Informatie
Geschreven door Fanny
Categorie De dokter
Reacties: 2
7519 woorden | Leestijd 38 minuten

Het Huis, dinsdag 14 mei 1940

Het was vroeg in de middag. Het luchtalarm had geklonken en daarom zaten we met zijn allen, mijn negen collegaatjes en ik, op kussens tegen de koude bakstenen muur in de wijnkelder. Zwijgend. Gespannen luisterend naar de ronkende Duitse vliegtuigen die ergens daarbuiten hun verwoestende lading lieten vallen. Met bleke gezichten en angstige ogen keken we elkaar aan. Niemand zei iets maar we hoopten allemaal hetzelfde: als de bommen maar niet hier vielen. Als we maar veilig waren. En natuurlijk ook onze families en vrienden. En de dokter die naar Rotterdam was voor zijn spreekuur. Hij zou er toch niet middenin zitten? O Jezus! Alsjeblieft niet.

Het was niet de eerste keer dat we moesten schuilen. De afgelopen dagen had het luchtalarm veelvuldig geklonken. Ons land was in oorlog. Helemaal onverwacht kwam dat niet, gezien de agressieve strategie van Hitler. Vier dagen geleden waren de Duitsers Nederland binnengevallen. Onze eigen troepen boden dapper verzet, maar hoe lang nog? Wat kon ons kleine landje beginnen tegen de geoliede oorlogsmachine van onze buren? We hoopten vurig dat het tij gekeerd kon worden maar intussen vreesden we allemaal het ergste.

Volgens de dokter waren we hier relatief veilig. Hij achtte de kans klein dat het Huis zou worden geraakt want een natuurgebied met slechts enkele particuliere huizen was geen serieus doelwit. Toch stond hij erop dat we telkens dekking zochten als het luchtalarm loeide. Je kon immers nooit weten waar een per abuis verkeerd afgeworpen projectiel terecht kwam. Omdat we op de onzaligste momenten van de dag naar beneden moesten, soms in gezelschap van klanten, hadden we inmiddels allerlei spullen daarheen gebracht. Matrassen, kussens, dekens, maar ook handwerkjes, boeken, spelletjes en schrijfgerei om de tijd te doden als het erg lang duurde. In naast gelegen ruimtes bevonden zich de keuken en de voorraadkelder, maar niemand had trek zo lang de bommenwerpers zich binnen gehoorsafstand bevonden.

Ik trok mijn knieën op en sloeg mijn armen en de deken eromheen. Mijn voeten waren ijskoud. Tegenover me zat Madelief die in zichzelf gekeerd een gebed prevelde. Verbaasd keek ik naar de rozenkrans die ze tussen haar vingers hield. Ik wist niet dat ze gelovig was.

Opeens overviel me de behoefte om hetzelfde te doen. Was het de angst die me naar iets ongrijpbaars deed verlangen? Iets wat groter was dan wij zelf? Deden we dat niet allemaal in tijden van rampspoed? Als er onheil dreigde hoopten we dat er inderdaad een hogere macht bestond die op ons neerkeek en wellicht het noodlot kon afwenden. Als we ons gebed maar vaak en wanhopig genoeg herhaalden. Ik nam me voor om komende zondag weer met mijn familie naar de kerk te gaan. Mijn geloof had weliswaar een stevige deuk opgelopen maar ik had nooit een hekel aan de zondagsmis gehad. Zo'n groot mysterieus gebouw had wel wat, vooral vanwege de serene rust die er heerste. Het kaarslicht, de beperkte lichtinval door de kleurrijke glas-in-lood ramen, het koor dat oude liederen zong, de monotone stem van meneer pastoor, de geur van wierook, de eeuwenoude rituelen en het gevoel van saamhorigheid met de andere kerkgangers. Iedereen was stil. Wat oorspronkelijk bedoeld was als een moment van bezinning was voor mij vaak een moment van ontspanning en rust.

Het verblijf in de kelder duurde ditmaal niet zo lang. Na ongeveer een half uurtje konden we onze schuilplaats weer verlaten. We hingen wat rond de bar in afwachting van eventuele klanten. Het was de afgelopen dagen uitermate rustig geweest. Nu het oorlog was lieten veel vaste bordeelbezoekers het afweten. Degenen die wel kwamen beweerden stellig dat ze zich niet lieten intimideren door een stel rotmoffen. Het leven ging door en hun seksuele behoeften verdwenen niet door de bezetters, maar erg overtuigend klonken hun woorden niet. Want zonder uitzondering maakte iedereen zich zorgen om de toekomst. Welke gevolgen zou deze ongein hebben en hoe lang ging het duren?

De rust leek teruggekeerd. Tot het moment dat een schreeuw van ontzetting van boven klonk.

"Rotterdam staat in brand!" gilde Floor. "Kom kijken!"

Met zijn allen stormden we de trappen op naar de derde verdieping en probeerden ons vervolgens in Floors kleine kamertje te proppen waar het raam wagenwijd open stond. Daar waar we aan de horizon normaal de contouren van Rotterdam konden herkennen, stegen nu gitzwarte rookwolken op. Tien meiden, die anders zo goedlachs en luidruchtig waren, staarden met stomheid geslagen in de verte.

Doodse stilte.

Wat we zagen was te overweldigend om te begrijpen al speelde het drama zich voor onze ogen af. Allerlei onsamenhangende gedachten vormden een wirwar in mijn hoofd. Wat was er aan de hand? Wat betekende dit?

Iemand begon te snikken. "Mijn oma," piepte ze. "Mijn oma woont daar ergens."

Ik opende mijn mond maar er kwam geen geluid uit. De andere meisjes kwamen overal vandaan; de Schilderswijk, Gouda, Zoetermeer, Delft, Naaldwijk. Iris kwam uit Zeeland en Viola zelfs uit Amersfoort. Ik was de enige Rotterdamse. Steken in mijn buik. Een gruwelijke gedachte drong zich aan me op maar ik verdrong hem meteen weer.

"De dokter," zei Rosa. Haar stem klonk rauw. "De dokter is daar."

"Zijn praktijk ligt niet in het centrum. Het is alleen het centrum dat brandt, toch?"

"Geen idee."

"Maar hij rijdt meestal wel door de binnenstad."

Nog een paar meisjes lieten hun tranen stromen. Ik legde mijn handen over mijn oren. Dit wilde ik niet weten, niet horen. Het kon niet. Het mocht niet. Nee!

