8612 woorden | Leestijd 44 minuten

Maastricht, januari 1991

Na haar bezoek aan de familie Schreinemakers had Ruth geweigerd zich door een van hen naar huis te laten brengen. Ze stond erop een taxi te nemen en bedankte Sjeng en Yvonne voor hun gastvrijheid.

"Tot ziens," zei Vincent toen hij haar in de taxi hielp.

"Misschien," was haar ontwijkende antwoord.

Ze verwijt me dat ze nog leeft, dacht hij. Ze haat me. Maar zijn beroep was bij veel mensen niet geliefd en zijn optreden werd hem wel vaker niet in dank afgenomen. Maar dit was anders. Dit was de eerste zelfmoordpoging waarmee hij te maken kreeg en dat hele gebeuren vond hij buitengewoon heftig. De vraag waarom een jonge alleenstaande vrouw met twee schatten van kinderen zichzelf van het leven wilde beroven hield hem bezig. Stiekem hoopte hij dat Ruth nog eens terug te zien al achtte hij die kans vrijwel nihil. Het verbaasde hem daarom des te meer dat hij de volgende dag thuis werd gebeld door een collega van de meldkamer.

"Ik heb een wanhopig meisje aan de lijn met een Engels accent," vertelde de vrouw. "Een kind nog. Ze schijnt je persoonlijk te kennen en vraagt dringend of ze je mag spreken, maar de reden wil ze me niet vertellen. Ze heet Kate. Haar achternaam heb ik niet goed verstaan."

"McKean," vulde Vincent aan terwijl zijn hart een slag oversloeg. Ruth zou toch niet weer...

"Geef me haar nummer maar," zei hij.

Nog geen vijf minuten later stapte hij in zijn Escort en reed zo snel het verkeer en de winterse omstandigheden toelieten naar het andere uiteinde van Maastricht. Ruth woonde met haar kinderen in de wijk Wolder, op een steenworp afstand van de Belgische grens. Voor hij wegging had Vincent eerst zijn vader gewaarschuwd, die dichterbij woonde en eerder ter plaatse zou zijn. Dat laatste bleek inderdaad het geval. Hij herkende Sjeng's auto op de oprit van een bescheiden bungalow naast een grijze Volkswagen Golf met een invaliden embleem. Ondanks haar handicap reed Ruth auto, concludeerde hij toen hij onwillekeurig het kenteken in zijn geheugen prentte.

"S... sorry," verontschuldigde Kate zich toen ze Vincent binnenliet. "Ik wist niet wie ik anders kon bellen. We hebben hier geen familie en mama kent niet veel mensen."

"Je hebt het goed gedaan, meid," stelde Vincent haar gerust. Hij legde zijn hand op haar smalle schouder. "Is dokter Sjeng bij mama?"

Ze knikte. Op dat moment kwam ook Sharon met een pips snoetje om de hoek kijken.

"Gaat mama dood?" vroeg ze met een bevend stemmetje.

Hoewel Vincent voor hetere vuren had gestaan tijdens zijn loopbaan bij de politie stond hij nu met zijn mond vol tanden. Kinderen konden zo verdomd direct zijn.

"Dokter Sjeng kijkt hoe ziek jullie mama precies is en of ze meer hulp nodig heeft. Misschien moet ze weer naar het ziekenhuis."

"Dat wil ze niet," fluisterde Kate.

"Nooit," beaamde Sharon.

Achter hem ging een deur open en dicht. Vincent draaide zich om naar zijn vader die hem met een zorgelijke blik aankeek. Dat voorspelde niet veel goeds. Hij trok vragend zijn wenkbrauwen op maar Sjeng wendde zich tot de meisjes.

"Mama is erg ziek maar daar gaan we iets aan doen. Sharon, wil jij in de handtas van je moeder kijken of je toevallig receptenbriefjes van het ziekenhuis vindt? En Kate, misschien wil jij een kopje thee voor ons maken?"

"We hebben alleen koffie of fris. Mama drinkt nooit thee."

"Koffie mag ook. Lekker."

Terwijl de meisjes het gevraagde gingen halen bleven vader en zoon achter in de gang. Sjeng dempte zijn stem zodat de meisjes hem niet konden verstaan.

"Ruth is inderdaad nauwelijks aanspreekbaar. Ze heeft hoge koorts bij een dubbele longontsteking, wat geen verrassing mag zijn nadat ze een portie vervuild Maaswater heeft ingeademd. De wond aan haar arm is eveneens geïnfecteerd en ziet er lelijk uit. Daar moet ze gisteren al behoorlijk last van hebben gehad maar ik heb niks aan haar gemerkt. Jij?"

"Zal ik een ambulance laten komen?" vroeg Vincent.

"Nee." Sjeng keek of Kate en Sharon zich nog buiten gehoorsafstand bevonden. "We hebben een probleem. Op het nachtkastje lag een handgeschreven verklaring waarin Ruth elke vorm van medische behandeling afwijst."

"Een verkapte zelfmoordpoging?" vroeg Vincent ontsteld. Hij kon zijn oren niet geloven. "Kan dat zomaar?"

"Deze slimme dame weet kennelijk hoe ze zoiets moet opstellen. Het is volkomen rechtsgeldig. Elke medicus moet een dergelijke wens respecteren ofwel de patiënt wilsonbekwaam laten verklaren."

Die procedure was tijdrovend, wist Vincent. Hij hield onbewust zijn adem in. "En nu?"

"De kans is groot dat ze in het ziekenhuis een soortgelijke verklaring heeft achtergelaten, dus daar gaat ze niet heen. Dat briefje is overigens weggewaaid en onder het bed terechtgekomen." Sjeng knipoogde veelbetekenend. "Ik weet van niks en jij ook niet. We houden haar hier en verplegen haar zelf."

"We?" echode hij.

"Je hebt een hele week vrij, toch? We kunnen haar niet alleen laten en die twee dametjes hebben iemand nodig die een oogje in het zeil houdt."

"Ja, maar..."

Vincent wilde protesteren maar slikte zijn woorden weer in. Zijn voornemen om naar Sophie te gaan viel hiermee in het water. Nu was dat plan toch al gedoemd te mislukken want ze had hem laten weten nauwelijks tijd voor hem te hebben. En zolang het bleef sneeuwen was zijn marathontraining geen subliem idee. Wat was belangrijker? Daar hoefde hij niet lang over na te denken als hij naar Kate en Sharon keek. Hier kon hij zich nuttig maken en om te sporten zou wel wat tijd overblijven.

"Hier." Sjeng overhandigde Vincent de recepten die Sharon had gevonden. Hij schreef er zelf nog iets bij. "Ga even naar de apotheek. Ik schakel de wijkverpleging in en dan maken we straks een plan van aanpak."

Het was 's avonds na tienen toen Vincent en Sjeng in de woonkamer samen een vruchtensapje dronken. Hoewel beide mannen best een biertje lustten hadden ze geen druppel alcohol aangetroffen. Kate en Sharon lagen in bed. Ruth sliep onrustig. Sjeng had via een bevriende collega-arts nog een infuus, sondevoeding en zuurstof geregeld maar haar toestand was nog steeds kritiek. Het wachten was nu op het moment dat de antibiotica zouden aanslaan. Of niet.

