4225 woorden | Leestijd 22 minuten


“Door weinig van anderen te verwachten bespaart men zich veel teleurstelling.”
(C.J.W. Francken)

Het buikje van Vanja was al goed te zien. Ze was drie maanden ver en de wetenschap dat ze Marecs kind droeg, maakte haar trots. Ze wilde niet dat er iets tussen haar en Marec kwam, niet nu. Daarom was het zo spijtig van Tinne. Over het gedrag van haar beste vriendin voelde Vanja zich allesbehalve trots. Ze had zojuist bij haar kamer aangeklopt, maar geen antwoord gekregen. Daarna had ze de deur geopend en Tinne gevonden. Die lag halfnaakt op haar bed en staarde zo stoned als een aap naar het plafond. Ze was niet klaar voor haar afspraak. Ze had zich overduidelijk nog niet gedoucht, er lagen geen kleren gereed en haar blonde haren stonden alle kanten uit.
Het was half negen en tijd voor Tinne ‘s afspraak met mijnheer Maesschalk. Vanja stond als aan de grond genageld in de deuropening en probeerde niet te panikeren, maar ze wist hoe Marec over drugs dacht. En ze had zich vier maanden geleden persoonlijk borg gesteld voor Tinne. Dit was een ramp, dacht Vanja terwijl ze diep in en uit ademde. Een regelrechte ramp.
“Tinne!”

Er klonk een afwezig kreunen. Tinne bewoog zich op het bed, knipperde met haar oogleden en richtte haar wazige blik op Vanja. Ze sprak met dubbele tong en klonk als iemand die dronken was.
“O, ben jij het, Vanja? W… wat? Wat is er?”
“Maesschalk verwacht je. Over een kwartier. Dát is er.”
Tinne richtte zich op en wreef over haar ogen.
“Hoe laat is het?”
“Half negen.”
“Shit!” riep Tinne uit. “Dan moet ik in slaap gevallen zijn.”
“Jeezes, Tinne.” In Vanja ’s stem klonk haar teleurstelling door. “Je hebt gebruikt. Je had me beloofd dat je er niet opnieuw mee zou beginnen. Niet hier in Trasimeno. Je weet toch hoe Marec erover denkt?”
Tinne tuitte haar lippen en trok een schuldig gezicht.
“Sorry,” zei ze. “Het waren maar twee pilletjes. Ik had nooit gedacht dat ze zo hard zouden aankomen.”
“Je moet douchen.”
“Niet boos zijn, Vanja. Het zal niet meer gebeuren, echt waar.”
Vanja zweeg. Ze schudde haar hoofd en vroeg zich af wat ze moest doen. Als ze dit tegen Marec vertelde zou hij woest zijn. Hij zou Tinne op het eerste vliegtuig naar België zetten. Ze zou haar vriendin nooit meer zien. En Vanja zou zelf ook gezichtsverlies lijden, misschien zou Marec zijn teleurstelling op haar uitwerken. Haar zijn liefde ontzeggen. God wist hoe veel ze zijn steun en liefde nodig had gehad tijdens de eerste twaalf weken van haar zwangerschap.

“Help me even, Vanja,” zei Tinne opeens.
Ze had zich van het bed laten glijden, maar haar benen wilden niet mee. Ze steunde tegen de muur en Vanja kon zien dat ze zweette als een rund.
“Gaat het wel, Tinne?”
“Het zal wel moeten. Maesschalk wacht op me… Maar mijn benen voelen zo slap. Ik draai helemaal.”
Vanja stapte naar binnen en met Tinne leunend op haar schouder, strompelde ze naar de badkamer. Er was een inloopdouche. Vanja draaide de douchekranen open en ze voelde of het water de juiste temperatuur had.
“Kan je op je benen staan, Tinne?”
Er klonk een zucht.
“Ik denk het wel.”
Nee dus. Vanja vloekte en begon zich uit te kleden. Als Tinne viel en zich bezeerde, was het hek helemaal van de dam. Zodra Vanja naakt was, hielp ze Tinne uit haar slip en even later stapten ze samen onder het stromende water. Ze waste Tinne ’s haren en spoelde de shampoo eruit. Daarna zeepte ze het lichaam van haar vriendin van kop tot teen in.
“In de gevangenis was je niet zó lief voor me,” zei Tinne toen Vanja zwijgend haar billen en vagina inzeepte. Tinne grinnikte erbij. “Nou, Vanja, meisje... Had ik dat toen geweten…”
“Maak er geen grap van,” zei Vanja bits. “Dat is het niet.”
“Sorry. Shit, Vanja… Ik bezorg je grote problemen, ik weet het. Wat ben ik toch een domme koe!”

Vanja reageerde niet op die verontschuldiging. Ze draaide de kranen voor warm en koud water opnieuw dicht. Gehaast trok ze Tinne mee naar buiten, de douche uit. Het afdrogen ging snel en er was geen tijd om de haren te föhnen. Ze kamde Tinne ’s vochtige blonde lokken naar achteren en bond ze tot een staartje.
Het aankleden ging te langzaam naar haar zin, maar het lukte. Binnen twee minuten waren ze allebei gekleed. Vanja in haar eigen kleren en Tinne in een klassiek ogend cocktailjurkje. Daaronder droeg ze een piepkleine zwarte slip en panty’s in dezelfde kleur, een verzoekje van Maesschalk.
“Vanja?”
“Ja?”
“Ga je het aan Marec vertellen?”
De stem van Tinne had een smekende klank. Ze wilde niet weg uit Trasimeno en ze wist dat haar lot in Vanja ’s handen lag. Haar ogen waren op Vanja gericht.
“Eigenlijk zou ik dat moeten doen.”
“Toe, Vanja? Dan ben ik alles kwijt. Hij zal me wegsturen.”
Vanja beet op haar onderlip. Dat deed ze altijd wanneer ze onder druk stond. Ze wilde Tinne niet afrekenen op één foutje. Per slot van rekening had ze zich al vier maanden voorbeeldig gedragen.
“Dit was de enige en laatste keer, oké?”
“Ik beloof het,” zei Tinne. Ze legde haar hand op haar hart. “Op alles wat ik liefheb.”
“Weet je wat je me aandoet? Ik haat het om tegen Marec te moeten liegen.”
“O, meid, ik heb er zo een spijt van, écht…”
Vanja knikte.
“Van wie had je die rommel eigenlijk?”
“Luigi bracht het mee. Uit Siena. Het was sterk spul.”
“Het is nooit gebeurd,” verklaarde Vanja. “En het zal ook nooit meer gebeuren. Toch?”
Tinne sloot haar ogen en schudde lichtjes met haar hoofd.
“Nooit meer.”
“Gaat het beter met je? Kan je de klant geven wat hij van je verlangt, of heb je toch liever dat ik je ziek meld?”
“Kan niet,” reageerde Tinne. “Wat als Marec er een arts bij haalt? Die zou meteen zien dat ik iets gepakt heb.”
Daar kon Vanja niets tegenin brengen.
“Goed dan,” zei ze. “Ga jij nu maar tot bij Maesschalk. Ik heb nog een eitje te pellen met jongeheer Jacobo. En je hoeft niet zo geschokt te kijken, Tinne. Wat er gebeurde is net zo goed Luigi ’s schuld als die van jou. Hij moet weten dat ik zoiets maar één keer door de vingers zal zien.”

“Schaamte is niet altijd besef van kwaad dat wij doen, vaak is ze besef van kwaad dat men ons aandoet.”
(P. Morand)


Marec was in het sauna complex, waar hij genoot van een deugddoende massage. Een half uur eerder hadden Vanja en hij Margot in bed gestopt. Het had hem verstomming geslagen, zo snel had dat kleine meisje zich aan haar nieuwe situatie aangepast. Ze zat in het eerste leerjaar en leerde er lezen en schrijven in het Italiaans. Ze sprak de taal al met mondjesmaat. Ja, Margot zou zich hier sneller thuis voelen dan haar mama, dacht Marec grijnzend. En maar goed ook voor Margot, want terugkeren naar België zat er niet in. Daar liep een aanhoudingsbevel tegen Vanja. Ze had de voorwaarden van haar voorlopige invrijheidstelling geschonden.
Hier in Umbrië waren ze veilig. Margot had geen andere familie dan haar moeder, dus er was niemand die kind voor zichzelf opeiste. De molens van de Belgische justitie draaiden traag en soms zelfs helemaal niet. En Marecs adviseurs deden er alles aan om de voortgang van het dossier Herpoels zo veel mogelijk te vertragen.

Terug naar het hier en nu, naar zijn massage. In Trasimeno was niemand zo goed als Inaki. Haar vingers verspreidden magie, ze kneedden de spieren, gewrichten en pezen van Marecs brede rug. Inaki was tweeëntwintig en had alle contact met haar Belgische adoptieouders verbroken toen ze als escort meisje was beginnen werken. Ze had behoorlijk wat geld verdiend en huurde een dure loft in Antwerpen, maar ze had nog veel meer uitgegeven. Inaki had schulden gemaakt. Uiteindelijk had ze geld moeten lenen om haar schulden te betalen. Bij de verkeerde soort kredietverstrekkers. De teller van haar elektronische collar stond op iets meer dan vijftigduizend euro. Niemand in Trasimeno deed beter dan dat.
“Dat was heerlijk, Inaki,” zei Marec opeens. “Dank je wel.”
Ze begreep meteen, dat hij bedoelde dat de massage afgelopen was.
“Graag gedaan, mijnheer Safarov.”
Marec liet zich van de massagetafel zakken en knoopte de handdoek rond zijn middel. Hij slaakte een tevreden zucht en keek om zich heen. Inaki had zich niet bewogen. Het meisje was geboren in Myanmar. Ze was klein, maar sterk en taai. Marec keek naar haar, zoals ze daar stond, braafjes wachtend op een bevel van hem. Glanzende zwarte haren, alerte ogen en het lichaam van een atlete. Op haar broekje na, was ze naakt en haar kleine donkere tepels waren zo hard als kiezelsteentjes.

“Heb je nog een afspraak vanavond, Inaki?”
Ze knikte.
“Ja, mijnheer Safarov. Om tien uur. Didier heeft me geboekt.”
Dat verbaasde Marec niet. Didier vloog speciaal naar Italië, alleen maar om Inaki te zien. De man was veruit de rijkste van al de gasten die hier ooit hadden verbleven.
“Hoe lang blijft hij?”
“Nog twee dagen extra, mijnheer Safarov. Hij is erg tevreden.”
“En jij, Inaki?”
“Ik ook, mijnheer Safarov,” antwoordde ze glimlachend. “Niet alleen met Didier, hij komt al twee jaar bij me zoals u weet. Ook de Signora is erg aardig voor ons. De voorbije vier maanden waren de leukste die ik mocht meemaken in Trasimeno, echt waar. Mieke en Luigi denken er net zo over.”
“Fijn voor jullie.” Marec aaide Inaki over haar wang. “Vanja doet haar best, dat weet ik. Het was haar idee om jullie aantal tot vier te herleiden en het hele systeem van boekingen en nachtdiensten om te gooien. Iedereen is tevreden, het huispersoneel en de gasten ook.”
“Ja, mijnheer Safarov.”
“Ik moet gaan,” zei Marec. “Nog veel plezier vanavond, Inaki.”

Het meisje knikte en boog haar hoofd, maar Marec had zich al omgedraaid. Hij liep met vaste tred naar de kleedkamers. Na een lauwe douche kleedde hij zich aan en liep goed gehumeurd naar buiten. Lang zou zijn goede humeur niet aanhouden, want Maesschalk kwam hem tegemoet gelopen. Hij zag eruit alsof hij zich in zeven haasten had aangekleed en er lag een geschrokken uitdrukking in zijn ogen.
“Kan je jouw arts bellen, Marec?” Zijn stem klonk schor. “Er is iets met mijn meisje.”
“Wie heb je bij je, Chloé of Tinne?”
“Euh… die blonde. Tinne.”
“Wat is er gebeurd?”
“We waren aan het stoeien en plots moest ze overgeven,” antwoordde Maesschalk. “Ik vroeg haar wat er was. Ze zei dat haar hoofd draaide en daarna zakte ze voor mijn ogen in elkaar. Ze ademt nog, maar ik krijg haar niet wakker.”
Marec viste zijn smartphone uit zijn broekzak en belde de dokter. Maesschalk stond er bij en keek er naar. Zodra Marec had ingehaakt, liepen hij en Maesschalk door naar de kamer waar hij Tinne had achtergelaten. Ondertussen belde Marec naar Vanja.

Tinne lag op haar buik met haar gezicht in een plas braaksel. De hele kamer rook ernaar. Marec hurkte naast Tinne neer en voelde aan haar pols. Een hartslag. Oef, ze leefde, dat was toch al iets. Ze ademde door haar neus. Hij zag een aantal verse striemen op haar mooie billen, ongetwijfeld Maesschalks werk, dacht Marec bij zichzelf. Een liefhebber van het klassieke rietje.
“Waar blijft die arts?”
“Hij moet uit het dorp komen,” zei Marec. “Over een paar minuten is hij hier.”
In zijn ooghoek zag hij een beweging bij de deur. Zwarte haren, een fris groen zwangerschapsjurkje en pumps. Een glooiend buikje, blote bruine armen en lange benen. Zijn hart maakte een sprongetje in zijn borst.

Vanja kwam de kamer in gelopen. Ze zag Marec bij Tinne zitten. Tinne lag op de grond. Naakt en doodstil. Vanja slaakte een gil en haar schouders zakten omlaag.
“O, god,” zei ze terwijl ze haar hele wereld voelde instorten. “Tinne… O, god. Is ze… Is ze…”
“Nee,” antwoordde Marec snel. “Ze is buiten bewustzijn, niet dood. Ik heb de dokter gebeld. Weet jij wat er met haar aan de hand is, Vanja?”
Geen antwoord.
“Vanja?”
“O, liefste… Het spijt me zo!”
Marec fronste zijn voorhoofd.
“Wat heeft ze genomen?”
Het klonk als een grom en Vanja kromp in elkaar van schaamte. Hij was boos, heel erg boos.
“Ik weet het niet,” hijgde ze. “Pillen. Ze had die van Luigi. Hij moet weten wat het was.”
“Haal hem,” snauwde Marec. “Nu, verdomme! Ga!”
Met tranen in haar ogen draaide Vanja zich om. Ze moest Luigi vinden. En snel ook.


“De lamp van het samenzijn brandt lang, zij gaat in een oogwenk uit bij het afscheid.”
(Rabindranath Tagore)


De arts zat op zijn hurken. Hij onderzocht Tinne terwijl Marec op zijn aanraden een ambulance belde. Hij moest helemaal vanuit Magione komen en zou pas over een half uur ter plekke zijn. Er lag een laken over Tinne ’s lichaam gedrapeerd. Vanja en Luigi stonden erbij en keken toe. Beide hadden een schuldige uitdrukking op hun gezicht. Luigi omdat hij Tinne de pillen had gegeven, Vanja omdat ze de hele zaak in de doofpot had willen stoppen. En omdat ze door haar gedrag Marec alweer maar eens diep had teleurgesteld.
“Wie belde je daarnet?” vroeg ze met een klein stemmetje. “Wat zei de arts?”
Marec knikte.
“Hij raadde me aan om een ambulance te bellen.”
“Mijn god…” Vanja verbleekte. “Is Tinne ‘s leven in gevaar?”
“De arts denkt dat het wel goed komt, maar ze reageerde erg fel op de drug. Verder onderzoek leek hem noodzakelijk. Daarvoor met ze naar het ziekenhuis van Magione.”

Vanja slikte. Haar ogen keken naar Tinne, liggend op de grond en buiten bewustzijn. Hoe had ze zo dom kunnen zijn? Maar dan dacht Vanja aan de tijd dat ze zelf gebruikte. Als je in die spiraal zat, raakte je er maar moeilijk uit. Arme Tinne. Marec zou haar nooit opnieuw toelaten in Trasimeno. Ze moest gaan afkicken. Er zat niets anders op.
“Vanja?”
Ze schrok op uit haar gedachten en keek op, recht in de bijna zwarte ogen van haar Meester.
“Ja?”
“Stuur Luigi weg,” zei hij ijzig kalm. “Zeg dat hij zijn spullen pakt en verdwijnt. Als ik hem hier nog één keer zie, stuur ik een mannetje achter hem aan, zeg hem dat maar. En met hier bedoel ik ook het dorp.”
Vanja knikte zwijgend.
“Jou heb ik hier ook niet langer nodig,” zei Marec kort. “Ga naar mijn appartement en wacht daar op me.”
Vanja sloeg haar blik neer. Ze draaide zich om en legde haar hand op Luigi ’s arm. Hij liep volgzaam met haar mee de kamer uit. Luigi begreep geen woord Nederlands, maar hij wist ongeveer wat Marec gezegd had. Soms waren intonatie en lichaamstaal duidelijk genoeg.

Luigi woonde niet op het landgoed, hij was een jongen van het dorp en woonde nog bij zijn ouders. Terwijl hij zijn spullen in een tas stopte, vertaalde Vanja wat Marec precies had gezegd naar het Engels, een taal die ze allebei begrepen.
“Vaarwel, Vanja,” zei hij somber. “Zeg tegen Tinne dat het me spijt, oké?”
Ze knikte.
“Waar ga je heen?”
“Siena. Ik ken daar mensen.”
“Het ga je goed, Luigi,” zei ze. “En blijf van die pillen, hoor je me? Echt waar, ik weet waar ik over spreek. Ik ben zelf lange tijd verslaafd geweest en ik verloor alles wat ik had. Mijn huis, mijn vrijheid en mijn dochter… alles.”
Luigi glimlachte.
“Jij bent oké, Vanja.” Hij haakte zijn tas over zijn schouder, mompelde nog een “Ciao bella” en weg was hij.

Eigenlijk was Marecs boosheid al over toen hij in de woonkamer binnen kwam. Zijn ogen keken naar het zielige hoopje ellende dat Vanja Herpoels heette. Ze lag op de tweezitbank in zijn appartement, de benen opgetrokken en gekleed in haar dunne pyjama broek en een wit topje. Hij zag aan de uitdrukking op haar gezicht dat ze nieuwsgierig was naar nieuws over Tinne.
“Is Luigi vertrokken?”
“Ja, Meester.”
“Goed,” zei Marec. “Wil je weten hoe het met Tinne is afgelopen?”
Vanja knikte. Dankbaar.
“De ambulance kwam en nam haar mee,” zei Marec. “Je mag haar morgen bellen. Ik kan je niet verbieden om contact met haar te houden, Vanja, maar hier is ze niet langer welkom. Haar schuld werd vereffend en er is een ticket op naam. Ze kan vliegen naar waar ze wil, zo lang het maar Umbrië niet is.”
“Dank je, Marec,” fluisterde Vanja.
“Ik zou graag zeggen dat het met plezier gedaan is, maar zou een leugen zijn,” zei hij streng. “En ik lieg niet, Herpoels. Ik verzwijg geen belangrijke dingen voor je.”
“Ik heb je alweer teleurgesteld,” zei Vanja. “Waarom scheld je me niet verrot, Meester? Je moet me toch haten nu? Ik ben zo een onbetrouwbare trut. Waarom trap je me niet de deur uit, want dat verdien ik.”
“Dat schelden neem jij al voor je rekening, Herpoels. En het is waar, die stunt vandaag was een stoot onder de gordel. Je kent mijn zwakke plek, maar nee, ik haat je niet.”
“Nee?”

Marec schudde zijn hoofd en zette de televisie uit. Het werd plotseling erg stil in de woonkamer. Hij keek Vanja strak aan.
“Natuurlijk niet. Je bent mijn lieve meisje.”
“Jouw lieve meisje?” Ze snufte. “Echt?”
Hij knikte en slaakte een zucht. Vanja was zijn tweede helft, ze maakte hem heel.
“Ja, trut dat je bent.”
Er brak een aarzelende glimlach door op Vanja ’s gezicht.
“Ga je me nog straffen, Meester?”
“Nee. Je vindt het te leuk om gestraft te worden. Voor vandaag heb je jouw recht op leuke dingen verspeeld. Ik stuur je zonder lekkers naar bed.”

“Ik maak altijd een plan, en op het einde is het dan iets helemaal anders.”
(Louis Paul Boon)


De volgende ochtend was Marec vroeg wakker, zoals steeds. Vanja sliep nog en ze was zich niet bewust van zijn hand onder haar topje. Hij tastte naar haar borsten. Haar tepels reageerden op de aanraking en hij voelde ze hard worden onder zijn hand. Hij streelde haar ribben, haar zijden en haar buik. Zijn pik was nu al zo hard als ijzer.
“Hé,” fluisterde ze, met haar ogen knipperend. “Ben je nog boos op me?”
“Ja.”
“Moet ik uit bed?”
“Ja.”
Vanja trok een schuldig gezicht en richtte zich op. Zwijgend liet ze zich uit bed glijden. Wanneer ze zich naast het bed opstelde en naar hem keek, kon hij zien dat haar wangen en oren gloeiden. Haar blik was koortsig en ze beet zenuwachtig op haar onderlip. Marec keek naar haar verwarde haren en ongeschminkte gezicht. Puur natuur, zo had hij haar het liefst.
“Ga je me pijn doen?”
Marec glimlachte en staarde haar recht in de ogen.
“Ja, maar alleen als jij vindt dat je het verdient.”
“Ik verdien het,” antwoordde ze, terug starend. “Moet alles uit? Of alleen de broek?”
“De broek is goed.”
De blos in haar gezicht verspreidde zich naar haar hals en borst terwijl ze haar pyjamabroek naar omlaag trok, ze netjes opvouwde en het kledingstuk op de hoek van het bed neerlegde. Elke beweging, alles wat Vanja deed, verried haar opwinding, want ze vermoedde wat er zou komen.
Slechts gekleed in haar topje stond ze voor hem. De dunne stof ervan spande rond haar borsten en bolle buikje, en reikte tot net boven haar brede heupen. Een volmaakt getrimd driehoekje sierde het heuveltje tussen haar benen en daaronder glinsterde haar geslacht. Ook daar was haar opwinding duidelijk zichtbaar.
“Sorry, Marec,” zei ze. Het klonk oprecht. “Sorry voor gisteren.”

Marec lag nog steeds op zijn bed. Het bloed klopte in zijn stijve pik terwijl hij haar naakte onderlichaam bewonderde. Zijn ogen keken naar haar heupen en hoe die overvloeiden in twee lange dijen. Hij sloeg geen plekje huid over, geen enkele curve. Venusheuvel, bovenbenen, knieën, onderbenen en voeten. Opgekrulde tenen. Vanja hield haar beide armen naast haar lichaam, roerloos. Ze zweeg en toch voelde het alsof ze tegen hem praatte. Haar handen trilden van de spanning. Ze wist dat hij keek en ze liet hem kijken.
“Ik geloof je,” zei Marec. “En daarom vergeef ik je.”
Ze haalde diep adem. Haar borsten bewogen onder het topje en haar tepels vormden twee harde knoppen onder de stof. Marec liet zich langzaam van zijn bed glijden en kwam dichterbij. Ik wilde haar aanraken. Hij moest. Zijn vingers tastten naar de zoom van haar topje. Zijn knokkels streken langs haar zachte buik terwijl hij de stof voorzichtig omhoog rolde.
Hij hoorde Vanja zachtjes kreunen, want hij beroerde nu ook de huid op haar buik, middenrif en onderste ribben. Alleen haar borsten werden nog bedekt door het topje, voor de rest was ze naakt.
“Mmmh… O, Meester,” fluisterde ze. “Je maakt me gek. Echt gek.”
“Dat is de bedoeling, trut.”
Vanja gniffelde.
“Niet lachen of het houdt op. Hier en nu.”
Stilte. Ze sloeg haar blik neer.
“Sorry, Meester.”

Marec staakte zijn lieve aanrakingen. Hij liet haar daar gewoon staan, slenterde op zijn gemak tot bij de kast en opende ze. Toen hij terugkwam, hield hij een twijg in zijn hand. Die was uit glad gepolijst hout, zo lang als Marecs arm en ongeveer een pink dik. Vanja keek ernaar.
“Dit is de roe waar ik je mee zal straffen,” zei hij. “Voor gisteren.”
Vanja haalde diep adem, maar sprak geen woord. Marec kwam achter haar staan en wreef met de twijg over haar billen. Hij moest glimlachen bij het zien van haar schrikkerige reactie op die vederlichte aanraking. Ze kneep haar billen tegen elkaar aan, alsof ze zich voorbereidde op de eerste klap.
Maar er kwam geen klap.
“Vanja?”
“Ja, Meester?”
“Als ik je zou vragen hoe je de voorbije vier maanden ervaren hebt, wat zou je dan antwoorden?”
De spieren in haar rug en schouders verstrakten. Marec zag haar letterlijk verstijven van schrik. Ze drukte haar handen tegen het naakte vlees van haar dijen om het beven tegen te gaan.
“Waarom die vraag, Meester?” Er klonk paniek door in haar stem. Die klonk schor. “Ik ben Tinne niet! Je denkt toch niet dat ik…”
“Tss, Herpoels… Ik stel hier de vragen.”
“Sorry, Meester.”
“Je moet je niet verontschuldigen. Je moet mijn vraag beantwoorden.”
“De gelukkigste van mijn leven,” flapte Vanja eruit. “Die vier maanden. Jij en ik… onze liefde. Ons kindje in mijn buik. Margot die het goed doet op school. Perdita die een leuk vriendje heeft, eentje die verder kijkt dan haar acne. Hardlopen tussen in de heuvels en tussen de wijngaarden, de zon, de lucht, het eten… Mijn werk en de mensen hier in Trasimeno. Alles gewoon. Het was perfect, Meester. Het is perfect.”
Ik had gehoopt dat je zoiets zou antwoorden,” zei Marec. “Want ik heb nog een vraag voor je. Zo meteen, maar eerst dit.”

De lange twijg in Marecs hand floot door de lucht. Toen de zwiepende roe op Vanja ’s billen neer kletste, slaakte ze een geschrokken gilletje.
“Auw!”
Marec zag hoe er zich een bloedrode striem aftekende op de gladde huid van haar blote achterste. Dat moest flink pijn hebben gedaan, dacht hij, maar ze had zich niet bewogen. Geen millimeter. Voor de tweede keer op rij liet hij Vanja daar gewoon staan. Hij liep opnieuw naar de kast en borg de roe op.
Toen hij zich naar Vanja omdraaide, zei hij: “Ontspan je maar. Het is voorbij.”
Haar gezicht drukte verbijstering uit. Marec glimlachte, want hij kon de vraag in haar ogen lezen. Ze leek niet te kunnen geloven dat het slechts bij één klap zou blijven.
Hij fronste één wenkbrauw en vroeg: “Wat?”
“Is dat alles, Meester? Eén klap?”
Marec schudde zijn hoofd.
“O, nee. Dat is niet alles. Je krijgt er zeventig. De rest van de zomer zal ik je met die roe slaan, elke ochtend één keer. Dat zal je leren om belangrijke dingen voor me te verzwijgen.”

Vanja keek naar haar voeten. Ze schaamde zich enorm voor wat er gebeurd was met Tinne en leek aan te voelen dat Marec nog niet uitgepraat was.
“Als je straf erop zit, wil ik je vragen om mijn vrouw te worden,” zei hij. Zijn stem had een plechtige klank gekregen. “Wil je dat, Vanja Herpoels? Mijn vrouw worden?”
Haar hoofd schoot omhoog. Ze staarde hem ongelovig aan.
“Je vrouw? Zoals in... samen trouwen?”
Hij knikte.
“Dat bedoel ik, ja. Ik zal Margot adopteren. Al onze kinderen zijn gelijk.”
“O, Marec…” Vanja ’s stem brak door de emotie die haar als een golf overspoelde. “Natuurlijk wil ik dat.”
“Ook als we hier blijven en nooit meer naar België terugkeren?”
Vanja reikte naar zijn handen en pakte die stevig beet. Ze kneep erin en Marec kon zien dat ze tegen haar tranen vocht. Hij geloofde dat het tranen van geluk waren. Van vreugde.
“Ik wil het,” zei ze met hese stem. “En al de rest kan me gestolen worden.”
Marec grijnsde.
“Zo ken ik mijn meisje,” zei hij terwijl hij Vanja van de grond tilde en haar vol op de mond kuste.

 < < < EINDE > > >

 


Heb je genoten van Vanja en Marec en vind je het jammer dat deze serie ten einde is?
Laat dan een complimentje achter voor de schrijver via 'plaats reactie'. Schrijvers zijn namelijk erg benieuwd naar je mening.


 

Meer verhalen van: Malach

Fijn verhaal 
+10

Reacties  

Heerlijk mooi verhaal ,prachtig geschreven, erg spannend, ondeugend en kinky en anderzijds erg warm en liefdevol...
Ik heb ook genoten van de referenties naar de filosofische uitspraken die er tussenin geponeerd werden en o zoveel levenswijsheid weergeven.
Malach, je zal je tenen mogen uitkuisen (gentse uitdrukking) om een even mooi en spannend nieuw verhaal te schrijven...
Ik kijk er alvast naar uit !
Slot? Nu al? Wat doe je ons aan, Malach? :sad:
Wat mij betreft had dit nog héél lang mogen doorgaan. Wat een sublieme serie is dit. Compleet met (als pleister op de wonde) een perfect en prachtig happy end. :-)