Informatie
Geschreven door Fanny
Categorie De dokter
Reacties: 6
4616 woorden | Leestijd 16 minuten

Ik kende Joke als een bijzondere vrouw. Niemand was zo ruimdenkend als zij. Na haar overlijden vonden we tussen haar bezittingen haar handgeschreven memoires die een goed bewaard, maar schokkend geheim onthulden over deze altijd zo keurige dame.


 

 Rotterdam-Kralingen, begin november 1939

Mijn vader was werkloos. Van de ene op de andere dag stond hij op straat. Het ging al jaren slecht in de bouw. Zijn baas kon hem niet meer betalen. Niet dat hij zoveel verdiende. Helemaal niet. Zes dagen per week werkte hij zich in het zweet om zijn vrouw en acht kinderen te kunnen voeden. Er was alweer een baby op komst. Hoe moest dat nou? Waar moesten we van leven? De werklozensteun was karig en amper genoeg om de huur van onze krappe bovenwoning te betalen. Met de winter voor de deur moesten we ook kolen hebben. We hadden bijna niets meer. Wat kleingeld, een pond meel, een halfje brood, een restje melk, hooguit twee kilo aardappelen, twee potjes zelfgemaakte pruimenjam, een krop verlepte andijvie en een stukje gepekeld spek. Misschien genoeg voor twee dagen. Als we erg ons best deden drie. Maar dan? Wat dan?

Moeder huilde dagenlang en vader beloofde telkens dat hij zijn uiterste best zou doen om snel nieuw werk te vinden, maar niemand geloofde dat het zou lukken. Het waren barre tijden. In de haven vochten werklozen om een handvol slecht betaalde klusjes. De komende wintermaanden voorspelden niet veel goeds.

“Ik kan gaan bedelen,” stelde Jan, mijn één jaar oudere broer, voor.

Hij was de oudste en ook hij was al een tijd werkloos.

“De buren zullen met ons delen wat ze kunnen missen,” merkte vader op.

Moeder schudde haar hoofd en keek naar haar kroost. “De buren hebben niet meer dan wij," zei ze.

Ik probeerde een oplossing te bedenken. "Als Sientje moeder voortaan helpt met de kleintjes en het huishouden kan ik ook een betrekking zoeken. Misschien wil een familie me hebben als dienstbode of kindermeisje.”

De twaalfjarige Sientje wierp me een giftige blik toe.

Vader zuchtte diep. “Je kunt het proberen, maar je zult amper genoeg verdienen om jezelf in leven te houden. Laten we liever bidden. Misschien dat god ons helpt.”

Het bidden hielp niet. God keek de andere kant op. Misschien was hij wel gevlucht naar betere oorden of was hij het eeuwige gejammer gewoon moe. Het kwam steeds vaker voor dat we genoegen moesten nemen met een korstje brood of een kommetje waterige pap. Gestaag voelden we onze krachten afnemen en zagen we elkaar bleker worden. Er moest snel iets gebeuren want de huisbaas had gedreigd ons op straat te zetten als de achterstallige huur niet snel werd voldaan. Blijkbaar kon het nog erger.

Op een druilerige dinsdag zei moeder dat ik vanavond met haar mee moest naar de dokter. Het duurde even voor ik snapte dat niet zij, maar ik degene was die een afspraak had.

“Maar ik ben helemaal niet ziek,” protesteerde ik.

Nou ja, bepaald fit was ik ook niet maar dat gold voor ons allemaal.

“Precies,” reageerde moeder kribbig. “Als je gezond bent heeft hij misschien werk voor je.”

Op de vraag wat dat werk inhield kreeg ik geen antwoord. Tijdens de lange wandeling in het donker naar een onbekend adres - niet naar onze huisarts - hulde moeder zich in stilzwijgen. Ze had haar lippen samengeknepen tot een dunne streep en vermeed krampachtig mijn blik. De sfeer was gespannen. Het voelde niet goed.

Ik was bijna opgelucht toen we er waren. Mijn conditie liet te wensen over merkte ik terwijl ik buiten adem het trapje naar de voordeur beklom. Een half jaar geleden was dat nog niet het geval, maar nu kon ik mijn zwangere moeder amper bijhouden. Waar haalde zij de energie vandaan?

