Spoorloos 4 - Yesterday

Informatie
Geschreven door Fanny
Geplaatst op 10 juli 2017
Hoofdcategorie Spoorloos
Aantal reacties: geen
6224 woorden | Leestijd 32 minuten

29 jaar eerder: East End, Londen, voorjaar 1962

"Mam! Mama!"Een kinderfietsje werd zonder mededogen aan de kant gesmeten. Snelle kindervoeten roffelden op het tuinpad.

"Mam," hijgde de achtjarige Ruby opgewonden. "Mam, kom eens kijken. Kom kijken!"

De opvallend groene ogen, die ze met haar moeder gemeen had, keken Claire Adams stralend aan. Om haar woorden kracht bij te zetten lachte het kind haar liefste lach, waarbij een onregelmatig kindergebit zichtbaar werd. Haar voortanden, die ze nog niet zo lang geleden had gewisseld, stonden zo ver van elkaar dat ze waarschijnlijk een spleetje ertussen zou houden. Ruby was klein voor haar leeftijd. Klein en tenger, zonder twijfel het gevolg van armoede en een gebrek aan voldoende voeding. Ze was helaas niet de enige met een groeiachterstand in dit deel van Londen.

"Wat is er dan?" vroeg Claire.

"De nieuwe buren zijn er. En je raadt het nooit, mam. Ze hebben een piano! Een echte supergrote vleugel. Zo mooi! Kom dan ook kijken, dan kun je het zelf zien."

"Ik geloof je Ruby, maar ik ga echt niet kijken. Die mensen hebben het razend druk met de verhuizing en bovendien komt je vader zo meteen thuis. Over een half uurtje gaan we eten. Doe je schoenen uit en ga je wassen."

Die laatste opmerking was niet geheel overbodig. Haar gezichtje zat vol vuile vegen, haar blonde haren waren een wirwar van klitten en haar jurkje en schoenen vertoonden gras- en moddervlekken. Haar blote knieën waren geschaafd. Met de rug van haar hand wreef ze langs haar neus.

"Toe nou, mam. Héél eventjes maar."

"Geen sprake van."

"Ze spreken Iers."

"Wie?" vroeg Claire die de gedachtegang van haar dochter even niet volgde.

"Hiernaast. De nieuwe buren spreken net zo'n grappig taaltje als de O'Reily's van nummer negentien."

Claire veegde haar natte handen af aan een versleten handdoek en haalde een emmertje met enkele aardappelen tevoorschijn. Heimelijk probeerde ze een geamuseerde glimlach voor Ruby te verbergen. Ze begreep de euforie van haar enige kind wel. Ruby was dol op muziek en deed niets liever dan zingen en dansen. Haar grootste wens was een instrument leren bespelen maar het inkomen van Jim Adams kon amper in de dagelijkse behoeften voorzien. Oud brood met een beetje suiker stond vaker op het menu dan een warme maaltijd. Waar moesten ze een muziekinstrument, hoe eenvoudig ook, vandaan toveren? Van een boomtak had Jim iets gemaakt dat op een fluit leek, maar het produceerde geen noemenswaardig geluid. Ruby amuseerde zich meestal door de meest uiteenlopende voorwerpen in hun interieur als trommel te gebruiken.

Glimlachend schudde Claire haar hoofd. Toen Ruby nog een baby was had een oude Chinese vrouw op een markt haar verteld dat Ruby een bijzonder kind was. Een gelukskind, want het cijfer acht was volgens de Chinese cultuur een geluksgetal en Ruby was op acht augustus geboren. Tweemaal acht. En haar geboortejaar '53 was samen ook acht. En nu was ze acht jaar, grinnikte Claire die dit bijgeloof niet serieus nam. Vandaag was het twee mei. Dan was die piano een dag te vroeg, want morgen zou de datum weer samen acht vormen. Dit hele jaar zou Ruby's geluksjaar moeten zijn want '62 was immers ook samen acht. Ze keek naar de schamele maaltijd die ze straks op tafel zou zetten en verwenste de Chinese vrouw en haar theorie. Wat een onzin!

"Lekker, hutspot!" zei Ruby in het Nederlands met een gretige blik op de handvol slappe worteltjes die haar moeder niet schrapte, maar zorgvuldig waste om niets te hoeven weggooien. Voor de aardappelen gold hetzelfde. Alleen donkere plekjes werden uit de schil gesneden. Vlees stond niet op het menu, enkel een restje vette jus.

Onderling spraken moeder en dochter Nederlands met elkaar. In afwezigheid van haar man had Claire vanaf  Ruby's geboorte in haar eigen taal tegen haar dochtertje gesproken en spelenderwijs had het meisje zowel Engels als Nederlands leren spreken.

"Rare meid, kijk eens naar het mooie weer. Stamppotten eet je alleen als het koud is."

"Waarom?"

Daar had Claire geen pasklaar antwoord op. "Omdat het winterkost is."

"Raar hoor. Het smaakt toch hetzelfde? Of is het minder lekker als de zon schijnt?"

Haar moeder lachte hartelijk om Ruby’s kinderlijke logica. "Weet je, je hebt helemaal gelijk. Zal ik nog snel een uitje snijden?"

