Spoorloos 14 - Love hurts

Informatie
Geschreven door Fanny
Geplaatst op 19 juli 2021
Hoofdcategorie Spoorloos
Aantal reacties: geen
6676 woorden | Leestijd 34 minuten

Love hurts

(Nazareth 1975)



In de keuken maakte Ruth twee dubbele espresso’s. In Vincent’s kopje deed ze een klontje suiker. Zelf dronk ze haar koffie zwart en bitter. De cafeïne zou de vermoeidheid hopelijk op afstand houden, al waren ze nog niet moe. Vincent had gisteren nachtdienst gehad en ook Ruth had een gebroken nacht achter de rug. Allebei hadden ze tot de middaguren geslapen.

Zwijgend zag ze hoe Vincent hun achtergebleven kleren op de patio verzamelde, naar binnen bracht en de achterdeur in het slot draaide. Zijn zorgzaamheid voelde vertrouwd, alsof ze hem al jaren kende. De afgelopen uren had ze geen moment als vreemd ervaren, wat haar tevens verontrustte. Want… was het meer geweest dan seks? Meer dan de intimiteit van het moment? Genegenheid? Saamhorigheid? Hoe verliefd was ze eigenlijk? Had ze haar hart verloren? Stond ze nog steeds achter het besluit dat het bij deze ene keer moest blijven?

Haar gedachten dwaalden af naar Kian. Tijd kon zowel een vriend als een vijand zijn. Deed Vincent haar gevoelens voor hem verbleken? Begon de rotsvaste liefde voor haar buddy af te brokkelen? Sleet het gemis naarmate de klok onverbiddelijk verder tikte? Voor de zoveelste keer vroeg ze zich af wat er zou gebeuren als ze hem terug zou zien. Zou de vonk weer als vanouds overspringen alsof ze nooit van elkaar gescheiden waren geweest? Zou hun vriendschap de jaren overleven? Of zou hij iemand zijn met wie ze niets meer gemeen had behalve twee dochters en herinneringen aan vervlogen tijden? Zouden ze elkaar überhaupt ooit nog in levende lijve ontmoeten?

“Een gulden voor je gedachten.”

Ruth schrok op toen Vincent een stoel verschoof en naast haar kwam zitten.

“Waar denk je aan?”

“Aan jou,” loog ze.

“Aan mijn fris gewassen versie, mag ik hopen? Ik stink als rotte vis op een vuilnisbelt in de brandende zon.”

“Getver, geldt die beeldende beschrijving ook voor mij?”

Vincent snuffelde in haar nek en kuste haar wang. “Jij kunt er nog mee door. Geen vis, wel geile vrouw.” Een slok van zijn espresso veranderde zijn gezicht in een grimas. “Heb je een heel pak koffiebonen gebruikt bij dat beetje water?”

“Je bent niks gewend,” zei Ruth. “Koffie moet naar koffie smaken, niet naar slootwater.”

“Eh… ja…” Er was iets wat Vincent wilde bespreken, maar hij voelde zich nogal lullig. Zijn vraag kwam rijkelijk laat, als mosterd na de maaltijd. “Zal ik… voor de zekerheid… even naar het tankstation lopen voor condooms?”

Ruth reageerde niet verbaasd, ze was immers niet achterlijk. Ze speelden allebei met vuur, al had ze haar eigen idee over anticonceptie. Over een paar weken, als haar meiden op schoolkamp waren. Ergens op de bodem van de Maas, maar ditmaal niet in Maastricht. Stroomopwaarts, aan de andere kant van de Belgische grens, richting Luik, zou ze een geschikte plek zoeken. Maar omdat ze zeven maanden na haar eerste zelfmoordpoging nog steeds springlevend was, zou ze hoe dan ook voorzorgsmaatregelen treffen voor het geval het lot anders besliste... You never know

Ze legde haar hand op zijn onderarm en zocht zijn blik. “Ik ben achtendertig…”

“Bijna achtendertig,” corrigeerde Vincent.

Waarom reageerde hij opeens zo kortaf en prikkelbaar? Omdat hij… sukkel… onbeschermde seks had gehad. Met een andere vrouw nota bene! Het werkte op zijn zenuwen dat Ruth hem niet meteen geruststelde. Maar hoe naïef kon hij zijn? Iemand die geen relatie had, had ook geen anticonceptie nodig.

Ruth reageerde uiterst kalm. “Ik ben bijna achtendertig,” herhaalde ze nadrukkelijk. “En net ongesteld geweest. Mijn eisprong laat nog ongeveer een week op zich wachten. Het zal zo’n vaart niet lopen, denk ik, maar… Nee, laat me even uitpraten… Voor ons beider gemoedsrust bel ik morgen de huisarts voor een receptje.”

“Je bedoelt…?”

“De morning after pil.”

“Is dat betrouwbaar?” vroeg Vincent sceptisch.

“Ik zie geen reden voor twijfel.”

Vincent liet zijn ingehouden adem ontsnappen. “Beloof je dat je dit echt doet? Je luist me er niet in, hè? Flik me dat niet, hoor je!”

“Wat een vertrouwen!” Ruth verhief haar stem en haar ogen schoten vuur. “Kijk naar me, Vince! Zie ik eruit als iemand die nog een baby wil? Van een getrouwde kerel? Ik dacht het niet. Dat doe ik mezelf niet aan, en…” Ze haperde. “En jou ook niet. Als jij een kind wil moet je niet bij mij zijn. Ik heb er al twee, weet je nog?”

Vincent staarde stuurs voor zich uit, de argwaan nog steeds op zijn gezicht. De venijnige woorden bleven tussen hen in hangen. Ze wisten allebei hoe graag Vincent vader wilde worden maar dat Sophie er niets voor voelde. Die onenigheid drukte zwaar op hun relatie en dat was één van de redenen waarom Vincent nu niet thuis was. Een buitenechtelijk kind zou dat probleem alleen maar groter maken.