‘Vrouwenarts’ stond in sierlijke letters op een koperen naamplaat. Geen naam. Ik had nog nooit van een vrouwenarts gehoord. Bestond er ook een mannenarts?

Een slanke veertiger opende de deur voor ons. Was hij de dokter? Waarom droeg hij geen witte jas? Hij gaf moeder een hand en mij een knipoog. Verlegen keek ik naar mijn schoenen. Binnen in het deftige herenhuis hoorde of zag ik niets wat wees op de aanwezigheid van andere mensen. De hal was verlaten en slechts spaarzaam verlicht. Griezelig vond ik het. Terwijl moeder in de lege wachtkamer plaatsnam loodste hij mij door een deur aan het einde van een lange gang.

Met kloppend hart keek ik rond in het fel verlichte vertrek. Er waren geen ramen. In het midden stond een hoge onderzoekstafel waarover een smetteloos wit laken lag. Langs de muur stonden meerdere houten kasten met ontelbare deurtjes en lades, daarnaast een commode met een waskom, zeep, een spiegel en een schone handdoek. In een hoek bevond zich een enorm bureau vol boeken en andere papieren en op een metalen dienblad lagen allerlei vreemde attributen die ik nooit eerder had gezien.

Ik voelde me klein en nietig toen de dokter me vriendelijk vroeg mijn jas, trui, schoenen en kniekousen uit te trekken. Trillend als een espenblad ging ik in een versleten hemdje en rok op de rand van het onderzoeksbed zitten. Hij kwam voor me staan en bekeek me van top tot teen. Zijn voorhoofd vertoonde een zorgelijke rimpel. Ik bleef onbeweeglijk zitten, in spanning afwachtend wat er zou volgen. Mijn moeder had me wel tienmaal op mijn hart gedrukt dat ik vooral moest meewerken en dat ik alleen mocht praten als me iets werd gevraagd. Ze zou geen enkele vorm van tegenstribbelen of protest dulden. De toekomst en het welzijn van ons gezin hing plotseling van mij af. Werk betekende eten, zo simpel was dat. Maar hoewel ik graag bereid was een steentje bij te dragen, joeg deze kille ruimte me de stuipen op het lijf.

“Dus jij bent Johanna,” zei hij.

"Joke," verbeterde ik hem. "Joke de Jong."

"Sorry, we beginnen opnieuw... Dag Joke de Jong."

“D... dag dokter,” stamelde ik nerveus.

“Hoe oud ben je, meisje?”

“Zestien... Bijna zeventien, dokter.”

Hij fronste zijn wenkbrauwen. “Zestien zei je?"

"Ja dokter."

Het bleef even stil.

"Je bent al een hele dame. Heb je verkering?”

“Nee.” Ik giechelde verlegen.

“Verliefd?”

Ik dacht aan een Indische jongen die in onze straat woonde. Hij leek heel aardig, maar hij was erg verlegen en ik durfde hem ook niet aan te spreken. Ik was er niet zeker van of ik verliefd kon zijn op iemand met wie ik nooit een woord had gewisseld. Vader zou bovendien afkeuren dat ik omgang had met een buitenlander.

“Nee dokter.”

“Mooi,” reageerde hij goedkeurend. “Wacht daar nog maar even mee.”

De dokter bleek een innemende man met een sympathieke glimlach en een warme blik in zijn grijze ogen. Op kalme toon legde hij me uit wat hij ging doen en wat er van me werd verwacht. Hoewel hij me probeerde gerust te stellen ging het grootste deel van zijn informatie langs me heen. Het gevoel van ongemak overheerste waardoor ik me niet op zijn woorden kon concentreren.

De dokter nam een buisje bloed bij me af en ik moest op de wc wat urine in een potje opvangen. Zwijgend controleerde hij mijn blonde haren op luizen, scheen met een lampje in mijn oren, ogen en keel, voelde mijn polsslag, noteerde mijn lengte, gewicht en de omvang van mijn bovenarmen en -benen, tikte met een hamertje tegen mijn knieën en legde zijn stethoscoop tegen mijn rug om naar mijn hartslag en ademhaling te luisteren. Al die gegevens noteerde hij in een mapje waar hij mijn naam op schreef.

