Spoorloos 01 - Something worth living for

Informatie
Geschreven door Fanny
Geplaatst op 10 juli 2017
Hoofdcategorie Spoorloos
Aantal reacties: 5
8339 woorden | Leestijd 42 minuten


There must be something worth living for
There must be something worth trying for
Even some things worth dying for!

(Spirit of man - War of the worlds - Jeff Wayne, 1978)


 

East End, Londen, januari 1991

Kian O'Donoghue bekeek zijn spiegelbeeld en zuchtte diep. Het gezicht dat hem aankeek ging elke dag verder verscholen achter een ontembare krullenbos. Er moest nu echt iets aan gebeuren maar de gang naar de kapper was nog steeds ondenkbaar. Twintig jaar lang had slechts één paar handen zijn wilde krullen in model gehouden. Iemand anders toestaan zijn vlammend rode manen te knippen voelde als verraad. Er waren al teveel dagelijkse bezigheden die hij noodgedwongen zonder zijn vrouw moest doen. Ex-vrouw, corrigeerde hij zichzelf, al verafschuwde hij dat ex-woord.

Maar de grens was bereikt. Verder uitstel was niet langer gewenst. Alleen de schaar kon voorkomen dat de dierentuin belangstelling voor hem kreeg. Hij grinnikte naar de man in de spiegel. Wat was het verschil? Als een soort circusact had hij het publiek al zo vaak geamuseerd. Alleen de kooi sprak hem niet aan.

Tsk, klonk het in zijn oor. En nog eens: tsk tsk. De eerste lokken vielen naast zijn voeten op de tegelvloer. Hij had het kappersvak zwaar onderschat want hij bakte er niets van. Na een kwartiertje zuchten en knippen bekeek hij de wanorde die hij zelf had aangericht. Toen hij enkele minuten later zijn scheerapparaat uitschakelde was de vloer van de badkamer veranderd in een roodkleurig angoratapijt en was zijn schedel zo kaal als een biljartbal. In elk geval kon hij zichzelf nu weer ongehinderd in de ogen kijken stelde hij tevreden vast. Hopelijk werd hij zonder zijn handelsmerk nu ook minder vaak herkend.

"Mijn hemel!" schrok Susan, zijn moeder, even later. "Wat heb jij gedaan?"
Kian haalde onverschillig zijn schouders op. "Het went wel, moeder. Heb jij mijn bergschoenen ergens gezien?"
Hij opende een aftandse rugzak, stopte er stapeltje kleding in en zette zich alvast schrap voor de reactie van zijn moeder. Ze zou zijn beslissing niet leuk vinden, maar hij was vastbesloten.
"Ga je weg?"
Midden in zijn oude slaapkamer rechtte Kian zijn rug en draaide zich naar haar om. "Het spijt me maar ik kan hier niet blijven. Vanmiddag vertrek ik naar Ierland."
"Nee!"

Er verschenen tranen in Susans ogen die zijn schuldgevoel nog intenser maakten. Hij voelde dezelfde steken in zijn hart die zij waarschijnlijk ook ervaarde en hij wenste dat hij haar dit kon besparen. Hij had wekenlang zijn hersens gepijnigd en gezocht naar een alternatief, maar die had hij niet gevonden. Daarom had Kian het moment dat hij haar het slechte nieuws vertelde zo lang mogelijk uitgesteld. Hoe moest hij haar duidelijk maken dat haar goed bedoelde zorgen hem juist wegjoegen? Ze werkten elkaar op de zenuwen. Hij had te lang een zelfstandig bestaan geleid om zich nu weer te laten betuttelen door zijn moeder, hoewel hij haar bezorgdheid heel goed begreep. Hoe oud hij ook zou worden, hij bleef haar kind. Ze had hem weer in huis genomen en onderdak geboden nadat hij alles was kwijtgeraakt en nergens anders meer welkom was. Maar nu... Nu was hij er klaar mee en wilde hij weer op eigen benen staan.

"Niet doen, moeder. Niet huilen alsjeblief. Je wist dat dit erin zat. Ik ben eenenveertig. Ik heb mijn straf uitgezeten en mijn leven gebeterd, maar Londen is en blijft stad vol valkuilen. Op elke hoek van de straat loert de verleiding en ik weet niet hoe lang ik dat kan weerstaan. In de Connemara ben ik tegen mezelf beschermd en..." Hij omarmde zijn moeder. “Ik moet sowieso gaan kijken hoe de cottage erbij ligt. Het Ierse hemelwater is nietsontziend.”
Susans stem trilde. "Hoe lang ben je van plan daar te blijven?"
Kian haalde zijn schouders op en ontweek haar blik. "Zo lang als nodig is om uit te vinden hoe ik verder moet met mijn leven."
"Maar je bent daar niet te bereiken."
Hij hoorde haar paniek. "Als er iets is kun je Paraic bellen. En ik zal regelmatig iets van me laten horen, oké?"

Paraic Kelly was zijn naaste buurman, hoewel hij bijna drie kilometer moest overbruggen om bij hem op bezoek te gaan, maar dat was in de uithoeken van de West Ierse Connemara geen uitzondering.
Maar als…" hakkelde Susan. "Als we nou toch iets horen...? Van haar of de kinderen?"
Alsof Kian daar zelf niet eindeloos over had gepiekerd. Hij gaf zijn moeder een knuffel in een poging het komende afscheid iets te verzachten. De half vervlogen geur van haar parfum drong door in zijn neus. Cacharel. Sinds het eerste flesje dat hij voor haar had gekocht, zo’n slordige twintig jaar geleden, gebruikte ze geen ander luchtje meer.
"Ze zijn al ruim twee jaar spoorloos, moeder. Misschien heeft ze een nieuwe liefde, wie weet?"
Susan schudde haar hoofd. "Ik kan me dat niet voorstellen. Ze heeft altijd alleen maar oog voor jou gehad."
"Niets is onmogelijk," zei Kian kortaf. Hij verdrong zijn emotie, liet zijn moeder los en ging verder met het verzamelen van de meest noodzakelijke spullen. "Als ze me zoekt weet ze me wel te vinden."

Hij deelde de mening van zijn moeder. Zijn meisje en hij waren vanaf hun kinderjaren zielsverwanten geweest. Onafscheidelijke soulmates, die elkaar aanvoelden zonder veel woorden. Er ging geen uur voorbij zonder dat hij aan zijn ‘drie meiden’, zoals hij zijn vrouw en dochters liefkozend noemde, dacht. Hun verdwijning bracht hem op de rand van waanzin. Men zei dat het gemis sleet, maar het tegendeel was waar. De tergende onzekerheid omtrent hun lot groeide naarmate weken maanden werden, en maanden jaren.
Dat ze het nodig had gevonden van hem te scheiden nam hij zijn vrouw niet kwalijk. De laatste jaren van hun huwelijk moesten een ware hel voor haar zijn geweest. Allemaal zijn schuld. Het mocht een wonder heten dat ze niet veel eerder de benen had genomen, maar zij was onvermoeibaar blijven vechten voor hem, hun relatie en hun gezin. Kian had zijn ogen gesloten voor de mogelijkheid dat ze hem ooit zou kunnen verlaten. En toch, als donderslag bij heldere hemel, was zijn gezin op een kwade dag opeens met de noorderzon vertrokken. Zonder waarschuwing, zonder afscheid, zonder uitleg. Alleen een briefje dat meer vragen opriep dan antwoorden gaf.