In een hoek van de kamer was het meubilair opzij geschoven voor een luchtbed en slaapzak voor Sjeng. Hij zou de nacht hier doorbrengen voor het geval hij nodig was. Vincent zou hem morgenochtend aflossen, de meiden naar school helpen, de wijkzuster ontvangen en zijdelings Ruth's toestand in de gaten houden.

Vincent's kritische blik dwaalde door de kamer die in lichte en donkere grijstinten was ingericht, gecombineerd met warmrode en witte accenten. Een grote wijnrode hoekbank vormde de blikvanger in het geheel. Het interieur was modern en stijlvol, maar ook somber.

"Wat is er?" vroeg zijn vader.

"Valt jou niets op? Mis je hier niks?"

"Persoonlijke dingen?"

"Precies," beaamde Vincent. "Het lijkt wel een toonzaal. Alles is met goede smaak en gevoel voor klasse gekozen maar ik zie geen enkel voorwerp met emotionele waarde. Niets is ouder dan het moment dat ze hier kwam wonen, niets wat aan haar leven in Engeland herinnert. Geen boeken, geen favoriete platen of cd's, geen souvenirs van een verre vakantie, geen foto's van de kinderen, niet van hun vader..."

Sjeng onderbrak hem. "Papa heeft dezelfde rode haren als de meisjes. Ruth's lichaamshaar is blond, dan is haar hoofdhaar dat ook. Welke kleur ogen ze heeft weet ik niet. Ze draagt getinte lenzen die alleen door een oogarts of opticien verwijderd kunnen worden."

Vincent fronste zijn wenkbrauwen. "Dat is toch merkwaardig, niet?"

"Waarom?" vroeg Sjeng. "Waarschijnlijk zijn haar ogen overgevoelig voor daglicht."

"Dat mag wel zo zijn, pa, maar hier klopt iets niet."

"Wat klopt niet? Hebben jullie haar eigenlijk nagetrokken?"

Vincent haalde zijn schouders op. "Alleen de basisgegevens van de gemeente. Er is geen aanleiding om bij de Britse autoriteiten nadere informatie op te vragen want ze is geen verdachte. Wat ik weet is dat ze nog geen twee jaar geleden hier is komen wonen met haar kinderen. Ze is weduwe en heeft als beroep kapster opgegeven. Waar ze nu van leeft is onbekend. Misschien ontvangt ze een weduwe-uitkering of had haar overleden man een riante levensverzekering."

"Mogelijk," zei Sjeng. "Of ze heeft een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Maar toen jij vanmiddag weg was belde een vertaalbureau met een opdracht voor Ruth."

"Een vertaalbureau?" Vincent's ogen lichtten op. "In dat geval spreekt ze waarschijnlijk meer talen dan alleen Engels en Nederlands." Hij wees naar het bureautje aan de andere kant van de kamer waarop zich een tekstverwerker, een printer en wat schrijfmateriaal bevonden. "In dat kastje staan woordenboeken in zes verschillende talen. Zes! Ik dacht dat de kinderen..."

"Vincent." De stem van zijn vader klonk nu streng en berispend. "Je hebt het recht niet in haar spullen te neuzen, ook al ben je politieman. Dat Ruth niet erg spraakzaam is, is geen reden tot wantrouwen. Niet iedereen heeft iets op zijn geweten. Talenkennis of een persoonlijk geheim is niet verboden."

"Tenzij ze de wet overtreedt."

Sjeng schudde zuchtend zijn grijze hoofd. "Je gaat teveel met criminelen om. Wij zijn degenen die de wet met voeten treden als we de privacy van dit gezinnetje niet respecteren. We hebben ons niet met hun zaken te bemoeien."

Vincent leunde achterover en staarde peinzend in het niets. Ergens had zijn vader wel gelijk. Soms had hij last van beroepsdeformatie en zag hij overal beren op de weg. Maar zijn intuïtie had hem nog nooit bedrogen. Er was iets wat hem ontging, iets wat hij over het hoofd zag. Maar wat? Wie was deze vrouw? Waarom was ze naar Nederland gekomen en waarom leefde ze zo teruggetrokken, alsof ze zich onzichtbaar wilde maken?

Hij keek naar de kostbare audio installatie die iemand met een modaal inkomen zich nooit zou kunnen veroorloven. Hij kon dit niet rijmen met Ruth's bewering dat ze niet van muziek hield. Zijn vader zou zeggen dat je geen muziek wilde horen als je zo ziek was als zij. Hij had altijd een aannemelijke verklaring voor dergelijke dingen. Maar alles bij elkaar opgeteld bleef het gevoel overeind dat deze vrouw omgeven was met raadsels.

"Vind je het niet raar dat de kinderen dezelfde achternaam dragen als hun moeder?" vroeg Vincent zich hardop af.

"Misschien was Ruth niet met hun vader getrouwd en heeft hij ze niet erkend," antwoordde Sjeng.

"Wie erkent in hemelsnaam zijn eigen kinderen niet?"

"Een man die al een relatie heeft met een andere vrouw misschien?"

"Dus jij vermoedt dat Ruth twee kinderen kreeg van een getrouwde minnaar?" glimlachte Vincent. "Wie is er nu achterdochtig?"

"Over taboes wordt niet hardop gesproken en daarom denken we dat het zelden voorkomt. Maar in de praktijk gebeurt het vaker dan je denkt."

"Ze kan geen weduwe zijn als ze geen echtgenoot had. Dan zou ze na de geboorte van de kinderen alsnog met iemand zijn getrouwd."

"Dat zou zomaar kunnen," lachte Sjeng. "Moet jij niet naar huis? Ik ga nog even bij mijn patiënte kijken en dan hoop ik een paar uur te kunnen slapen."

Hij stond op en bracht de lege glazen naar de keuken. Vincent pakte zijn jas van de stoelleuning en nam de inrichting van de woonkamer nogmaals in zich op. Hoewel de woning was aangepast voor een rolstoelgebruiker leek nog het meest op een luxe vakantiebungalow, een tijdelijk onderkomen. Alsof Ruth niet van plan was hier te blijven, maar elk moment in de auto kon stappen en vertrekken. Binnen nog geen vijf minuten was ze de Belgische grens gepasseerd. Ze hoefde niet eens haar koffers te pakken want niets in deze woning was onvervangbaar. Als ze genoeg geld had, en alles wees in die richting, kon ze zo weer ergens anders opnieuw beginnen.

Nee, dacht Vincent, ik verbeeld het me niet. Hoe vergaarde een kapster die in een Londense achterbuurt was opgegroeid zoveel kennis en vermogen? Het klopte niet. Punt.

De volgende ochtend meldde Vincent zich al vroeg op Ruth's adres. Hij had een rusteloze nacht achter de rug. De gedachten aan Ruth en haar dochters hadden hem nog lang wakker gehouden. Met zowel belangstelling als nieuwsgierigheid informeerde hij bij Sjeng naar de ontwikkelingen van de afgelopen nacht. Ruth's toestand was stabiel, vertelde zijn vader, maar nog steeds zorgwekkend. Hij verwachtte echter dat in de loop van de dag enige verbetering zou optreden. Nadat Sjeng zijn zoon had geïnstrueerd over de gang van zaken rondom Ruth ging hij naar huis.