Zijn blik vestigde zich op mijn gezicht toen hij de stethoscoop vervolgens achter de bovenrand van mijn hemdje liet zakken en het koude metaal tegen mijn linkerborst drukte. Ik bezat geen beha. De oude lappen die ik anders op dringend verzoek van mijn moeder om mijn bovenlijf bond om mijn boezem te camoufleren, had ik vandaag – eveneens op haar aandringen - achterwege gelaten. Zijn duim ging daarom ongehinderd over mijn tepel, die prompt hard werd. Warme en koude rillingen liepen over mijn rug.

“Vind je dit prettig?” vroeg de dokter terwijl mijn beide borsten op zijn handen woog.

“Ik… ik weet het niet, meneer.”

In mijn verwarring durfde ik geen ja of nee te zeggen. Zowel een positief als een negatief antwoord kon een reden zijn om me de beloofde betrekking te ontzeggen en ik vreesde de toorn van mijn ouders. Met mijn moeder kon je beter kersen eten dan ruzie maken. Haar wil was wet.

Gelaten liet ik toe dat hij de bandjes van mijn hemdje langs mijn armen omlaag trok zodat mijn borsten volledig werden ontbloot. Zachtjes rolde hij mijn tepels tussen zijn vingers. Ik hield mijn adem in.

"Kriebelt dat in je buik?"

Ik knikte verlegen. Niet alleen in mijn buik.

Vervolgens stelde hij me een serie vragen. Of ik vaak hoestte, of ik wel eens hoofdpijn of buikpijn had, of koorts, diarree en overgeven. Of ik kon lezen, schrijven en rekenen. Of ik veel vriendinnen had en of ik makkelijk nieuwe vrienden maakte. Of ik regelmatig ongesteld werd en wanneer de laatste keer was geweest.

Ik gaf overal eerlijk antwoord op. Nee, ik was vrijwel nooit ziek of misselijk. Vanaf mijn dertiende ging ik niet meer naar school, maar hielp ik moeder in het huishouden. Lezen en rekenen had ik zonder problemen geleerd. Op school was ik één van de beste leerlingen van de klas geweest. Ik was makkelijk in de omgang en tot een paar maanden geleden werd ik stipt om de vier weken ongesteld.

"Maar de laatste tijd niet meer," bekende ik met schaamrode wangen.

Thuis spraken we niet over dergelijke vrouwendingen en ik wilde dit al helemaal niet met een man bespreken. Maar voor een dokter moest ik een uitzondering maken volgens moeder.

"Dat komt omdat je niet genoeg kan eten," zei hij om me gerust te stellen. "Ga maar even liggen."

Gedwee deed ik wat hij vroeg. Angst snoerde mijn keel dicht toen hij mijn rok omhoog tilde en mijn onderbroek een stukje naar beneden schoof tot net boven het schaambeen. Hij legde de stethoscoop op mijn ingevallen buik en betastte mijn knokige heupen.

"Je bent erg mager, Joke."

"Mijn vader en broer zijn werkloos, dokter."

"Dat weet ik. Daarom ben je hier. Heb je vaak honger?"

"Ja. Elke dag." Ik kon me het gevoel van een volle maag niet eens herinneren.

"Jullie wonen in Kralingen, hè? Hoe ben je hierheen gekomen?"

"Lopend."

"Echt? Dan zul je wel erg moe zijn."

"Dat valt wel mee," jokte ik.

Zonder enige uitleg schoof de dokter mijn broekje naar mijn enkels en vroeg me mijn voetzolen tegen elkaar te plaatsen. Dat was alleen mogelijk als ik mijn knieën ver uit elkaar deed. Ik stierf bijna van schaamte toen hij zijn ogen op mijn intiemste plekje richtte. Vanaf mijn vroegste jeugd had ik geleerd dat ik mijn lichaam moest bedekken. Ik zou naar de hel gaan als ik meer bloot toonde dan mijn ledematen, hals en gezicht. Alleen mijn moeder mocht me bloot zien als het nodig was.