Lieve Kian,
Door omstandigheden die ik helaas niet kan toelichten, zijn we genoodzaakt elders op deze aardkloot een nieuw thuis te zoeken. Geloof me, dit is de meest hemeltergende beslissing die ik ooit nam, maar ik zie geen andere uitweg. Alsjeblieft, zoek ons niet. Ik verwacht niet dat je op onze terugkeer wacht, want ik kan je niet beloven dat onze wegen elkaar weer zullen kruisen.
Alsjeblieft, vergeef me. Ik wens je een gelukkig leven en liefde bij een andere vrouw toe. Als jij gelukkig bent ben ik dat ook.
Weet dat je in mijn gedachten bent, nu en in de toekomst.
- KODRA -
Je meisje

Kian had elke zin, elk woord en elke letter gespeld. Ontelbare keren had hij het herlezen waardoor het papier inmiddels was veranderd in een beduimeld vodje dat hij, om erger te voorkomen, in plastic had gewikkeld. Het was onmiskenbaar haar hoekige handschrift. Het was haar schrijfstijl, geen twijfel mogelijk. Maar het frustreerde hem dat ze er opnieuw voor koos haar geheim niet met hem te delen. Welke omstandigheden? Waarom kon ze niet uitleggen wat haar tot deze beslissing had gedreven? Waarom kwam ze niet terug? Nee, dat stond er niet. Ze schreef dat ze niet kon beloven dat ze elkaar terug zouden zien. Betekende dit dat hij misschien nooit…? Nee, het kwam goed, hield hij zichzelf voor. Het moest goedkomen.

KODRA was het bewijs dat ze dit niet onder dwang had geschreven. Het was een code tussen hen tweeën dat symbool stond voor hun verbondenheid. Dat ze dit in haar afscheidsbrief vermeldde leek tegenstrijdig, maar dat was het niet. Hij begreep eruit dat ze hun onderlinge band bleef koesteren. Ze verbrak alleen het papieren contract van hun huwelijk, niet de diepgaande vriendschap die ze al bijna dertig jaar deelden.

Een andere vrouw? Waarom schreef ze dat? Opnieuw beginnen? Met wie dan? Hoe dan? Alsof er een vrouw bestond die haar ooit in haar schaduw zou kunnen staan. Nee, onmogelijk. Zijn liefde voor haar zou pas sterven als zijn hart stopte met kloppen.
Hij schudde meewarig zijn hoofd. Het lag niet in haar karakter om als een dief in de nacht er vandoor te gaan. Het ging zijn verstand te boven waarom ze op dezelfde abrupte manier het contact met haar enige broer en haar beste vrienden had verbroken. Waarom had ze haar geliefde woonplaats Londen vaarwel gezegd? Als geen ander kende hij haar heimwee wanneer ze langer dan twee weken van huis was. Het was niet logisch dat ze alle schepen achter zich verbrandde, maar nadat twee eindeloos lijkende jaren waren verstreken moest hij aannemen dat ze dit met opzet had gedaan.

Hij had wel een vaag vermoeden over de toedracht... In de periode dat ze verdween had ze meer dan één probleem, waaronder eentje met justitie. Shockerend nieuws was dat niet. Wie dertig jaar geleden in Oost Londen opgroeide werd zelden een voorbeeldige burger. Een halve grijns verscheen op zijn gezicht. De grenzen van het ontoelaatbare opzoeken was voor haar een spel dat ze graag speelde. Ze had meer dan eens wetten en regels overtreden en in een enkel geval had dat tot een rechtszaak geleid, maar nooit tot een veroordeling. Zonder scrupules en in de overtuiging dat de bewijslast tegen haar niet waterdicht was, wist ze telkens de gerechtelijke dans te ontspringen.

Maar de laatste keer dat ze zich voor de rechtbank moest verantwoorden was er serieus stront aan de knikker. Het ging ditmaal niet om haar witte-boorden-criminaliteit, maar om een persoonlijke kwestie waarbij de schuldvraag zowel moeilijk te bewijzen als te weerleggen was. Tot overmaat van ramp verscheen ze om onduidelijke redenen niet op de zitting en faalde haar advocaat in haar verdediging, waardoor de schijn zich tegen haar keerde en de rechter haar bij verstek veroordeelde. In Kian’s ogen sloeg dat vonnis nergens op. Volkomen onterecht. Het was hem bovendien een raadsel waarom ze niet was komen opdagen. Ze was voor de duivel niet bang en ging nooit confrontaties uit de weg, met wie of wat dan ook. Waarom had ze het vonnis niet aangevochten door in hoger beroep te gaan? Waarom had ze zich zo gemakkelijk gewonnen gegeven? Waarom had ze het hazenpad gekozen?

Vragen... Talloze vragen waarop Kian geen logisch antwoord had. Hij kon slechts gissen. Er moest iets zijn gebeurd wat niet alleen hem was ontgaan, maar ook iedereen in haar directe omgeving. Iets wat ze niemand had durven toevertrouwen.
Een man? Was ze verliefd geworden op een ander? Net zoals zijn moeder kon Kian zich dat niet voorstellen maar hij durfde het evenmin uit te sluiten. Over een eventuele nieuwe liefde zou ze echter niet geheimzinnig doen. Ze had geen reden hem in dit opzicht te ontzien. Integendeel, als een nieuwe liefde haar gelukkig maakte kon hij er vrede mee hebben. Of niet?

Nou ja, tot op zekere hoogte dan. Hij werd al groen van jaloezie bij het idee dat een andere kerel zijn armen om haar heen zou slaan en haar lippen zou kussen. Of vadertje speelde over zijn kinderen. Bah…! Onbewust balde hij zijn vuisten. Maar ja, hij had alles verprutst, zowel zijn huwelijk als het vaderschap. En als zij met een ander haar leven wilde delen zou hij dat moeten accepteren. Graag of niet.

De media en andere boze tongen hadden gesuggereerd dat zijn vrouw en dochters waren ontvoerd, vermoord of zelfs het slachtoffer waren van vrouwenhandel. Complottheorieën die hem tot waanzin dreven. En alsof dat nog niet erg genoeg was, was hij wekenlang door de politie verhoord in verband met hun vermissing. Hun huis werd minutieus doorzocht. Er waren zelfs honden ingezet en de tuin was overhoop gehaald met graafmachines, maar er was geen enkele aanwijzing gevonden dat wees op een misdrijf of zijn betrokkenheid. Toch had men hem telkens opnieuw het vuur aan de schenen gelegd. Omdat hij geen alibi had. Omdat hij niet wist waar hij rond de vermoedelijke datum was geweest. Omdat zijn geheugen één groot zwart gat was. Uiteindelijk was het onderzoek gestaakt en ging hij vrijuit wegens gebrek aan bewijs. Dat had een opluchting moeten zijn, maar de afwezigheid van sporen betekende helaas ook dat iedereen in het duister tastte over de ware toedracht.

