Hoe ben ik hierin beland: Carola 3 (Wáár ben ik?)

Informatie
Geschreven door anton_bi
Geplaatst op 01 mei 2016
Hoofdcategorie Hoe ben ik hierin beland
Aantal reacties: 2
4832 woorden | Leestijd 25 minuten

Het slot klikte en mijn hart schoot in mijn keel. Ik trok mijn benen op en sloeg mijn armen eromheen. Ik verwachtte een grote man met een pistool te zien toen de deur open ging, maar het was dezelfde vrouw die eerder bij me was toen ik net wakker was geworden. Ze duwde een klein wagentje voor zich uit met daarop wat afgedekte schalen en een theepot. Achter haar viel de deur weer in het slot. Ze zette het wagentje op het kleed en keek me aan.

“Voel je je beter?”

Ik kon niets zeggen. De paniek en de angst verlamden me. Ik kon haar alleen met grote schrikogen aankijken en voelde mezelf trillen. Mooie onderzoeksjournalist was ik.

“Je hoeft niet bang te zijn,” zei ze, “Ik doe je geen kwaad. Niemand zal je kwaad doen hier.”

Ze begon een klein tafeltje te dekken. Het wagentje bevatte een ontbijt zoals ik maar zelden gezien of gegeten had. Kraakhelder brood, perfect gebakken eieren, knapperige croissants, heerlijk verse, zoete sinaasappelsap, goede sterke thee met precies genoeg suiker, pure vruchtenjam. De geuren alleen al beloofden een ontbijtervaring. Langzaam gleed ik van het bed en gin aan tafel zitten. De eerste slok thee liet een weldadige kalmte op me neerdalen en ik voelde de angst wat verminderen.

“Waar ben ik?” vroeg ik zacht, “Wat gebeurt er met me?”

“Eet,” zei ze vriendelijk, “Na het eten neem ik je mee en dan zul je alles wat je moet weten, te weten komen. Maar wees niet bang. We zijn geen onmensen. We zullen je niet vermoorden. We zullen je niet martelen. Je leven zal vanaf nu alleen anders zijn dan je ooit gedacht hebt. Eet.”

En dus at ik. En het smaakte hemels en hielp me ook om mezelf weer onder controle te krijgen. Terwijl ik at, liep de vrouw door de kamer, opende kasten en haalde kledingsstukken tevoorschijn, die ze op het bed legde. Ik dronk drie koppen thee, voor mij altijd het kalmeringsmiddel bij uitstek, en knabbelde droge toost, besmeerde een croissant met jam en besloot de maaltijd met een groot glas sap.

“Ik hoop dat het gesmaakt heeft,” zei ze en ruimde vlug alles op.

“Kleed je aan,” zei ze, “Over een kwartier kom ik je halen.”

“Wat gaat er dan gebeuren?” vroeg ik en de angst kwam weer wat terug.

“Dat zul je wel merken,” glimlachte ze, “Het is niets engs of griezeligs. Je gaat het misschien zelfs wel leuk vinden.”

Dat leek me, eerlijk gezegd, verdomd onwaarschijnlijk, maar ik zei niets en keek toe hoe ze met haar wagentje door de deur verdween. Ze had kleren op bed gelegd en dus liep ik daarheen en bekeek wat ze had uitgezocht. Geen beha, hmm. Flinterdun slipje, gordeltje, kousen en een klein rood jurkje. Bij het bed enkele paren schoenen, allemaal met hakken. En alles van de beste kwaliteit. De labeltjes en stempels van de makers vermeldden grote namen in de modewereld. Ik ging op het bed zitten en dacht na. Wat moest ik doen? Meewerken? Dwarsliggen? Mijn eerste reactie was dwarsliggen. Ik was te onafhankelijk om me te laten commanderen of om anderen mijn leven te laten inrichten. Aan de andere kant: Wat schoot ik daarmee op? Was het niet verstandiger om nu mee te werken en later de dingen die ik nu te weten kwam gebruiken voor ontsnapping?