Er kwam een klant binnen maar hij was niet echt in ons geïnteresseerd. Het bombardement was nu het enige gespreksonderwerp. De andere meisjes hoorden hem uit maar hij wist niet veel meer dan wij. Het centrum was gebombardeerd. Of er nog meer was geraakt, of er doden en gewonden waren gevallen, waar de dokter was, daar kregen we geen antwoord op. Tegen alle regels in gingen we naar beneden. In de Rotary Club stond een radio en een telefoon maar de verbinding met de praktijk van de dokter kwam niet tot stand. We probeerden het nog eens. Geen gehoor.

De radio sprak over het zwaarste bombardement tot nu toe. De Rotterdamse binnenstad en enkele wijken lagen in puin. Door de branden was de schade nog niet te overzien en de harde wind wakkerde het vuur nog verder aan. Omliggende gebieden werden geëvacueerd. Honderden, misschien wel duizenden mensen waren dakloos en op de vlucht. Er heerste totale chaos. Naar aanleiding hiervan zou de Nederlandse regering nu waarschijnlijk snel capituleren. Als dat gebeurde was de Duitse bezetting een feit.

"Schoften! Beesten! Moordenaars!"

Er brak paniek uit. De meiden huilden en schreeuwden door elkaar heen. Zelfs de klant was zijn emoties niet meer de baas. Ik was niet in staat hun gevoelens te delen en stond er een beetje verloren bij. Het grootste deel van de discussie ging langs me heen. Ik was er wel en toch ook weer niet maar de onheilspellende knoop in mijn maag groeide gestaag.

Toen ging plotseling de deur open en kwam de dokter binnen. Opluchting alom! Hij was gehavend en zijn haren stonden alle kanten op. Hij had een schaafwond op zijn kin en zwarte vegen op zijn handen en gezicht. Er zat een flinke scheur in zijn colbert, een gat in zijn pantalon en hij was besmeurd met modder. Met grote opluchting en luid gejuich werd hij verwelkomd, als iemand die uit zijn graf was opgestaan. Hij werd gekust en geknuffeld. Maar hij glimlachte niet.

"Mij mankeert niks," stelde hij ons gerust. "Ik ben in een berm gesprongen omdat er op korte afstand een verdwaalde bom neerkwam maar het is gelukkig goed afgelopen. Alleen mijn auto heeft blikschade."

Zijn ogen dwaalden vervolgens koortsachtig langs alle gezichten. Telde hij zijn schaapjes of zocht hij specifiek naar iemand? Toen zijn blik op mij bleef rusten week het bloed uit mijn gezicht. Intuïtief voelde ik dat er iets ontzettend mis was.

"Joke."

Dat hij vergat me Jasmijn te noemen in het bijzijn van de andere meiden was ronduit verontrustend. De ernst op zijn gezicht voorspelde niet veel goeds. Ik wankelde op mijn benen toen alle blikken zich op mij vestigden. Eén van de meisjes slaakte een gilletje. De kamer begon te draaien. Ik kreeg het warm en koud tegelijk toen hij me naar me toe kwam en me teder omhelsde. Hij wilde iets zeggen maar hij zuchtte slechts. Een zucht waarin meer betekenis lag dan de woorden die hij trachtte te vinden.

Foute boel.

Ik wilde schreeuwen. Alsjeblieft, zeg het niet. Vertel me dat het niet waar is. Maar er kwam niet meer dan een gepijnigde kreun over mijn lippen.

"Ik heb helaas slecht nieuws."

Nee!

"Kralingen is ook getroffen."

NEE!

Ik werd misselijk. Duizelig. Zwart voor mijn ogen.

Toen ik bij bewustzijn kwam werd ik als een baby in de armen van de dokter naar één van de bankjes bij de bar gedragen. Rosa hield een flesje Eau de Cologne onder mijn neus. Mijn collegaatjes en twee klanten stonden in een halve cirkel om me heen. Medelijden in hun ogen.

"Je moet niet meteen het ergste denken," zei de dokter kalm terwijl hij naar de anderen gebaarde dat ze afstand moesten nemen. "We weten nog niet hoe groot de omvang van de schade is. Niemand weet iets op dit moment. Het enige wat we wel weten is dat veel mensen op de vlucht zijn. Het is best mogelijk dat jouw familie ergens anders onderdak heeft gezocht."

"Ik moet er naartoe. Ik ga ze zoeken. Misschien..." Ik wilde overeind komen.

De dokter hield me tegen en schudde zijn hoofd. "Dat heeft geen zin, liefie. Er woeden grote branden en waarschijnlijk komen we niet eens in de buurt. Maar ik beloof je dat ik alles zal doen om zo snel mogelijk te achterhalen waar je familie is. Zo meteen ga ik naar Den Haag en schakel zoveel mogelijk contacten en instanties in om ze te vinden. Akkoord?"

"Ik ga mee."

"Geen sprake van, jij blijft hier. Veel te gevaarlijk. Bovendien kan ik sneller handelen als ik niet word afgeleid."

Nadat hij de meiden had geïnstrueerd dat ik absoluut niet mocht werken en geen seconde alleen mocht zijn, vertrok hij. Voor het geval mijn emoties me teveel werden liet hij een paar kalmeringstabletjes achter, maar ik bleef roerloos liggen en staarde wezenloos naar het plafond. Geluiden en beelden drongen amper tot me door alsof ik werd omgeven door dichte mist. Ik voelde niets, ik sliep niet, ik at niet en dronk enkel op commando.

Het was de dag dat Nederland capituleerde en de Duitse bezetting bittere waarheid werd. Iemand moest het me hebben verteld maar ik herinnerde het me niet.

Ruim twee dagen bevond ik me tussen hoop en vrees. Twee dagen waarin ik probeerde alle afschrikwekkende gedachten te verdringen en waarin elke minuut een uur leek te duren. Dag en nacht liepen in elkaar over en alles en iedereen om me heen vervaagde. Af en toe zag ik zorgelijke gezichten. Soms bemerkte ik lippen die mijn wangen kusten, vingertoppen die me liefdevol streelden, handen die bemoedigend in de mijne knepen, iemand die tegen me praatte. Maar de woorden ontsnapten me. Ik reageerde enkel op de aanwezigheid van de dokter, maar telkens als hij spijtig zijn hoofd schudde sloot ik me weer af voor de buitenwereld.