Zondig noemde meneer pastoor de vrouwen die de verborgen delen van hun lichaam aan iemand anders toonden.  Ze waren niet meer welkom in de kerk. Gevoelsmatig wist ik dat meneer pastoor zou afkeuren wat zich in deze kamer afspeelde. Hoe moest ik dit uitleggen als ik ging biechten? Was ik zondig? Maar een dokter moest me toch kunnen onderzoeken? Was dat ook verboden? Inmiddels vreesde ik pastoor meer dan deze man.

"Niet bang zijn," suste de dokter toen ik mijn tranen niet langer kon bedwingen. "Ik doe je geen pijn. Straks krijgen jullie een volle tas met eten mee naar huis."

Eten was een toverwoord. Mijn ouders zouden het me kwalijk nemen als ik die beloning liet schieten. Denkend aan de hongerige smoeltjes van mijn broertjes en zusjes zou ik het mezelf ook niet vergeven. Daarom veegde ik mijn tranen weg, richtte mijn blik strak op het plafond en klemde mijn kaken op elkaar toen hij met zijn vingertoppen door mijn schaamhaar kroelde.

"Ben je hier wel eens aangeraakt door een man? Misschien een jongen uit de buurt? Of iemand anders?"

Ik schudde ontkennend mijn hoofd. "Nee dokter."

"Echt niet? Je mag het me wel vertellen. Geheimen zijn bij mij veilig. Het blijft tussen ons."

Waarom dacht hij dat ik loog? "Echt niet. Dat mag niet van moeder."

"Je bent een gehoorzaam meisje, hè?"

Ik knikte zo overtuigend mogelijk. Mijn schaamte werd nog groter toen hij een vinger langs mijn vochtige spleetje liet glijden.

"Raak je jezelf wel eens aan? Hier bijvoorbeeld?"

Mijn lijf reageerde met een heftige reflex toen hij mijn gevoelige knopje beroerde.

"Nee," loog ik terwijl ik gehaast mijn dijen weer tegen elkaar duwde.

Hij glimlachte alsof hij wel beter wist. Hoe kon hij dit weten? Ik dacht dat dit mijn geheimpje was. Dat bewuste knopje jeukte regelmatig, maar ik durfde mijn vingers alleen onder mijn pyjama en in mijn broekje te stoppen als het pikkedonker was en ik absoluut zeker wist dat mijn twee jongere zusjes sliepen. Heerlijk was dat. Dan werd het helemaal glibberig daar beneden. Als ik dan wat langer met dat kleine dingetje speelde gloeide ik helemaal. Soms lukte het me om daarmee hevige tintelingen in mijn lijf te bewerkstelligen. Dat duurde helaas maar kort, maar het was wel lekker. Zo lekker dat ik het veel vaker wilde doen maar mijn geweten plaagde me. Moeder zei dat ik me daar alleen mocht wassen met een washandje. Meisjes die met blote handen tussen hun benen voelden riepen hel en verdoemenis over zichzelf af. Ik probeerde het gekriebel dan ook krampachtig te negeren maar het was soms zo hevig dat ik er toch aan toegaf. Het was veel te lekker om het niet te doen.

De dokter vroeg me op mijn buik te gaan liggen. Systematisch bevoelde hij mijn nek, schouders en ruggenwervel. Ik vond het niet onaangenaam. Tot mijn rok weer omhoog werd geschoven. Ik kneep mijn bilspleet samen toen hij mijn billen en dijen beroerde.

"Leg je benen nog eens een stukje uit elkaar... Nog een beetje... Ja, zo is goed."

"Au!"

Ik kromp samen van de korte pijnscheut die hij veroorzaakte. Tranen sprongen in mijn ogen. Nadat ik in een afwerende reactie op mijn zij rolde zag ik een druppel bloed langs zijn middelvinger lopen, die hij aan een schoon doekje afveegde. In gedachten riep ik hem verwensingen toe die ik nooit hardop zou durven uitspreken. Hij had beloofd me geen pijn te doen.

"Jeetje, je bent nog maagd." Het klonk alsof hij iets had ontdekt wat hij niet had verwacht.

Ik kende alleen de maagd Maria uit de bijbel. Wat bedoelde hij? Ik wou dat hij niet in raadsels sprak.

"Ben ik ziek dokter?"

"Nee liefie, je bent niet ziek. Alleen ondervoed."

"Gaat u me aannemen?"