Ontvoering had het plotselinge verdwijnen van zijn gezin inderdaad kunnen verklaren, ware het niet dat er geen losgeld was geëist. Gijzelaars, slachtoffers of stoffelijke overschotten schreven geen afscheidsbrief met een persoonlijke code, namen geen persoonlijke bezittingen mee en vroegen evenmin echtscheiding aan. Nee, Kian geloofde niet in boze opzet. Zijn meisje had zelf het initiatief genomen. Want op de valreep had ze een geniale constructie bedacht om hem een dak boven zijn hoofd te bieden, dat noch de belastingdienst, noch zijn schuldeisers hem konden ontnemen. Het bescheiden huisje aan de Ierse westkust, waar ze vroeger menige vakantie doorbrachten, was haar eigendom. Ze had het echter op naam van beide kinderen laten zetten zodat hij, als hun vader, het vruchtgebruik ervan had zolang ze minderjarig waren. Het betekende ook dat zijn welzijn nog steeds haar zorg was, want niets was eenvoudiger geweest dan hem gewoon te laten verrekken na alles wat hij zijn gezin had aangedaan.

Buiten het blikveld van zijn moeder veegde hij een eenzame traan weg met de mouw van zijn spijkerjasje. Verbeten klemde hij zijn kaken op elkaar. Een denkbeeldig mes doorboorde zijn hart. De inwendige pijn was niet te harden, maar hij mocht de hoop niet opgeven. Nooit.
"Sorry, wat zeg je?" Kian schrok op uit zijn overpeinzingen. Hij voelde hoofdpijn opkomen. De spanning speelde hem parten.
"Ik vroeg of je geld nodig hebt," zei Susan. "Voor de trein en de boot."
"Nee, geen geld. Ik ga liften. Met een beetje geluk kan ik als bijrijder mee op een vrachtwagen die de oversteek maakt."
"En zonder geluk?"
"Dan duurt het ietsje langer. Maak je geen zorgen."

Susan mopperde dat hij zonder geld niets kon beginnen. Hij moest toch eten of ergens overnachten, maar ze wist dat haar pleidooi zinloos was. Als haar zoon eenmaal een besluit had genomen bracht niemand hem op andere gedachten. Behalve zijn vrouw dan, maar ja… Geld vormde in zijn geval een bijna niet te weerstane verleiding. Daarmee kon hij de trein en de boot betalen, maar hij kon er ook drank voor kopen. Of drugs. Eén moment van zwakte was genoeg. Dan was alles voor niets geweest.

<> <> <>

Rond het middaguur stapte Kian de ‘Singh a song’ winkel binnen, gelegen in hartje Londen, slechts een steenworp afstand van Oxford en Regent Street. Terwijl hij de muts van zijn kale hoofd trok, verbaasde hij zich weer over de grootte van de zaak van zijn beste vriend en voormalige collega Ravish Singh. Niet alleen een uitgebreid aanbod aan muziek, instrumenten, audioapparatuur en toebehoren was er te koop, de winkel bood letterlijk elk klein onderdeeltje dat direct of indirect met muziek of audio te maken had. Als decoratie herinnerden nog wat memorabilia aan het tijdperk dat hun de rockband Everest wereldwijd de hitlijsten bestormde. Aan het hoge plafond hingen de trommels en bekkens van een drumstel van Ravish. In één van de vitrines hing een oude gitaar van Kian en een opvallende goudkleurige outfit die hij destijds een paar keer had gedragen. Stille getuigen uit een glorieuze, maar voltooid verleden tijd.
Hoewel de vier bandleden van Everest al jaren geleden een punt achter hun muzikale carrière hadden gezet, was de publieke belangstelling nauwelijks afgenomen. Hun hits waren nog veelvuldig op de radio te horen en hun persoonlijke wel en wee verscheen nog steeds in de media. Vooral Kian’s dieptepunten waren breed uitgemeten. Maar nu hij zich al een tijdje in rustiger vaarwater bevond nam de belangstelling voor zijn persoon gelukkig af. Een braaf en burgerlijk bestaan verkocht geen roddelbladen.

Een jonge verkoper hield hem tegen toen hij wilde doorlopen naar het kantoor achter de zaak. "O sorry, meneer O’Donoghue. Ik zie nu pas dat u het bent."
"Kian," verbeterde hij de jongen. Hij had een hekel aan dat formele ‘meneer’ gedoe. Maar hij was blij dat zijn nieuwe haardracht hem minder herkenbaar maakte.

Uiterlijk konden Ravish en zijn vrouw Elaine niet meer van elkaar verschillen. Ravish’ kleine gestalte en koffiebruine huid stonden in schril contrast met het bleke uiterlijk van zijn echtgenote. Elaine was volslank en tien centimeter langer dan haar echtgenoot. Lange donkerblonde haren omlijstten haar open gezicht met alerte grijsblauwe ogen. Beiden keken even verbaasd op maar ze begroetten Kian even hartelijk als altijd.
“Goed je te zien, man,” zei Ravish terwijl hij zijn beste vriend een ferme schouderklop gaf. “Heb je die metamorfose zelf bedacht?”
Elaine omhelsde Kian innig. "Die kale glibber staat je eigenlijk helemaal niet gek. Hoewel ik het jammer vind van je prachtige haar. Ik vraag me af wat…”
“Wat zij ervan zou vinden?” maakte Kian haar zin af. “Afschuwelijk denk ik. Ze zou me bestoken met verwijten en me laten beloven het weer te laten groeien. Dat ga ik ook doen als…” Hij slikte. “Zodra ik weer in haar mooie groene ogen mag kijken.”
Elaine knikte afwezig en zocht naarstig naar een ander gespreksonderwerp. “Wil je thee of koffie?"
"Koffie alsjeblieft," antwoordde Kian terwijl hij een pakje sigaretten uit zijn zak haalde. Thee is voor mietjes, hoorde hij zijn vrouw in gedachten zeggen. Ze was verslaafd aan cafeïne en had alleen thee gedronken als ze zich niet lekker voelde.
Ravish legde schoof de administratie terzijde en nodigde Kian uit tegenover hem plaats te nemen aan de tafel. Zijn koolzwarte ogen keken hem opmerkzaam aan. Ze waren vrienden sinds de middelbare school en kenden elkaar door en door. "Je komt niet voor de gezelligheid, nietwaar?”
"Nee, was het maar waar."

De telefoon rinkelde. Elaine nam op en verbond het gesprek door naar de winkel. Kian zag de dezelfde droefheid op haar gezicht als bij zijn boezemvriend. Elaine was de hartsvriendin van zijn vrouw en ook Ravish had het goed met haar kunnen vinden. Hun verbijstering was niet minder groot dan die van hem toen ze de bittere waarheid onder ogen moesten zien.
"Ik ga voorlopig naar Ierland," vervolgde Kian terwijl hij een troostende hand op Elaine's arm legde.
De tranen in haar ogen deden hem even twijfelen of zijn beslissing wel de juiste was, maar als hij hier bleef veranderde er niets. In de buurt waar zijn moeder woonde herinnerde elke straat, elk plein en elk park aan zijn grote liefde. Bovendien bleef iedereen die hem kende of herkende informeren of hij intussen iets over haar lot of verblijfplaats had vernomen. In Ierland waren de herinneringen minder talrijk en was de dorpsgemeenschap kleiner. De Ieren zouden zijn privacy respecteren en hem spontaan helpen als dat nodig was.
"Eerlijk gezegd zagen we iets dergelijks al aankomen," zei Ravish. "Ik snap het helemaal, maar we zien je desondanks niet graag vertrekken."