De uien waren eigenlijk voor de volgende dag maar Claire kon de verleiding niet weerstaan. Zoals elke moeder zou ze hemel en aarde bewegen om haar enige kind gelukkig te maken. Morgen zou ze wel zien wat ze op tafel zette. Misschien kon ze op de markt wat restjes op de kop tikken. Onwillekeurig omklemde ze het zilveren medaillon dat aan een dun kettinkje om haar hals hing. In noodgevallen kon ze altijd nog haar dierbaarste sieraad verpanden, al zou ze dat pas doen als ze echt geen andere uitweg meer zag. Ze had het medaillon, dat speciaal voor haar was gemaakt, op haar achttiende verjaardag van haar ouders gekregen. Het was het enige tastbare aandenken dat ze nog aan hen had.

"Ja!" reageerde Ruby enthousiast. "Dan dek ik de tafel."

Claire gaf het meisje een snelle kus op haar voorhoofd maar Ruby keerde zich om naar de gammele keukenkastjes om borden en bestek tevoorschijn te halen.

Natuurlijk werd tijdens het avondeten de komst van de nieuwe buren besproken. Vanuit zijn functie als onderwijzer van het lokale schooltje had Jim Adams al contact gehad met de Ierse weduwe want haar twaalfjarige zoon zou in zijn klas komen en haar dochtertje in dezelfde klas als Ruby.

Ooit was Susan O´Donoghue een gevierd violiste. Nu was ze naar de Britse hoofdstad verhuisd om muziekles te geven en hoopte daarmee in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien.

"Speelt de buurvrouw ook piano?" vroeg Ruby.

"Waarom?" vroeg Jim.

Ruby rolde even met haar ogen. "Waar hebben ze dat ding anders voor?"

"Volgens mij was de piano van de vader van het gezin maar de arme man is overleden."

"Dat is behoorlijk k... vervelend. Voor de buren dan. Maar ik kom er wel achter."

"Waarachter?"

"Wie van de buren piano speelt natuurlijk. Mag ik van tafel, mam?" Ze was al halverwege de keukendeur. "Ik ga weer buiten spelen!"

"Je bent wel om…"

"Om zeven uur thuis," riep Ruby vanuit de tuin. "Ja hoor. Tot straks!"

Claire en Jim keken elkaar aan en samen proestten ze het uit.

"Een piano," zei Jim hoofdschuddend. "Wat gaan we nu weer beleven met die kleine dondersteen?"

Intussen had Ruby er bijna niet van kunnen slapen. De vleugel van de buren beheerste haar gedachten en ze moest en zou hem van dichtbij bekijken. Die kans deed zich voor toen ze de volgende dag haar roodharige buurvrouw zag weggaan samen met haar dochtertje Eirin, het onuitstaanbare wicht dat nu in haar klas zat. Dat was fijn want dan kon ze ongestoord even buurten. Na een voorzichtige inspectie van de achterkant van het huis leek deze inderdaad verlaten. Ze besloot de gok te wagen en kroop door het gat in de heg naar de naastgelegen tuin.

Het hoekhuis had een extra aanbouw die de overige rijtjeswoningen niet hadden. De serre met de vele hoge ramen had voorheen dienst gedaan als atelier van een oude kunstenaar. Daar moest de piano staan want geen enkele andere ruimte was groot genoeg voor zo’n joekel van een instrument. En ja, nog voor ze woning was genaderd blonk hij haar al tegemoet. Met open mond duwde ze haar neusje tegen de ruit en vergat alles om zich heen. Geen wonder dat ze zich lam schrok toen er onverwacht op haar schouder werd getikt.

"Wat moet jij hier?" klonk het opeens in een Iers accent. "Je hebt hier niets te zoeken. Opzouten dus."

Ruby draaide zich om en keek naar de jongen die haar de stuipen op het lijf had gejaagd. Hij was een aantal jaren ouder dan zij. Elf of twaalf jaar, vermoedde ze, en hij bezat een krullende bos van het roodste haar dat ze ooit had gezien, onwaarschijnlijk lichtblauwe ogen en een ontelbare hoeveelheid sproeten in zijn gezicht en op zijn blote armen.

"Vind je het grappig me zo te laten schrikken, knurft?"

"Absoluut, maar ik geniet nog meer als je opgerot bent."

Ruby zette demonstratief haar handen op haar  heupen. "Poeh poeh! Wat een kapsones voor een groentje."

"Nou nog mooier. Wie staat hier onbeschoft bij andere mensen naar binnen te gluren? Heb je geen manieren geleerd, ukkie?"

"Ukkie?" Haar wangen kleurden van verontwaardiging. "Alsof jij zo groot bent, dombo. Ik heet Ruby."

"Hoe jij heet interesseert me echt geen reet."

"Nou, dan niet. Ik wil ook niet weten hoe jij heet."

"Wacht eens, jij bent van hiernaast hè?"

Ruby keek onbewust naar zijn bewegende lippen. Ze vond zijn Ierse accent zo grappig omdat het net iets anders klonk dan de Ieren die al in deze buurt woonden. Die tongval wilde ze straks ook proberen.

"Ja, nou en?"

"Mijn zusje zei al dat je een verwend nest bent. Voor deze ene keer ben ik het met haar eens."

"Moet ik nou bibberen?" Demonstratief keerde Ruby haar rug naar hem toe.

"Ik wil nog steeds dat je opsodemietert, ukkepuk. Nu meteen."

Ze maakte nog steeds geen aanstalten om aan zijn verzoek te voldoen en bleef onbeweeglijk naar het raam staan staren. Maar de piano had even zijn aantrekkingskracht verloren. Gespannen wachtte ze af hoe hij op haar weigering zou reageren, bereid om van zich af te bijten als dat nodig was. Al was hij groter en sterker, ze ging voor niemand opzij.

"Nou? Komt er nog wat van?"

Met haar neusje in de lucht negeerde Ruby hem. In de weerspiegeling van het raam zag ze zijn hand in haar richting bewegen. Net op tijd stoof ze weg en bleef een paar meter verder staan om hem uit te lachen.

"Pak me dan, als je kan," daagde ze hem uit.

In kracht kon ze de jongens niet aan maar ze was beweeglijk en snel. Ook nu. Ze zag haar Ierse buurjongen op zich af komen en weer ontsnapte ze door vliegensvlug in tegenovergestelde richting onder zijn arm door te schieten. Ze had al snel in de gaten dat hij linkshandig was en daarom koos ze vooral zijn rechterkant om aan hem te ontkomen. Omdat zij hem uitlachte maakte hij zich kwaad en zette opnieuw de achtervolging in. Lenig als een klein katje kroop ze onder een struik door. De opening was groot genoeg voor haar, maar niet voor hem.

"Klein kreng," vloekte hij toen zijn hand schrammen opliep door een rozenstruik.

"Je krijgt me lekker toch niet," grinnikte Ruby. "Geef het maar op."

"Dat zou je wel willen, hè? Maar de volhouder wint."

"De aanhouder," riep ze.

"Wat?"

"De aanhouder wint. Niet de volhouder."

"Nog een eigenwijs mormel ook. Kom hier jij!"

Het kat en muis spelletje ging nog een paar minuten door waarbij Ruby in het voordeel was omdat ze de verwilderde tuin van de buren op haar duimpje kende. In de periode dat de kunstenaar hier woonde mochten de kinderen uit de buurt er naar hartenlust spelen. Ze kende elke struik, elke steen, elke tak en maakte dankbaar gebruik van die kennis. Uiteindelijk raakten beide kinderen buiten adem en wist de jongen toch haar vestje vast te grijpen, maar Ruby ontkwam door haar armen uit de mouwen te trekken. Beteuterd bleef hij met het muisgrijze kledingstukje in zijn handen staan. Ruby lachte weer maar moest in allerijl over een lage boomtak springen omdat hij opnieuw de achtervolging inzette. Hij zag de tak te laat, kon niet meer stoppen en kwam met een harde smak ten val.

"Au!" kermde hij terwijl hij zijn handen beschermend naar zijn been bracht.

Schuifelend kwam Ruby een beetje dichterbij om de schade te bekijken. Een broekspijp vertoonde een flinke scheur. Door de opening werden, behalve een bloedende wond, nog meer sproeten zichtbaar.

"Doet het pijn?" vroeg ze zachtjes.

"Je mag één keer raden."

"Sorry."

Ze haalde een verfomfaaide zakdoek uit de zak van haar rokje en bood hem die aan.

"Heb je geen schone?" vroeg de jongen.

"Deze is maar één keer gebruikt."

Plotseling begon de jongen onbedaarlijk te lachen. Hij krabbelde overeind en klopte het zand van zijn handen en kleren. Ruby raapte haar vestje van de grond en vroeg zich af wat er zo grappig was.

"Wat een giller," mompelde hij binnensmonds. "Gevloerd door een kleuter."

"Ik ben geen kleuter! Ik ben al acht."

"Zo zo, ben jij al acht?"

Met een spottend lachje om zijn lippen keek hij haar aan. Ze keek brutaal terug.

"Toch niet zo'n volhouder, hè?"

"Aanhouder," corrigeerde hij.

Nu lachten ze allebei.

"Moest jij niet met je moeder mee, Kian? Zo heet je toch?"

"Hoe weet je dat?"

"Dat vertelde je zusje. Ze heeft een bloedhekel aan je, zei ze."

Even verscheen een schaduw op het gezicht van de jongen. "Mooi, dat is geheel wederzijds."

 

Zijn lach verdween en zijn ogen werden ernstig maar Ruby ontweek zijn blik niet.

"Omdat ik het blijkbaar niet van je kan winnen kan ik maar beter vrede sluiten," zei hij onverwacht vriendelijk en reikte haar zijn rechterhand. "Ik ben dus Kian."

Aarzelend schudde ze zijn hand. Was dit een trucje om haar te pakken of meende hij het echt?

"Wat kwam je eigenlijk doen?" Hij gebaarde met zijn hoofd in de richting van het voormalige atelier. "Speel je piano?"

"Wie...? Ik...? Nee, was het maar waar. Ik wilde hem alleen van dichtbij bekijken."

"Is het geen beter idee om gewoon aan te kloppen en het te vragen?"

Ruby was perplex. "Mag dat dan?"

"Kom mee, kleintje."  

"Ik heet Ruby!"

"Kom mee, meisje," reageerde hij op plagende toon. "Of ga je beweren nu dat je geen meisje bent?"