Grimmig stond Vincent op. “Ik ga douchen.”

“Doe dat,” beet Ruth hem toe. “Met koud water, dan koel je tenminste af.”

Ruth’s badkamer was van alle gemakken voorzien en groot genoeg om met haar rolstoel te kunnen draaien. Aan de muren waren een aantal handgrepen en hulpmiddelen bevestigd zodat ze zelfstandig kon badderen. Ik ga meteen naar huis, dacht Vincent nors toen hij de kraan open draaide. Hij had geen ruzie willen maken, maar de sfeer was nu naar de kloten. Shit! Waarom had ze zelf niet aan een voorbehoedsmiddel gedacht? Oké, hij moest toegeven dat hij zijn komst niet had aangekondigd. Ze wist niet dat hij langs zou komen, maar ze had hem op enig moment toch kunnen waarschuwen? Er waren tenslotte meer manieren om elkaar te behagen.… Alhoewel… Zonder het echte werk was het spelletje maar half zo geil en in het gehannes met condooms had hij weinig zin.

De stem van zijn geweten plaagde hem. Wat had hij gedaan als de rollen omgekeerd waren? Als hij al jaren niemand meer tussen de lakens had gehad? Als hij eenmalig de kans kreeg om de nacht door te brengen met iemand, voor wie hij warme gevoelens koesterde? Eén keer slechts. Nu of nooit. Zou hij genoegen nemen met een troostprijs of ging hij voor de jackpot?

Nee, zeker weten dat de troostprijs geen optie was. Alles of niets. Die morning after dinges klonk als een prima oplossing. Zorgeloos wippen zonder gevolgen. Yes! Hij pakte een fles parfumvrije shampoo van het rekje. Er was ook zeep van hetzelfde merk. Hoezo zoete geurtjes, dacht hij terwijl zijn mondhoeken ietwat omhoog krulden. Klein heksje.

Met natte haren en een handdoek om zijn middel geknoopt bleef hij in de deuropening van de woonkamer staan om met bewondering naar haar te kijken en luisteren. Ruth, nog steeds naakt, speelde een bekende melodie van Elton John op de vleugel. Haar soepele vingers dansten ritmisch over de toetsen en vulden de kamer met muziek. Aan haar ellenbogen waren een soort beugels bevestigd die onder het kolossale instrument verdwenen. Toe Vincent beter keek bleek dat ze daarmee de voetpedalen kon bedienen. Wat een vondst!

De warme pianoklanken werkten rustgevend. “Sorry seems to be the hardest word,” zong ze in loepzuivere tonen.

Toen Ruth zijn aanwezigheid opmerkte, stopte ze en legde haar handen op de wielen van haar rolstoel. “Sorry, Vince. Het was niet mijn bedoeling de stuipen op je mooie lijf te jagen. Ik had het je vooraf moeten vertellen.”

“Het is oké, het spijt mij ook. Ik had niet zo snel mogen oordelen.”

“Als je het zeker wil weten kom je morgenmiddag maar langs. Dan kun je zelf zien dat ik de medicatie inneem.”

Vincent schudde zijn hoofd. “Niet nodig. Ik geloof je.”

“Zijn we nu weer vrienden?”

“Tuurlijk. Wil je nog wat spelen? Ik zou uren naar je kunnen luisteren. Je hebt zo’n mooie melodieuze stem. Je had op een podium moeten staan en platen moeten maken. Ik zou ze allemaal hebben gekocht.”

Ruth glimlachte mat en probeerde niet aan haar verloren dromen te denken. Voltooid verleden tijd. Ze had een andere carrière gehad die bijna net zo succesvol was, maar zich achter de coulissen had afgespeeld.

“Je bent een vleier, but thanks. Kom je bij me zitten? Gebruik de pianokruk maar. Wat vind je leuk?”

“Ik heb een liedje van de Moody Blues in mijn hoofd.”

Nights in white satin? Die bedoel je toch, hè? Het is hun bekendste hit. Zing je mee?”

Zingen, dacht Vincent? Hij? “Eh… Ik ken de tekst niet helemaal, enne… Je wil mij echt niet horen zingen.”

“Je hoeft geen auditie te doen voor een musical, honey. Zing gewoon de tekst die je wel kent en het mag best een beetje vals zijn. Maastrichtse carnavalsliedjes zing je toch ook?”

“Met de nodige drank achter de kiezen, ja.”

“Als je dat denkt nodig te hebben… Er is nog wijn.”

“Ik wil straks nog wel een kopje zwarte smurrie van je,” knipoogde Vincent.

“Goed, maar eerst zingen. Schaam je niet. Als je maar lol hebt, toch?”

Ze had gelijk. Vincent zong de fragmenten die hij kende mee, en het terugkerende ‘I love you’ brulde hij zelfs uit volle borst. Daarna volgde ‘One night with you’ van Elvis en nog een paar nummers die qua tekst pasten bij deze gestolen nacht. Samen zingen was veel leuker dan hij vermoedde. Tot Ruth vond dat hij een pianolesje nodig had. Ze noemde hem een cultuurbarbaar omdat hij geen enkel instrument speelde. Blokfluit verdedigde hij zich, maar dat wuifde ze weg.

Het werd een hilarisch half uurtje waarin ze hem de basis van het pianospel en de toetsen probeerde uit te leggen. Hij snapte er geen jota van en dat was meer dan eens reden voor een lachbui. Toen wilde ze tussen zijn dijen zitten en vroeg hem zijn vingers op die van haar te leggen.

“Zo heb ik het ook geleerd,” zei ze.