Kian bood zijn beide vrienden een sigaret aan en stak er zelf ook eentje op. Bij het inhaleren van de nicotine voelde hij een deel van zijn spanning langzaam uit zijn lijf wegebben. In het gezelschap van dit duo kon hij zichzelf zijn. Van de vele mensen die zich zijn vrienden hadden genoemd waren alleen Ravish en Elaine overgebleven. De één na de ander had zich tegen hem gekeerd toen hij letterlijk in de goot was beland. Hij was dankbaar dat dit stel hem nog een warm hart toedroeg.
"Ik hou het hier niet langer uit," bekende hij. "Aan de hand van mijn moeder of Tess blijf ik een kind dat niet voor zichzelf kan zorgen."
Ravish knikte begripvol. "Je hebt gelijk. Wat jij nodig heb is tijd en rust om je leven weer op de rit te krijgen en Ierland leent zich daar het beste voor."

Zijn woorden echoden na in Kian’s brein. Hij moest inderdaad verder, op welke manier dan ook. Maar hij was doodsbang voor de toekomst die als een moeras vol valkuilen en gevaren voor hem lag. Hij was nooit langer dan een dag alleen geweest.
"De Connemara is alleen zo’n kolere eind weg," verzuchtte Elaine die zich haar enige bezoek aan het onherbergzame, maar tevens adembenemend mooie landschap herinnerde. "We zijn sneller in New York."
Hoewel Kian nog uren had kunnen doorbrengen met dit koppel stond hij na zijn tweede kop koffie op. "Ik moet nog naar Joyce."
Ravish fronste zijn wenkbrauwen. "Zou je dat wel doen?"
"Ze vergeeft me nooit als ik haar niet persoonlijk op de hoogte breng. Maar als je Chris mijn adreswijziging wil doorgeven ben ik je eeuwig dankbaar."
"Je wordt zowaar nog eens verstandig op je oude dag," plaagde Ravish die de slechte verstandhouding tussen Kian en diens jonge schoonbroer betreurde. "Waar Chris momenteel uithangt weet ik niet, maar ik zorg ervoor dat hij de boodschap krijgt."

<> <> <>

Met gemengde gevoelens drukte Kian op de bel van een verwaarloosd pand waar een handvol hulpverleners zich tegen beter weten in bekommerden om een groot aantal verschoppelingen uit deze metropool. Nadat hij zich via de krakende intercom bekend had gemaakt werd de deur mechanisch geopend. In de gang lag een oude zwerver op de grond te slapen. Er druppelde kwijl via zijn mondhoek op de vuile tegelvloer. Een magere tiener, die er al net zo onverzorgd uitzag, stapte achteloos over hem heen. Niemand bekommerde zich om elkaar, maar er waren ergere plekken dan deze, wist Kian. Hier was het tenminste droog en veilig.
Achter een deur die scheef in de scharnieren hing, werd geschreeuwd. Twee, misschien drie mensen voerden een felle woordenwisseling. Het hoorde erbij. Niemand kwam hier voor zijn plezier. Iedereen streed zijn eigen strijd. Sommigen overwonnen, anderen gingen alsnog ten onder.

Kian rook de geur van verschaald bier, urine, zweet en braaksel. Het was de geur van radeloosheid en reddeloosheid. Menigeen die hier terecht kwam had al een martelgang achter de rug en het einde was nog niet in zicht. Wie dit stadium bereikte was zijn leven niet meer zeker. Na de tijdelijke hemel die door harddrugs werd gecreëerd wachtte onverbiddelijk de poort naar de hel. Wie het verslavende genot had leren kennen moest vroeg of laat kiezen: de definitieve ondergang of de rest van je leven vechten tegen de kwelgeest van je verslaving. Sterven was zoveel makkelijker dan overleven. Kian kon het weten. Hij was hier ook geweest en had het aan den lijve ondervonden. Net zoals de oude man had hij ook meermaals laveloos op de grond gelegen zonder dat iemand naar hem omkeek. Men zei dat hij het had gered maar zelf was hij daar niet zo zeker van. Een ex-junk vreesde het leven meer dan de dood. Overleven betekende afkicken en verder gaan zonder verslavende middelen, maar hoe hield je dat de rest van je leven vol?

Hij zou muzikaal onsterfelijk worden als hij, net als een aantal van zijn collega’s, jong zou sterven. Jimi Hendrix, Elvis Presley, Janis Joplin, Brian Jones en Jim Morrisson waren slechts enkelen die legendarisch waren geworden vanwege hun veel te vroege dood. Drank en drugs waren niet zelden de oorzaak van het voortijdige heengaan van popsterren. Maar Kian bedankte vooralsnog voor de eer om aan dit beroemde rijtje te worden toegevoegd. Met Everest had hij vele successen geboekt en miljoenen verdiend, maar hij had nooit een levende legende willen zijn en al helemaal geen dooie. Met plezier en dankbaarheid keek hij op zijn succesperiode terug, zonder enige twijfel de gelukkigste jaren van zijn leven. Dat geluk dankte hij echter vooral aan de vrouw die hem onvoorwaardelijk gesteund had en geen dag van zijn zijde was geweken. Wie had toen kunnen vermoeden dat hun relatie een uiterste houdbaarheidsdatum had?

In andere omstandigheden zou hij wellicht zelf kiezen om dit aardse bestaan te verlaten, maar zolang hij geen antwoorden op zijn vragen had vond hij geen rust. Voor hij deze onomkeerbare beslissing nam wilde hij weten wat er met zijn gezin was gebeurd. Hij wilde nog eenmaal met ze praten, nog eenmaal in hun ogen kijken en concluderen dat ze gelukkig waren zonder hem. Dan pas kon hij hen loslaten en een beslissing nemen over zijn eigen bestaan. Tot die tijd was hij gedoemd te overleven.

"Hello stranger. Kom je ons een handje helpen?" vroeg een bekende stem vanaf de bovenverdieping.
Kian keek langs de versleten houten trap omhoog. "Hey Joyce."
Ze haastte zich naar beneden en kuste hem vriendschappelijk op de wang. Samen gingen ze naar de tochtige ruimte die als keuken werd gebruikt.
"Waaraan danken we je bezoek?" vroeg Joyce. "Is alles goed met je?"
"Ik ben nog steeds volkomen nuchter en clean, als je dat bedoelt."

Joyce’ gezicht betrok toen hij haar de reden van zijn komst uit de doeken deed. Haar mondhoeken bewogen misprijzend omlaag. Haar ogen fonkelden boos. Ze zei niets maar haar lichaamstaal behoefde geen uitleg.
Ruim twee jaar geleden was Kian wakker geworden op de intensive care afdeling van een ziekenhuis, waar men hem vertelde dat hij ternauwernood een overdosis heroïne had overleefd. Er was ook een paar gram van het verslavende spul in zijn zakken gevonden. Niet voor het eerst helaas. Zelf herinnerde hij zich er niets meer van maar daarover verbaasde hij zich niet. Zijn geheugen liet hem regelmatig in de steek sinds drank en drugs zijn beste vrienden waren geworden.

Toen hij buiten levensgevaar was werd hij in een afkickcentrum opgenomen. Geen luxe kliniek voor mensen met een bekende naam en een dikke bankrekening waar hij eerdere vergeefse pogingen had ondernomen. Ditmaal had de rechter besloten waar en onder welke omstandigheden hij gedwongen werd af te kicken. De kwelling was ditmaal vele malen groter. De eerste paar dagen waren hels. Hij kreeg geen bezoek en geen pijnstillers om de onverdraaglijke pijnen in zijn lijf te bestrijden, zelfs geen simpel aspirientje. Pas toen het ergste leed was geleden, stond opeens een jonge vrouw in de deuropening met ravenzwarte haren, licht getinte huid en donkere ogen. Ze gaf hem een handdoek en wees hem de badkamer. Daarna verzorgde ze de wonden die hij zich in pure wanhoop zelf had toegebracht, gaf hem sigaretten, thee en iets te eten.

"Ik ben Joyce," zei ze. "En ik heb mezelf tot doel gesteld voorgoed een ex-junk en ex-zuiplap van je te maken. Maar maak je geen illusies, Kian O’Donoghue. Dit is geen hotel. Hier zijn geen fans die dwepend aan je voeten liggen of personeel dat al je wensen vervult. Hier ben je niets beter dan ieder ander. Dat wil zeggen dat je vanaf nu net zo hard moet afzien als de rest. Onder dit dak ben je geen beroemdheid. Enne… om eerlijk te zijn, jouw muziek is mijn smaak niet."
"Goddank," glimlachte Kian. “Ik was al bang dat je fan was.”
Het ijs was gebroken.

In een van de eerste sessies vertelde Joyce haar eigen verhaal. Hoe ze als tiener van huis was weggelopen en met foute types in aanraking was gekomen. Hoe ze niet veel later het slachtoffer was geworden van een pooier die haar drugs voerde zodat ze precies deed wat hij verlangde. Hoe ze na enkele jaren als heroïnehoer uiteindelijk toch had weten te ontsnappen aan het seks- en drugsmilieu. Met een ijzeren doorzettingsvermogen kickte ze af en richtte zich op de opleiding maatschappelijk werk, die ze met succes afrondde. Sindsdien wendde ze haar kennis en ervaring aan om lotgenoten bij te staan in hun strijd tegen hun verslaving. Als ervaringsdeskundige boekte ze hierbij gemiddeld meer resultaat dan haar collega’s.

Kian kreeg gaandeweg diep respect voor de nu negenentwintigjarige Joyce. Ze werd betaald om vijfenveertig uur per week te werken maar in de praktijk verliet ze zelden het pand. Zolang het nodig was bleef ze, soms zelfs de klok rond. In de kelder lag een matras en een slaapzak waar ze zich af en toe terugtrok om haar lichaam en geest wat rust te gunnen.

Ze was er toen Kian zich begon af te vragen waarom hij taal noch teken van zijn vrouw en dochters kreeg. Ze was er ook toen hij te horen kreeg dat zijn gezin onvindbaar was. Ze ging met hem mee naar zijn huis om vast te stellen dat er inderdaad al een tijdje niemand meer woonde. In eerste instantie leek alle huisraad nog compleet. Op het oog ontbrak niets aan kleding, speelgoed, apparatuur, sieraden en het overige interieur. Maar bij nadere inspectie bleken cruciale dingen te ontbreken. Foto’s, filmpjes, geluidsopnamen, agenda’s, de volledige administratie van Everest en voorwerpen met emotionele waarde, waaronder Shauna’s dierbare viool en het zilveren medaillon dat zijn vrouw van haar moeder had geërfd. Haar Ierse Claddagh trouwring lag daarentegen als een stille getuige op de schoorsteenmantel boven de open haard, een duidelijke boodschap dat hun huwelijk wat haar betreft voorbij was.

Kian huilde uit op Joyce' schouder toen hij via een notariskantoor de echtscheidingspapieren ontving. Ze steunde hem toen hij ervan werd verdacht iets met de vermissing van zijn gezin te maken te hebben. En ook toen er in verband met zijn resterende torenhoge schulden beslag werd gelegd op zijn huis, auto’s, instrumenten, apparatuur en alle andere waardevolle bezittingen. Joyce was erbij toen hij werd gearresteerd voor bezit, handel en gebruik van harddrugs. Kian bekende schuld, maar zonder hulp van de dure advocaten van zijn vrouw werd hij veroordeeld tot twee jaar cel waarvan hij bijna anderhalf jaar daadwerkelijk achter tralies doorbracht. Het werd een loodzware periode in een bizarre omgeving met ongeschreven wetten en regels, die een onuitwisbare indruk had achtergelaten. Nooit meer, had hij zich voorgenomen. Hij zou zich nooit meer laten opsluiten.

Joyce was toen zijn enige lichtpuntje. Ze kwam hem regelmatig opzoeken in de gevangenis. Op een dag bekende ze verliefd op hem te zijn. De vrouw die met verbittering elke man verwenste had haar hart verloren aan de voormalige rockzanger. Dat betekende een keerpunt in hun vriendschap want Kian beantwoordde haar gevoelens niet. Hij was met hart en ziel verbonden aan zijn eigen vrouw. Hoewel hij zich schuldig voelde - tenslotte had hij enorm veel aan Joyce te danken - meed hij haar gezelschap na zijn vrijlating zoveel mogelijk.
"Ga maar," riep Joyce boos. "Vlucht maar naar je onbewoonde eiland waar je kluizenaartje kunt spelen. Doe maar net alsof de rest van de wereld niet bestaat. Vergeet ons, egoïstische lul!"
Kian schudde meewarig zijn hoofd. Waar was hij aan begonnen? "Doe nou niet zo onredelijk, Joyce."
Demonstratief wendde ze zich van hem af. "Onredelijk? Ik…? Je aanbidt je ex-vrouw alsof ze de heilige Maria is. Hoe is het mogelijk? Ze is je liefde niet waard, Kian. Je zou haar moeten haten! Wanneer dringt het eindelijk eens tot je door dat zij de oorzaak was van alle ellende? Ze heeft je letterlijk tot waanzin gedreven. Zij was de directe aanleiding die jou naar drank en drugs deed grijpen. Je hebt bijna het loodje gelegd vanwege haar."

Er zat een kern van waarheid in haar woorden, maar Kian deelde haar mening niet. Als er iemand iets te verwijten viel, was hij dat zelf.
“Kappen nu!” Met een harde klap landde zijn vuist op het gehavende formica tafelblad. Hij verloor zijn geduld. Nog even en de grens van zijn zelfbeheersing was ook bereikt. "Ik heb elke slok, elke joint, elke shot zelf genomen. Niemand anders is verantwoordelijk voor mijn daden dan alleen ikzelf. Ruby heeft gedaan wat ze kon om me ervan te weerhouden."
"En waar is ze nou?" vroeg Joyce liefjes. "Waar is dat lieve vrouwtje van je? Als ze inderdaad zoveel van je hield, waarom heeft ze je dan laten barsten toen je haar het hardste nodig had?"
"Ik neem aan dat daar een goede reden voor is."
"Maar ze vond het kennelijk niet nodig je dat persoonlijk te laten weten."
Kian liet een lange zucht aan zijn lippen ontsnappen. "Nee."
Dit gesprek leidde tot niets. Joyce had Ruby nooit ontmoet. Ze beschouwde haar als een rivale en daarom wees ze hem voortdurend op haar tekortkomingen. Maar wie had geen fouten gemaakt?