De derde dag trok de dokter mijn onwillige lichaam overeind. Hij leidde me naar de versleten fauteuil in mijn kamertje en nam me als een klein meisje op schoot. Ik kreeg een vaderlijke kus op mijn ongewassen haren. Eén blik was genoeg om te weten dat ik me op het ergste moest voorbereiden.

"Ze zijn dood, hè?"

Hij slikte iets weg. Ik zag zijn adamsappel bewegen. Hij wilde niet degene zijn die me dit onheilsbericht bracht maar hij had geen keus. Het lag voor de hand dat hij dit ondankbare karweitje op zich nam.

"Niet allemaal. Sientje was tijdens het bombardement bij een vriendinnetje in Crooswijk. Ze bleef gelukkig ongedeerd. Voorlopig wordt ze opgevangen bij je tante Marie in Schiedam."

Tante Marie was een zus van moeder. Zij en haar man waren geen onaardige mensen, maar ik had verder geen band met ze. Ze waren heel streng voor hun elf kinderen. Bijna Spartaans. En ze gingen elke dag naar de kerk. Elke dag!

"Ik ben even langs geweest," ging de dokter verder. "Sientje mist je heel erg en ze vraagt of je haar komt opzoeken."

Traag als ingedikte stroop sijpelde de bittere waarheid door in mijn brein. Als alleen Sientje het bombardement had overleefd, dan... De onvermijdelijke conclusie raakte me als een mokerslag. Ik kromp in elkaar toen ik hun gezichten voor me zag. Mijn ouders, mijn broertjes, mijn jongste zusje... Onschuldige slachtoffers van deze vervloekte klotenoorlog. Ik ging niet meer met hen naar de kerk. Nooit meer. Ik was wees. Ik kon niet meer naar huis. Er was geen huis meer en geen thuis meer. Platgegooid door de Moffen. De feiten tolden rond in mijn hoofd maar het leek alsof het mij niet aanging. Alsof het iemand anders overkwam. De dokter moest zich vergissen. Dit kon gewoon niet waar zijn. Waarschijnlijk droomde ik. Dat was het. Word wakker, Joke. Wakker worden!

Maar ik was wakker.

"Joke, ik... Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik vind het verschrikkelijk voor je. Dit is zo oneerlijk, zo ontzettend... Godverdomme!"

Zijn blijk van medeleven ging aan me voorbij.

"Weet je het zeker? Kunnen ze niet...?"

"Helaas." Hij fluisterde. "Op jullie adres zijn acht lichamen gevonden. Twee volwassenen, een bijna volwassen jongen en vijf kleinere kinderen. Buren hebben ze geïdentificeerd als het gezin de Jong."

Meewarig schudde ik mijn verwarde hoofd want ik snapte er helemaal niets van.

"Waarom waren de kleintjes niet naar school? Waarom waren vader en Jan niet op pad om werk te zoeken? Waarom waren ze midden op de dag allemaal thuis?"

"Waarschijnlijk vanwege de gewapende strijd om Rotterdam of vanwege het luchtalarm."

Zijn stem klonk even toonloos als die van mij. Hij nam mijn gezicht tussen zijn handen en we keken elkaar aan. Ik las de droefheid van zijn gezicht, maar ook woede en machteloosheid.

"En nu?" vroeg ik met een piepstemmetje. "Moet ik ook naar tante Marie?"

Hij schrok even. Blijkbaar had hij er niet bij stilgestaan dat ik minderjarig was. Mijn aanwezigheid in het Huis was niet vanzelfsprekend zonder de toestemming van mijn ouders. Wie besliste nu over mij? Moest ik mijn tante en oom opbiechten wat ik hier deed? Hun goedkeuring kon ik op mijn buik schrijven. Ze zouden me verketteren. Ik zag mezelf in een nonnenklooster urenlang gedwongen op mijn knieën bidden bij een kruisbeeld om te boeten voor mijn zonden. Biechten voor een rein geweten. Slapen met mijn handen boven de deken. Behalve meneer pastoor zou ik jarenlang geen man onder ogen komen. Maar hoe zou ik ooit om vergeving kunnen vragen voor iets wat ik zelf niet als verkeerd beschouwde?

"Wat mij betreft hoef je nergens heen," zei hij zachtjes terwijl hij zijn grip om mijn lijf verstevigde alsof hij bang was me kwijt te raken. "We blijven bij het verhaal dat je in de keuken werkt en als je een beetje bijdraagt in Sientjes levensonderhoud zal het waarschijnlijk geen probleem zijn. Maar als je liever weg wil..."

"Nee." Ik klampte me aan hem vast. "Ik blijf hier."

De dokter was mijn laatste rots in de branding, mijn enig overgebleven houvast. Zonder hem zou ik niet weten wat ik moest doen.

"Ik ben zo ontzettend blij dat jij hier was en niet daar," fluisterde hij geëmotioneerd. "Ik moet er niet aan denken dat..."

Ik deelde zijn blijdschap niet. Als ik afgelopen dinsdag bij mijn familie was geweest had ik dit gigantische lege gat in mijn ziel niet ervaren. Dan zou ik dit gemis niet kennen. De dood scheen opeens een bijzonder aangenaam alternatief voor het leven. In ieder geval voor mijn leven op dit moment, want dit was een hel.

Het bleef een tijdlang stil. We waren beide in onze eigen gedachten verzonken. Met mijn hoofd tegen zijn schouder probeerde ik te begrijpen wat zich in Kralingen had afgespeeld. Het onvoorstelbare scenario wilde namelijk niet bezinken. Wat er in het brein van de dokter omging kon ik slechts gissen. We wisten allemaal dat hij zijn hersens pijnigde hoe het verder moest met het bordeel. Vorige week, toen het Duitse leger ons land was binnengevallen, had hij een open en eerlijk gesprek met ons gevoerd. Oorlog betekende onzekerheid, nog meer schaarste en waardeverlies van ons geld. Twintig klanten hadden hun lidmaatschap van de Rotary Club al opgezegd en er zouden ongetwijfeld nog meer volgen. Dat betekende dus minder inkomsten. Geëmotioneerd vertelde hij dat hij ons onmogelijk allemaal in dienst kon houden, hoe graag hij dat ook zou willen. Als er meisjes waren die ander werk ambieerden beloofde hij ze daarbij te helpen.