"Misschien. Dat hangt helemaal van jou en je ouders af. Wil je graag werken?"

"Ja meneer. We kunnen het geld goed gebruiken. Wat moet ik doen?"

"Hoe denk je erover om binnenkort nog een keertje terug te komen?"

Nee! Al die brutale vragen en dat vrijpostige gefriemel aan mijn lijf. Ik moest er niks van hebben.

Hij bedekte mijn halfnaakte lichaam met een tweede laken. "Blijf maar lekker liggen. Ik ga even met je moeder praten."

Moeder! O jee, hij ging haar toch niet vertellen wat er was gebeurd? Dat ik me door hem had laten bekijken en bepotelen? Liever stierf ik hier ter plekke dan haar nu onder ogen te moeten komen. Ik trok het laken helemaal tot onder mijn kin en zweette mijn angst uit.

Voor mijn gevoel duurde het uren voordat hij terugkwam. Ik meende mijn moeder te horen jammeren op de gang terwijl de dokter met haar in discussie ging. Ze leken het oneens te zijn. Zijn zware stem klonk tamelijk boos maar ik kon niet verstaan wat er werd gezegd. Om niet aan nog meer vernedering te worden blootgesteld kleedde ik me snel aan. Een deur viel met een harde klap in het slot. De voordeur?

"Joke." De dokter nam mijn hand tussen de zijne. Hij keek me ernstig aan. "De plannen zijn helaas veranderd. Je blijft vannacht hier maar morgenochtend mag je weer naar huis."

"Ik wil hier niet blijven," piepte ik bang.

"Dat snap ik. Maar ik moet helaas een klein ingreepje doen uit voorzorg. Daarna moet je een paar uurtjes uitslapen."

"Word ik geopereerd?" Ik kreeg bijna geen adem meer.

"Het is niets ernstigs. Ik geef je een spuitje waar je van in slaap valt zodat je er niks van merkt. Als je wakker wordt heb je buikpijn maar daar geef ik je een pilletje voor... Hoe laat heb je voor het laatst gegeten of gedronken?"

Het klonk allemaal erg onheilspellend in mijn oren. Bang was ik. Doodsbang. Ik was nog nooit een nacht van huis geweest. Ik was niet eerder ergens alleen gebleven zonder mijn ouders of broertjes en zusjes.

"Ik wil het niet."

"Als ik het nu doe heb je het achter de rug en hoef je er niet tegenop te zien." Hij streelde mijn haren en drukte onverwacht een kus op mijn voorhoofd. "Er is niks om bang voor te zijn. Je bent een grote meid, Joke. Ik vind je heel dapper. Voor je het weet is het gebeurd en ben je weer thuis."

"Is moeder al weg?"

"Ja."

Dan moest het maar. Er zat niets anders op. In mijn eentje vond ik de weg naar huis niet terug en moeder had me waarschijnlijk niet zonder goede reden achtergelaten.

Tegelijkertijd verzamelde ik moed en probeerde ik mijn angst te onderdrukken. De dokter hielp me weer uit mijn jas en trui. Vervolgens liep hij naar een hoek van de kamer en kwam terug met een injectiespuit. Hoewel hij zijn best deed me gerust te stellen, trilde ik zo hevig dat hij mijn arm tegen het frame van het bed moest drukken voordat hij de naald er veilig in kon steken.

"Maak je geen zorgen," hoorde ik hem nog zeggen.

Daarna werd alles zwart.

<> <> <>

's Nachts werd ik wakker met hevige buikpijn en een suf gevoel in mijn hoofd. Toen ik mijn hand naar de pijn bracht merkte ik dat ik alleen ondergoed aan had. Tussen mijn benen voelde ik een verdikking. Maandverband? Maar ik was niet ongesteld. Wat was er gebeurd? Wat had hij met me gedaan? Ik had het moeten vragen.

Er scheen licht door een kier naast de deur. Terwijl ik langzaam tot mijn positieven kwam zag ik dat ik in een klein kamertje op een smal bed lag. Over de rugleuning van een stoel hingen mijn kleren. Op de zitting stond een glas water met een pilletje ernaast. Tegen de pijn, herinnerde ik me. In een poging overeind te komen stootte ik het glas om waardoor dit op de grond kletterde. Nog geen vijf tellen later ging de deur verder open. Zijn silhouet tekende zich af tegen het licht in de gang. Hij was slaapdronken en enkel gekleed in een pyjamabroek. De aanblik van een half naakte volwassen man boezemde weer angst in.