Joyce gooide haar tactiek over een andere boeg. "Ze zijn al twee jaar weg, Kian," zei ze op verzoenende toon. "Vroeg of laat moet je dit uitzichtloze wachten opgeven."
"De dag dat ik opgeef is de laatste dag van mijn leven."
Joyce' stem beefde. "Durf je daarom geen nieuwe relatie aan?"
"Wie heeft het over een nieuwe relatie? Ik wil mijn eigen vrouw en kinderen terug, Tess. Waarom is dat zo moeilijk te begrijpen?"

<> <> <>

Met zijn rugzak over zijn ene schouder en zijn gitaar aan de andere liet Kian de laatste heuvel, die hem het zicht op de cottage nog ontnam, achter zich. Toen bleef hij staan. Zijn hart bonkte nerveus tegen zijn ribben. De stille hoop dat er een rookpluim uit de schoorsteen zou opstijgen bleek een illusie. De laatste tijd had zich de gedachte in zijn hoofd genesteld dat zijn gezin zich misschien hier schuilhield. Een beter onderduikadres was er nauwelijks want het huisje was niet zichtbaar vanaf de weg, noch vanaf de Atlantische oceaan. Het lag verscholen tussen de heuvels en de natuurlijke begroeiing in het landschap. Toevallige wandelaars of ruiters kwamen hier niet. Wie het enige, deels overwoekerde pad niet kende moest omkeren vanwege de moerassige veengronden, grillige rotsen en steile hellingen. Ze hadden het verwaarloosde gebouwtje destijds gekocht en opgeknapt omdat het volledige privacy bood, in tegenstelling tot hun huis in Noord Londen waar zich voortdurend opdringerige fans en paparazzi ophielden.

Kian's blik gleed over het witte huisje met de rode dakpannen en groene kozijnen tegen een achtergrond van groene heuvels en kabbelende beekjes. Straks, na de winter, zouden de meidoorns, gaspeldoorns, rododendrons, fuchsia’s, klaprozen, korenbloemen, heide, brem en andere wilde flora het tot een kleurenexplosie maken dat rechtstreeks uit een schilderij van Monet ontsnapt kon zijn. Geen land was zo ruig en tegelijkertijd zo mooi als zijn eigen vaderland. Hij had de juiste keuze gemaakt om hierheen te komen. In deze omgeving genoot hij geen noemenswaardig aanzien, maar werd hij ook niet verguisd en veroordeeld. Als hij ergens ter wereld kon overleven was het hier, al was het wel eenzaam.

De harde westenwind sneed in zijn gezicht toen Kian zijn weg vervolgde. Donkere wolken dreigden met nog meer regen. Hij trok zijn muts nog wat verder over zijn oren. Naarmate hij dichterbij kwam viel het verval van de cottage op. Hoe lang was hij hier niet meer geweest? Drie jaar? Vier? Het leek nog niet zolang geleden.

Een eerste inspectie aan de buitenkant leverde meteen een aantal tegenvallers op. De muren van een halve meter dik waren het probleem niet. Deze cottage was ongeveer een eeuw geleden gebouwd van gestapelde stenen die uit de rotsen waren uitgehouwen, een methode die onverwoestbaar was gebleken. De zwakte van deze constructie werd met name veroorzaakt door het natte klimaat in combinatie met de meedogenloze westenwind, die vooral invloed had op het houtwerk en het dak. Het ontbreken van een aantal dakpannen had lekkage veroorzaakt. Een dakgoot was afgebroken, twee ramen vertoonden barsten, de voordeur klemde en bijna alle raamkozijnen waren dringend toe aan vervanging of een nieuwe verflaag.

Binnen was de situatie al niet veel beter. De laag stof op de meubels en de aanwezigheid van talrijke spinnenwebben bevestigden dat hier al lang niemand meer was geweest. Het hele interieur rook muf en op sommige muren groeiden schimmels. Maar de vloer van Iers marmer was gelukkig niet gevoelig voor vocht. Een groot deel van de inrichting op de begane grond zou het wel overleven, maar op de bovenverdieping moest Kian het meubilair als verloren beschouwen.

Hij zuchtte diep. Voorlopig hoefde hij zich in ieder geval niet te vervelen. Om te beginnen moest er dagenlang flink worden gestookt om de kou en het vocht te verdrijven. Hij zou eerst voor een voorraad turf moeten zorgen. Veel turf. In deze omgeving kwam het kwik zelden boven de twintig graden en met de oceaan als naaste buur kon je de brandstof voor de open haard geen dag missen. Maar de Connemara bestond voor een groot deel uit veengronden en zelf turf steken was gratis, al moest het wel een tijdlang drogen. Tenslotte leverde een snelle blik in de voorraadkast enkele potten soep en bonen op die wellicht nog geschikt waren voor consumptie. Rijst, koffie, suiker en meel waren daarentegen rijp voor de vuilnisbak.

Een pluspunt was dat er nog een beetje brandstof was voor de generator die hem van elektriciteit moest voorzien. Zowel de generator als de waterleiding werkten nog als vanouds. Dat was een zorg minder, al gaf de kraan alleen koud water. Hij had het aanbod van zijn moeder moeten accepteren want hij had dringend geld nodig. Maar wacht eens... In de badkamer leegde hij de verbanddoos, peuterde een doosje pleisters open en haalde de bankbiljetten eruit. Zijn vrouw had altijd een bedrag aan contanten in huis gehad voor noodgevallen. Met bijna tweeduizend vochtige Ierse ponden voelde Kian zich plotseling rijker dan hij ooit was geweest.
"Dank je wel, meisje," fluisterde hij.

In dit dun bevolkte gebied waren geen drugsdealers te bekennen en de bewoners uit de omgeving zouden hem geen druppel alcohol schenken of verkopen. Die afspraak was al gemaakt toen hij hier anderhalf jaar met zijn gezin had doorgebracht na één van zijn afkickpogingen. Dit geld betekende daarom geen verleiding, maar een voorlopig begin. Daarna zou hij werk moeten zoeken. Tot zijn eigen verbazing verheugde Kian zich erop weer een simpel beroep uit te oefenen met gestructureerde werktijden. Muurtjes metselen, brood bakken, schilderwerk of het land bewerken bij een boer. Het maakte niet uit wat hij moest doen zolang hij maar in zijn eigen onderhoud kon voorzien.

Komende zondag zou hij naar de kerk in het naburige dorp gaan. Dat was de beste manier om zijn Ierse buren en bekenden weer te begroeten. Ongetwijfeld zouden enkele mannen hun hulp aanbieden bij het opknappen van de cottage als ze hoorden dat hij voorlopig hier zou blijven. En wie weet, had iemand nog een restje bouwmateriaal dat hij voor een zacht prijsje of tegenprestatie mocht overnemen. Het zou de eerste keer niet zijn dat hij een feestje opleukte met zijn muziek of een lokale pub hielp bij het bereiden van maaltijden.

Met ingehouden adem opende hij het enige meubelstuk dat hij nog niet op mankementen had gecontroleerd, een notariskast van speciaal behandeld hout die lucht- en waterdicht kon worden gesloten. Nadat ze hun eerste dure stereo-installatie na maanden van afwezigheid moesten weggooien, hadden ze deze kast aangeschaft om de meest dierbare spullen te beschermen tegen de invloeden van het klimaat. Tot Kian’s grote opluchting bewees de kast opnieuw zijn nut. De apparatuur, het keyboard, een bescheiden verzameling favoriete LP’s en eigen opnames op muziekcassettes hadden de eenzame opsluiting overleefd. Ook de kartonnen schoenendoos met familiekiekjes was ongeschonden.

Melancholisch bekeek Kian de gelukkige plaatjes van zijn gezinnetje; een verliefd koppel in verschillende stadia van hun volwassen leven. De lieve en ondeugende snoetjes van zijn dochtertjes in de baby- en kleuterleeftijd, die ze intussen ruimschoots waren ontgroeid. Ze waren intussen al tien en twaalf en hij vroeg zich af hoe ze er nu uit zouden zien. Desalniettemin was deze kleine collectie een welkom cadeautje omdat Ruby alle andere foto’s en filmpjes uit hun Londense huis had meegenomen. Terwijl hij de liefste en mooiste portretten op de schoorsteenmantel schikte sloeg zijn hart een slag over toen hij een eenvoudig houten fotolijstje in zijn hand hield. De foto was gemaakt in de lobby van het Londense Savoy hotel. Een piepjong stel in avondkleding keek hem breed lachend aan. Het jonge geluk straalde van hen af. Kian zuchtte diep. Hij zou zijn leven willen opofferen om die avond te mogen herbeleven, de mooiste dag van zijn leven. 

<> <> <>

In de vroege ochtend schrok Kian wakker bij het eerste daglicht. Hij lag op de bank onder de enige droge deken die hij in de cottage had aangetroffen. Zijn adem was snel en ongecontroleerd en zijn hart klopte razendsnel alsof hij kilometers had gerend. Verward keek hij om zich heen maar zuchtte opgelucht toen hij besefte waar hij zich bevond. Hij had weer gedroomd. Telkens dezelfde nachtmerrie die hem bleef achtervolgen.

In zijn dromen stond hij op de bovenverdieping van zijn huis in Londen. Zijn vrouw was er ook. Er klonk een ijselijke gil. Van haar of van hem? Geen idee. Opeens zag hij haar liggen. Beneden. Onderaan de trap. Haar lange blonde haren uitgewaaierd over de natuurstenen vloer, doordrenkt met bloed. Haar ogen gesloten. Haar gezicht krijtwit. Levenloos. Het terugkerende visioen was zo glashelder dat het echt gebeurd zou kunnen zijn. Elk detail kon hij uittekenen. Telkens snoerde de angst zijn keel dicht. Het besef dat Ruby even sterfelijk was als elk ander mens was even gruwelijk als angstaanjagend.

Zoals alle voorgaande keren vroeg hij weer af waarom dezelfde nachtmerrie hem bleef achtervolgen. Hallucineerde hij nog steeds? Hij had er geen verklaring voor. Hij kon zich niet herinneren dat ze ooit van de trap was gevallen. Bovendien weigerde hij te geloven dat ze dood was. Hij kende haar controledrang. Ze blonk uit in organiseren, geldzaken en ander papierwerk. Ze had ongetwijfeld geregeld dat hij op de hoogte gesteld zou worden als ze zou overlijden, door iemand in haar omgeving of via haar testament.

Slaapdronken rekte Kian zijn stramme ledematen en tastte routineus naar zijn sigaretten en aansteker. In een versleten jeansbroek en een oude sweater liep hij naar buiten in de hoop dat de westenwind de droombeelden zou doen wegwaaien. Nadat hij eveneens zijn muts over zijn blote hoofd had getrokken, baande hij zich een weg door het hoge gras in de richting van de rotswand waar het eiland grensde aan de Atlantische Oceaan. Deze immense watermassa had altijd een kalmerende uitwerking op hem, hoe woest de golven ook waren. Peinzend ademde hij de zilte lucht in en tuurde naar de horizon, waar een vissersboot op weg was naar diepere wateren. Dichterbij de kust schreeuwden meeuwen naar elkaar. Als de mens de natuur niet veranderde, veranderde de natuur nooit. Het leven was een eeuwigdurende cirkel van komen en gaan.

Wat zei het cliché? Dat je pas terdege besefte wat je had als je het kwijt was…?
Hij haatte clichés.
Omdat ze altijd op waarheid berustten.

“Mis je mij net zo hard als ik jou mis?” vroeg Kian hardop aan de vrouw in zijn gedachten. “Of ben je juist opgelucht dat ik geen deel meer ben van jouw… van jullie leven? Hou je nog een beetje van me? Of vervloek en haat je me?”
Met zijn armen om zijn eigen lijf geslagen, alsof hij zich daarmee kon beschermen tegen de ijskoude wind, fluisterde hij haar naam. “Meisje van me… Waar ben je in godsnaam? Ik geloof er niks van dat je een verre bestemming hebt gekozen als toevluchtoord. Engeland is je vaderland en Londen is de enige plek ter wereld waar je thuis bent. Het zou zomaar kunnen dat je je ergens in de nabije omgeving schuil houdt.”

Maar dat zou, gezien de omstandigheden, erg dom zijn realiseerde Kian zich. Een gehucht op het platteland dan? Een dun bevolkt eiland voor de kust? Nee, die mogelijkheid verwierp hij meteen. Ruby was een stadsmens. Haar Ierse cottage was oorspronkelijk alleen bedoeld om ongestoord van hun privacy te genieten en om bij te komen van lange tournees, jetlags en achtereenvolgende zevendaagse werkweken. Al moest hij bekennen dat hij muziek maken en optreden nooit als werk had beschouwd. Het was met name het vele reizen en het chronische slaapgebrek dat hen sloopte.

Kian probeerde zich in haar denkwereld te verplaatsen. “Als je Engeland hebt verlaten ligt het Europese vasteland het meest voor de hand,” dacht hij hardop. “Zuid Europa vind je te toeristisch en in Scandinavië zijn de winters lang, koud en donker. Bovendien doe je vermoedelijk geen moeite om in korte tijd een nieuwe taal te leren.”
Behalve Engels en Iers sprak ze uitstekend Duits, Frans en Nederlands. Daarom lag het voor de hand dat ze in één van die laatstgenoemde landen haar heil had gezocht. In vlieguren gerekend was dat relatief dichtbij huis; maximaal twee uur tot Heathrow.
Nederland gokte Kian. Ze had waarschijnlijk haar vaderland verruild voor haar moederland. Omdat haar moeder oorspronkelijk Nederlandse was. Bovendien achtte hij haar in staat om onopvallend op te gaan in de dicht bevolkte massa. Hij hoopte dat ze inmiddels een uitdagende baan of bezigheid had gevonden waarin ze haar tomeloze energie kwijt kon. En een leuke vriendenkring, want ze was niet in de wieg gelegd om alleen te zijn.