Viola bekende al een tijdje met de gedachte te spelen om te stoppen. Na acht jaar in de prostitutie had ze het gehad met al die overspelige kerels. Ze wilde proberen een leuke vrijgezel voor zichzelf te vinden voor ze daarvoor te oud werd. Een monogame relatie met een huwelijk als einddoel, wie wilde dat niet? Ook Margriet gaf aan terug te willen naar haar familie omdat de grond te heet werd onder haar voeten vanwege de oorlog. Want stel je voor dat ze binnenkort met Duitse soldaten naar bed moest. Dat nooit!

De dokter leek enigszins opgelucht omdat hij vooralsnog niemand tegen haar wil hoefde te ontslaan. Acht meiden vormden nog steeds een ruime personele bezetting maar hij wilde afwachten hoe de situatie zich verder zou ontwikkelen. Het aangekondigde vertrek van twee meisjes zorgde er echter voor dat de tranen rijkelijk vloeiden. Juist omdat we buiten de muren van het Huis met niemand over ons leventje konden praten schiep dat een hechte band. We deelden hier lief en leed met elkaar en hoewel we nog niet meteen afscheid van Viola en Margriet namen, deed dat vooruitzicht pijn.

De dokter verbrak als eerste het stilzwijgen. "Waar denk je nu aan, Joke?"

"Aan Sientje. Ik heb met haar te doen. Het is niet fijn bij tante Marie."

"En jij? Vertel me eens wat je voelt."

"Niks," antwoordde ik wezenloos. "Ik voel niks. Vind je me nu raar?"

Mijn tranen waren nooit ver weg. Ik huilde te pas en te onpas van blijdschap, teleurstelling, onmacht of boosheid. Maar nu waren mijn ogen droog en dat vond ik zelf hoogst merkwaardig.

"Nee, dat is helemaal niet raar," beweerde de dokter terwijl hij mijn blote arm streelde. "Dat heeft even tijd nodig."

Maar het baarde hem wel zorgen, te oordelen naar de denkrimpels op zijn voorhoofd en de manier waarop hij me gadesloeg. Ik ademde diep in en uit om te controleren of ik zelf nog wel leefde. Vaag rook ik nog een zweempje van zijn scheerzeep, gemaskeerd door een lichte nicotinegeur. Het voelde best ontspannend om op zijn schoot te zitten en lui tegen zijn sterke torso te leunen met zijn armen beschermend om me heen geslagen. Zijn lichaam was lekker warm en ik kon het ritmische kloppen van zijn hart voelen. Hij had geen erectie, stelde ik vast, terwijl ik...

"Wil je me een plezier doen, dokter?"

"Ja natuurlijk. Zeg het maar."

"Wil je me neuken?"

Hij reageerde als door een wesp gestoken. Ik viel bijna van zijn knie.

"Wat!?"

"Ik ben geil. Ik verlang naar seks."

Het ongeloof stond dwars over zijn gezicht geschreven. "Nu?"

"Ja."

Het was bizar, dat vond ik zelf ook. Maar mijn lichaam was gewend op zijn aanwezigheid en aandacht te reageren en dat was nu niet anders.

"Dit is geen goed idee, Joke. Niet vandaag. Je moet dit niet willen."

"Maar ik wil het wel. Heel graag zelfs."

Er zat iets in me, een groeiende knoop in mijn maag die me dreigde te verstikken. Er moest iets gebeuren om dat ding te laten verdwijnen. Op de een of andere manier was ik ervan overtuigd dat een stevige vrijpartij een goede manier was om dit te bewerkstelligen. Ik ging staan en stroopte in ijltempo de kleren van mijn lijf. Poedelnaakt stond ik voor hem maar de dokter keek alsof hij een geestverschijning zag.

"Je familie is overleden," mompelde hij. "Ze zijn dood. Snap je dat?"

"Je wil dat ik iets voel," zei ik, zijn woorden negerend. "Laat me dan ook iets voelen. Laat me je pik voelen. Ik heb het nodig."

Blijkbaar was hij te verbouwereerd om te reageren, daarom nam ik het initiatief. Ik knielde voor hem op de grond, maakte zijn broek los en trok deze samen met zijn onderbroek op zijn enkels. Hij liet me mijn gang gaan, hoewel niet van harte. Vermoedelijk zou hij dit liever weigeren. Gezien de omstandigheden zou hij het me zelfs willen verbieden. Maar diezelfde omstandigheden maakten hem ook toegeeflijk. Ik was mezelf niet en daar hield hij rekening mee. Daarom gaf hij toe. Om mij tegemoet te komen.

Er zat geen leven in zijn pik, niet eens een klein beetje. Voor de dokter was dat een unicum maar ik wist er wel raad mee. Tenslotte oefende ik niet voor niets het oudste beroep ter wereld uit. Hij had me zelf de trucjes geleerd die ik in zulke gevallen kon toepassen en dat deed ik dan ook. Ik nam zijn slappe zaakje in de ene en zijn scrotum in de andere hand terwijl mijn middelvinger zachtjes zijn perineum masseerde. Met het puntje van mijn tong kietelde ik zijn eikel. Hij leunde passief achterover in de zetel en sloot zijn ogen.

"Laten we dit een andere keer doen," protesteerde hij zwakjes. "Dit is geen goed moment."

Maar zijn pik sprak hem tegen. Bij elke hartslag voelde ik hem in omvang toenemen. Ik nam hem tussen mijn lippen en pijpte ijverig tot hij groot en stijf was. De sensatie van een groeiende lul in mijn mond vond ik zalig. Het deed altijd wat met me, wat zich uitte in het geil dat zich tussen mijn schaamlippen verzamelde. Toen hij de gewenste hardheid had bereikt kwam ik overeind en ging wijdbeens over hem heen zitten. Zijn erectie gleed moeiteloos tot zijn ballen in mijn bereidwillige kut. Ik bleef even bewegingloos op hem zitten om van dat zalige gevoel te genieten.

"Joke..."

"Sssst!" Ik pakte zijn handen en legde ze op mijn borsten. "Vrij met me, dokter."

Zachtjes wipte ik op en neer op zijn pik. Omdat zijn blik sceptisch was en ik me ervan bewust werd dat hij dit eigenlijk niet wilde, sloot ik mijn ogen. Ik wilde niet weten wat hij dacht en wat hij hiervan vond. Hoewel niet uit volle overtuiging deed hij desondanks wat ik van hem verlangde. Hij kneedde mijn borsten en rolde mijn tepels tussen zijn vingers, precies zoals ik dat lekker vond. Toen ik mijn lippen naar zijn mond bracht beantwoordde hij mijn tongzoen. De smaak van zijn speeksel, het weldadige knijpen in mijn boezem en het berijden van zijn pik zweepten me verder op. Steeds feller en sneller neukten we. Zo hard dat het pijn deed. Zo hard dat ik hem pijn deed.

Op een bepaald moment was dat niet meer genoeg. Ik wilde meer en knielde op knieën en ellebogen voor hem op het tapijt, mijn kont in de lucht.

"Neem me van achteren, dokter," gebood ik hem. "Hard en diep. Doe me pijn."

"Nee."

"Jawel, ik wil het." Het klonk zowel dwingend als smekend. "Sla me!"

"Nee!"

"Asjeblief!" gilde ik. "Doe het!"

Ik moet het uiterste van hem hebben gevergd want hij was wars van elke vorm van geweld tegen vrouwen. Maar hij deed het. Uiteindelijk knielde hij tussen mijn benen en nam me achterlangs, vooralsnog op zijn eigen vertrouwde wijze. Ik kreeg een voorzichtige tik op mijn rechterbil.

"Rammen," riep ik. "Sla me bont en blauw."

Ik wist niet wat me bezielde op dat moment maar de dokter scheen het te begrijpen. Hij leek te snappen dat ik probeerde de inwendige gruwel van mijn verlies te overstemmen met lichamelijk sadisme. Het monster in mijn binnenste stond op knappen en ik deed er alles aan om het tegen te houden. Onbewust gebruikte ik hem als martelwerktuig om mijn hersens te verdoven. Terwijl hij op mijn verzoek steviger neukte en harder op mijn billen sloeg ging opeens de deur open. Een bezorgde Lily vroeg of het wel goed met ons ging.

"Ja," krijste ik hysterisch. "Ga weg!"

Ze maakte onmiddellijk rechtsomkeer. Waarschijnlijk vond de dokter het op dat moment welletjes. Hij draaide me op mijn rug en greep mijn maaiende armen beet. Zijn pik was uit mijn kut gefloept maar hij wreef zijn stijve nog tussen mijn schaamlippen en over mijn klit. Snel en vakkundig bracht hij me naar een hoogtepunt. Zelf kwam hij niet klaar maar op het moment dat mijn orgasme zich aankondigde scheurde de bal opgekropt verdriet open. Ik brak.

"Mama!"

Alsof een dijk doorbrak stroomden de tranen over mijn gezicht.

"Goddank," hoorde ik de dokter zuchten.

De broek die nog om zijn enkels hing schopte hij uit. Hij tilde me van de vloer en ik belandde opnieuw op zijn schoot in de oude zetel.

"Toe maar," moedigde hij me zachtjes aan. "Huil maar, liefie. Schreeuw maar. Gooi het er maar uit."

"Waarom ben ik niet dood?" snikte ik met schokkende schouders. "Dokter, help me. Ik wil naar mijn familie toe. Ik wil ook sterven."

Als hij van mijn woorden schrok wist hij het goed te verbergen. Maar misschien kon hij zich mijn uitspraak ook wel voorstellen. In ieder geval reageerde hij heel rustig en begripvol.

"Als ik in jouw schoenen stond zou ik dat waarschijnlijk ook willen, meisje. Maar je mag Sientje niet vergeten. Als oudste van jullie beiden heb je de taak om haar leed een beetje te verzachten. Ze heeft je nu net zo keihard nodig als jij haar. Laat haar niet alleen."

Hij sprak me aan op een verantwoordelijkheid die ik niet eerder had gedragen maar die hij me nu wel toebedeelde. Het was ongetwijfeld één van zijn vele psychologisch trucjes maar met het gewenste effect. Ik was niet de enige die haar familie had verloren, bedacht ik. Ik deelde dit grote drama met mijn zusje. Daarom mocht ik niet alleen aan mezelf denken.

"Als ik zeg dat je je hier doorheen zult slaan geloof je me niet," sprak de dokter zacht. "Maar het is echt zo. Alle clichés zijn waar. Verdriet slijt en tijd heelt alle wonden. Er is licht aan de andere kant van de tunnel, maar om daar te komen moet je er wel doorheen. Ik zeg niet dat het makkelijk is. Verre van dat, maar onthoud dat je altijd op me kunt rekenen als je me nodig hebt. Wat er ook gebeurt."

Nee, ik geloofde inderdaad niet dat mijn verdriet zou slijten. Nu niet en ook niet op langere termijn. Ik was ervan overtuigd dat dit nooit meer over ging, maar het was een fijn gevoel dat er iemand was waarop ik in geval van nood kon terugvallen. Waarschijnlijk was dat ook zijn onderliggende boodschap. Hij kon mijn rouwproces niet verzachten. Ik was degene die het van het begin tot het eind moest doorstaan maar gedurende die periode zou hij aan de zijlijn staan en me steunen.

<> <> <>

De volgende dag ging ik met de dokter naar tante Marie. Er moesten een aantal praktische dingen worden afgesproken maar boven alles popelde ik om Sientje terug te zien. Ik wilde weten hoe het haar verging. De branden in Rotterdam waren geblust en het puinruimen was begonnen. Onderweg staarde ik verdwaasd naar het drastisch veranderde straatbeeld; Duitse soldaten in gevechtstenue, Duitse officieren, Duitse tanks, Duitse voertuigen en wapentuig, iemand die de Hitlergroet bracht en Hollanders die soms wantrouwend en soms nieuwsgierig om hen heen liepen. Hoe lang zou dit zo blijven, vroeg ik me huiveringwekkend af. Maanden? Jaren? Altijd?

Bij de voordeur vielen Sientje en ik elkaar in de armen. Ik probeerde flink te zijn want mijn zusje was de wanhoop nabij. Opeens voelde ik me meer haar moeder dan haar zus, alsof haar welzijn plotseling op mijn schouders rustte. Terwijl de dokter onder vier ogen met mijn oom en tante sprak, realiseerde ik me dat Sientjes drama veel groter was dan dat van mij. Ik mocht me gelukkig prijzen in het gezelschap van lieve en warmhartige mensen, maar zij was van het ene moment op het andere in een gezin terecht gekomen waar ze zich niet thuis voelde en waar nauwelijks aandacht was voor haar verdriet. 'Niet zeuren' was de lijfspreuk van tante. 'Tranen wekken de doden niet tot leven. Bid maar voor ze.'

Mijn oom en tante reageerden opgelucht dat ik niet bij hen in huis kwam. In tijden van oorlog en schaarste zat niemand te wachten op een extra kostganger. De rest van onze familie had daarom te kennen gegeven al genoeg monden te moeten voeden. De voedselbonnen die de dokter aan tante gaf om in Sientjes onderhoud te voorzien werden echter iets te hebberig aanvaard. Alsof Sientje opeens een bron van inkomsten was. Tante Marie glimlachte minzaam toen ik haar later een ongemeende zoen gaf als afscheid.

"Wees maar zuinig op je betrekking, Joke," drukte ze me op het hart. "Zonder werk ben je nergens in deze tijd."

Sientje was hier ongetwijfeld erg eenzaam. In andere omstandigheden zou ik de dokter hebben gevraagd of ze mee mocht naar het Huis, maar dat was uiteraard geen reële optie. Het arme kind was pas twaalf en ik kon en wilde haar niet confronteren met het leven dat ik daar leidde. Daarom omarmde ik mijn bedroefde zusje en beloofde plechtig dat ik zo vaak mogelijk op bezoek zou komen. Je moet nu sterk zijn voor twee, Joke, zei ik tegen mezelf.

Vervolgens nam de dokter mij en Sientje mee naar Kralingen zodat we met eigen ogen konden zien dat ons ouderlijk huis letterlijk met de grond gelijk was gemaakt. Die confrontatie was hartverscheurend maar volgens de dokter wel noodzakelijk. We moesten de waarheid onder ogen zien, hoe afschuwelijk het ook was. Zowel mijn zusje als ik konden ons nog geen voorstelling maken van wat ons was overkomen. Tegen beter weten in bleef ik hopen op een wonder en Sientje verzon allerlei theorieën waarom ons gezin niet dood kon zijn. Maar toen stonden we opeens in de buurt die Kralingen heette maar die we niet meer als zodanig herkenden. De verwoesting was afschrikwekkend. De straat waar we hadden gewoond was veranderd in een spookstraat waar niets meer overeind stond behalve een aantal zwartgeblakerde skeletten van huizen. Herkenningspunten moesten we met een lampje zoeken. Teruggekeerde bewoners zochten in de puinhopen van hun vernielde huizen naar eigendommen die nog bruikbaar waren. Sterke kerels schepten eindeloze hoeveelheden puin in kruiwagens om de wegen weer begaanbaar te maken. Een groepje gewapende Duitse soldaten hield op afstand alles in de gaten.

De dokter wees ons de plek waar ons huis had gestaan en waar nu enkel nog brokstukken lagen. Het scenario was huiveringwekkend want de woning had een voltreffer gehad. Ons gezin had geen schijn van kans gehad want ze hadden als ratten in de val gezeten. Sientje huilde onophoudelijk en zocht troost in mijn armen. Ik wist met moeite mijn tranen te bedwingen maar ook ik snakte naar een schouder om tegenaan te kruipen. Mijn ogen zochten de dokter die verderop tegen zijn auto leunde. Met een dampende sigaret tussen zijn lippen hield hij een oogje in het zeil. Ik wist dat hij me in het openbaar met geen vinger zou aanraken maar zijn knipoog stelde me enigszins gerust. Straks, dacht ik. Binnen de vertrouwde muren van het Huis zou hij straks alle tijd en aandacht voor me hebben die ik nodig had.

En seks, dacht ik. Want een stevig robbertje vrijen had bijna dezelfde uitwerking als de valium van de dokter. Na afloop was ik moe en ontspannen genoeg om enkele uurtjes te slapen want medicijnen kreeg ik niet meer van hem. Op de eerste plaats omdat rouw een natuurlijk proces was dat zich niet door tabletjes liet beïnvloeden. Anderzijds was hij zuinig op zijn voorraad geneesmiddelen omdat de schaarste ook hier had toegeslagen.

In de weken die volgden probeerde ik me met vallen en opstaan staande te houden. De dokter legde me een vast ritme op van eten, slapen en waken waaraan ik me moest houden. Verder liet hij me grotendeels vrij in mijn doen en laten. Als ik een goede dag had en wilde werken, mocht dat. Maar op slechte dagen liet hij me zelf beslissen waar ik wel of niet toe in staat was. Ook kreeg ik doordeweeks een extra vrije dag om mijn zusje op te zoeken. Mijn aanwezigheid op de werkvloer was immers niet meer van essentieel belang omdat steeds meer klanten wegbleven. Hun aantal was meer dan gehalveerd. Peeskamers bleven ongebruikt en de meiden zochten soms hun heil bij elkaar om in hun seksuele behoeften te voorzien. Het drama dat de dokter vreesde was zich langzaam aan het voltrekken. Als deze ontwikkeling doorzette was een gedwongen afscheid van nog meer meisjes slechts een kwestie van tijd. De gevoelens waren dan ook gemengd toen Marjolein vrijwillig haar vertrek aankondigde. Ze vertelde dat ze Joods was en de geruchten over Hitlers antisemitisme de Joodse gemeenschap zorgen baarden. Haar familie hoopte naar een veilig land te kunnen emigreren. De zeven overgebleven meisjes wensten haar alle geluk en sterkte toe terwijl we ons hardop afvroegen wie de volgende zou zijn.

<> <> <>

Het Huis, juli 1940

We konden op onze vingers natellen dat het zou gebeuren. Het was een tikkende tijdbom die vroeg of laat onherroepelijk zou afgaan. Maar toen het eenmaal zover was kwam het toch nog als een donderslag bij heldere hemel.

Indien het weer het toeliet aten we 's middags in de tuin. Zo ook vandaag. Vanwege de warmte lagen we schaars gekleed op dekens in het gras toen de portier van de Rotary Club de dokter kwam waarschuwen. Er was iemand voor hem. We besteedden er geen aandacht aan omdat hij wel vaker werd weggroepen. Nu hij even weg was zag ik kans mijn boterham stiekem weg te moffelen. Ik kreeg het eten amper door mijn keel, maar sinds het bombardement was ik drie kilo afgevallen en had daarom de volle aandacht van de dokter. Hij had er begrip voor dat mijn rouwproces ten koste ging van mijn eetlust maar stond erop dat ik ondanks alles goed voor mezelf bleef zorgen. Hij zag er persoonlijk op toe dat ik alle maaltijden daadwerkelijk wegwerkte.