"Je bent alweer wakker," zei de dokter terwijl hij meer licht maakte en de scherven voorzichtig opraapte. "Heb je veel pijn?"

"Ja."

Hij haalde een ander glas en liet me het tabletje doorslikken. "Laat me eens kijken."

"Nee." Ik klemde mijn benen tegen elkaar en trok de deken krampachtig over me heen. Hij mocht me niet meer zien of aanraken.

Hij kwam op de rand van het bed zitten. Met de rug van zijn hand voelde hij aan mijn voorhoofd.

"Ik ben vrouwenarts, Joke. Ik zie dagelijks vrouwen in hun blote kont. Het is mijn werk. Ik weet dat je je schaamt en dat je het erg naar vindt, maar het is belangrijk dat ik controleer of alles goed met je is. Heel even maar. Alsjeblieft...?"

Het klinkt gek maar ik geloofde hem. Hij was best aardig en geduldig. Zelfs na deze heftige ervaring wist hij me enigszins op mijn gemak te stellen.  Met gemengde gevoelens sloeg ik zelf het beddengoed terug. Voorzichtig betastte hij mijn buik. Toen hij boven mijn schaambeen in mijn vel prikte, kromp ik in elkaar.

"Ben je misselijk of duizelig?"

"Nee," kermde ik.

Ik steunde op mijn ellebogen toen hij mijn broekje naar beneden schoof. Ik wilde weten waar hij zo nieuwsgierig naar was.

"Waarom bloed ik?"

"Omdat ik je heb behandeld. Het gaat vanzelf over."

Hij haalde ergens een prop watten vandaan en goot er een scherp geurende vloeistof overheen. Zorgvuldig maakte hij mijn schaamstreek schoon en trok mijn broekje weer op zijn plek. Daarna dekte hij me weer toe.

"Het valt gelukkig mee. Over een paar dagen ben je het vergeten. Probeer maar een beetje te slapen. Als er iets is mag je me roepen. Ik laat de deur open."

Er brandde een vraag op mijn lippen. Ik mocht weliswaar geen vragen stellen maar ik moest het weten.

"Dokter?"

"Wat is er, meisje?"

"Weet mijn moeder dit? Ik bedoel... dat ik me helemaal moest uitkleden en... wat u hebt gedaan?"

"Je beide ouders weten het, Joke. Maar... Je weet toch wel waarom je hier bent. Of niet?"

"Alleen dat ik voor u mag werken als u me gezond genoeg vindt."

"Is dat alles?"

Hoewel hij probeerde zijn stem normaal te laten klinken meende ik een gealarmeerde ondertoon te horen.

"Ja." Was er nog meer dan?

"Weet je wat het werk inhoudt?"

"Nee dokter."

Hij gromde iets binnensmonds. Een vloek? Ook balde hij zijn vuisten. Was hij kwaad? Had ik iets verkeerds gedaan of gezegd? Maar hij vermande zich onmiddellijk. Ik meende zelfs een medelijdende blik in zijn ogen te zien.

"Joke, weet je eigenlijk wat een prostituee is?"

"Nee."

"Een hoer dan? Een vrouw van lichte zeden?"

Dat laatste zei me wel iets. "Meneer pastoor zegt dat het een zondige vrouw is."

"Welke zonde begaat ze dan volgens meneer pastoor?"

"Dat weet ik niet, dokter."

"En wat is seks?"

"Iemand die helemaal bloot is." Ik had mijn broer iets dergelijks horen fluisteren.

"Weet je hoe het komt dat je moeder weer een baby krijgt?"

Ik snapte er werkelijk niets meer van. Waarom stelde hij me zulke rare vragen?

"Dat is de wil van god. Wie volgens de regels van de kerk leeft wordt gezegend met kinderen."

"Dus wie niet in god gelooft krijgt geen baby?"

Daar moest ik even over nadenken. Ik kende mensen met een ander geloof die toch kinderen hadden. "Ik geloof het wel."

De dokter schudde meewarig zijn hoofd en streek met zijn handen door zijn haren. Ik kreeg de indruk dat ik gezakt was voor een test. Beschouwde hij me als een hopeloos geval? Zat ik er zover naast? Was ik oliedom? Hij mompelde iets als 'zo onschuldig als een pasgeboren baby'. Bedoelde hij mij?

"Mag ik nu niet voor u werken?"

Met slecht nieuws hoefde ik niet thuis te komen. Moeder zou me vermoorden.

"Jawel. Ik heb het je moeder beloofd. Waarschijnlijk heb je een langere inwerkperiode nodig maar dat geeft niet."

"Wanneer mag ik beginnen?"

"Voorlopig niet. Je moet eerst aansterken. Ik zorg voor voldoende eten voor de hele familie zodat jullie weer vlees op je botten krijgen. Vooral jij. Over een paar weken zie ik je hier terug. Als je dan voldoende bent aangesterkt mag je beginnen."

Het klonk alsof hij er liever van afzag. Wilde hij me opeens niet meer? Had ik iets verkeerd gezegd of gedaan? Was er iets mis met me? Ik vroeg me ook af hoe hij aan dat eten kwam maar ik durfde geen vragen meer te stellen.

<> <> <>

Na een licht ontbijt ging ik de volgende ochtend weer naar huis. Vader kwam me halen op de fiets. Met mij op de bagagedrager en twee tassen aan het stuur vertrokken we zonder de dokter te groeten. Thuis bepaalden onuitgesproken verwijten tussen mij en mijn moeder de sfeer. Ze meed mijn blik en ik de hare. Ze gedroeg zich schuldbewust. Voor mijn gevoel had ze me een streek geleverd.

Van de dokter had ik het advies gekregen om voorlopig niet te biechten. Als iemand naar mijn nieuwe baantje vroeg moest ik zeggen dat ik keukenhulp werd bij een welgestelde familie in Den Haag. Als leugentje om bestwil.

Wiens bestwil? Die van mij, de dokter of mijn ouders?

Als onderdeel van mijn katholieke opvoeding was liegen me altijd verboden. Nu werd opeens van me verwacht dat ik de waarheid omzeilde. Maar wat de waarheid was wist ik nog steeds niet.

"Waar is vader?" vroeg ik toen ik hem een uur later opeens miste.

"Naar de haven," antwoordde moeder. "Werk zoeken en stempelen. Maar we zeggen tegen iedereen dat hij weer werk heeft. Hoe moet ik anders tegenover de buren verantwoorden dat we weer eten hebben? Ik kan moeilijk vertellen dat jij..."

Juist. Er werd me plotseling iets duidelijk. Ik werd kostwinner maar daar mocht ik niet trots op zijn. Het was zelfs een geheim. Waarom was mijn baantje omgeven met raadsels? Waarmee verdiende een zestienjarig meisje genoeg om een gezin van tien personen te onderhouden?

Mijn twee jongste broertjes vlogen elkaar plotseling in de haren. Het gekrijs was oorverdovend. Eentje had in zijn broek gepoept. Ik wilde de kleine stinker van de grond tillen maar ik klapte daarbij dubbel van de buikpijn.

"Laat mij maar," zei moeder. "Je moet rustig aan doen van de dokter. Ga maar even op bed liggen."

Sinds wanneer werd ik midden op de dag naar bed gestuurd? Ik haalde het papieren zakje met aspirientjes uit de zak van mijn rok en stopte eentje in mijn mond.

"Wie moet rustig aan doen, mama? Jij krijgt een baby. Niet ik."

"Maar hij heeft..." Ze stopte abrupt.

"Wat...? Wat heeft hij met me gedaan? Waar heb jij toestemming voor gegeven?"

Ik gilde het uit. Waarom scheen iedereen te weten wat er aan de hand was, behalve ikzelf?

<> <> <>

De verhoudingen binnen het gezin veranderden. Moeder vertelde iedereen dat ik ziek was.

"Buikpijn hè? Misschien is ze wel zwanger," suggereerde een roddelzieke buurvrouw.

"Van de heilige geest zeker?" reageerde mijn moeder nijdig. "Mijn dochters zetten geen stap alleen buiten de deur."