Vincent wekte Kate en Sharon en maakte ontbijt voor hun drieën. Tevreden stelde hij vast dat de meisjes zich niet heel veel zorgen maakten om hun moeder. Ze waren zoals kinderen behoorden te zijn; vrolijk, onbezorgd en uitgelaten. Ze kibbelden wie als eerste mocht douchen en even later over de föhn en wat ze wilden eten. Hij hoorde ze af en toe achter zijn rug fluisteren en giechelen. Toen hij begreep dat hij het onderwerp van gesprek was glimlachte hij geamuseerd. Malle meiden.

"Vincent?" vroeg Sharon op een bedelend toontje.

"Ja?"

"Breng jij ons vanavond naar de muziekschool? Van mama mogen we niet alleen in het donker ernaartoe. Als we klaar zijn moet je ons ook weer ophalen."

"De muziekschool?" herhaalde hij verbaasd.

"Ja," zei Kate. "Ik heb gitaarles en Sharon speelt viool."

Even was Vincent sprakeloos. Hij had zich niet vergist. Muziek speelde wel degelijk een rol in dit gezin.

"Mama speelt ook gitaar en piano," ging Sharon verder. "Maar we hebben hier helaas geen plaats voor zo'n groot instrument. Ze kan supergoed zingen, nog beter dan papa..."

Op dat moment kreeg Sharon onder de tafel een trap van haar oudere zus, en een waarschuwende blik die er niet om loog. Abrupt hield het meisje haar mond en richtte haar aandacht schuldbewust op de kruimels op haar bord. Ook Kate zweeg.

Vincent deed alsof hij niks had gemerkt. Over papa mocht niet worden gesproken, concludeerde hij. Waarom? Wat was er gebeurd?

Hij moest hard op zijn tong bijten om niet verder te vragen. Door de kinderen uit te horen zou hij een grens overschrijden. Dat mocht hij beroepshalve niet, maar ook in deze precaire situatie mocht hij zich daartoe niet laten verleiden. Als hij Ruth's vertrouwen wilde winnen moest hij uiterst omzichtig tewerk gaan.

"Ik zorg ervoor dat jullie vanavond worden gebracht en gehaald," zei Vincent. "Misschien niet door mij maar tante Yvonne vindt het vast heel leuk om mee te gaan. Laten jullie me straks wel een stukje muziek horen? Daar ben ik namelijk heel benieuwd naar."

De meisjes beloofden plechtig dat ze een mini optreden voor hem zouden geven. Enkele minuten later keek hij ze lachend na terwijl ze samen naar school gingen. Wat een feest zou het zijn om zelf een paar koters te zien opgroeien, dacht hij. Hij moest nodig weer eens met Sophie praten.

Nog voordat Vincent de ontbijtboel had opgeruimd kwam een wijkverpleegster om Ruth te wassen, haar wond te verzorgen, medicatie toe te dienen en zo nodig het infuus te wisselen. Na afloop bleef ze nog even om te vertellen wat haar bevindingen waren.

"Weet jij toevallig wat Kodra is?" vroeg de jonge brunette die hem met meer dan normale interesse bekeek.

Vincent negeerde haar flirtende blik. "Kodra? Nee, nooit van gehoord. Waarom?"

"K O D R A," spelde ze. "Mevrouw McKean heeft een kleine tatoeage in haar linker lies met deze vijf letters in een halve cirkel en daaronder een klein hartje."

"Heeft ze nog meer tatoeages?" wilde Vincent weten.

"Nee, dit is de enige. Vergeet het. Het is vast niet belangrijk. Ik vroeg me alleen af... Nou ja, ik moet weer gaan. Tot straks."

En weg was ze.

KODRA, peinsde Vincent met een mok dampende koffie in zijn hand. Dat klonk als een criminele organisatie in een duistere maffiafilm. Het hartje ontkrachtte die theorie echter. Het wees eerder op een symbolische code tussen twee geliefden. Immers, een tatoeage in de lies was voor niemand zichtbaar behalve voor degene met wie ze het bed deelde. Toch die geheime minnaar? Of niet? Het waren geen initialen want Ruth's initialen waren RM. Wat dan? De voorletters van vijf verschillende mensen? Ruth, Kate, en...? Wie waren O, D en A dan? De S van Sharon ontbrak. Dat was het ook niet. Hij draaide de letters om, husselde ze door elkaar, maar er kwam geen bestaand woord tevoorschijn.

Was het een bedrijfsnaam? Een muziekstuk? Een artiest of popgroep? Maar dan verborg je die tattoo niet angstvallig in je lies.

Vincent vloekte inwendig. Alweer een vraag waarop hij geen antwoord wist. Verdomme! Hoeveel geheimen had Ruth eigenlijk?

Nieuwsgierig opende Vincent de deur van Ruth's slaapkamer. Hij was hier nog niet geweest. Gisteren had hij weliswaar terloops een blik in die kamer geworpen maar Sjeng had hem weggestuurd. Een patiënt had recht op privacy. Alsof hij nooit eerder een paar blote borsten had gezien. Daar was het hem niet eens om te doen geweest. Maar zijn vader had gelijk. Buiten bewustzijn kon Ruth zijn aanwezigheid niet goedkeuren, noch afwijzen. Pottenkijkers waren daarom niet gewenst.

Nu zag hij haar amper liggen in het tweepersoons bed. Een zielig hoopje mens, half verborgen tussen het beddengoed. Doodziek. Ze leek te slapen. Plukjes rood haar plakten op haar koortsige hoofd. Haar gezicht vertoonde een ongezonde kleur en de huid rondom het verband om haar linkerarm was paars-rood en gezwollen. Het slangetje van het infuus leidde naar haar ongeschonden arm. In haar neus verdween een ander buisje dat met een zuurstoffles was verbonden. Desondanks ademde ze moeilijk. Af en toe kuchte ze zwakjes. Op de vensterbank lagen een paar velletjes papier waarop Sjeng gestructureerd alle medische feiten en handelingen van de afgelopen nacht had genoteerd.

Ze bewoog even. Kreunde. Geruisloos ging Vincent op de bedrand zitten en pakte voorzichtig haar hand. Ze opende haar ogen zonder hem daadwerkelijk te zien. Haar lippen bewogen en hij boog zijn hoofd naar haar toe om te horen wat ze prevelde. Bij de derde keer meende hij iets te verstaan wat op 'Ian' leek. Was dat de naam van haar geliefde?

"Kodra," fluisterde hij.

Ze reageerde moeizaam. "Ss... Stay... with... me... Plea...  Please..."

Hij kneep zachtjes in haar hand. "I'm here. Right beside you."

"D... Don't... leave."

"Don't worry, I'll stay with you. Just go to sleep, Ruth."

"K... K..."

"Kodra," zei hij weer terwijl hij haar vingers streelde.

"Ian."

Daarop zakte ze terug in het kussen en viel weer in slaap.

Vincent bleef lange tijd bij haar zitten om naar haar te kijken. Zijn hart liep over van medelijden. Waarom, dacht hij weer. Een vrouw als zij hoefde toch niet eenzaam of depressief te zijn?

Zijn gedachten gingen terug naar afgelopen dinsdagnacht. Samen met zijn collega Pascal was hij aan de nachtdienst begonnen die rustig beloofde te verlopen. Het weekend was immers net achter de rug. Veel restaurants en kroegen waren gesloten. Na de feestdagen beperkte men de uitgaven om in februari weer los te kunnen gaan met carnaval. Koning winter maakte het bovendien bijzonder onaantrekkelijk om nu naar buiten te gaan. Behalve de vrieskou stond er ook een gure oostenwind. Hangjongeren zochten beschutting in kelders en schuren waar ze doorgaans weinig mensen tot last waren. Studenten hadden na de jaarwisseling hun studie hervat. Daklozen zochten tijdelijk hun heil bij het Leger des Heils. Thuis hielden mensen hun deuren en ramen zorgvuldig gesloten om de warmte binnen te houden, wat indirect voorkwam dat gelegenheidsdieven hun slag konden slaan. Pascal en Vincent hielden rekening met enkele verkeersongevallen, vooral als het zou gaan sneeuwen. Maar verder was dit geen verkeerde nacht om te werken.

Het was na middernacht toen ze in een surveillancewagen stapten om vervolgens een willekeurige route te rijden door enkele woonwijken en daarna richting binnenstad. Pascal bestuurde de wagen en Vincent scande de omgeving. Nabij een bejaardentehuis zagen ze een schaars geklede oude man lopen die een verwarde indruk maakte. De meest voor de hand liggende oorzaak bleek ook de juiste. In het tehuis werd hij al gemist.

Na een hoog opgelopen burenruzie te hebben gesust kwamen ze drie fietsers tegen die zonder licht tegen de rijrichting in reden. De studievrienden bleken bovendien een paar glaasjes teveel te hebben genuttigd. Vincent wees hen op het gevaar, gaf hen een waarschuwing en gebood hen lopend verder te gaan. Het drietal beloofde luidruchtig beterschap. Maar Pascal en hij wisten hoe zoiets meestal werkte. Zodra ze uit het zicht waren zouden ze waarschijnlijk weer vrolijk op de fiets stappen. Pascal reed daarom een blok om, waarna hun vermoeden inderdaad juist bleek en het trio alsnog op de bon werd geslingerd.

Tegen half vier reden ze met matige snelheid over de Maasboulevard. De beide mannen kletsten over hun werk, over collega's, voetbal, hun vriendinnen en de plannen voor komend weekend. De stad leek uitgestorven. Misschien was het juist daarom dat Vincent plotseling overeind schoot.

"Zag je dat?"

Pascal knikte. "Er viel iets van de brug."
"Niet iets, maar iemand. Ik zag iets bewegen."

Jaren van regelmatig samenwerken wierpen vruchten af. Ze hoefden nauwelijks te overleggen hoe te handelen en hoe de rollen werden verdeeld. Pascal trapte op het gaspedaal en schakelde de sirene en zwaailichten in terwijl Vincent via de meldkamer om assistentie vroeg en hun locatie doorgaf. Ter plekke aangekomen aarzelde Vincent geen seconde. Hij had zijn riem met handboeien, wapenstok en dienstpistool al in de auto losgemaakt. Terwijl hij het portier open zwaaide schopte hij ook zijn schoenen uit en liet zijn blauwe uniformjack van zijn schouders glijden. Daar waar hij meende de persoon te hebben zien vallen dook hij de Maas in.

In eerste instantie werden zijn denken en doen volkomen verlamd door het ijskoude water. Pas toen zijn hoofd weer boven water kwam en hij sirenes van ambulance en brandweer in de verte hoorde naderen, wist hij weer wat hem te doen stond. Hij dook weer onder in het inktzwarte water en tastte om zich heen of hij iets voelde. Die zoektocht leverde niets op, daarom zwom hij een stukje met de stroom mee om het daar opnieuw te proberen. Intussen besefte hij dat hij heel weinig tijd had, niet meer dan een paar minuten. Dan zou hij onherroepelijk bevangen worden door de kou en moest hij deze reddingspoging opgeven. Hij dook en zwom, dook en zwom. Hij was de tel inmiddels kwijt toen hij Pascal hoorde schreeuwen.

"Genoeg! Vincent, kom eruit. Nu meteen!"

Aan beide oevers hadden hulpdiensten hun wagens zo geparkeerd dat de koplampen op het water schenen. Hij wilde het touw grijpen dat hem werd toegeworpen maar net op dat moment voelde hij iets langs zijn been strijken. Nog één keer, dacht hij. Weer dook hij. Hij tastte opnieuw in het duister. Hij greep in het niets. Nog eens.

Ja! Nu had hij iets vast. Een persoon? Hij sloot zijn hand om iets wat aanvoelde als een arm. En kleding. Wel degelijk een mens, maar onbeweeglijk en dus buiten bewustzijn. Dood of levend? Dat zou moeten blijken. Hij of zij was niet groot of zwaar, vermoedelijk een puber of een kleine volwassene. Met zijn allerlaatste krachten zwoegde hij naar de oppervlakte met het extra gewicht onder zijn linkerarm. Geen seconde te vroeg want hij kon zich bijna niet meer bewegen en dreigde bijna zelf het bewustzijn te verliezen.

Daarna ging het snel. Enkele hulpverleners op een kleine motorboot tilden eerst de drenkeling uit het water en daarna hem.

"Ze heeft geen onderbenen," hoorde hij iemand zeggen. "En haar arm bloedt als een rund."

Een invalide vrouw of meisje, dacht hij. "Leeft ze nog?"

Hij kreeg geen antwoord, maar zijn stem klonk zo iel dat hij zichzelf amper hoorde praten. Ze waren druk bezig haar te reanimeren. Iemand sloeg een deken om hem heen. Bij de kade aangekomen werd hij door Pascal en een andere collega uit de boot geholpen. Ze moesten hem ondersteunen omdat hij zijn eigen gewicht niet meer kon dragen. Er werd geapplaudisseerd. Ondanks het nachtelijke uur hadden de sirenes groepjes omwonenden naar buiten gelokt, nieuwsgierig en sensatiebelust zoals mensen nu eenmaal waren.

Nu pas merkte hij dat hij van top tot teen ongecontroleerd beefde. Er stond een brancard voor hem klaar.

"Nee, wacht," bracht hij klappertandend uit. "Ik wil weten of ze..."

Hij keek over zijn schouder naar het meisje, of vrouw, met wie een legertje ambulance medewerkers mee bezig was. Voor hen werd het nooit routine wist hij uit ervaring. De grens tussen het redden of verliezen van een leven was soms maar flinterdun. Soms lukte het en soms...

Op dat moment ging een bescheiden gejuich op. Hij hoorde iemand enorm rochelen, hoesten en spugen. Godzijdank! Ze leefde.

Een paar uur later verliet Vincent de Spoedeisende Hulp in het ziekenhuis. Hij voelde zich koud, uitgeput en belabberd maar dat zou straks vanzelf over gaan met warmte en rust. In de gang wachtte Pascal hem op.

"Weet jij hoe het met haar gaat?" vroeg hij.

"Ze ligt op de Intensive Care aan de beademing maar ze is niet meer in levensgevaar. Je bent een held, collega. Je ouders zijn trouwens ingeschakeld om haar kinderen tijdelijk onderdak te bieden. Vandaar dat niet zij, maar ik je een lift naar huis geef."
"Kinderen?"

Vincent kon zich niet voorstellen dat hij een volwassen vrouw uit het water had gehaald.

"Ja, twee meisjes van tien en twaalf. Onze drenkelinge heet Ruth McKean, ze heeft de Britse nationaliteit maar woont al een tijdje in Maastricht. Bij justitie is ze niet bekend, afgezien van twee recente verkeersboetes die overigens netjes zijn voldaan. Zover we weten is ze een alleenstaande weduwe; leeftijd zevenendertig jaar en gehandicapt. Haar beide benen zijn geamputeerd. Haar rolstoel hebben we op de brug aangetroffen met daarin haar jas. In één van de zakken vonden we een Brits paspoort en een Engelstalige afscheidsbrief met het logeeradres van haar dochters."

"Zelfmoord?" vroeg Vincent onthutst.

"Daar lijkt het wel op. Tenzij ze zelf een andere verklaring aflegt hebben we geen reden om aan een misdrijf te denken."

"Kunnen we haar even zien?"

"Niet zo lang ze op de IC ligt. Kom, je moet zelf hoognodig naar bed. Misschien is ze later vandaag aanspreekbaar."

Maar het hele gebeuren had hem de uren daarna niet losgelaten. Mensen werden niet zomaar depressief en suïcidaal. Vaak ging er een lange geschiedenis van tegenslagen en combinaties van factoren aan vooraf. Zelfmoordenaars zagen meestal geen andere uitweg meer, ze ervoeren het leven als een loden last. Niet zelden zagen ze hun dood niet alleen als oplossing voor hun eigen problemen, maar ook voor die van hun dierbaren. Het was moeilijk, zo niet onmogelijk, hen van het tegendeel te overtuigen.

Vincent schrok op uit zijn herinneringen toen Ruth zich op haar rug draaide en een deel van het dekbed van haar af gleed. Hij wilde opstaan om haar weer toe te dekken maar hij stokte in zijn bewegingen. Dat de wijkzuster geen nachtkleding had aangetroffen was hem bekend. In plaats daarvan had ze Ruth een katoenen shirtje aangetrokken en nu staarde hij opeens ongegeneerd naar de rondingen die zich in de dunne stof aftekenden. Hij slikte. Ze had mooie borsten, zag hij, rond en stevig. Niet groot, maar ook niet klein. In verhouding tot haar tengere figuurtje mocht ze trots zijn op haar boezem.

Plots werd hij zich weer bewust van de situatie waarin hij zich bevond. Snel pakte hij het dekbed en legde dat weer over haar heen. Ergens schaamde hij zich wel een beetje over zijn voyeuristische gedrag. Maar ja, hij was een gezonde vent van vlees en bloed. Dat dekbed was spontaan weggegleden, hij had het niet bewust gedaan en er was niets onoorbaars gebeurd. Met de gedachte dat hij best even mocht kijken als het plaatje toevallig op een presenteerblaadje werd aangeboden, herschikte hij zijn halfharde pik en verliet de slaapkamer. Door haar handicap en ziekte was hem ontgaan dat Ruth best een aantrekkelijke vrouw was. Misschien was ze onder normale omstandigheden zelfs knap te noemen. Jammer dat er geen foto in huis was hoe ze er voorheen uitzag. Hij stelde zich voor dat ze mooie benen moest hebben gehad voor ze deze verloor. Hoe was dat gebeurd? Een ongeluk? Ziekte?

Meewarig schudde hij zijn hoofd. Het viel ongetwijfeld niet mee om je leven in een rolstoel te moeten slijten en daarbij twee opgroeiende meiden in je eentje te moeten opvoeden.

In gedachten raapte Vincent de post van de deurmat; een Engelse krant van twee dagen geleden, een rekening van een nutsbedrijf, een bankafschrift, een brief van een vertaalbureau, twee reclamefolders, maar het meest opvallend was een grote dikke envelop afkomstig van een Londens notariskantoor. Met belangstelling bekeek hij de postzegels en de stempels, draaide de envelop om en zag dat ie zorgvuldig was dichtgeplakt. De kans dat hij ongestraft een snelle blik kon werpen op de inhoud was nihil. Jammer. Want welke zaken deed Ruth met een Engelse notaris die ze niet met een Nederlands kantoor kon afwikkelen? Een testament was niet omvangrijk en kwam, indien haar zelfmoordpoging zou zijn geslaagd, rijkelijk laat op de plaats van bestemming aan. Wat dan? De koop of verkoop van onroerend goed? Een erfenis?

Stop met gissen, Vincent, zei hij stilzwijgend tegen zichzelf. Je komt er niet achter tenzij ze het zelf vertelt en die kans is nog kleiner dan de jackpot in een loterij winnen.

Met een diepe zucht legde hij de post op het bureautje naast de computer. Daar viel zijn oog op Ruth's handtas, een onopvallend zwartleren model. Hij kende de gemiddelde inhoud van een damestas. Zijn eigen vrouw zeulde ongeveer dezelfde dingen mee als de arrestantes die hun tas in zijn bijzijn moesten legen; een portemonnee, sleutels, autopapieren, een pen, blocnote, make-up spulletjes, tampons, papieren zakdoekjes, soms pijnstillers of medicijnen, een agenda...

Zou Ruth een agenda hebben?

Natuurlijk bezat ze er een. Ze was het soort vrouw dat niet zonder kon. Zijn blik bleef op haar handtas rusten. Hij aarzelde. Het mocht niet, dat wist hij donders goed. Verdorie, hij ging tegen zijn eigen principes in als hij toegaf aan de verleiding om zonder goede reden haar spullen te doorzoeken. Als hij nou niet zo verrekte nieuwsgierig was...

Weloverwogen draaide hij zijn hoofd naar de deur en luisterde. Behalve het verkeer dat de woning passeerde hoorde hij niets. Toch sloop hij als een dief door de gang om een blik in de slaapkamer te werpen en vast te stellen dat Ruth nog steeds in diepe rust verkeerde. De kust was veilig. Hij liep terug en legde zijn hand op Ruth's tas. Met kloppend hart en een slecht geweten opende hij de rits. Inderdaad trof hij grotendeels de gebruikelijke vrouwendingen aan. Maar het model agenda was groter dan hij had verwacht, met een indeling van een dag per pagina. Geen vrolijk gebloemde of gekleurde kaft zoals zijn zussen en moeder gebruikten, maar een neutraal en zakelijk model in zwart kunstleer gebonden. Op de eerste pagina stond niet meer dan haar naam en telefoonnummer in een onregelmatig, maar leesbaar handschrift. Behoedzaam, alsof het knisperende papier iemand zou kunnen alarmeren, bladerde hij verder. Het jaar was pas enkele weken oud en hij trof slechts een handjevol notities aan; een afspraak bij een bank, nog een bij de Volkswagen garage en tweemaal bij de school van haar dochters. Op een datum van tien dagen geleden was een sterretje getekend. Vincent glimlachte. Zijn Sophie markeerde haar eerste menstruatiedag op precies dezelfde wijze.

Afgelopen maandag was gemarkeerd met een dik zwart kruisteken. Er liep een rilling over zijn rug toen hij begreep dat Ruth haar wanhoopsdaad kennelijk zorgvuldig had gepland.

Daarna waren de pagina's blanco. Hoewel Vincent aannam dat ze vrienden of kennissen moest hebben, in ieder geval in Engeland, ontbraken hiervan de namen en telefoonnummers. Er waren zelfs geen verjaardagen genoteerd.

Teleurgesteld stopte hij de agenda terug op de plek waar hij hem vandaan had gehaald. Niets. Helemaal niets persoonlijks. Alsof ze zich in anonimiteit hulde. Alsof ze niet bestond. Was Ruth McKean eigenlijk wel haar eigen naam? Hij had geen enkele reden om aan te nemen dat ze een valse naam gebruikte omdat haar paspoort ontegenzeglijk echt was. Maar toch... Dit gezinnetje leek geen verleden te hebben. Maar een 37-jarige suïcidale moeder van twee kinderen met twee geamputeerde benen had zonder twijfel haar portie wel en wee meegemaakt.