Omdat ik naar de wc moest liep ik het Huis binnen. Boven hoorde ik stemmen. Klanten? Zo vroeg in de middag al? Bovenaan de trap naar de eerste verdieping bleef ik aan de grond genageld staan. Ondanks het zomerse weer bevroor ik ter plekke. Op het dansvloertje zag ik de dokter staan in het gezelschap van twee mannen. Het leek erop dat hij hen een rondleiding gaf in een taal die ik niet begreep. Dit waren niet zomaar een paar mannen, dit waren mannen in uniformen. Duitse officieren. God allejezus!

Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Wegwezen, dacht ik, en probeerde me snel uit de voeten te maken. Plassen kon ik desnoods ook buiten achter een struik. Maar op dat moment keek ik in de lichtblauwe ogen van één van de militairen in een lange grijze uniformjas en hoge laarzen. Ik hoefde de betekenis van de strepen op zijn uniform niet te kennen om te weten dat hij een hoge rang had. Hoger dan zijn kompaan.

"Na, wen haben wir denn da?" vroeg hij aangenaam verrast.

Ik zag de dokter van kleur verschieten toen hij mijn aanwezigheid opmerkte.

"Eine kleine Nutte," grijnsde de ander.

Twee paar vreemde ogen keken me aan alsof ze al jaren geen vrouw meer hadden gezien. Voor het eerst in maanden voelde ik me weer naakt en ongemakkelijk in het weinig verhullende jurkje. Dit betekende niet veel goeds. Deze militairen waren van een heel ander kaliber dan de klanten van de Rotary Club. Het gezag dat ze uitstraalden voelde buitengewoon intimiderend. Het was al doodeng dat ze zich ons land hadden toegeëigend en dat ze het straatbeeld beheersten. Maar hier, onder ons dak, in onze vertrouwde en tot dusver veilige Huis, vormden ze een regelrechte bedreiging.

"Wie heisst du denn?"

Ik verstond hun taal niet, dus bleef ik met een mond vol tanden naar hen staren.

"Ihr Name ist Jasmine," antwoordde de dokter in mijn plaats.

Hij sprak Jasmijn langgerekt uit als Jasmiiiine.

"Wat doe je hier?" gromde hij binnensmonds.

Ik wees verontschuldigend in de richting van de toiletten. "Ik moet nodig..."

"Schiet op dan. Ga daarna de meiden halen."

Even later probeerde ik geruisloos en onopvallend mijn weg weer naar buiten te vinden. Tevergeefs. De Duitsers zagen me en de hoogste officier versperde de uitweg naar beneden. Meteen was alle aandacht weer op mij gericht. De dokter was er zichtbaar niet gelukkig mee. Hij probeerde me buiten schot te houden maar dat mislukte. SS-Sturmbahnführer Schultze, zoals hij zich voorstelde, kwam naar me toe. Ik stond letterlijk te bibberen op mijn benen. Tot ik de dokter met zijn vingers hoorde knippen en ik me bewust werd van mijn angstige gedrag. Onmiddellijk corrigeerde ik mijn houding en probeerde de vreemdeling zo brutaal mogelijk in de ogen te kijken, maar inwendig gierden de zenuwen onverminderd door mijn lijf. Hij zou toch niet...?

"Kann ich ein wenig Zeit mit ihr verbringen, herr Doktor?"

"Jasmine kommt leider nicht in Frage. Ich werde die andere Mädchen rufen."

Hoewel ik geen woord Duits verstond begreep ik uit de lichaamstaal van beide mannen dat de Mof zijn pijlen inderdaad op mij had gericht. Hij wilde me aan het kruis nagelen. Zijn kruis. Nadat de dokter de andere meiden liet opdraven en Schultze en zijn maat keurende blikken over hen lieten glijden, vestigde de SS'er zijn aandacht toch weer op mij.

"Warum Jasmine nicht? Was ist los mit ihr?"

"Sie hat vor kurzem ihre ganze Familie verloren."

"Ach, das tut mir wirklich leid aber ich bevorzuge sie trotzdem weil sie solche wunderschöne grüne Augen hat."

"Hij valt op je ogen," vertaalde de dokter met een cynisch toontje in zijn stem.

We zagen allemaal dat hij een uitweg probeerde te vinden, een manier om ons uit de handen van deze heren te houden maar ditmaal was hij machteloos. Hij kon de Duitsers moeilijk de deur wijzen. Het feit dat ze er waren zei al genoeg. Ook mijn collegaatjes keken met vrees en argwaan naar onze nieuwe gasten.

Omdat ik de kans nihil achtte dat ik eronderuit kwam zonder de dokter in problemen te brengen, besloot ik het op een nuchtere manier te bekijken.

"Hoeveel betaalt hij?"

Ik kreeg een waarschuwende blik van de dokter, maar voor hij kon reageren bleek Schultze mijn vraag te hebben begrepen. Hij haalde een stapeltje bont gekleurde velletjes papier tevoorschijn die we maar al te goed kenden. Voedselbonnen! Omdat we voor geld bijna niks meer konden kopen en onze voorraad gestaag slonk, bedacht ik me geen moment. Mijn streven om rijk te worden had ik voorlopig moeten loslaten. Nu het oorlog was en ik kennis had gemaakt met de destructieve gevolgen ervan, had dit plaats gemaakt voor iets anders. Overlevingsdrang.

"Ik doe het wel," zei ik, griste de bonnen uit de hand van de SS'er en gaf ze aan de dokter.

"Jasmijn, nee!" 

Maar ik kon niet meer terug. Schultze had mijn arm al beet. "Wo sind die Schlafzimmer?"

Ik liep met hem naar boven en sloot de deur van kamer twee achter ons. Besluiteloos bleef ik staan. Dit werd anders, bedacht ik, in ieder geval vanwege de taalbarrière. Het beviel me niets. Hoewel er weinig woorden nodig waren voor seks vond ik het toch lastig dat ik zijn taal niet verstond. Zou hij wel Nederlands verstaan?

"Wat zijn uw wensen?" vroeg ik.

Hij legde zijn pet op een stoel. "Zieh dich aus."

"Watblief?"

"Ausziehen bitte."

Bieten? Wat bedoelde hij? De moed zonk in mijn schoenen. Dit werd niks.

Hij gaf een rukje aan mijn jurkje. Uitkleden. Natuurlijk. Wakker worden, Joke. Hij komt niet om te klaverjassen.

Binnen een paar seconden was ik naakt. "Neuken of pijpen?"

Traag opende hij zijn jas. Bij dit warme weer moest hij smelten in die wollen kleding. Hoe kon ik hem aan zijn verstand brengen dat hij zich eerst moest wassen als hij erg zweette?

"Wie bitte?"

Weer die bieten. Straks niet vergeten de dokter te vragen wat dat betekende. Schouderophalend wees ik in mijn mond en vervolgens naar mijn venusheuvel.

"Ach so."

Hij glimlachte. Opeens zag hij er niet meer zo streng uit. Misschien viel het wel mee. Hij gebaarde naar het bed. Wijdbeens liggend op mijn rug keek ik toe hoe hij zich slechts ontdeed van zijn jas en laarzen. In uniform kwam hij naast me liggen en liet zijn ogen en vingertoppen over mijn blote huid dwalen. Hij betastte mijn borsten maar vermeed merkwaardig genoeg mijn schaamstreek.

"Du bist noch so jung, Jasmine."

Jung? Bedoelde hij jong? Ik knikte, waarop hij een beduimeld zwart-wit fotootje uit zijn borstzak haalde. Ik zag een knappe vrouw en een meisje van ongeveer mijn leeftijd.

"Meine Frau und Tochter."

Dit snapte ik gelukkig, maar het ononderbroken verhaal dat hij me daarna vertelde ging volledig aan me voorbij. Aan zijn gelaatsuitdrukking kon ik echter opmaken dat hij zijn gezin miste. 'Jaren' meende ik te verstaan. Wie weet hoe lang hij al van huis was? Het sprankje sympathie dat hij wekte was net genoeg om de ergste zenuwen weg te nemen. Hij was een klant, dacht ik. Zijn ballen jeukten net zo hard als die van andere kerels. Hij wilde seks en dat kon hij krijgen. Aarzelend stak ik een hand naar hem uit, maar toen ik de knoopjes van zijn hemd wilde openen hield hij me tegen. Blijkbaar wilde hij zich niet helemaal uitkleden.

"Nur meine Hose."

Schultze legde mijn hand op zijn kruis waar ik een gezwollen pik voelde. Dat hij al hard was scheelde tijd. Hij stond toe dat ik zijn gulp losmaakte en zijn kloppende lul tevoorschijn haalde. Het voorvocht parelde op zijn eikel. Opgelucht stelde ik vast dat zijn lichaamsgeur meeviel. Ik had erger verwacht. Hij strekte zich languit op het bed en sloot zijn ogen. Tot nu toe verliep alles redelijk normaal, afgezien van de communicatie.

"Mag ik?"

Een langgerekte kreun was mijn beloning toen ik naast hem knielde, met het puntje van mijn tong zijn eikel plaagde en mijn lippen daarna om zijn stam sloot. Hij greep met zijn handen in mijn haren, hardhandiger dan ik gewend was van onze Rotary klanten. Waarschijnlijk was het niet zijn bedoeling me pijn te doen en had hij het zelf niet in de gaten. Niet alleen zijn vingers, maar zijn hele lijf was gespierd en in topconditie. Logisch, hij was tenslotte militair en geen kantoorpikkie.

"Um Gottes Willen, Jasmine," verzuchtte hij toen ik zijn behaarde zak kneedde en zijn pik zo ver mogelijk in mijn mond liet glijden. "Was machst du überhaupt mit mir?"

Ik deed geen moeite hem te begrijpen en ging onverstoorbaar door met pijpen. Hij had niet veel nodig merkte ik. Zijn lichaamstaal snapte ik gelukkig wel. Maar net voordat hij klaar zou komen duwde hij me onverwacht van zich af en dwong me op mijn rug. Voor ik goed en wel besefte wat er gebeurde lag hij al tussen mijn benen. Zijn bikkelharde lul, geen kleintje ook, stootte meedogenloos door tot diep in mijn kut.

"Au! Klootzak!"

Hij schrok kennelijk en hield even stil. Maar het was te laat. Op dat moment verkrampte zijn gezicht en spoot hij hevig kreunend en schokkend zijn ballen in me leeg.

"Habe ich dir weh getan? Entschuldige bitte."

Schultze keek schuldbewust en ik besloot hem zijn egoïstische gedrag te vergeven. Wat moest ik anders? Hoe moest ik hem uitleggen dat hij beter in mijn mond of op mijn huid had moeten klaarkomen? Dat ik nog nooit een Duitse soldaat had ontmoet? Dat ik de komst van de moffen bepaald niet toejuichte en dat we niet van gedachten kon wisselen ook al niet geilmakend was. De nervositeit was bij mij te hoog en het spelletje te kort geweest om zelf opgewonden te raken. Ik was niet nat maar hij had toch gewoon zijn eigen driften gevolgd. Nou ja, Rosa zou zeggen dat dit het risico van ons vak was.

Maar wat was het Duitse woord voor hufter?

Nog geen twee minuten later beende hij in vol ornaat de trap af. Ik waste me en probeerde me te concentreren op mijn gewone routine toen iemand achter mijn rug zijn keel schraapte. Op van de zenuwen hing ik bijna in de gordijnen van schrik.

"Hoe erg was het?" vroeg de dokter die slechts een blik nodig had om te weten dat het niet van een leien dakje was gegaan.

"Denk je dat de moffen vaker komen?"

Hij haalde vertwijfeld zijn schouders op. "Dat kan ik het helaas niet uitsluiten."

Ik haalde heel diep adem. "In dat geval hebben we twee dingen nodig."

"En dat is?"

"Glijdende olie en Duitse les."



© Fanny, juni 2017

Naar alle verhalen van:  Fanny

Fijn verhaal 
+1

Reacties  

Ook deel 9 in deze serie vind ik fantastisch. Geschiedenis, diepte, sfeer en oorlog in een seksverhaal, het moet niet gekker worden.
Misschien niet gekker, wel geiler hoop ik. Deel 10 is in de maak. Blijf lezen
Dank voor het compliment :-)