beleving was de dokter onaantastbaar. Hoeveel regels en wetten hij ook had overtreden, hij was er altijd mee weg gekomen. Elke zondag kwam ik dan ook naar de Münsterplatz om daarna teleurgesteld terug te gaan naar de zolderverdieping die Rosa en ik samen hadden gehuurd. Maar de hoop opgeven kon ik niet.

"De dokter is intelligent en rijk," wierp ik tegen. "Hij zal wel een manier hebben bedacht om aan die klopjacht te ontkomen."

"Ik ben bang dat de haat ditmaal groter is dan de hebzucht."

"Misschien is hij ziek of gewond."

Of dood, dacht ik. Maar dat woord kreeg ik niet over mij lippen. Het ontging mijn vriendin niet dat ik tegen mijn tranen vocht.

"Jankerd, je houdt van die klerelijer," zei ze.

Ik zocht haar ogen om te peilen of het een geintje was, maar ze leek bloedserieus.

"En hij hield van jou," voegde ze eraan toe. "Juist daarom had hij allang hier moeten zijn. Hij zou hemel en aarde bewegen om bij jou te zijn."

"Hij hield van ons allemaal. Van mij niet meer of minder dan de rest."

Rosa schudde bedachtzaam haar hoofd. "Ik heb mijn ogen niet in mijn zak, meid. Ik weet wat ik jarenlang van dichtbij heb gezien. Vanaf je eerste dag in het Huis was je zijn lieveling, zijn oogappel, zijn kwetsbare kleine meisje voor wie hij een zwak had. Geen van de andere meiden..."

"Ik was destijds zestien en wereldvreemd," onderbrak ik haar. "Ik had geen sjoege van seks. Hij heeft me letterlijk alles moeten leren. Daarom besteedde hij in het begin meer aandacht aan mij dan aan jullie. En ja, als ik in de stront zat ving hij me op omdat ik anders krankjorum was geworden, maar hij heeft me voortdurend te kennen gegeven dat ik niets meer van hem mocht verwachten dan zijn kameraadschap."

Waarom vertelde ik haar iets wat ze allang wist? En waarom spraken we over de dokter in de verleden tijd?

Ik staarde haar met grote ogen aan. "Mis jij hem niet? Jij houdt toch ook van hem?"

Natuurlijk miste ze hem. Op haar typische eigengereide manier hield ze van hem, al sprak ze dat niet hardop uit. Met een diepe rimpel boven haar wenkbrauwen staarde ze over het plein. Haar zwarte krullen waaiden in haar gezicht. Sinds we het Huis hadden verlaten beseften we welk luizenleventje we daar hadden. De dokter regelde alles. Nu we tegen wil en dank op eigen benen stonden moesten we nadenken over dingen als eten, drinken, inkomsten, uitgaven, onderdak en niet in de laatste plaats onze veiligheid en gezondheid.

"Verdomme Jo... Ik begin me nu toch echt zorgen te maken." Rosa was een realist. Zij probeerde zich niet, zoals ik, aan allerlei strohalmen vast te klampen. "Misschien moeten we zelf actie ondernemen in plaats van dit eindeloze afwachten. Als hij ons niet zoekt gaan we hem zoeken."

"Hoe?" vroeg ik. "We weten niets van hem, niet eens zijn naam."

Inmiddels hadden we een tiental brieven naar het Huis en zijn dokterspraktijk gestuurd. Een deel ervan was ongeopend retour gekomen. Geadresseerde onbekend. Maar wat niet terugkwam werd evenmin beantwoord.

"We kunnen Gerrit proberen te vinden. Als iemand weet waar de dokter uithangt, is hij het wel."

Gerrit, dacht ik. De beste vriend van de dokter had zich tijdens de oorlog niet meer in Nederland laten zien. Hij dacht veilig te zijn in Nederlands Indië maar in 1942 werd ook dat land bezet door de Japanners. We hoorden nadien dat hij uit een jappenkamp was ontsnapt en een toevluchtsoord had gevonden in een ander Aziatisch land waarvan de naam me was ontschoten.

"En hoe dacht je Gerrit te vinden?" vroeg ik.

"Via zijn scheepswerf."

"Welke scheepswerf? Ken jij zijn achternaam?"

"Nee." Weer gaf Rosa blijk van haar vermoeidheid. "Maar zoveel werven zijn er niet in Rotterdam, toch...? Kom, laten we gaan pitten. Ik heb een zware nacht gehad."

Nog een keer keek ik over mijn schouder naar een man met ongeveer dezelfde gestalte als de dokter, maar hij was het niet. Toen liep ik met Rosa mee in de richting van de Rijn waar we de brug overstaken en terug liepen naar het donkere hol dat we tijdelijk als ons thuis beschouwden. Basel was een mooie stad en wat ik van de omgeving had gezien, was eveneens prachtig. Maar ik probeerde me te herinneren waarom we zo nodig ons eigen landje moesten verlaten. Ik wilde terug naar mijn oude vertrouwde leven al wist ik heus wel dat niets ooit nog hetzelfde zou worden. Er was teveel gebeurd.

<> <> <>

Afgelopen april was van de ene op de andere dag de paniek toegeslagen bij de Duitse officieren op de benedenverdieping van het Huis. Vanuit de ramen op de eerste en tweede verdieping zagen we met stijgende spanning hoe auto's en vrachtwagens van het leger af en aan reden om allerlei materieel in te laden. In de tuin werden tevens grote hoeveelheden documenten verbrand. Er werd geschreeuwd, getierd en gevloekt. Ze waren hypernerveus en schenen haast te hebben.

Zou het eindelijk gaan gebeuren, vroegen we ons af. Was het waar? Ging het wonder zich dan toch voltrekken? Waren de geallieerden onderweg om het westen van ons landje eindelijk... EINDELIJK te bevrijden? Het leek er wel op, al durfden we het pas te geloven als het daadwerkelijk zover was want we hadden al tien keer eerder te vroeg gejuicht.