"Nou, dat is geen garantie dat het niet gebeurt. Ik ken een jong ding dat..."

"Joke heeft last van haar maag," onderbrak moeder haar. "De dokter zei dat haar ingewanden weer moeten wennen aan grotere hoeveelheden eten."

Dat was in ieder geval niet gelogen. Moeder moest de maaltijden bereiden volgens een strak schema van de dokter. Eerst kleine beetjes licht verteerbaar voedsel en dan langzaam oplopend naar grotere porties met meer vet. Ik moest ook elke morgen een bord pap eten, gemaakt van verse melk. Daarin werd een poedertje opgelost met vitaminen. Als ik dat op had kreeg ik een lepel smerige levertraan. Ik had er nog nooit van gehoord maar na een week voelde ik me beter. Na twee weken staken mijn botten niet meer zo erg door mijn huid en voelde mijn buik voller. Ook kreeg ik langzaam meer energie.

Intussen nam Sientje mijn plaats in als moeders hulpje omdat ik tijdelijk geen lichamelijke inspanningen mocht verrichten. Ze haatte me erom. Het was een vreemde gewaarwording dat ik opeens werd ontzien omdat ik van de dokter moest aankomen. Uitdijen was een beter woord. Als een varken dat wordt vetgemest voor de slacht. Het leek alsof er een doodvonnis over me was uitgesproken. Ik was er nog wel, maar ik hoorde er al niet meer bij.

Omdat hij zogenaamd werkte was vader weinig thuis. "Het spijt me, Joke," zei hij op een avond. "Ik heb dit nooit gewild maar ik moet ook aan je moeder en de kleintjes denken."

Mijn vraag wat hij niet wilde werd niet beantwoord.

© Fanny, juli 2016

Naar alle verhalen van:  Fanny

Fijn verhaal 
+10

Reacties  

De opbouw van dit verhaal is volmaakt. Echt prachtig zoals je de personages hier neerzet, hoe je er echte mensen van maakt. Mensen in een rauwe, harde wereld... onwetend van wat hen de komende jaren nog meer boven het hoofd hangt...
Top!
Subliem!
Dank voor jullie lovende reacties, en dit is pas het begin. :-)
Wat leuk dat jij je roots in Rotterdam hebt, tlc. Ik niet, maar mijn moeder kwam er vandaan. Als kind kwam ik er vaak en de achtergronden over de crisisjaren, WO II e.d. zijn deels op de verhalen van mijn oma en moeder gebaseerd, deels op eigen research via internet.
Kralingen, net voor de tweede wereldoorlog. Mijn ouders waren net geboren, brachten er hun jeugd door in dezelfde tijd als waarin het verhaal zich afspeelt. Daarom weet ik dat de sfeer in het verhaal klopt, dat voedsel schaars was (en later nog schaarser werd) en dat de zoektocht naar eten het leven beheerste. Ook ik heb nog stappen in Kralingen liggen, in de richting van de Kralingse plas. Prachtig verhaal Fanny, echt prachtig.
Hoi Fanny, tsja, hmmm, tsja. Wat moet ik ervan denken? De trein der traagheid in volle vaart? Nou neen, dat laatste toch niet. Jours de famine et de détresse, (Keetje en Keetje Trottin). Neel Doff. 1911. Dat komt lekker in de buurt. Het is nog een hele klus om dit zo treffend op te schrijven. Gaat je goed af. Mijn enige kritiek is dat mogelijke verdwalen terug naar Kralingen. Ze lijkt me met haar zestien, zeventien jaar bijdehant genoeg om de weg terug te vinden. Ik denk dat ze gewoon niet in haar uppie in het donker op pad durft te gaan, wegens dronken gajes in crisistijd en ander tuig dat middenin de nacht de straten afschuimt op zoek naar een korst brood of een lekker hapje van zestien jaar oud. In deel twee zal het verval der zeden vermoedelijk explicieter toeslaan. Vergeef me ma méchanceté, kus, Marie-Simone
Wat een verhaal! Hoe treffend is de tijdsgeest neergezet, de onbeantwoorde vragen, de dialogen, de verwondering, alles klopt en draagt bij. Fantastisch.