Ruby gaf de strijd op omdat Kian de achterdeur opende en haar voorging.

"Wow," fluisterde Ruby terwijl ze met ontzag om de Steinway & Sons heen liep. De vleugel was nog groter dan ze zich had voorgesteld. En nog eens: "Wow."

Intussen zocht Kian in een paar verhuisdozen naar een pleister of iets anders waarmee hij zijn bloedende knie kon verbinden. Bij gebrek aan beter bond hij een theedoek om zijn been.

"Mijn moeder zal wel weer blij met me zijn," verzuchtte hij cynisch.

Daarna opende Kian de kleppen van de vleugel en liet zijn vingertoppen op enkele toetsen neerkomen. De klanken vulden de ruimte. Ruby vond het prachtig maar hij trok een bedenkelijk gezicht.

"Die moet nodig worden gestemd. Nou ja, Ruby, je mag het wel even proberen als je geen koppijn krijgt van de herrie."

Het meisje aarzelde bij het zien van zoveel witte en zwarte toetsen. "Ja, maarre… ik weet niet hoe."

Besluiteloos keek Kian naar het enorme instrument. "Ik speel liever gitaar. De vleugel... Ik heb niet meer gespeeld sinds... Maar goed, ik doe het wel even voor."

Enkele tellen later zat ze tussen Kian's knieën op de pianokruk en legde ze op zijn verzoek haar vingers op de zijne. Na een lichte aarzeling hamerde hij even later routineus op de toetsen alsof hij dat dagelijks deed. Eerst enkele eenvoudige deuntjes die Ruby vervolgens probeerde na te spelen met rode koontjes op haar wangen en het puntje van haar tong tussen haar tanden van inspanning. Dat het niet zo zuiver klonk stoorde haar niet. Het werd nog beter toen Kian een paar bekende hits speelde die ze samen luidkeels meezongen.

Toen Ruby uren later weer naar huis ging zweefde ze met haar hoofd in de wolken want ze had het eerste simpele melodietje al onder de knie.

Wat beide kinderen niet wisten was dat Susan en Eirin intussen thuiskwamen. Susan stuurde haar dochter met een smoesje naar de keuken terwijl ze zelf aan de andere kant van de tussendeur bleef staan en hoorde wat zich in de muziekkamer afspeelde. Tranen van emotie stroomden over haar wangen. Dat Kian piano speelde gaf haar weer hoop. Hoe lang was het geleden dat ze hem voor het laatst had horen lachen, spelen of zingen?

Nadat zijn vader drie jaar geleden was verongelukt had de jongen zich van alles en iedereen afgezonderd. Hij werd stil en in zichzelf gekeerd, wilde nergens meer aan deelnemen en spijbelde vaker van school dan hij lessen bijwoonde. Zijn moeder had het een tijdje aangekeken, wetende dat het verlies van haar man hun hele gezinsleven had ontwricht. Kian toonde geen zichtbaar verdriet maar reageerde als een boos en dwarsliggend jongetje dat alles wat op zijn pad kwam verwenste. Niets deugde meer. De vleugel van zijn vader raakte hij niet meer aan. Het was zijn manier om te rouwen en iedereen was ervan overtuigd dat hij na verloop van tijd wel weer tot inkeer zou komen.

Maar niets was minder waar. Kian werd van kwaad tot erger. Hij kreeg foute vrienden, sloot zich aan bij een jeugdbende en maakte zich schuldig aan bijna alles wat hij op die leeftijd aan wetten kon overtreden; van vandalisme en winkeldiefstal tot inbraak en brandstichting.

Susan wist niet hoe ze het tij kon keren. Ze had alles geprobeerd wat in haar vermogen lag om tot haar zoon door te dringen. Aanvankelijk had ze zich geduldig en begripvol opgesteld, maar toen dat geen effect bleek te hebben was ze vooral heel nijdig geworden. Alsof zij en Eirin geen verdriet hadden! Kian was goddomme niet de enige die zijn vader miste. Ze legde hem strikte gedragregels op en dreigde hem uit huis te plaatsen als hij niet bereid was zich aan te passen.

"Dat moet je dan maar doen," was Kian's enige reactie en was niet voor rede vatbaar.

Ten einde raad had ze professionele hulp gezocht, niet alleen voor haar zoon maar ook voor Eirin en zichzelf. Het hielp haar tot een paar inzichten te komen maar de jongen bleef hardnekkig elke vorm van hulp afwijzen en weigerde mee te werken.

Tenslotte zag Susan nog maar één uitweg; Kian voorgoed uit zijn vertrouwde omgeving en bij zijn ontspoorde vrienden weghalen. Weg uit het huisje dat uitzicht bood op de kliffen waar zijn vader de macht over het stuur verloor na een avondje stappen met teveel Guinness en Ierse whiskey achter de kiezen. Dichtbij huis vloog hij uit de bocht en stortte in zee. Pas toen het de volgende dag licht werd, werd het autowrak met zijn ontzielde lichaam gevonden.

Eigenlijk had Susan nooit de bedoeling gehad om naar Engeland te verhuizen en al helemaal niet naar Londen. Er was niets in deze metropool wat haar aansprak. Zoals de meeste Ieren zag ze de Britten als de voormalige vijandige bezetters van haar geliefde vaderland. Maar het aanbod om hier aan het conservatorium les te geven was zomaar uit de lucht komen vallen. Het bood een stukje financiële zekerheid dat ze in haar eigen land niet kon krijgen, al kon ze zich met het geboden salaris ook niet bepaald rijk rekenen. Deze hoekwoning in een achterstandsbuurt was evenmin waar ze op gehoopt had, maar een stad als Londen was nu eenmaal niet te vergelijken met het Ierse platteland. Wonen was hier duur maar wellicht deed zich in de nabije toekomst nog een andere kans voor.

Heel voorzichtig duwde Susan de deur van de muziekkamer op een kier. Met verbazing keek ze naar het goedlachse blonde meisje dat verwoede pogingen deed om Kian's uitleg in de praktijk te brengen. Als ze nooit eerder piano had gespeeld deed ze het helemaal niet slecht. Wat haar echter meer intrigeerde was dat ze in haar zoon weer een stukje herkende van de spontane jongen die hij ooit was. Ze sloot haar ogen en deed een schietgebedje. Als het toch eens waar was, dacht ze. Als het toch eens waar was dat dit kind de gave had om Kian's bevroren hart te ontdooien. Was zij het engeltje waar ze al zo lang om bad?

<> <> <> 

 

Vier jaar later, East End, februari 1966

"Hoi mam, ik ben thuis!"

Op de deurmat stampte Ruby de sneeuw van haar laarzen en deed haar jas uit. Haar wangen waren vuurrood van de ijzige kou.

"Mam, waar zit je?" riep ze nog eens toen ze haar moeder niet beneden aantrof.

Ze wachtte niet op antwoord maar rende met twee treden tegelijk naar boven. Daar vond ze Claire slapend in een versleten luie stoel in het toekomstige babykamertje.

"Ben je er al?" geeuwde Claire slaapdronken. "Hoe was het op school, liefje?"

"Koud. Er was te weinig hout voor de kachel. De meester wil dat we morgen allemaal een houtblok van thuis meenemen."

"Alsof het hout voor het oprapen ligt," mompelde Claire.

Twaalf jaar na Ruby’s geboorte rekenden Jim en Claire niet meer op gezinsuitbreiding maar de wonderen waren de wereld niet uit. Dit nakomertje werd in het gezin verwelkomd als een laat cadeautje maar leverde ook kopzorgen op. Een extra mondje moest ook eten.

Ruby smolt met de toppen van haar vingers een kijkgaatje in de ijsbloemen op het vensterglas. Een druppel smeltwater gleed via haar hand in de mouw van haar trui. Buiten gooide een groepje kinderen met sneeuwballen. Verderop in de straat probeerde iemand tevergeefs een gammele Ford aan de praat te krijgen.

"Heb je veel huiswerk?" vroeg Claire.

"Valt wel mee. O ja, ik ga straks nog even naar Kian. Ik mag zijn gitaar lenen voor de toneelvoorstelling op school."

Claire glimlachte geamuseerd. Als iemand ook maar naar zijn nieuwe gitaar wees raakte Kian al in de stress maar voor Ruby maakte hij een uitzondering. Van haar verdroeg hij alles. Dat hij door zijn stoere vrienden soms werd nagewezen en uitgelachen vanwege zijn vriendschap met een veel jonger meisje deerde hem niet. Hij was als een soort grote broer voor haar, meer nog dan voor zijn eigen zusje Eirin.

"Hoe is het eigenlijk met het bandje van Kian en Ravish?"

De uit India afkomstige Ravish Singh was al jaren Kian's boezemvriend. Hij speelde drums en de beide vrienden probeerden nu een amateurbandje samen te stellen.

"Het begint eindelijk ergens op te lijken," antwoordde Ruby enthousiast. "Er hebben zich twee broers uit Whitechapel gemeld op de oproep, Mitch en Dave Rodenbach. Twee knappe blonde gozers. En nog belangrijker, ze zijn bijzonder muzikaal. Omdat Kian de beste zangstem heeft wordt hij waarschijnlijk de leadzanger. Had ik al verteld dat de broertjes oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komen? Een Engelse band met allemaal verschillende nationaliteiten, vind je dat niet grappig? Ze zoeken alleen nog een geschikte naam. Een naam die symboliseert dat ze over een paar jaar bij de wereldtop willen horen. Wie het weet mag het zeggen."

Claire hoorde Ruby’s spraakwaterval geduldig aan. Als het over muziek ging was ze niet te stoppen.

"De top van de wereld? Is dat niet de Mount Everest?"

Ruby rolde met haar ogen. "Mam! Je kunt een rockband toch niet naar een berg noemen?"

"Waarom niet? De Everest is een enorme 'rock' en het is de hoogste bergtop ter wereld. Ik vind het juist erg symbolisch."

Nog geen vierentwintig uur later stortte Ruby’s onbezorgde leventje als een kaartenhuis in elkaar.

Kian wist van niets toen hij ’s avonds na zijn werk als leerling automonteur moe, vuil en hongerig over de drempel stapte. Zijn intuïtie vertelde hem echter onmiddellijk dat er iets mis was. Het was ijzingwekkend stil in huis. Er kwamen geen gillende meidenstemmen uit de kamer van Eirin, geen radiomuziek uit de woonkamer, geen piano- of vioolklanken uit de muziekkamer, geen gerammel met potten en pannen uit de keuken.

Hij trapte zijn schoenen uit en vond zijn moeder in tranen aan de eetkamertafel, haar ogen gezwollen, rode vlekken in haar gezicht. Een vaag gevoel van herkenning bekroop hem, maar hij kon niet meteen plaatsen waar of wanneer hij dit naargeestige sfeertje eerder had ervaren.

"O Kian, het is zo erg… Het is echt verschrikkelijk."

"Wat, moeder? Wat is er gebeurd?"

"Claire is dood," snikte ze.

"Wie?" Zijn oren hadden de boodschap wel verstaan maar zijn hersens weigerden het te begrijpen.

"Claire."

"Nee...!"

Het leek alsof de bodem onder zijn voeten werd weggeslagen. Hij voelde hoe het bloed uit zijn gezicht week. Dit kon niet waar zijn. Niet Claire. Ze was nog zo jong, veel jonger dan zijn eigen moeder. Hoe kon zoiets gebeuren? Zo plotseling?

"Onmogelijk," was alles wat hij op dat moment kon uitbrengen. "Ik heb haar gisteren nog gezien toen ik ging werken..."

De uitleg van zijn moeder ging grotendeels aan hem voorbij. Iets over een hersenbloeding en coma. Zijn brein probeerde de betekenis van deze onheilstijding te bevatten.

"En de baby?" vroeg hij.

"Een jongetje. Ze hebben hem nog net kunnen redden."

Na het eerste gevoel van ontzetting werd Kian overspoeld door een golf van immense woede. Hij balde zijn vuisten, klemde zijn kaken op elkaar, schopte tegen de tafel en vervolgens tegen een stoel die met veel kabaal op de houten vloer terechtkwam. Hij bezeerde zijn voet, maar de pijn drong nauwelijks tot hem door.

"Ssst!" maande Susan. "Rustig. Ruby zit hiernaast in de muziekkamer. Ze wilde even alleen zijn."

Ruby! Kian kreeg een hartverzakking toen hij besefte welke tragedie zijn buurmeisje was overkomen. Grote goden! Hij beende met grote stappen naar de tussendeur. Wilde ze alleen zijn? No way!

Zijn hart bak in duizend stukken toen hij haar kleine gestalte achter die grote vleugel zag zitten. Het loshangende blonde haar, dat ongewoon netjes was voor dit tijdstip van de dag, bedekte haar schouders en een gedeelte van haar gezicht. Met haar linkerhand ondersteunde ze haar hoofd. Haar rechterhand lag op de toetsen, maar ze speelde niet. Af en toe drukte ze een enkele toets in die dan een klaaglijk "ping" liet horen.

"Hey," begroette ze hem.

Ze zag een beetje pips, maar geen spoor van tranen of verdriet. Hij liep langzaam naar haar toe. Zijn blik zocht haar ogen. Groene poelen vol verbijstering keken hem aan.

"Meisje," stamelde hij schor. "Fuck! Ik weet niet wat ik moet zeggen."

Hij volgde het kettinkje om haar hals en stelde met een schok vast dat Ruby het zilveren medaillon van Claire droeg. Daar hoorde het niet. Hij had het nooit ergens anders gezien dan om de nek van zijn buurvrouw. Ze droeg het elke dag. Het was een unieke hanger, had ze hem ooit verteld. Er bestond geen tweede van.

"Ik heb een broertje," zei Ruby zacht. "Hij heet Chris. Hij is zo lief en klein met donkere haartjes en ongelooflijk kleine nageltjes. Tien teentjes en tien vingertjes. Ik mocht hem van de zuster vasthouden. Hij ziet er zo grappig uit als hij gaapt en gekke bekken trekt. Je moet een keer meegaan naar het ziekenhuis."

"Doen we," zei Kian toonloos.

Het was bizar. Ruby had haar moeder verloren maar ze sprak enkel over de baby. Hij moest al zijn zelfbeheersing bewaren om haar niet stevig bij de smalle schouders te pakken en haar door elkaar te rammelen. Je moeder is dood, zou hij tegen haar willen schreeuwen. Word wakker en zie de realiteit onder ogen!

Maar hij wist dat het daarvoor nog te vroeg was. De wond was nog te vers. Als geen ander herinnerde hij zich de tijdelijke roes waarin hij leefde toen zijn vader net was overleden. Misschien was dit wel een natuurlijke reactie van de geest op zulke ingrijpende gebeurtenissen. Een soort zelfbescherming. Het leven om je heen speelde zich af als een slechte film waar je van een afstandje naar keek, maar waar je niet zelf aan deelnam. Je zag wat er gebeurde. Je begreep het ook, maar het leek over andere mensen te gaan. Niet over jou. Een onechte werkelijkheid waarvan je de betekenis niet volledig kon bevatten. In die gemoedstoestand zou het je niet eens verbazen als de overledene ineens weer voor je stond alsof er niets was gebeurd. Je zou het zelfs heel normaal vinden. Tot het onvermijdelijke moment dat die onwezenlijke waas opeens genadeloos van je afviel en de waarheid als een enorme dreun in je gezicht sloeg. Leven en dood kenden geen medelijden, ook niet als je een twaalfjarig meisje was.

"Wil je iets drinken?"

"Nee, dank je."

"Iets eten?"

Weer schudde Ruby haar hoofd. "Ik heb geen trek."

Kian voelde zich machteloos. Het was gewoon niet eerlijk. Waarom Claire? Een moeder hoorde bij haar kinderen. Was er dan geen god die dit kon voorkomen? Hij liep naar de kleine transistorradio in een hoek van de muziekkamer en zocht een zender op met rustige muziek. Het ding piepte en kraakte maar de onaangename stilte benauwde hem. Hoewel hij zijn werkkleding nog aan had en naar motorolie en zweet stonk, ging hij toch bij Ruby op de pianokruk zitten. Maar wat speelde je in deze situatie? Iets vrolijks? Iets treurigs? Of juist helemaal niks? Hij besloot de liedjes van de radio te volgen en een beetje te improviseren.

Na een kwartiertje gaf hij het op. Ruby had haar hoofdje tegen zijn schouder gelegd. Op zijn beurt drukte hij een kus op haar haren en sloeg hij zijn beide armen om haar heen alsof hij haar wilde beschermen tegen dit onvoorstelbare onrecht. Haar leven bestond vanaf nu uit twee delen, het deel voor haar moeder stierf en dat erna.

Kian sloot zijn armen nog iets steviger om Ruby. Het kind was zo smal dat hij haar amper voelde. Tot nu toe had hij haar nooit op deze manier vastgehouden want hun vriendschap was hoofdzakelijk gebaseerd op hun gezamenlijk passie voor muziek. Toch was hij op een speciale manier aan zijn buurmeisje verknocht. Het was mede te danken aan de eenvoud waarmee ze in het leven stond dat hij weer op het rechte pad terechtkwam. Dat was bepaald niet vanzelf gegaan want hij woonde nu in een stadsdeel waar criminaliteit en prostitutie op elke hoek van de straat dagelijkse praktijk waren en zich afzetten tegen de gevestigde orde was zijn levensstijl geworden. Nee, hij was tijdens zijn eerste jaar in East End nog regelmatig in de fout gegaan, tot grote frustratie van zijn moeder. Maar Ruby had nooit over hem geoordeeld of hem terechtgewezen. Het enige wat ze vroeg als hij haar bekende dat hij zich weer eens in de nesten had gewerkt, was: "Waarom?"

Op die vraag wist hij eigenlijk geen antwoord en dat zette hem aan het denken. Waarom deed hij zulke dingen als dat alleen maar ellende opleverde? Wilde hij diep in zijn hart niet gewoon aardig worden gevonden? Snakte hij niet naar de liefde van zijn moeder in plaats van de afkeuring en groeiende hekel die hij in haar ogen las als de politie weer op de stoep stond?

"Als je iets fout wil doen moet je er wel voor zorgen dat je niet gepakt kan worden," had Ruby een keer tegen hem gezegd.

Tja, alsof dat zo makkelijk was in een dichtbevolkte buurt waar iedereen op iedereen lette en meer mensen in het donker leefden dan overdag. Misschien was het eenvoudiger om op de gebaande paden te blijven zodat hij zich niet schuldig hoefde te voelen over de gesmoorde tranen die hij zijn moeder 's nachts hoorde huilen.

In Kian's hoofd ging een knop om, al was het veel moeilijker dan hij dacht om de negatieve cirkel te doorbreken. Hij ging weer naar school en haalde met hulp van meester Adams zijn achterstand in. Op moeilijke momenten pakte hij zijn gitaar of gaf Ruby een extra lesje pianospelen. Na schooltijd maakte hij zich nuttig door boodschappen te doen of zijn moeder te helpen met het eten voorbereiden. Hij ontdekte dat hij koken leuk vond, al waren de middelen beperkt. Langzaam maar zeker herwon hij het vertrouwen van de mensen om hem heen. De verstandhouding met zijn moeder en zusje verbeterde en dat sterkte hem in zijn voornemen om de ingeslagen weg te blijven volgen. Voor het eerst sinds jaren voelde hij zich weer blij en gelukkig.

Kian was nu zestien en sinds kort had hij af en toe een vriendinnetje met wie hij op liefdesgebied experimenteerde. Een beetje tongzoenen, een beetje aan elkaar voelen en een enkele keer ging het verder. Seks was fantastisch, de beste uitvinding ooit. Eigenlijk had hij over een uur een afspraakje met een mooi meisje dat, als hij geluk had, voor hem uit de kleren ging. Maar Ruby's welzijn was op dit moment veel belangrijker dan alle mooie meisjes op deze planeet. Hij voelde een sterke behoefte om haar te troosten en te beschermen tegen de grote boze wereld die binnenkort zijn intrede zou doen in haar leventje. Hij wist wat haar wachtte. Hij kende het grote zwarte gapende gat waarin ze onherroepelijk zou vallen. Maar hoe diep dat gat ook zou zijn, hij zou haar er weer uithalen.

Haar ogen lichtten even op. "Ik moet je nog iets vertellen. Weet je wat mama gisteren zei?"

"Nee."

"Dat je de band naar de hoogste berg moet noemen. De Mount Everest."

"Mount Everest?" Kian liet die naam even door zijn gedachten gaan. "Everest! Je moeder is brilj..."

Claire was briljant, corrigeerde hij zichzelf stilzwijgend. O mijn god!

Claire werd op een doordeweekse dag begraven. Kian zag het allemaal met gemengde gevoelens aan. Zijn keel snoerde dicht toen vader en dochter achter de kist de kerk in liepen. Jim was een gebroken man met dikke rood omrande ogen. Ook nu hield hij het niet droog. Ruby gaf daarentegen geen krimp. Ze had nog geen traan gelaten om haar moeder en leek nog steeds in trance. Hoe lang zou ze zich nog groot houden vroeg Kian zich bezorgd af. Hoe langer het duurde, hoe heftiger haar breekpunt zou worden.

De afgelopen dagen had Ruby zich helemaal op haar broertje gestort. Omdat niemand van haar verlangde dat ze naar school ging bracht ze vele uren door in het ziekenhuis, waar de baby nog werd verpleegd. Kian was een keer met haar mee gegaan en was er getuige van hoe zijn buurmeisje als vanzelfsprekend bezig was Claire's taak over te nemen terwijl Jim zich amper om zijn pasgeboren zoontje bekommerde. Als niemand ingreep en Jim geen verantwoordelijkheid nam als vader, zou Ruby straks voor Chris zorgen als hij naar huis mocht. Wie zou het anders moeten doen?

Met bloedend hart keek Kian toe hoe Ruby zich ontpopte als een klein moedertje. Het raakte hem tot het diepst van zijn ziel dat ze genoodzaakt was razendsnel volwassen te worden. Ben ik de enige die beseft dat haar jeugd voorbij is, vroeg hij zich af.

Na de begrafenis werd Jim gedwongen na te denken over de toekomst van zijn kinderen. Hij kon niet thuis op de bank blijven zitten. Er moest brood op de plank komen en Ruby moest ook weer naar school. Maar wie zorgde dan voor de baby?

"Adoptie?" herhaalde Ruby zijn laatste woorden. "Dat meen je niet!"

Jim zat aan de keukentafel. Hij roerde in de thee die zijn dochter net had gezet. Zelf stond ze te strijken. Binnen een week leek ze jaren ouder te zijn geworden. Haar kille verwijtende blik trof hem als een pistoolschot. Hij las het afgrijzen van haar gezicht. Ze had dezelfde groene ogen als Claire en bij die aanblik barstte hij bijna weer in tranen uit.

"Je geeft je eigen kind toch niet zomaar weg? Mama’s baby! Wat zou zij hiervan zeggen?"

Gepijnigd kromp Jim in elkaar. Hij een dergelijke reactie wel verwacht. Natuurlijk zou Claire dit nooit hebben gewild maar zijn vrouw was er niet meer. Gezien de situatie had hij weinig keus.

"Liefje, ik heb geen geld voor een gezinshulp. Het ziekenhuis en de begrafenis hebben een vermogen gekost. We zitten diep in de schulden. Je moet ook aan het belang van de baby denken."

"Ik denk aan niets anders. Zoals het nu gaat is het toch goed? Ik zorg voor Chrisje."

Ze maakte keurige stapeltjes van het gestreken wasgoed.

"Maar je bent nog veel te jong voor die verantwoordelijkheid."

"Zo moeilijk is het niet. Hij slaapt, hij drinkt, hij poept, hij groeit. Alles gaat prima."

"Maar je moet weer naar school."

"Waarom? Jij bent de meester. Je kunt me thuis lesgeven. Of bezorg me een paar schoolboeken, dan leer ik het mezelf wel."

Begreep ze hem niet of wilde ze hem niet begrijpen? Jim ergerde zich aan de nuchtere logica van zijn dochter. Ze deed alsof het niets voorstelde. Hij opende zijn mond maar kreeg de naam van zijn zoontje nog steeds niet over zijn lippen.

"Je broertje blijft geen baby. Hij wordt ouder en..."

"En ik blijf geen twaalf... Ik leer het allemaal wel, pap. En als ik iets wil weten of hulp nodig heb, dan wonen in deze straat minstens honderd ervaren moeders."

Haar argumenten leken zo simpel en logisch. Of deed hij zo moeilijk? Lag het aan zijn eigen verlammende verdriet waarom hij de verbale strijd met Ruby verloor? Of was ze hem gewoon de baas?

Jim slurpte even aan zijn thee. Die was lauw.

"Het gaat niet, liefje. Het gebeurt zoals ik heb besloten."

"Goed." Met een harde klap zette Ruby het strijkijzer op een rooster om af te koelen. "Zoek dan maar een gezin die mij erbij wil hebben. Als Chrisje weg moet, ga ik met hem mee."

Ze pakte de wasmand en ging ermee naar boven.

Het theelepeltje glipte uit Jim's hand en kletterde op de keukenvloer. Was dit hetzelfde lieve kind dat twee maanden geleden nog liedjes had gezongen onder de kerstboom? Dat met rode wangen naar het vuurwerk had gekeken? Hetzelfde kind dat elk hart veroverde met haar vrolijke lach en haar opgewekte karakter? Dit gezin was niet alleen een moeder kwijt. Er was nog meer verloren gegaan.

© Fanny

 

Alle verhalen van: Fanny

Fijn verhaal 
+1

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen