Spoorloos 11 - Desire

Informatie
Geschreven door Fanny
Geplaatst op 09 maart 2020
Hoofdcategorie Spoorloos
Aantal reacties: 2
7320 woorden | Leestijd 37 minuten

Desire

(U2 - 1988)



“Migraine,” was het excuus dat Sjeng gebruikte om Ruth’s afwezigheid te verklaren. Hij had haar zojuist naar haar kamer gebracht zodat ze even kon bijkomen.

“Had je daar anderhalf uur voor nodig?” vroeg Yvonne ietwat ongelovig.

“Nee, maar de rest valt onder mijn beroepsgeheim.”

Het hele gezin had zich hardop afgevraagd wat er in hemelsnaam aan de hand kon zijn toen Sjeng zich met Ruth had opgesloten in zijn studeerkamer en uitgebreid de tijd voor haar nam. Het was niet zijn gewoonte om een familiefeestje zo langdurig te onderbreken zonder aannemelijke verklaring. Vincent kwam al snel tot de conclusie dat er meer gaande was, want zijn vader nam niet meer actief deel aan een gesprek en leek met zijn gedachten mijlenver weg. Hij staarde telkens peinzend voor zich uit zonder veel acht te slaan op zijn kleinkinderen die om zijn aandacht bedelden.

“Vertel,” zei Vincent toen hij Sjeng naar de tuin was gevolgd.

Zijn vader leunde tegen de blinde muur van de garage en nipte aan zijn glas cognac zonder oogcontact te maken. Hij observeerde Kate en Sharon die lachend en gillend capriolen uithaalden op een trampoline.

“Je hebt me gehoord. Ik heb Ruth mijn geheimhouding beloofd.”

“Heb je haar mysterie ontrafeld?”

Sjeng knikte bedachtzaam. “In grote lijnen heeft ze me één en ander verteld. Ik weet wie ze is, wat ze voorheen was en wat KODRA betekent.”

“En?” Vincent kon zich niet herinneren ooit zo nieuwsgierig te zijn geweest.

“Hoeveel tegenslag en domme pech kan een mens in korte tijd verwerken? Menigeen zou voor minder een eind aan zijn leven maken.”

Dat was niet het antwoord waar Vincent op hoopte. Hij hield zijn adem in en wachtte, maar zijn vader zweeg. “Je kunt er toch wel iets meer over zeggen?” probeerde hij.

“Nee. Ik herhaal mezelf niet graag, dat weet je.” Sjeng wees naar Kate en Sharon. “Zie je die twee meiden? Vind je dat ze net zo zorgeloos en vrolijk zijn als andere kinderen van die leeftijd?”

“Ja, ik denk het wel.”

“Als we dat zo willen houden, stel je Ruth vanaf nu geen persoonlijke vragen meer. Ga niet wroeten in haar verleden, want je kunt de gevolgen niet overzien. Niet alleen zij, maar ook haar kinderen worden er onherroepelijk de dupe van. En dat willen we niet, toch?”

“Nee, natuurlijk niet,” zei Vincent, die nu echt niet meer begreep wat er speelde. Maar als zijn vader zoiets van hem verlangde, zou hij er zeker een goede reden voor hebben.

“Hoe sta jij eigenlijk ten opzichte van Ruth?”

Vincent antwoordde niet meteen. “Hoezo?”

“Jullie draaien om elkaar heen als twee krolse katten die nog niet weten of ze elkaar wel of niet aardig vinden. Het begint nu ook anderen op te vallen… Ben je verliefd?”

Vincent rolde met zijn ogen. “Ik ben getrouwd, weet je nog?”

“Het één sluit het andere niet uit. Geef gewoon antwoord.”

“Als ze niet van bruggen springt kan ik het meestal prima met haar vinden, maar van verliefdheid is geen sprake.”

“Je krijgt geen jeuk in je ballen als je naar haar kijkt?”

“Pa, alsjeblieft! Ik stel jou toch ook geen vragen over je seksleven?”

“Aan mijn seksleven mankeert niks. Aan dat van jou wel want Sophie schittert doorgaans van afwezigheid. De laatste tijd zie je Ruth vaker dan je vrouw en ik heb de indruk dat jullie elkaar wel aantrekkelijk vinden.”

Vincent ontweek de opmerkzame blik van zijn vader. “Ik vind haar zo volkomen anders dan andere vrouwen. Ze maakt zich niet druk over een gebroken vingernagel of een puistje op haar kin, durft zich zonder make-up te vertonen en smeert zonder blikken of blozen een dikke laag roomboter op haar brood. Soms lijkt ze kwetsbaar en dan opeens weer ongenaakbaar. Ze is slim, ze is stoer… Maar ondoorgrondelijk.”

“Niets is zo verleidelijk als een onbereikbare vrouw, niet?”

Vincent glimlachte. “Misschien is het dat. Tot zekere hoogte spreekt ze wel tot mijn verbeelding, maar dat komt vooral omdat ze omgeven is met raadsels.”

“Als je die rolstoel even vergeet, is ze best een leuke meid. Toch?”

“Wat wil je nou eigenlijk, pa? Wat wil je horen?”

“Dat je haar best eens zou willen neuken.”

“Wat…?!”

“Waar of niet?”

Vincent voelde het bloed naar zijn wangen stijgen. Het leek alsof hij weer vijftien was en door zijn vader werd betrapt bij het masturberen. “Het is slechts fantasie. Ik zweer het je.”

“Dat is nou net het probleem. Je fantasie gaat een eigen leven leiden. Een onschuldige flirt groeit uit tot een fascinatie. Je denkt dat je geilste dromen waarheid worden als je ooit met haar tussen de lakens belandt, maar de realiteit valt meestal tegen.”

Vincent liet een stilte vallen. Had hij dit nou goed gehoord? “Wil je nou zeggen dat ik vreemd moet gaan? Met Ruth…? Tjezus! Je bent mijn vader! Je behoort me voor dergelijke fouten te behoeden in plaats van advocaat van de duivel te spelen.”

Sjeng grinnikte jongensachtig. “Je weet wat ze zeggen: de enige manier om van een verleiding af te komen, is eraan toegeven.”

Het duurde even voordat de betekenis van die uitspraak tot Vincent doordrong. Verbijsterd keek hij zijn vader aan. “Maar als… Stel nou… Stel dat het niet tegenvalt?”

“Dan heb je een probleem.”

<> <> <>

“Mam?”

Ruth zag Kate in de deuropening van de slaapkamer staan. “Wat is er, meisje?”

“Mag ik bij je komen?”

“Natuurlijk.”

“Hey Blondie, jij ook hier?” Kate gaf de hond een aai over zijn kop.

Ruth schoof een eindje op zodat haar dochter naast haar kon liggen. Ze legde een arm om de smalle schouders van het kind en trok haar knus tegen zich aan. Het verbaasde haar dat Kate dit toeliet want de laatste tijd was ze niet meer zo knuffelig met haar moeder. Ze wordt veel te snel groot, dacht Ruth weemoedig. Het meisje was haar kindertijd ontgroeid. Er groeiden haartjes op plekken waar haar huid nog niet zo lang geleden kaal was. Ze begon opeens vrouwelijke vormen te krijgen; kleine kussentjes ontwikkelden zich onder haar tepels. Kate was vorige week voor het eerst ongesteld geworden, een mijlpaal die ze samen bij McDonalds hadden gevierd met cola en hamburgers. Niet Ruth’s opvatting van verantwoorde voeding, maar Kate had het samenzweerderige ‘vrouwen onder elkaar’ uitje geweldig gevonden.

Het was een kwestie van tijd voor haar eerste vriendje zich aandiende, besefte Ruth. De eerste verliefdheid, de eerste kus, het eerste orgasme, de eerste keer seks… Haar dochter zou die stappen alleen zetten, zonder medeweten of goedkeuring van haar moeder. Ruth kon niet anders dan de natuur haar gang laten gaan en vurig hopen dat Kate een gezond verstand en goede smaak had, en een lieve jongen zou kiezen om het liefdespad te verkennen. Maar ze hield haar hart vast als ze aan haar eigen tienerjaren dacht. Als haar kinderen zich ook maar enigszins zouden gedragen zoals zij destijds, was alles wat ze tot nu toe met haar meiden te stellen had gehad, slechts kinderspel.

“Je hebt gehuild. Ben je ziek, mam?”

Ruth antwoordde op fluistertoon. “Nee, niet ziek, maar ik ben wel erg geschrokken en in de war. Het gesprek aan tafel liep nogal uit de hand. Amber blijkt een groot fan van Everest te zijn. Ze is goed op de hoogte van de achtergronden.”

Kate’s ogen werden groot. “Heeft ze het geraden?”

“Zij gelukkig niet, maar oom Sjeng wel.”

“Gaat… gaat hij het tegen Vincent vertellen? Moeten we weer verhuizen?”

“Nee. Voorlopig blijft alles zoals het is.”

Dat hoopte Ruth tenminste. Sjeng had zijn woord gegeven dat haar geheim veilig was bij hem, maar helemaal gerustgesteld was ze niet. Ze sloot niet uit dat ze alsnog een ander schuiladres moest zoeken. Want als Sjeng haar herkende, volgden er misschien meer. Maar het had wel een vreemd soort opluchting gegeven om hem de situatie uit te leggen. Alsof de loden last op haar schouders een stukje minder zwaar was geworden.

“Gelukkig,” zuchtte Kate opgelucht. “Ik vind het fijn hier en wil mijn vriendinnen niet kwijt. Maar aan de andere kant mis ik papa nog steeds heel erg. En Chris en oma… We gaan toch weer naar huis, mam? Als de politie je niet meer zoekt?”

“Ik mis hen ook, schat. Meer dan ik zeggen kan. Zodra het mogelijk is gaan we terug naar Londen, maar dat kan nog jaren duren.”

Kate knikte sip. Het was niet de eerste keer dat ze dit antwoord kreeg. “Weet jij hoe het nu met papa gaat?”

Ruth slikte moeizaam. Ze wou dat ze het wist. “Geen nieuws is goed nieuws,” zei ze zo opgewekt mogelijk. “Hij is zo verstandig geweest om naar Ierland te gaan. Het dorp is een hechte gemeenschap. Er zijn daar vast wel een paar mensen die een beetje op hem letten.”

“Maar stel dat papa verliefd wordt op een andere vrouw?”

“Je vader is geen kluizenaar,” antwoordde Ruth. “We mogen niet van hem verwachten dat hij als een monnik leeft.”


<> <> <>

Ondanks haar kopzorgen was Ruth ingedut, want ze werd wakker van jengelende kinderen en stortregen die tegen het raam kletterde. De klokradio op het nachtkastje stond op zwart, maar haar horloge wees bijna half vier aan. Ze vond dat ze zich lang genoeg aan het gezelschap had onttrokken en besloot weer naar beneden te gaan. In de hal botste ze bijna tegen Vincent op, die net via de voordeur naar binnen kwam.

“Fijn dat je er weer bent. Voel je je weer beter?”

“Ja, gelukkig heeft je vader een ruim gesorteerde huisapotheek. Maar wat is er gebeurd?”

“Eerst sloeg het weer om. En toen de ene helft van de kinderen naar een Disney film keek en de rest een spelletje speelde op de Nintendo, viel opeens de elektriciteit uit. Niet alleen bij ons; de buren hebben ook geen stroom meer. Waarschijnlijk een blikseminslag.”

“Dus nu verveelt iedereen zich?”

Vincent haalde zijn schouders op. “Ma heeft kaart- en bordspelletjes tevoorschijn gehaald, maar daarover zijn de meningen verdeeld.”

Ruth knikte begrijpend terwijl ze zichzelf naar de woonkamer duwde. Ze wist dat in ieder geval Kate en Sharon niet van het oubollige ganzenbord of mens-erger-je-niet hielden. De winkansen waren namelijk niet of nauwelijks te beïnvloeden en haar meiden gingen uitsluitend voor de winst, een familietrekje.

In enkele seconden overzag ze de situatie. De mannen zaten aan de eettafel over enkele catalogussen gebogen en vergeleken de voor- en nadelen van een drietal automerken. Amber en Lotte hadden ieder een slapend kind op schoot en bespraken de vakantieplannen voor komende zomer. Yvonne probeerde te voorkomen dat de overige kleintjes elkaar in de haren vlogen en Kate en Sharon hingen lui op de bank te niksen. Ruth miste iemand. Sophie. Waar was Sophie? Ach, die werkte waarschijnlijk haar make-up bij.

De gezelligheid in huize Schreinemakers was ver te zoeken en Ruth wist wel hoe ze die terug kon brengen. In haar beleving was er geen feestje mogelijk zonder muziek. Maar zonder radio, tv en cd-speler was dat moeilijk, tenzij… Zou ze dat wel doen? Maar ze hakte de knoop meteen door. Dat ze muzikaal was wist de familie immers al. En zoals Sjeng zei; veel mensen wisten de speld in de hooiberg te vinden, maar een balk viel hen pas op als ze er letterlijk over struikelden. Zingen en spelen was niet alleen haar passie, het was ook vaak een uitlaatklep waarin ze haar gevoelens kwijt kon. Na de heftige confrontatie met Sjeng had ze dat hard nodig.

Ze wenkte haar kinderen. “Kate, mag ik jouw gitaar een uurtje lenen?”

“Je gaat toch niet…?” siste Sharon.

Kate viel haar zusje bij: “Mam! Dat kun je niet maken.”

“Jawel, en ik ga het doen ook.” Ze verhief vervolgens haar stem: “Yvonne, heb jij toevallig nog wat snuisterijen in huis van carnaval? Hoedjes, sjaals, pruiken of zoiets?”

Even later graaiden de kinderen in een stapel oude kleding. Zelf viste Ruth een cowboyhoed en een turquoise omslagdoek met franjes uit een zak en hielp daarna de kleintjes omtoveren in elfjes, prinsessen en indianen. Toen ze de armleuningen van haar rolstoel neerklapte, de gitaar op haar bovenbeen liet rusten en met haar duim over de snaren streek, verstomden opeens de gesprekken. Dat was de magie van live muziek. Een stereo installatie kon men naar de achtergrond dwingen, maar een muzikant of vocalist stond altijd in het middelpunt van de belangstelling. Terwijl ze routineus de gitaar stemde en een paar akkoorden liet horen, voelde ze alle ogen op zich gericht. Iedereen wachtte in stilte af wat er ging komen en dat gaf haar een gezonde spanning. Ze genoot van die aandacht. Het was weer even net als vroeger en ze verheugde zich al bij voorbaat op de reacties.

“Iemand een verzoekje?” vroeg ze terwijl ze Sjengs knipoog dankbaar in ontvangst nam.

Namen van artiesten en songtitels werden door elkaar geroepen. Ruth koos een willekeurig nummer, bewoog haar vingers over de snaren en begon te zingen. Ze voelde hoe de muziek haar in hogere sferen bracht. Het ritme nam automatisch bezit van haar. Ze raakte in een soort euforische trance die haar alle zorgen tijdelijk deed vergeten. Spelen en zingen gaven haar een apart geluksgevoel. De klanken die ze op haar instrument produceerde zweepten haar op en op haar beurt had ze hetzelfde effect op degenen die getuige waren van haar spel. Jong en oud klapten op het ritme mee of knipten met hun vingers. Stoelen en tafels werden verschoven zodat er ruimte werd gecreëerd om te dansen. Gaandeweg passeerden allerlei populaire artiesten van de afgelopen jaren de revue: Bryan Adams, Roxette, George Michael, Genesis, Madonna, U2, Bon Jovi, Michael Jackson, maar ook Nederlandstalige nummers van Doe Maar en Het Goede Doel.
“Belgiuuuh!” schalde het uit alle kelen door de kamer.

Uiteraard kende Ruth de gitaarpartijen van al deze hits niet exact uit haar hoofd, maar op haar gevoel en met enige improvisatie deed ze het niet slecht. Wie er geen verstand van had merkte niet dat ze af en toe fouten maakte. Ze bleef spelen, slechts af en toe onderbroken door een applausje of een pauze om te drinken. Het deed haar goed zich te kunnen uitleven. Ze dacht niet aan stoppen, hoewel haar vingertoppen pijn deden omdat ze niet meer gewend was de snaren langdurig te bespelen. Zelfs toen Amber’s man een filmcamera tevoorschijn haalde, ging ze door, al trok ze uit voorzorg de cowboyhoed nog wat verder over haar gezicht. Gelukkig greep Sjeng in. Welke uitleg hij zijn schoonzoon gaf hoorde Ruth niet, maar ze zag hem resoluut nee schudden en de camera verdween weer in de tas.

Ruth had de naam Everest al een paar keer horen vallen maar ze had gedaan alsof ze het niet hoorde en telkens een ander verzoekje ingewilligd. Ook de recente hits van Chris Adams negeerde ze. Eén van die nummers, waaraan ze soms zelf had meegeschreven, kon ze niet met dezelfde flair vertolken zonder haar emotie te laten blijken. Elk Everest liedje was immers verbonden met talloze dierbare herinneringen. Ze had ze haar dochters al gevraagd om zich onopvallend te gedragen als Amber zou blijven zeuren, om te voorkomen dat nog iemand de gelijkenis met Kian zou opvallen. Daarop had Sharon een paar blauwe en groene pruiken en boa’s uit de carnavalskleding geplukt en hadden ze elkaar onherkenbaar geschminkt. Op momenten als deze prees Ruth zichzelf gelukkig met zulke toffe meiden. Onderling botsten ze regelmatig, maar als er onheil van buitenaf dreigde vormden ze een hechte drie-eenheid. Drie vrouwelijke musketiers tegen de rest van de wereld.

“Ik heb van jou nog geen verzoekje gehad, Sjeng. Wat is jouw favoriete single?”

Sjeng glimlachte. “Hoe ver gaat jouw talent terug in de tijd? Ik heb namelijk niet zo veel met de recente popgeschiedenis.”

“The Beatles? Stones? Elvis?” gokte Ruth.

“Kun je net zo loepzuiver zingen als Art Garfunkel?”

Ruth grinnikte, wetende dat Art grote moeite had met de hoge noten. “De vraag is of Garfunkel net zo loepzuiver zingt als ik. Wat wil je graag horen? Dit…?”

Ze speelde het intro van het eerste nummer dat in haar opkwam; Sound of Silence.

“Midden in de roos,” reageerde Sjeng met opgestoken duim.

Sjeng nam Yvonne vervolgens bij de hand en leidde haar naar het midden van de kamer, waar ze elkaar liefdevol omarmden en samen wiegden op het ritme van het lied. Kinderen en kleinkinderen bleven aan de kant staan kijken alsof ze snapten dat ze dit speciale moment beter niet konden verstoren. Naar voorbeeld van hun ouders omhelsden Amber en Lotte hun mannen. Ruth glimlachte en wenste dat er iemand was die haar een knuffel zou geven. Terwijl ze het nummer van Simon and Garfunkel van rustig en ingetogen geleidelijk in volume liet aanzwellen naar het einde toe, viel haar op dat Vincent er enigszins verloren bij stond. Sophie, dacht ze. Ze is er weer vandoor. Heeft die wandelende poederdoos nou echt niet door wat ze haar man aandoet? Met moeite slaagde ze erin haar afkeuring niet door te laten klinken in haar stem.

Het applaus hield ditmaal langer aan. Ruth voelde haar wangen gloeien van trots. Dit zou ze het liefst elke dag willen. Elke dag muziek, alleen maar muziek. Het had zo mooi kunnen zijn. Toen. Als… Niet aan denken. Het leven liep nu eenmaal zelden volgens plan. Tel je zegeningen.

Terwijl ze glimlachend alle complimentjes in ontvangst nam, gaf de televisie plotseling weer beeld. De stroomstoring was verholpen en de buien waren inmiddels ook overgewaaid. De kinderen lieten luidkeels weten honger te hebben en dat was een mooi moment om haar optreden af te sluiten. Saved by the bell, dacht Ruth en greep naar het etui dat aan haar rolstoel hing. Met een papieren zakdoekje veegde ze het bloed van de gitaar en haar rechterhand.

“Ga je al stoppen?” vroeg Amber. “Ik hoopte dat je nog iets van Everest zou spelen.”

“De nummers van Everest zijn nogal ingewikkeld,” loog Ruth. Ze wreef over haar keel. “Daar heb ik de bijbehorende bladmuziek bij nodig. Bovendien dreigt mijn stem het op te geven en mijn hand…”

“Je deed het anders best goed. Eén liedje lukt toch wel? Het hoeft niet perfect te zijn.”

Vincent’s zus vertoonde hetzelfde drammerige gedrag als eerder aan tafel toen Everest ook het gespreksonderwerp was. Maar nu was Ruth erop voorbereid.

“Ben je muzikaal, Amber? Speel je?”

“Een instrument? Nee, verder dan een tamboerijn en sambaballen ben ik nooit gekomen.”

“Maar als je jarenlang fan bent geweest ken je de songteksten van Everest vast allemaal uit je hoofd.”

“Ja natuurlijk.”

“Mooi,” zei Ruth met een vleugje verholen sadisme. Ze kon het niet laten. “Jij zingt en ik probeer je zo goed mogelijk te begeleiden. Welke grote hit heb je in gedachten?”

“Je wilt Amber echt niet horen zingen,” kwam Vincent tussenbeide. “En jij kunt vandaag geen gitaar meer spelen. Kom, geef me je hand.”

Zichtbaar teleurgesteld droop Amber af. Vincent knielde voor haar rolstoel. Zorgzaam desinfecteerde hij haar bloedende vingertoppen en voorzag ze van een pleister. Uiterlijk probeerde hij onbewogen te lijken maar slaagde daar niet in. Zijn grimmige humeur straalde van zijn gezicht en de oorzaak was niet moeilijk te raden. Hoewel Ruth geen zout in zijn wond wilde strooien, was ze nieuwsgierig of Sophie een dringende reden had om voortijdig weg te gaan. Het was niet ondenkbaar dat ze ook haar eigen familie wilde bezoeken als ze in Limburg was, maar in dat geval was Vincent waarschijnlijk meegegaan.

Ze waren alleen in de woonkamer. Het avondeten werd blijkbaar in de keuken geserveerd. Met twee vingers onder zijn kin bewoog ze zijn gezicht in haar richting. Onwillekeurig keek hij op. In zijn mooie bruine ogen school een wereld van verdriet. Ze werd erdoor geraakt alsof zijn pijn ook de hare was. Nee, Sophie was niet met een geldig excuus vertrokken. Vermoedelijk was ze weer onderweg naar Haarlem.

“Wees niet boos,” zei Ruth zachtjes.

“Kón ik maar boos zijn,” verzuchtte Vincent. Moedeloos liet hij zijn handen en schouders hangen. Zijn blik wendde hij af. “De fase van boosheid heb ik blijkbaar al achter me gelaten. Ik besef opeens dat ik het normaal ben gaan vinden dat ze er niet is, dat ik kennelijk geen goede reden ben om naar huis te komen, dat andere dingen meer prioriteit hebben en ik geduldig moet wachten tot ze een gaatje in haar agenda heeft. Zelfs het alleen zijn begint te wennen. Ik weet het niet meer… Ik weet niet wat ik nog kan doen of zeggen. Ik kan wel janken…”

Ruth knikte. Het gevoel van machteloosheid dat hij beschreef was zo herkenbaar. Ze vouwde haar beide handen om zijn gezicht en keek diep in zijn droevige ogen.

“Vecht voor haar, Vince. Vecht voor Sophie en jullie geluk. Wat er ook voor nodig is, doe het!”

“Ik weet niet of ik dat kan. Of ik dat nog wel wil.” Hij schudde meewarig zijn hoofd. “Ik heb geen bewijs, maar ik vermoed dat… dat ze een ander heeft.”

“Daar moet je dan zo snel mogelijk achter zien te komen. Heb je haar geconfronteerd met je vermoeden?”

“Nee. Noem me een lafbek, maar ik vrees het antwoord. Aan de andere kant… Begrijp me niet verkeerd, Ruth. Ik ga niet vreemd, maar ik heb wel… Ik heb gevoelens voor een andere vrouw.”

De manier waarop hij naar haar keek liet geen twijfel bestaan wie hij bedoelde. Het zal toch niet waar zijn, dacht Ruth. Hoe moest ze reageren? Ze mocht hem niet het geringste sprankje hoop geven, want haar hart klopte voor iemand anders en dat zou nooit veranderen. Zoals zo vaak was de waarheid bikkelhard, maar ze mocht hem niet ontzien.

Ze nam zijn handen in de hare en kneep er zachtjes in. “Vergeet die andere vrouw, Vince. Die route loopt dood. Richt je pijlen liever op Sophie. Het is geen makkelijke weg, maar wel de enige die kans van slagen heeft.”

Hij staarde haar secondelang aan. Toen knikte hij peinzend, trok zijn handen terug en stond op. “Je bent een fantastische vrouw, Ruth. Ik zou je zo graag beter leren kennen. Soms heb ik het gevoel dat ik je al eerder heb ontmoet, maar dat zal mijn verbeelding wel zijn.”

“In je dromen waarschijnlijk,” probeerde Ruth er een grapje van te maken.

“Ongetwijfeld… Lieve Ruth, vind je het erg als ik er stiekem tussenuit knijp? Wil jij me verontschuldigen bij mijn familie? Ik eh…”

“Ga maar. Ze begrijpen het wel.” Ze greep zijn pols. “Pas je goed op jezelf?”

Hij glimlachte mat. “Ik ben niet de eerste en niet de laatste met een relatiecrisis. Maak je geen zorgen, ik beloof dat ik niet van een brug zal springen.”


<> <> <>

Eind mei 1991, twee maanden later

Opgelucht opende Ruth haar eigen voordeur met haar eigen sleutel. Sjeng en zijn schoonzoon Freek hielpen haar spullen naar binnen dragen terwijl Ruth verlangend naar de Steinway vleugel keek. Straks, als alles was opgeruimd, de kamers waren gelucht en schone lakens op de bedden lagen, wilde ze weer een paar deuntjes piano spelen. Ze kon niet wachten.

Eindelijk had ze haar vrijheid terug. Dat had nogal wat tijd en moeite gekost, want haar therapeuten vonden dat ze onvoldoende meewerkte aan de therapie en hadden haar ‘in bewaring stelling’ telkens verlengd. Maar met hulp van advocaat Armand Lefèbre was het na bijna drie maanden toch gelukt alle betrokkenen ervan te overtuigen dat ze geen gevaar voor zichzelf meer was. Ze was bezig met een nieuw project dat veel tijd in beslag nam, maar haar ook voldoening gaf. Dat had haar depressiviteit doen afnemen, vertelde ze met een brede glimlach. Zich nuttig maken ten behoeve van de samenleving maakte dat het leven haar weer toelachte. Dat was tenminste haar aangedikte versie.

Na Pasen had ze regelmatig contact gehouden met Vincent’s zus Lotte en haar man Freek. Ze wilde inventariseren of in Maastricht en omgeving behoefte was aan aanvullende hulpverlening voor de bewoners met de laagste inkomens. Zaten er gaten in de bestaande voorzieningen die zij kon vullen? En voor welke doelgroepen kon Ruth iets betekenen? Via haar functie als maatschappelijk werkster kende Lotte genoeg schrijnende gevallen. Gezinnen met een buitenlandse achtergrond, die weinig of geen Nederlands spraken en de cultuur niet begrepen. Laag geschoolde burgers die moeite hadden met de ambtelijke taal van overheidsinstanties en het invullen van formulieren, waardoor ze subsidies en vergoedingen misliepen. Bijstandsmoeders met hoge schulden en kinderen die door armoede kansen misten om zichzelf te ontwikkelen. Ex-gedetineerden en ex-verslaafden die geen werk of woonruimte vonden. En zo kon ze wel even doorgaan.

Kortom, Ruth zag hier wel een uitdaging in. Aanvankelijk wilde ze een fonds oprichten dat ze deels vanuit haar eigen vermogen zou bekostigen, maar waarvoor ze ook sponsoren en donateurs wilde werven. Maar de Nederlandse bureaucratie maakte het haar niet makkelijk, want hiervoor moest ze zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Daar stond ze echter al ingeschreven als tolk en vertaler. Meerdere inschrijvingen of onlogische wijzigingen konden kritische vragen uitlokken en dat wilde Ruth hoe dan ook voorkomen. Om dezelfde reden moest ze ook het idee van een eenmansbedrijfje in schuldbemiddeling laten vallen.

“Maar als privé persoon moet dat wel mogelijk zijn,” zei ze. “Met toestemming van de betrokkene mag ik zijn zaken behartigen. Mensen worden wel vaker door een kennis of familielid geholpen, toch?”

“Dat is in ieder geval niet verboden,” antwoordde Freek. “Maar hoe leg je dan contact met probleemgezinnen? Hoe weet je doelgroep dat jij ze graag wilt helpen en hoe ze je kunnen bereiken? Je kunt beter geen publieke reclame voor je diensten maken, want dan gaan diverse instanties stuiteren.”

“Mond tot mond reclame is de beste die je kunt krijgen,” reageerde Lotte. “Ik kan je naam wel laten vallen bij een aantal cliënten en collega’s. Ook geef ik je de adressen van buurthuizen in de armere wijken. Daar kun je bijvoorbeeld bij een kop koffie vrijblijvend een praatje maken met buurtbewoners. Als je eenmaal bij een paar mensen succes hebt geboekt, weet ik zeker dat het balletje vanzelf gaat rollen.”

“Lotte, je bent fantastisch! Mijn handen jeuken nu al om aan de slag te gaan. Dank je.”

Freek glimlachte om Ruth’s enthousiasme. “Maar daar ligt ook een valkuil,” zei hij. “Als je meerdere gezinnen vertegenwoordigt bij – laten we zeggen - dezelfde woningcoöperatie, kun je alsnog lastige vragen verwachten.”

“Daar klets ik me wel uit,” lachte ze. “Zolang ik mijn hulp belangeloos aanbied, doe ik volgens mij niets verkeerd. Tenslotte is het ook in belang van de schuldeisers dat cliënten hun schulden afbetalen.”

“Nog een laatste advies,” ging Lotte verder. “Financiële giften, in welke vorm dan ook, worden door de sociale dienst en de belasting beschouwd als extra inkomen. Een uitkering kan daardoor worden gekort en huursubsidie kan minder worden.”

Ruth knikte. “Dat weet ik. In eerste instantie is het mijn bedoeling om schulden gedeeltelijk te laten kwijtschelden door de schuldeisers zelf, en om dure leningen om te zetten in een goedkopere vorm. Werklozen kan ik helpen met solliciteren en misschien kan een cursus hun kansen vergroten. Maar met tien knipkaarten van het zwembad of een sportclub kan ik tien kinderen blij maken, net zoals toegangskaartjes voor de plaatselijke speeltuin. En als ik op een rommelmarkt een doos afgedankte kinderboeken koop, mag ik die op een school laten uitdelen.”

“Je bent top,” zei Freek. “Er zouden meer initiatieven als deze mogen komen. Maar eh… Je doelgroep bestaat voor een deel uit immigranten met een taalbarrière. Spreek je eigenlijk Arabisch of Turks?”

Ruth schudde spijtig haar hoofd. “Niet meer dan een paar woordjes. Dat is inderdaad wel een dingetje.”


<> <> <>

De volgende ochtend genoot Ruth van haar herwonnen vrijheid. Kate en Sharon waren een uur geleden naar school gegaan en het voelde onwennig om na drie maanden weer alleen thuis te zijn. Enerzijds was het heerlijk om te doen en laten wat ze wilde, maar ze miste toch de volwassenen om zich heen, en zelfs Blondie. Ze was nog niet gedoucht en aangekleed toen de deurbel ging. Verbaasd keek ze op van haar krant omdat ze niemand verwachtte, maar toen ze Vincent’s oude Ford Escort op de oprit zag staan haastte ze zich naar de voordeur.

Sinds Pasen had ze hem amper gezien of gesproken; slechts heel sporadisch in het voorbijgaan bij zijn ouders thuis. Tweemaal had ze een papiertje met politielogo onder de ruitenwisser van haar auto aangetroffen toen ze deze in het centrum had geparkeerd; eenmaal met een getekend zonnetje en eentje met een smiley en zijn naam eronder. Meer was het niet, maar het simpele gebaar had haar ontroerd. Van Sjeng had ze begrepen dat Sophie en hij hun vrije tijd zoveel mogelijk op elkaar probeerden af te stemmen en op die dagen ging Vincent naar Haarlem. Het stel probeerde hun relatie nieuw leven in te blazen, maar in hoeverre dat vruchten afwierp wist ze niet. Het waren haar zaken ook niet. Maar ze snapte waarom hij haar ontliep en dat kon ze hem niet kwalijk nemen. Juist daarom was zijn komst een volslagen verrassing.

“Proficiat met je vrijlating,” zei Vincent terwijl hij een bos bloemen in haar handen drukte en haar wangen driemaal kuste. “Ben je blij eindelijk van je cipiers verlost te zijn?”

Ruth moest de brok in haar keel wegslikken toen ze naar de roomwitte, pastelgele en -roze rozen keek.

“Wat lief,” zei ze schor. “Engelse rozen. Hoe wist je…?”

“Gegokt,” grijnsde hij. “Vind je ze mooi?”

“Ze zijn prachtig. Dank je… Kom even binnen. Koffie?”

Nu pas viel het haar op dat hij in uniform gekleed was. Ze zag hem aarzelen.

“Ik kom net uit de nachtdienst. Ik kwam alleen even…”

Ruth onderbrak hem. “Je nachtdienst eindigt om zeven uur. Het is nu bijna half tien.”

“Heb je ooit een baan bij de recherche overwogen, mevrouw Sherlock?” lachte Vincent. “Ik heb mijn achterstallige administratie afgehandeld omdat de bloemist pas om negen uur open ging.”

De onderliggende boodschap ontging haar niet. Dit was geen spontane of impulsieve actie. Hij had hierover nagedacht. Hij was niet meteen naar huis gegaan omdat hij haar wilde feliciteren. Alleen. Niet in aanwezigheid van zijn ouders of haar dochters. Niet vanmiddag, niet morgen, maar nu. Had hij haar net zo gemist als zij hem?

Een voorbijgangster met een hondje keek nieuwsgierig in hun richting. Het moest een merkwaardig schouwspel zijn, dacht Ruth, een politieman en een onverzorgde vrouw in badjas in de deuropening.

“Heb je gegeten, Vince? De ontbijtboel staat nog op tafel.”

“Het was een zware nacht, Ruth. Ik verlang erg naar mijn bed. Sorry.”

“Tien minuten? Ik maak thee en een tosti voor je.”

“Vrouwen!” schold Vincent quasi verontwaardigd toen hij haar naar binnen volgde.

De keuken was een bende. De tafel stond vol met gebruikte bordjes, bekers, glazen, bestek, een pot pindakaas zonder deksel, een kuipje boter, hagelslag en een geopend pak melk. Een opengeslagen krant lag ernaast. Op het fornuis stond een koekenpan met ei-resten en op het aanrecht lagen lege eierschalen. Een vuile veeg op één van de keukenkastjes en tot en met de vloer lag alles bezaaid met kruimels.

“Ik ben extreem lui vandaag,” was Ruth’s enige verklaring.

“Zal ik helpen opruimen?”

“Nee hoor, doe geen moeite. Binnen een kwartiertje is alles weer schoon en netjes. Maar nu even niet.”

Geamuseerd sloeg Vincent haar gade terwijl ze twee sneetjes bruinbrood op een schoon bordje legde en er een plak kaas en twee plakjes kipfilet tussen legde. “Ik heb geen ham in huis,” zei ze.
Het geheel verdween tussen het tosti-ijzer, waarna ze de waterkoker vulde, een glas jus d’orange voor hem inschonk en vroeg welke thee hij wilde. Kate en Sharon dronken de laatste tijd alleen nog vruchtenthee, legde ze uit.

“Doe maar wat,” antwoordde Vincent glimlachend.

Zoals ze nu was kon hij uren naar haar kijken. Ze gaf gewoon toe dat ze lui was en schaamde zich niet voor de rommel. Ze maakte zich niet druk om futiliteiten en uiterlijkheden, zoals de meeste vrouwen die hij kende. Geen schone schijn.

Ruth had ergens een vaas vandaan gehaald en richtte haar aandacht nu op de rozen. Ze keek er bewonderend naar. Met zorg sneed ze de stelen schuin af op gelijke lengte.

“Hoe druk is jouw agenda morgen?” informeerde Vincent.

Hij stond op omdat het theewater kookte en haalde de stekker van het tosti-ijzer uit het stopcontact. Zijn ontbijt verzorgde hij verder zelf wel. Ze was geen keukenprinses en zou dat ook niet worden.

“O ja… Wat goed dat jij beter oplet dan ik,” zei Ruth toen ze de vaas met lauw water vulde en de bloemen erin schikte. “Wat is er morgen? Is er iemand jarig?”

“Ik ben morgen vrij en wil samen iets leuks doen om te vieren dat je weer thuis bent. Om negen uur kom ik je halen en ik beloof dat je terug bent als je meiden uit school komen. Doe iets makkelijks aan en neem je paspoort en een zonnig humeur mee. Meer zeg ik niet. Laat je verrassen.”

Met open mond staarde ze hem aan. “Wat…? Waarom?”

Hij zette zijn thee en tosti op tafel en ging weer zitten zodat ze op gelijke hoogte oogcontact hadden.

“Omdat ik zo ontzettend blij ben dat het goed met je gaat. Ik heb je nog niet eerder zo ontspannen en vrolijk gezien. Kijk naar jezelf. Je lacht… Je straalt zelfs.”

“Dat komt door je boeket,” knipoogde ze. “Weet je hoe lang het geleden is dat een man me bloemen gaf?”

“Als dat je gelukkig maakt moet ik vaker bij de bloemist langs… Kom op, je hebt lang genoeg onder toezicht gestaan. Je moet er eens even uit.”

Ruth keek bedenkelijk. “Ik weet het niet, Vince. Wat vindt mevrouw Schreinemakers hiervan?”

Vincent nam een slok thee. Over zijn vrouw wilde hij het eigenlijk niet hebben. “Sophie heeft morgen een draaidag, zoals dat heet. Geloof het of niet, maar ze heeft een piepklein bijrolletje te pakken in een soapserie. Je mag één keer raden in welke rol.”

De manier waarop hij met zijn ogen rolde, deed iets vermoeden, maar Ruth durfde het niet hardop uit te spreken voor het geval ze verkeerd giste.

“Model?”

“Dat is niet wat je als eerste dacht, dame,” lachte hij. “Ze speelt een hoertje. Het is bizar dat ik dit over mijn eigen vrouw zeg, maar het is waarschijnlijk de enige rol waar ze op gecast zal worden. Zelf is ze echter in de wolken. Ze heeft drie regels tekst en denkt dat binnenkort de wereld aan haar voeten ligt. Haar speech voor de Oscar uitreiking is bij wijze van spreken al bijna klaar.”

Terwijl Vincent zijn tosti at, begon Ruth in gedachten borden en bekers te stapelen. Ze hield niet van verrassingen want ze had graag zelf de controle in handen, maar toch wilde ze zijn uitnodiging graag aannemen. Om eerlijk te zijn wilde ze niets liever. Ze was er inderdaad aan toe om de sleur van de afgelopen maanden te doorbreken. Weliswaar had ze morgen een afspraak bij de tandarts en was ze van plan zich verder te verdiepen in de huidige sociale wetgeving, maar dat kon ze uitstellen. Anderzijds, waar begon ze aan? Was het niet beter om afstand te bewaren zodat haar verlangen naar hem niet verder zou toenemen? En ook niet onbelangrijk; zijn gevoelens voor haar? Gaf ze niet het verkeerde signaal door een paar uur samen door te brengen? Om de situatie niet uit de klauwen te laten lopen moest ze hard zijn. Voor hem, maar niet minder voor zichzelf.

“Mijn paspoort? Je wilt de grens over?”

“Lieve Ruth, ik hoef de kaart van Zuid Limburg niet uit te tekenen voor je. Je moet hier verdomd hard je best doen om binnen de grenzen te blijven. Je doet het, hè? Zeg alsjeblieft ja.”

“Ik ga niet naar evenementen waar veel mensen bijeen komen.”

“Gaat niet gebeuren.”

“En ik wil een veto recht. Als het me niet bevalt ga ik naar huis.”

“Verwend nest, je gaat het fantastisch vinden. Vertrouw me.”

Hoewel de vermoeidheid op zijn gezicht stond geschreven, blonken er pretlichtjes in Vincent’s ogen. Ik ga voor de bijl, dacht Ruth. Hoe kan ik hard zijn als hij me week maakt met die kwajongensachtige grijns?

Met haar laatste restje weerstand zei ze: “We breken geen wettelijke of morele regels, hè?”

“Eh… Ik heb een hutje op de hei gehuurd waar ik je naakt aan het bed ga vastbinden en urenlang verkrachten.”

Ze vertrok geen spier. “Kinky… Ik was hetzelfde met jou van plan.”

Samen proestten ze het uit.

Ze zwichtte. Tegen beter weten in. Geen twijfel mogelijk dat ze dit ging berouwen, maar niet voordat de komende dag voorbij was.


<> <> <>

Ruth was bijna net zo nerveus als bij haar allereerste afspraakje. Ze had al drie keer iets anders aangetrokken, maar koos uiteindelijk voor een strakke spijkerbroek, een wit hemdje en een beige overhemdblouse, die ze nonchalant boven de taille dichtknoopte. Behalve haar horloge droeg ze kleine oorknopjes met een pareltje, passend bij een ragfijn zilveren kettinkje met zo’n zelfde parel. Weinig make-up; alleen mascara en lipgloss. En een wolkje parfum in het gleufje tussen haar borsten.

Tegen de verwachting in reed Vincent niet in de richting van de Belgische of Duitse grens, maar nam hij de oprit A2 in noordelijke richting. Maar al snel verlieten ze de snelweg bij de afrit van het vliegveld. Plots herinnerde ze zich dat Vincent een voorliefde had voor vliegen en ze voelde haar hartslag versnellen.

“Zeg niet dat we gaan vliegen. Vince, dat wil ik echt niet.”

Vincent vroeg zich af waar haar paniek opeens vandaan kwam. Hij parkeerde de auto en… was het angst dat hij in haar ogen zag? Hij legde zijn rechterarm over haar rugleuning en zijn linkerhand op haar bovenbeen.

“Wat is er? Je hebt toch geen vliegangst?”

“Als je me nu niet vertelt wat de bedoeling is, ga ik naar huis.”

“Oké. We gaan een rondvlucht maken van ongeveer twee uur. Een schitterende route boven een stukje Nederland, België en Noord Frankrijk. Daarna landen we weer hier en zoeken we een mooi plekje om te picknicken.”

Ruth ademde snel en diep in en uit. “Hoe groot… Hoe klein is dat toestel?”

“Een Cessna 172 is een sportvliegtuig met maximaal vier zitplaatsen. Niet heel groot dus, maar net zo veilig als een Boeing.”

“Vier zitplaatsen?” echode ze. “O my god! En wie is de piloot?”

Hij keek haar een beetje bevreemd aan. “Je weet toch dat ik hobbyvlieger ben?”

“Echt? Ik weet alleen dat je geen beroepspiloot kon worden.”

“Ik haalde mijn PPL brevet op mijn twintigste. Om dat  geldig te houden moet ik een minimaal aantal uren per jaar vliegen, maar in mijn eentje is dat maar half zo leuk. Daarom probeer ik meestal iemand mee te nemen. Dus…? Wat doe je?” Hij wachtte niet op antwoord, maar stapte uit. “Kom, we gaan gewoon kijken en als je het niet aandurft, kun je alsnog naar huis gaan of op het terras koffie drinken tot ik terug ben. Maar dan mis je wel alle fun.”

Ruth reageerde niet. Niet aandurven? Zo’n uitspraak nodigde juist uit om het tegendeel te bewijzen. Maar ze wilde dat ze dit eerder had geweten want dan had ze resoluut geweigerd. Niet het sportvliegtuigje boezemde haar angst in, zoals ze Vincent liet geloven, maar de paspoortcontrole. Als ook maar iemand enige argwaan had, waren de gevolgen niet te overzien. Razendsnel woog ze de risico’s af. Het was een pluspunt dat dit zowel het start- als eindpunt was. Geen landing op een ander vliegveld. Maastricht Airport was een kleine luchthaven met slechts één landingsbaan en beperkte mogelijkheden qua luchtverkeer. Ook het gebouw was compact. Er was een redelijke kans dat het grondpersoneel Vincent kende omdat hij hier regelmatig kwam, zowel beroepshalve als vanwege zijn hobby. Waarschijnlijk zouden hij en haar rolstoel meer aandacht trekken dan zijzelf.

“Ik heb een hekel aan wachten. Hoe snel kunnen we de formaliteiten afhandelen?”

 “Als jij doet alsof je dringend naar de wc moet, heel snel.”

Hij kreeg gelijk. Een kwartiertje later bekeek Ruth de Cessna met gemengde gevoelens. “En die bromvlieg hou jij twee uur lang in de lucht?”

“Het is ontroerend hoeveel vertrouwen je in me hebt,” lachte Vincent. “Hou me goed vast, dan til ik je erin.”

Met haar armen om zijn nek geslagen en één van zijn armen om haar middel, de andere in haar knieholte, haar lichaam naadloos tegen het zijne en hun hoofden niet meer dan een centimeter van elkaar gescheiden, beklom hij de treden van een gammel uitziend trapje. Een aangename rilling sidderde door haar lijf. Ze voelde haar tepels verstrakken toen zijn grip langer duurde dan strikt noodzakelijk.

“Je ruikt lekker,” fluisterde hij in haar oor.

“Dus daarom moest ik mee,” plaagde ze. “Zodat je je aan me kunt vergrijpen, jij smiecht.”

“Ik heb je gewaarschuwd, na afloop wacht het hutje op de hei op ons.”

Ze wierp hem een uitdagende blik toe. “Prima. Ik verheug me erop.”

Ze snoerde zichzelf in de riemen, zette de koptelefoon op en testte de microfoon. Vervolgens keek ze toe hoe Vincent nauwgezet alle protocollen doorliep, de motor startte en naar de startbaan taxiede. Haar spanning ebde langzaam weg toen de glans in zijn ogen haar opviel. Dit was zijn passie, dacht ze. Wat muziek voor haar betekende, was vliegen voor hem.   

“Alles goed?” hoorde ze hem vragen.

“Aye aye, captain. The crew is ready for take off.”

Op een hoogte tussen drie- en vierhonderd meter vertelde Vincent over welke steden en natuurgebieden ze vlogen. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Ruth keek haar ogen uit. Dit was een volkomen andere ervaring dan een verkeersvliegtuig. Ze kon zich de ultieme vrijheid, waarover Vincent sprak, wel voorstellen. Hij vertelde dat hij deze peperdure hobby kon beoefenen dankzij zijn ouders. Sjeng en Yvonne schonken hun kinderen elk jaar vijfduizend gulden als voorschot op de erfenis. Maar omdat Sophie een gat in haar hand had, betaalde Sjeng de kosten van Vincent’s vlieguren.

Toen Ruth aan de horizon het zonlicht zag weerkaatsen op de Noordzee maakte haar hart een opgewonden sprongetje. “Kun je met dit ding ook naar Engeland vliegen?”

“Ja, maar niet nu. Ik heb mijn route al vastgelegd en een langere vlucht kost uiteraard meer tijd en brandstof. Maar als ik je daarmee een plezier doe, doen we dat een andere keer.”

“En Ierland? Is dat haalbaar met dit toestel?”

“Wat is er zo interessant aan Ierland?”

“De westkust is adembenemend, vooral het middenwesten. Vanuit de lucht misschien nog veel mooier.”

De Connemara… Zou het mogelijk zijn dat ze Vincent langs hun cottage kon laten vliegen zodat ze, héél misschien, zelfs een glimp van Kian kon opvangen? Maar meteen zette ze dit wilde idee weer uit haar hoofd. Het zou haar hart breken en haar heimwee alleen verergeren. Met ups en downs had ze haar draai eindelijk een beetje gevonden in Maastricht en dat moest ze voorlopig proberen vast te houden. Maar als er onverhoopt iets zou gebeuren met haar liefste, haar broertje of één van haar vrienden, was dit de meest eenvoudige manier om de oversteek te maken.

“Ik denk het wel,” antwoordde Vincent. “Waarschijnlijk moeten we op de terugweg nog ergens landen om te tanken, maar… Hee! Wat is er?”

Ruth veegde een stille traan van haar wang. “Let maar niet op mij. Ik ben een sentimenteel oud mens.”

Hij greep haar hand vast en vouwde zijn vingers tussen de hare. “Home sweet home, hè?”

Dankbaar voor zijn begrip zocht ze zijn ogen. “Ja.”

Zijn blik veroorzaakte ditmaal geen fysiek verlangen, maar vlinders in haar buik. Dat wat ze zo krampachtig probeerde te voorkomen kon ze niet langer tegenhouden. Als een donderslag bij heldere hemel drong het besef tot haar door. Onbedoeld was deze politieman onder haar huid gekropen en nu had hij de weg naar haar hart gevonden. De chaos was compleet.

Mijn hemel, dacht ze, ik ben verliefd…

(wordt vervolgd)

© Fanny, maart 2020

Alle verhalen van: Fanny

Fijn verhaal 
+10

Reacties  

Ik steun Stanzie hierin. Voortreffelijk en schitterend zijn de eerste woorden die me te binnen schieten na het lezen van dit deel. Ik denk dat als de serie is afegelopen, ik superlatieven tekort ga komen.
Adembenemend mooi vervolg binnen deze beklijvende historie. De dag dat dit verhaal in een verfilmde versie het witte doek haalt, wil ik als eerste in de rij staan bij de ticket verkoop... Dankjewel voor alweer een heel mooi vervolg, Fanny !