Ik glimlachte wat wrang. Ontsnapping. Ik had mijn conclusies alweer getrokken voordat ik daadwerkelijk wist wat er aan de hand was. Misschien had ik gewoon redactiesecretaresse moeten blijven, bedacht ik, terwijl ik opstond en de badjas van me af liet glijden. Even later was ik gekleed en ik was vrouw genoeg om mezelf ondanks de omstandigheden toch even in de spiegel te bekijken. I liked what I saw. Merkkleding bleek wel degelijk een verschil te maken. Het jurkje paste me alsof ze het om me heen gegoten hadden, zonder dat je zelfs maar een hint van mijn slip of gordeltje zag. Mijn vormen werden benadrukt, het decolleté toonde een ruime aanzet van mijn borsten, zonder ordinair te worden en de pasvorm maakte het ontbreken van de beha meer dan goed. Mijn benen in de kousen waren verleidelijk en de schoenen die ik gekozen had, hielpen om de vorm te benadrukken. Ik miste alleen de make up, maar moest toegeven, dat ik ook zonder best een leuk koppie had, afgezien van de wat donkerder schaduw onder mijn blauwe ogen.

Toch huiverde ik even toen ik me omdraaide om weer op het bed te gaan zitten. Hoe leuk het ook was om designer kleren te dragen en in een luxe kamer te zitten, het was allemaal wel tegen mijn zin. Ik was, hoe je het ook bekeek, een gevangene, een ontvoerde. En mijn hoop op redding van buitenaf leek me minuscuul klein. Net als Anita was ik tenslotte spoorloos verdwenen. Alleen mijn autootje bij de club zou misschien een spoor opleveren, maar zelfs daar was ik niet van overtuigd. Ik keek nog eens de kamer rond en betrapte me bijna op nagelbijten. Niet doen, Carola. Je weet hoe lelijk je handen ervan worden.

Hoewel ik het verwachtte, schrok ik toch toen het slot van de deur weer klikte en dezelfde vrouw binnenkwam.

“Je bent klaar, zie ik,” zei ze, “Heel goed. Volg mij.”

Gedwee gleed ik van het bed en liep naar haar toe. Van dichtbij was ze nog steeds mooi, haar leeftijd eerder een bonus dan een nadeel. Ze rook ook lekker, merkte ik. Toen ik bij haar was, keek ze me even strak aan.

“Luister goed,” zei ze, “We gaan nu naar een ander deel van het gebouw. Het heeft geen zin om te schreeuwen, te gaan rennen of iets anders te doen dan netjes bij mij blijven. De mensen die je onderweg zult zien, kunnen en willen je niet helpen. En er zullen ook mensen zijn die je niet ziet, maar die er wel zijn. Als je probeert weg te rennen, zijn zij de mensen die je zullen tegenhouden. Ik zeg het nogmaals: Er is niets om bang voor te zijn. Niemand wil je hier pijn doen of vermoorden.”

Ik slikte even en knikte.

“Goed zo,” glimlachte ze en streelde met haar vinger langs mijn wang, een vreemd teder en liefkozend gebaar.

“Waar... Waar gaan we heen?” vroeg ik.

“Je gaat mensen ontmoeten,” zei ze vaag, “Mensen die je vaker zult zien en mensen die je niet zo vaak zult zien. Wees niet bang, laat je van je beste kant zien. Je bent een mooie vrouw, draag dat als een mantel.”

De deur klikte open en we stapten erdoor. De gang buiten mijn kamer was in alles net zo opulent als de kamer zelf. Hoge plafonds, voorzien van snijwerk. Muren in allerlei kleuren, met goudkleurige accenten. Op de vloer marmeren tegels, bedekt met Oosterse tapijten. Aan de muren ook tapijten en schilderijen, om de zoveel tijd stonden er grote potten met sesamplanten en dergelijke. Het geheel was smaakvol en aangenaam van temperatuur.