Zijn blik dwaalde over het ruige landschap dat hem omringde. Moest hij net zo ruimhartig zijn en haar een nieuwe liefde gunnen, zoals ze hem ook toewenste? Zou ze een minnaar hebben? Kian kreunde vanuit zijn tenen. Het gapende gat dat ze in zijn hart en zijn leven had achtergelaten was een open wond die niet wilde helen. Hij beschouwde Ruby nog steeds als zijn grote liefde en daarom duldde hij geen concurrentie. Maar de realiteit dwong hem nuchter te redeneren en zijn egoïsme opzij te zetten. Ze was niet zonder reden van hem gescheiden. Ze had het volste recht om een nieuw leven te starten, al dan niet in gezelschap van een liefhebbende man die haar tevens zou bijstaan in de opvoeding van de kinderen.

Ze had hem buiten spel gezet en dat deed pijn. Heel veel pijn. Alles in hem schreeuwde dat hij zijn gezin terug wilde. Hij wilde zijn uiterste best doen om weer een goede echtgenoot en vader te zijn. Maar… daarin had hij meermaals gefaald.

Fuck! Fuck! FUCK!

Na de laatste trek van zijn sigaret mikte hij de peuk over de klif naar beneden. Hij leunde tegen een verweerd rotsblok dat met een beetje fantasie de vorm en de afmetingen had van een tweepersoons bed. Hoe vaak had hij hier met zijn meisje naar het water of de ondergaande zon gekeken? Bijna even vaak hadden ze hier de liefde bedreven, zich onbespied wetend. Er verscheen een weemoedige glimlach op zijn gezicht. Als weer en wind ze niet hadden weggeblazen of weggespoeld bevonden zich langs deze kustrand nog vele tientallen damesslipjes. Witte, rode, groene, gele, roze, blauwe, zwarte, paarse, gebloemde, gestippelde en gestreepte getuigen van hun liefdesleven, die hij achteloos over de rand gooide nadat hij ze van haar billen had gescheurd. Luidkeels lachend had ze hem daartoe steeds opnieuw uitgedaagd, een uitnodiging die hij nooit had afgeslagen.

Terwijl hij zichzelf tot de orde riep en dwong om praktisch te denken, liep hij terug naar de cottage. Hij moest boodschappen doen, een begin maken met de meest dringende reparaties, op zoek gaan naar betaald werk en verzinnen hoe hij zijn nieuwe leven zou inrichten. In zijn eentje.

Halverwege bleef Kian plotsklaps staan, zich niet ervan bewust dat zijn schoenen zich vastzogen in een zompige modderpoel. Als een bliksemschicht werd hij getroffen door een doemscenario waar hij niet eerder bij had stilgestaan. Tot nu toe had hij als vanzelfsprekend aangenomen dat zijn meiden Londen hadden verlaten ná de uitspraak van de rechter. Het had hem logisch geleken dat het vonnis de directe aanleiding was voor Ruby’s verdwijning. Maar wat als ze had kunnen voorzien dat ze geen vrijspraak zou krijgen? Enkele dagen voor de rechtszitting had ze nog telefonisch contact gehad met Elaine en zijn moeder. Daarna bleef het stil, maar niemand had dat vreemd gevonden omdat ze zich ongestoord op de ingewikkelde juridische zaak wilde voorbereiden. Maar als… Als ze bewust ervoor had besloten het proces niet bij te wonen en voordien al was vertrokken…?

Het lag niet aan de regen of de kou dat Kian op zijn benen stond te shaken. Verlammende angst maakte zich van hem meester bij de mogelijkheid dat Ruby iets zou mankeren. Was ze ziek geworden? Had ze een ernstige diagnose gekregen? Kanker of een hartkwaal bijvoorbeeld? Kian dacht aan zijn dromen… Had ze een ongeluk gehad? Een lichamelijke aandoening zou kunnen verklaren waarom ze zo abrupt alle contacten had verbroken. Ze zou haar familie, maar vooral hém willen ontzien. Het was niet vreemd dat ze haar persoonlijke rampspoed geheim wilde houden, want ze wist dat de paparazzi hun messen al hadden geslepen. Zodra de rechter haar veroordeelde zouden ze niets van haar heel laten, net zoals enkele jaren eerder, na afloop van een ander juridisch drama. Hij herinnerde zich de vernietigende krantenkoppen nog.

Kian trok zijn voeten uit de modder en sjokte verder. In het keukentje vond hij een blikje met gedroogde munt waar hij thee van trok. Met de mok in zijn hand nam hij plaats op het stenen bankje naast de voordeur en leunde met zijn ellenbogen op zijn knieën. Een paar moedige zonnestralen braken door het grijze wolkendek en schenen op zijn sproetige gezicht.
“Je hebt niets van je fouten geleerd, Rube.” Kian staarde naar de hemel alsof hij daarvandaan een reactie verwachtte, maar afgezien van een kudde wolken die door de wind werden voortgedreven gebeurde er niets. “Je geheimen hebben je meermaals in problemen gebracht, dus waarom doe je het nu weer? Wat verzwijg je voor ons? Wat mogen we niet weten en waarom niet?”

Er was iets gebeurd, al wist hij niet wat. De ‘omstandigheden die ze niet kon toelichten,’ zoals ze het in haar afscheidsbriefje noemde, hadden haar gedwongen tot een hartverscheurende keuze. Ze had een offer gebracht en niet voor het eerst. Maar als zijn vermoeden juist was kon het inderdaad jaren duren voor hij iets van zijn meiden hoorde. Met het voornemen om daarin te berusten, viste hij zijn laatste sigaret uit het pakje.
“Ik wacht,” zei hij toen hij de eerste rookwolk uitblies. “Hoe lang het ook duurt, ik zal wachten tot je weer contact opneemt.”

Soms stelde hij zich voor dat de lucht die hij uitademde over land en zee werd meegedragen en uiteindelijk haar gezicht zou beroeren. Zou ze zijn adem herkennen?

Vast wel. Zij kende hem als geen ander.

 

© Fanny, juli 2017

 

Alle verhalen van: Fanny

Fijn verhaal 
+21

Reacties  

Verrrassend om dit hier te lezen. Desalniettemin: prachtig.
Heel mooi, deel 1 en 2. Benieuwd naar het vervolg.
Inderdaad het begin van een roman?
Dit hoort zeker in een boek thuis.
Hoezo "geen uitgever had interesse"?
WTF,...zitten ze te slapen of wat?
Zal ik eens een poging wagen om ze wakker te schreeuwen?
Met plezier en bewondering gelezen Fanny. Het leest als een novelle. Ik voel weemoed, beschouwing, wijsheid. Erg knap. Dank je wel voor iets moois. Miel(je kent hem wel)
Dank je Miel. Dit ligt al jaren te verstoffen op mijn harde schijf. Ik wilde een roman schrijven maar geen uitgever had interesse. Dus nu hier.
Waar ken ik je van? Schreef je verhalen voor die andere site? Miel de S? In dat geval mag je me een berichtje sturen. Mijn email adres vind je in mijn profiel.