Haar handen verdwenen volledig onder de zijne. Ruth slikte de brok in haar keel weg toen zijn blinkende trouwring haar aandacht trok. Het gouden edelmetaal stak confronterend af bij zijn gebruinde hand, het enige wat hij droeg nadat de handdoek van zijn heupen was gevallen. Ongetwijfeld was de ring aan zijn aandacht ontsnapt, of misschien was hij bang hem te vergeten als hij straks naar huis ging. Maar terwijl ze een simpel deuntje speelde, lag opeens een zware steen op haar maag omdat het sieraad symboliseerde dat hij gebonden was. Zij hoorde niet bij hem en hij niet bij haar, wat een korte maar felle pijnscheut veroorzaakte. Waar Ruth de wilskracht vandaan haalde wist ze niet, maar ze knipperde haar opwellende tranen weg en vermande zich. Ze weigerde deze kostbare uren te ruïneren met schuld- en schaamtegevoel. Spijt was een zorg voor later.

Vincent leek haar ingehouden melancholie niet te merken. Hij werd in beslag genomen door de onbekende vaardigheden die ze hem trachtte bij te brengen. Tevergeefs, want hij had geen talent, zelfs niet de geringste aanleg voor pianospel.

“Je bent hopeloos,” forceerde ze een glimlach. “Ik leer je ‘Vader Jacob’, dat heeft zelfs een kind binnen enkele minuten onder de knie.”

“Een ander keertje, oké?”

Hij schuurde zijn stoppelbaard zachtjes langs haar oorschelp. Over haar schouder keek ze naar hem op en kuste zijn lippen. Het behoefde geen uitleg dat ze andere bezigheden meer prioriteit gaven boven muziek. Haar gladde huid tegen de zijne bracht in Vincent’s kruis iets tot leven wat niet onopgemerkt bleef. Ruth knipoogde veelbetekenend. Haar parmantig opstaande tepels spraken dezelfde taal.

“Mag ik…?” begon Vincent.

“Wat?”

“Je billen van dichtbij bekijken, want daar zit je altijd op.”

Ruth schoot in een lach. “Ik weet niet of je er blij van wordt want ik heb putjes in mijn billen.”

“Geweldig, die wil ik tellen… en kussen… en masseren. Heb je massageolie?”

Ze maakte de armbeugels los en liet zich door hem naar de slaapkamer dragen, waar hij haar zachtjes op het bed liet zakken. Behoedzaam boog hij over haar heen.

“Ruth?”

“Ja Vince?”

“Heb je specifieke wensen? Waarmee doe ik je een plezier?”

“Wat heb je in de aanbieding?”

“Met stip op nummer één: je poesje likken.”

“Hmm… daar zeg ik geen nee tegen. En verder?”

“Hou je van doggy?”

“Lekker,” lachte ze ietwat spottend. “Nog iets?”

Nog meer? “Eh… missionaris?”

“Een klassieker, maar niks mis mee. Onmisbaar als je elkaar wil aankijken.”

“Mee eens… Wat vind je van soixant-neuf?”

“Toe maar. Ben je van plan de halve Kama Sutra op me los te laten?”

“Als dat zou kunnen.”

Het was een illusie, dat wisten ze allebei. De nacht zou niet lang genoeg duren en hun energie evenmin.

Sweety…”

“Ja?”

“Ik hou van plannen en to-do lijstjes, maar niet in bed. I’m all yours. The sky is the limit. Maar we laten ons alleen leiden door spontaniteit. Oké?”

Natuurlijk, dacht hij en dat zei hij ook. Bestond er iets wat nog meer tot zijn mannelijke verbeelding sprak dan ‘ik ben helemaal van jou’? Vincent kon in ieder geval niets beters bedenken. Nou ja, er was wel een andere stiekeme gedachte die zijn zinnen enorm prikkelde. Want er bestond een kans, hoe klein ook, dat zijn zaad op vruchtbare bodem viel, al mocht het geen bestaansrecht hebben. Ze zouden er nooit achter komen of hij inderdaad raak schoot, maar toch… Het idee dat ze samen wellicht nieuw leven verwekten gaf een extra dimensie aan zijn primitieve instincten.

“Ik hou van je, Ruth.”

Hij had het niet hardop willen uitspreken maar het gebeurde buiten zijn wil om, rechtstreeks vanuit zijn hart, zonder enig voorbehoud.

Ik ook van jou, dacht Ruth. Ze wist de woorden nog net in te slikken, maar haar lichaamstaal kende geen geheimen. Terwijl haar ogen vochtig werden nam ze zijn gezicht tussen haar handen. Hun blikken verdronken in elkaar en ze kusten met toenemende overgave. Hun naakte lijven zwoegden en smolten samen alsof ze dit al jaren samen deden. Voor zolang het duurde leek het alsof ze in een ander universum zweefden. Vincent wist zeker dat hij nooit eerder een vergelijkbare ervaring had gehad. Voor Ruth was het echter een herbeleving van lichamelijke en emotionele herinneringen, waarvan ze dacht dat ze nooit door een andere dan haar eigen man geëvenaard zouden worden. Toch was dat precies wat er nu gebeurde.

Nadat de grens van hun begeerte was bereikt heerste er stilte in de slaapkamer, maar het was geen onaangenaam stilzwijgen. Integendeel. Het was het soort serene rust waaraan geluid eerder afbreuk zou doen. Het was één van die zeldzame momenten waarop alles leek te kloppen. Twee verliefde mensen op hetzelfde moment op de dezelfde plek, die niets anders wilden dan met zijn tweeën alleen zijn. Niets verstoorde de rust. Geen krakend bed, geen telefoon, geen zoemende mug, geen passerende auto’s, luidruchtige voorbijgangers, ruisende boomtakken of nachtdieren die hun aanwezigheid kenbaar maakten. Er kwam zelfs geen zacht briesje door het bovenraampje.

Nog even, dan zou de vermoeidheid ongenadig toeslaan en hen dwingen zich eraan over te geven. Ze merkten het aan het zwaarder worden van hun ledematen, het frequente knipperen van hun oogleden, het afnemen van hun concentratie en de toenemende loomheid. Zelfs Ruth’s sterke koffie zou hierin geen verandering meer brengen, maar ze vonden het prima om nu samen in slaap te vallen. Als het ochtend werd zouden ze immers ook weer samen wakker worden en nog enkele gestolen momenten met elkaar kunnen doorbrengen.

“We zouden vaker zoiets eenmaligs moeten doen,” verbrak Vincent na een tijdje het stilzwijgen met een verholen lach in zijn stem. “Ik bedoel… De onenightstand is goed bevallen, dus ligt een onedaystand voor de hand.”

“Ja ja,” giechelde Ruth. “En een one morningstand, afternoonstand, eveningstand…”

“Grote meid, ik wist dat je me zou snappen. Daarna gaan we over op de one Mondaystand, Tuesday, Wednesday… alle dagen van de week stands. Eenmalig natuurlijk, zoals we hebben afgesproken.”

“En dan volgen zeker de maanden en de dagen van de maand?”

“Uitstekend idee, mevrouw McKean. Doen we.”

“Zal ik mijn agenda even pakken?”

Vincent gaapte. “Ja, straks.”

Het was een illusie. Zijn hele wezen verzette zich nu al tegen het komende afscheid. Niet aan denken, hield hij zichzelf voor. Nu ben ik nog hier. Dit moment is het enige wat telt. Wat de morgen brengt zie ik dan wel.


<> <> <>


Het was even voor zevenen toen Vincent zijn ogen opsloeg en enkele tellen nodig had om zich te realiseren waar hij was. De gordijnen dempten het felle zonlicht zodat de romantische sfeer van de afgelopen nacht nog subtiel nazinderde. Naast zich hoorde hij Ruth’s rustige ademhaling. Steunend op een ellenboog en met zijn hand onder zijn hoofd, sloeg hij haar ontroerd gade. Ze lag op haar zij naar hem toegekeerd. In diepe rust zag ze er rozig en lief uit. Omdat het laken gedeeltelijk was weggegleden stelde hij vast waarom ze zoveel kussens nodig had. Eentje onder haar hoofd, één in haar rug, de volgende als steun onder een been en het vierde had hij zelf gebruikt. Bijna niet te geloven, maar was het was echt waar. Ze hadden zo lang en vaak gevreeën dat hij lichamelijk het gevoel had een marathon te hebben gelopen. Bij de konijnen af, glimlachte hij geluidloos.

Hij weerstond de neiging om haar gezicht te bedekken met lieve kusjes. Ook streelden zijn vingertoppen haar hals, arm of haren niet. Het was zo bijzonder haar te zien slapen dat hij haar nog niet wilde wekken. Nog enigszins slaperig vroeg hij zich af wat hij zou doen; geduldig wachten of haar verrassen met een Engels ontbijt op bed? Dat laatste zou ze vast toejuichen. En misschien… Misschien zouden ze nog een keer… Ondanks de uitputtende nacht was zijn ochtenderectie weer klaar voor een volgende ronde. Waar haalde hij het vandaan?

I love you,” prevelde hij bijna onhoorbaar.

Hij hield zijn adem in toen Ruth een arm bewoog en een diepe zucht slaakte. Was ze wakker? Had ze hem gehoord? Maar ze draaide zich om en sliep ongestoord verder.

De zon had vandaag concurrentie van oprukkende stapelwolken. Vermoedelijk zou onweer straks een einde maken aan een periode van zomerse temperaturen, maar dat was niet wat Vincent bezig hield. Want tien minuten later trok hij voorzichtig de voordeur achter zich dicht. Het korte briefje dat hij achterliet was het verstandigste besluit geweest, al had hij er een overdosis overredingskracht voor nodig om zichzelf ertoe te dwingen. Het verscheurde hem. Het enige wat hem nog meer zou kwellen was zich van Ruth los moeten rukken terwijl hij haar moest aankijken. Want stel dat ze huilde? Stel dat ze het allebei niet droog hielden? Hij kon wilde haar niet meer loslaten. Nooit meer.

Helaas was blijven geen optie. “Volstrekt eenmalig’ echode Ruth’s stem echter in zijn gedachten. ‘Een onenightstand met de nadruk op one’. Maar Vincent kon zich niet voorstellen dat dit het einde was. Ze was een deel van zijn leven geworden. Een deel van hem. Zijn denken en doen draaide om haar, maar de realiteit dwong tevens tot nuchterheid. De weg naar Ruth liep dood en hij was nog steeds getrouwd. Hoe erg hij er ook tegenop zag, hij kon nu beter gaan. Hij moest naar huis. Sophie… O grote goden, hoe kon hij haar onder ogen komen zonder argwaan te wekken? Hoe kon hij ooit zijn huwelijk nieuw leven inblazen als hij voortdurend aan Ruth dacht?

Onderweg ervoer Vincent de gevolgen van een actieve en grotendeels slapeloze nacht. Zijn benen voelden loodzwaar. Hij rende niet. Hij wandelde niet eens. Hij sjokte als een oude man. Elke stap vooruit zou hij graag willen inruilen voor twee stappen terug. Die weg was korter en makkelijker. Een stille hoop deed hem achterom kijken. Als Ruth wakker werd en zijn afwezigheid opmerkte, zou ze hem dan achterna komen? Hem vragen terug te komen?

Nee, zoiets gebeurde alleen in goedkope doktersromannetjes. Ruth had er geen twijfel over laten bestaan. De liefde voor haar buddy was diep geworteld en onvoorwaardelijk. Ze miste hem nog elke dag.

Maar miste haar ex-man haar even erg, vroeg Vincent zich af. Beantwoordde hij Ruth’s liefde wel? Was hij haar wel waard? Had hij wel naar zijn gehandicapte vrouw en dochters gezocht nadat ze uit zijn leven waren verdwenen? Vincent wist zeker dat hij alles in het werk zou stellen om zijn gezin op te sporen als hij zich in een dergelijke situatie bevond. Zo moeilijk kon het niet zijn, zelfs niet nu ze onder valse namen leefden. Immers, de combinatie van twee roodharige meisjes met een invalide moeder was vrij uniek.

Maar stel dat haar ex-man haar niet wilde vinden, zei zijn nuchtere politie-instinct. Een huwelijk gaf immers geen garantie dat beide echtelieden elkaar nog innig liefhadden. Had Ruth niet gezegd dat ze tegen haar wil van hem was gescheiden? Mogelijk had hij het initiatief tot de scheiding genomen. Wellicht had ze iets onvergeeflijks gedaan en nam hij haar dat enorm kwalijk. Maar Kate en Sharon dan, redeneerde Vincent. Als vader hield je toch graag contact met je kinderen? Wilde deze papa niet weten hoe het hen verging, hoe ze zich ontwikkelden, wat hen bezig hield, hoe ze presteerden op school, hoe ze hun vrije tijd doorbrachten en met wie?

Onbegrijpelijk.

Voordat hij volledig uit het zicht van haar huis verdween keek Vincent nog even over zijn schouder. Behalve het gebruikelijke verkeer was er niets bijzonders te zien. Meewarig schudde hij zijn hoofd. Nee, Ruth’s verhaal was nog lang niet compleet, al werd hij bij elke ontmoeting weer ietsje wijzer. Maar de cruciale puzzelstukjes om het mysterie te ontrafelen miste hij nog steeds. Had hij die missende stukjes wel nodig om de afbeelding van de puzzel te herkennen? Hij bleef namelijk het gevoel houden dat hij iets over het hoofd zag. Waarom bekroop hem soms het idee dat Ruth zijn pad al eens had gekruist?


<> <> <>


“Waar heb jij in hemelsnaam uitgehangen?” vloog Sophie tegen hem uit.

Vincent had amper zijn sleutel in het slot gestoken toen de deur al vanaf de binnenkant werd geopend. Zijn vrouw keek hem verwilderd aan. Wat deed ze hier? Ze had haar komst niet aangekondigd en hij had, zoals altijd, aangenomen dat ze in Haarlem zou blijven.

“Nou?” drong ze aan. “Ik heb stad en land afgebeld. Waar was je in hemelsnaam?”

“Ik… eh… Ik ben gaan sporten.”

Ze bekeek hem van top tot teen. “Ja, dat zie ik. Maar toch geen hele nacht? Ik was zo bang dat je… dat je…” Ze begon opeens hartverscheurend te snikken.

De hele nacht? Hoe lang was ze al thuis?

“Sophie… Sorry… Ik…”

Vincent pijnigde zijn hersens. Hij moest een goede smoes verzinnen maar dat was niet zijn sterkste kant. Met het schaamrood op zijn kaken keek hij naar zijn vrouw en wenste dat hij ter plekke door de grond kon zakken.

“Ik wilde je nog wel verrassen,” pruilde ze.

Nou, daar was ze cum laude in geslaagd, maar niet op de manier die zij voor ogen had.

“Ik heb je ouders gebeld,” schokschouderde ze. “En je zussen… vrienden… bekenden en… bu… buren. Niemand wist waar je was… Ik heb in het ziekenhuis geïnformeerd of je misschien… En toen de… de politie. Ik dacht dat je… d… dóód was.”

Vincent’s geweten knaagde. Terwijl hij willens en wetens echtbreuk pleegde had Sophie zich in paniek afgevraagd of hij nog wel leefde. Ze had de politie gebeld… De politie! Dan moest hij zich straks ook verantwoorden tegenover zijn eigen collega’s. Hij kon nu al voorzien welke dubbelzinnige toespelingen en plagerijtjes hij zou moeten verduren. Ze zouden hem niet sparen.

Fuck!

“Rustig maar, schatje,” suste hij. “Er is niets ernstigs gebeurd. Ik ben helemaal oké.”

Hij wilde haar geruststellend omhelzen maar bedacht op het nippertje dat dit geen goed idee was. Hij was ongewassen bij Ruth weggegaan en het was niet ondenkbaar dat de geur van seks nog aan hem hing.

“Niks gebeurd?” herhaalde ze snotterend. “Waar ben je dan geweest?”

“Ik ben gisteravond… eh… naar het bos gegaan. Volgens mij ben ik gestruikeld… Misschien heb ik mijn hoofd gestoten. Ik weet het niet precies… Ik denk dat… dat ik daar… in slaap ben gevallen.”

Sophie gilde. “Je bent buiten bewustzijn geweest! Je moet naar een dokter… Het ziekenhuis! Ik ga nu meteen…”

“Nee!” Nu was het Vincents beurt om te panikeren. “Nee Sophie, alsjeblieft… Ik voel me weer prima. Het enige wat ik nodig heb is een douche en een boterham of zo.”

En cafeïne, dacht hij, zodat hij helder kon nadenken. Een dubbele espresso bijvoorbeeld.

Sophie snifte. “Je ouders… Ik moet in ieder geval je ouders en zussen op de hoogte brengen dat je weer thuis bent. Zij hebben naar je gezocht.”

Ook dat nog!

Vincent draaide de kraan van de douche zo warm dat zijn huid het maar net kon verdragen. Terwijl het water over hem heen gutste, rustte hij met zijn voorhoofd tegen de betegelde wand. Sophie verdiende niet dat hij tegen haar loog. Wat had hem bezield? Kon hij niet beter eerlijk zijn en alles opbiechten? Maar hoe zou ze reageren? De gedachte dat ze wellicht haar koffers zou pakken, boezemde hem angst in. Hij wilde geen relatiecrisis, hoe tegenstrijdig dit ook leek na afgelopen nacht.

Het was te verwachten dat zijn bezorgde ouders onmiddellijk poolshoogte kwamen nemen. Vincent liet de tranen en knuffels van zijn moeder gelaten over zich heen komen. Bij zijn vader zag hij eveneens grote opluchting. Hakkelend herhaalde hij zijn versie over het bos en benadrukte nogmaals dat er geen reden was tot ongerustheid. Sophie en Yvonne lieten zich makkelijk overtuigen, maar zijn vader fronste zijn wenkbrauwen. Terwijl de dames druk babbelend naar buiten gingen om de nieuwe tuinmeubels te bewonderen, keek Sjeng zijn zoon onderzoekend aan.

“Dat bos van jou ligt niet toevallig in Wolder? Ik heb Ruth minstens vijf keer gebeld vannacht, maar kreeg geen gehoor.”

Vreemd. Vincent wist zeker dat hij geen telefoon had gehoord. Ruth had weliswaar de deurbel uitgeschakeld, maar het leek hem onwaarschijnlijk dat ze telefonisch niet bereikbaar wilde zijn als haar dochters op kamp waren. Het was ondenkbaar dat ze een telefoontje hadden gemist, laat staan vijf.

Vincent wreef met beide handen over zijn vermoeide gezicht. “En omdat zij de telefoon niet beantwoordde, dachten jullie dat ze ergens in het water lag. Met mij erbij.”

Zijn familie had zich niet onterecht zorgen gemaakt erkende hij met tegenzin.  

Sjeng knikte bevestigend. “Dat was inderdaad een mogelijk scenario. Pascal is bij haar huis gaan kijken. Haar auto stond voor de deur en er brandde licht. Hij heeft niet aangebeld omdat hij Ruth hoorde praten… Met een man.”

Vincent keek star voor zich uit terwijl hij orde probeerde te scheppen in de chaos van zijn brein. Als Pascal zijn stem had herkend zou hij er discreet mee omgaan. Maar als iedereen in rep en roer was en voor zijn leven vreesde, misschien ook niet.

Kut!

“De kringen onder je ogen wijzen erop dat je weinig slaap hebt gehad en je schoenen zijn niet eens in de buurt van een bospad geweest. Mag ik aannemen dat je Ruth… eh… gezelschap hebt gehouden?”

“Ben je tegenwoordig ook al rechercheur?” gromde Vincent verongelijkt omdat hij zich betrapt voelde. “Wat suggereer je nou eigenlijk?”

Hij had geen zin verantwoording af te leggen, al had hij niet de illusie dat hij zijn vader iets kon wijsmaken. Ontkennen was zinloos, maar Sjeng’s aanname bevestigen wilde hij evenmin. Dit was iets tussen hem en Ruth. Bovendien had hij geen greintje spijt van zijn overspel. Integendeel, het was een onvergetelijke ervaring geweest. Hij had met haar gezongen en een poging gedaan muziek uit de vleugel te toveren. Ze hadden gekibbeld, onwijs veel gelachen, elkaar bemind en genoten. Hij zou het zo weer doen.

Sjeng legde zijn hand op de schouder van zijn zoon. “Ik oordeel of veroordeel niet. Je bent niet de eerste die naast de pot pist en ook zeker niet de laatste, maar het kan wel verstrekkende gevolgen hebben.”

Daar was Vincent zich heus wel van bewust. Als Sophie er lucht van kreeg brak de hel los.

“Het spijt me dat ik zoveel onrust heb veroorzaakt, pa, maar ik hou zielsveel van dat eigenwijze vrouwtje.”

“En zij?”

“Ze zegt het niet ronduit. Ik heb de indruk dat het gevoel wederzijds is, al geeft ze me geen enkele hoop.”

Sjeng floot tussen zijn tanden. “Wat nu?”

“Nu?” herhaalde Vincent schouderophalend. “Wat denk je zelf? We gaan ieder onze eigen weg. Na verloop van tijd gaat ze terug naar haar ex. Daar kan ze mij niet bij gebruiken.”

Zijn vader knikte bedachtzaam. “Het is goed dat ze eerlijk is over haar toekomstplannen. Als ik je een goede raad mag geven, probeer zoveel mogelijk afstand te nemen van Ruth. Wat er ook gebeurt, ze zal nooit voor jou kiezen.”

Vincent slikte moeizaam. “Dat weet je niet.”

“Dat weet ik wel. Ik weet namelijk wie zij is, wie ze was en wat ze was. Ik weet ook wie haar man was. Ze waren onafscheidelijk tot zich een aaneenschakeling van drama's voltrok.”

“Ken je hem?”

“Niet persoonlijk.”

Vincent wachtte tevergeefs op meer uitleg. “Wil je me niet wat meer vertellen? Ruth hoeft het niet te weten.”

“Je weet dat ik haar vertrouwen niet mag of wil schenden. Bovendien zou jij jezelf verraden als je meer wist. Ze kijkt dwars door je heen.”

“Was dat andersom ook maar zo.”

“Misschien is het beter van niet,” zei Sjeng en stond op. “Ik zal de dames vertellen dat je een lichte hersenschudding hebt. Dan kun je zonder lastige vragen naar bed om een paar uurtjes slaap in te halen.”

Voordat hij naar boven ging viel Vincent’s blik op een krantenkop van een regionale krant; ‘Nachtelijke telefoonstoring in deel van Maastricht’. Mooi, dacht hij, dat was tenminste één raadsel minder. Toen besefte hij dat de afgelopen nacht alleen ongestoord en onopgemerkt was verlopen dankzij een technisch mankement.

Saved by the broken bell...


<> <> <>


Het was bijna kwart over acht volgens de klokradio op haar nachtkastje. Ruth rekte haar luie lijf en gaapte ongegeneerd. Ze was alles behalve uitgeslapen, haar naakte dijen waren plakkerig en sommige delen van haar lichaam voelden als rauwe briefstuk. Alsof ze urenlang…

Vince!

Maar de andere kant van het bed was leeg.

“Vince…?”

Geen antwoord. Het was ijzingwekkend stil in huis. Hij zou toch niet…? Nee, hij zou blijven tot na het ontbijt. Misschien was hij verse broodjes halen. Of…?

“Doe me dit niet aan,” mompelde ze binnensmonds.

Tering! Ze greep haar kimono van een haakje en trok de rolstoel naar zich toe.

“Waarom heb je me niet wakker gemaakt, son of a b...?”

Ze had iemand 'I love you' horen zeggen, meende ze, maar dat kon ze ook hebben gedroomd. Ze riep nog eens en wachtte vergeefs op een reactie. Met een bang vermoeden controleerde ze de badkamer en woonkamer. Geen Vincent. In de keuken lag een in de haast geschreven notitie op tafel.

Nee!

Lieve Ruth,
Het spijt me dat ik er als een haas vandoor ga, maar ik wil ons beiden een emotioneel afscheid besparen.
Het is beter zo. Je begrijpt het vast wel.

Pas goed op jezelf en je meiden.
Love, Vince

Dat hij met ‘Vince’ had ondertekend deed Ruth’s een halve seconde glimlachen. Zij was de enige die zijn naam mocht afkorten. Vermoedelijk zou hij het zelfs raar vinden als ze zijn volledige voornaam gebruikte. Maar meteen daarna nam de wanhoop de overhand. Het geluk van de afgelopen nacht donderde als een kaartenhuis in elkaar. Haar eigen schuld. Had ze zo nodig moeten eisen dat het eenmalig was? Had ze de deur niet op een kiertje open moeten laten? Hun verboden liefde een klein kansje geven?

Don’t you understand?” gilde ze tegen het papier. “I love you too…! Motherfucker!

Ze scheurde het briefje in tientallen stukjes en liet ze op de vloer dwarrelen. Een leeg glas, dat toevallig voor haar op tafel stond, eindigde in evenveel scherven tegen de muur. Toen knapte er iets in haar en liet ze de tranen rijkelijk vloeien. Ze had niet voor mogelijk gehouden, maar ze kon het niet langer ontkennen. Niet alleen haar lijf was vreemdgegaan vannacht, maar ook haar hart. Een getrouwde politieman nota bene! Het was de goden verzoeken. Alsof ze nog niet genoeg problemen had.

Ik ben verdorie geen heilige, verdedigde ze zich tegen niemand. En al helemaal geen non. Een gezond mens kan niet zonder liefde en niet zonder seks. Mag ik alsjeblieft ook een beetje lol hebben?

Een half uur later belde ze, schoon gewassen en aangekleed, het nummer van de huisarts.

“Dus u heeft u onveilige seks gehad?” vroeg de assistente. “Mag ik weten wanneer?”

Ruth telde stilzwijgend tot tien. Ze vroeg toch niet om een morning after kuur als ze door een hond was gebeten? En ‘onveilige seks’ betekende in haar beleving iets anders. Ze had zich in Vincent’s armen geen seconde onveilig gevoeld. Maar de jonge vrouw die haar te woord stond kon niet vermoeden hoeveel irritatie die persoonlijke vragen wekten, noch hoe licht ontvlambaar haar gesprekspartner op dat moment was. Het stellen van intieme vragen hoorde bij haar werk. Daarom slikte Ruth een onvriendelijke reactie in en beantwoordde de vragen.

In gedachten herhaalde ze de songtekst die ze vannacht nog had gezongen.

What do I do when lightning strikes me?
And I wake to find that you're not there?

 

<> <> <>


Een maand later

Het was nog vroeg toen de telefoon overging. Ruth reageerde geërgerd. Kate en Sharon waren net naar school, ze was nog niet gedoucht en niet in de stemming om te worden gestoord. Sinds ze een groot deel van de dag aan hulpverlening besteedde, was de vroege ochtend één van de zeldzame rustige momenten die ze voor zichzelf bewaarde.

“Hallo?”

“Alsnog proficiat met je verjaardag, Ruth. Sorry dat ik je gisteren niet heb gefeliciteerd.”

Haar humeur knapte spontaan op toen ze Vincent’s stem herkende. Maar ze was even in verwarring. Verjaardag…? O ja, gisteren was haar alter ego jarig geweest.

“Vince! Wat lief dat je eraan denkt. Dank je.”

De datum herinnerde haar eraan dat ze hem al een maand niet meer had gezien of gesproken. Het had haar immens veel moeite gekost zelf geen contact te zoeken, hoewel hij voortdurend in haar gedachten spookte. Ze miste hem waanzinnig.

“Heb je het groots gevierd?” Zijn stem klonk hees.

“We zijn met zijn drietjes uit gaan eten,” loog ze. “Het was gezellig. Maar eh… Gaat het wel goed met je? Je klinkt zo…”

Gedeprimeerd wilde ze zeggen, maar ze kon beter eerst aanhoren wat hij haar wilde vertellen. Het koude zweet stond in haar handen en zenuwen speelden haar parten. Een onheilspellend voorgevoel nam bezit van haar.

“Ik weet het niet,” zuchtte hij vertwijfeld. “Ik weet niet hoe ik je dit moet vertellen.”

Nog meer rampspoed? Hij had kennelijk bewust gewacht tot ze haar zogenaamde verjaardag achter de rug had zodat hij het feestje niet zou bederven. For heaven’s sake, hoeveel tegenslag kon ze er nog bij hebben?

“Zeg het maar recht voor zijn raap.”

Vertel me dat je gaat scheiden, bad ze in stilte, al was het intens egoïstisch om hem dat toe te wensen. Maar met Sophie op een zijspoor zou haar drama hopelijk ietsje minder groot zijn.

“Sophie en ik gaan naar Almere verhuizen. Ik heb een functie als wijkagent bij de politie in Amsterdam geaccepteerd. Ons huis staat vanaf vandaag te koop en morgen krijgen we de sleutel van een huurwoning in… Dat vertelde ik al. Nou ja. Ik… Sorry, ik had je dit liever persoonlijk willen vertellen, maar…”

Zijn stem brak.  

Nee!

Ruth vergat te ademen. Wat moest ze zeggen? Het lukte haar niet om hem geluk te wensen want ze wist dat hij deze stap niet met overtuiging zette. Amsterdam was een broedplaats voor criminelen waar hij een deel van zijn politieopleiding had doorlopen, maar waar hij nooit een vaste werkplek had geambieerd. Die hele verhuizing was een vlucht en dat had alles met haar te maken. Zij was vergif voor zijn huwelijk. Had hij Sophie opgebiecht dat hij met haar…? Ze vloekte in stilte. Ze had hem dit kunnen besparen als ze niet voor de verleiding was gezwicht.

“Ik snap het,” zei ze toonloos.

Als versteend zat ze in haar rolstoel, niet in staat een spier te bewegen. Ze verwachtte dat ze elk moment kon instorten. Vincent verdween voorgoed uit haar leven en ze gaf hem geen ongelijk.

“Ben je er nog?” hoorde ze hem vragen.

“Ja.”

Het was niet meer dan een fluistering. Haar stem weigerde en haar ogen vergoten stille tranen als voorbode van de vloedgolf die ongetwijfeld na beëindiging van dit gesprek zou volgen.

“Ruth… Je weet dat ik dit eigenlijk niet wil. In Almere wil ik niet eens dood gevonden worden. Ik doe het voor Sophie. Voor ons. Want als er niets verandert gaat het fout. Maar ik… Ik had zo graag met jou iets moois…”

“Vergeet het, Vince, we zouden elkaars tweede keus zijn. Als je mijn geheimen zou kennen zou je het niet eens overwegen.”

Ze wilde zijn beslissing niet moeilijker maken dan het al was. Ze mocht hem geen hoop geven want de weg terug naar Londen moest open blijven. Met de moed der wanhoop raapte ze daarom al haar mentale krachten bijeen. Haar reactie moest zakelijk klinken, zowel voor hem als voor zichzelf.

Ze schraapte haar keel. “Je hebt de enig juiste beslissing genomen. Ik wens jou en Sophie ontzettend veel geluk in Almere en succes in je nieuwe functie. Het gaat je lukken, daar ben ik van overtuigd. Je bent een aanwinst voor Amsterdam en het politiekorps.”

Vincent snikte gesmoord. Als een vlijmscherp mes sneed zijn radeloosheid door haar ziel. Ruth voelde zich een meedogenloos monster en vervloekte zichzelf erom. Hij moest eens weten, dacht ze. O hemeltjelief, als hij wist…

“Maar… maar…” hakkelde hij. “Vorige maand… Het was niet geacteerd. Je hebt me toen zonder voorbehoud liefgehad. Ontken het alsjeblief niet. Je houdt ook van mij… Toch?”

Ruth kneep haar ogen stijf dicht. Haar vertwijfeling was minstens zo groot als die van hem.

“Soms is liefde niet genoeg, Vincent. Die nacht was eenmalig en dat blijft zo. Ik zou je hart breken.”

Er viel een doodse stilte. Het was hem niet ontgaan dat ze hem Vincent noemde.

“Je breekt mijn hart sowieso,” klonk het bitter. “Vaarwel Ruth, of hoe je in werkelijkheid ook mag heten.”

Abrupt verbrak hij de verbinding.

Nee! Nee! Nee!

Een uur later zat Ruth nog steeds wezenloos voor zich uit te staren, de telefoon in haar ene hand en een positieve zwangerschapstest in de andere. Het noodlot had zich niet laten afwenden. Twee morning-after kuren hadden niet mogen baten. Ze was er zo ziek van geworden dat het middel kennelijk niet afdoende in haar lichaam was opgenomen. Drie weken had ze tussen hoop en vrees geleefd, maar het uitblijven van haar menstruatie had er geen twijfel over laten bestaan. Drie achtereenvolgende dagen bewezen drie verschillende zwangerschapstesten dat het lot geen genade kende. Hoe kreeg ze het voor elkaar telkens zo’n enorme puinhoop van haar leven te maken?

Maar toch… Ondanks alles had ze geen seconde spijt van die wilde nacht. Haar verjaardag was een groot feest geweest. Ze had alleen kapotjes moeten kopen.

De telefoon ging opnieuw. En nog eens, maar ze negeerde de beller. Bij de derde keer rolde ze haar stoel naar haar bureautje en zocht in de Gouden Gids naar het nummer van de dichtstbijzijnde abortuskliniek. Tien minuten later noteerde ze de afspraak in haar agenda als ‘medische controle’.

Het was efficiënter om haar doodswens meteen uit te voeren, had ze aanvankelijk bedacht. Twee levens in één klap. Maar bij een obductie zou haar zwangerschap worden ontdekt en dat mocht niet gebeuren. Ze kon niet uitsluiten dat die informatie alsnog bij Vincent bekend werd. Daarom moest ze eerst die abortus ondergaan en uitzoeken hoe lang haar baarmoeder daarvan moest herstellen. Haar zelfgekozen dood moest weer worden uitgesteld.

“Je zult het nooit weten, Vince,” fluisterde ze. “Niemand zal het ooit weten.”

Alweer een geheim. Ze grossierde er inmiddels in.

(wordt vervolgd)

© Fanny, 19 juli 2021

Lees terug: Spoorloos 13 - When the lady smiles



Alle verhalen van: Fanny

Fijn verhaal 
+10

Plaats reactie

  

Schrijvers willen dolgraag weten hoe hun verhaal wordt ontvangen. Een korte opmerking is vaak al voldoende. Wij nodigen je dan ook van harte uit om een reactie te geven op dit verhaal. Daarvoor hoef je geen lid te zijn.

  

Beveiligingscode
Vernieuwen