“Kom,” zei ze en liep rechtsaf, zonder om te kijken of ik haar volgde. Ze wist dat ik geen keus had en ik wist het ook, dus gehoorzaam liep ik achter haar aan, me ervan bewust, dat mijn billen wel erg wiebelden dankzij de hakken onder de schoenen. Het was nog een aardig eindje lopen door meerdere gangen, allemaal even luxe en even smaakvol. Waar de gangen aansloten op zijgangen was een klein halletje en de doorgangen werden gesierd door zware zijden gordijnen. Mensen zag ik helemaal niet.

“Ik ben blij dat ik hier geen schoonmaakster ben,” mompelde ik en ik hoorde haar lachen.

Eindelijk stopten we voor een brede deur. Hij was van dieprood hout en de deurknop leek wel goud, zo was hij gepoetst. De vrouw draaide zich naar me om en bekeek me. Ze verschikte iets aan mijn jurk en keek me aan.

“Je gaat nu kennismaken met de meester. Hij is hier de absolute baas. Wees beleefd. Niemand wil je pijn doen, maar de Meester is heel gevoelig voor respect en beleefdheid. Je kunt je leven hier zo makkelijk en moeilijk maken als je zelf wilt. Wees beleefd en sta open voor wat er gezegd wordt en je zult merken, dat de Meester een gulle man kan zijn. Een paar basisregels: Kijk hem niet rechtstreeks aan, tenzij hij je daar toestemming voor geeft. Praat alleen als er tegen jou gepraat wordt of als hij je een vraag stelt. Hij kan andere mensen opdrachten geven om iets bij jou te doen. Laat dat toe. Ze zullen je geen pijn doen. Begrijp je me?”

Ik staarde haar aan en voelde mijn mond droog worden. Een deel van me schreeuwde, dat ik een vrije, Nederlandse vrouw was, dat ik geen Meester boven me erkende, dat ik zelf bepaalde hoe ik tegen mensen sprak.... Maar een ander deel van me was kalmer. Kijk de kat uit de boom, zei dat deel. Geef ze de valse indruk van je. Laat ze minder op hun hoede zijn met jou. Wie weet hoe je daar nog je voordeel mee kunt doen. En dus sloot ik mijn ogen en knikte bijna onmerkbaar. Weer voelde ik die vinger langs mijn wang en even raakten haar lippen mijn huid.

“That’s my girl,” zei ze zacht en draaide zich om naar de deur. Met een gebaar dat automatisch leek, streek ze met haar handen langs haar lichaam, trok haar rug in, haalde diep adem en klopte op de deur, die onmiddellijk openzwaaide. Ze stapte naar binnen en op trillende benen volgde ik haar.

De ruimte waar we in terechtkwamen was enorm. Bijna een zaal. Ook hier hoge plafonds, marmeren vloer, tapijten, maar hier was de kwaliteit nog net een beetje beter. Tegen de muren stonden zware boekenkasten, gevuld met dikke gebonden boeken. Grote ventilatoren wiekten aan het plafond en de temperatuur werd ook hier door airco op een ideaal niveau gehouden. Bij het naar binnen stappen keek ik even opzij. De deur was geopend door een lange jongeman in een wit gewaad en een volstrekt onbewogen gezicht, die nu de deur weer achter ons sloot. Over de met weelderige tapijten belegde vloer liepen we de kamer in.

Tegen de verre muur stond een ruime zithoek. Als iemand wel eens een beeld van het Oval Office heeft gezien, begrijpt hij wat ik bedoel. Een lage tafel met ruime, gemakkelijke banken eromheen, waar je op je gemak uren kunt zitten en zaken bepraten. Op deze banken zaten ook mannen, allen gekleed in dezelfde lange witte gewaden. Alleen de man die achter het grote bureau zat droeg gewoon een pak. Zelfs op afstand merkte ik dat hij gezag uitstraalde en ik wist op hetzelfde moment dat hij gevaarlijk was.

Dat nam niet weg, dat hij me verraste met zijn leeftijd. Ik schatte hem ongeveer net zo oud als ikzelf. Wat me nog meer verraste was zijn gezicht. Hij was alles wat je je van een Arabische woestijnprins voorstelt. Rudolf Valentino had hem kunnen spelen als er ooit een film over zijn leven gemaakt zou zijn in de jaren 20. Hij was knap, met een gebronsde huid, witte tanden, donkere ogen en een dun snorretje. Dat was dan wel weer jammer. Hij zag er in niets uit als een Meester, maar ik besloot geen enkel risico te nemen. De mannen op de banken waren allemaal ouder dan hij, hoewel er geen een was, die ouder kon zijn dan 45. Achter de man achter het bureau stonden tegen de muur twee grote, zeer donkere mannen. Zij droegen geen witte gewaden en waren duidelijk zijn lijfwachten.

De vrouw stopte voor de zithoek en boog haar hoofd. Ik stond schuin achter haar en herinnerde me wat ze gezegd had. Het ging tegen mijn gevoel in, maar toch boog ook ik mijn hoofd. Het was nu stil in de kamer op het gezoem van de airco na. De man achter het bureau zei iets in een vreemde taal en er klonk wat zacht gelach. Toen hij weer sprak, was het in het Engels. Het Engels dat je leerde als je op een dure Engelse kostschool had gezeten. Hij had ook een mooie stem.

“Dank je wel, Vera. Je hebt je weer voortreffelijk van je taak gekweten. Ze ziet er perfect uit.”

“Dank u, Meester,” mompelde ze naast me. Ik hield nog steeds mijn hoofd gebogen en hij lachte opnieuw.

“Carola. Je kunt je hoofd weer gewoon doen.”

Mijn naam met dat Engelse accent klonk... Anders. Ik wist niet precies wat ik erbij voelde, maar ik tilde mijn hoofd op. Zijn donkere ogen priemden me tegemoet en ik voelde me plotseling erg naakt.

“Welkom, Carola,” zei hij toen, “Welkom in mijn bescheiden optrekje. Ik hoop dat je verblijf hier niet te lang zal duren en dat je ervan zult genieten.”

Ik zei niets. Tenslotte had hij niets gevraagd. Hij lachte opnieuw.

“Vera heeft je de regels uitgelegd, merk ik. Ontspan je, ik ben niet zo’n tiran als zij soms zegt. We kunnen een normaal gesprek voeren, waarbij we beiden de hoffelijkheid in acht nemen, die we aan elkaar verschuldigd zijn, nietwaar?”

Ik ontspande iets, maar niet teveel en keek hem aan. Ondanks zijn luchtige toon had ik het gevoel, dat Vera geen woord teveel gezegd had en dus nam ik het zekere voor het onzekere en sloeg mijn ogen neer.

“Ja, Meester.”

Een goedkeurend gemompel van de mannen op de banken was het gevolg.

“Je zit vast vol vragen, Carola. Dat is meestal het geval.”

“Ja, Meester.”

Ik staarde nog steeds naar de vloer en hoorde hem opstaan en om het bureau heenlopen. Uit mijn ooghoeken zag ik hem naderbij komen en achter me verdwijnen.

“Ik ben zeer tevreden Vera,” zei hij opnieuw, “Je kunt gaan. Ik roep je, als je Carola weer kunt komen halen.”

“Ja, Meester.”

Een golf van paniek sloeg door me heen, toen Vera wegliep. Ik moest hier alleen blijven? Ik liet echter niets merken, hoopte ik. Een hand kwam in mijn blikveld en tilde mijn kin op. Hij stond nu voor me en hij was nog knapper dan hij van afstand geleken had. Maar tegelijk zag ik in die ogen iets, waardoor ik zeker wist, dat deze man gevaarlijker was dan alle andere mannen in deze kamer tesamen. Gevaarlijker dan elke man die ik ooit ontmoet had. Deze man kon doden, zonder een spier te vertrekken. En plotseling deed mijn gezicht bijna fysiek pijn op de plekken waar zijn vingers me vasthielden.

“Vertel me, Carola,” zei hij zacht, “Wat wil je allemaal weten? Wees niet bang, ik zal je alles vertellen. Je komt hier namelijk nooit meer vandaan. Je leven wordt nooit meer zoals het was. Je zult moeten wennen aan een leven van dienstbaarheid. Je zult mannen ontmoeten, die macht hebben, echte macht. Maar ze zullen niets voor je doen. Je zult mannen beminnen, je zult vrouwen beminnen. En wie weet wat de toekomst verder nog brengt. Maar je zult nooit meer in de straten van je stad lopen. Je zult nooit meer je familie zien. Je oude leven is voorbij, een nieuw leven is begonnen.”

Zijn woorden raakten me als evenzovele slagen. Nooit meer mijn moeder zien? Nooit meer de Rotterdamse regen op mijn hoofd voelen? Nooit meer over de Lijnbaan lopen? Friet van Bram Ladage proeven? Ondanks mijn voornemens voelde ik mijn onderlip trillen en tranen in mijn ogen komen. Hij had nog steeds mijn gezicht vast, nog steeds diezelfde glimlach om zijn mond, nog steeds diezelfde stem.

“Huilen? Carola, ik had meer van je verwacht. Je huilde toch ook niet toen je probeerde onze organisatie te vinden? Heb je gehuild om die bedelaar in Madrid? Het was jouw schuld dat hij stierf. Jij liet hem praten. En misschien heb ik je leven iets te zwart voorgesteld. Je bent nog jong, je bent mooi. Je zult ontdekken, dat er meer is in het leven dan in kranten schrijven.”

Ik heb geen idee hoe het gebeurde, maar het volgende moment stond de vrouw, Vera, weer naast me. De man liet mijn gezicht los.

“Laat haar haar toekomst zien, Vera,” zei hij, “Neem haar mee naar de Blauwe Zaal. Op die manier leert ze het snelst wat er van haar verlangd gaat worden en hoe ze haar leven gaat verdienen.”

“Ja, Meester.”

Het werd eentonig. Vera sloeg een arm om mijn schouders en draaide me om.

“Ik vergeef je deze keer je abrupte vertrek, Carola,” zei hij achter me, “Volgende keer betoon je me het juiste respect.”

Ik was nog steeds te geschokt, te bang om er zelfs maar iets van te denken.

Vera nam me mee naar een grote badkamer en liet me daar alleen om mezelf op te knappen. Ze had geen woord tegen me gezegd en ik voelde me meer alleen dan ik ooit gedaan had. Handen vol koud water liet ik over mijn gezicht stromen in een poging mezelf onder controle te krijgen. Ondertussen maalden mijn hersenen als een dolle.

Ik kon zelf 1 en 1 wel optellen. Ik was in handen gevallen van dezelfde organisatie, waar ik al maanden onderzoek naar aan het doen was. Ik staarde in de spiegel in mijn eigen ogen. Wat zou mijn lot zijn? Wat had hij bedoeld met dat nieuwe leven? Ik was van mijn leven nog niet zo bang geweest.
Achter me ging de deur open en kwam Vera binnen. Ik draaide me naar haar om.

“Waar ben ik? Wie is hij? Wat gaat er met me gebeuren?”

Ze glimlachte.

“Hij is de Meester, Carola. Meer hoef je niet te weten. Hij is rijk en machtig. In dit deel van de wereld is zijn wil wet. Zelfs als je zou kunnen ontsnappen, zal niemand je geloven, niemand je helpen. Je hoeft niet te weten, waar ‘hier’ is. Vanaf nu is dit je woonplaats, je huis. Tot het de Meester behaagt je elders onder te brengen. Of iemand naar je vraagt. Maar misschien kun je jezelf zo onmisbaar maken, dat de Meester je hier houdt. Dat je deel wordt van dit huis.
Bekijk het van de positieve kant, Carola. Je hoeft je nooit meer zorgen te maken over geld, werk, belastingen of de andere triviale zaken, die in de wereld zo belangrijk gevonden worden. Er wordt voor je gezorgd. Elke dag zul je gevoed worden met het beste eten, gekleed worden in de beste stoffen, omringd worden door de grootste luxe. Je zult een bepaald niveau van vrijheid verdienen, binnen de grenzen van zijn gebied.
En alles wat je daarvoor moet doen, is jezelf zijn. Goed voor jezelf zorgen en gehoorzamen aan de wensen van de Meester. Je zult de komende weken leren, welke wensen dat zijn en hoe je eraan dient te voldoen. Maar je zult niet alleen zijn, Carola. Je zult nooit meer alleen zijn.”

Ze zag me staren en haar glimlach werd breder.

“Ik weet nog dat ik hier kwam. Jaren en jaren geleden. Mijn leven was een puinhoop, maar de Meester zag me en bracht me hier. Ik ben gelukkig hier. Jij kunt hier ook gelukkig worden.”

Ik slikte. Haar zachte stem was hypnotiserend geweest en ze wist het wel te verkopen. Maar ondanks mijn angst en ondanks haar zoete woorden voelde ik gewoon dat er geen adder, maar een enorme python onder het gras zat. De kat uit de boom kijken, bedacht ik me wrang. Als alles wat ze vertelde waar was, zou de kat vanzelf dood uit de boom vallen, voordat ik zelfs maar een kans had gekregen om aan ontsnappen te denken. Ik voelde mijn schouders wat inzakken en keek haar diep in de ogen. Ze keek kalm terug en ik zag eigenlijk wel, dat wat ze me over zichzelf verteld had, waar was. Ze was hier gelukkig.

De Blauwe Zaal.

De Blauwe Zaal lag in een ander deel van het gebouw en dit deel werd van het andere deel gescheiden door een zware houten deur. Het gedeelte erachter verschilde in luxe niets van het deel dat we net verlaten hadden. Aan weerszijden van de gangen waren deuren en Vera vertelde, dat dit appartementen waren en dat er ook een voor mij klaarstond.

De atmosfeer hier was ook anders. Het voelde vrouwelijker aan. De kleuren waren zachter, er was minder opsmuk en de planten in de potten waren kleiner en stonden vaker in bloei. Het leek hier ook wat frisser. In de gangen liepen ook mensen, alleen maar vrouwen. Ze leken me diensters toe, want ze liepen met bordjes, pannetjes, bezems, dienbladen. Allemaal waren ze gesluierd.

“Later zul je een rondleiding krijgen,” zei Vera, die hier ook wat losser leek, “Nu ga je eerst je zusters ontmoeten. Ze zijn speciaal voor jou allemaal bij elkaar gekomen om je welkom te heten.”

Het klonk bijna als een jaren 60 commune, bedacht ik. Aan het einde van een lange gang bereikten we uiteindelijk een gewelfde doorgang, afgesloten met zijden gordijnen. Ik had al enige tijd het geluid van vrouwenstemmen opgevangen en de bron daarvan leek achter dit gordijn te liggen. Vera stopte even en draaide zich naar me toe.

“Dit is het moment dat je nieuwe leven begint,” zei ze en hield het gordijn voor me open, “Ga maar naar binnen.”

Ik stapte door de opening en viel stil. Ik stond in een grote ruimte, cirkelvormig. Het eerste wat me eraan opviel was de grote fontein in het midden, die kleine straaltjes water omhoog spoot. De waterspray zorgde voor een aangename koele atmosfeer. Ook hier was de vloer marmer en belegd met tapijten. Er waren grote ramen, deze keer zonder tralies voor zover ik kon zien. Overal in de ruimte stonden banken, tafeltjes, overal hingen zijden doeken aan de muren. Het geheel had wel iets weg van een ouderwetse harem, dacht ik nog. De ironie van die gedachte zou me heel snel duidelijk worden.

En op een paar banken en stoeltjes in de buurt van de opening zaten vrouwen. Hun stemmen had ik de hele tijd gehoord, maar nu zwegen ze en keken naar me. Ze waren allemaal tot in de puntjes gekleed, maar hoe chique de kleding ook was, hij liet weinig aan de verbeelding over. En ze waren allemaal aantrekkelijk tot mooi. Ik telde in de gauwigheid zes vrouwen, maar mijn telling werd afgeleid door Vera, die achter me naar binnen was gekomen.

“Dames, dit is Carola, onze nieuwste aanwinst. Ik vertrouw erop, dat jullie haar wegwijs maken en haar vragen beantwoorden. Over een uur is het tijd voor jullie ochtendsessie, dan kom ik Carola weer halen. Als ze eerder moe is, kunnen jullie haar naar haar appartement brengen. Ze heeft nummer 8.”

Haar blik gleed over de groep.

“En Jenny, geen grapjes, zoals de vorige keer.”

Een roodharige vrouw, nee ze was nog een meisje, niet ouder dan 19, boog haar hoofd en knikte.

“Ja, Vera.”

Vera gaf haar nog een priemende blik en keek me toen aan.

“Ik kom je over een uur halen.”

Ze verdween door het gordijn en er leek een collectieve zucht van opluchting door het groepje te gaan en de roodharige Jenny stak haar tong uit tegen het gordijn.

“Bitch,” mompelde ze en werd waarschuwend aangestoten door een mooi, donker meisje met grote gouden oorbellen. Ik stond nog steeds waar ik binnengekomen was en een voor een stonden ze nu op en kwamen naar me toe. In een halve cirkel stonden ze voor me en met een schok herkende ik één van hen. Ik liet echter niets merken en keek wat verlegen de rij gezichten af. Ze waren stuk voor stuk mooi, deze vrouwen. Ik schatte ze allemaal tussen de 19 en 35.

“Ik ben Jenny,” zei de roodharige. Haar accent was duidelijk Iers. Haar huid was roomwit en haar neus werd gesierd door vele kleine sproetjes. Ze droeg een groen jurkje met een gewaagd decollete en een split op haar heupen. In die halsopening stond een paar fenomenale borsten, met duidelijk in de stof aftekenende tepels. Haar voeten, aan het einde van lange, fraaie benen, staken in groene sandaaltjes met een hak. Ze wees naar het donkere meisje naast haar.

“Dit is Sherry.”

Sherry was duidelijk Amerikaanse, zoals bleek uit haar wat verlegen ‘Hi’. Ze was koffiekleurig, een kind van een gemengd huwelijk en een van die zeldzame schoonheden die daar soms het gevolg van zijn. Een rond gezichtje met zachte jukbeenderen en een zinnelijke mond en prachtige donkere ogen. Haar soepele lichaam was gekleed in een wit jurkje en ze was blootsvoets. Ik schatte haar rond de 25.

“Suzette,” zei het derde meisje, even duidelijk Frans als Sherry Amerikaans was. Haar accent was subtiel en gaf aan haar woorden een sexualiteit, zonder dat ze dat waarschijnlijk bewust was. Ze was wat ouder, ik schatte haar tegen de dertig, maar haar lichaam was perfect. Hoge, stevige, niet te grote borsten in een rood jurkje, dat reikte tot vlak boven haar knie. Haar huid was zongebruind, haar ogen een mysterieuze kleur grijs.

Naast haar stond een wat kleiner, molliger meisje. Haar teint verried, dat ze uit het Midden-Oosten kwam en haar donkere ogen bevestigden het beeld van de houri uit het paradijs. Haar jurkje benadrukte haar vormen, spande strak rond haar heupen en liet me watertanden bij de gedachte aan de volle ronde billen die eronder moesten zitten. Ik zag haar zo voor me in een haremkostuum, met belletjes, buikdansend op blote voeten op een tafel in een rokerig koffiehuis.

“Ik heet Fatima,” zei ze en haar stem bevatte alle lonkende krachten van de Orient, “Welkom in ons midden, Carola.”

Ik glimlachte wat moeizaam. Er gebeurde op dit moment zoveel, ik kon me niet echt concentreren.

Het volgende meisje was Oriëntaals. Ze was klein, petit, maar ook zij was perfect gevormd. Vooral haar voetjes vielen op. Haar gezicht met de amandelvormige ogen was een uitnodiging voor elke heilige om over te lopen naar het andere kamp, alleen voor de kans dit gezicht te mogen kussen. Ze duwde haar handpalmen tegen elkaar en boog licht.

“Mijn naam is Li-Cha,” zei ze, “Ik kom uit Hong Kong.”

Zonder erbij na te denken beantwoordde ik haar buiging op dezelfde wijze en ze glimlachte. Nu was er nog 1 vrouw over en ik keek haar aan.

“Ik heet Anita,” zei ze in het Engels, maar dat wist ik al. Zij was degene die ik gezocht had. Gerard’s nicht. En haar foto had haar geen recht gedaan. Ze was fabuleus mooi. Haar lichte ogen onder haar donkere haar gaven haar een enorme uitstraling. Haar lichaam vulde haar jurkje perfect en door haar gehakte schoentjes waren haar benen het aanzien meer dan waard. Het enige dat wat afbreuk aan het plaatje deed waren haar ogen, die vaag nog rood waren. Blijkbaar had ze gehuild in een niet te ver verleden.

Ik kreeg geen kans iets tegen haar te zeggen, want het was Jenny, die de leiding nam. Ze stapte naar voren en pakte mijn hand.

“Kom even zitten,Carola,” zei ze, “En vertel over jezelf. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.”

Willoos liet ik me meevoeren naar een bank en zakte erop neer, terwijl de anderen om me heen kwamen zitten.

“Ik ben Carola,” zei ik uiteindelijk, “Ik kom uit Nederland. Ik ben journaliste en ik was op het spoor van een organisatie die handelt in blanke slavinnen.”

Ik keek even rond.

“Nou ja, slavinnen dus. En blijkbaar kwam ik teveel te weten en nu ben ik hier..”

Ik voelde plots de tranen weer branden.

“Waar is hier? Waar ben ik?”

En weer was het Jenny die sprak, terwijl ik twee handen voelde die mijn handen zochten en ze vastgrepen.

“Je bent hier in het hart van het gebied van Sjeik Ben Tarik. Het land weet ik niet precies, maar ik denk dat we ergens in de buurt van Irak of Afghanistan zitten. Sjeik Ben Tarik is stinkend hemeltje rijk geworden door de olie. Vandaar al deze pracht en praal. Voordat ze de olie hadden waren ze slavenhandelaren. En daar zijn ze dus gewoon mee doorgegaan. In deze gebieden is dat heel normaal.”

Ze keek om zich heen.

“Wij zijn allemaal ontvoerd. Op de een of andere manier hebben wij allemaal de aandacht getrokken van de Sjeik en zijn mensen. Je zou denken, dat het in deze tijd niet mogelijk is, maar het kan. Dagelijks worden over de hele wereld meisjes en jongens ontvoerd en verhandeld door rijke mensen uit de bovenlagen van de samenleving. Hun verkopers en kopers zijn steunpilaren van de samenleving. Je zult nog wel merken, wie zich er allemaal mee bezig houden.

Waar je nu bent is de harem van de Sjeik zelf. Hier worden vrouwen gebracht, die de Sjeik voor zichzelf of zijn gasten wil hebben. Vergis je niet, Carola. Dit is een echte harem en als je hier zit, verlies je alle vrijheid. Je enige doel op deze wereld is de Sjeik, zijn familie en zijn vrienden te plezieren en te bedienen.”

Ze zei het met een strak gezicht en elk woord raakte me hard. Te hard. Ik voelde de duizelingen in mijn hoofd, mijn adem sloeg op hol en voordat ik wist wat er gebeurde, viel ik flauw.

Alle verhalen van: anton_bi

Fijn verhaal 
0

Reacties  

Ik zal zien wat ik kan doen. Maar Lessons in Love moet nu ook eindelijk eens af. En bovendien ben ik nog niet helemaal zeker, waar we met Carola heen gaan. Maar vanaf volgende week heb ik twee weken vakantie, de eerste week lijkt het weer minder goed te zijn, dus wie weet, wie weet...
Als dit een boek zou zijn, zou ik alles uit mijn handen laten vallen en lezen tot het allerlaatste woord. Wat is dit spannend! Wat maak je me nieuwsgierig en ongeduldig. Het is hemeltergend dat ik niet verder kan bladeren.
Anton, laat al je andere verhalen links liggen en schrijf alsjeblieft eerst Carola's avonturen af. Please?