Op vrijdagochtend versliep hij zich en vertrok daarom later van huis dan de bedoeling was. Hij had een rusteloze nacht achter de rug. De voorgaande avond had hij telefonisch een fikse ruzie gehad met Sophie. Ze had hem overdag niet kunnen bereiken en was woest toen ze hoorde dat hij op een zieke vrouw en haar kinderen paste.

"Ik dacht dat je naar mij toe zou komen?"

"Je zei zelf dat je geen tijd voor me had."

"Vincent, je weet dat ik acteerlessen volg en dat ik zoveel mogelijk audities wil doen, maar ik heb heus nog wel een paar uurtjes vrij."

"En wat moet ik daar de rest van de dag doen?" vroeg hij. "Hier kan ik mezelf tenminste nuttig maken."

"Kan dat mens niet naar het ziekenhuis?"

Dat mens...? "Nee, dat kan ze niet."

Vincent weigerde haar uit te leggen waarom niet, noch vertelde hij dat hij Ruth eigenhandig uit de Maas had gered. Sophie zou het toch niet snappen.

"We zijn getrouwd," hoorde hij haar zeggen.

Hij sloot zijn ogen omdat hij wist wat er ging komen. Deze machtstrijd hadden ze al talloze malen eerder gestreden.

"Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat we zoveel mogelijk tijd samen willen doorbrengen. Ik hou van je, Vincent. Ik heb je nodig."

Ja, voor een snelle wip en als klaagmuur omdat ze vond dat haar talenten werden onderschat en ze telkens werd afgewezen. Het was altijd de schuld van castingbureaus en talentscouts, maar aan zichzelf twijfelde ze niet. Langzamerhand begon hij te vermoeden dat ze eerder zichzelf overschatte. Met haar uitgesproken schoonheid was ze uitermate geschikt model maar misschien bezat ze onvoldoende capaciteiten om als actrice serieus te worden genomen. Waarom gaf ze het niet op? Waarom investeerde ze handenvol geld in een carrière die wellicht al bij voorbaat gedoemd was te mislukken?

"Niemand heeft je gedwongen naar Haarlem te verhuizen. Ons huis staat hier, Sophie. Waarom kom je niet gewoon hierheen als je me mist?"

"Je houdt niet meer van me," dreinde ze als een kleuter.

"Natuurlijk hou ik wel van je en ik mis je, verschrikkelijk veel zelfs. Maar ik reis niet het halve land door voor een uurtje met zijn tweeën."

Even later kapte Vincent het gesprek af en verbrak de verbinding, waarover hij zich vervolgens schuldig voelde. Waarschijnlijk getuigde het inderdaad niet van gepassioneerde liefde dat hij de rit naar en van het noorden niet voor haar over had. Romantiek hield in dat hij bereid was alle hindernissen te nemen om bij zijn grote liefde te zijn, ook al hadden ze weinig tijd voor elkaar. Nog niet zo heel lang geleden zou hij geen moment hebben geaarzeld. Zijn probleem was dat hij altijd degene was die water bij de wijn moest doen. Waarom verraste Sophie hem niet eens door spontaan een dagje vrij te nemen, naar huis te komen en daar de kleren van zijn smachtende lijf te rukken?

Vincent twijfelde niet over zijn gevoelens voor zijn vrouw. Hij hield onvoorwaardelijk van Sophie en miste haar meer dan hij onder woorden kon brengen. Maar was hun relatie nog wel zo rotsvast als hij een erectie kreeg bij de contouren van Ruth's borsten? Als jonge getrouwde kerel behoorde je je nageslacht toch niet dagelijks door het doucheputje te spoelen?

De auto van zijn vader stond niet voor Ruth's woning toen Vincent de straat in reed. Hij schrok. Er zou toch niets zijn gebeurd?

Een oudere wijkverpleegster liet hem binnen. "Goed nieuws," zei ze opgewekt. "De koorts van mevrouw is geweken. Maar ik moet nu snel naar mijn volgende cliënt."

Perplex staarde hij naar Ruth die rechtop in bed zat, leunend tegen een stapeltje kussens in haar rug. Het infuus zat niet meer in haar arm en ze had blijkbaar ook geen zuurstof meer nodig. Gekleed in een donkerblauwe badjas legde ze de Engelse kranten van de afgelopen dagen naast zich neer. Ze oogde fris gewassen en ook de lakens waren verschoond. Hoewel ze nog erg bleek was en een verzwakte indruk maakte, keek ze weer helder uit haar ogen. In vergelijking met gisteren was er een aanzienlijke verbetering opgetreden.

"Goeiemorgen," was alles wat Vincent op dat moment wist te bedenken.

"Of deze ochtend zo goed is weet ik niet," reageerde ze terwijl ze naar haar ongeopende post bekeek. De dikke envelop van de Engelse notaris schoof ze achteloos terzijde. "Je moeder belde dat één van je nichtjes ziek is. Sjeng is er naartoe."

"Waarschijnlijk het dochtertje van mijn jongste zus," zuchtte Vincent. "Ze heeft astma en blijft een zorgenkindje."

Ruth knikte. "Waarom pak je niet even een kop koffie voor ons tweeën? Dan kunnen we even babbelen."

Ze wijst me het gat van de deur, dacht Vincent toen hij naar de keuken liep en de luxe koffiemachine in werking zette. Hij koesterde geen illusies over zijn ongenodigde aanwezigheid in haar woning. Dat hij hier niet welkom was, was geen verrassing. Maar dat hij al zo snel het veld moest ruimen had hij niet verwacht. Het vooruitzicht bezorgde hem een wrange knoop in zijn maag. Hij wilde geen afscheid nemen, niet van Kate en Sharon, maar merkwaardig genoeg ook niet van hun moeder. Ruth fascineerde hem blijkbaar meer dan hij zelf dacht.

Waar is je professionaliteit, agent? riep hij zichzelf tot de orde. Je dient haar wensen te respecteren en afstand te houden. Hoe eerder je haar vergeet... Hij schudde zijn hoofd.
Vergeten? Hoe kon hij haar ooit vergeten? Hij redde tenslotte niet elke week iemand van de verdrinkingsdood.

Hij reikte haar de koffie aan die ze met haar linkerhand wilde aannemen, maar toen alsnog haar rechterhand gebruikte. Die gewonde arm deed nog flink pijn. Zelf schoof hij een stoel dichterbij.

"Je stuurt me weg," kwam Vincent meteen ter zake.

Hij hield er niet van om de kern heen te draaien. Vertel het maar, dan hebben we dat tenminste gehad, dacht hij.

"Begrijp me niet verkeerd, Vince. Ik heb geen hekel aan je en je hebt de afgelopen dagen meer voor ons gedaan dan van je verwacht mag worden, als ik het verhaal van Cait..." Ze haperde even. "...van Kate en Sharon mag geloven."

Heel diplomatiek. Prijs je gesprekspartner eerst om zijn goede kwaliteiten om hem vervolgens om de oren te slaan.