Al maanden wachtten we erop. Wat zei ik...? Al bijna een jaar! Vanaf het moment dat het bericht over de invasie van Normandië, in juni 1944, ons bereikte. Het werd godallemachtig ook hoog tijd dat de vrije wereld ingreep en Hitler voor eens en altijd een halt toeriep. Aanvankelijk ging het snel. In augustus werd Parijs bevrijd, gevolgd door Noord Frankrijk en België. Delen van de zuidelijke Nederlandse provincies hesen onze eigen nationale vlag alweer in september. Maar ten zuiden van de grote rivieren stagneerde de opmars van de Engelsen, Amerikanen en Canadezen. Daar waren de Duitsers niet van plan op te geven en hielden hardnekkig stand. Het was ronduit hemeltergend dat bevrijd gebied zo dichtbij was en toch zo onbereikbaar.

Intussen zag ik de dokter, mijn vriendinnen en mezelf zienderogen vermageren. We hadden een helse winter achter de rug die de geschiedenisboekjes in zou gaan als 'de Hongerwinter'. In vergelijking met de burgers in de westelijke steden, die letterlijk door het gebrek aan voedsel en brandstof crepeerden, met duizenden doden tot gevolg, mochten we echter niet klagen. We waren gezond en we hadden het overleefd. Maar toch... Van een leien dakje was het niet gegaan. De dokter onderhandelde keer op keer snoeihard met de Duitsers die rechtstreeks vanuit die Heimat werden bevoorraad. Als ze hun proviand niet met ons wilden delen, dan ook geen seks. Desnoods sloot hij het Huis. Andere vormen van betaling accepteerde hij niet meer. Maar wat we kregen bestond maandenlang hoofdzakelijk uit aardappelen, uien, witbrood, waterige soep en smerige tulpenbollen. Het was geen vetpot maar het hield ons op de been. Voor de tweede keer redde de prostitutie me van de hongerdood.

Het was eind april toen er nog amper een handvol Duitsers in de voormalige Rotary Club aanwezig was. Opnieuw bleven onze klanten weg en daarmee onze inkomsten. De dokter had Toos en Elske gevraagd niet meer naar het Huis te komen, voor hun eigen bestwil. Maar op een dag waren Madelief en Anemoon plotseling vertrokken, niet lang daarna gevolgd door Lily en Floor. Op eigen verzoek naar huis en hun familie, vertelde de dokter, maar verder hulde hij zich in stilzwijgen. Nu bleven alleen hij, Rosa en ik over. Waren mijn vriendin en ik de volgende die het Huis moesten verlaten, of...?

We vroegen niets omdat we het antwoord vreesden. Radio Oranje waarschuwde dat de moffenhaat van de Nederlanders zich tegen NSB'ers en collaborateurs[2] zou kunnen keren zodra aan de bezetting een einde zou komen en de Duitsers ons land zouden verlaten. Of dat inderdaad zou gebeuren en hoe dat zou uitpakken liet zich raden, maar de dokter was niet van plan te wachten tot het zover was. Achter de schermen was hij druk bezig voorbereidingen te treffen om ons en zichzelf te behoeden voor eventueel onheil.

Na een orgastische nacht met ons drieën, waarin geen einde leek te komen aan onze seksuele uitspattingen en de lichaamssappen rijkelijk vloeiden, wekte hij ons 's ochtends met de mededeling dat we zoveel mogelijk persoonlijke eigendommen in een tas moesten pakken.

"Nee!" protesteerde ik recalcitrant. "Ik ga nergens heen zonder jou."

Hij sloot me teder in zijn armen en kuste me op mijn voorhoofd.

"Joke, maak het me alsjeblief niet zo moeilijk. Ik wil net zo min afscheid van jullie nemen als andersom, maar ik wil dat jullie veilig zijn als hier de pleuris uitbreekt."

"Waar gaan we dan heen?" vroeg Rosa die zich blijkbaar neerlegde bij zijn beslissing. IJverig begon ze de inhoud van haar ééndeurs kast in een koffertje te proppen.

"Jullie gaan met Erdinger mee naar München."

Franz Erdinger was op dat moment de hoogste in rang, de zoveelste commandant van de militaire eenheid die in het Huis bivakkeerde. Hij en de dokter konden het goed met elkaar vinden. Der Franz was een nuchter mens met een gezond verstand. Voor een Nazi was hij best te pruimen.

"Naar Duitsland?" echode ik terwijl ik me van hem losmaakte. "Nooit! En Sientje dan?"

"Ik zorg dat Sientje van je tijdelijke afwezigheid op de hoogte wordt gesteld. Jullie eindbestemming is trouwens Basel in Zwitserland. Vanuit München moeten jullie op eigen kracht verder maar Erdinger zal jullie de benodigde papieren bezorgen."

"Het is een voorlopige oplossing, toch?" vroeg Rosa.

"Ja, natuurlijk. Ik moet hier nog wat dingen regelen, onder andere de sporen van het bordeel wissen en ervoor zorgen dat mijn oude moeder hulp heeft. Mijn patiënten moeten weten dat mijn praktijk een poosje dicht gaat. Zodra ik kan kom ik naar jullie toe. Zorg dat jullie elke zondagochtend tijdens de mis bij de Munsterkerk zijn. Daar zien we elkaar terug."

"Rosa mag gaan, maar ik blijf hier om je te helpen," volhardde ik koppig.

"Liefie." De dokter legde zijn handen op mijn schouders en keek me deels radeloos en deels streng aan. "Je zou me alleen maar voor de voeten lopen. In mijn eentje kan ik veel sneller handelen. Begrijp me goed, dit is geen vraag maar een opdracht. Als Erdinger straks vertrekt zitten jullie allebei in zijn auto, goedschiks of kwaadschiks. Als je niet vrijwillig meegaat moet ik je helaas dwingen."

Met stomheid geslagen staarde ik naar hem. Hij meende het echt. Op dat moment drong de ernst van de situatie pas in volle omvang tot me door. Ik moest afscheid van hem nemen! Onze wegen zouden scheiden. Dat het slechts tijdelijk zou zijn maakte voor mij geen verschil. Omdat ik duizelde zocht ik houvast bij de rugleuning van een stoel. Ruim vijf jaar was hij de enige stabiele factor in mijn leven. Mijn rots in de branding. Al die tijd had ik lief en leed met hem gedeeld. En nu... Nu wilde hij dat we naar Zwitserland gingen, zonder hem. Zwitserland! Ik was zelfs nog nooit buiten deze provincie geweest.

Het was absurd. Vluchten moesten we. Vluchten voor de geallieerden, voor de Bevrijding, terwijl we daar juist zo naar uitkeken. Een vrij Nederland zou ons leven makkelijker moeten maken, niet moeilijker. Vijf jaar lang vreesden we de bezetters en nu moesten we opeens bang zijn voor de Hollanders. Wat hadden we fout gedaan? We hadden toch alleen maar met de moffen geneukt om te overleven? Omdat we, gezien de omstandigheden, weinig andere keus hadden. Dat zouden onze landgenoten toch wel begrijpen?

"Nee Joke," antwoordde de dokter toen ik hem die vraag stelde. "De meeste mensen zullen het niet begrijpen. Ons volk heeft zwaar geleden. Omdat ze geen wraak op de moffen kunnen nemen, zullen ze iedereen straffen die ook maar iets met de Duitsers te maken heeft gehad. Daarom moeten we onderduiken tot de rust is weergekeerd en men de draad weer heeft opgepakt."

"Hoe lang?" vroeg ik. "Wanneer zien we je weer?"

"Een paar weken, vermoed ik. Misschien een maand, hooguit twee. Hier... Pak aan."

Hij gaf ons ieder een leren buideltje dat kostbare gouden sieraden en edelstenen bleek te bevatten, waarvan een aantal met Joodse symbolen. Geroofd door de Duitsers, wist ik, en gebruikt om hun bordeelbezoek mee te betalen. Bloedgeld.

"Voor noodgevallen," voegde hij eraan toe, maar ik nam me voor ze terug te geven zodra we elkaar zouden terugzien.

Uiteindelijk was het de dokter die mijn spullen verzamelde en inpakte. Hij hield voet bij stuk, hoe fel mijn verzet ook was en hoeveel tranen ik ook vergoot. Ik zag echter ook hoe moeilijk hij het vond. Ik las de aarzeling in zijn ogen maar hij zette zijn plan toch door. Toen de auto van Erdinger voorreed omhelsde hij ons voor de laatste keer. We huilden alle drie, al probeerde de dokter zich tevergeefs te beheersen. Toen Rosa in de auto stapte duwde hij me ook in die richting, maar ik klampte me aan hem vast.

"Ga alsjeblieft met ons mee," bedelde ik wanhopig. "Ik kan je niet missen. Ik wil bij jou blijven, wat er ook gebeurt."

"Het is maar voor even, liefie," suste hij met schorre stem. "Vertrouw me, ik kom zo snel mogelijk naar jullie toe. Al moet ik het hele eind lopend afleggen want ik wil ook niets liever dan bij jou zijn. Heb geduld, ook als het wat langer zou duren. Je weet het, hè?"

"Wat weet ik?" vroeg ik in opperste verwarring.

"Dat je mijn allerliefste meisje bent."

Hij kuste me innig en passioneel, hield me zo stevig en zo lang vast dat hij me bijna de adem benam. Het voelde alsof we voorgoed afscheid van elkaar moesten nemen. Vervolgens moest hij al zijn kracht gebruiken om me van hem los te scheuren. Op dat moment was ik liever gestorven dan hem te moeten achterlaten in onzekerheid. Alles in mij schreeuwde dat ik bij hem wilde blijven, maar hij dwong me inderdaad op de achterbank van Erdinger's auto plaats te nemen. Resoluut sloot hij het portier achter me. Met pijn in mijn hart, en tegen wil en dank, gaf ik me gewonnen.

Door het raampje aan de achterkant zag ik, half verblind door mijn tranen, hoe hij ons nakeek. Zelfverzekerd, rechte rug en schouders, opgeheven hoofd, zijn handen op zijn heupen. Nog even zwaaide hij.
En toen... In de allerlaatste seconde, nadat de auto een bocht nam waardoor we bijna aan zijn zicht waren onttrokken, zag ik nog net hoe hij zijn handen voor zijn gezicht sloeg en als een geslagen hond in elkaar kromp. Als Rosa me niet stevig had vastgehouden was ik zonder twijfel uit de rijdende auto gesprongen. Die allerlaatste glimp van de dokter zou ik echter nooit meer vergeten.

<> <> <>

De lange reis naar Basel verliep niet zonder hindernissen. Zoals gezegd waren de moffen hypernerveus. Ze vertrouwen zelfs hun eigen officieren niet meer. Onze papieren werden onderweg misschien wel honderd keer gecontroleerd. We reden over gehavende wegen en moesten vaak grote afstanden omrijden omdat bruggen waren beschadigd of opgeblazen. Soms passeerden we Duitse dorpen en steden die door de Engelsen waren gebombardeerd. Duitsland was een puinhoop.

Hoewel ik ontroostbaar was vanwege de gedwongen scheiding van de dokter en Sientje, probeerde Rosa me weer met beide benen op de grond te zetten. We moesten de realiteit onder ogen zien en erover nadenken hoe we de komende periode gingen overbruggen. Tenslotte wisten we niet hoe lang de dokter op zich zou laten wachten en waren we genoodzaakt nu zelfstandig in ons levensonderhoud en woonruimte te voorzien in een vreemd land. Op eigen benen. Wat voorheen een droom was geweest, werd nu een doodenge sprong in het diepe.

Geen prostitutie meer, was het oorspronkelijke idee. We wilden wel eens wat anders; een doorsnee leven want wellicht kwamen we hier een paar geschikte, bij voorkeur vermogende kerels tegen, die ons een beetje konden helpen. Maar ons verblijf in Zwitserland was illegaal, net zoals onze papieren vals waren. Veel keuze hadden we niet, ook omdat het Baselse dialect vrijwel onverstaanbaar was. Rosa belandde daarom achter de bar van een bruine kroeg en ik in een klein hotel, waar ik de receptie, de schoonmaakploeg en de bediening in het restaurant met slechts één andere collega deelde. Het waren langen dagen en keihard werken maar dat vond ik niet erg.

Tot het moment dat Rosa en ik ons eerste zuur verdiende weekloon in handen kregen. Toen het tot ons doordrong dat we op een nette manier niet meer zouden verdienen dan een flinke fooi, keken we elkaar eens diep in de ogen en besloten dat de horeca niets voor ons was. We waren beter gewend. Bij nader inzien bleek een leven als hoer zo slecht nog niet. Afgezien van de betere betaling kroop het bloed nu eenmaal waar het niet gaan kon. Een dagelijks robbertje seks met een of meer potente kerels vonden we net zo onmisbaar als de lucht in onze longen. Na enig speurwerk vonden Rosa en ik allebei werk als striptease danseres in een nachtclub nabij het drielandenpunt, waar Zwitserland aan Frankrijk en Duitsland grenst. Maar zoals dat meestal het geval was, was het strippen slechts een dekmantel voor wat we werkelijk deden.

De Baselse nachtclub had helaas niet de allure van het Huis. De tarieven waren lager waardoor we meer klanten moesten afwerken om er minder aan over te houden. Logischerwijze trok deze louche club ook een ander publiek. Gewend aan het neusje van de zalm van de Rotaryclub en de Duitse officieren, kregen we nu te maken met lokale middenstanders, aannemers, boeren, vrachtwagenchauffeurs en toevallige passanten. Iedereen die zich een avondje uit kon permitteren dat niet veel duurder was dan een kroegentocht. Dat was even slikken. Het lagere niveau vergde ook meer van ons incasseringsvermogen. De klanten waren niet zelden onbeschoft, hardhandig en grof gebekt. We moesten bijna dagelijks ervaren hoe het voelde om als voetveeg te worden behandeld. We kweekten haar op de tanden, een olifantshuid en armspieren om van ons af te slaan als dat nodig was. Gedragsregels waren er wel maar enkel op papier. Toch bleven we omdat zes uurtjes per dag te overzien waren en we vijf dagen vrij hadden als we ongesteld waren.

<> <> <>

Die bewuste zondagavond werkte ik in de vroege dienst. 'Vroeg' betekende in dit geval van acht uur 's avonds tot ongeveer twee uur 's nachts. De late dienst was van twee tot acht in de ochtend. Rosa was er niet. Meestal werkten we niet dezelfde tijden om haar oplettende ogen niet steeds op me gericht te weten. Hoewel ik na zes jaar het klappen van de zweep wel kende gedroeg mijn hartsvriendin zich nog steeds als mijn beschermengel. Maar onze krappe huisvesting bleek niet goed voor onze verstandhouding als we de hele dag op elkaars lip zaten. 

Het was nog niet druk in de club. Een handvol mannelijke bezoekers vergaapte zich aan een van mijn collegaatjes die wulps op een podium danste en op de maat van de muziek langzaam uit de kleren ging. De mannen maakten deel uit van een vaste kliek die kwam om te kijken, niet om te kopen. Eerdere verleidingspogingen hadden niets uitgehaald en daarom haalde ik mijn favoriete drankje bij de bar. Een ander meisje kwam bij me staan.

"Het is weer zondag," zuchtte ze verveeld. "Niets te beleven."

"De avond is nog jong," reageerde ik hoopvol terwijl ik aan mijn glas nipte.

Als ik me nu al liet aanpraten dat het een saaie avond werd zou die een eeuwigheid duren. Ik draaide me om naar de zaal en legde mijn ellebogen achter me op de rand van de toog, zodat mijn borsten zich brutaal aftekenden in mijn toch al weinig verhullende bloesje. Door de hak van een schoen achter me aan de voetsteun te haken boog ik mijn dijbeen omhoog, waardoor mijn korte rok nog iets verder opkroop. Met een wulpse oogopslag duwde ik een haarlok achter mijn oor. In deze houding trok ik vrijwel altijd de aandacht, en als ik eenmaal de interesse van een klant had was het meestal niet moeilijk hem te overtuigen van mijn andere talenten.

Op avonden als deze dacht ik met weemoed terug aan het Huis. Ondanks die rotmoffen verlangde ik ernaar terug. En naar de dokter. Ik wist wel dat hij geen heilig boontje was maar hij was altijd goed voor me geweest. Ik haatte deze tent. Ik haatte de mannen die hier hun vertier zochten. Allemaal. Ik haatte deze stad en dit land. Ik haatte het omdat ik hier niet wilde zijn. De oorlog had me bovendien niet rijker gemaakt. Ik verdiende weliswaar niet slecht maar er bleef te weinig over om te sparen. Mijn uitzicht op een damesachtig bestaan leek verder weg dan ooit.

Ik schudde mijn blonde haren in mijn nek toen er een donkerharige man binnenkwam die ik hier al eerder had gezien. Hij was goed gekleed in zijn donkergrijze kostuum, witte overhemd en glimmend zwarte schoenen. Ik schatte hem nog geen dertig. Hoe groot zou hij geschapen zijn? Met mijn hoofd ietwat schuin hield ik hem in het oog. Hij keek even naar ons maar liep toen ongeïnteresseerd naar de andere kant van de bar en bestelde een glas wijn. Ik wachtte een minuutje of hij zich zou bedenken en peilde toen de mening van mijn collega.

"Hij komt altijd voor Monika," zei ze. "Maar waar kwam jij ook alweer vandaan? Holland toch?"

Ik begreep even niet wat ze bedoelde. "Ja."

"Hij ook."

"Is hij Nederlander?" reageerde ik bijna euforisch. Met een beetje geluk werd dit een thuiswedstrijd. "Wil jij hem niet?"

Ze schudde haar hoofd. "Niet mijn type. Volgens Monika praat hij niet veel en is hij nogal zwaarmoedig."

Daar had ik geen problemen mee. Tussen de lakens regeerde de lichaamstaal.

"Waar is Monika eigenlijk?" Ik had haar nog niet gezien.

"Te laat, zoals gewoonlijk."

Perfect. Dit bood kansen. Ik pakte mijn glas en liep heupwiegend in zijn richting. Hij viel hier volkomen uit de toon omdat hij een verloren indruk maakte. Eenzaam was een beter woord. Nu pas vielen me zijn kenmerkende gelaatstrekken op. Donkere haren en ogen, borstelige wenkbrauwen, opvallende neus en een brede mond. Waarschijnlijk had hij alle reden om zwaarmoedig en weinig spraakzaam te zijn. Hij had een typisch Joods uiterlijk. Als hij tijdens de oorlog in Nederland had gewoond mocht hij blij zijn dat hij er nog was.

Ik besloot mijn tactiek aan te passen en niet meteen te amicaal te worden.

"Mag ik je even gezelschap houden?" vroeg ik terwijl ik ongevraagd op de barkruk naast hem plaatsnam.

Verbaasd trok hij een wenkbrauw op. "Nee maar... Een Hollandse meid zo ver van huis?"

"Helemaal." Ik stak mijn rechterhand naar hem uit. "Ik ben Jasmijn."

"Die naam heb je vast niet van je ouders gekregen," zei hij terwijl hij beleefd mijn hand schudde. "Ik ben Reuben."

"Nee, maar Jasmijn is een naam die ik zelf mooi vind."

Zijn glimlach bood perspectief. Behoedzaam legde ik een hand op zijn bovenbeen. Hij bekeek me van top tot teen. Zijn blik bleef steken bij mijn boezem.

"Mag ik weten waar je wiegje stond?"

"Rotterdam."

"Echt waar? Je hebt geen Rotterdams accent."

"O ja hoor," zei ik met de tongval waarmee ik was opgegroeid. "Maar ik heb hard geoefend op beschaafd Nederlands."

Ik hoefde niet te vragen uit welke streek hij afkomstig was want hij deed geen enkele moeite zijn Amsterdamse taaltje te verhullen. Reuben dronk van zijn wijn en keek zoekend over mijn schouder. Was ik zijn interesse nu al kwijt?

"Neem me niet kwalijk, Jasmijn. Ik vind je erg mooi en je bent vast erg lief, maar ik wacht op Monika."

Lief? Ik moest een lach verbijten want het was de eerste keer dat ik een klant dat woord in de mond hoorde nemen. Mannen zochten hier naar een geile vrouw, geen lieve.

"Geen probleem," reageerde ik luchtig. "Monika is net met iemand mee maar als je het goed vindt wachten we samen op haar. Het is een verademing om even in mijn moerstaal te mogen kletsen."

Ik blufte over Monika. Het was gemeen en doortrapt wat ik deed, maar ik zag aan zijn teleurgestelde reactie dat ik hem juist had ingeschat. De ervaring leerde dat veel vroege klanten graag de eerste wilden zijn met wie een meisje het bed deelde. Het idee dat ze even daarvoor een andere piemel had gepijpt of geneukt stond hen tegen. Reuben was ook zo iemand. Hij voldeed niet aan het geijkte beeld van een hoerenloper. Daarvoor was hij te netjes en afstandelijk. Door steeds hetzelfde meisje te nemen gedroeg hij zich zelfs in het bordeel monogaam. Maar ik had meer te bieden dan Monika.

Ik wist niet precies waarom ik mijn zinnen op hem had gezet. Concurreren met andere meiden was mijn stijl niet. Het ging mij nooit om de man in kwestie, maar om de seks en het geld. Een klant was een klant. Dit was werk, niets persoonlijks. Ik ging met iemand naar bed en daarna was het klaar. Als een collega een leuke vent voor mijn neus wegkaapte had ik daar geen moeite mee. Dan nam ik de volgende. Waarom maakte ik dan nu een uitzondering? Waarom zette ik opeens alles op alles om hem te versieren? Omdat hij een landgenoot was? Of omdat hij de klasse bezat waarvoor ik een zwak had?

"Je bent nog erg jong," zei Reuben. "Mag ik vragen hoe oud je bent?"

"Oud genoeg, tweeëntwintig," antwoordde ik naar waarheid.

"Hoe lang doe je dit... dit werk al?"

Die vraag werd me vrijwel dagelijks gesteld. "Een paar jaar."

"Waarom?"

"Omstandigheden."

"De oorlog?"

"Onder andere."

Voordat hij verder kon vragen en wellicht een vermoeden kreeg van mijn foute verleden zette ik de tegenaanval in.

"En jij, Reuben? Wat zoek jij in deze tent? Je komt niet alleen voor seks."

Hij keek me lang en doordringend aan. "Inderdaad. Ik kom inderdaad niet louter voor seks, al is het een prettige bijkomstigheid dat mijn primitieve behoeften ook bevredigd worden."

Hij wist het mooi te verwoorden. Terwijl ik geduldig afwachtte of hij me de ware reden van zijn aanwezigheid zou verraden, wreef mijn hand zachtjes over zijn bovenbeen waarbij ik heel subtiel zijn kruis raakte. Als zijn pik reageerde was hij van mij.

Na enig aarzelen kwam het hoge woord eruit. "Ik kom voor een uurtje vergetelheid."

Ik vroeg niet wat hij wilde vergeten. Gezien zijn achtergrond kon ik me er wel iets bij voorstellen.

"Hoe doet Monika dat?" wilde ik weten.

"Dat hoef ik je toch niet uit te leggen? Jullie doen allemaal hetzelfde."

Dat was ik niet met hem eens. Naar mijn onbescheiden mening had ik meer kwaliteiten in mijn pink dan Monika in haar hele vulgaire lijf. In tegenstelling tot onze collega's teerden Rosa en ik op de wijze lessen van de dokter. Dankzij hem bezaten we meer kennis over anatomie en het functioneren van de mannelijke én vrouwelijke genitaliën dan een ervaren verpleegster. Daarnaast kenden we een breed scala aan lichamelijke en psychologische trucjes om een man te versieren, te behagen en te bevredigen. Een schat aan kennis en ervaring die de andere meiden misten. Rosa en ik waren niet voor niets zo populair.

Ik nam Reuben's hand en legde die op mijn borst. Mijn tepels waren hard. Mijn kut was nat. Ik begeerde hem. Het was lang geleden dat iemand dit hebberige gevoel in me los wist te maken. Even dacht ik aan Ulrich maar verdrong die gedachte meteen weer.

"Wat Monika kan, kan ik beter. Als je je hoofd echt leeg wil maken ga je met mij mee voor een volledige lichaamsmassage. Dat is mijn specialiteit."

Alles wat zich in een peeskamer afspeelde was mijn specialiteit, maar het werkte beter als ik enkel benoemde waar mijn klant de meeste belangstelling voor had.

"Massage?" herhaalde hij alsof hij er nog nooit van had gehoord.

"Ik beloof dat je er geen spijt van krijgt."

Meer zei ik niet. Achter zijn rug hoorde ik de stem van Monika. Reuben had haar ook opgemerkt want hij keek om en groette haar. Vervolgens hoorde ik haar onze kant op komen. Dit was een precair moment. Omdat ik niet kon inschatten of ik hem voor me had gewonnen moest ik nu handelen. Als ik bleef zitten en hij koos alsnog voor haar, leed ik een gevoelige nederlaag. Daarom dronk ik mijn glas leeg en stond op.

"Misschien tot een volgende keer, Reuben."

Met opgeheven hoofd liep ik weg. Ik hoorde hem in gebrekkig Duits tegen Monika praten maar de afstand was te groot om het te kunnen verstaan. Er waren inmiddels meer klanten in de zaak. Verderop zag ik een boomlange kerel met een baard hondsbrutaal naar me kijken. De kwijl liep nog net niet langs zijn kin. Vooruit dan maar, dacht ik. Hem had ik binnen een halve minuut in mijn zak.

"Jasmijn! Jasmijn, wacht even."

Ik moest mezelf inhouden om niet al te verheugd te kijken toen ik zijn hand op mijn schouder voelde. Veni, vidi, vici. De victorie was aan mij.

"Ik vind het eigenlijk wel prettig om gewoon Nederlands te kunnen praten. Mag ik je vragen om met mij...?"

"Tuurlijk," zei ik en haakte mijn arm in de zijne.

Ik was ervan gecharmeerd dat hij het zo netjes vroeg, alsof ik de keuze had om nee te zeggen. Een beschaafde vent als Reuben betekende een zegen op deze saaie zondag.

Vijf minuten later zat hij op het voeteneinde van het bed in de blauwe kamer, die meer op een gemiddelde hotelkamer leek dan op een peeskamer. Die keuze typeerde hem. Reuben zocht waarschijnlijk geen hoer, maar een vrouw die hem meer kon bieden dan seks. Helaas was deze nachtclub de verkeerde plek om haar te vinden. Ik ging voor hem staan, trok mijn bloesje uit en drukte zijn hoofd tegen mijn blote borsten. Terwijl ik zijn colbert van zijn schouders schoof zoog hij even aan een harde tepel.

"Ben je echt geil of heb je daar een trucje voor?"

Mijn handen woelden door zijn haren. "Lieverd, ik doe dit werk niet alleen voor het geld. Ik vind seks het lekkerste wat moeder natuur ons biedt. Mijn eerste klant valt altijd met zijn neus in de boter en vandaag heb jij de primeur."

Hij gromde goedkeurend en liet zijn handen onder mijn rokje verdwijnen. Genietend sloot ik mijn ogen toen hij subtiel in mijn billen kneep. Ik hoefde niet te acteren. Reuben was één van die zeldzame mannen bij wie ik niet eens hoefde na te denken. Het ging gewoon vanzelf.

"Laat mij maar," zei ik toen hij aan de knoopjes van zijn overhemd begon. "Jij hoeft alleen maar te ontspannen."

Hij opende zijn mond om iets te zeggen maar ik legde twee vingers over zijn lippen. "Sssssh."

Ik keek op de klok. In gedachten deelde ik het uur in waarvoor hij had betaald. Vijf minuten om uit de kleren te gaan, een half uur voor de massage en de resterende tijd om hem te bevredigen. Ik vroeg niet naar zijn wensen. Dat kon straks nog. Eerst kleedde ik mezelf helemaal uit en liet hem naar me kijken. Dat bood meestal genoeg afleiding voor storende gedachten. Daarna ging ik met mijn blote kont op zijn knie zitten en maakte zijn overhemd los. Zijn handen omsloten mijn borsten. Zachte handen, zoals van een arts of een bankier. Niet ruw of dwingend in tegenstelling tot het gros van de hoerenlopers. Hij had geleerd om een vrouw met tederheid en respect te behandelen en dat was prettig. Heel prettig zelfs. Ik ademde diep in zijn oor en ontblootte zijn bovenlijf. Wat ik zag beviel me. Hij was matig gespierd, wat erop wees dat hij geen zwaar lichamelijk werk deed. Toch was hij heel mannelijk gebouwd. Geen grammetje vet, maar ook niet te mager. Mijn nagels krasten over zijn weinig behaarde borst. Knijpend in zijn tepels hoorde ik hem zuchten. Lekker, spraken zijn lippen geluidloos. Ik schonk hem mijn allerliefste glimlach en duwde hem met zachte dwang op zijn rug.

"Ogen dicht."

"Jasmijn, ik..."

"Sssssh," suste ik zachtjes. "Laat alles maar aan mij over. Probeer nergens aan te denken."

Tevreden zag ik dat zijn gelaatstrekken zich ontspanden. Hij gaf zich over. Zulke klanten zou ik meer moeten hebben, dacht ik. Hier genoot ik meer van dan de brute heikneuters die meteen over me heen walsten. Vervolgens ontdeed ik Reuben achtereenvolgens van zijn schoenen, sokken, pantalon en onderbroek. Zoals verwacht bezat hij een besneden erectie, die groter en dikker was dan gemiddeld. Precies mijn favoriete formaat. Ik kon het niet laten om een kusje op zijn eikel te drukken en zijn ballen even te kietelen met mijn tong. Hij kreunde verlangend maar zijn pik had op dit moment niet mijn hoogste prioriteit.

Op mijn verzoek ging Reuben op zijn buik liggen. Ik zette een fles subtiel geurende olie op het nachtkastje en legde het verplichte condoom klaar. Ik ging bovenop hem liggen zodat we optimaal huidcontact maakten. Mijn hoofd rustte tussen zijn schouders, zijn billen tegen mijn buik, mijn benen op de zijne. Ik liet mijn vingers tussen zijn haren glijden. Met mijn vingertoppen begon ik zachtjes zijn slapen te masseren en daarna de rest van zijn hoofdhuid. Ik hoorde zijn ademhaling langzamer worden, een teken dat mijn massage inderdaad een ontspannende uitwerking had.

Na een vijftal minuten oliede ik mijn handen en verplaatste mijn werkterrein naar zijn nek en schouders. Geleidelijk voelde ik ook daar de spanning afnemen. Ik richtte me op en plaatste mijn knieën naast zijn heupen. Naarmate ik een steeds grotere oppervlakte van zijn lichaam onderhanden nam betrok ik ook de rest van mijn lijf erbij. Behalve mijn handen en armen gebruikte ik mijn borsten, buik, benen, billen en schaamstreek om zoveel mogelijk huid op huid contact te bewerkstelligen. Afgezien van een enkele zucht of kreun leek het of Reuben sliep, maar ik wist wel beter. Dankzij de dokter, die me deze techniek van masseren had geleerd en regelmatig zelf had laten ervaren, kende ik de helende roes tussen waken en slapen. Na afloop voelde had me steevast als herboren gevoeld.

Halverwege de beoogde tijd liet ik Reuben omdraaien op zijn rug waarop ik het hele ritueel nog eens herhaalde. Ditmaal werkte ik echter van buiten naar binnen. Beginnend bij zijn gezicht, handen en voeten om uiteindelijk rond zijn kruis terecht te komen. Inmiddels was zijn pik weer tot maximale omvang toegenomen.

"We hebben nog tien minuten," fluisterde ik in zijn oor. "Hoe wil je klaarkomen?"

Reuben knipperde met zijn ogen als iemand die plotseling uit een droom werd gewekt en weer naar de realiteit moest omschakelen.

"Aftrekken, pijpen of neuken?" vroeg ik terwijl ik zijn lul hard hield door mijn schaamlippen langs zijn stam op en neer te wrijven.

"Kun je er een combi van maken?"

"Natuurlijk schat."

Ik vouwde mijn beide handen om zijn gezwollen pik en begon hem rustig maar geroutineerd af te trekken. Hij sloot zijn ogen weer toen ik daarbij ook mijn tong gebruikte. Ik verplaatste een hand naar zijn scrotum en nam zijn pik steeds een stukje dieper in mijn mond, afgewisseld met het zuigen en likken van zijn eikel. Omdat de tijd onverbiddelijk door tikte wachtte ik niet te lang met de laatste fase. Ik ging schrijlings over hem heen zitten, keek naar het condoom op het nachtkastje en besloot het niet te gebruiken. Het was veel lekkerder zonder, zowel voor hem als voor mij.

"Kijk naar me, Reuben," fluisterde ik toen ik zijn eikel in de juiste positie tussen mijn glibberige schaamlippen bracht.

Toen hij zijn ogen opende liet ik hem langzaam in me glijden. Zijn pik stelde niet teleur. Hij was bikkelhard en vulde me volledig. Heerlijk. Dit was zó ontzettend geil. Ik hield van dat allereerste moment van penetratie met mijn eerste klant. Het was als het eerste kopje koffie of het eerste koekje, die altijd beter smaakten dan de volgende. Met beide handen reikte hij naar mijn borsten. O ja, geweldig. Reuben wist wat een vrouw lekker vond. Hij dacht niet alleen aan zichzelf, al betwijfelde ik of de tijd toereikend zou zijn voor een eigen orgasme. Maar hij was de klant en de klant was koning. Hopelijk kreeg ik vandaag nog een andere kans.

In oplopend tempo bereed ik hem. Ik haalde alles uit de kast wat ik hem kon bieden. Door de spieren van mijn bekkenbodem te spannen en te ontspannen kneedde ik zijn pik. Gelijktijdig deed hij zijn best om vanuit zijn lendenen mee te gaan in het ritme. Hij wist mijn baarmoeder te raken zoals alleen de betere minnaars dat kunnen. Wat een genot! Ik lette op zijn gezicht, zijn ogen, de zweetpareltjes op zijn voorhoofd en in zijn hals, de kleur op zijn wangen, zijn ademhaling. Zijn lichaamstaal vertelde me hoe ver hij nog van zijn hoogtepunt verwijderd was. Ik draaide nog eens extra met mijn heupen om de druk van mijn schaambeen op zijn pik te verhogen. Hij kneep zo hard in mijn tepels dat het zowel goddelijk als pijnlijk was, maar dat laatste nam ik voor lief. Ik was wel wat gewend en hij was er bijna. Nog heel even.

Ik voelde hem verstrakken. Zijn spieren verkrampten en zijn gezicht vertrok in een grimas. Hij stootte nog eenmaal diep in me en liet toen los. Vijf of zesmaal voelde ik hem pulseren. Pas toen hij ontspande deed ik het ook. Onder invloed van de zwaartekracht zocht zijn zaad een weg naar buiten. Mijn kut droop van onze sappen. Tevreden liet ik me voorover zakken en kuste zijn bezwete borstbeen. Ik kuste mijn klanten niet meer sinds de Duitsers hun intrede deden in het Huis. Hooguit vluchtig op hun pik of op hun lijf. Nooit op hun mond. Maar Reuben had ik het liefst lang en intens willen tongzoenen.

"Goh," prevelde hij terwijl bijkwam van het geweld in zijn lijf. "Je hebt niets teveel gezegd. Dit mag je vaker doen."

"Graag," reageerde ik gevleid. "Je bent altijd welkom."

"Dat zeg je vast tegen iedereen."

"Nee, echt niet. Jij bent..." Hoe zei ik dit zonder te overdrijven? "Jij bent een cadeautje."

"En dit?" Hij wees naar het ongebruikte condoom.

"Mijn cadeautje voor jou. Ik ben onvruchtbaar, het zal geen gevolgen hebben."

"Weet je het zeker?"

"Absoluut."

Het uur was om. Hoewel ik met gemak een hele nacht met hem had kunnen doorbrengen riep de plicht me tot de orde. Over tien minuten moest de kamer weer beschikbaar zijn.

"Als jij je even opfrist en aankleedt ruim ik de boel op."

"En jij dan? Je bent zelf niet klaargekomen."

Petje af, daar had hij dus op gelet. "Maak je over mij geen zorgen."

Ik wilde opstaan maar hij hield me tegen. "Kan ik nog een uur van je krijgen, Jasmijn? Dan verwen ik jou. Ik beloof je dat je er geen spijt van krijgt."

Ik glimlachte. Nog een uur met hem was geen straf en daarom willigde ik zijn verzoek graag in. "Geef me het geld maar, dan ga ik het even regelen."

"Mijn portemonnee zit in mijn broekzak."

Hij vertrouwde me zomaar zijn portemonnee toe. Wie deed zoiets? Ik kon er zo mee vandoor gaan. Het was niet weinig ook. Hij had genoeg bij zich om drie hoeren voor de hele nacht in te huren. Toen ik de benodigde biljetten eruit haalde viel mijn oog op zijn persoonsbewijs. Reuben Weiss, 28 jaar.

Toen ik terugkwam trof ik hem precies zo aan als ik hem had achtergelaten, naakt op het bed en starend naar het plafond.

"Ik ben even..." Ik wees naar de badkamer.

"Nee, niet doen. Ik vind het niet erg als mijn zweet nog op je huid plakt en ik ben evenmin vies van mijn eigen zaad. Kom."

Nou ja, als hij het zo wilde vond ik het best. Hij strekte een arm naar me uit en ik ging dicht tegen hem aan liggen. Hij rook naar seks, onze seks. Heerlijk. Ik voelde bij hem op mijn gemak in plaats van op mijn hoede. Waarschijnlijk had het ermee te maken dat hij Nederlander was en dat hij hetzelfde hoge niveau had als de toenmalige klanten van de Rotary Club. Ik viel nu eenmaal op intelligente kerels met een goed gevulde portemonnee.

"Mag ik je wat vragen, Jasmijn?"

"Ja natuurlijk."

Meestal betekende die vraag dat de klant iets aparts wilde. Vastbinden, blinddoeken, anale seks of over me heen plassen; allemaal dingen waartoe ik me niet leende. Dat zochten ze maar bij iemand anders. Maar van Reuben verwachtte ik dergelijke rare fratsen niet.

"Kun je goed toneelspelen of overtuigend liegen?"

Een rollenspel? Wilde hij doktertje spelen? Daar had ik een bloedhekel aan. Eén dokter in mijn leven was meer dan genoeg.

"Zeg maar wat je wil."

Hij haalde diep adem. "Kun je je beroep even vergeten en doen alsof je mijn geliefde bent? Vertel me dat ik de man van je dromen ben en dat je van me houdt. Als je het goed vindt doe ik hetzelfde."

Hij leek heel onzeker alsof hij verwachtte dat ik hem zou uitlachen. Eerlijk gezegd zou ik deze vraag bij elke andere kerel inderdaad lachwekkend hebben gevonden, maar voor Reuben was het bittere ernst. Ik smolt zowaar bij het besef dat hij naar een beetje liefde snakte. Arme vent. Zou hij helemaal niemand meer hebben die hem liefhad?

Ik hoefde niet eens over zijn verzoek na te denken. Het kostte me weinig moeite om hem te geven wat hij wilde. Mijn intuïtie zei namelijk dat hij misschien wel de meest betrouwbare man was die ik ooit in mijn bed had gehad. Op een bepaalde manier was hij inderdaad een man van mijn dromen. Ik had de hoop nog niet opgegeven dat ik vroeg of laat een schat van een vent voor mij alleen zou vinden. Een kerel met karakter, die verder durfde te kijken dan mijn beroep. Iemand die een dame van me zou maken.

Ik hief mijn hoofd op en met mijn allerliefste glimlach boog ik mijn gezicht naar hem toe. "Mag ik je kussen?"

"Ik dacht dat je het nooit zou vragen," verzuchtte hij.

 

© Fanny, januari 2018


[1] Bijltjesdag verwijst naar de situatie van wetteloosheid waarbij zich als 'goed' beschouwende Nederlanders het morele recht claimden de 'foute' Nederlanders (NSB'ers, vermeende landverraders, verklikkers, vrouwen die een relatie hadden met een Duitser) mores te leren. In totaal ca. 300.000 mensen (wikipedia)

[2] Collaborateur: landverrader, iemand die met de vijand samenwerkt (wikipedia)


Naar alle verhalen van:  Fanny

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

WAUW FANNY !
Ik heb , zoals altijd, weer genoten van je verhaal. THNX.