"Mijn meisjes spreken in superlatieven over jou en Sjeng. Nu hebben mijn dochters sowieso bewondering voor iedereen die een klontvrije pannenkoek kan bakken zonder hem te verbranden, want ik ben een ramp in de keuken. Maar de lof van mijn kids is dan ook de enige reden waarom ik niet pisnijdig ben want ik wens geen hulp. Ik hoef je niet uit te leggen waar ik heen wilde."

"Kate heeft om hulp gevraagd," onderbrak hij haar omdat haar arrogantie hem mateloos ergerde. Wie dacht ze wel dat ze was? "Dat is meer dan genoeg om te mogen ingrijpen. Je kinderen waren in paniek omdat je niet meer aanspreekbaar was. Dat je het zover hebt laten komen neem ik je bijzonder kwalijk want je had hen dit moeten besparen. Of hadden zij je uiteindelijk dood in bed moeten aantreffen?"

Ruth liet een stilte vallen. Ze knipperde een paar keer met haar oogleden. Probeerde ze haar tranen te bedwingen?

"Je hebt gelijk," fluisterde ze kleintjes. "Ik had dat moeten voorkomen en dat wilde ik ook, maar ik heb niet voorzien dat ik zó snel zó ziek zou worden dat ik daartoe niet meer in staat was. Het spijt me."

"Bied liever je kinderen excuses aan."

Vincent slurpte aan zijn koffie. Heerlijk. Ruth had voor sommige dingen een buitengewoon goede smaak.

Haar spijtbetuiging stemde hem alweer milder. Hij wilde best geloven dat ze haar dochters dit niet had willen aandoen. Ondanks alles was ze een liefhebbende moeder, daar was hij van overtuigd.

"Waarom heeft Kate geen ambulance gebeld? Waarom hebben jullie geen ambulance gebeld?"

Vincent woog zijn antwoord zorgvuldig want hij kende zogenaamd het bestaan van haar wilsverklaring niet, de brief die vermoedelijk nog onder het bed lag.

"In het belang van Kate en Sharon. Mijn vader achtte het niet wenselijk om ze opnieuw uit hun vertrouwde omgeving weg te halen. Volgens hem kon je met een beetje hulp thuis worden verpleegd zodat zij hun dagelijkse routine gewoon konden voortzetten."

Ruth reageerde niet maar ze keek hem lang en doordringend aan, alsof ze zijn leugen doorzag. Tot nu toe had hij haar steeds zwak en fragiel meegemaakt, maar nu zat opeens iemand met een sterke persoonlijkheid tegenover hem, iemand met wie rekening gehouden diende te worden. Haar uitstraling getuigde van wilskracht. Helaas gebruikte ze die wilskracht tegen zichzelf in plaats van te vechten voor zelfbehoud. 

Hij wist het nu zeker. Ruth McKean was niet de grijze muis die ze voorwendde te zijn. Maar wie was ze dan wel?

"Mag ik je meiden straks nog even gedag zeggen?"

"Nee. Ik leg het ze wel uit."

"Je bent een harde tante hè?"

Ruth schokschouderde ogenschijnlijk onbewogen. "Soms wel. Als de situatie dat vereist."

Vincent dronk zijn mok leeg, stond op en maakte aanstalten om te vertrekken maar bedacht dat dit misschien de laatste kans was om een paar prangende vragen te stellen.

"Mag ik vragen wat KODRA betekent?"

Ze keek op van de rekening die ze net uit een envelop haalde. Een klein glimlachje speelde om haar mondhoeken.

"Je bent goed op de hoogte, Sherlock. Maar mijn tattoo heeft alleen voor mij sentimentele betekenis. Verder heeft niemand er iets mee te maken."

Gezien het hartje dat bij haar tatoeage hoorde klonk dat aannemelijk. Hij besloot er niet meer woorden aan vuil te maken omdat de volgende vraag hem meer interesseerde.

"Wie is Ian?"

"Ian?" herhaalde ze verbaasd.

Als ze loog kon ze verrekte goed acteren, dacht Vincent.

"Als je ijlde noemde je zijn naam."

"Echt waar? Dan droomde ik waarschijnlijk. Er is geen Ian die een noemenswaardige rol in mijn leven speelt of speelde, als je dat soms denkt."

"Je liegt!"

In haar ogen flikkerde de verontwaardiging. "Ik laat me in mijn eigen huis niet voor leugenaar uitmaken, zeker niet door jou. Wil je alsjeblieft nu weggaan en niet meer terugkomen?"

Vincent besefte dat hij zijn kalmte moest bewaren en zijn emotie de baas moest blijven. Met boosheid of frustratie bereikte hij niks. Integendeel, ze kon hem enorm in de problemen brengen als ze een klacht tegen hem zou indienen. Hij had geleerd dat geduld en begrip beter werkten, maar zij speelde het spel beter dan hij.

"Sorry," mompelde hij ingetogen.

Hij zag dat ze langzaam onderuit zakte. Haar oogleden vielen af en toe dicht. Dat ze moe werd was niet verwonderlijk. Het zou vermoedelijk nog een aantal weken duren voordat ze volledig was hersteld. Volgens zijn vader mocht je een longontsteking niet onderschatten.

"Is dit een verhoor?" vervolgde ze met een lijzige stem. "Word ik ergens van verdacht? Want in dat geval bel ik een advocaat."

"Niet nodig," stelde hij haar gerust. "Ik stel je alleen een vraag uit persoonlijke interesse."

"Mijn man heette Brian. Waarschijnlijk heb ik zijn naam genoemd."

Hoewel de laatste drie letters overeen kwamen sprak je beide namen anders uit. Vincent wist absoluut zeker dat ze Ian had gezegd en geen Brian.

"Mis je hem?"

Ruth liet haar defensieve houding ineens los. De innerlijke pijn was van haar gezicht te lezen.

"Hem niet missen bestaat niet," prevelde ze met een afwezige blik. "Hij was de lucht in mijn longen, het bloed in mijn aderen, mijn soulmate, mijn dag en mijn nacht. Hij had geen woorden nodig om te weten wat ik voelde of dacht. Hij las me als een open boek."

Haar stem brak. Ze huilde zonder tranen.

"Zonder hem ben ik niets waard, Vince. Ik ben niet meer de vrouw die ik voorheen was. Ik heb het geprobeerd. Echt waar, voor onze meiden heb ik geprobeerd om hier opnieuw te beginnen. Maar ik kan het niet. Elke dag is een hel."

Vincent schraapte zijn keel. "Hoe lang...? Hoe lang geleden is hij overleden?"

"Overleden...? Nee..." Ze haalde een paar keer moeizaam adem. "Voor mij is hij niet dood. Hij leeft in mijn hart, in mijn gedachten en in zijn dochters. Het is soms griezelig hoe ze steeds meer op hem gaan lijken naarmate ze ouder worden."

Vincent zweeg uit respect voor haar emoties. Maar zelfs als hij iets had willen zeggen kon hij de woorden niet vinden die op dit moment gepast waren. Haar verhaal raakte hem in zijn ziel want haar verdriet was zo voelbaar dat het onmogelijk gespeeld kon zijn. Nu meende hij ook te begrijpen waarom foto's van haar man schitterden van afwezigheid. Ze had geen plaatjes uit gelukkiger tijden nodig om aan hem te denken. De kinderen zorgden ervoor dat ze hun vader niet kón vergeten, zelfs al zou ze dat willen.

"Wil je me meer over hem vertellen? Wie was hij? Wat deed hij?"

Hij had een hekel aan zichzelf omdat hij willens en wetens misbruik maakte van haar vermoeidheid. Terwijl Ruth vocht tegen de slaap hoopte hij dat ze in die toestand loslippiger zou zijn en hem iets zou vertellen over haar achtergrond. Een detail, hoe klein ook, waarmee hij een stukje van het mysterie zou kunnen achterhalen.

Maar op dat moment werd Ruth overvallen door een hoestbui waardoor ze in ademnood kwam. Vanwege haar verzwakte conditie was ze niet in staat het taaie slijm goed op te hoesten en raakten haar luchtwegen verstopt. Vincent aarzelde geen seconde en kwam onmiddellijk in actie. Hij had dit de voorgaande dagen meermaals meegemaakt en wist hoe hij haar moest helpen. Terwijl hij naast haar op het bed ging zitten trok hij haar tegen zich aan, haar rug tegen zijn borst, legde haar hoofd tegen zijn schouder en klemde een arm stevig om haar middel. Tegelijkertijd greep hij met de andere hand naar het pompje op het nachtkastje en plaatste het masker over haar neus en mond. Met een druk op de knop vernevelde hij de medicatie in haar luchtwegen.

"Breathe," zei hij omdat ze daarop beter reageerde dan Nederlands. "Breathe in... And breathe out... And again... Easy... Good girl."

Terwijl de spasmen in haar lichaam geleidelijk tot rust kwamen keek hij weer over haar schouder naar het punt dat ook de afgelopen dagen telkens zijn aandacht had getrokken. Maar in haar badjas zag haar decolleté er opeens anders uit. Er was ditmaal geen T-shirt dat hem het vrije zicht op haar boezem ontnam. Gehypnotiseerd bleef zijn blik rusten op de naakte welvingen van haar roomblanke borsten die slechts gedeeltelijk schuil gingen onder het donkerblauw van haar badjas. De opwindende gleuf ertussen wekte zijn kruis tot leven en bij de aanblik van beide dieproze tepels en omringende tepelhoven moest hij zijn overtollige kwijl haastig wegslikken. Hij kon de neiging om ze vast te pakken amper onderdrukken. Hoe zouden ze voelen in zijn handen? Wat een genot zou het zijn ze te mogen kneden, de tepels tussen zijn vingers hard te laten worden, ze met kusjes te mogen bedekken of de knopjes tussen zijn lippen te nemen en eraan te zuigen?

"Kun je het goed zien, Sherlock?" hoorde hij haar vragen toen ze de panden van haar badjas weer naar elkaar toe bracht.

Door de hoestbui was ze weer helder van geest.

Verschrikt liet hij haar los. Op heterdaad betrapt. Het schaamrood steeg naar zijn wangen en hij wist zich geen houding te geven, noch kon hij bedenken wat hij moest zeggen. Als een verlegen puber peuterde hij aan een knoopje van zijn polo, zich zeer bewust van zijn erectie die tot overmaat van ramp geen millimeter wilde wijken. Toen hij haar weer in de ogen durfde te kijken zag hij dat ze hem spottend aankeek. Haar geamuseerde lachje groeide uit tot een schaterlach die tegen de muren van de slaapkamer weerkaatste. Het liefst was hij ter plekke in de grond gezakt. Wat een vernedering.

"Ga naar huis, lieve jongen."

Het klonk alsof ze twintig jaar ouder was dan hij. Ruth reikte naar de hand die nog steeds aan het knoopje prutste en trok hem daar weg.

"Bel je beeldschone vrouw. Ga naar haar toe en maak haar gelukkig met je gezelschap. Maak jezelf gelukkig. Heb haar lief. Neuk haar in elk standje van de Kama Sutra. Elke minuut die je aan mij besteedt is verspilde tijd."

"Je gaat het opnieuw proberen, hè?"

Haar zwijgen was veelzeggender dan een ontkenning of bevestiging. Vincent voelde een steek in zijn maag. Dit kon toch niet waar zijn?

"Wie ben je?" vroeg hij. "Wat je ook verbergt, je kunt me vertrouwen. Ik zal zwijgen als het graf. Alsjeblieft, vertel het me."

"Ik vertrouw niemand," zei ze. "Maar zodra ik dood ben worden al je vragen beantwoord."

"Nee! Ik wil niet dat je sterft. Laat me je helpen. Ik..."

Traag schudde ze haar vermoeide hoofd. "Je hebt me gered maar ik ben niet te redden. Kom, geef me een kus."

Haar goede hand trok aan zijn arm. Gekweld door de gedachte dat dit wellicht de laatste keer was dat hij haar in leven zag, boog hij naar haar toe om haar een braaf kusje op de wang te geven. Maar ze overdonderde hem door hem vol op de mond te zoenen.

"Ga, Vince, ga. Vergeet me."

Met de smaak van haar lippen op de zijne en tranen die achter zijn ogen brandden, nam Vincent plaats achter het stuur van zijn auto. Roerloos bleef hij zitten. Zodra ze dood was werden al zijn vragen beantwoord, echode het in zijn hoofd. Hoe dan? Hoe kon ze weten welke vragen hij had?

Verbeten sloeg hij met beide vuisten op het dashboard. God, wat was het een kwelling om iemand alleen te moeten laten terwijl hij wist dat ze binnenkort opnieuw...

Maar wat kon hij ertegen doen? Haar arresteren? Nee. Haar gedwongen laten opsluiten in een kliniek met andere mentaal gestoorden, waar ze zoveel medicatie zou krijgen dat ze niet meer wist wie of waar ze was? Het kon maanden, zelfs jaren duren voordat ze weer werd ontslagen, overigens zonder garantie dat ze genezen was van haar doodswens. Moest hij haar dat aandoen, zo'n mooie sterke vrouw? En haar dochters dan? Kon hij hun dat aandoen?
Nee, dan kon ze beter dood zijn.

Vincent keek om zich heen. Het dooide. Hier en daar lagen nog wat hoopjes sneeuw, blubber langs de stoepranden. De wegen waren nat maar begaanbaar. Misschien moest hij eerst maar eens wat kilometers gaan rennen om zijn hoofd leeg te maken. Daarna zou hij Sophie bellen. Het was geen slecht idee om haar te neuken in alle standjes van de Kama Sutra.
Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Had Ruth dat werkelijk gezegd? Wat een moordwijf. Hij wenste dat hij haar wat beter had leren kennen. Hoe had ze hem zojuist genoemd?

Lieve jongen... Die uitspraak kwam hem zo bekend voor. En dan die spottende blik, die schaterlach... Ze liet hem aan iemand denken. Maar aan wie?

Ergens in de diepten van zijn geheugen bevond zich een vergeten herinnering die hij naar de oppervlakte van zijn brein probeerde te halen. Lang geleden. Een jonge vrouw. Blond. Maar haar gezicht kreeg hij niet helder, noch de omstandigheden of de locatie waar hij haar had gezien. Ze had hem uitgelachen en bespot, net als Ruth.

Onbewust zocht haar hand het zilveren medaillon aan het kettinkje om haar nek, maar ze greep mis. Sinds het ongeluk had ze het unieke sierraad van haar moeder niet meer gedragen. Het lag nu veilig achter slot en grendel. Daar zou het blijven tot ze haar oude leven weer kon oppakken of, meer waarschijnlijk, tot haar testament werd geopend.

© Fanny
*Volg me ook op Twitter*

 

Alle werken van: Fanny

Fijn verhaal 
+1

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen